De activiteiten van de Academische Werkplaats zijn onder te verdelen in drie deelprojecten



Dovnload 144.21 Kb.
Datum28.08.2016
Grootte144.21 Kb.

Inleiding.
Het doel van deze samenwerkingsovereenkomst is om na de reeds in juni 2010 getekende intentieverklaringen tot samenwerking in de Academische Werkplaats Kindermishandeling (AWK) de inbreng van alle partijen en de afspraken rondom de samenwerking nader te omschrijven.
De AWK beoogt een brug te slaan tussen onderzoek, beleid, praktijk en opleiding met betrekking tot kindermishandeling (KM) in de regio (Zuid) Kennemerland met als uiteindelijk doel kindermishandeling zoveel mogelijk te voorkomen en mishandelde kinderen snel en goed te behandelen om hen zo optimaal mogelijke ontwikkelingskansen te bieden.

De activiteiten van de Academische Werkplaats zijn onder te verdelen in drie deelprojecten.


1. Het eerste deelproject is het Multidisciplinair Centrum Kindermishandeling (MDC-K). In het MDC-K werken inhoudelijk deskundigen van instellingen in Kennemerland die te maken hebben met KM sectoroverschrijdend (medisch, psychologisch, strafrechtelijk, maatschappelijk) met elkaar samen. De vraag “Why don’t you big people talk to one another?’ van een mishandeld kind dat steeds opnieuw gevraagd werd naar het misbruik en de mishandeling, was in de VS het startpunt voor de Child Advocacy Centers. De CAC’s vormen de inspiratie voor de MDC-K’ s in Nederland. In Kennemerland is en wordt het MDC-K via een groeimodel ontwikkeld. Na een voorbereidende fase is het MDC-K op 28 november 2011 geopend.

De ambitie van het MDC-K is om een aanpak van kindermishandeling te ontwikkelen:



  1. die kind- en gezinsvriendelijk is en waarin het kind en zijn/haar gezin centraal staan i.p.v. de werkwijze van instanties;

  2. waarbij snelheid van handelen en de veiligheid van kinderen voorop staan omdat iedere dag dat een kind mishandeld, misbruikt of verwaarloosd wordt er één te veel is.

Uitgangspunten bij de professionalisering van de aanpak van kindermishandeling in het Multidisciplinaire Centrum zijn:



  1. Veiligheid (fysiek en psychologisch) is leidend van begin tot eind;

  2. De loyaliteit van het kind naar zijn/haar ouders wordt erkend en gerespecteerd;

  3. Snelle en eenduidige aanpak vanaf het eerste vermoeden tot en met de follow-up;

  4. De aanpak is safety-focused (gericht op veiligheid, stabiliteit en welzijn) én abuse-focused (gerichte aandacht en zo nodig behandeling voor de gevolgen mishandeling)

  5. De aanpak is systeemgericht en betrekt zowel de misbruikende/mishandelende ouder als de niet-misbruikende/niet–mishandelende ouder;

  6. Wrap around care (zorg rondom het kind en zijn systeem): het kind staat centraal; mét het kind spreken; slechts eenmaal het feitelijke verhaal moeten vertellen; eenduidige samenwerking; bundeling van expertise;

  7. Zorg op maat, voor het gehele systeem; aandacht o.a. voor trauma, relatiedynamiek tussen ouders, dynamiek pleger-slachtofferschap, ouderschap en opvoeding, transgenerationele overdracht;

  8. Zo weinig mogelijk verschillende professionals in het systeem.

  9. Nauwe verbinding zorg en justitie (civiel- en strafrechtelijk, justitieel/forensisch, medisch, psychosociaal/psychiatrisch)

  10. Leerpunten uit iedere casus halen en onderzoek naar effectiviteit van de multidisciplinaire aanpak

  11. De aanpak is integraal, intersectoraal en multidisciplinair.

Bovenstaande uitgangspunten vereisen een intensieve, integrale en intersectorale samenwerking met de daarbij behorende gegevensuitwisseling tussen de samenwerkende instellingen. Een protocol gegevensuitwisseling voor het MDC-K is in conceptversie klaar. Het is nog onderwerp van discussie tussen de juristen van de verschillende instellingen (en hun beroepsverenigingen). Dit protocol zal als het klaar is apart ondertekend worden.


In het kader van de AWK wordt onderzoek gedaan naar het functioneren van het MDC-K.
2. Het tweede deelproject bestaat uit vier promotie onderzoeken naar de effectiviteit van de door het Kinder- en Jeugdtraumacentrum (KJTC) ontwikkelde behandelmethodieken.
3. Het derde deelproject richt zich op kennisoverdracht, waaronder opleiding en scholing van professionals. Hiervoor is een Landelijk Opleidingscentrum Kindermishandeling (LOK) opgezet door KJTC, Fier Fryslân en de VU. De in de AWK verworven kennis zal verder landelijk ter beschikking worden gesteld onder meer door middel van publicaties en lezingen.
De laatste twee deelprojecten worden vooral uitgevoerd door het KJTC (samenwerkingsverband van de Jeugdriagg Noord Holland Zuid en OCKhet Spalier) en de Vrije Universiteit (VU). De samenwerkingsafspraken worden daardoor verschillend ingevuld voor de verschillende deelnemers aan de AWK.
Partners
In deze samenwerkingsovereenkomst wordt zes typen partners met ieder eigen verantwoordelijkheden onderscheiden.


  1. Kernpartners, deze partners dragen t.o.v. ZonMw de eindverantwoordelijkheid voor de door de AWK aangegane verplichtingen;

  2. ‘Praktijk’instellingen 1ste schil: dit zijn de vaste deelnemers aan het MDC-K;

  3. ‘Praktijk’instellingen 2de schil: dit zijn de deelnemers aan het MDC-K op afroepbasis;

  4. Gemeenten: deze hebben een wettelijke taak (wet publieke gezondheid, WMO) om ondermeer bij te dragen aan een goed opvoed- en opgroeiklimaat en een regierol inzake de coördinatie van zorg. Gemeente Haarlem is daarnaast centrumgemeente vrouwenopvang en heeft vanuit die hoedanigheid de regie op een geïntegreerde, regionale aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling;

  5. Kennispartners: dit zijn de partners die vanuit hun kennispositie bijdragen aan het ontwikkelen en ontsluiten van opgedane kennis en inzichten; Zij hebben een adviserende rol in de AWK en denken op verzoek mee over knel- en ontwikkelpunten.

  6. Cliëntorganisaties: zij zullen vanuit cliëntperspectief meedenken met de ontwikkeling van het MDC-K, de onderzoeken en het opleidingscentrum van de AWK;


Kernpartners:

  • Vrije Universiteit van Amsterdam (VU) Faculteit der Psychologie en Pedagogiek, clinical child and family studies (ontwikkelingspedagogiek)

  • Jeugdriagg Noord Holland Zuid

  • OCK het Spalier

Praktijk’instellingen in de eerste schil:



  • Bureau Jeugdzorg Noord Holland

  • Steunpunt Huiselijk Geweld Kennemerland (Kontext)

  • MEE Noord West Holland

  • De Waag (Stichting de forensische zorgspecialist)

  • Openbaar Ministerie, Arrondissementsparket Haarlem

  • Politie Kennemerland

  • Kinder- en Jeugdtraumacentrum

  • OCK het Spalier

  • Raad voor de Kinderbescherming

  • Spaarne Ziekenhuis

  • Kennemer Gasthuis

  • GGZ inGeest

Praktijk’instellingen in de tweede schil:



  • JGZ 0 tot 4 Kennemerland

  • JGZ 4 tot 19 (GGD)

  • Weer Samen naar School

  • Samenwerkingsverband Voortgezet Onderwijs

  • Blijf Groep

  • Slachtofferhulp Nederland

  • Brijder verslavingszorg


Lokale overheden te weten:

  • Gemeente Haarlem

  • Gemeente Bloemendaal

  • Gemeente Zandvoort

  • Gemeente Heemstede

  • Gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude

  • Gemeente Beverwijk (onder voorbehoud)

  • Gemeente Heemskerk (onder voorbehoud)

  • Gemeente Uitgeest (onder voorbehoud)

  • Gemeente Velsen (onder voorbehoud)


Kennisinstellingen te weten

  • Stichting Voorkoming Kindermishandeling (VKM)

  • Defence for Children/ECPAT

  • Nederlands Jeugd Instituut (NJI)

  • Fier Fryslân

Fier Fryslân is als kennisinstelling opgenomen, maar heeft een bijzondere positie. Fier heeft samen met KJTC en VU het Landelijk Opleidingscentrum aanpak Kindermishandeling opgezet, Fier levert data voor de AWK onderzoeken omdat zij dezelfde methodiek als het KJTC gebruiken en Fier neemt in Friesland deel aan een vergelijkbaar MDC-K. Het gaat hier om een intensieve samenwerking en kennisuitwisseling met een lange termijnperspectief
Cliëntorganisaties

- Stichting Geheim Geweld



- Stichting STUK

SAMENWERKINGSOVEREENKOMST ACADEMISCHE WERKPLAATS

KINDERMISHANDELING
Ondergetekenden:


  1. Vrije Universiteit Amsterdam, hierna te noemen VU, gevestigd te Amsterdam, van der Boechorststraat 1, 1081 BT, vertegenwoordigd door Prof. Dr. C. Schuengel, Head of Department Clinical Child and Family Studies (ontwikkelingspedagogiek), Faculteit der Psychologie en Pedagogiek;




  1. de Stichting Jeugdriagg Noord Holland Zuid, hierna: Jeugdriagg,

vertegenwoordigd door de heer Drs. K. Bastiaanse, Raad van Bestuur;


  1. OCK het Spalier, vertegenwoordigd door haar directeur zorg de heer Drs. T. van Voorden;




  1. de Stichting Bureau Jeugdzorg Noord Holland, gevestigd te Haarlem aan de Diakenweg 19,2033 AP, vertegenwoordigd door mevrouw Dr. L.B.J. Schmitz, Raad van Bestuur;




  1. de Stichting MEE Noordwest-Holland regio Zuid-Kennemerland, gevestigd aan de Richard Holkade 2 , 2033 PZ Haarlem, vertegenwoordigd door mevrouw N. Barnhoorn, manager projecten;




  1. Raad voor de Kinderbescherming, regio Noord Holland gevestigd aan de Jansweg 15, 2011 KL te Haarlem, vertegenwoordigd door de heer A. Hoogendijk, teamleider;




  1. de Stichting Kontext (m.n. Steunpunt Huiselijk Geweld), gevestigd te Haarlem aan de Oostvest 60, 2011 AK, vertegenwoordigd door mevrouw M. Huisman, Raad van Bestuur;




  1. de Stichting De Waag, gevestigd te Haarlem aan de Oostvest 60, 2011 AK, vertegenwoordigd door mevrouw M. Kavelaars, Raad van Bestuur;




  1. Politie Kennemerland, gevestigd te Haarlem aan de Koudenhorn 1, 2011 JC Haarlem, vertegenwoordigd door ……………………………




  1. GGZ inGeest, gevestigd te Haarlem aan de Amerikaweg 2, 2035 RA, vertegenwoordigd door mevrouw J. van Raay, directeur




  1. Kennemer Gasthuis, Boerhaavelaan 22, 2035 RC Haarlem, vertegenwoordigd door mevrouw T. Wiarda, secretaris Raad van Bestuur




  1. Spaarne Ziekenhuis, Spaarnepoort 1, 2134 TM Hoofddorp, vertegenwoordigd door ……




  1. Openbaar Ministerie, arrondissementsparket Haarlem, Simon de Vrieshof 1, 2019 HA Haarlem, vertegenwoordigd door mevrouw A.A. de Back, officier van justitie Parket Haarlem;




  1. de Stichting Weer Samen Naar School, gevestigd te aan de Richard Holkade 16 te Haarlem, vertegenwoordigd door de heer L.M. Rurup, directeur;



  1. Het Samenwerkingsverband Voortgezet Onderwijs, gevestigd aan de Korte Verspronckweg 7-9 te Haarlem, vertegenwoordigd door mevrouw N. Dieleman, coördinator;




  1. de Stichting JGZ 0 tot 4 (JGZ Kennemerland), gevestigd aan de Kleermakerstraat 51 A, 1991 JL Velserbroek, vertegenwoordigd door mevrouw M. Brouwer, manager Jeugdgezondheidszorg Kennemerland




  1. de Stichting JGZ 4 tot 19 (GGD Kennemerland), gevestigd aan de Spaarnepoort 5, 2134 TM te Hoofddorp vertegenwoordigd door de heer A.H. Lesscher; sectormanager Jeugdgezondheidszorg




  1. Blijf groep Haarlem, postbus 470, 2000 AL Haarlem, vertegenwoordigd door de heer B. Kloes, manager Haarlem en IJmond;




  1. Slachtofferhulp Nederland gevestigd aan de Koudenhorn 2, 2011 JC Haarlem, vertegenwoordigd door mevrouw G. Holwerda, hoofd Algemene Dienstverlening;




  1. Brijder gevestigd aan de Richard Holkade 4, 2033 PZ Haarlem, vertegenwoordigd door mw. L. Schermer, Directeur bedrijfsvoering Brijder Jeugd, Brijder Verslavingszorg, (onderdeel van Parnassia Bavo Groep)




  1. Gemeente Haarlem, gevestigd te Haarlem (postbus 511,2003 PB) vertegenwoordigd door de heer J. van der Hoek, wethouder Welzijn, Volksgezondheid, Sport, Dienstverlening en Communicatie;




  1. Gemeente Heemstede, gevestigd te Heemstede aan het Raadhuisplein 1, 2101 HA vertegenwoordigd door ……………….




  1. Gemeente Bloemendaal, gevestigd te Bloemendaal, postbus 201,2050 AE, vertegenwoordigd door ………




  1. Gemeente Zandvoort, gevestigd te Zandvoort, postbus 2, 2040 KB,

vertegenwoordigd door mevrouw W. Bakker (afdelingshoofd Maatschappelijke zaken en Dienstverlening);


  1. Gemeente Haarlemmerliede/Spaarnwoude, gevestigd aan de

Haarlemmerstraatweg 51, 1165 MJ te Halfweg, vertegenwoordigd door …………


  1. Gemeente Beverwijk (onder voorbehoud), gevestigd aan het Stationsplein 48
    1948 LC Beverwijk, vertegenwoordigd door …………




  1. Gemeente Heemskerk (onder voorbehoud), gevestigd aan Maerten van Heemskerckplein 1, 1964 EZ Heemskerk, vertegenwoordigd door …………




  1. Gemeente Uitgeest (onder voorbehoud), Middelweg 28, 1911 EG Uitgeest, vertegenwoordigd door …………




  1. Gemeente Velsen (onder voorbehoud), gevestigd aan Dudokplein 1, 1971 EN IJmuiden, vertegenwoordigd door …………




  1. De Stichting Voorkoming Kindermishandeling (VKM), gevestigd te Amsterdam,

postbus 56829, 1040 AV, vertegenwoordigd door de heer R. Bonnet, voorzitter bestuur;


  1. de Stichting Defence for Children/ECPAT, gevestigd te Leiden, postbus11103,(2301), vertegenwoordigd door mevrouw M. Blaak, beleids-medewerker kinderrechten en jeugdzorg;




  1. de Stichting Fier Fryslân (expertise en behandelcentrum op het terrein van geweld in afhankelijkheidsrelaties), gevestigd te Leeuwarden aan de Mr. P.J. Troelstraweg 149(8919 AA), vertegenwoordigd door mevrouw G. de Groot, projectleider MDC-K;




  1. de Stichting Nederlands Jeugd Instituut (NJI), gevestigd te Utrecht, aan de

Catharijnesingel 47 (3511 GC), vertegenwoordigd door de heer. P. van der Linden, programmacoördinator Kinderen Veilig;


  1. Stichting Geheim Geweld gevestigd aan De Werf 15-111, 2544 EH Den Haag, vertegenwoordigd door mevrouw H. Lakho, directeur;




  1. Stichting STUK, Nieuwendammerdijk 340 G, 1023 BV te Amsterdam, vertegenwoordigd door de heer H. Tortike


nemen in aanmerking dat:

  1. in het kader van een samenwerkingsverband tussen de Jeugdriagg en

OCK het Spalier te Haarlem gevestigd is het Kinder- en Jeugdtraumacentrum

Haarlem (hierna het KJTC), een expertisecentrum in traumabehandeling van

kinderen en jongeren die slachtoffer zijn van kindermishandeling.


  1. VU, Jeugdriagg en OCK het Spalier in het kader van deze overeenkomst aan te

merken zijn als Kernpartners


  1. De activiteiten van de Academische Werkplaats gericht zullen worden op wetenschappelijk onderzoek (effectiviteit zorgaanbod), aansluiting van zorg bij de doelgroep, versterking van de infrastructuur, circulaire ketensamenwerking en kennisoverdracht (waaronder opleiding en scholing professionals), waarbij de aldus verworven kennis landelijk ter beschikking zal worden gesteld onder meer door middel van publicaties en lezingen.




  1. de hierboven onder 1 t/m 35 genoemde partijen in het kader van deze

overeenkomst tezamen worden aangemerkt als de Samenwerkingspartners;


  1. de Samenwerkingspartners 2 t/m 13 in het kader van deze overeenkomst

tezamen worden aangemerkt als de Praktijkinstellingen in de eerste schil;


  1. de Samenwerkingspartners 14 t/m 20 in het kader van deze overeenkomst

tezamen worden aangemerkt als de praktijkinstellingen in de tweede schil;


  1. de Samenwerkingspartners 21 t/m 29 in het kader van deze overeenkomst

tezamen worden aangemerkt als de Gemeenten;


  1. De Samenwerkingspartners 30 t/m 33 in het kader van deze overeenkomst worden aangemerkt als Kennisinstellingen




  1. De Samenwerkingspartners 34 t/m 35 in het kader van deze overeenkomst worden aangemerkt als Cliëntorganisaties.




  1. de Kernpartners de Academische Werkplaats Kindermishandeling willen

vormgeven door het op bij hen passende wijze betrekken van de Samenwerkingspartners (zie onder partners op bladzijde 2)


  1. tussen de Kernpartners en de Samenwerkingspartners overeenstemming

bestaat over de volgende in gezamenlijkheid te realiseren doelstellingen:


    • het leveren van een bijdrage aan het inrichten van een Academische

Werkplaats Jeugd gericht op ontwikkeling, kennisverwerving en -overdacht in de praktijk van de zorg voor jeugd, zoals bedoeld in het ZonMw programma ‘Academische Werkplaatsen Jeugd’;
- verbetering van de kwaliteit van de samenwerking op het terrein van

signalering, veiligheidsbevordering en behandeling na kindermishandeling in het MDC-K;




    • bevorderen van structurele samenwerking op het gebied van wetenschappelijk onderzoek, onderwijs, beleid en praktijk m.b.t. kindermishandeling;




    • ontwikkelen en -bij gebleken succes- zich inspannen van de deelnemende instellingen- een Academische Werkplaats Kindermishandeling en Multidisciplinair Centrum aanpak Kindermishandeling ook na afloop van de ZonMw subsidietermijn van 4 jaar (december 2014) te borgen en in stand te houden.


ZIJN OVEREENGEKOMEN ALS VOLGT:
1. Organisatie

  1. De organisatie van de Academische Werkplaats zal bestaan uit:

    • een Bestuurlijk Netwerk waarin alle deelnemende partijen minimaal 1 maal per 2 jaar bijeenkomen om de voortgang te bespreken;

    • een Stuurgroep, die eenmaal per 3 à 4 maanden bij elkaar komt gericht op de hele AWK

    • een Managementoverleg dat eenmaal per maand of 2 maanden bij elkaar komt gericht op het MDC-K

    • De deelprojecten van de AWK hebben naast de projectleider voor de hele AWK (mw. J. van Bavel) ook een deelprojectleider vanuit één van de aan dat deelproject deelnemende instellingen




  1. De Stuurgroep is het besluitvormend orgaan van de

Academische Werkplaats Kindermishandeling.

In de Stuurgroep zijn vertegenwoordigd:

- de drie Kernpartners VU, Jeugdriagg NHZ en OCKhetSpalier,

- een vertegenwoordiger van de Gemeenten;

- een of meer vertegenwoordigers van de praktijkinstellingen in de eerste schil;

Een vertegenwoordiger van een praktijkinstelling in de tweede schil, kennisinstelling of cliëntorganisatie kan op onderwerp ter advisering uitgenodigd worden.




  1. Een van de drie Kernpartners zal als voorzitter van de Stuurgroep fungeren. Deze voorzitter zal door de Kernpartners worden aangewezen.




  1. Alle leden van de Stuurgroep hebben het recht een vergadering bij te wonen,

te convoceren en onderwerpen op de agenda te plaatsen.


  1. De Stuurgroep kan een onderstructuur van project- of werkgroepen en

kenniskringen instellen.


  1. De projectleider AWK zal als Penvoerder van de Stuurgroep optreden.




  1. Het managementoverleg bestaat uit de middenmanagers dan wel hun vervangers van de Praktijkinstellingen uit de eerste schil, een vertegenwoordiging vanuit de gemeenten en een onderzoeksmedewerker van de VU


2. Taak- en rolverdeling tussen de verschillende partners

  1. De VU (Faculteit der Psychologie en Pedagogiek), de Jeugdriagg en OCKhet

Spalier zullen worden belast met de feitelijke uitvoering van deze overeenkomst.


  1. De Jeugdriagg zal de uit de subsidieverstrekking van ZonMw verkregen middelen (hierna: de subsidie) beheren conform de afspraken d.d. januari 2011




  1. De Jeugdriagg zal therapeutisch goed geschoolde, BIG geregistreerde

medewerkers met inhoudelijke expertise in de behandeling van

traumatisering door (chronische) kindermishandeling inzetten in het MDC-K en het LOK. Uit de Zonmw subsidie worden twee medewerkers van de Jeugdriagg in staat gesteld een promotie onderzoek uit te voeren naar de in de projectaanvraag geformuleerde onderzoeksthema’s.




  1. De VU zal expertise inbrengen op het terrein van wetenschappelijk onderzoek. Uit de Zonmw subsidie worden twee medewerkers van de VU in staat gesteld het in de ZonMw-aanvraag geformuleerde promotie onderzoek uit te voeren binnen het KJTC. De Jeugdriagg draagt er zorg voor dat de VU promovendi de benodigde klinische ervaring kunnen opdoen. Als er onderzoeksvragen vanuit de praktijkinstellingen gesteld worden m.b.t. kindermishandeling, zal de VU met de praktijkinstellingen naar haalbaarheid en mogelijkheden beoordelen om dit onderzoek binnen de VU vorm te geven.




  1. De Kennisinstellingen zullen op verzoek en binnen hun mogelijkheden expertise inbrengen op het terrein van onderzoek, kennisdeling en het

aanbieden van onderwijs. Voorts zullen zij vragen op hun expertisegebied, voortkomend uit het overleg van de praktijkinstellingen in het MDC-K proberen te beantwoorden.


  1. De Praktijkinstellingen in de eerste schil zullen binnen het samenwerkingsverband medewerkers inbrengen met inhoudelijke expertise op het terrein kindermishandeling, waarbij het zowel om uitvoerend medewerkers (MDC-K casusteam), als om lijnmedewerkers gaat (voor de implementatie van beleid in het managementoverleg MDC-K). Daarnaast nemen een aantal instellingen deel aan de Stuurgroep. De Praktijkinstellingen in de tweede schil zullen op verzoek deelnemen aan een bespreking in het MDC-K (als zij bij een casus betrokken zijn of er zelf een willen inbrengen). De praktijkinstellingen vaardigen medewerkers af naar het casusoverleg, die de instelling binnen hun expertise vertegenwoordigen. De medewerkers krijgen ruimte om afspraken te maken die het reguliere aanbod van de instelling overstijgt als de situatie van het betreffende kind of het gezin daarom vraagt en dit bijdraagt aan de verdere ontwikkeling van een effectieve aanpak van kindermishandeling. De praktijkinstellingen dragen er zorg voor dat binnen hun instelling de in het casusoverleg gemaakte afspraken nagekomen (kunnen) worden.

De praktijkinstellingen leveren waar nodig en voor zover het in hun vermogen ligt gegevens t.b.v. het wetenschappelijk onderzoek. Verworven en getoetste kennis en inzichten in de Academische Werkplaats zullen ter beschikking gesteld worden aan de praktijkinstellingen (bijvoorbeeld in de vorm van lezingen, publicaties en training).


  1. De Gemeenten zullen hun ambtenaren Jeugd en vanuit de centrumgemeente de beleidsadviseurs huiselijk geweld en kindermishandeling laten meedenken in het

programma van de Academische Werkplaats. Voorts zullen zij de verworven en

getoetste kennis en inzichten in de Academische Werkplaats gebruiken bij

de implementatie van beleid rondom Kindermishandeling in de bestaande (en

evt. nieuwe) structuren binnen de gemeente(n). Een van de Wethouders zal deelnemen aan de Stuurgroep van de AWK.


3. Multidisciplinair Centrum Kindermishandeling (MDC-K)

  1. De praktijkinstellingen werken samen in het MDC-K dat werkt als één team. Waarbij vanaf dag één een integrale aanpak wordt gehanteerd en waarbij alle perspectieven worden meegenomen: het medisch perspectief, het hulpverleningsperspectief, het politie- en justitieperspectief (civiel- en strafrechtelijk) en het ouder- en opvoedingsperspectief. Blijvende veiligheid van en goede ontwikkelingsmogelijkheden voor het kind zijn bij deze integrale aanpak het verbindende perspectief.




  1. De praktijkinstellingen werken volgens de Handreiking Verantwoordelijk- heidsverdeling1 bij samenwerking in de zorg. In bijlage 1 staan de belangrijkste aandachtspunten samengevat.




  1. De praktijkinstellingen werken samen in alle fasen van hulpverlening: melding, onderzoek, assessment, plan van aanpak en uitvoering. Dus totdat de casus is afgerond. De casus wordt afgerond als de behandeling afgesloten kan worden en veiligheid, stabiliteit en welzijn gewaarborgd zijn.




  1. Er wordt een gezamenlijk protocol gegevensuitwisseling binnen het MDC-K ontwikkeld. Als dat klaar is en de instemming van de praktijkinstellingen in de eerste schil heeft, wordt het apart ondertekend door deze deelnemende praktijkinstellingen.




  1. De praktijkinstellingen zorgen voor gekwalificeerde medewerkers in het MDC-K. Deelnemers aan het MDC-K zijn bovengemiddeld deskundig op KM en kunnen hun eigen specialisme overstijgen. De instellingen die belast kunnen worden met coördinatie van zorg zorgen dat hun medewerkers voldoende zijn toegerust als casushouders.




  1. De praktijkinstellingen behorende tot de eerste schil zorgen voor vaste deelnemers en vaste (ingewerkte) vervangers aan het MDC-K.




  1. Eén keer per jaar heeft de projectleider een voortgangsgesprek met de individuele deelnemers van het MDC-K casusoverleg. Gesprekken gaan over wederzijdse functioneren om tot betere afstemming te kunnen komen.




  1. Deelname aan het MDC-K is voor eigen rekening van de praktijkinstelling.




  1. De praktijkinstellingen geven medewerkers de gelegenheid om te

participeren in verbeterprojecten, scholing, opleiding en intervisie. Bijscholing in door de AWK ontwikkelde kennis wordt kosteloos aan de deelnemende instellingen gegeven.


  1. Het KJTC levert de projectleider van de het MDC-K, Bureau Jeugdzorg de deelprojectleider. De hoofdtaken van de projectleider en deelprojectleider zijn:

  • In overleg binnen het MDC-K met de partners tot plan van aanpak m.b.t. een ingebrachte casus komen;

  • Zorgdragen voor het toewijzen van een casushouder door het casusteam die verantwoordelijk is voor de uitvoering van het plan van aanpak.

  • Het proces van de uitvoering bewaken en interveniëren in het uitvoeringsproces wanneer stagnatie optreedt;

  • Bevorderen kwaliteitsverbetering en professionalisering van de deelnemers aan het MDC-K en van het overleg zelf;

  • Rapporteren aan de stuurgroep over ontwikkeling en voortgang MDC-K


4. Onderzoek-, onderwijs- en praktijkvoorzieningen

  1. De VU geeft leden van het deelproject wetenschappelijk onderzoek binnen de Academische Werkplaats, die geen aanstelling hebben bij de VU een zogenoemde nulaanstelling.




  1. Deze aanstelling geeft:

    1. Wereldwijd online toegang tot alle elektronische tijdschriften en

literatuurbestanden waartoe de VU toegang heeft;

    1. E-mail account: VU;

    2. Toegang tot het netwerk voor onderwijsondersteuning van de VU;



  1. VU en KJTC geven personen, die binnen hun organisatie onderwijs geven in

het kader van de Academische Werkplaats, gratis coaching en opleiding

om hun takenpakket als bedoeld in deze overeenkomst goed uit te voeren. Dit geldt ook voor leden van het casusteam die hiervoor ingezet worden. Personen die promotie onderzoek doen vanuit de VU in het kader van de Academische Werkplaats krijgen de gelegenheid klinische ervaring op te doen binnen het KJTC en zich te ontwikkelen tot behandelaar;

Personen die – al dan niet in het kader van een promotietraject – in het deelproject onderzoek doen en al (GZ) psycholoog zijn binnen het KJTC kunnen gebruik maken van advisering door de methodologen en (senior) onderzoekers van de VU.
5. Beschikbaarheid van databestanden en overige relevante gegevens


  1. Alle partijen verstrekken aan elkaar data over besproken casuïstiek na een interne, zelfstandige afweging binnen de kaders van de eigen organisatie. Data verstrekking vindt alleen volledig geanonimiseerd plaats.




  1. Na een positieve afweging zijn databestanden en overige relevante gegevens

van de deelnemende partijen toegankelijk voor onderzoekers, die betrokken zijn bij dit deelproject van de Academische Werkplaats, voor zover noodzakelijk voor de uitvoering van vooraf schriftelijk overeengekomen onderzoeksprojecten.


  1. De Praktijkinstellingen kunnen de resultaten uit de onderzoeken door de AWK gebruiken voor beleidsvorming en advisering.




  1. Gegevens blijven eigendom van de instelling die ze verstrekt, tenzij anders

overeengekomen.
6. Publicatierechten

  1. Resultaten van activiteiten zoals uitgevoerd in de Academische Werkplaats

zullen zoveel als mogelijk ter publicatie worden aangeboden in internationale

vaktijdschriften. Resultaten van projecten worden in de nationale en

internationale literatuur ter publicatie aangeboden conform de Vancouver

publicatieregels (www.icmje.org).




  1. Bij alle publicaties op basis van de Academische Werkplaats is minstens één

persoon namens de praktijkinstellingen betrokken, tenzij dit strijdig is met de Vancouver publicatieregels (www.icmje.org).


  1. Leidraad bij wetenschappelijke publicaties is dat de schrijver en trekker van een publicatie eerste auteur, de dagelijks wetenschappelijk begeleider tweede auteur en de wetenschappelijke eindverantwoordelijke laatste auteur is.




  1. De andere auteurs kunnen aanspraak maken op de overige auteursposities, voor zover hun bijdrage voldoet aan de eisen zoals gesteld in de Vancouver

publicatieregels (www.icmje.org).


  1. Alle publicatieplannen inclusief voorgestelde auteurs worden ter goedkeuring

vooraf voorgelegd aan de projectleider AWK en de deelprojectleider van deelproject 2. Indien projectleider en deelprojectleider van deelproject 2 en kandidaat-auteurs bij onenigheid niet tot een oplossing komen met betrekking tot het gestelde in dit artikel, beslist de Stuurgroep.


  1. Gestreefd wordt naar afronding van de gezamenlijke projecten met een

academische promotie bij de Vrije Universiteit.
7. Geheimhouding

  1. Partijen zullen geheimhouding, in de meest ruime zin des woords, in acht nemen ten aanzien van alle bedrijfsinformatie die hen in het kader van de uitvoering van deze overeenkomst ter beschikking komt. Daarbij dienen partijen maatregelen te treffen om geheimhouding met betrekking tot al deze gegevens te waarborgen.




  1. Tot bedoelde bedrijfsinformatie worden met name doch niet uitsluitend gerekend de gegevens van medewerkers, cliënten en betrokkenen die mede vanuit een oogpunt van privacy bescherming behoeven.




  1. Vorenstaande geldt niet als een partij een wettelijke plicht tot melding of

openbaarmaking heeft zelf in een geschil betrokken raakt waarbij zij ernstig in

haar verweer gehinderd wordt indien zij deze informatie niet mag gebruiken.

In dat laatste geval zal deze partij zich beperken tot melding van de in dat geval noodzakelijke informatie.
8. Aansprakelijkheid


  1. Elk der partijen draagt - met uitsluiting van de andere partijen - verantwoordelijkheid voor haar eigen handelen in het kader van deze overeenkomst. Tot dit handelen wordt ook gerekend het handelen van haar medewerkers of derden wier handelen op basis van de wet of gewoonte aan deze partij wordt toegerekend.




  1. Ingeval een partij of een van haar medewerkers in het kader van deze overeenkomst schade toebrengt aan derden, zal zij de andere partijen volledig vrijwaren voor eventuele aanspraken van derden.




  1. Elk der partijen draagt zelf zorg voor een adequate aansprakelijkheidsverzekering voor aan derden toegebrachte schade.




  1. Het klachtrecht van de casushoudende instelling is van toepassing.


9. Duur van de samenwerkingsovereenkomst

  1. Deze overeenkomst wordt per 19 september 2012 aangegaan tot en met 1 juli 2015.




  1. Een half jaar voor het aflopen van deze overeenkomst zal de samenwerking

door de Stuurgroep worden geëvalueerd met het oog op al dan niet verlengen van de afspraken. Tussentijds wordt jaarlijks door het MDC-K geëvalueerd en kunnen aan de stuurgroep voorstellen tot bijstelling voorgelegd worden.


  1. Na afloop van deze overeenkomst kunnen partijen de afspraken schriftelijk telkens voor een jaar verlengen.




  1. De Kernpartners zijn gedurende de looptijd van de gesubsidieerde Academische Werkplaats onverkort gehouden aan deze overeenkomst en kunnen deze niet tussentijds opzeggen.




  1. De Samenwerkingspartners kunnen de overeenkomst tussentijds schriftelijk

opzeggen met een opzegtermijn van 2 maanden.


  1. Eventuele stopzetting van de subsidie door ZonMw geldt voor alle

partijen als ontbindende voorwaarde voor deze samenwerkingsovereenkomst.
10. Toepasselijk recht en geschillen

  1. Op deze overeenkomst is Nederlands recht van toepassing.




  1. Partijen trachten na gerezen geschillen in overleg tot overeenstemming te

komen. Geschillen betreffende deze overeenkomst en de daaruit

voortvloeiende afspraken die niet in minnelijk overleg tot een oplossing

kunnen worden gebracht, worden allereerst voorgelegd aan een

geschillencommissie.




  1. De geschillencommissie bestaat uit:

    1. Eén persoon, gezamenlijk aan te wijzen door de besturen van de

Kernpartners;

    1. Eén persoon, gezamenlijk aan te wijzen door de besturen van de

Praktijkinstellingen.

    1. Eén persoon, gezamenlijk aan te wijzen door de Gemeenten




  1. Indien blijkt dat geen van de voorgaande wijzen van conflictoplossing tot

overeenstemming heeft geleid, kan het geschil alsnog ter beslechting aan de

rechtbank te Haarlem worden voorgelegd.


11. Financiën

  1. Deelname aan de Stuurgroep van de Academische Werkplaats is voor eigen

rekening van de Samenwerkingspartners.


  1. Partijen financieren projectleider, onderzoeksprogramma’s en kennisoverdracht vanuit de subsidietoekenning door Zonmw incl. eigen bijdrage van de Kernpartners. Andere activiteiten moeten binnen de instellingsbudgetten, kostendekkend of door fondsenwerving uitgevoerd worden


12. Wijzigingen

  1. Aanpassingen op en wijzigingen in deze samenwerkingsovereenkomst zijn

alleen rechtsgeldig wanneer zij schriftelijk zijn vastgelegd en door alle partijen

voor akkoord zijn getekend.




  1. Uitbreiding van de groep Samenwerkingspartners met andere in de regio op het terrein van de jeugdzorg opererende praktijkinstellingen of op bedoeld terrein werkzame kennisinstellingen wordt wenselijk geacht en kan na instemming van de deelnemende Samenwerkingspartners gerealiseerd worden.


Aldus overeengekomen en ondertekend


Prof. Dr. C. Schuengel,

Head of Department Clinical Child and Family Studies

Faculteit der Psychologie en Pedagogiek

Vrije Universiteit Amsterdam



De heer Drs. C.P. Bastiaanse,

Raad van Bestuur

Jeugdriagg Noord Holland Zuid


De heer Drs. T. van Voorden

Directeur Zorg

OCK het Spalier



Mevrouw Dr. L.B.J. Schmitz

Raad van Bestuur

Bureau Jeugdzorg Noord-Holland


Mevrouw N. Barnhoorn

Manager projecten

Stichting MEE Noordwest-Holland


De heer A. Hoogendijk,

Teamleider

Raad voor de Kinderbescherming


Mevrouw M. Huisman

Raad van Bestuur

Stichting Kontext (Steunpunt Huiselijk Geweld)


Mevrouw M. Kavelaars

Raad van Bestuur

Stichting De Waag


Politie Kennemerland


Mevrouw J. van Raay

Directeur

GGZ inGeest


Mevrouw T. Wiarda

Secretaris Raad van Bestuur

Kennemer Gasthuis


Spaarne Ziekenhuis


Mevrouw A.A. de Back

Officier van Justitie Parket Haarlem

Openbaar Ministerie


De heer L.M. Rurup

Directeur

Stichting Weer Samen Naar School


Mevrouw N. Dieleman

Coördinator

Samenwerkingsverband Voortgezet Onderwijs


Mevrouw M. Brouwer

Manager Jeugdgezondheidszorg Kennemerland

Stichting JGZ 0 – 4 (JGZ Kennemerland)



De heer A.H. Lesscher

Sectormanager Jeugdgezondheidszorg

Stichting jgz 4 tot 19 (GGD Kennemerland)



De heer B. Kloes

Manager Haarlem en IJmond

Blijf groep Haarlem


Mevrouw G. Holwerda

Hoofd Algemene Dienstverlening

Slachtofferhulp Nederland


Mevrouw L. Schermer

Directeur bedrijfsvoering Brijder Jeugd

Brijder Verslavingszorg

(onderdeel Parnassia Bavo Groep)

De heer J. van der Hoek

Wethouder Welzijn, Volksgezondheid, Sport, Dienstverlening en Communicatie

Gemeente Haarlem


Gemeente Heemstede


Gemeente Bloemendaal



Mevrouw W. Bakker

Afdelingshoofd Maatschappelijke zaken en Dienstverlening

Gemeente Zandvoort

Gemeente Haarlemmerliede/Spaarnwoude


Gemeente Beverwijk


Gemeente Heemskerk



Gemeente Uitgeest


Gemeente Velsen


De heer R. Bonnet

Voorzitter bestuur

Stichting Voorkoming Kindermishandeling (VKM)


Mevrouw M. Blaak

Beleidsmedewerker kinderrechten en jeugdzorg

Stichting Defence for Children/ECPAT


Mevrouw G. de Groot

Projectleider MDC-K

Stichting Fier Fryslân


De heer P. van der Linden

Programmacoördinator Kinderen Veilig

Stichting Nederlands Jeugd Instituut (NJI)


Mevrouw H. Lakho

Directeur

Stichting Geheim Geweld


De heer H. Tortike

Stichting STUK







Bijlage 1 (uit: Handreiking Verantwoordelijkheidsverdeling bij samenwerking in de zorg)
Aandachtspunt 1:

Voor de cliënt is te allen tijde duidelijk wie van de betrokken zorgverleners:



  • het aanspreekpunt is voor vragen van de cliënt of diens vertegenwoordiger;

  • de inhoudelijke (eind)verantwoordelijkheid heeft voor de zorgverlening aan de cliënt;

  • belast is met de coördinatie van de zorgverlening aan de cliënt (casushouder).

Het is van belang dat deze drie taken over zo weinig mogelijk zorgverleners worden verdeeld. Zo mogelijk zijn deze taken in één hand.
Aandachtspunt 2:

Alle bij de samenwerking betrokken zorgverleners beschikken zo nodig over een gezamenlijk en up-to-date zorg- of behandelplan betreffende de cliënt.


Aandachtspunt 3:

Gegarandeerd wordt dat de rechten van de cliënt, zoals deze voortvloeien uit wetgeving en rechtspraak, op de juiste wijze worden nagekomen. Waar nodig worden afspraken gemaakt om te vergemakkelijken dat de cliënt de hem toekomende rechten kan uitoefenen.


Aandachtspunt 4:

Een zorgverlener die deelneemt in een samenwerkingstraject (hier: MDC-K) is zich ervan bewust dat hij/zij beschikt over relevante gegevens van collega’s en informeert collega’s over gegevens en bevindingen die zij nodig hebben om verantwoorde zorg te kunnen verlenen.


Aandachtspunt 5:

Relevante gegevens worden aangetekend in een casusoverleg dossier betreffende de cliënt. Bij voorkeur is dit een geïntegreerd dossier, dat door alle bij de samenwerking betrokken zorgverleners kan worden geraadpleegd en aangevuld. Zo niet, dan worden afspraken gemaakt over de wijze waarop samenwerkingpartners relevante informatie uit een dossier kunnen verkrijgen.


Aandachtspunt 6:

Zorgverleners die deelnemen aan het MDC-K maken duidelijke afspraken over de verdeling van taken en verantwoordelijkheden met betrekking tot de zorgverlening aan de cliënt.


Aandachtspunt 7:

Zorgverleners die deelnemen aan een samenwerkingsverband zijn alert op de grenzen van de eigen mogelijkheden en deskundigheid en verwijzen zo nodig tijdig door naar een andere zorgverlener. Zij zijn op de hoogte van de kerncompetenties van de andere betrokken zorgverleners.


Aandachtspunt 8:

In gevallen waarin tussen zorgverleners een opdrachtrelatie bestaat, geeft de opdrachtgevende zorgverlener voldoende instructies met betrekking tot de zorgverlening aan de cliënt.


Aandachtspunt 9:

Overdracht van taken en verantwoordelijkheden vindt expliciet plaats. Bij de inrichting van overdrachtsmomenten is van belang om zowel rekening te houden met bij overdrachtssituaties in het algemeen veel voorkomende risico’s als met eventuele specifieke kenmerken van de cliëntsituatie.


Aandachtspunt 10:

Waar nodig voor een goede zorgverlening wordt in situaties van samenwerking in de zorg voorzien in controlemomenten (overleg, evaluatie).


Aandachtspunt 11:

De cliënt of diens vertegenwoordiger wordt intensief betrokken bij de ontwikkeling en

uitvoering van het zorg- of behandelplan. De eigen verantwoordelijkheid van de cliënt in relatie tot het zorgproces wordt zoveel mogelijk gestimuleerd. Elke zorgverlener bespreekt met de cliënt ook diens ervaringen met het samenwerkingsverband.
Aandachtspunt 12:

Afspraken die door samenwerkingspartners worden gemaakt over de aard en inrichting van de samenwerking en over ieders betrokkenheid worden schriftelijk vastgelegd.


Aandachtspunt 13:

Met betrekking tot incidenten (waaronder begrepen fouten) geldt het volgende:



  • naar de cliënt wordt over incidenten openheid betracht;

  • incidenten worden gemeld aan de voorzitter van de stuurgroep AWK.

  • een aan het samenwerkingsverband deelnemende zorgverlener die in de ogen van een of meer collega’s niet voldoet aan de normen voor verantwoorde zorg, wordt door hen daarop aangesproken.



1 Handreiking Verantwoordelijkheidsverdeling bij samenwerking in de zorg - KNMG, V&VN, KNOV, KNGF, KNMP, NIP, NVZ, NFU, GGZ Nederland, NPCF

Pagina van




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina