De adagia van erasmus



Dovnload 54.85 Kb.
Datum26.08.2016
Grootte54.85 Kb.

De adagia van Erasmus

__________________________________________________________




DE ADAGIA VAN ERASMUS

Amsterdam,

5-2-2002

Henk Jan Bouwmeester

Annette Apon

Lies Janssen

In opdracht van het Stimuleringsfonds voor

Nederlandse Culturele Omroepproducties

in samenwerking met het Sandberg Instituut

DE ADAGIA VAN ERASMUS
Discussiëren met een 535-jarige denker
Uitgangspunt van de website zijn de adagia van Erasmus.
Taal en teksten

Taal en teksten vormen de essentie van Erasmus. Hij vond de taal zo belangrijk omdat het de toegang verschaft tot de ideeën. Het spreidt autoriteit, iedereen kan zich door zelf te lezen een eigen mening vormen. Door de opkomst van de boekdrukkunst heeft Erasmus zich ten volle kunnen ontplooien; hij heeft dat nieuwe medium van zijn tijd ook zeer effectief ingezet om zijn ideeën zo krachtig mogelijk te verspreiden.


We hebben doelbewust voor een ‘talige’ website gekozen, om op die manier dicht bij Erasmus te blijven en te proberen een directe vertaalslag te maken van het oude medium naar het nieuwe medium.
De adagia

Erasmus heeft tijdens zijn leven ruim 3000 adagia verzameld – dat zijn spreekwoorden uit de klassieke oudheid – en ze van kortere of langere commentaren voorzien. Het is de bedoeling een aantal van deze in het Latijn geschreven adagia uit te kiezen, te vertalen en waar nodig te redigeren c.q. in te korten (t.z.t. zal er een selectie van de adagia in Nederlandse vertaling in de Erasmus-reeks bij Athenaeum-Polak & Van Gennep verschijnen). De adagia vormen de database waaruit geput gaat worden om discussies te entameren.


We hebben voor de adagia gekozen omdat het korte, handzame tekstjes zijn die geworteld zijn in het dagelijks leven en die de potentie in zich dragen nu nog een prikkelende betekenis te genereren. Wat Erasmus met de teksten uit de klassieke oudheid deed, ze opnieuw levend maken, willen wij met Erasmus’ teksten doen. Er treedt een wisselwerking op tussen heden en verleden: Het is interessant om te zien hoe een oude tekst nieuwe gedachten kan uitlokken. Andersom kan het interessant zij om via hedendaagse observaties mensen in contact te brengen met het gedachtegoed van Erasmus. Erasmus was een mediator, een bemiddelaar, een man van het gesprek. Een van zijn bekendste werken, na ‘De Lof der Zotheid’, is zijn verzameling ‘Gesprekken’. In zijn geest willen we via zijn adagia mensen bij elkaar brengen, met elkaar in discussie brengen.
De discussies

De discussies functioneren op twee niveaus. In eerste instantie intern voor een kleine, beperkte discussiegroep, in tweede instantie voor de bezoeker van de website die de discussies kan lezen en in een later stadium ook kan meedoen.


De spelregels

De spelregels voor een discussie met Erasmus luiden als volgt:

Er wordt een discussiegroepje van 5 mensen geformeerd. In de aanvangsperiode van de website worden de 5 deelnemers uitgezocht en benaderd door een redactie. Op die manier wordt een bepaald kwalitatief niveau gewaarborgd. De deelnemers worden uitgenodigd te discussiëren rond een adagium van Erasmus, dat ook uitgezocht wordt door de redactie. De deelnemers worden zodanig uitgezocht dat verwacht kan worden dat in de discussie verschillende, interessante standpunten n.a.v. het adagium naar voren zullen komen. De deelnemers worden met hun naam en hun functie geïdentificeerd op de site. (Zie verderop enkele voorbeelden)
Als de site onderdak vindt bij de Humanistische Omroep kan er ook gedacht worden aan discussiegroepjes die geformeerd worden uit mensen die aan de radio- en tv-programma’s van de maand meedoen.
De eerste ronde

In de eerste ronde worden de 5 deelnemers uitgenodigd met maximaal 150 woorden te reageren op het adagium. Er is nog geen sprake van discussie, ieder stuurt een korte monoloog op.

Als de deelnemers hun reacties gestuurd hebben, krijgen ze pas toegang tot de pagina waarop ze de andere reacties kunnen lezen. Als alle vijf de reacties binnen zijn, worden ze openbaar gemaakt voor iedereen.
De tweede ronde

In de tweede ronde kunnen de 5 deelnemers op een of meer reacties van de anderen reageren. Dit is waar het daadwerkelijke discussiëren ontstaat. De deelnemers worden geconfronteerd met de 'monologen' van hun 'collega-deelnemers' uit de eerste ronde. Zij kunnen hun eigen 'standpunten' verdedigen of uitbreiden, 'verrijken', tegen of met de andere reacties.


De derde ronde

In de derde ronde kunnen de 5 deelnemers nog verder reageren op elkaars bijdragen. Daarnaast kan nu ook iedere bezoeker van de site reageren (zowel op de reacties als op het oorspronkelijke adagium). Wat daarvan openbaar gemaakt wordt, wordt door de redactie of de discussiegroep bepaald. Op die manier wordt een zeker niveau gewaarborgd en dijt de discussie ook niet oeverloos uit. De derde ronde heeft een tijdslimiet, bij voorbeeld een maand, daarna is de discussie gesloten.


Afronding van de discussie

Een jury, bestaande uit Hans Trapman, Erasmusdeskundige van het Constantijn Huygens Instituut, Bert Janssens, hoofdredacteur televisie Humanistische Omroep en Annette Apon, regisseur televisieserie Sporen van Erasmus, kiest de beste/interessantste/ meest Erasmiaanse bijdrage uit. De bijdrage wordt beloond met een boek van Erasmus. De beloonde bijdrage komt op een shortlist te staan die op een prominente plaats op de site aanklikbaar is. Daarna wordt met een ander adagium een nieuwe discussieronde opgestart. Te zijner tijd zal er ook de mogelijkheid zijn voor 'passanten' om zelf een discussiegroep te beginnen, en zelf ook het centraal staande adagium uit te kiezen. Zo kan iedereen van de database met adagia gebruik kunnen maken om hun gedachten te scherpen.


Presentatie van de discussie

De discussie wordt in de vorm van een spel gepresenteerd – immers voor Erasmus was het spelenderwijs leren een van de kernbegrippen in zijn opvattingen over educatie.

In het centrum staat Erasmus en het betreffende adagium, daaromheen drie cirkels die verwijzen naar de verschillende discussierondes en op de cirkels 5 pionnen die de deelnemers aanduiden. Ga je met de muis over de pion dan verschijnt de naam van de deelnemer, klik je dan wordt boven het spel in het venster de bijdrage van de deelnemer zichtbaar. Ook het traject – op welke bijdrage reageert deze deelnemer en wat zijn de reacties op deze tekst – is in het venster met behulp van de pionnen snel op te vragen.
Andere interactieve mogelijkheden

Naast dit basisidee voor deze website rond de Adagia van Erasmus, bestaat het plan om met de database met adagia andere interactieve mogelijkheden aan te bieden. Daarvoor moeten er veel meer adagia in de database ingevoerd worden en moeten de adagia op trefwoorden gelabeld worden. In combinatie met de aquabrowser, die teksten op combinaties van woorden en betekenissen kan analyseren, is het dan mogelijk een Erasmus-venster te bouwen. Als je een tekst in het Erasmus-venster plaatst, gaat de aquabrowser zoeken naar een associatie tussen die tekst en de adagia. En Erasmus zal antwoorden met een adagium. Wanneer je doorklikt komt Erasmus’ toelichting op het adagium in beeld en vervolgens eventuele bijdragen die dit adagium in een discussiegroepje uitgelokt heeft.

Het Erasmus-venster wordt dan een gereedschap om je op een directe manier te verstaan met Erasmus’ ideeën.
In het verlengde hiervan kan gedacht worden aan het commentaar van Erasmus op het dagelijks nieuws. Wanneer een krantenpagina op de website door de Erasmus-aquabrowser gelezen wordt, verschijnt in het Erasmus-venster het adagium dat als associatie naar boven komt.
De inhoud van de site

Behalve de adagia en de daaruit voortvloeiende discussies zal de website enige summiere informatie verstrekken over Erasmus en over de adagia van Erasmus. Onderstaand twee concept-teksten:


Wie is Erasmus?

Desiderius Erasmus Roterodamus leeft van 1466 tot 1536. Opgeleid tot monnik, hetgeen hijzelf verafschuwt, verdient hij zijn sporen als theoloog en filoloog. Al snel behoort hij tot de kring van vooraanstaande humanisten in Europa, die de terugkeer naar de bronnen van de klassieke oudheid hoog in hun vaandel voeren.


Erasmus gelooft in het goede van de mens en ziet opvoeding en educatie als de belangrijkste bouwstenen om dat goede in de mensen naar boven te brengen. Hij toont zich een fel tegenstander van de oorlog en is dankzij zijn geschriften daarover tot in onze tijd een van de meest fervente voorvechters van de vrede gebleven.
Als overtuigd Christen is hij een streng criticus van de kerk van zijn tijd, die hij vooral de verwereldlijking, een ongebreideld machtstreven en een aanbidding van pracht en praal verwijt. Zijn pen is zijn wapen en in de steeds verder om zich heen grijpende godsdienststrijd is grijpt hij ernaar in vergeefse pogingen de eenheid in de kerk te bewaren. Vooral door zijn geschrift Over de vrije wil ontstaat een heftige controverse met Luther, die reageert met Over de slaafse wil.
Hij moet dag en nacht geschreven hebben, volgens kenners schrijft hij het mooiste Latijn ooit. Hij correspondeert met iedereen die er in die tijd in Europa toe deed, hij vertaalt teksten uit de klassieke oudheid, maakt een nieuwe vertaling van het Nieuwe Testament en schrijft boek na boek na boek, waarvan De lof der Zotheid het meest bekend is. Als geen ander maakte Erasmus gebruik van het toen nieuwe medium de boekdrukkunst en in heel Europa, van Portugal tot Polen werden zijn boeken vertaald. Nog steeds is hij wereldwijd een van de meest vermaarde auteurs uit de geschiedenis van de Westerse beschaving.
Erasmus is bovenal een kritische geest, een onafhankelijk denker, die met humor en een scherpe pen de vraagstukken van zijn tijd te lijf ging. Tegelijkertijd was hij in veel opzichten zijn tijd ver vooruit, zodat hij nu, vijf eeuwen later, niet alleen de geesten van talloze wetenschappers in beweging houdt, maar eigenlijk voor iedereen die de moeite neemt zich in zijn werken te verdiepen veel behartenswaardigs te bieden heeft.
Wat zijn adagia?

Adagia zijn spreekwoorden en gezegden, die Erasmus uit de teksten van de Griekse en Latijnse klassieken verzameld heeft en van commentaar heeft voorzien. Soms omvat dat commentaar slechts enige regels, dan weer zijn het uitgebreide essays. In 1500 verschijnt de eerste uitgave met een honderdtal teksten en tot het eind van zijn leven verschijnen er steeds nieuwe uitgaven, waarbij de collectie zich meer en meer uitbreidt. Uiteindelijk heeft hij er meer dan drieduizend verzameld. In Erasmus’ tijd waren de adagia enorm succesvol, iedereen las ze, en ze betekenden voor Erasmus de eerste stappen op het pad naar de roem. Het lijkt niet onwaarschijnlijk dat veel spreek­woorden door deze noeste arbeid van Erasmus tot in het heden zijn blijven voortbestaan.


Zelf schrijft hij erover:

‘Ik heb door de tuinen van diverse auteurs gedwaald en heb alle heel oude en in het bijzonder de heel beroemde spreekwoorden net zoals de meeste uiteenlopende bloemen geplukt en tot een guirlande samengevoegd. Spreekwoorden zijn net kleine edelstenen, zo klein dat zij vaak aan het oog van de onderzoeker ontsnappen. Ze zijn verborgen en je moet ze eerder uitgraven dan verzamelen. Ze tonen hun schoonheid pas als ze net als juwelen op de juiste plaats in een redevoering zijn ingevoegd. Afzonderlijk zijn ze levenloos en lijken het onbetekenende prutseltjes.’


Erasmus heeft de adagia uit de mijnen van de klassieke oudheid gedolven. Aan de deelnemers van deze site de taak om ze te laten schitteren.
Een eerste selectie van adagia

Om een indruk te geven van hoe de adagia en de discussie er inhoudelijk uit zullen gaan zien, volgt hieronder een heel voorlopige selectie van een aantal adagia met af en toe al een aantal provisorische reacties alsmede suggesties voor mogelijke deelnemers aan de discussie


Slechte gewoonten leveren goede wetten op

Macrobius schrijft: ‘Het is een oud gezegde dat slechte gewoonten goede wetten opleveren. We zouden geen goede dokters en hun medicijnen nodig hebben als mensen niet ziek zouden worden; en evenzo zouden we geen wetten hoeven maken als mensen geen verdorven leven zouden leiden.’ Zo had een man in Aegina een speciale straf gekregen omdat hij aanleiding had gegeven tot de vorming een nieuwe strafbank. Cornelius Tacitus, boek 15: ‘Ervaring leert dat uitstekende wetten en achtbare precedenten te midden van goede mensen hun oorsprong vinden in de wandaden van anderen.


Mogelijke deelnemers aan de discussie:

A. Apostolou, lid kamercommissie voor justitie;

Dick Jol, scheidsrechter;

Nico ter Linden, dominee;

Heikelien Verrijn Stuart, verslaggeefster Joegoslavië tribunaal;

Philip Sutorius, huisarts, die voor de rechter moest verschijnen wegens het plegen van euthanasie op de heer Brongersma;


Reacties op het adagium
Heikelien Verrijn Stuart

Geciteerd uit een interview in het parool dd. 30-6-2001
Er zijn twee typen oorlogsmisdadigers. Radovan Karadzic en Ratko Mladic behoren tot de categorie mensen die de chaos van de oorlog aangrijpen om zich te misdragen. Daarnaast zijn er traditionele militairen als Radislav Krstic, die zich verliezen in de oorlog. Met de komst van Milosevic is er een derde categorie. Ik beschouw hem als het prototype van de moderne mens: een lege persoonlijkheid, volstrekt ongevoelig voor een ander. De identiteitsloze die zich met geweld een identiteit verschaft. Symbolisch voor de Balkan, symbolisch voor deze tijd. Spannend is om te zien hoe Milosevic zich in de rechtszaal zal houden. Hij zal het heel moeilijk krijgen, vermoed ik. Dag in, dag uit zal er over hem worden gesproken. Zelf zal hij niet of nauwelijks aan het woord komen. Het is een ontluisterende ervaring, voor de meeste verdachten een veel zwaardere straf dan verblijf in de gevangenis. Mijn belangstelling gaat uit naar de jurisprudentie. In alle stilte wordt hier in Den Haag een fantastisch juridisch wapen gesmeed tegen toekomstige oorlogsmisdadigers, ongeacht hun plaats in de hiërarchie. Het is precies zoals Abel Herzberg zei over het Eichmann-proces: ieder proces heeft zijn eigen lot. Dat lot ligt in dossiers te wachten op de toekomst.

Reactie in de geest van de huisarts Philip Sutorius

Gebrek aan zinvolheid van het bestaan en gebrek aan kwaliteit van het leven. Door de rechtbank in Haarlem is vastgesteld dat dit voldoende motieven zijn om euthanasie te mogen plegen. Voor Brongersma was het leven ondraaglijk en uitzichtloos. Ziek was hij niet, hij had geen psychiatrische of lichamelijke aandoening. Met deze uitspraak is helderheid geschapen over deze vorm van euthanasie. Het is een goed voorbeeld hoe de praktijk de wetgeving kan schragen.


Reactie op de bijdrage van Philip Sutorius door een passant

Zelfs als gebrek aan kwaliteit van leven en gebrek aan zinvolheid van het bestaan goede redenen zouden zijn om euthanasie te plegen, dan nog wordt er hier iets vergeten, namelijk de vraag of deze toestand onveranderlijk zo zal blijven tot het einde van iemands leven. In tegenstelling tot lichamelijke en psychiatrische ziekten, waar het verloop van de ziekte redelijk te voorspellen is, is dat met “lijden aan het leven” niet het geval. Iedereen lijdt daar wel eens aan en gebrek aan kwaliteit van het leven geldt voor een groot deel van de wereldbevolking, zeker naar onze Westerse normen. En sommigen mensen lijden er heel erg aan en misschien wel heel erg lang aan. Maar toch, wie kan met zekerheid zeggen of er op een gegeven moment niet weer een sluimerend sprankeltje levenslust naar boven komt geborreld. Ook oude mensen kunnen leren van nieuwe, andere dingen te houden en te genieten. Want daar lag grotendeels het probleem van Brongersma, hij accepteerde de ouderdom niet. Hoe jammer dat hij de dichtregels van Dylan Thomas niet heeft weten te waarderen:



Do not go gentle into that good night.

Old age should burn and rave at close of day;

Rage, rage against the dying of the light.
Waterdrinkers zijn geen sterke denkers

Als je water drinkt, zal je niets goeds en nuttigs produceren. De betekenis is dat geen belangrijk werk, niets dat mooi is of waard is om voort te blijven bestaan van dichters komt als ze water drinken, dat wil zeggen, als ze arm zijn en van weinig moeten rondkomen.



Mogelijke deelnemers aan de discussie:

- Rick van der Ploeg, staatssecretaris voor Cultuur;

- Remco Campert, schrijver, columnist;

- Joop van den Ende, als cultuurmecenas;

- Jan Kal, dichter, die jarenlang van zeer weinig moest rondkomen.

- Pieter Waterdrinker, schrijver;




Hij heeft geen haas gegeten

Er was een bijgeloof in de Oudheid dat het eten van haas iemand mooi maakte. Vandaar een grap in Martialis’ vijfde boek ten koste van een zekere Gellia die hem een haas had gestuurd en daarbij refererend aan het volksgeloof gezegd had: ‘Beste Marcus, een week zul je mooi zijn.’ De dichter keert dit tegen de dame die niet mooi is, en zegt:’Als je de waarheid spreekt, dan, beste Gellia, heb je nog nooit haas gegeten.’


Reactie Barber van de Pol, schrijfster

Vroeger, met kerstmis, aten we thuis het konijn dat het jaar ervoor was vetgemest. Mijn vader moest het slachten weekhartig overlaten aan de buurman; mijn moeder at geen hap van de lekkernij. Ze moet hebben gegruweld van ons gekluif, want kluiven, zei mijn vader, mocht met dat soort beesten.

We waren een mooie familie, vond mijn moeder; krullen en bruine ogen. Misschien dat konijn ook mooi maakt, net als de haas uit het adagium. Mijn moeder vond alleen zichzelf niet mooi; ik vond haar blauwe ogen mooi en ook haar steile lange haar maar ze had een grote neus voor een vrouw. Had ze maar meer met kerst moeten schransen!

Eergisteren ben ik teruggekomen uit Rome, waar ik voor werk moest zijn. Twee weken hebben er Amerikaanse gasten in mijn Amsterdamse huis gelogeerd. Ze hebben lekkere dingen voor me achtergelaten. Een aardig gebaar. Wijn, een grote aardappel­salade, wat kaasjes. Oja, en een blik erwtensoep, maar dat waren ze misschien gewoon vergeten. Ik denk dat ik het allemaal langzaam en heel bewust ga opeten. Gegeven voedsel maakt mooi. Er hoeven voor mij geen lange oren op te zitten.


Reactie passant

Als dit gezegde op enige waarheid berust dan is het te hopen dat heel wat van onze vaderlandse politici haas geserveerd hebben gekregen tijdens de kerstdis met het oog op de komende verkiezingen, want in de politiek lijken uiterlijkheden het meer en meer te winnen van inhoudelijke standpunten. Sommigen zoals Balkenende en Fortuyn zou je zelfs een extra hazeboutje toewensen, maar ach wie ben ik om dat te willen: mijn naam is haas.


Mijn wapen heeft ook een scherpe punt

Een zin, die sterk op een spreekwoord lijkt, wordt door Homerus in de Ilias in de mond van Hector gelegd: "Aangezien mijn wapen ook een scherpe punt heeft". We kunnen dit gebruiken als we toegeven dat we inderdaad zwakker zijn, maar desalniettemin de macht hebben om pijn te doen.



Reactie passant

Als er iemand is op wie dit adagium van toepassing is dan is het wel Erasmus zelf. De scherpe punt van zijn pen heeft menig tegenstander geraakt. Waar iemand als Luther zijn scheldwoorden als kanonkogels afvuurde op zijn vijanden, zond Erasmus zijn welluidende gifpijlen met uiterste precisie recht in de ziel van zijn opponenten.


De maaltijd boven de linzen verheffen

De maaltijd boven de linzen verheffen was een spreekwoordelijke uitdrukking, die men gebruikte voor iemand grote hoop koestert over iets waar hij nog geen greep op heeft; of voor iemand die iets belooft dat hijzelf nog niet bezit; of voor iemand die vroegtijdig tevreden is alsof hij al dingen bezit die hij nog lang niet bezit, bijvoorbeeld als iemand begint veel geld uit te geven hopend op een voordeel dat hij nog niet ontvangen heeft.


Reactie van passant 1

De visie die Erasmus hier geeft op linzen als minderwaardig volksvoedsel is ook heden ten dage in onze vaderlandse keuken gemeengoed. Duur en weinig smaak doen het beter dan goedkoop en lekker. Je moet toch al gauw helemaal naar Parijs afreizen, waar ze gelukkig wat minder kieskeurig zijn, om voor het middagmaal een lekker bordje lauwwarme linzensalade met spekjes en een fijngesnipperd uitje te nuttigen. Maar onze bijbelvaste Erasmus moet toch ook een andere visie gekend hebben, want was het niet Esau die de geneugten van deze groente wel heel hoog in het vaandel had toen hij aan Jacob zijn eerstgeboorterecht verkocht voor zoiets simpels als een bordje linzensoep?


Reactie van passant 2

Als men ergens de afgelopen jaren de maaltijden hoog boven de linzen verheven heeft dan was het wel in de internetkeuken. De luchtbellen van de champagne en kaviaar zijn inmiddels al lang vervlogen en menig goeroe van de nieuwe media moet inmiddels weer leren hoe lang je de linzen ook alweer in de week moet zetten.


Thuis is overal

De betekenis van dit adagium is dat een wijs en goed man gelukkig is, in welk deel van de wereld hij ook leeft. Daarom antwoordde Socrates, toen hem gevraagd werd van welk land hij een onderdaan was, dat hij een burger van de wereld was. Aristophanes duidt hierop in Plutus als hij zegt: "Thuis is overal waar je goed behandeld wordt". Soortgelijke spreekwoorden zijn "Voorspoed maakt ieder land tot een thuis." of "waar het goed is daar is mijn vaderland".


Diskussiegroep:

- de voorzitter van de vereniging van vluchtelingenorganisaties;

- Kader Abdollah, schrijver en vluchteling;

- staatssecretaris van Justitie Kalsbeek;

- Stevica Nikolic, voorzitter vereniging van ROM-zigeuners;

- iemand die voor werk of plezier de hele wereld rondreist;
Wees nooit vriendelijk voor een oude man

Het is nog steeds een algemeen gezegde vandaag de dag dat men geen vriendelijkheid moet verspillen aan een oude man of aan een kind, want de een betaalt 't niet terug en de ander herinnert 't zich niet. Er is nog een ander adagium van soortgelijke strekking van Diogenianus: Wees nooit vriendelijk voor oude mannen of vrouwen of kinderen of voor iemand anders z'n hond of voor een bootman, die nooit stopt met praten", omdat hetgeen aan zulke mensen besteed wordt duidelijk verloren is.


Diskussiegroep:

- voorzitter van Algemene Nederlandse Bond van Ouderen.

- een bejaardenverzorger;

- een oude man of vrouw;

- een jongere;

- Henk Hofland, columnist, tegen gedwongen pensioenering.


Loop niet op de openbare weg

Sint Hieronymus’ uitleg: Herhaal geen gewone fouten. Want de menselijke zaken zijn nooit zo goed gegaan dat het beste door de meerderheid ook goed gevonden wordt. Vandaar dat sommigen het zo zeggen: ‘Zie af van de koninklijke weg en neem de B-weg’. Deze raad komt overeen met de leer van de bijbel die ons aanraadt de brede weg waar de meeste mensen lopen te vermijden en de smalle weg te nemen, die weinigen bewandelen maar die tot onsterfelijkheid leidt.


Diskussiegroep:

- Jan Joris Lamers, toneelmaker;

- Freek de Jonge, cabaretier;

- Jan Pronk, minister van VROM;

- Charlene, meisje die treinconducteur te hulp schoot tegen agressie;

- Karel Glastra van Loon, politicus en schrijver;


Hij is dood of geeft les

Een spreekwoord gebruikt in vroeger tijden om uit te drukken dat een man in diepe ellende zat, hoewel het niet duidelijk was wat er met hem aan de hand was. Dit werd deel van de spreektaal door het volgende voorval. De Atheners hadden een veldslag verloren tegen de Sicilianen. Ze leden grote verliezen, en velen werd gevangen genomen en naar Sicilië afgevoerd, waar ze gedwongen werden Siciliaanse kindertjes les te geven. En zo antwoordden de weinigen die ontsnapt waren en terugkeerden naar Athene op de vraag wat die of die in Sicilië deed: Hij is dood of geeft les.


De buik heeft geen oren

Als voedsel op het spel staat, wordt er niet geluisterd naar kwesties van goed en kwaad. Honger duldt geen tegenspraak. En het is ook van toepassing op degenen die zich overgeven aan tafelgeneugten. Zij accepteren geen argument dat met hun diner in tegenspraak is. Seneca in zijn Brieven, Boek 3, nummer 21: ‘De buik luistert niet naar morele principes; het eist zijn deel. Maar het is geen vervelende schuldeiser; met een kleine betaling gaat hij tevreden weg; als je hem maar betaalt zo veel als je hem schuldig bent, niet zo veel als je kan.’


Een doelwit zijn voor de vinger

Je zou een doelwit moeten zijn voor de vinger. Dit beledigende gebaar werd gebruikt om de hoogste minachting uit te drukken. Eskimalisai in het Grieks betekent de middelvinger laten zien terwijl de andere vingers gesloten zijn om oneerbiedigheid te laten zien, of met de vingers knippen om minachting aan te geven. Men kan het vinden in Vrede van Aristofanes: ‘Lees de vreugde op het gezicht van de sikkelmaker als hij de wapensmid zijn middelvinger laat zien.


In het donker dansen

Dansen in het donker betekent iets heimelijk doen, zonder getuigen en zonder kritiek. Het beeld komt van dansers waarvan niemand in het donker kan zeggen of zij de passen goed of slecht uitvoeren. Lucianus in zijn Sekten: we zouden, zoals ze zeggen, in het donker aan het dansen zijn". Uit deze woorden lijkt het alsof dit adagium ook toegepast kan worden op mensen die onbezonnen handelen zonder overleg en zonder principes. Want het punt van Lucianus is dat, als we van filosofie beroofd zijn, we in het donker moeten dansen, zo dat " alles wat zich voordoet, daarvan moeten we geloven dat dat hetgene is wat we zoeken". Het is duidelijk dat ook Plato daaraan stilzwijgend refereert in het achtste boek van de Republiek: Om diskussie in het donker te vermijden, moeten we eerst maar eens enige definities maken" Want discussie in verwarring is als dansen in het donker.


De deuren van de muzen zijn vrij van nijd

Dit wordt vaak gezegd van mensen die vrij en open hun kennis aan anderen overdragen en bereidwilllig zijn om met graagte te onderwijzen. Het is ook toepasbaar op degene, die graag willen leren, waarover ook een andere gezegde het heeft "de deuren van de Muzen zijn open".


Gerechtigheid zelf is niet veel

Aristoteles in het eerste boek van de Rhetorica: "Zelfs gerechtigheid, zoals het gezegde gaat, is niet veel". Wat ze met dit spreekwoord proberen over te dragen is, dat het er weinig toe doet of je een deugdzaam mens bent, tenzij je als een deugdzaam mens gezien wordt, en dat een oordeel veel meer gewicht in de schaal legt dan feiten. Socrates geeft een beter advies als hij zegt dat iedereen het soort mens moet zijn, waarvoor hij aangezien wil worden.










De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina