Daad van geven gift daad van geweld



Dovnload 1.13 Mb.
Pagina1/17
Datum21.08.2016
Grootte1.13 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   17

--



D



daad – actie, factum, feit, geste, gestie, handeling, prestatie, stap, verrichting

daad van het bidden   gebed

daad van geeuwen - geeuw

daad van geven   gift

daad van geweld - exces, feitelijkheid

daad van lenen -lening

daad van roof - roverij

daad van stelen - diefstal

daad van strafbaar feit   misdaad, overtreding

daadkracht   effect, energie, fut

daadloos - passief

daadwerkelijk – doeltreffend, dramatisch, effectief, eigenlijk, feitelijk, inderdaad, metterdaad, reëel, werkelijk, wezenlijk

daags   dagelijks, gewoon, overdag, per dag

daai - diamant, knikker

daal   bezinksel, neerslag, pompbuis

daalderschurft - haarschimmel, tater,

daaps – doof, gek

daar   aangezien, aldaar, costi, dewijl, er, ginder, ginds, omdat, terwijl, vermits

daar is altijd ruzie - oremus

daar tegen inbrengen - repliceren

daar valt mij juist in – apropos

daaraan gelegen - naast, neven

daaraan toevoegend   plus

daaraanvolgend   daarna, d.a.v.

daarbenevens - bovendien, daarenboven

daarbij – als, bovendien, daarenboven, nog, ook, plus, samen, tegelijk, tevens, zowel

daarenboven – alsmede, benevens, bovendien, buitendien, daarbij, nog, ook, verder

daardoor - doordat, mitsdien

daareven - net, pas, zoeven, zojuist

daarmee is de zaak beslist - afdoend

daarna - achteraf, alsdan, alsnu, daarop, dan, hierna, hierop, later, nadat, naderhand, nadien, toen, verder, vervolgens voorts

daarentegen   andersom, omgekeerd, d.e.t, integendeel

daareven   juist, net, zoeven, zojuist, zonet, zopas

daargelegen - ginds

daarginds   ginder

daarheen – derwaarts, ginds

daarjuist - zonet

daar lopen de kippen in - ren

daarna – alsdan, daaropvolgend, dan, later, nadat, naderhand, nadien, toen, verder, vervolgens, voorts

daarnaast - daarnevens, dichtbij

daarnet – daar, daareven, straks, zoeven, zostraks

daarnevens - bovendien, daarnaast, ook, tevens

daarom   aangezien, alzo, bijgevolg, derhalve, des, desondanks, deswege, dierhalve, dies, dus, ergo, gevolgelijk, mitsdien, vandaar, wegens

daaromtrent – daarover, dienaangaande

daarop   daarna, toen, vervolgens

daaropvolgend – daarna

daarstraks - daareven, daarnet, net, pas, zoeven, zojuist, zonet, zopas



daartegenover - daarentegen

daartoe   daarom, (Lat) ergo

daartoe aangewezen - ahd (ad hoc deputatus)

daartoe dienstig - goed

daartussendoor - intussen, middelerwijl, ondertussen

daarvandaan - daarvan, dientengevolge

daarvoor - aleer, daartoe, daarvoor, destijds, eens, eer, eerder, gewezen, indertijd, oudtijds, tevoren, voordien, voorheen,

voorleden, voormalig, vroeger, wijlen, weleer,



daas   gek, kletsmeier, mal, onnozel, onwijs, aardenvlieg, runderhorzel, steekvlieg, verdwaasd, versuft, warhoofd

dabben - stampen

dactylograaf - typist

dactylografie – machineschrijven, typen, vingertaal

dactylologie   chirologie, vingerrekenkunst, vingerspraak, vingertaal

dadaïst   Aragon, Ball, Breton, Cocteau, Picabia, Schwitters, T

dadel boom - dadelpalm, palm

dadelijk   aanstonds, direct, direkt, dra, fluks, gezwind, illico, meteen, ogenblikkelijk, onmiddellijk, onverwijld, paraat, rap, snak, snel, spoedig, staandevoets, straks, strakjes, subiet, temee, temet, terstond, voetstoots, voorts, zo, zodadelijk,

dadelijk (Lat.) – illico

dadelijk beschikbaar - paraat

dadelijk ter beschikking - gereed

dadelijk vereffenbaarheid - liquiditeit

dadelijk weer hervatten - riposteren

dadelijkheden - gevecht, handtastelijkheden, slagen

daden - facta, feiten, gebeurtenissen

daden en de akten daarvan - acta(Lat)

daden in opeenvolgende existenties – karma

dadendrang - ergotropie

daden ten teken van berouw - boetedoening

dader   bedrijver, delinquent, pleger, schuldige, uitvoerder, zondaar

daderes - bedrijfster

dading   akkoord, beëindiging, bijlegging, regeling, schikking, transactie, vergelijk

dag – ade, adi, adieu, aju, adio, bonjour, dageraad, daglicht, etmaal, (ge)groet, goedendag, goodbye, saluut, tabee, tijdseenheid, tijdperk, voegijzer

dag (Franse kalender)   decade, duodi, nonidi, octidi, primidi, quartidi, quintidi, septidi, sextidi, tridi

dag aanduiding – datum, eergisteren, gister, gisteren, morgen, overmorgen, vandaag

dag (13 of 15 van de maand) - idus(Rom.)

dagbericht   bulletin

dagblad  avondblad, blad, courant, gazet, Journal, krant, morgenblad, morgeneditie, newspaper, nieuwsblad, orgaan, periodiek, persorgaan

dagbladartikel - leader, asterisk, driestar,entrefilet, hoofdartikel

dagblad in Nederland   Algemeen Dagblad, De Volkskrant, De Waarheid, Haagse Courant, Het Parool, Het Vaderland, Het Vrije Volk, Handelsblad, N. R. C., Telegraaf, Trouw

dagbladpers - rotatiepers

dagbladschrijver – columnist, journalist, redacteur, reporter

dagbladwezen   pers, krantenwereld

dagblindheid   nyctalopie

dagbloem - haagwinde, purperwinde, tijgerlelie

dagboek   agenda, diarium, handboek, journaal, kladboek, krant, koopmansboek, kroniek, logboek, manuaal, memorandum, memoriaal, register

dagboek van een koning (oud hist.) - ephemerides

dagboekschrijver – diarist

dag dat vriespunt nadert - ijsdag

dag der vriendschap - Valentijnsdag

dag der wrake - bijltjesdag

dag des Heren   oordeelsdag

dagdief   doeniet, luiaard, luieren, luilak, leegloper, luiwammes, lijntrekker, nietsdoener

dagdieven - leeglopen, lijntrekken, luieren, nietsdoen, verluieren

dagdienstbode   dagmeisje

dagdromer – fantast

dag en nacht - altijd, etmaal

dag en nachtevening - aequihoetium, equinox

dag gewijd aan de heilige wiens naam men draagt - naamdag

dag in het verleden – (eer)gisteren

dag van algemeen gebed - bededag, biddag, dankdag

dag van bezinning - gedenkdag

dag van bijeenkomst van kwartier- en groepsafgevaardigden -

kwartierdag



dag van de wereldbroederschap - St. Jorisdag (padvinders)

dag van het feestvieren - hartjesdag

dag van potverteren - teerdag

dag van toorn - dies, irae

dagelijks – alledag, daags, dag, geregeld, regelmatig, voortdurend

dagelijks bestuur - d.b.

dagelijks bestuur van een classis   moderamen

dagelijks brood   eten, voedsel

dagelijks gebruikt filtertje   theezeefje

dagelijks voedsel – brood, eten

dagelijks werk - dagtaak

dagelijkse drank – koffie, thee

dagelijkse gast   dagblad, krant, zon

dagelijkse lectuur – krant

dagelijkse pot – ordinaris

dagelijkse Turkse gebeden – namaz

dagement – dagvaarding, exploot, sommatie,

dag en nacht   altijd, etmaal

dag en nachtevening   equinox

dagen   aanbreken, gloren, dagvaarden, dag worden, ontbieden, oproepen

dagen waarop recht wordt gesproken - sti

dager   eiser

dageraad   Aurora, begin, dag worden , krieken, morgenrood, morgenschemering, morgenstond, ochtend, ochtendgloren, ochtendkrieken, ochtendstond, voorbode

dageraadsgedicht - albe, aube

dageraad (Hebr.) - hasjsjachar

dag in het verleden   (eer)gisteren

dagge   dolk, ponjaard, pook, voegijzer

daggebed (R.K.) - none

daggelder   dagloner

daging - dagen, dagvaarding

dag gesternte   zon

daghelder - giorno

daghit   dagmeisje

daghuur   dagloon

daghuurders plaatsje   keuterboerderij, keuterij

dagijzer – dagge, ponjaard, voegijzer0

dag in, dag uit – contenue, voortdurend

dag in het verleden – (eer)gisteren

daging   dagen, dagvaarding

dagleerling - cursist, scholier

daglelie - haagwinde

daglicht   zonlicht

dagloner – arbeider, daggelder, koelie, los werkman

daglook - huislook

dagmaat –ammaat, deim(a)t

dagmars –dagtraject, etappe

dagmeisje – daghit, dienstbode, dienstmaagd, duizendpoot

dagorde   agenda

dagorder – afkondiging, bekendmaking, bevel

dagregister   dagboek, journaal, manuaal

dagreis - etappe

dagroofvogel – adelaar, arend, buizerd, gier, havik, kiekendief, koningswouw, kuikendief, milaan, muizenvalk, wauw, zwaluwstaart

dagschotel - plat du jour

dagslaper   geitenmelker, nachtzwaluw

dagster   morgenster, Orion, zon

dagtaak - arbeid, dagwerk, werk

dagtekenen – dateren, ontstaan

dagtekening   data, datering, datum, kalender

dagtekening van de werkelijke opstelling - antidatering

dagtoorts   zon

dagtraject - dagmars, etappe

daguil - sneeuwuil, sperweruil, steenuil

dagvaarden – citeren, dagen, indagen, oproepen,

dagvaardigen   intimeren, sommeren, uitnodigen

dagvaardiging – inspectie, libel

dagvaarding   aanzegging, akte, assignatie, citatie, dagement, daging, deurwaardersakte, exploot, indaging, oproep, oproeping, sommatie, vocatie,

dag van onheil   doemdag, ongeluksdag, pechdag

dag van toorn   dies, irae

dagverhaal   journaal

dagvlieg   eendagsvlieg, haft, oeveraas

dagvlinders   admiraal, argusvlinder, atalanta, blauwtje, blauwneusje, citroenvlinder, citroenvlinder, dagpauwoog, dikkopje, distelvlinder, heivlinder, hesoeridae, kapel, knollenwitje, koninginnenpage, koningsmantel, koolwitje, lycaenidae, non, nummervlinder, nymphalinae, oranjetipvlinder, page, papillionidae, parelmoervlinder, pieridae, satyrinae, schoenlapper, vuurvreter, witje, zandoogje

dag voor vandaag - gisteren

dagvorstin - zon

dagwaak   reveille, wektrommel

dag waarop geen beurs wordt gehouden - beursvacantie

dag waarop er mis is – misdag

dagwerk - arbeid, dagloner, dagtaak, dagwerker, landarbeider

dagwijdte   doorgangsruimte

dagwijzer   agenda, almanak, kalender

dag worden - dagen, dageraad, gloren, krieken

dagzitting - seance

dag- of nacht vóór een R.K. feestdag - vigilie

dagzijde van een muuropening   kantelaaf

dagzijde van een voorgevel – buitenkant

dahlia - knolgewas

dahliasoort - bizarre, deca, hart, pompette

Dahomey, bevolkingsgroep in - Adja, Aizo, Bariba, Fon, Joroeba, Peuhl, Somba

Dahomey, haven in - Cotonou

Dahomey, hoofdstad van - Porto-Novo

Dahomey, stad in - Abomey, Kotonoe, Ouidah

Daidalos, schepping van - Labyrint

Daidalos, zoon van - Ikaros

daim   hertenleer

daimino (Jap.)   edelman, grootgrondbezitter

Dajak; s, activiteit van de - koppensnellen

dak   bedekking, beschutting, daklaag, dek, dekstuk, geveldak, harddak, helmdak, kap, kerkdak, leidak, overdekking, pannendak, puntdak, rietdak, strodak, tectum, tegmentum, tentdak, terrasdak, torendak, weekdak, zaagdak, zodendak

dak boven denkvermogen - hersenkas, hersenpan, kruin,

schedeldak



dak van de middenhersenen - vierheuvelplaat

dak van de wereld - Pamir (gebergte)

dak van zeildoek - velum

dakbalk   bint, dwarsbal, hanenbalk, spant

dakbedekking – asfalt, atap(Ind.), beverstaart, daklei, dakpan, deklei, eterniet, glas, glui, golfijzer, lei, lood, mastiek, net, pan, plaatijzer, riet, sirap, stro, zink

dakbedekking voor schuren - golfplaat

dak, deel van een - bebording, beschieting, dakschild, dakvlak, gebint, goot, gording, hoekkeper, kap, kil(leper), nok (lijn), panlat, schotwerk, spant

dakdekker – pannelegger, rietdekker

dakgebint – hanenbalk, kapspant, spant

dakgoot - regenafvoer

dakhaas   kat, (lapjes)kat, poes

dakkamer - akkeneel, arkeneel, arkenijl, mansarde

dakkapel   arkel, dagvlinder, dakkoekoek, dakvenster, erker, koekoek, zolderlicht

daklat – panlat

daklei - schalie

daklook   huislook

dakloze – bedelaar, clochard, thuisloze, zwerver

dakoverkoepeling - roef

dakoversteking - afdak

dakpan – tichel, vorstpan

dakpanstrowis - dok

dakraampje   koekoek

dakrand   goot, nok, vorst

dakrib van de binnenhoek van twee dakschilden - kielkeper

dakruiter   koepel

daksoort - lessenaarsdak, platdak, schilddak, sheddak, tentdak, zaagdak, zadeldak

dakspan – beverstaart, hanenbalk, kapgebint, spantrib

dakspant - hanenbalk, kapgebint

dakspar - keper, spoor

daksteun - hanenbalk

dakstoel – kapspant

dakterras – daktuin

daktorentje – dakruiter, pinakel

dak van een huis - kap

dakvenster - abatjour, 11daklantaren, 7koekoek, koekuit, kijkuit,

lucarne, oeideboeuf (rond), vallicht



dakverblijf - terras

dakvorm   kegeldak, kruisdak, lessenaardak, mansardedak, schilddak, sheddak, tentdak, torendak, wolfsdak, zaagdak, zadeldak

dakvormige overkoepeling   roef

dal   aarde(fig.), canyon, canon, del, diepte, doline, inzinking, ketel, keteldal, laagte, tranendal, vallei

dal bij Düsseldorf - Neanderdal

dal bij Jeruzalem - Gehenna

dal in een eertijds vergletsjerd gebied - trogdal

dal in een woestijngebied - aroyo wadi

dal in Israël – Zebulon

dal in Limburg - Geuldal, Maasdal



dal in oud-Griekenland - Nemea

dal in Thessalië - Tempe

dal in Zwitserland - Engadin

dalbergia – blackwood, rozehout

dalen   afkomen, afnemen, afzakken, belanden, landen, neergaan, neerkomen, omlaaggaan, ondergaan, teruglopen, vallen, verminderen, (weg)zakken, zinken,

dal bij Dusseldorf waarin een fossiel menselijk skelet werd gevonden - Neanderdal

dalend – afgaand, neergaand

dalen in water - zinken

dalgedeelte waarover geen water meer stroomt   torso, terras

dal in de duinen   del, duinpan

dal in een eertijds vergletsjerd gebied   trogdal

dal in een woestijngebied   wadi, aroyo

dal in Limburg   Geuldal, Maasdal

dal in Thessalië   Tempe

dal in Zwitserland   Engadin

dal tussen de duinen – del

daling - afdaling, arsis, beweging, helling, regressie, vermindering

daling (dichtk.) - thesis

daling van barometer - depressie

daling van de geldwaarde - inflatie

daling van koersen   baisse, krach

dalkruid   salomonszegel

dalles – armoe(de)

(alles of) dalles   niets

Dalmatisch zeeschip - liburne

Dalmatische eilanden, een van de -

3 Krk, Pag, Rab, Vis

4 Brac, Cres, Hvar

5 Mjlet


7 Korcila, Lastovo

dalopvulling   aggradatie, alluvium

daltonisme - kleurenblindheid

dalven – bedelen, zwerven

dalver - zwerver

dalveren   bedelen, schooieren, slenteren, zwerven

dalvorm   canon, kloof, trogdal, vallei

dam - afsluiting, dijk, erf, grondgebied, keerdam, lee, penant, plein, schijf (dambord), stuw, stuwdam, waterkering

dam in de richting van de loop van de rivier - strekdam

dam in zee - pier, golfbreker

dam met sleephelling - overtoom

dam of keerdam in vaarwater - stuw

dam om de stroom in een rivier te breken - krib, stroombreker

dam om de stroom van een rivier te leiden - krib

damar – hars

damast – tafellinnen

damastachtig linnen – grenadine

dambaas - schuurbaas, walschipper

dambezie - jeneverbes

dame   lady, madame, mevrouw, njonja, nonna, tafeldame, vrouw

dame die een der schone kunsten beoefent - kunstenares

dame die niet ten dans wordt gevraagd   muurbloem(pje)

dame du palais   hofdame

dame van gemengd bloed   (Ind..) nonna

dame op leeftijd - matrone

dame te paard - amazone, paardrijdster

dame van gemengd bloed - (Ind.) nonna

dame van verdachte zeden - del, hoer, lichtekooi, prostituee

dame (Indiase) van hoge rang - Begum

damesbaret - toque

damesblad - Eva, Libel, Libelle, Margriet, Opzij, Story, Viva

damesbloesje zonder mouwen - figaro

damesborstspeld - sevigne

damesdracht - Boa, japon, queue, rok, voile, zie ook kledingstukken

dameshalsbont - boa

dameshalsdoekje   tissu

dameshalskraag - frees (geplooid), gorgerette

dameshandschoen - mitaine

dameshandwerk - breien

dameshoed   baret, chasseur, kapothoedje, matelot, toque

dameshoedje - kapje

dameshondje -

4 Ruby


8 Blenheim, maltezer, pinscher

9 brabançon, chihuahua, dwergkees, pekingees

10 chichauhuam, pomoranian

11 dwergpoedel, leeuwhondje, schippertee

13 dwergépaneul, dwergpinscher, vlinderhondje

14 dwergschnauzer



damesjakje   bolero, figaro, spencer

damesjapon   robe

damesjas - mantel

dameskamer   boudoir

dameskapsel (zeker) - bergere

dameskapster   coiffeuse

dameskleding – beha, blouse, boa, japon, jurk, rok,slip, toilet

dameskleed - sak

dameskleermaakster - coupeuse

dameskostuum – mantelpak(je)

dameskous – nylon, panty

damesmantel, met bont afgezet - pellies

damesmantel, wijde - swagger

damesmanteltje   anorak, bolero, bontjas, mantiila (mouwloos), paletot, topper

damesmodekleermaker - couturier

damesmutsje   paresseuse, toque

damesonderbroekje - slipje

damesondergoed – B.H., beha, bra, broek, chemise, dessous, directoire, korset, lingerie, onderjurk, onderlijfje, panty, slip, stepin

damespaard   hakkenei, telganger

damesparaplu – naaldparaplu, ombrelle, tompoes, (kort), umbrella

damesparasol   ombrelle

damesschoen   flat, opank, pump

damesschoen met hoge hak - pump

damesschoudermantel - pelerine

damessluier - volle

damestasje - reticule

damestrui - jumper

damestrui met vest – twinset

damesvertrek - boudoir

dame te paard - amazone

damherten - dama

damhertleer - daim

damiaatjes   kerkklokjes

dam in het water - lee, stuw, waterkering

dam in zee – golfbreker, hoofd, strekdam, pier

dammaat - dagmaat, deimt

dammen   damspelen

dammer   damspeler

damp - mist, nevel, rook, smook, smoor, stoom, uitwaseming vapeur(Fr), waas, walm, wasem

damp van zich geven - roken

dampafzuiger - wasemkap

dampbad – fumigatie, sauna, stoombad

dampbron   fumarole, (zwavel), mofette (koolzuur), solfatore (zwavelwaterstof)

dampen   misten, roken, smoken, smoren, stomen, uitwasemen, walmen, (uit)wasemen

dampig – dompig, dijzig, heiig, kortademig, mistig, nevelig, vochtig, wasemig, wazig, zerig,

dampkap - afzuigkap

dampkring   atmosfeer, bovenlucht, ether, ionosfeer, luchtlaag, lucht, luchtruim, luchtzee, sfeer, stratosfeer

dampkring, laag in de - exosfeer, ionosfeer, mesosfeer, stratopauze, stratosfeer, thermosfeer, tropopauze, troposfeer

dampkring, samenstellend deel van de - argon, dadon, helium, jodium, koolzuur, krypton, neon, ozon, stikstof, waterstof, zuurstof

dampkringbeschrijving – aërografie

dampkringkunde - atmosferologie

damklank - vloedplank

dampost   post

dampvormig element - gas


  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   17


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina