Datum : Module kantoor Administratie & Financiële afdeling Vraag Toelichting



Dovnload 107.22 Kb.
Datum20.08.2016
Grootte107.22 Kb.




Arbo checklist

Bestemd voor :

:

:




Rapportage :

Autorisatie : -Bedrijfsarts

-Arbeids- en Organisatiedeskundige

-Veiligheidskundige

-Arbeidshygiënist



Datum :

Module kantoor
Administratie & Financiële afdeling
Vraag Toelichting
A Gebouwen en materieel
1. Nooduitgangen spelen een rol bij het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand of ontvluchting. Of er één of meer nooduitgangen moeten zijn hangt af van de volgen­de factoren:

1. niveauverschillen tussen vloeren;

2. aantal aanwezige personen;

3. aanwezigheid van brandgevaarlijke stoffen;

4. maakt een werklokaal deel uit van een bedrijf dat brandgevaarlijk is door de daarin aanwezige stoffen, de inrich­ting, bouwwijze of ligging;

5. toegang direct naar buiten. (VBF, art. 33 t/m 43).


Over het algemeen geldt voor kantoren:

1. niet altijd op de begane grond;

2. vaak niet meer dan tien personen;

3. geen gebruik van brandgevaarlijke stoffen;

4. bij onvoldoende brandwerende afscheiding van werkplaats, dan maakt het kantoor deel uit van een brandgevaar­lijk bedrijf;

5. toegang tot het kantoor is meestal binnendoor.



Op grond van de punten 1, 4 en 5 kan worden geconcludeerd dat voor de grotere kantoren een tweede uitgang is ver­eist, die zoveel mogelijk gesitueerd moet zijn in tegenovergestelde wanden. Een standaard deur, breder dan 75 cm met boven de deur een bordje 'Nooduitgang' voldoet aan de eisen. In sommige gemeenten zijn op grond van gemeentelijke verordeningen en brand­weer­voorschriften nog extra eisen gesteld aan nooduitgangen. Plaatselijke omstan­digheden maken beoordeling door een deskundige noodzakelijk. De nooduitgang en vluchtroute moet veilig zijn, voorzien van noodverlichting en beweg­wijzering volgens het Besluit Veiligheids­signalering op de ar­beidsplaats en NEN 3011 en vrij van obstakels. De uitgang moet naar buiten openen. Brandgan­gen en noodtrappen­huizen moeten vrij van rook gehouden kunnen worden en evenals de branddeuren van brand­werend materiaal zijn vervaardigd. Klapdeuren dienen van een doorzichtig deel te zijn voorzien. De toegang naar de werkplekken mag niet belemmerd worden door prullenmanden, dozen, losliggende kabels, e.d.
2. Voor bestaande kantoorwerkplekken wordt aanbevolen per werkplek ca. 8 m2 te reserve­ren. Per ruimte waarin kantoorwerk wordt verricht wordt 1 m2 gereke­nd als toe­gangstoe­slag. Onder een kantoorwerkplek wordt verstaan een werkplek met de volgen­de elementen: kantoorstoel, werktafel, bergruimte onder de werkta­fel, staande kast en beeldschermopstelling. Voor een extra staande kast wordt 1m2 gerekend. Voor een staande kast minder wordt 1 m2 van de benodigde vloerop­pervlakte afgetrokken. Voor het aantal werknemers moet een geheel getal worden ingevuld, namelijk het maximaal aantal dat normaliter in het vertrek werkt. Voor nieuwbouw gelden dezelfde waarden, niet als aanbeveling maar als eis.
3. Op plaatsen met brandgevaar dienen voldoende brandblusmiddelen aanwezig te zijn. Deze middelen moeten in goede staat verkeren en minstens eenmaal per jaar worden gecontroleerd. De middelen moeten goed zichtbaar en bereikbaar zijn. Over het alge­meen zal naast de toegang en de nooduitgangen een poederblus­ser van 7 kg aanwezig moeten zijn. Veelal zullen brandweer en verzekering hogere eisen stellen. De brand­slanghaspel wordt vaak gekozen om de continuïteit van het blusmiddel (VBF, art. 12 t/m 18, 20).


Vraag A





Ja

Nee

n.v.t




A Gebouwen en materieel













1. Zijn de vereiste nooduitgangen aanwezig?










Zo ja: zijn de nooduitgangen vrij van obstakels, zijn ze goed zichtbaar en bereikbaar? (materiaal voor nooddeur)










2. Voldoet de vloeroppervlakte aan de eisen?










3. Zijn brandblusmiddelen vrij van obstakels, goed zichtbaar en bereikbaar?









Vraag Toelichting
B Daglicht en verlichting
1. Wettelijke eisen voor daglichttoetreding (bij plaatsgebonden werk) zijn:

de gezamenlijke oppervlakte van de lichtopeningen waardoor daglicht naar binnen kan komen moet ten minste gelijk zijn aan (1/20 deel van de vloeroppervlakte van het vertrek (VBF, art.8; BA, bijlage 1 en II, punt 8; P 186).


2. In een ruimte waar arbeid wordt verricht moet rechtstreeks invallend zonlicht kunnen worden geweerd. De werkne­mer(s) moet(en) zelf de zonwering kunnen bedienen. Voorbeelden van goede zonwering zijn zonne­schermen aan de buitenzij­de van het gebouw aangebracht (tevens goede voorziening tegen teveel warmte in de ruimte) en jaloezieën. Vitrage en getint glas weren het zonlicht onvoldoende (VBF art.'10).
C Klimaat
De temperatuur mag in de winter liggen tussen 20 en 24 graden C. In de zomer mag de temperatuur (omdat men dan meestal minder dik gekleed is) liggen tussen 23 en 26 graden C. Tocht moet zoveel mogelijk worden voorkomen.

Bij klimaatklachten dient een deskundige geraadpleegd te worden. (VBF. div. art: Besluit Arbeidsplaatsen Bijlage I. punten 6, 7 en 10, Bijlage II, punten 6 en 7).


D Inrichting van de werkplek
Voldoet de werkplek aan onderstaande voorwaarden? Ja / Nee
Een kantoorstoel die voldoet aan NEN 1812 is goed. Is de stoel niet gekeurd dan moet deze voldoen aan de volgen­de voorwaarden:

- zitting in hoogte verstelbaar;

- minimaal een lage rugleuning;

- zitdiepte instelbaar (zitting of rugleuning naar voren en achteren in te stellen);

- onderstel draaibaar;

- minimaal 5 poten, voorzien van zwenkwielen of glijdoppen.



Korte, verstelbare armsteunen zijn wenselijk. Alleen indien alle vragen met betrekking tot de kantoorstoel met ja' beantwoord zijn, dan mag u bij Dl 'ja' invullen. In alle andere gevallen moet u met 'nee' antwoor­den.

Vragen B,C en D





Ja

Nee

n.v.t




B Daglicht en verlichting













1. Zijn in deze ruimte daglichtopeningen van voldoende afme­tingen volgens de wettelijke voorschriften aanwezig?










2. Is er een voorziening om rechtstreeks invallend zonlicht te weren.










C Klimaat













1. Klaagt men vaak dat het te warm is? (is koelunit voor­zien)










2. Klaagt men vaak dat het te koud is?










3. Klaagt men vaak dat het tocht?










4. Kan de temperatuur door de medewerker zelf geregeld wor­den?










5. Is de ventilatie van het kantoor gescheiden van de ventila­tie van de werkplaats (geen geur van werkplaats(en) waarneembaar)?










6. Is er mechanische ventilatie of kan het raam geopend wor­den?










D Inrichting van de werkplek













1. Voldoet de kantoorstoel aan de voorwaarden?









Vraag Toelichting
D Inrichting van de werkplek (vervolg)
Voldoet de werkplek aan onderstaande voorwaarden?
2. Een werktafel die voldoet aan NEN 2449 is goed. Is de

tafel niet gekeurd dan moet de werktafel waarop het

beeldscherm staat voldoen aan deze voorwaarden: Ja nee

- minimaal 800 mm diep;  

- minimaal 1200 mm breed;  

- mat, lichtgekleurd oppervlak van werkblad;  

- dikte werkblad maximaal 50 mm;  

- been- en voetenruimte minimaal 600 mm diep

en 600 mm breed;  

- hoogte bij voorkeur instelbaar of een vaste hoogte

tussen 74 en 76 cm  
Alleen indien alle vragen met betrekking tot de werktafel met ‘ja’ beantwoord zijn, dan mag u bij D2 ‘ja’ invullen. In alle andere gevallen moet u met 'nee' antwoor­den.

3a Een beeldscherm dat voldoet aan de NEN-ISO 9241-3 is goed. Is het beeldscherm niet gekeurd dan moet het vol­doen aan deze voorwaarden (P 184): ja nee

- toetsenbord los  

- scherm horizontaal verplaatsbaar (kijkafstand instellen)  

- scherm verticaal op de juiste hoogte in te stellen

(kijkhoogte/hoek instellen)  

- helderheid en contrast instelbaar  

- scherm draaibaar en kantelbaar  

- recht voor de medewerker te plaatsen  
Bij voorkeur donkere tekens op lichte achtergrond (minimaal VGA-kwaliteit). Alleen indien alle vragen met betrekking tot het beeldscherm met ja' beantwoord zijn, dan mag u bij D3a ‘ja' invullen. In alle andere gevallen moet u met 'nee' antwoorden.
3b-d Om te voorkomen dat de werknemer hinder heeft van spiegeling van ramen in een schermbeeld van de computer moet het scherm als volgt zijn opgesteld: niet pal naast het raam en haaks op het vlak waarin het raam zich bevindt. Dat wil zeggen dat het raam niet voor of achter de werknemer mag zijn.
3e Om spiegelingshinder van de (TL-)lampen te voorkomen moeten armaturen worden toegepast die voorkomen dat de lampen zijdelings licht uitstralen (bijvoor­beeld spiegel­optie­karmaturen). 'Kale' TL-balken zijn niet toegestaan.
3f Te droge lucht kan statische elektriciteit opwekken. Wanneer met een beeldscherm wordt gewerkt is het belangrijk dat de lucht niet te droog is. Een relatieve vochtigheid van meer dan 30% is nodig. U kunt temperatuur en relatieve vochtig­heid zelf meten door een thermometer en hygrometer op te hangen (zie ook 'klimaat).
4. Printers

Bij gebruik van lawaaiige printers, bijvoorbeeld matrixprinters, wordt aanbevolen deze in een aparte ruimte op te stellen of te voorzien van geluiddempende omkas­tingen.­


5. Voor laserprinters geldt dat deze ozon produceren die in hoge concentraties kan voorkomen bij veelvuldig gebruik van de printer.

Om deze reden wordt geëist dat u een van de drie onderstaande maatregelen heeft getroffen. Beantwoordt u de volgende vragen.

ja nee

- staat de laserprinter zover mogelijk van de



werkplek opgesteld  

- is de ruimte geventileerd?  



- is de printer voorzien van een ozon afvoer?  
Wanneer u bij een van de drie vragen 'ja' heeft geantwoord kunt u bij vraag D5a ‘ja' invullen. In het andere geval vult u 'nee' in. Zie P 184.

Vraag D





Ja

Nee

n.v.t




D Inrichting van de werkplek (vervolg)













2. Voldoet de kantoortafel aan de voorwaarden?










3. Wordt door de betrokken werknemer(s) gewoonlijk min­stens twee uur per dag met een beeldscherm gewerkt?










Zo ja,













a. Voldoet het beeldscherm aan de voorwaarden?










b. Heeft de werknemer het venster aan zijn linker- of rech­terzij­de (niet voor of achter zich)?










c. Staat het beeldscherm zover mogelijk van het venster van­daan? (niet op alle werkplekken)










d. Is er daglichtwering in de vorm van verticale of horizon­tale lamellen aanwezig?










e. Zijn de armaturen van TL-verlichting voorzien van af­scher­ming?










f. Klaagt men vaak dat de lucht te droog is?










4. Maakt u in dit vertrek gebruik van een of meer matrix­prin­ters?










a. Zo ja, staat deze printer in een aparte ruimte opgesteld of is de printer voorzien van een geluiddempende omkas­ting?










5. Maakt u in dit vertrek gebruik van een of meer laserprin­ters?










a. Zo ja, heeft u dan maatregelen getroffen om hinder van ozon te voorkomen (zie toelichting)?








Vraag Toelichting
D Inrichting van de werkplek (vervolg)
6. Kopieerapparaten

Bij het gebruik van kopieerapparaten kunnen klachten over ozon, geluid en warmte ontstaan. In principe horen deze apparaten niet op de werkplek te staan maar in een aparte ruimte te worden opgesteld. Wanneer dit niet kan, bijvoorbeeld omdat er maar één kantoorvertrek is en er worden niet meer dan 5000 kopieën per maand gemaakt kan worden toegestaan het apparaat in het kantoorvertrek op te stellen. In dat geval moet het kopieerapparaat zover mogelijk van de kantoormedewerkers te worden opge­steld, moet een goede ventilatie van de ruimte plaatsvinden en moet het apparaat zijn voorzien van een goed intern en/of extern ozonfiller. Zie P 186.


Voorwaarden voor plaatsing in vertrek.

ja nee


- staat het kopieerapparaat zover mogelijk van de

werkplek opgesteld?  

- is de ruimte geventileerd"  

- is het kopieerapparaat voorzien van een ozonafvoer?  


Alleen indien alle vragen met betrekking tot de voorwaarden met ja' beantwoord zijn, dan mag u bij D6c ja' invullen.
E Indeling van de arbeid
1. Het werken met een computer betekent vaak langdurig in eenzelfde houding werken. Dit houdt in dat constante lichamelijke belasting optreedt. Het werken met een beeldscherm is vaak intensief en onder hoge werkdruk. Om te voorko­men dat het werken met de computer tot gezondheidsklachten leidt, wordt geëist dat werk­nemers die minstens twee uur per werkdag met een beeldscherm werken hun beeldschermarbeid voldoende kunnen onderbreken. Dit houdt in dat in ieder geval na twee achtereenvolgende uren het beeldschermwerk moet worden onder­broken door ander werk of door een pauze van minimaal tien minuten. De voorkeur heeft ander­soortige arbeid waarbij andere lichamelijke en geestelijke inspanning wordt ge­vraagd. Dit geldt voor iedereen die minstens twee uur per werkdag met een beeld­scherm werkt (Besluit Beeldschermwerk). Verder wordt aanbevolen werkne­mers niet langer dan vijf à zes uur per werk­dag achter een beeld­scherm te laten werken. Dit laatste geldt met name voor werkne­mers die intensief beeldscherm­werk verrichten zoals tekstverwerk(st)ers. Zijn in de functie ook andere taken opgeno­men (zoals telefoneren, archiveren, kopiëren, afspraken maken e.d.) dan wordt de arbeid op natuurlijke wijze regelmatig onderbroken. Het is verder belangrijk dat de werknemer zelf, binnen zekere grenzen, zijn werk kan indelen zodat kan worden voorkomen dat de werknemer zich geheel gestuurd voelt door de compu­ter.
Vragen D en E





Ja

Nee

n.v.t




D Inrichting van de werkplek (vervolg)













6. Maakt u gebruik van een kopieerapparaat?



















a. Zo ja, maakt u meer dan 5000 kopieën per maand?










b. Staat het kopieerapparaat in een aparte ruimte of op een goed geventileerde gang?










c. Indien in vertrek opgesteld: voldoet de opstelling aan de voorwaarden, genoemd in de toelichting (afstand werk­plek, ventilatie, ozonfilter)?










7. Bestaat er kans op verwondingen door te weinig loop­ruimte in het verstrek, te weinig ruimte op de werkplek, scherpe randen en hoeken aan het meubilair?










8. Bestaat er kans op struikelen door losliggende kabels en leidingen? (veel kabels over vloer en onder bureaus).










9. Bestaat er kans op defecten aan apparatuur door statische elektriciteit (veroorzaakt o.a. door combinatie stoel-vloer­be­dekking, droge lucht).










E Indeling van de arbeid













1. Wordt door betrokken werknemer(s) gewoonlijk minstens twee uur per werkdag met een beeldscherm gewerkt?






















a. Zo ja, wordt het werk mini­maal na elke twee uur on­der­bro­ken door an­der­soor­tig werk of door een pauze van mini­maal tien mi­nu­ten? (werk zelf in te delen)










b. Wordt door werknemers (gewoonlijk) meer dan zes uur per werkdag met een beeldscherm gewerkt?










c. Kan door de werknemer(s) het werk binnen zekere gren­zen zelfstandig worden ingedeeld?











http://www.HRnetwerk.nl
Aan deze tool kunnen geen enkele rechten worden ontleend. Gebruik op eigen risico, HRnetwerk kan niet aansprakelijk worden gesteld voor het gebruik. Niet bestemd voor commercieel gebruik.





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina