De aantoonbare macht



Dovnload 57.26 Kb.
Datum18.08.2016
Grootte57.26 Kb.
Vraag 1 : De media heeft macht. Leg uit op welke 3 manieren. Illustreer met verschillende voorbeelden.

De media (in volgorde van belangrijkheid: televisie, pers en radio) hebben een aantoonbare macht en een indirecte, emotionele macht.

De aantoonbare macht

Toen de jonge De Croo voor het eerst het parlement binnenstapte verwelkomde Manu Ruys, de grijze eminentie van De Standaard hem met de woorden: ”niet jullie, de politici, zijn de bazen, de echte bazen zijn wij, de mensen van de pers.” En jaren later verklaart Siegfried Bracke in een interview onomwonden: “verkiezingen worden verloren of gewonnen op de televisie en nergens anders.”

Is dat zo ? Kan je zo’n uitspraken ook hard maken ?

Kijken we even naar Amerika. Toen in 1960 Kennedy tegenover Nixon kwam te staan voor de presidentsverkiezingen, haalde Kennedy de bovenhand na een paar televisiedebatten. De jonge, bruingebrande god Kennedy kwam veel beter over op het scherm dan de zweterige Nixon. Dus won hij de verkiezingen.

Later toen Walter Cronkite zich ontpopte als de eerste ware ankerman van de nieuwsdienst van CBS, een van de drie grote zenders naast NBC en ABC, ging die zelf een kijkje nemen in Vietnam en ontdekte daar zware mistoestanden. Cronkite had, als televisiejournalist veel gezag opgebouwd en rapporteerde de reële feiten en bekritiseerde het beleid van de toenmalige president Lyndon Johnson. Johnson die een tweede ambtstermijn ambieerde zag daarvan af omdat de media (in de persoon van Cronkite) niet meer achter hem stonden: de macht van één journalist op de verkiezing van een president!

Wie herinnert zich niet het beeld van dat ene kleine, naakte Vietnamese meisje dat wegloopt van het geweld. Dat had zo’n invloed op de gemeenschap dat Nixon en Kissinger – toen aan de macht – de hele Vietnampolitiek hebben moeten ombuigen en beslisten zich terug te trekken uit Vietnam.

Dat betekent dat als er geen beeld is, het niet bestaat. Vroeger zei men: het staat zwart op wit in de krant dus het is waar. Nu is het: ik heb het op televisie gezien, dus het bestaat.

Uit een studie van de VUB (universiteit Brussel) kwam de conclusie : “de buis kraakt of maakt de politiek”.

De indirecte macht

Televisie speelt in op emotie. Soaps, reality televisie (“het leven zoals het is...”), date-programma’s, talkshows, supernanny, tante kaat, etc. werken een modedenken in de hand. Wat je op televisie ziet is waar. Wat wijzelf meemaken is daar maar een afstraling van, is bijna niet echt. Wat echt is, is wat je op televisie ziet, zodat de virtuele realiteit de echte realiteit wordt. Wat is echt en wat is vals ? Wat niet op televisie komt bestaat niet, alsof ons eigen leven niet echt is. Dat is de emotionele kracht van het medium.

De macht over de media

De media zijn in de macht van het geld, van het marktgericht denken. Dat is het Amerikaans model. De managers, de marketeers bepalen alles. Waarom verandert “TV 1” in “Eén” ? Omdat men (de VRT-directie) op aanraden van een marketingbureau gelooft dat die verandering meer kijkers zal opleveren. Of door die verandering de kijker betere informatie, betere ontspanning of betere educatie zal krijgen is niet de vraag, de vraag is of die verandering meer kijkers genereert. De macht van het geld en de druk die ervan uitgaat duikt op in vele domeinen. Kijk naar de doping in de sport, de verweving van wetenschap en industrie aan de universiteiten, de discussie over de boekenprijs, het werven van patiënten in het Dodoensziekenhuis in Mechelen, allemaal voorbeelden van het marktdenken dat onze samenleving overheerst. Men doet alles voor het geld.

De kijker is een consument geworden van een commercieel product. Niet van een cultureel product.

Vb. Berlusconi is door tegenstanders zwaar bekritiseerd voor zijn greep op de media. De TV-stations van Berlusconi zijn de populairste van Italië. Als regeringsleider heeft hij ook duidelijke invloed op de publieke kanalen; samen geeft dit hem de macht over 90% van de Italiaanse media.

De openbare omroep

Het enige alternatief tegenover de commercie is een openbare omroep die drie stelregels moet volgen:



  • objectief nieuws brengen

  • educatie geven (in de stijl van National Geografic)

  • goede ontspanning leveren (waaronder ook sportprogramma’s)

Het probleem is dat de openbare omroep moet opboksen tegen de commerciële omroepen al was het maar om zijn overeenkomst met de Vlaamse regering waar te maken. De commerciële omroepen richten zich op “de grootst gemene deler van de gemiddelde smaak van de huisvrouw tot 50 jaar”. Die bepaalt namelijk wat manlief moet besteden. Na de 50 is zij afgeschreven. Zo eenvoudig is het marktgericht denken van managers en marketingdenkers. Als de openbare omroep die strijd moet aangaan is het risico groot dat zij moet lijden aan kwaliteitsverlies.

Maar een openbare omroep met de hierboven drie opdrachten is de enige remedie tegen een volledige commercialisering.

Kijk naar Amerika: daar heb je nog zo iets als de PBS (Public Broadcasting System), o.a. de zender die Sesamstraat ontwikkelde: 1 % van de Amerikanen sponsort PBS en zo kan ze overleven, als een marginaal gegeven. Als in ons ‘klein’ landje 1 % van de Vlamingen de VRT zou steunen, was de VRT al lang van het scherm verdwenen. Dus moet de regering de VRT blijven onderhouden en moet de VRT zijn openbare opdracht blijven waarmaken en zich niet teveel om commerciële bekommernissen bezorgd maken. Maar kan dat ?

Vraag 2 : Wat betekent ‘cultuur’ ? Wat bedoelen we met ‘cultuur wordt door socialisatie geïnternaliseerd’.

Cultuur is een samenhangend stelsel van opvattingen, kennis, gewoonten, verwachtingen, waarden en normen dat de leden van een samenleving overdragen aan volgende generaties. Onze cultuur is de wijze waarop we dingen doen zoals: slapen, telefoneren, baden,… En deze denk- en handelswijzen doen we op een bepaalde manier zonder er ons bewust van te zijn.

We hebben met ander woorden deze denk- en handelswijzen door socialisatie geïnternaliseerd.

Een cultuur wordt dus verworven door een leerproces. Waarden en normen worden overgenomen zonder dat we er ons bewust bij zijn.

Het begrip ‘cultuur’ houdt dus verband met het gehele leven van alle leden van een samenleving of groep.

Vb. Cultuurshock:

Een onervaren reiziger kan na contact met een vreemde cultuur gevoelens van hulpeloosheid en angst ervaren met de gewoontes uit de andere cultuur. Daarom dat veel mensen kiezen voor een uitgelijnd reispatroon gebracht door een reisbureau om de kennismaking met vreemde cultuur te doseren.



Vraag 3 : Wat is het Müller-Leyer effect ? Wat toont dit effect aan ?

Het Müller-Leyer-effect is een vorm van gezichtsbedrog waarbij twee gelijke lijnen een ongelijke lengte lijken hebben zelfs al weet de kijker dat beide lijnen even lang zijn, het visuele systeem vertelt het tegenovergestelde.

We houden onszelf voor de gek, en dat vinden we niet erg. De misinterpretatie verrast ons, zoals de goeduitgestelde clou van een mop.

Maar niet iedereen lijkt even gevoelig te zijn voor het effect. Zo is uit onderzoek gebleken dat westerlingen veel gevoeliger zijn voor deze optische illusie dan mensen uit ‘primitieve culturen' die in een minder rechtlijnige en rechthoekige omgeving leven. Rechte lijnen en rechte hoeken komen in de natuur immers bijna nooit voor.

Dit bewijst dat ook onze visuele waarneming is beïnvloed door de manier waarop wij binnen onze samenleving hebben leren kijken en door wat wij gewoonlijk om ons heen zien.

Zijn de lijnen even lang? (Müller-Leyer illussie).



Vraag 4 : Bespreek de normatieve component van cultuur en geef voorbeelden.

Normatieve component : waarden, normen en instituties



    • Waarden zijn algemene, abstracte richtlijnen die uitdrukken wat een bepaald samenlevingsverband als goed, juist en dus nastrevenswaardig wordt beschouwd.

Voorbeeld: monogamie (het bij 1 vrouw houden)

(Waarden zijn cultuurgebonden --> moslims houden er meer vrouwen op na)



    • Normen zijn concrete gedragsregels die aangeven hoe we ons in een bepaalde situatie moeten gedragen. Normen zijn dus concreter dan waarden.

Voorbeelden: met mes en vork eten, niet luidop boeren

    • Instituties zijn een samenhangend geheel van rollen die het gedrag van leden van een samenlevingsverband reguleren met het oog op het vervullen van belangrijke waarden. Men handelt volgens een normatief bepaalde vast procedure.

Voorbeelden: wie steelt wordt gestraft, men moet stoppen voor een rood verkeerslicht.
Vraag 7 : Leg uit hoe de schildenlast ontstaan is en verder in stand wordt gehouden.

In de jaren 60' was er overvloed en welvaart. Totdat de oliecrisis in 1973 losbarst door een conflict tussen de Arabische landen en de VS dit conflict is ontstaan uit een disbuut tussen het standpunt van de VS over de Palestijnse kwestie.

Als reactie op het standpunt van de VS over Palestina verminderen de oliesjeiks de uitvoer van olie en drijven zo de prijzen van olie op. Hierdoor vergaren de oliesjeiks een enorm kapitaal dat ze plaatsen op de Wereldbank.

De Wereldbank gebruikt dit geld om leningen te geven aan de Derde Wereld Landen die gaan dan dat geld dan naar eigen goeddunken spenderen.

Maar na X aantal jaren komt de Wereldbank natuurlijk achter zijn geld plus intrest daarop vragen. De meeste van deze Derde Wereld Landen kunnen natuurlijk deze schuld niet inlossen en krijgen zo altijd maar hogere schulden.

De oplossing van de Wereldbank hierop is een herschikking van de schuldenlast. De landen met problemen om hun schuld te vereffenen krijgen een nieuwe lening maar nu met voorwaarden aan verbonden.

Ze moeten vooral investeren in export met als gevolg dat de sociale voorzieningen als: onderwijs, gezondheid,.. geen aandacht meer krijgen.

Vraag 9 : ‘Wereldbeschouwingen bepalen hoe mensen tegenover hun bestaan aankijken’ Leg uit ! Leg uit : ‘creationisme’. Wees volledig

De wereldbeschouwing van een mens is de voorstelling die een individu gedurende zijn leven heeft opgebouwd van de werkelijkheid, de samenhang, ofwel het wezenlijke van de wereld. Deze wereldbeschouwing is beïnvloed door zijn zintuiglijke ervaringen, zijn opvoeding en opleiding, zijn sociale, professionele en religieuze contacten, zijn belezenheid, zijn intelligentie, zijn voorstellingsvermogen, … Maar hoewel de wereldbeschouwing is beïnvloed door ervaringen, is het daar echter niet op gebaseerd. De wereldbeschouwing gaat immers juist vooraf aan de (wetenschappelijke) waarneming. Het is de wereldbeschouwing dat in zekere zin 'stuur' geeft aan de waarneming, door deze van een duiding te voorzien.



  • Leg uit: ‘creationisme’. Wees volledig.

Creationisme is de religieus geïnspireerde opvatting dat het universum en de aarde maar ook alle planten en dieren alsmede de mens hun ontstaan te danken hebben aan een bijzondere scheppingsdaad. Deze scheppingsdaad impliceert een schepper en kan gezien worden als een vrij plotseling en eenmalig gebeuren dan wel als een geleidelijk en voortgaand proces.

Vraag 10 Welke houdingen zijn er mogelijk tegenover de verscheidenheid aan meningen in onze maatschappij ?

  • Ethisch absolutisme is een houding waarbij men enkel aan de eigen opvatting waarheidswaarde hecht. De eigen opvatting wordt voorgesteld als objectief geldende waarheid, als vaststaand feit. Discussie met andersdenkenden is niet mogelijk aangezien de ethisch absolutist al op voorhand vasthoud aan het eigen gelijk.

vb.: Bush, godsdienstoorlogen, fundamentalisme, …

  • Ethisch relativisme (veel gekozen) is een houding tegenover andersdenkenden waarbij men stelt dat ieders mening evenwaardig is en dat men verplicht is tolerant te zijn tegenover iedere opvatting. Een ethisch relativist weigert een uitspraak te doen over het gelijk of ongelijk van anderen, vanuit de overtuiging dat er geen extern, onafhankelijk en universeel geldig criterium is om de verschillende ethische overtuigingen tegenover elkaar af te wegen. Op deze manier is discussie natuurlijk zinloos. Men plaat gewoon langs elkaar heen.

Belangrijk probleem hierbij is evenwel dat ethisch relativisten op grond van het eigen principe van tolerantie verplicht zij om de intolerantie van anderen te tolereren!

vb.: racisten, homohaters, vrouwenhaters, …



  • Varianten:

    • Nihilisme: geen universele standaard van waarden.

    • Sceptische: alles in vraag stellen.

  • De ethische dialoog (meer vruchtbare weg) is de oude weg die Socrates reeds bewandelde van het samen zoeken naar waarheid door inhoudelijk te argumenteren en zich in oprechte bescheidenheid bereid te tonen de eigen standpunten bij te stellen. Het is de weg van het samen zoeken naar het best mogelijke compromis, niet door het gelijk van de meerderheid maar door inhoudelijk overleg over de kwestie zelf.



    • Men moet voortgaan op juiste informatie over de feiten.

    • Er moeten goede argumenten gebruikt worden en alleen die mogen in de afweging meetellen.

    • Slechte argumenten zijn:

      • ongegronde veralgemeningen

        • Alle blondjes zijn dom.

        • Alle mannen zijn macho’s.

        • Alle moslims zijn terroristen.

        • Alle werklozen zijn profiteurs

      • argumenten op basis van feiten

        • de maximum snelheid op de snelweg wordt door niemand gerespecteerd, dus moet ik me er ook niet aan houden.

      • gezagsargumenten

        • de directeur heeft het zelf gezegd.

      • personeelsgebonden argumenten

        • wat x zegt, is niet belangrijk, want hij is een ex- gedetineerde / home / immigrant / …

    • Iedere partij heeft evenveel recht van spreken.

    • De belangen van alle betrokkenen moeten afgewogen worden.

    • Duidelijkheid in gebruikte begrippen: elke partij moet hetzelfde verstaan onder wat met bepaalde termen bedoeld wordt.

Vraag 13 : Met welke vragen houdt de filosofie zich bezig ? Wat is ‘ethiek’ en welke zijn ethische vragen? Geef voorbeelden uit de cursus of uit de actualiteit.

Ethiek is een tak van de filosofie die zich bezighoud met de kritische bezinning over het juiste handelen. Ethiek denkt na, reflecteert over het feitelijk zedelijk handelen van de mensen. De manier waarop mensen tegen de werkelijkheid, leven en dood, geluk, de waarde van het menselijk leven,… aankijken, heeft vanzelfsprekend een weerslag op hun ethische ideeën.


Ethische vragen:





    • "Wat is goed, wat is kwaad"

    • "wat moet ik doen om goed te handelen"

    • "hoe kan ik een goed mens zijn"

Filosofie ontstaat als kritische reflectie op de werkelijkheid, vanuit het streven naar geluk en inzicht, vanuit fundamentele verwondering over deze werkelijkheid en zoekt uitdrukkelijk naar zin en samenhang in de werkelijkheid. Filosofie stelt meer ultieme vragen, is niet geïnteresseerd in meetbare verhoudingen maar in de zin, de grond v/d dingen. Filosofie is op zoek naar ultieme waarheid, niet naar positief-wetenschappelijk controleerbare feiten.

Vraag 16 : Welke 4 factoren onderscheiden we in reclame-ethiek ? Geef voldoende uitleg. Illustreer met eigen voorbeelden.

1. Informeren: correcte informatie, niet misleidend. Wat verboden is zijn misleidende, pseudo wetenschappelijke uitleggingen zoals: “Vicks die tegen hoest werken” Vb Orange die een spotje had in Nederland die zei dat je per seconde betaalt, maar niet vertelde dat je ook starttarief betaalde.

2. Persuasieve(overtuigende) functie: aandacht, interesse, verlangen wekken. Deze reclame is associatieve reclame vb coca cola met jong zijn, camel en Dakar, cola en Kerstman. Zulke zaken beïnvloeden het imago en bepaalt welke soort mensen de producten kopen. Welke producten iemand koopt heeft te maken met de fysieke behoefte van het individu: behoefte aan geborgenheid, macht status. BMW is ene statussymbool, gaat gekocht worden door mensen die een behoefte hebben aan status. Een mens heeft ook psychologische/subjectieve behoeftes. Dingen die ze eigenlijk niet echt nodig hebben, maar ze maken zichzelf beter dat hun leven/geluk beter zal zijn als ze dat object bezitten.

3. Culturele en imaginaire functie. Kunnen wijzen naar bepaalde waarden in een cultuur. Vb slogan: “Dexia, uw partner in cultuur”, Perrier heeft reclame aan het Louvre, Benetton doet aan humanitaire hulp. Zulke reclame is zeer cultureel bepaald, zo een slogan van Dexia gaat geen effect hebben in Afrika. Van de imaginaire functie kan er misbruik worden gemaakt, kan aanstootgevend zijn, kwetsend, platvloers en pervers zijn. Vb benetton met schokkende reclame: kussende non en pater, stervende hiv patient…

4.tekenkarakter: Merkkledij is daar een typisch voorbeeld van. Mensen willen gelijk zijn aan klasse die hoger op de maatschappelijke ladder staat. Mensen willen zich onderscheiden, en reclame is hieraan aangepast. Het neveneffect is dat de identiteit van mensen vervormd wordt en er subjectieve schaarste otnstaat.

Vraag 17 Wat betekent ‘levensbeschouwing’? Wees volledig in je uitleg. Wat betekent ‘ideologie’? Wees volledig in je uitleg.


Levensbeschouwing is het geheel van voorstellingen en denkbeelden over de wereld en het mensdom OF het geheel van denkbaarheden en de daaruit voortvloeiende (ethische) opvattingen. Het omvat 3 aspecten: een visie op de wereld, op de mens en op god of het goddelijke. Een levensbeschouwing wordt gevormd door cultuur en opvoedingen, uit gewoonten en tradities. Een levensbeschouwing is niet doordacht maar spontaan.

Ideologie is het geheel van ideeën over de mens, menselijke relaties en de inrichting van de samenleving. Uiten zich vooral in de politiek. Ideologieën inspireren politieke leiders en aanhangers in het realiseren van wat zij als de meest ideale samenlevingsvorm zien. Ideologieën inspireren niet echter alleen, maar worden ook gebruikt als alibi om eigen belangen zoals macht en economisch profijt te verdedigen en te legitimeren. Er wordt daarbij gebruik gemaakt van sterk geladen symbolen zoals bij Nazisme: Germaanse mythologie, adelaar, voorstelling van joden als varkens/duivels. Historische gebeurtenissen kunnen mythische proporties krijgen zoals de kruisvaarten, ontdekking van de nieuwe wereld enz.

Ideologieën van Amerika zijn geïnspireerd op het idee van ‘One nation under God’ en typisch Amerikaanse vooruitgangsoptimisme. Hebben enorme inpakt op het zelfbeeld van de Amerikanen en op de politiek. Ideologieën zijn niet zelden een soort godsdienst, met eigen instellingen, heiligen, goden, normen en idealen.



Vraag 18 : Bespreek grondig en volledig de video ‘gehoorzaamheid en gezag’.

De video over gehoorzaamheid en gezag is de derde aflevering van de mensentuin. Binnen beide groepen grijpen, onverwacht mensen naar de macht en beginnen de andere groep, maar ook hun eigen groepsleden, te terroriseren. Maar dicatoriale neigingen zijn niet altijd lonend, terwijl de positie van underdog ook zijn voordelen heeft. In de mensentuin geeft men groep A alle macht over groep B, ze mogen beslissen wat groep B moet doen. Al gauw beslissen ze om alle ambetante karwijtjes te laten opknappen door de B-groep (afwasbeurt, schoenen poetsen, …). Caroline heeft hier de leidersfunctie genomen van de A-groep, ze is niet alleen dominant maar controleert ook of het werk goed gedaan wordt. In het normale leven is Caroline echter een gehoorzaam persoon, maar door haar macht te geven ontpopt ze van onopvallend persoon tot dictator. Anderzijds stellen we vast hoe gemakkelijk de B-groep de ondergeschikte rol aanvaard. Toch probeert Ahmet uit de B-groep de rol van de leiders te herdefiniëren bij de bouw van een hut of iets dergelijks. Hij onderhandelt, vraagt respect en lanceert de idee van beloning in functie van meer efficiëntie. Als antwoord verwijst de A-groep naar de leiders van het experiment. De B-groep doet uiteindelijk wat hen gevraagd wordt. Op het einde van de video krijgt de B-groep de mogelijkheid om zich te wreken, ze krijgen namelijk de opdracht het eten klaar te maken voor groep A en ook voor zichzelf. De B-groep maakt slecht eten voor de A-groep, en voor zichzelf een lekker diner. De A-groep is verslagen en valt uit elkaar, ze voelen zich verloren.

In de video zien we ook het experiment in een kleuterschool waarbij een groep kinderen voor een zwaar dilemma geplaatst worden. Tijdens een korte afwezigheid van de juffrouw komt er een kind van ongeveer twaalfjarige leeftijd binnen taartjes zetten en zegt dat de kinderen er niet mogen aankomen. Dit omdat het voor een verjaardagsfeestje is van iemand uit zijn klas. Bij de terugkeer van de juffrouw begint deze de taartjes aan de kinderen uit te delen. Enkele kinderen twijfelen nog of hun geweten het wel toelaat en zeggen dat het van iemand anders is, waarop de juf hun overtuigd dat ze het mogen opeten. Uiteindelijk eten alle kinderen met vol enthousiasme mee. In een ander experiment met toevallige voorbijgangers vraagt een gezagspersoon enkele absurde opdrachten uit te voeren (zoals huppelend verdergaan, rond een appel stappen, een papiertje oprapen, …), indien een niet-geautoriseerd persoon diezelfde opdrachten vraagt kijken ze hem boos aan en stappen ze door.

Ook komt er een experiment in voor waarbij een agent vraagt aan een passant of hij wilt waken over een gevangen, indien deze wegloopt mogen ze hem zonder aarzelen elektrocuteren. De helft geeft een elektrische schok zonder te aarzelen.



  • Bespreek het experiment van Stanley Milgram.

Het experiment van Stanley Milgram wil testen hoe ver mensen gaan in het opvolgen van bevelen. De proefpersoon moet in het experiment van S. Milgram aan een leerling elektrische schokken toedienen telkens verkeerd antwoord wordt gegeven. Meer dan de helft (65%) diende de maximale voltage toe. Zelfs als de studenten doen alsof ze kreunen en zelfs bewusteloos liggen, gaan ze nog steeds verder omdat een persoon – die hoger dan hun staat – dit zegt.

  • Wat tonen de verschillende experimenten en ook het gedrag in de ‘mensentuin’ aan ?

Deze experimenten tonen 3 zaken aan: 1) Mensen houden van macht, men noemt dit machtsgenot. 2) Gehoorzaamheid lijkt een soort tweede natuur te zijn. Een mens aanvaardt zelfs onrechtvaardig gezag. Dit heeft uiteraard rampzalige gevolgen als bevelen immoreel zijn. 3) Slecht leiderschap is uiteindelijk contraproductief. Op politiek vlak heeft dit ronduit catastrofale gevolgen (Holocaust, ex-Joegoslavië, Latijns- Amerikaanse dictaturen, …)

Vraag 20

  • Waaruit bestaat volgens Amin Maalouf onze ‘identiteit’?

Identiteit is volgens Maalouf hetgeen er voor zorgt dat iemand anders is dan de rest. Bestaat uit een massa aspecten die vanzelfsprekend niet beperkt blijven tot de dingen die officieel staan geregistreerd. We behoren allemaal tot een groep vb. religie, nationaliteit, etnische groep, familie, beroepsgroep, sociaal niveau enz. Je kan je ook verbonden voelen met iets, vb provincie, club, wijk, clan, een partij enz. Deze achtergronden zijn niet allemaal even belangrijk maar geen van enkel zijn onbelangrijk. Het zijn die elementen die een persoonlijkheid vormen. Het is altijd een unieke combinatie van elementen. Elementen kunnen bij een grote groep personen worden aangetroffen maar nooit in dezelfde combinatie, en dat is wat iedereeen uniek maakt.



  • Hoe komt volgens Maalouf een mens tot ‘moorddadige waanzin’? Er is een verband met de definitie van sommigen rond ‘identiteit’.Leg uit.

Moordadige waanzin is de neiging van mensen om te veranderen in moordenaars op het moment dat ze het gevoel hebben te worden bedreigd. Iemand die angstig is en het gevoel heeft onveilig te zijn zal niet altijd luisteren naar redelijke argumenten. De reden dat er veel conflicten zijn is omdat groepen zich afzetten tegen andere groepen. De reden daarvoor is om zich te kunnen onderscheiden van de rest vb blanken tegen zwarten. Die groep bestaat uit bepaalde kenmerken zoals huidskleur, nationaliteit, etnische verschillen enz. Aangezien de ene groep door de andere zal worden bedreigd, zal er een reactie komen die leid tot 'moordadige waanzin'.

Vraag 21 : Bespreek het artikel ‘slavernij in de 21ste eeuw’. Waarover gaat het ? Wees volledig. Verklaar ook de titel van dit artikel.

Het artikel gaat erover hoe de amerikaanse multinationals de machten hebben op wereldvlak. Het heeft onze culturen weten te overreden ipv te dwingen om alle belangrijke aspecten van zijn cultuur over te nemen. Het Amerikaanse imperium wordt niet geregeeerd door een koning of keizer maar door een groep mannen die het voor het zeggen hebben in multinationals en banken, en op die manier invloed hebben over overheden. Onder hen staat een piramide van ondergeschikten die werken om de rijkdommen van de aarde naar de schatkist van de multinationals te sluizen. De mensen in de hoogste regionen zijn er zich merendeel niet van bewust dat ze een nieuwe vorm van slavernij verspreiden die armoede bevorderd en terroristische bewegingen in de hand werkt. Statistieken tonen aan dat er maar een handvol van de rijkste families profiteren van de industrialisatie en economische ontwikkeling in de 3e wereldlanden, terwijl dat de meeste mensen het slechter hebben gekregen.

Waarom spreken we over slavernij? Omdat slavenhandelaars nog altijd bestaan. Zij rekruteren radeloze mensen en bouwen een fabriek om jasjes, jeans, ipods enz te kunnen verkopen waar ze maar willen. Meestal nemen die mensen een plaatselijke ondernemer in dienst om het vuile werk voor hun op te knappen.

Vraag 23 : Bespreek uitgebreid de reportage rond oorlogsverslaggeving.

De eerste grote oorlog waar de pers de middelen (TV, deftige camera’s) voor had om naar het grote publiek te brengen was de oorlog tussen Vietnam en de VS.

Tijdens deze oorlog kreeg de pers ook een quasi onbeperkte vrijheid. Je kon als journalist als het ware gewoon met een gevechtshelikopter meevliegen of een troep soldaten volgen tijdens een aanval op de vijand.

De pers sprong hierop ook gretig op in en toonde uitgebreid beelden aan het thuisfront van de vechtende soldaten aan het front.

Het nadeel hiervan was natuurlijk dat ze ook de doden te zien kregen en de wandaden van het leger. Een keerpunt in de berichtgeving is het moment waarop een Vietnamees dorp wordt platgebrand met vlammenwerpers door de Amerikanen zonder enige rede. Deze beelden gaan de wereld rond en tonen niet de heroïsche soldaten maar de lijdende Vietnamese bevolking.

De publieke opinie reageert geschokt op deze beelden en begint de ware aard van de oorlog te doorzien. Hier wordt dan ook gevolg aan gegeven. Zo zal de president van Amerika bepaalde journalisten verwijten dat ze Amerika verraden door de beelden te tonen ook al tonen ze gewoon de harde waarheid.

Als reactie hierop wordt bij latere oorlogen bepaalde beperkingen opgelegd aan journalisten door het Amerikaans leger.




    • Als ze berichtgeving willen doen over en aan de hand zijnde oorlog moeten ze zich inschrijven. En worden ze eerst gescreend.

    • Eenmaal gescreend en goedgekeurd worden ze in groepen onderverdeel van een 5-tal journalisten.

    • Deze worden dan constant begeleid door iemand van de ‘public relations’ van het leger.

    • Deze persoon zal zeggen wie ze mogen interviewen, wat ze mogen vragen, wat ze niet mogen filmen,… --> ze worden gecensureerd , ze krijgen te zien wat ze hun willen laten zien

Vraag 24 : Geef de krachlijnen uit het artikel 'Wat de pers niet ziet is niet gebeurd'. Bespreek ook de situatie in Darfour.

De pers bepaald wat we “erg” en “niet zo erg” moeten vinden.

Bij de meesten mensen zijn de beelden van 9/11 als het ware in het geheugen gebrand. Aanslagen op het WTC en Pentagon met minstens 5000 doden. Maar dat 7 jaar eerder in de lente van 1994 in Rwanda zo’n 900.000 mensen zijn afgeslacht met een gemiddelde van 9000 doden per dag weet amper niemand meer.

De pers speelt in op onze emoties en bepaald wat we op een bepaald moment verschrikkelijk moeten vinden. In dit geval hebben ze 9/11 in ons geheugen gebrand met alsmaar meer beelden van de torens of van het puin ruimen daarna en de genocide in Rwanda is maar terloops vermeld als het zoveelste feit in het vergeten Afrika!

Na onderzoek zijn twee verassende vaststellingen gedaan.




    • - Uiteraard ging er aandacht naar de genocide in Rwanda de gebeurtenissen haalden ook regelmatig de voorpagina’s maar na een tweetal weken verslapte de berichtgeving en kwam er nog maar sporadisch iets door ook al ging de genocide nog 80 dagen door.

    • - De tweede conclusie is het beperkte perspectief waarmee de pers naar het gebeuren kijken. Meestal is de berichtgeving gericht naar Belgen in Rwanda of de blauwhelmen maar het Rwandese volk wordt vergeten de pers had geen interesse in het leiden van de bevolking van Rwanda.

In de eerste dagen van de genocide sloegen humanitaire operaties groot alarm. Maar nergens kregen ze gehoor. De VS zij dat ze niets konden doen en België repatrieerde zo rap mogelijk zijn landgenoten maar ondernam verder geen actie.

Nu wordt de pers wel verweten dat ze niet genoeg lawaai maakte om de publieke opinie op het drama te wijzen. De redenen hiervoor zijn uiteenlopend:





    • - journalisten zwijgen liever.Drempel om te spreken over genocide is hoog door de Holocaust

    • - het gebeurd daar zo dikwijls , redactiegroepen halen schouders op en berichten volgens hen iets belangrijker.Fatalisme

    • - ‘Ze mochten niet’ Tijdens de genocide zijn journalisten opgebeld door ministers om te waarschuwen dat ze moesten oppassen met wat ze berichten over Rwanda.

Natuurlijk niet alle journalisten kruipen in een donker hoekje als er iets ernstig moet worden bericht Samantha Power is hier een voorbeeld van.

Ze beschrijft op een nogal cynische manier de stappen waarop de Westerse beschaving reageert op een genocide.





    • "1) nog niet weten wat er aan de hand is

    • "2) bij binnenkomen informatie ongeloof

    • "3) beginnende bezorgdheid

    • "4) erkenning probleem

    • "5) humanitaire acties

    • "6) daarna schuldgevoelens (Oeps we zijn te laat, het zal voor nen andere keer zijn)

    • "7) dan beloftes dat ze alles zullen doen dat het nooit meer kan gebeuren

Samantha Power heeft hierover een boek geschreven voor het inkorten van de eerste 4 stappen en om sneller over te gaan naar de bewustwording van het probleem en over te gaan tot actie en niet langer passief afwachten en denken van wat zouden we kunnen doen.

Het late optreden en de zwakke berichtgeving zoals in Rwanda wordt tot op deze dag nog herhaald maar dan nu met de genocide in Darfour. In Darfour is namelijk op dit moment een genocide aan de gang waar de media amper interesse voor toont zo is in een jaar tijd dat genocide in Darfour plaatsvond maar amper 4 minuten aandacht besteed aan de genocide door alle televisiestation in de VS samen.

Conclusie:

De pers speelt een belangrijke rol in hoe de mensen een bepaalde gebeurtenis in de geschiedenis ervaren en daarom heeft ze als taak om alles te berichten in een juiste context. De pers zou zich niet mogen laten beïnvloeden door externe factoren( ministers, nieuws populair genoeg, …) maar een volledige berichtgeving brengen op objectieve feiten. De pers zou niet mogen oordelen dat een dode in Washington belangrijker is dan een dode in Afrika.



Vraag 12 : Wat betekent globalisering  ?

Onder globalisering verstaan we de wereldwijde integratie van bestaande nationale en regionale economische systemen. Dit leidt tot een groter wordende onderlinge afhankelijkheid van individuele plaatsen, regio’s en nationale staten.



  • Hoe is globalisering ontstaan en gegroeid ?

Het proces kwam al op gang in de 16de eeuw met het op gang komen van de ontdekkingsreizen. De basis voor de huidige ontwikkeling werd in de 19de eeuw gelegd met het kolonialisme en het imperialisme. De standaardisering van de wereldkalender en de opkomst van internationale juridische afspraken bevorderen de integratie van de verschillende bestaande economische systemen. Beslissend evenwel voor de totstandkoming van de globalisering in de huidige tijd is de versnelling van het integratieproces en het feit dat de oorspronkelijke spelers in het internationale veld (de nationale staten) geleidelijk aan worden vervangen door de andere machtige spelers (de multinationals en de machtige financiële instellingen). Nu al overtreft de waarde van grote multinationals het Bruto Nationaal Product van een groot aantal landen en het is nog niet zo lang geleden dat de speculatie – activiteiten van grote investeerders nationale financiële autoriteiten dwongen de nationale munteenheid te devalueren.

Globalisering is overigens geen verschijnsel dat beperkt is tot de economische sector. Nieuwe waarden op sociaal en cultureel gebied verspreiden zich razendsnel over de wereld. Was het alledaagse leven van veel mensen vroeger georganiseerd rond de lokale gemeenschap, tegenwoordig zijn velen van ons meer thuis in een van de vele vakantielanden dan in de ontspanningsgebieden van het land. Er is sprake van een mondiale stroom van consumptiegoederen, van muziek, van allerlei vormen van mediagebruik en van mondiale migratiestromen.



  • Door welke factoren wordt globalisering veroorzaakt?

Knox en Marston (1998) noemden vier factoren die in onderlinge samenhang hebben bijgedragen tot globalisering:

1. De voortdurende herschikking van de patronen van internationale arbeidsverdeling. Door verschillen in productie – omstandigheden (en vooral door verschillen in lonen) zoeken producenten voortdurend naar de meest gunstige productielocaties. Arbeidsintensieve productieprocessen werden zodoende verplaatst naar wat lage - lonen landen zijn gaan heten. Een van de gevolgen daarvan is geweest dat de internationale handel in de laatste 25 jaar sneller groeide dan de internationale productie.

2. Internationalisering van de financiële markten. Het totale bedrag aan internationale investeringen is geweldig gegroeid. Uiteraard is dit alles mogelijk gemaakt door de digitale revolutie waardoor het internationale kapitaal snel over de wereld geschoven kan worden. We spreken dan ook wel van flitskapitaal. De belangrijkste centra in de wereld hebben hun positie in dit spel alleen nog maar versterkt: New York, Londen, Frankfurt en Tokyo.

3. Digitale en technologische revolutie die een compleet nieuw arsenaal aan goederen en aan diensten heeft opgeleverd: zonnen – energie, ICT, biotechnologie, containisering, …



4. De groei van de consumentenmarkten. Door vergelijkbare sociaal – economische processen ondergaat de welvarende consument vergelijkbare trends op de wereldmarkt. Er is in het welvarende deel van de wereld sprake van een materialistische en hedonistische cultuur. Vaak is het niet de intrinsieke waarde van goederen bepalend voor de waarde maar de symboolwaarde (het statusaspect bvb. Van de Nike – schoen of de snelle BMW).

  • Indien dit beeldmateriaal klassikaal gezien is: leg uit hoe ‘India aan de lijn’ een voorbeeld is van globalisering. Geef uitleg bij deze reportage.

Bij de reportage India aan de lijn zagen we dat alle hulplijnen van grote multinationals gevestigd zijn in India. De plaatselijke bevolking krijgt een nieuwe Engelse naam, zodat deze meer toevertrouw is met de mensen aan de lijn. Deze bevolking volgt dan lessen Engels zodat er geen enkele twijfel ontstaat bij de persoon die de hulplijn adviseert. Ook mensen die hun rekeningen niet betalen worden door deze Indische bevolking gecontacteerd via telefoon. Er wordt in de computer dan bijgehouden hoeveel beloftes ze gemaakt hebben dat ze het bedrag gingen betalen, wanneer ze het gaan betalen, … De mensen in India doen dit voor een lager loon dan de plaatselijke bevolking waar de multinational zelf is gevestigd en zo ontstaat er enkel nog meer opbrengst.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina