Dakloze kinderen



Dovnload 11.45 Kb.
Datum26.07.2016
Grootte11.45 Kb.
Dakloze kinderen
Stel je voor, Je woont samen met je ouders en 6 broertjes en zusjes in een klein huisje op het platteland. Je vader is alcoholist en het weinige geld dat hij verdient, geeft hij uit aan drank. Omdat jij en je familie toch geld nodig hebben om van te leven, besluit je naar de grote stad te trekken, in de hoop daar werk te kunnen vinden. Een baan vindt je niet, maar je moet toch ergens van leven, dus je probeert wat geld te verdienen met schoenpoetsen, bedelen, stelen en auto’s wassen. Als je een meisje bent, kom je hoogstwaarschijnlijk in de prostitutie terecht. Elke dag heb je honger, je slaapt met één oog open omdat je elk moment weggejaagd of vermoord kunt worden.
Alsof dat allemaal niet erg genoeg is, heb je grote kans om longontsteking, hepatitis, tuberculose of Aids op te lopen. Dit is de realiteit voor veel kinderen in ontwikkelingslanden.
De feiten op een rijtje
• Over de hele wereld leven meer dan 100 miljoen kinderen
op straat
• Als je elke seconde één straatkind telt ben je (zonder
pauze te nemen!) 3 1/2 jaar bezig
• Ongeveer 120 miljoen kinderen tussen 6 en 11 jaar
kunnen nooit naar school
• 3,5 miljoen kinderen overlijden jaarlijks aan ziektes die
makkelijk te genezen zijn, zoals verkoudheid of griep
• 1 op de 5 straatkinderen is jonger dan 15 jaar

100 miljoen straatkinderen
zonder huis
zonder school
zonder gezond eten
zonder liefde
zonder hoop ...
Het verhaal van Deum Sophana

Sophana (in Cambodja zeggen ze je achternaam eerst) woont in Cambodja, in de hoofdstad Phnom Penh. Hij groeit op in Bos Khnor, een dorp honderd kilometer ten noordoosten van Phnom Penh. Zijn ouders en twee broers wonen op een kleine boerderij met twee koeien en proberen van de opbrengsten te leven. Zijn vader Sophorn verdient wat bij als kleine zakenman, maar is verslaafd aan alcohol en mishandelt zijn moeder Tha. Als zijn moeder zwanger is van Sophana, loopt zijn vader weg. Sophana’s moeder gaat achter hem aan. Tijdens deze zoektocht wordt Sophana geboren. Sophana’s moeder moet terugkeren naar het dorp. Ze wordt depressief en raakt aan de drank. Omdat hun vader er niet meer is, komt er geen geld meer binnen, en om te kunnen overleven moet Sophana’s moeder het land, de boerderij verkopen. Zijn twee oudere broers gaan naar de stad. Sophana blijft achter met zijn depressieve moeder.


Wanhopig besluit hij zijn broers te gaan zoeken in Phnom Penh. Maar zijn broers vindt hij niet en dan lukt het hem niet meer om terug naar huis te komen. In Phnom Penh moet Sophana overleven op de straat. Hij eet uit vuilnisbakken en wordt vaak met een emmer sop van zijn slaapplaats de winkelstoep afgeveegd. Hij wordt opgenomen in een straatbende. De bendeleden dwingen hem om te stelen en te bedelen. Ook geven ze hem vaak drugs, waardoor Sophana verslaafd raakt. Na een paar keer flink in elkaar te zijn geslagen door de politie besluit Sophana de bende te verlaten. Hij krijgt een baantje in de haven, maar om aan zijn drugs te komen gaat hij toch weer terug naar de bende. Dan krijgt Sophhana een longziekte. Op een avond ligt hij koortsig en uitgeput onder een boom.

Daar ziet een oude vrouw hem en neemt hem mee naar het Bamboo Shoot Children’s Centre. Eerst durft hij daar niet naar binnen te gaan. Als straatkind leer je om volwassenen niet te vertrouwen.

Dagenlang hangt hij rond in de buurt van het centrum. Na een paar gesprekken met straatwerkers uit het centrum die zelf ook straatkind geweest zijn, besluit hij het er toch maar op te wagen. In het straatkinderencentrum gaat het al snel beter met Sophana.
Hij herstelt van zijn ziekte en kickt af van de drugs. Hij mag naar school en na een tijdje kan hij bij een adoptiefamilie geplaatst worden. Hij werkt 20 uur per week voor World Vision. Hij leert straatkinderen over de gevaren van drugs, over hun rechten en hoe ze beter voor zichzelf kunnen zorgen. Natuurlijk verwijst hij ze ook door naar het straatkinderencentrum. Zijn broers zijn intussen teruggekeerd naar het dorp en zorgen voor zijn moeder.

Het leven op straat

Het leven op straat is erg gevaarlijk. Straatkinderen worden gezien als grofvuil, en zo worden ze dan ook behandeld. Als straatkind loop je grote kans om vermoord te worden. Politieagenten sturen zonder reden kinderen naar de gevangenis. Rijke burgers die bang zijn dat al die straatkinderen voor hun winkel klanten weg zullen jagen, huren doodseskaders in om de kinderen te vermoorden. (Doodseskaders zijn groepen (ex)politieagenten en beveiligingsbeambten die nu werken als huurmoordenaars.) Straatmeisjes hebben het extra zwaar. Ze worden door politieagenten gedwongen om met ze naar bed te gaan. Soms betalen de agenten de meisjes met drugs. Veel meisjes worden gedwongen om als prostituee te werken. De meisjes die als prostituee werken, worden geslagen door hun klanten en gedwongen dingen te doen die ze eigenlijk niet willen.


Bovendien lopen ze grote kans om besmet te worden met Aids. Doordat de omstandigheden waar de straatkinderen in leven niet bepaald schoon zijn, lopen ze grote kans op ziektes. Longontsteking, tuberculose en hepatitis zijn ziektes die veel voorkomen onder straatkinderen. Omdat de kinderen geen geld hebben om naar de dokter te gaan, sterven ze aan de ziektes.
Om hun ellendige omstandigheden een beetje te vergeten gebruiken veel straatkinderen drugs. Ze snuiven lijm, of gebruiken cocaïne of heroïne. Al deze drugs zijn erg gevaarlijk, omdat ze grote schade toebrengen aan de hersenen en het lichaam (nieren, lever, neus). Deze schade kan net meer hersteld worden, en kan er uiteindelijk toe leiden dat het kind eraan sterft. Bovendien zorgen de onhygiënische naalden voor een grote kans op ziektes als Aids.




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina