Dank u voor deze nieuwe morgen, G/d em Dank u voor deze nieuwe dag, c em/D



Dovnload 0.55 Mb.
Pagina3/3
Datum22.07.2016
Grootte0.55 Mb.
1   2   3

Melodie: Bohemian Rhapsody Kerstmis

Kerstmis, een nieuw begin, Oorlog en hongersnood,

het oud jaar haast voorbij, aan de orde van de dag,

veel vreugd voor jou en mij als je ‘t lijden toch eens zag


Kerstmis, feest voor allen hier, Vrede is toch mogelijk,

maar is het wel een feest voor iedereen want zijn we niet op aarde voor elkaar


Kerstmis, ooooh……… Kerstmis, ooh………

Denk toch eens aan hen, Reikt elkaar de hand,

die sterven van de honger in de wereld en laat de vrede komen van de kinderen,

ooh, ooh, alsof niemand om ze geeft oooh, ooh, vrede door de kinderen


92.

Kleine cafe aan de haven

De avondzon valt over straten en pleinen Am

de gouden zon zakt in de stad Am/E

en mensen die moe in hun huizen verdwijnen

ze hebben de dag weer gehad E/Am

De neonreclame die knipoogt langs ramen

‘t motregent zachtjes op straat Am/Dm

de stad lijkt gestorven toch klink er muziek Dm/Am

uit een deur die nog wijdt openstaat E/A
Refrein:

Daar in dat kleine cafe aan de haven A

daar zijn de mensen gelijk en tevree A/E

daar in dat kleine cafe aan de haven D/A

daar telt je geld of wie je bent, niet meer mee E/Am
De toog is van koper toch ligt er geen loper

de voetbalclub hangt aan de muur

de trekkast die maakt meer lawaai dan de jukebox

een pilsje dat is er niet duur

Een mens is daar mens, rijk of arm ‘t is daar warm

geen monsieur of madam, maar wc

waar ‘t glas is gespoeld in ‘t zuiverste water

ja ‘t is daar een heel goed cafe


Refrein
De wereldproblemen die zijn tussen 2 glazen bier opgelost voor altijd

op je een de rand van een bierviltje staat daar je rekening

of je staat in het krijt

‘t enige dat je aan eten kunt kopen

dat is daar een hard gekookt ei

de mensen die zijn daar gelukkig gewoon

ja de mensen zijn daar nog blij
Daar in dat kleine cafe ……… (3x)

93.


Opzij, opzij, opzij

Opzij, opzij, opzij Am

maak plaats, maak plaats, maak plaats

wij hebben ongelofelijke haast Am/Dm/Am


Opzij, opzij, opzij

want wij zijn haast te laat

wij hebben maar een paar minuten tijd
We moeten rennen, springen C

vliegen, duiken, vallen, opstaan

en weer doorgaan C/Am

We kunnen hier niet langer, C

we kunnen hier niet langer blijven staan C/Am
Een ander keer miscchien

dan kunnen we wel blijven

en kunnen dan misschien

als het echt moet

Wat over koetjes, voetbal

en de lotto praten

nou dag, tot ziens, adieu

het ga je goed

 94.



Het piratenlied


 Zootje ongeregeld G

je moet nog heel wat leren G

 voordat je in de kringen van piraten mag verkeren C/G

 zoals je hier nu rondloopt lijkt ‘t werkelijk nergens naar, D/C/G

 als wij je moeten drillen, zijn we daar nog niet mee klaar D/B/Em/C

 Jullie zijn de klost dit keer, D

 een weg terug is er niet meer. C/D


He, he wees een beest, G

dat door elke landrot wordt gevreesd, C

laat zien dat je de beste bent, D

en de piratenregels kent. G (2e x: G/D/G)

C-C-D/C-D-G




 Stelletje slampampers,

 denken jullie er te wezen,

 van dat rare denkbeeld zullen wij je snel genezen,

 piraat zijn is geen pretje als je dat soms denken mocht,

 sufkoppen en droogstoppels worden hier dus niet gezocht.

 Jullie zijn de klos dit keer,



 een weg terug is er niet meer.

He, he wees een beest …



 Luie landkamelen,

 je kunt ons niet meer ontsnappen,

 kaper zul je worden eerder zullen wij niet kappen,

 tranen, zweet en bloed zijn vanaf nu je daaglijks lot,

 en als dat nog niet genoeg is schelden wij je graag verrot.

 Jullie zijn de klos dit keer,



 een weg terug is er niet meer.

He, he wees een beest …



 95.




Guus kom naar huus
Guus kom naar huus want de koeien staan op springen D

de varkens mutten eten en het hooi mut van het land D/A

Guus kom naar huus want er beuren rare dingen G/D

dat kan toch zo niet doorgaan, Guus wat is er aan de hand A/D

 Guus Utenwaard is een week of wat gelejen C



 toen-ie terugkwam met zien trekker van ‘t hooien van ’t land C/G

 met een behoorlijk flinke vaart tegen de koeienstal gerejen F/C

 zien trekker total’loss en zien kop in ’t verband D/G

 Nu kan een boer niet zonder trekker dus een nieuwe mos er komme F/C

 de schoenendoos wer omgekeerd en ‘t kapitaal geteld F/C

 en op Zaterdag heb Guus de buus naar Rotterdam genomme F/C

 en in zien binnezak had Guus een flinke boerentiet met geld D/G

Guus Utenwaard had zich nog nooit in een stad begeven C



 hij kent alleen ‘t dorp, ‘t land, de oude boerderai C/G

 zien hait het vroeger zaid: “das waar de wilde waien leven F/C

 die voor een stuver mee naar boven gaan voor de vraierai D/G

 daar krieg-ie grote puusten van want al die waiven uut de steden F/C

 leven daar in zonde want die gaan nooit naar de kerk F/C

 alleen naar grote feesten waar ze in excessen delen F/C

 ja de duvel in de steden het daar flink wat overwerk” D/G

 Guus kom naar huus … D-D/A-G/D-A/D



 Guus Utenwaard liep daar constant aan te denken

 toen ergens in de binnestad een struiser tot hem zei:

 “he, ga je mee ‘k weet waar ze een lekker neutje schenken daar komen enkel mensen met manieren zoals jij”

 Huize Constance geeft je een kans, schat kom je lekker mee naar boven en Guus dacht aan de pastoor ‘t wist dan kom ik in dehel

 die blote billen, naakte waiven, Guus die kon ‘t niet geloven

 dat had een Utenwaard nog nooit ervaart, maar Guus had ‘t nu wel

 Guus kom naar huus …



 Guus Utenwaard kreeg de smaak nu goed te pakken

 en kocht geen grote trekker, maar een snelle Amerikaan

 daar scheurt-ie mee naar Rotterdam om flink daar door te zakken

 met alleen de wilde waiven, maar zien koeien laat-ie staan

 ‘t hele dorp spreekt schande over Utenwaard en zien manieren

 en pastoor zegt: “nou die Utenwaard die komt vast in de hel”

 maar Guus vergat zien boerderai, ‘t land en al zien dieren

 spandeerde heel zien schoenendoos aan ‘t wilde waivenspiel

 Guus kom naar huus … (2x)




96.
Een eigen huis


 Ik kan niet zeggen dat ik iets tekort kom Cm

 geen idee geen benul wat de smaak van honger is Bes

 Als ik vandaag geen zin heb om te koken G#m

 dan loop ik even naar de markt voor een moot gebakken vis G7

 En als ik morgen geen zin om te werken

 dan stel ik al het werk tot overmogen uit

 En als de kleuren van m’n huis me irriteren

 dan vraag ik of de buurman het vandaag nog overspuit



Een eigen huis D#



Een plek onder de zon Bes

En altijd iemand in de buurt Cm

Die van me houden kon Bes

Toch wou ik dat ik net iets vaker, iets vaker G#/Bes

Simpelweg gelukkig was Cm/Bes




Coda: G# Bes/G Cm/G# Fm/G7

G# Bes/G Cm/G# /G

 Ik kan niet zeggen dat ik iets tekort kom Cm

 Geen idee geen benul wat gebrek aan liefde is Bes

 Vandaag kocht ik m’n 3e videorecorder G#m

 Van nu af aan is er dus geen programma dat ik mis G7

 M’n vader en m’n moeder zijn nog allebei in leven



 dankzij hun heb ik een fijne jeugd gehad

 En voordat jij en ik vanavond vroeg onder de wol gaan

 Gaan we met z’n tweeen 3 keer uitgebreid in bad



97.

Jan Klaassen


Refrein:

Jan Klaassen was trompetter in het leger van de prins C/G/C/G

hij marcheerde van Den Helder tot Den Briel C/F/G

hij had geen geld en hij was geen held F/G

en hij hield niet van het krijgsgeweld C/Am

maar trompetter was hij wel in hart en ziel F/G/C

 Het leger soeg z’n tenten op voor Alkmaar in ’t veld Am/G



 en zolang geen vijand zich liet zien was iedereen een held Am/E

 de kroeg werd als strategisch punt door ‘t hoofdkwartier bezet Am/G/F/E

 de officier brulde: Jan, kom speel op je trompet C/F/E

 Ze werden wakker in de goot, in de morgen kil en koud Am/G

 Maar Jan Klaassen sliep in de armen van de dochter van de schout C/F/G
 Refrein

 De prins sprak op inspectie tot de majoor vvan de compagnie



 ik zag hier alle stukken wel van mijn artillerie

 ja zelfs dat kleien in uw kraag en dat blond in uw bed

 maar waar zit dat stuk ongeluk van een Jan met z’n trompet

 en niemand die Jan Klaassen zag, die bij de stadspoort zat

 en honderd liedjes speelde voor de kinderen van de stad
 Refrein
Jan Klaassen zei vaarwel m’n lief, ik zie je volgend jaar

 wanneer de lente terugkomt dan zijn wij weer bij elkaar

 de winter ging, de zomer kwam de oorlog was voorbij

 maar ‘t leger si nooit teruggekeerd van de Mokerhei

 Geen mens die van Jan Klaassen ooit iets teruggevonden heeft

 maar alle kinderen kennen hem, hij is niet dood, hij leeft

 Refrein


 98.

Doopliedje

 Eentje is de eerste, de eerste, de eerste F#/B F#



 ja eentje is de eerste de eerste, de eerste loopt voorop F#/C# G

 Ti dom, ti dee ik vind het een dom idee F#

 Ti dom, ti dee we lopen gewoon maar mee C#

 Ti dom, ti dee al weten we niet waarheen F#/B

 O, het doet er niet toe we laten hem niet alleen C#/B F#

 Ti dom, ti dee we zingen het hoogste lied F#

 Niet dom, idee we weten de woorden niet C#

 Joegee, joegee we maken een lange rij F#/B

 En van de hoepeldepoep we houden eerste bij C#/B F#


 99.


We are the world

 There comes a time, C

 when we hear a certain call, F/G/C

 when the world must come together as one F/G/C

 There are people dying, Am

 and it’s time to lend a hand, Em

 to life the greatest gift of all F/Gsus4 /G

 We can’t go on,



 pretending day by day,

 that someone will soon make a change

 We are all part of,

 God’s great big family

 and the truth you know love is all we need

 Refrein:



We are the world F

we are the children G/C

we are the ones who make a brighter day F/G

so let’s start giving C

There’s a choice we making Am

We’re saving are own lifes Em

It’s true we make a better day just you and me F/G/C

 Well send them your heart



 so they know that someone cares,

 and their lifes will be stronger and free

 As God has shown us,

 by turning stone to bread

 So we all must lend a helping hand

 Refrein



 When you down at out G#

 and there seems no hope at all Bes/ C

 Nut if you just believe, G#

 there’s noway we can fall Bes/ C

 Well, well, let’s realize Am

 that the change can only come Em

 when we will stand together as one F/ Gsus4/ G

 Refrein




 100.


SUPERFORMIWELDIGEINDEFANTAKOLOSACHTIG

 Refrein:



 Superformiweldigeindefantakolosachtig

 ‘t is weer eens wat anders dan reusachtig

 mooi en prachtig,

 Als je dat kan zeggen

 is het meesterlijk en machtig

 Superformiweldigeindefantakolosachtig

 Domdideldidekdom dideldee



Wanneer je iemand zeggen wil

 hoe fijn je iets vind

 Dan zeg je dat is leuk of aardig

 dat weet ieder kind

 Maar als je nu iets wilt zeggen

 dat het alles slaat

 Is dit het woord hoewel het niet inde woordenboeke staat

 Refrein



 Kleine Jantje maakt een opstel

 en had daarin voor de pret

 Dit woord ‘r wel een keer of 5 6 7

 in gezet

 De meester zei spontaan:

 Ha, ha zoiets heb ik nog nooit gezien

 En Jan die altijd drieen had

 kreeg deze keer een tien

 Refrein



 Wanneer je dit woord goed gebruikt

 dan heb je daar wat aan

 en krijg je als groter bent

beslist een goede baan

 En weet je verder niets maar

 vind je toch een flinke vent

 En jij wordt op z’n minst toch wel

 ministerpresident

 Refrein





 101.


Berkelwood (melodie “Het is een nacht) Guus Meuwis

 Je denkt soms dat je superman bent Em/G



 De held van het doek die iedereen kent C/D

 In de film kun je dan ook iedereen aan ??????????

 Maar wacht maar tot je jezelf voor de spiegel ziet staan

 Je ontdekt dan het is allemaal schijn C/G

 Je bent niet zo breed als je zou willen zijn

 Je bent niet bang, maar waar is al je moed

 Denk dan wel je bent in Berkelwood

Refrein:



In Berkelwood

Hoef je een week lang niet jezelf te zijn

In Berkelwood

Ben je een filmster ook al ben je klein

In Berkelwood ontmoet je glamour, glitter

Soms ook verdriet

Maar ‘t is vooral een plek waar je geniet

 Je voelt jezelf net Marilyn Monroe



 Je witte jurk waait op, je styeelt elke show

 OP het witte doek met een knappe vent

 Denk je soms dat heel wat bent

 Maar als je ‘s avonds laat alleen in je bed

 Je je ogen sluit, geen mens op je let

 Komt er een traan, ‘t speelt op je gemoed

 Denk dan welk je bent in Berkelwood

 Refrein 2x




 102.




Agrabah
 Wat ik nu vertel is waar Am/ G

 zomaar elke duizend jaar F/ Em

 komt er een stadje uit het zand F/ G Am

 Niemand weet waar dat zal zijn C/ G



  • Is het groot of is het klein? F/ Em

Leven er mensen in dat land? F/ G Am

  • Ja, er staat een zelfs een paleis G/

  • het is een oosters paradijs Am G/Am

  • We zijn in Agrabah beland! F G/ Am

Refrein:

Eens in de duizend jaar Am/ G

ik weet het klink raar F/ Em

komen wij terug met Agrabah F/ G Am

en elke duizend jaar C/ G



  • worden je dromen waar F/ Em

beleef het mee in Agrabah F/ G Am

 Zo is het niet altijd geweest



 maar de goede blauwe geest

 schonk ons dit eeuwige bestaan

 Hij voorkwam een grote ramp

 nog gekluisterd aan zijn lamp

 hielp hij ons Lafar te verslaan

 en uit dank werd hij bevrijd

 tot het einde van de tijd

 mag hij zijn eigen gang nu gaan

Refrein

 Onlangs midden in de nacht



 niemand had het ooit verwacht

 de hele stad schrok ervan op

 Uit de ramen van ‘t paleis

 klonk een jammerlijk gekrijs

 heel Agrabah stond op z’n kop

 Onze Aladdin verdween

 weggetoverd naar ‘t scheen

 In ‘t schimmenrijk loste hij op

Refrein
Blij en hoopvol zijn wij niet

 overmeesterd door verdriet

 klink ons geweeklaag en gezucht

 Ons verblijf hier duurt niet lang

 dus zijn wij bevreesd en bang

 komt hij weder en dan vlug

 Onvoorstelbaar is ons leed

 Overal hoor je de kreet:



  • Help ons, breng Aladdin terug!

  • Refrein




1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina