Datum 4 november 2010 Betreft Schriftelijke antwoorden n a. v wetgevingsoverleg Belastingplan 2011 c a. Verruiming werkkostenregeling



Dovnload 36.15 Kb.
Datum17.08.2016
Grootte36.15 Kb.
Datum 4 november 2010

Betreft Schriftelijke antwoorden n.a.v. wetgevingsoverleg Belastingplan 2011 c.a.
Verruiming werkkostenregeling

Het is verheugend te horen dat vele leden de doelstellingen onderschrijven van de

werkkostenregeling, namelijk vereenvoudiging en terugbrengen van

administratieve lasten voor werkgevers. Mevrouw Neppérus van de VVD vraagt om

na de crisis na te denken over een verdere verruiming van de werkkostenregeling.

Het lijkt me op dit moment nog te vroeg om daar een afweging over te maken. De

werkkostenregeling moet nog in werking treden en heeft een overgangsperiode

van 3 jaar. Begin 2013 vindt een evaluatie van de regeling plaats. Wel zou een

dergelijke verruiming betrokken kunnen worden bij het onderzoek naar

grondslagverbreding en bij het lastenkader voor bedrijven.

De heer Bashir vraagt naar de noodzaak van de verruiming van de

werkkostenregeling. De heren Van Vliet en Omtzigt vragen naar de achtergrond

van de verruiming. De voorgestelde verruiming is in relatie tot het totaal van

hetgeen in Nederland omgaat aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen

beperkt, maar neemt voor een relatief grote groep inhoudingsplichtigen nadelen

weg. Dit kan worden afgeleid uit het EIM-onderzoek.8 Dit onderzoek geeft inzicht in

het totaal aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen in Nederland,

onderverdeeld naar 29 kostencategorieën in 12 sectoren. De verruiming ziet op

zo’n 4% van het totaal aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen maar komt

voor wat betreft de werkkleding terecht bij 55% van de werkgevers. De verruiming

van de gerichte vrijstelling voor onderhoud en verbetering van kennis en

vaardigheden ter vervulling van de dienstbetrekking, waarin vakliteratuur en

inschrijfkosten van beroepsregisters, alsmede outplacement zijn ondergebracht

komt terecht bij zo’n 20% van de werkgevers. De internetconsultatie van de

Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 (URLB 2011) bevestigt het beeld dat het

een relatief groot aantal werkgevers betreft.

De heer van Vliet vraagt naar de met de verruiming van de werkkostenregeling

samenhangende administratieve lasten. Door de voorwaarden voor de gerichte

vrijstelling voor vakliteratuur en inschrijfkosten in een beroepsregister en voor de

nihil-waardering voor werkkleding met een bedrijfslogo wordt de met deze

kostencategorieën samenhangende voorziene reductie van administratieve lasten

niet gerealiseerd. In de internetconsultatie van de URLB 2011 kwam naar voren

dat de praktijk de voorkeur geeft aan de voorgestelde verruiming ondanks de

daarmee samenhangende administratieve lasten.

De heer Braakhuis vraagt of kan worden gekeken naar de mogelijkheden van

vergroening van woonwerkverkeer. Het kabinet ziet thans geen reden om de 19

cent per kilometer aan te passen.

Mevrouw Neppérus en de heer Slob vragen naar de motie Aptroot waarin wordt

verzocht om een fiscale fietsregeling. 9 De werkkostenregeling biedt al een waaier

aan mogelijkheden voor het fiscaal onbelast verstrekken van de fiets. Gelet op

deze mogelijkheden zou het dubbelop zijn ook nog een gerichte vrijstelling op te

nemen voor de aanschaf van een (elektrische) fiets voor woonwerkverkeer in ruil

8 Kamerstukken II, 2009-2010, 32130, nr. 3.

9 Kamerstukken II 2009/10, 31 796, nr. 14.


voor een woonwerkvergoeding, zoals in deze motie wordt verzocht, terwijl een

dergelijke gerichte vrijstelling de eenvoud vermindert. Allereerst kan de werkgever

€ 0,19 per kilometer geven voor zakelijk gebruik van de fiets, inclusief

woonwerkverkeer. Van dit bedrag kan in de regel een aardige fiets bekostigd

worden. Voorts kan de werkgever onder de werkkostenregeling een vergoeding

geven voor de aanschaf van een fiets zonder nadere normeringen en beperkingen,

waarbij gebruik gemaakt kan worden van de forfaitaire ruimte. Ten slotte zijn er

nog mogelijkheden te vinden binnen zogeheten cafetariaregelingen, die zich

richten op fiscale optimalisering. In een cafetariasysteem levert de werknemer

brutoloon of vrije tijd in voor een fiscaal laag gewaardeerd of onbelast loon. Voor

de werkgever pakt dit op meerdere punten gunstig uit. In de eerste plaats omdat

het hem geen geld kost. In de tweede plaats omdat de werkgever zich in de regel

premies werknemersverzekeringen bespaart. Voorts is bij omzetting van een

reiskostenvergoeding (via een personeelslening) in een vergoeding voor de

aanschaf van een fiets geen sprake van beslag op de forfaitaire ruimte. In het

geheel van stimuleringsmogelijkheden voor aanschaf en gebruik van de fiets vraag

ik aandacht voor het feit dat vrijwel alle fiscaal gefacilieerde aanschaffingen van

een fiets ook onder het oude regime van vergoedingen en verstrekkingen uit zo’n

cafetariaregeling voortkomen. Dat zal onder de werkkostenregeling naar

verwachting niet anders zijn.

In het kader van de fiets in de werkkostenregeling vragen de heren Braakhuis en

Dijkgraaf naar leasefietsen, in het bijzonder voor elektrische leasefietsen. Bij lease

blijft de eigendom bij de werkgever. Het voordeel van het privégebruik vormt loon

voor de werknemer, en wel tegen de waarde in het economische verkeer. De

werkgever kan dit privé-voordeel buiten het loon van de werknemer houden door

het aan te merken als eindheffingsbestanddeel en ten laste van de forfaitaire

ruimte brengen. In combinatie met de eerder genoemde cafetariamogelijkheden

kan de werkgever het beslag op de forfaitaire ruimte vermijden.

De opmerking van de heer Slob dat thuiswerken onder de werkkostenregeling niet

goed zou uitpakken, biedt mij de gelegenheid duidelijkheid te geven op dit punt.

Ook in een artikel in De Telegraaf van 29 oktober jl. wordt de suggestie gewekt dat

een directeur-grootaandeelhouder onder de werkkostenregeling duurder uit is met

een thuiswerkplek. Wat is het geval? Onder het “oude” regime van vrije

vergoedingen en verstrekkingen geldt een vrijstelling voor de telewerkplek. De

werkgever kan de inrichting van de werkruimte onbelast vergoeden, verstrekken of

ter beschikking stellen, voor zover de waarde in het economische verkeer van die

inrichting niet meer bedraagt dan € 1815 per vijf jaar. Voorwaarde daarbij is dat

het gaat om een zelfstandig gedeelte van de woning, woonboot of woonwagen. In

het geval dat een werkruimte thuis niet zelfstandig kan worden gebruikt, is de

vergoeding belast. Voorts gelden, afhankelijk van de vraag of de werknemer elders

nog de beschikking over andere werkruimte heeft, voorwaarden omtrent de hoogte

van het arbeidsinkomen dat in of vanuit de werkruimte thuis verdiend wordt.

Onder de werkkostenregeling vervalt deze telewerkvrijstelling. Dergelijke

verstrekkingen kunnen echter binnen de forfaitaire ruimte onbelast worden

vergoed. De werkkostenregeling biedt daarnaast ook een zekere verruiming ten

opzichte van het oude regime, met dien verstande dat de werkgever in geval van

thuiswerk in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet, op de werkplek thuis

onbelast de ergonomische inrichting van de werkplek, de beeldschermwerkplek en

de lichtvoorziening mag verstrekken. Er gelden voor de werkplek thuis geen

nadere voorwaarden omtrent zelfstandig gebruik van de werkruimte en de hoogte

van het inkomen dat in of vanuit deze werkruimte verdiend wordt.

De heer Dijkgraaf vraagt aandacht voor de ambtswoning van de burgemeester,

waarvoor op grond van het rechtspositiebesluit Burgemeesters een korting van

12% op de bezoldiging wordt toegepast. Hij verzoekt de fiscale behandeling hierop

af te stemmen. Fiscaal gezien is sprake van de verstrekking van woongenot (loon

in natura) waarvoor in principe de waarde in het economische verkeer geldt. In

geval van een woning die gebruikt wordt ter behoorlijke vervulling van de

dienstbetrekking, zoals dat bij een dienstwoning aan de orde is, waarbij een

werknemer zich redelijkerwijs niet kan onttrekken aan het gebruik van die woning,

wordt de waarde in het economische verkeer gemaximeerd op 18% van het

jaarloon. De ambtswoning van een burgemeester is feitelijk een gewone

(representatieve) woning, die de burgemeester in de regel zonder problemen kan

weigeren. Derhalve geldt voor het genot van het gebruik van de

burgemeesterwoning al sinds jaar en dag de hoofdregel, waarde in het

economische verkeer. Ik zie dan ook geen aanleiding de fiscale behandeling van de

ambtwoning van een burgemeester te herzien, mede gelet op de ongelijke

behandeling die daarvan het gevolg zou kunnen zijn, bijvoorbeeld voor

predikanten. Overigens merk ik op, dat onder de werkkostenregeling met

betrekking tot de waardering van de dienstwoning geen wijziging optreedt.

De heer Groot vraagt naar de gevolgen van de werkkostenregeling, met name naar

de verdeling van lasten en lusten over verschillende sectoren. De

werkkostenregeling werkt zo uit dat bedrijven of sectoren met relatief gemiddeld

hoge lonen in absolute zin meer forfaitaire ruimte hebben dan bedrijven met

relatief gemiddeld lage lonen. Daarmee is nog niet gezegd dat de werkkostenregeling bedrijven met relatief gemiddeld lage inkomens veel geld gaat kosten. Dat is namelijk afhankelijk van de mate waarin dergelijke bedrijven vergoedingen en verstrekkingen willen laten neerslaan in de forfaitaire ruimte.

Zoals ook in de internetconsultatie van de URLB 2011 naar voren is gekomen

verhoudt een ruime regeling voor personeelskorting in de modebranche, de heer

Groot vraagt daarnaar, zich niet goed met de relatief lage lonen in die branche en

de relatief hoge graad van deeltijdwerkers.

De heer Omtzigt vraagt voorts of het de bedoeling van de werkkostenregeling is

om de werkgever te laten afrekenen over maaltijden die zeevarenden genieten of

die medewerkers tezamen met bewoners in gezinsvervangende tehuizen

gebruiken. De werkkostenregeling brengt geen wijziging in de bestaande situatie.

In de eerste nota van wijziging van de Fiscale verzamelwet10 is de gerichte

vrijstelling voor tijdelijke verblijfkosten in de werkkostenregeling aangevuld met

maaltijden met een meer dan bijkomstig zakelijk karakter. Daaronder vallen ook

de maaltijden aan boord van zeeschepen of in gezinsvervangende tehuizen. Als de

werknemer door zijn werk zich niet aan de maaltijd kan onttrekken, zoals dat het

geval is tijdens werkzaamheden op niet permanente locaties of aan boord van

vliegtuigen, schepen of boorplatforms of bij therapeutisch mee-eten, of niet thuis

kan eten, zoals dat bij overwerk het geval is, kan de werkgever een dergelijke

maaltijd onbelast vergoeden of verstrekken.

De heer Groot merkt op dat de zeescheepvaart heeft geklaagd dat de

werkkostenregeling tientallen miljoenen gaat kosten en vraagt om een reactie,

gelet op het feit dat zeevarenden aan boord moeten eten en slapen. Voor wat

betreft de maaltijden heb ik hierboven al aangegeven dat de opvattingen over

maaltijden aan boord niet zijn gewijzigd en dat deze maaltijden onbelast verstrekt

kunnen worden. Voor wat betreft slapen op de werkplek geldt een forfaitaire

waardering van € 5 per nacht. Ook bij de internetconsultatie URLB 2011 is

aandacht gevraagd voor de forfaitaire waardering van huisvesting en van inwoning

op de werkplek. Het in de consultatieversie opgenomen onderscheid tussen

huisvesting en inwoning bleek lastig. Dit heeft geleid tot verdere vereenvoudiging

met één forfaitair bedrag.

De heer Omtzigt vraagt hoeveel bedrijven overgaan naar de werkkostenregeling.

Op deze vraag is nog geen concreet antwoord te geven. De regeling gaat pas per 1

januari 2011 in. Daarbij zij aangetekend dat het gaat om een omvangrijke

regimewijziging die veel voorbereidingstijd kost. De signalen uit de praktijk zijn

10 Kamerstukken II, 2009/10, 32 401, nr. 5.

.

bemoedigend en sinds de publicatie van de URLB 2011 en de rapportage over de



internetconsultatie neemt de bekendheid toe. Zo voert de Belastingdienst reeds

gesprekken met enkele grote werkgevers die aangeven per 1 januari 2011 de

overstap te maken. Ook bereiken mij signalen dat met name de beoordeling van

de arbeidsvoorwaardelijke aspecten tijd vergt, zodat de overstap niet meteen per 1



januari 2011 zal plaatsvinden.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina