De aangifte vennootschapsbelasting aj. 2010: rechtspraak, circulaires en parlementaire vragen



Dovnload 69.52 Kb.
Datum24.08.2016
Grootte69.52 Kb.
De aangifte vennootschapsbelasting aj. 2010: rechtspraak, circulaires en parlementaire vragen - 16 juli 2010

Guy Poppe, Peeters & Partners

De aangifte in de vennootschapsbelasting aanslagjaar 2010 werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 25 mei 2010. Het hierna volgende overzicht omvat de bespreking van de gewijzigde vakken en alle relevante circulaires, parlementaire vragen, rulings, vonnissen en arresten die in 2009 en begin 2010 werden gepubliceerd. De indieningsdatum van de aangifte werd voor de papieren versie intussen bepaald op 15 september 2010 en voor Vensoc op 15 oktober 2010.

ALGEMEEN

A. BOEKHOUDING

De CBN heeft in haar advies 117-3 van 28 november 2008 stelling ingenomen omtrent het voeren van een boekhouding en het opstellen van een jaarrekening in een andere valuta dan de euro. In uitzonderlijke gevallen kan het opstellen van een jaarrekening in euro niet aangewezen zijn aangezien de wisselkoers- of omrekeningsverschillen een verkeerd beeld geven van de economische werkelijkheid (Acc. & Fisc., 2009, afl. 6, 6-7).

B. BELASTINGVRIJE REORGANISATIES

Met ingang van 12 januari 2009 geldt een nieuwe antimisbruikbepaling voor reorganisaties (fusie, splitsing, partiële splitsing, inbreng van tak van werkzaamheid of algemeenheid van goederen). Het nieuwe artikel 183bis WIB 92 legt als voorwaarde op dat de verrichting niet als hoofddoel of als één van de hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking mag hebben. Deze voorwaarde moet (mede) vervuld zijn om de transactie belastingvrij te kunnen uitvoeren.

C. BEROEPSKOSTEN

- Algemeen

Een schuld is fiscaal aftrekbaar zodra zij een zeker en vaststaand karakter heeft, aangezien zij op dat tijdstip ook moet worden geboekt. Het fiscaal recht volgt ter zake het boekhoudrecht. Als de kost niet geboekt werd op het tijdstip dat de kost een zeker en vaststaand karakter kreeg, kan de kost fiscaal ook niet meer worden aanvaard (Antwerpen, 17 februari 2009, F.J.F., N° 2009/222 en Fisc.Act., 2009, afl. 14, 3-5).

- Managementvergoedingen en bestuurdersbezoldigingen

De aftrek als beroepskosten van doorgerekende kosten tussen verwante ondernemingen heeft ook de afgelopen jaren tal van uitspraken opgeleverd. Volgens het hof te Gent volstaat een niet-gesimuleerde overeenkomst, waarbij er niet de minste betwisting bestaat over het feit dat er prestaties geleverd werden om de kosten in aftrek te brengen (Gent, 19 mei 2009, Fisc.Act., 2009, afl. 31, 1-3).

Op grond van artikel 26 WIB 92 weigerde de administratie systematisch de aftrek als beroepskosten wanneer de belastingplichtige geen of onvoldoende bewijs kon leveren van de belastingplicht. Laatstgenoemde riep dan geregeld in dat er sprake was van een abnormaal en goedgunstig voordeel dat werd toegestaan aan de dienstverrichter, waardoor artikel 26 WIB 92 toepasselijk was. Dit artikel sluit een dubbele economische belasting uit.

Het Hof van Cassatie verwierp in 5 arresten de beweerde voorrang van artikel 26 (Cass., 12 juni 2009, www.cass.be en Acc. & Fisc., 2009, afl. 36, 4-5; Cass., 30 oktober 2008, F.J.F., N° 2009/102, anders Rb. Namen, 5 februari 2008, F.J.F., N° 2009/41). Volledigheidshalve merken we op dat met ingang van ajr. 2008 de wetgever ingegrepen heeft, waardoor beide bepalingen los van elkaar kunnen worden gehanteerd.

In de regel neemt de rechtspraak een streng standpunt in. Het ontbreken van gedetailleerde facturen is een vaak ingeroepen grief om de aftrek als beroepskosten te weigeren (Antwerpen, 17 maart 2009 en Rb. Antwerpen, 29 mei en 10 juni 2009, Acc. & Fisc., 2009, afl. 37, 4). Sommige rechtspraak bouwt een aantal nuances in. Zo stelde het hof van beroep te Brussel dat het ontbreken van een gedetailleerde factuur de aftrekbaarheid niet steeds in gevaar brengt, wanneer duidelijk blijkt dat de aangerekende prestaties effectief verricht werden (Brussel, 1 oktober 2008, Acc. & Fisc., 2010, afl. 16, 3-4).

De aftrek van betaalde managementvergoedingen is onderworpen aan artikel 49 WIB 92. Zij dienen te beantwoorden aan werkelijke prestaties voor de onderneming. De facturen en een overeenkomst kunnen een begin van bewijs uitmaken maar dienen volgens de rechtbank te Gent te worden ondersteund door andere elementen waaruit blijkt dat de prestaties effectief zijn geleverd (Rb. Gent, 18 juni 2008, F.J.F., N° 2009/40, in dezelfde zin: Rb. Namen, 5 februari 2008, F.J.F., N° 2009/41).

- Beroepskosten en het maatschappelijke doel

In navolging van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge neemt ook het hof te Gent een streng standpunt in voor de aftrek van kosten van vruchtgebruik die niet binnen het maatschappelijke doel van de vennootschap kaderen (Gent, 22 september 2009 en Gent, 27 oktober 2009, onuitgeg.; Rb. Brugge, 18 juni 2008, F.J.F., N° 2009/42 en Fisc.Koer., 2008, 589). Volgens het hof te Gent zijn kosten (inzake vruchtgebruik) slechts aftrekbaar indien ze hun oorsprong vinden in omstandigheden die eigen zijn aan de exploitatie van de onderneming. Indien de vennootschap niet het bewijs levert hoe deze verrichtingen die de kosten hebben teweeggebracht verband houden met hun maatschappelijke doel, heeft de administratie de aftrek terecht geweigerd.

De kosten moeten niet noodzakelijkerwijze kaderen in het statutaire doel. Het volstaat dat de kosten inherent zijn aan de uitoefening van de activiteiten, zoals deze in realiteit worden uitgevoerd. Deze voorwaarde is echter niet vervuld voor de kosten van de aanleg van een zwembad door een tandartsenvennootschap (Antwerpen, 19 mei 2009, F.J.F., N° 2009/284).

Vennootschappen worden op het vlak van de kostenaftrek afwijkend behandeld naargelang de uitgaven ter zake al dan niet verband houden met hun maatschappelijke doel, terwijl in beide gevallen de inkomsten als winsten belastbaar zijn. Het Grondwettelijk Hof ziet hierin echter geen schending van het gelijkheidsbeginsel (Grondw.Hof., 26 november 2009, arrest nr. 191/2009, www.arbitrage.be).

- Groepsverzekering

Een door een vennootschap bij een verzekeringsmaatschappij afgesloten groepsverzekerings-overeenkomst, die voorziet in de uitbetaling van een kapitaal bij leven wanneer de bedrijfsleider de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en waarbij het kapitaal overeenstemt met het kapitaal plus rente en een winstdeelname is geen geldbelegging. Bij een groepsverzekering hebben de premies op definitieve wijze het vermogen van de vennootschap verlaten ten gunste van de verzekeraar. De verzekeringsnemer (vennootschap) heeft geen enkel vorderingsrecht meer (Gent, 29 september 2009, Fisc., 2010, afl. 1196, 14-15).

Een éénmalige premie (backservice), die een vennootschap naast de jaarlijkse premies één maand voor de ontbinding van de vennootschap betaalt aan een verzekeringsmaatschappij in het kader van een groepsverzekering, is geen fiscaal aftrekbare kost. Deze uitgave is niet gedaan om inkomsten te verwerven of te behouden zoals artikel 49 WIB 92 vereist (Cass., 15 januari 2009, www.cass.be en F.J.F., N° 2009/172, ter bevestiging van Rb.Luik, 15 maart 2007, F.J.F., N° 2009/70).

Het ontbreken van een minimale overlijdensdekking doet geen afbreuk aan de kwalificatie van een levensverzekering. De administratie herkwalificeerde dan ook ten onrechte een door een vennootschap op het hoofd van haar bestuurder afgesloten levensverzekering als een beleggingsproduct (Antwerpen, 3 maart 2009, F.J.F., N° 2009/221, Fisc.Act., 2009, afl. 18, 9-10 en Rb. Brugge, 4 februari 2009, Fisc., 2009, afl. 1149, 1-3).

Geen enkele wetsbepaling verbiedt een vennootschap op 30 december een groepsverzekering te onderschrijven, wanneer zij hierbij een voordeel heeft (Rb. Aarlen, 14 februari 2007, F.J.F., N° 2009/174).

- Kosten huwelijksreceptie

De kosten van een huwelijksreceptie van de dochter van een notaris zijn voor 25 % als beroepskosten aftrekbaar (Gent, 2 februari 2010, Fisc., 2010, afl. 1195, 4-5). De belastingplichtige draagt wel de bewijslast van het beroepsmatige karakter van de uitgave (Gent, 17 juni 2008, Fisc., 2009, afl. 1149, 10).

- Afschrijvingen

Een zeilschip dat in huur wordt gegeven aan een chartermaatschappij mag lineair worden afgeschreven aan 10 % (Voorafgaande Beslissing nr. 800.399 van 20 januari 2009, www.fisconetplus.be). Een tweedehands schip van 21 jaar oud mag door de koper worden afgeschreven op 5 jaar (Rb. Bergen, 23 april 2009).

Bij een ziekenhuisgeneesheer behoren de patiënten aan hem toe en niet aan het ziekenhuis waaraan hij verbonden is. Bij inbreng van zijn patiëntenvennootschap in een doktersvennootschap kan hij op dit patiëntenbestand afschrijven (Rb. Namen, 14 november 2007, F.J.F., N° 2009/71 en Rb. Namen, 20 februari 2008, F.J.F., N° 2009/72).

Het door een huisarts in zijn vennootschap ingebrachte patiëntenbestand mag lineair worden afgeschreven op tien jaar (Brussel, 25 november 2009). Wanneer de overdrachtsprijs van cliënteel over meerdere jaren gespreid wordt betaald, kan dit niet leiden tot een verlenging van de afschrijvingstermijn. Het is niet de bedoeling elke schijf over dezelfde periode af te schrijven (Bergen, 10 oktober 2008, Fisc.Act., 2009, afl. 28, 15).

Een pand dat ingevolge problemen met de bouwvergunning na 10 jaar nog niet in gebruik kon worden genomen als praktijkruimte kan niet worden afgeschreven (Rb. Gent, 24 september 2009, Acc. & Fisc., 2010, afl. 15, 7-8).

Er kunnen (ondermeer) geen degressieve afschrijvingen toegepast worden op activa waarvan de gebruiksrechten worden afgestaan aan een derde die deze vaste activa afschrijft (art. 43, 2° KB/WIB 92). Volgens de rechtbank te Leuven schendt deze bepaling het gelijkheidsbeginsel (Rb. Leuven, 11 september 2009, www.index.be en Fisc., 2009, afl. 1181, 3-4).

De afschrijvingen op een gedeelte van een onroerend goed, dat ter beschikking wordt gesteld voor privébewoning van een bestuurder, worden aanvaard in hoofde van een vennootschap (Rb. Luik, 24 april 2007, F.J.F., N° 2009/173).

Een vennootschap koopt de volle eigendom van een gebouw, dat voor 51 % gebruikt wordt als private woonst van haar bestuurder. Hiervoor wordt een voordeel van alle aard berekend, conform de bepalingen van artikel 18 KB/WIB 92. Het beperkte beroepsmatige gebruik van dit gebouw doet volgens de rechtbank te Bergen geen afbreuk aan de aftrekbaarheid van de afschrijvingen en onderhoudskosten voor het hele gebouw (Rb. Bergen, 6 oktober 2009, www.index.be).

- Kosten van kabeldistributie

Gelet op het vulgariserende karakter van de informatie kan een abonnement op de kabeldistributie niet als beroepskosten aanvaard worden (Rb. Gent, 24 september 2009, Acc. & Fisc., 2010, afl. 15, 7-8).

- Kwijtschelding schuldvordering

Een kwijtschelding van een schuldvordering onder beding van een terugkeer naar een betere toestand is niet aftrekbaar als beroepskost omdat de echtheid van het verlies van de schuldvordering niet voldoende is aangetoond (Rb. Namen, 26 februari 2009, Fisc.Act., 2009, afl. 13, 5-7).

- Taks op beursverrichtingen

De taks op beursverrichtingen die een bank na een belastingcontrole ten laste neemt zonder deze te verhalen bij haar cliënten is een aftrekbare beroepskost (Rb. Brussel, 13 september 2006, F.J.F., N° 2009/43).

- Publiciteitskosten versus relatiegeschenken

De geschenken van (zeer) geringe waarde (2,5 tot 5 euro) die een postorderbedrijf geeft aan zijn cliënten bij bestellingen zijn geen relatiegeschenken maar publiciteitsuitgaven, die integraal aftrekbaar zijn als beroepskosten. Volgens het hof te Bergen maken deze geschenken deel uit van een permanente promotietechniek om cliënten aan te trekken (Bergen, 8 mei 2009, Acc. & Fisc., 2010, afl. 2, 5).

D. Voordelen van alle aard

Met ingang van 1 januari 2010 wijzigde de berekening van het voordeel van alle aard voor een bedrijfswagen. Er wordt niet langer rekening gehouden met de fiscale pk van de wagen, maar wel met de CO2-uitstoot (KB van 11 januari 2010, Acc. & Fisc., 2010, afl. 3, 2-3).

De fiscus wil een werkende vennoot belasten op een voordeel van alle aard wegens het gratis beschikken over een woning die de vennootschap in volle eigendom toebehoort. Het hof te Gent benadrukt dat de administratie het bewijs moet leveren dat de woning een effectief voordeel oplevert. Bij gebrek aan dit bewijs is er geen sprake van een voordeel van alle aard (Gent, 3 maart 2009, Acc. & Fisc., 2009, afl. 37, 5-6, in dezelfde zin: Brussel, 18 juni 2008, Fisc., 2009, afl. 1153, 12).

De minister van Financiën bevestigde dat het voordeel verkregen uit het gratis gebruik van een gsm op de werkelijke waarde bij de verkrijger moet worden gewaardeerd. De specifieke RSZ-regel die een forfaitaire waardering voorziet is nog niet in werking getreden (Vr. & Antw., Kamer, 2009-2010, nr. 98 van 15 maart 2010, 167, Vr. nr. 332 van W. Devriendt van 19 januari 2010).

In vruchtgebruikstructuren is het van essentieel belang de waarde van het vruchtgebruik op correcte wijze te ramen. De overwaardering van de waarde van het vruchtgebruik kan leiden tot een voordeel van alle aard in hoofde van de bedrijfsleider-blote eigenaar. Indien de blote eigenaar geen bedrijfsleider is, kan het overgewaardeerde bedrag in hoofde van de vennootschap-vruchtgebruiker belast worden als een abnormaal of goedgunstig voordeel (Rb. Antwerpen, 16 februari 2009, Fisc., 2009, afl. 1180, 5-6).

De voordelen van alle aard voor gratis elektriciteit en verwarming kunnen nooit lager uitvallen dan de forfaitaire waarden, zoals geformuleerd in artikel 18 KB/WIB 92 (Gent, 8 september 2009, Fisc., 2009, afl. 1185, 14).

Wanneer de werkgever-vennootschap de verkeersboetes van zijn personeel ten laste neemt en deze niet als een kost eigen aan de werkgever kunnen worden beschouwd, maakt dit een voordeel van alle aard uit voor die werknemer. De minister bevestigde dat - in afwijking van het sociaal recht - op deze regel geen uitzondering bestaat in het fiscaal recht (Vr. & Antw., Kamer, 2008-2009, nr. 52-66 van 22 juni 2009, 102-103, Vr. nr. 472 van D. Van der Maelen van 15 mei 2009 en Acc. & Fisc., 2009, afl. 31, 5-6 en Vr. & Antw., Kamer, 2008-2009, nr. 52-67 van 29 juni 2009, 309-401, Vr. nr. 469 van J. De Potter van 14 mei 2009).

VAK I A BELASTBAAR GERESERVEERDE WINST

A. Winsten

Volgens de rechtbank van eerste aanleg te Leuven geeft de kosteloze verwerving door een vennootschap-opstalgever geen aanleiding tot enige belastingheffing. De rechter distantieert zich van het advies van de CBN nr. 126/17, krachtens hetwelk bij de kosteloze verwerving de winstbepaling moet gebeuren op basis van de werkelijke waarde van het actiefbestanddeel (Rb. Leuven, 11 september 2009, Acc. & Fisc., 2009, afl. 44, 5-6).

B. Meerwaarden

De aankoop door een Belgische vennootschap van een zeilschip dat zij vervolgens verhuurt aan een chartermaatschappij is een geldige wederbelegging in het kader van artikel 47 WIB 92, en dit zolang de verhuur loopt (Voorafgaande Beslissing nr. 800.399 van 20 januari 2009, www.fisconetplus.be). In het kader van de gespreide taxatie van vrijwillig verwezenlijkte meerwaarden moet worden wederbelegd in afschrijfbare materiële of immateriële vaste activa die in België worden aangewend voor de beroepsactiviteiten. Een investering in een in Spanje gelegen onroerend goed is volgens de Dienst Voorafgaande Beslissingen dan ook geen geldige wederbelegging (Voorafgaande Beslissing nr. 900.063 van 10 november 2009, www.fisconetplus.be en Acc. & Fisc., 2010, afl. 11, 5-6).

Een gekozen herbelegging is definitief, m.a.w. het wederbeleggingsactivum kan later niet meer vervangen worden door een ander actiefbestanddeel (Gent, 17 maart 2009, Fisc.Act., 2009, afl. 22, 5-7).

Wanneer de onderhandse verkoopovereenkomst van een onroerend goed uitdrukkelijk voorziet dat de eigendomsoverdracht slechts zal plaatsvinden op het tijdstip waarop de authentieke akte wordt getekend, is de meerwaarde slechts belastbaar op dat tijdstip. Het feit dat er een vaststaande schuldvordering (koopsom) bestaat doet hieraan geen afbreuk (Rb. Brussel, 29 mei 2008, Acc. & Fisc., 2009, afl. 27, 1-2).

C. Verdoken reserves

Als een gerechtsdeurwaardersvennootschap de voor zijn cliënten ontvangen bedragen niet in de jaarrekening vermeldt, hetzij in de balans hetzij in de toelichting bij de jaarrekening, mag de fiscus deze bedragen belasten als een verdoken reserve. De belastingplichtige moet het bewijs leveren in welke mate deze bedragen een zekere en vaststaande schuld vormen ten aanzien van haar cliënten (Rb. Luik, 14 januari 2008, F.J.F., N° 2009/11).

VAK I B VRIJGESTELDE GERESERVEERDE WINST

A. Voorziening voor vakantiegeld

De bedragen die in de op 31 december 2009 afgesloten balansen werden geboekt voor de vakantiegelden in 2010 worden als beroepskosten aanvaard indien zij niet meer bedragen dan (Circulaire Ci.Rh. 243/349.099 van 23 december 2009, www.fisconetplus.be):

a. voor bedienden: 18,8 % van de vaste en tijdelijke bezoldigingen die in het jaar 2009 zijn toegekend aan bedienden die het voordeel genieten van de wetgeving betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers;

b. arbeiders: 10,27 % van 108/100 van de lonen die in 2009 aan arbeiders en leerlingen zijn toegekend die het voordeel van dezelfde wetgeving genieten.

B. Waardeverminderingen op handelsvorderingen

Volgens de administratie geldt de vrijstelling voor waardeverminderingen op handelsvorderingen uitsluitend voor handelsvorderingen die niet in effecten verdeeld zijn. Het hof te Gent verwerpt deze beperking, die geen steun vindt in de wettekst (Gent, 10 februari 2010, Fisc., 2010, afl. 1210, 13).

Een verlies op een handelsvordering is slechts aftrekbaar in het jaar waarin het verlies een zeker en vaststaand karakter heeft verkregen. De belastingplichtige draagt de bewijslast (Rb. Leuven, 5 juni 2009).

C. Voorziening voor risico's en lasten

Het hof te Antwerpen aanvaardde principieel de aftrekbaarheid als beroepskost van een boete die opgelegd werd door de Raad van Mededinging. Desalniettemin werd de aftrek geweigerd omdat de schuld pas in het jaar volgend op het jaar waarin ze geboekt werd een zeker en vaststaand karakter heeft verkregen (Antwerpen, 23 juni 2009, Acc. & Fisc., 2009, afl. 37, 1-3).

Een accountantskantoor mag geen belastingvrije voorziening voor toekomstige lasten aanleggen om rekening te houden met de forfaitaire vergoedingen die zij van haar cliënten ontving die deels betrekking hebben op lasten die gedragen worden in een later boekjaar. Volgens het hof te Antwerpen is het aanleggen van een belastingvrije voorziening een uitzondering op het éénjarigheidsbeginsel, waardoor onder strikte voorwaarden kosten over meerdere boekjaren kunnen worden gespreid. Deze uitzonderingsregeling is niet toepasselijk op courante ondernemingsverrichtingen, zoals een overeenkomst die een boekhoudkantoor sluit met zijn cliënten voor het leveren van boekhoudkundige en fiscale diensten (Antwerpen, 17 juni 2008, F.J.F., N° 2009/283).

Het feit dat de taxatiediensten in vroegere aanslagjaren een voorziening voor risico's en lasten voor waarborgverplichtingen ten belope van 5 % van de omzet aanvaardden, doet geen verworven recht ontstaan in hoofde van de belastingplichtige. Op basis van het annaliteitsbeginsel kan de fiscus hierop steeds terugkomen. Voor waarborgverplichtingen kan een belastingvrije reserve worden aangelegd. De waarschijnlijkheid ervan moet blijken uit vroegere ervaringen of statistische gegevens over een relevante periode (Rb. Hasselt, 4 maart 2009).

Een voorziening voor herstructureringskosten tot dekking van de ontslagvergoedingen en sociale lasten kan slechts belastingvrij worden aangelegd indien de beslissing effectief reeds genomen is. Het hof van beroep te Antwerpen verwijst daarvoor naar het advies nr. 101/74 van de CBN, dat weliswaar betrekking heeft op de sluiting van de onderneming (Antwerpen, 6 oktober 2009, Acc. & Fisc., 2009, afl. 43, 1-3 en Acc. & Fisc., 2009, afl. 33, 7-8 inzake boekhoudkundige aspecten).

D. Kapitaalsubsidies

In een circulaire van 4 augustus 2009 geeft de administratie toelichting op het belastingstelsel van kapitaalsubsidies (Circulaire CI.RH. 421/597.225 (AOIF nr. 40/2009) van 4 augustus 2009, www.fisconetplus.be en Acc. & Fisc., 2009, afl. 30, 2-5).

E. Investeringsreserve

Met ingang van ajr. 2010 wordt voor het begrip kmo-vennootschap niet langer verwezen naar het artikel 215 WIB 92 (verlaagd opklimmend tarief), maar naar artikel 15 Wetboek van Vennootschappen.

F. Andere vrijgestelde bestanddelen

Sinds 1 januari 2009 geldt een verhoogde aftrek van 120 % voor (i) bepaalde kosten van beveiliging en (ii) de kosten die specifiek gedaan of gedragen werden om het gebruik van de fiets door de personeelsleden voor het woon-werkverkeer aan te moedigen. Vanaf 1 januari 2010 geldt de verhoogde aftrek ook voor voertuigen zonder CO2-uitstoot.

VAK II VERWORPEN UITGAVEN

A. Geldboeten en straffen van alle aard

Volgens het hof van beroep te Antwerpen is een boete opgelegd door de Raad van de Mededinging principieel een fiscaal aftrekbare kost (Antwerpen, 23 juni 2009, Acc. & Fisc., 2009, afl. 38, 1-2).

De minister van Financiën bevestigde dat het aftrekverbod van verkeersboetes niet toepasselijk is wanneer de werkgever de boete terugbetaalt aan de werknemer en laatstgenoemde erop belast wordt als voordeel van alle aard (Vr. & Antw., Kamer, 2008-2009, nr. 52-67 van 29 juni 2009, 144, Vr. nr. 469 van J. De Potter van 14 mei 2009) (cfr. Voordelen alle aard onder 'Algemeen').

B. Niet-aftrekbare autokosten

Met ingang van 1 januari 2010 wordt de aftrek van de kosten inzake het gebruik van personenwagens, wagens voor dubbel gebruik en minibussen opnieuw grondig gewijzigd. De aftrekbaarheid varieert tussen minimaal 50 % en maximaal 100 % (met een CO2-uitstoot van minder dan 60 gram CO2 per km). De brandstofkosten zijn vanaf 1 januari 2010 slechts voor 75 % aftrekbaar, en dit ongeacht de CO2-uitstoot van de wagen. De schalen van CO2-uitstoot voor zowel diesel- als benzinemotoren worden aangepast (voor uitvoerige bespreking: Acc. & Fisc., 2010, afl. 1, 1-2).

De aftrekbeperking voor autokosten is niet van toepassing op voertuigen die uitsluitend worden gebruikt voor verhuur aan derden. Het volstaat voor de vennootschap niet te bewijzen dat ze huur heeft ontvangen, noch dat de boekhouding de mogelijkheid biedt om een uitsplitsing te maken tussen de kosten die betrekking hebben op voertuigen die werden verhuurd en andere (Rb. Namen, 15 oktober 2008, F.J.F., N° 2009/223).

De afgelopen jaren rees meermaals de vraag of de niet-aftrekbare autokosten mogen worden verminderd met de bijdragen in de kosten die een werknemer of bedrijfsleider doet. Het hof te Antwerpen bevestigde dat artikel 66, §1 WIB 92 niet toelaat om de niet-aftrekbare autokosten en minderwaarden op personenwagens te verminderen met 25 % van de bijdragen dat bij de werknemers van het nettoloon werd ingehouden (Antwerpen, 24 november 2009, Acc. & Fisc., 2010, afl. 3, 3-4).

C. Niet-aftrekbare receptiekosten

De kosten inzake drank en versnaperingen die een garagehouder maakt voor de voorstelling van een nieuw model zijn publiciteitskosten en geen receptiekosten, waardoor zij integraal aftrekbare beroepskosten zijn. De vennootschap had met deze manifestatie immers uitsluitend tot doel zoveel mogelijk volk te lokken (Rb. Namen, 15 oktober 2008, F.J.F., N° 2009/ 223).

De rechtbank te Leuven bevestigde dat de aftrekbeperking niet van toepassing is op de kosten die een vennootschap maakt in het kader van de recepties die zij in opdracht van klanten verricht (Rb. Leuven, 5 februari 2010, Fisc., 2010, afl. 1198, 10).

Voor een vennootschap waarvan de voornaamste activiteiten bestaan uit het organiseren en produceren van musicals, dansvoorstellingen of toneelvoorstellingen vormen de cateringkosten ter plaatse voor artiesten en deelnemers geen receptiekosten of restaurantkosten. Zij sorteren dan ook niet onder de aftrekbeperking (Rb. Brussel, 9 april 2008, F.J.F., N° 2009/197).

D. Abnormale of goedgunstige voordelen

Wanneer een Nederlandse vennootschap aan haar Belgische dochtervennootschap een afstand van schuldvordering toestaat onder voorbehoud van terugkeer naar een betere toestand is er geen sprake van een abnormaal of goedgunstig voordeel. De Belgische vennootschap toont op voldoende wijze aan dat er bedrijfseconomische en financiële redenen waren om deze kwijtschelding te rechtvaardigen. Bovendien gebeurde de kwijtschelding onder de uitdrukkelijke ontbindende voorwaarde van terugkeer tot een betere toestand, zodat de afstand geen onvoorwaardelijk karakter had (Brussel, 17 september 2009).

Wanneer een vennootschap aandelen koopt van één van zijn bestuurders tegen een prijs hoger dan de werkelijke waarde, is het verschil belastbaar als een abnormaal of goedgunstig voordeel (Gent, 4 november 2008, Fisc., 2009, afl. 1185, 11).

De instemming van een schuldeiser met een deficitaire vereffening nadat hij de schuldvordering op de te vereffenen vennootschap gedeeltelijk kwijtscheldt, impliceert geenszins de kwijtschelding van een schuld (Voorafgaande Beslissing nr. 800.412 van 28 juli 2009, www.fisconetplus.be en Fisc.Act., 2009, afl. 30, 1-3).

E. Sociale voordelen

- Anciënniteitspremie

In navolging van de RSZ aanvaardt de fiscus sinds 1 januari 2009 ook een alternatieve wijze voor het berekenen van het maximaal vrijgestelde bedrag van aan werknemers toegekende anciënniteitspremies. Aanvankelijk was de maximumgrens gelijk aan één of tweemaal de brutomaandwedde bij respectievelijk 25 en 35 jaar dienst. In de alternatieve methode wordt verwezen naar het gemiddelde brutobedrag van een maandloon, dat per kalenderjaar moet worden vastgesteld op basis van de verhouding tussen de uitbetaalde lonen en het aantal voltijdse equivalenten tijdens het voorafgaande kalenderjaar. Bovendien bevestigt de administratie dat wanneer de maximale grenzen overschreden worden enkel het overschrijdende gedeelte belast wordt (Circulaire Ci.Rh. 242/601.490 van 25 februari 2010 (AOIF 18/2010), www.fisconetplus.be en Acc. & Fisc., 2010, afl. 11, 7).

- Maaltijdcheques

Met ingang van 1 februari 2009 is één euro per maaltijdcheque een aftrekbare beroepskost, zelfs wanneer de werkgeversbijdrage niet verhoogd werd, en dit zowel voor werknemers als voor bedrijfsleiders (Acc. & Fisc., 2009, afl. 30, 7 en Acc. & Fisc., 2009, afl. 34, 3 en Acc. & Fisc., 2009, afl. 37, 6 en Circulaire Ci.Rh. 243/599.122 (AOIF 44/2009) van 28 september 2009, www.fisconetplus.be en Vr. & Antw., Kamer, 2009-2010, nr. 52-72 van 3 augustus 2009, Vr. nr. 568 van R. Deseyn van 7 juli 2009).

Maaltijdcheques die worden toegekend aan rondreizende apothekers zijn als kosten eigen aan de werkgever te beschouwen, en dus een aftrekbare beroepskost in de vennootschapsbelasting (Rb. Luik, 18 juni 2009).

- Sport- en cultuurcheques en ecocheques

Voor sport- en cultuurcheques wordt een specifieke regeling uitgewerkt, die geïnspireerd is op die van de maaltijdcheques. Het bedrag dat jaarlijks mag worden uitgekeerd als sport- of cultuurcheque is maximaal 100 EUR. Voor de vennootschap is het een niet-aftrekbare kost (Acc. & Fisc., 2009, afl. 42, 2). In een circulaire van 2 juni 2009 geeft de administratie toelichting bij het fiscale regime van sport- en cultuurcheques voor en na 1 juni 2006, alsmede over de samenloop met geschenkencheques (Circulaire CI.RH. 242/579.489 (AOIF 29/2009) d.d. 2 juni 2009, www.fisconetplus.be). Ecocheques dienen voor de aankoop van producten en diensten met een ecologisch karakter. Het bedrag per cheque is beperkt tot 10 EUR, en per werknemer op 125 EUR per jaar voor 2009.

F. Minderwaarden op aandelen

Een vennootschap die een minderwaarde realiseert op een deelneming neemt deze niet op in de resultatenrekening. Deze verliezen liet zij indekken door het Fonds voor Industriële Technologie. Zij rekende de vermindering van deze deelneming rechtstreeks aan op de schuld aan het FIT. Dergelijke boeking is strijdig met het boekhoudrecht. De waardevermindering is op grond van artikel 198, 7° WIB 92 fiscaal niet aftrekbaar (Antwerpen, 22 september 2009, www.index.be).

G. Overdreven beroepskosten

De administratie moet het bewijs leveren van het beweerde overdreven karakter van beroepskosten. Volgens het hof te Brussel hebben de kosten van een Rolls Royce, die gebruikt werd voor het transport van klanten van een onderneming actief in de scheepvaartverzekeringen, geen overdreven karakter. Ook de kosten van de chauffeur werden aanvaard als beroepskosten (Brussel, 16 oktober 2009, Fisc.Act., 2009, afl. 41, 14).

H. Niet-aftrekbare betalingen naar bepaalde staten

Vennootschappen moeten vanaf 01.01.2010 aangifte doen van alle betalingen die zij rechtstreeks of onrechtstreeks gedaan hebben aan personen gevestigd in een belastingparadijs (Acc. & Fisc., 2010, afl. 8, 1-2).

VAK III UITGEKEERDE WINSTEN

- Dividenden

De door een vennootschap in vereffening betaalde voorschotten op het liquidatieresultaat, zijn volgens de Dienst Voorafgaande Beslissingen een dividend in de zin van artikel 18, 2°ter WIB 92, waarop 10 % roerende voorheffing verschuldigd is (Voorafgaande Beslissing nr. 800.245 van 16 september 2008, Fisc.Act., 2009, afl. 14, 7-8).

- Rentegevende voorschotten

Het feit dat de verkoopprijs van een aandeel geboekt wordt op rekening-courant volstaat op zich niet om te stellen dat het om een rentegevend voorschot gaat. Het is de kwalificatie van de onderliggende overeenkomst die de onderliggende oorzaak is die zal bepalen of er sprake is van een geldlening of niet (Rb. Gent, 19 maart 2008, F.J.F., N° 2009/68 en Rb. Namen, 10 december 2008, F.J.F., N° 2009/250 inzake verkoop cliënteel en materiële vaste activa van een chirurg en Luik, 16 januari 2008, F.J.F., N° 2009/521 en Gent, 17 februari 2009, Fisc., 2009, afl. 1183, 12). Het Hof van Cassatie bevestigde dat een vordering op rekening-courant een geldlening kan uitmaken, maar dat deze inschrijving echter niet noodzakelijk als een geldlening in civielrechtelijke zin moet worden uitgelegd. Het hoogste rechtscollege benadrukt dat bij gebrek aan een fiscale omschrijving moet worden teruggegrepen naar de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek (Cass., 4 september 2009, www.cass.be en Acc. & Fisc., 2009, afl. 35, 6-7).

VAK IV UITEENZETTING VAN DE WINST

Derde bewerking: niet-belastbare bestanddelen

- Vrijgestelde giften

Met ingang van 1 januari 2009 zijn niet enkel de giften aan Belgische erkende instellingen aftrekbaar, maar ook giften in geld betaald aan gelijkwaardige instellingen in een lidstaat van de Economische Europese Ruimte.

( Vrijstelling bijkomend personeel kmo

Vennootschappen met minder dan elf werknemers mogen voor elk bijkomend personeelslid waarvan het bruto dag- of uurloon niet hoger is dan 90,32 EUR of 11,88 EUR voor aanslagjaar 2010 een bedrag van 5150 EUR vrijstellen. In een circulaire Ci.RH. 242/597.719 (AOIF 52/2009) van 14 december 2009 geeft de administratie toelichting over de praktische modaliteiten van deze regeling (Circulaire Ci.RH. 242/597.719 (AOIF 52/2009) van 14 december 2009, www.fisconetplus.be).

Derde bewerking: DBI-aftrek

Met ingang van 1 januari 2010 moet men voor de toepassing van de DBI-aftrek beschikken over een deelneming van ten minste 10 %, of met een aanschaffingswaarde van ten minste 2.500.000 EUR (i.p.v. 1.250.000 EUR). Deze voorwaarde is vanaf aj. 2010 eveneens van toepassing voor beursvennootschappen, kredietinstellingen en verzekeringsmaatschappijen (die hier vroeger niet dienden aan te voldoen). In de ministerraad van 27 januari 2010 werd een nieuwe lijst van belastingparadijzen voor de toepassing van de DBI-aftrek vastgelegd. Tot op heden is het KB echter nog steeds niet gepubliceerd.

In navolging van het arrest-Cobelfret van het Europese Hof van Justitie werd de overdraagbaarheid wettelijk geregeld (voor de concrete toepassing zie Circ. AFZ/intern.IB 2006/0549 van 12 oktober 2009, www.fisconetplus.be en Acc. & Fisc., 2009, afl. 22, 1-2 en afl. 41, 3-5).

Volgens het hof van beroep te Antwerpen vereist de Moeder-Dochterrichtlijn dat dividenden die als DBI aftrekbaar zijn ook in mindering kunnen worden gebracht op verkregen abnormale of goedgunstige voordelen, en dit in weerwil van de uitdrukkelijke wettekst (Antwerpen, 28 april 2009, Fisc., 2009, afl. 1160, 1-3).

Vierde bewerking: aftrek octrooi-inkomsten

In een aantal rulings verschafte de DVB nadere toelichting omtrent de kwalificatie van een onderzoekscentrum als bedrijfsafdeling (Voorafgaande Beslissing nr. 900.296 van 17 november 2009, www.fisconetplus.be) en de eigendomstitel m.b.t. het octrooi (Voorafgaande Beslissing nr. 900.296 van 17 november 2009, www.fisconetplus.be).

Vijfde bewerking: aftrek voor risicokapitaal (notionele interest)

Het basispercentage aftrek voor risicokapitaal bedraagt voor ajr. 2010 4,473 %. Voor kleine vennootschappen in de zin van artikel 15 W. Venn. bedraagt het tarief 4,973 %.

De minister van Financiën bevestigde dat ook vennootschappen in vereffening recht hebben op de notionele interest (Vr. & Antw., Kamer, 2009-2010, nr. 51-91 van 25 januari 2010, 721, Vr. nr. 57 van D. van der Maelen van 8 december 2009).

Bij gebrek aan voldoende winsten is het saldo aan notionele interest gedurende zeven jaar overdraagbaar. In antwoord op een parlementaire vraag bevestigde de minister van Financiën dat de belastingplichtige bij de aanrekening van het overgedragen saldo voor de voor haar meest voordelige volgorde mag kiezen (Vr. & Antw., Kamer, 2009-2010, nr. 52-85 van 16 november 2009, 184-185, Vr. nr. 663 van M. De Clercq van 8 oktober 2009 en Acc. & Fisc., 2009, afl. 44, 5).

Wanneer een moedervennootschap intekent op een kapitaalverhoging bij haar dochtervennootschap middels geleende gelden kan er een dubbele aftrek ontstaan, namelijk de aftrek van de interesten bij de moedervennootschap en de notionele interest bij de dochtervennootschap, berekend op het verhoogde kapitaal. Verwijzende naar het principe van de vrije keuze voor de minst belaste weg, stelt de minister van Financiën dat dergelijke structuur ('double dip') niet in vraag mag worden gesteld door de administratie (Vr. & Antw., Kamer, 2008-2009, nr. 52-46 van 20 januari 2009, 23, Vr. nr. 29 van D. Van der Maelen van 14 januari 2009).

Achtste bewerking: investeringsaftrek

De percentages voor ajr. 2010 luiden als volgt:

- Alle vennootschappen

- Octrooien, milieuvriendelijke investeringen voor onderzoek en ontwikkeling, energiebesparende investeringen, investeringen in rookafzuig- of verluchtingssystemen en oplaadstations voor elektrische wagens: 15,5 %

- Investeringen tot aanmoediging van het hergebruik van verpakkingen van dranken en nijverheidsproducten: 3 %

- Binnenlandse kmo-vennootschappen

- Investeringen in beveiliging: 22,5 %

Een kmo-vennootschap is ofwel deze die voldoet aan de kmo-definitie van artikel 201, eerste lid, 1° WIB 92, of deze die voldoet aan het begrip 'kleine vennootschap' in de zin van artikel 15 W.Venn.

- Vennootschappen die uitsluitend winst uit zeescheepvaart verkrijgen

- Investeringen in zeeschepen: 30 %

Voor de investeringen in milieuvriendelijke investeringen voor onderzoek en ontwikkeling kan worden geopteerd voor een verhoogde gespreide investeringsaftrek, die gelijk is aan 22,5 % van de afschrijvingen op die investeringen.

De verhoogde investeringsaftrek (22,5 %) voor de beveiliging van beroepslokalen en hun inhoud is vanaf ajr. 2010 ook uitgebreid tot investeringen die gedaan werden om bedrijfsvoertuigen in de zin van artikel 44bis, §1, derde lid WIB 92 te beveiligen.

VAK V AFZONDERLIJKE AANSLAGEN

- Geheime commissielonen

Een aanslag geheime commissielonen behoort tot het fiscaal recht, en niet tot het strafrecht, waardoor de bepalingen van artikel 6 EVRM en 14 IVBPR niet toepasselijk zijn. Als gevolg daarvan mag de fiscale rechter de bijzondere taxatie aan 309 % niet herleiden (Antwerpen, 15 september 2009, onuitgeg.). In navolging van eerdere rechtspraak blijft de rechtbank van eerste aanleg van oordeel dat de aanslag geheime commissielonen wel een strafsanctie is in de zin van artikel 6 EVRM, waardoor de rechter de sanctie mag herleiden (Rb.Namen, 24 februari 2010, onuitgeg.).

De minister van Financiën bevestigde dat handelsrestorno's die rechtstreeks in mindering worden gebracht op de facturen waarop zij betrekking hebben niet op een fiche 281.50 moeten worden vermeld. Dit is echter wel het geval indien de restorno's aangerekend worden op een andere factuur (Vr. & Antw., Kamer, 2008-2009, nr. 52-62 van 18 mei 2009, 128-129, Vr. nr. 263 van C. Brotcorne van 29 januari 2009).

VAK XII VOORAFBETALINGEN

Voor ajr. 2010 bedraagt de basisrentevoet 3 %, hetgeen leidt tot een gemiddeld verhogingspercentage van 6,75 % voor vennootschappen die niet of te weinig hebben voorafbetaald. De aan de trimesteriële voorafbetalingen verbonden voordelen zijn 9 %, 7,5 %, 6 % en 4,5 % voor respectievelijk het eerste, het tweede, het derde en het vierde kwartaal.

Kmo-vennootschappen die niet of voldoende voorafbetalen gedurende de eerste drie boekjaren worden niet gesanctioneerd met een belastingverhoging. Voor ajr. 2010 wordt met kmo-vennootschap nog steeds bedoeld de vennootschap die voor het verlaagd opklimmend tarief in aanmerking komt. Pas vanaf ajr. 2011 wordt ook verwezen naar het begrip 'kleine vennootschap' in de zin van artikel 15 Wetboek van Vennootschappen.

VAK XIII VERREKENBARE VOORHEFFINGEN

- Roerende voorheffing

Indien een algemene vergadering beslist een dividend uit te keren zonder specifieke verwijzing naar de (latere) datum van betaalbaarstelling of toekenning of zonder het bestuursorgaan te machtigen dit tijdstip vast te leggen, is de roerende voorheffing vijftien dagen na de algemene vergadering verschuldigd (Rb. Luik, 18 juni 2009, www.index.be).

VAK XIV TAX SHELTER

In oktober 2009 publiceerde de administratie een addendum aan de circulaire van 23 december 2004, waarin zij alle wetswijzigingen van de laatste jaren aan de tax shelter toelicht (Circulaire Ci.RH. 421/566.524 (AOIF 42/2004 en AFZ 18/2004) van 26 oktober 2009, www.fisconetplus.be en Acc. & Fisc., 2009, afl. 40, 3-4). Inmiddels heeft de CBN een advies gepubliceerd over de boekhoudkundige aspecten van de tax shelter in hoofde van de investeerder (advies van 16 juni 2010, nr. 2010/7, www.cnc-cbn.be).

VAK XVI DIVERSE BESCHEIDEN

Een opgave 328 K (degressieve afschrijvingen) moet niet noodzakelijkerwijze bij de aangifte worden gevoegd (Antwerpen, 13 januari 2009, Fisc.Act, 2009, afl. 11, 13).

Het nieuwe aangifteformulier bevat tevens een rooster van alle mogelijke formulieren, waarvan de belastingplichtige moet aankruisen welke hij bijvoegt.



bron : standaard uitgeverij
terug

www.kvabb.be /

p. /




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina