De armoedeval Een nieuwe kijk op een oud probleem



Dovnload 419.03 Kb.
Pagina8/8
Datum20.08.2016
Grootte419.03 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8

3 Conclusie
Uit de interviews komt naar voren dat de invloed van de armoedeval afhankelijk is van het perspectief op doorgroei op de arbeidsmarkt. Mensen die geen doorstroomkansen op de arbeidsmarkt hebben maar wel kans maken op een laagbetaalde baan kunnen vaak op eigen kracht een grote inkomensvooruitgang vanuit een uitkeringssituatie realiseren. Deze groep vertoont vaak calculerend gedrag en er kan sprake zijn van alternatieve inkomstenbronnen. Het is daarom van belang het verschil tussen inkomsten uit werk en de uitkeringen op een voldoende “gezond” niveau te houden.
Voor mensen die geen perspectief op doorgroei hebben en geen kans maken op een laagbetaalde baan is de armoedeval niet het meest relevante probleem. Gebrek aan opleiding en capaciteiten en andere persoonlijke belemmeringen zorgen voor een lage participatiekans.
Verder komt uit de interviews naar voren dat uitkeringsgerechtigden vaak een vertekend beeld van de inkomensafhankelijke regelingen. Volgens dat beeld is een uitkering per definitie gelijk aan allerlei inkomensafhankelijke regelingen en werk is per definitie gelijk aan verlies van die regelingen. Verder zijn ze niet op de hoogte van verschillende fiscale kortingen en andere subsidies waar ze recht op hebben als ze eenmaal een baan hebben.
Literatuur
Ministerie van SZW, Scenario’s armoedevalbestrijding, Den Haag, 2002.
Nelissen J. en A. van Soest, Minimumloon, armoedeval en productiviteitsval, Center, juli 2003.
Werkgroep Harmonisatie Inkomensafhankelijke Regelingen, De Armoedeval, analyse en oplossingen, Elsevier, Den Haag, 2000.
Werkgroep vervolgstudie Derksen, Inkomensafhankelijke regelingen Kan de uitvoering eenvoudiger?, 1999
Ministerie van SZW, de onderkant van de arbeidsmarkt in internationaal perspectief- Minimumloon, armoedeval en productiviteitsval, Den Haag, 2004
Interdepartementale Commissie Harmonisatie Inkomensafhankelijke Regelingen, Armoede en Armoedeval de rol van inkomensafhankelijke regelingen, Den Haag, 1997
Allers en Schrantee in opdracht van Ministerie van SZW, BZK en Financiën, Gemeentelijke kwijtscheldingsbeleid en armoedeval, 2000

Nyfer, Werkend en toch arm, 2004


Nyfer, Werkende armen in Nederland, 2003
Nyfer, Werkzoekenden zonder uitkering, 2003
Ministerie van VROM, Subjectsubsidiëring in de huursector onder de loep, 2002
Vijfde jaarrapport armoede en sociale uitsluiting, Arm Nederland, Balans van het armoedebeleid. ,Amsterdam University Press, 2000
Dr G Antonides en Prof dr. F van Raaij, Inkomen en de voordelen en nadelen van werk, herhaald onderzoek, SZW, 2000
G.J van den Berg, B. van der Klauw en J.C. van Ours, Sancties in de bijstand vergroten de kans op werk, ESB 17-7-1998 556-559
Regioplan Beleidsonderzoek in opdracht van het Ministerie van SZW, Inkomenseffecten van uitstroom uit de bijstand, 2004
J.Plantnga, Y.Wever, B.Rijkers en P.de Haan, Arbeidsparticipatie en de kosten van kinderopvang, ESB 11-03-2005 115-117
M.Brewer, A. Duncan en M.J. Suarez, Did Working Families’ Tax Credit work? The final evealuation of the impact of in-work support on parents’ labour supply and take-up behaviour in the UK, 2005
G.Carone, A.Salomaki, Assessing work incentives in tax-benefit systems:indicators of unemployment and low-wage traps, 2005
P.J. Pederson, N.Smith, Unemployment Traps: Do financial disincentives matter ?, European Sociological Reviw, Vol 18 No.3, 271-288, 2002
M.Allers, C.Hoeben, E.Gerritsen, Gemeentelijke woonlasten feiten en beleidsontwikkeling, B & G 14-17, 2005
P.H.G. Berkhout, D.de Graaf, Geef deeltijders meer keurs, ESB 29-07-2005, 330-331
R.W.Euwals en R.A. de Mooij, Stijging deeltijd vraagt om koerswijziging, ESB 15-07-2005, 313-315
DNB, Belemmeringen bij het vergroten van de arbeidsduur, kwartaalbericht maart 2005
Armoedemonior 2005, “De betekenis van de armoedeval”
Sociaal en Cultureel Planbureau, Sociale uitsluiting in Nederland, oktober 2004.
IVA, Schulden: een (on)dragelijke last? Problematische schulden bij huishoudens tot 150% van het netto-sociaalminimum in 2003, september 2004
CPB Discussion Paper nr 31, Explaining the Growth of Part-time Employment: Factors of Supply and Demand, april 2004
CPB, Ruud de Mooij, Reinventing the Welfare State, mart 2006
OSA Publicatie A206, Career consequences of part-time work: results from Dutch panel data 1990-2001
Centraal Bureau voor de Statistiek, Sociaal economische trends, 1e kwartaal 2005

1 Inkomensafhankelijke regelingen zijn overheidsvoorzieningen in geld of in natura, waarbij de omvang van de subsidie c.q. de eigen bijdrage afhankelijk is van de hoogte van het inkomen.


2 De marginale druk meet voor verschillende huishoudens het verlies aan inkomen bij een bruto inkomensstijging door belastingen en premies en het wegvallen van inkomensafhankelijke regelingen.


3 De arbeidsaanbodelasticiteit geeft weer hoe sterk het arbeidsaanbod reageert op een verandering in het netto-inkomen.

4 De langdurigheidstoeslag wordt alleen toegekend aan minima zonder perspectief op een baan. Omdat er hier de inkomenseffecten zijn berekend voor alle werkzoekende minima, ongeacht hun participatiekans, is dit effect wel meegenomen.

5 Dit resultaat is gevoelig voor de veronderstellingen ten aanzien van het aantal werkloze minima dat gebruik maakt van bijzondere bijstand. In het gebruikte databestand is het feitelijke gebruik niet bekend.

6 Verondersteld wordt hier dat voor de nieuwe gevallen waarin behoefte aan opvang ontstaat door uitbreiding van de arbeidsduur, in dezelfde mate gebruik wordt gemaakt van formele en informele opvang als onder huishoudens waar reeds behoefte aan opvang bestaat.

7 De overgangen tussen de verschillende cellen zijn in de praktijk vloeiend.

8 Ook hoogopgeleiden kunnen voorkomen, maar deze laten we buiten beschouwing.

9 De geïnterviewden hebben op persoonlijke titel gesproken.

10 Divosa zorgt voor onderlinge samenwerking en dienstverlening tussen personen die op leidinggevend niveau werkzaam zijn bij sociale diensten. Divosa heeft circa 550 leden.


11 Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan alleenstaande ouders met jonge kinderen die voor de WWB niet onder de sollicitatieplicht vielen.

12 In Nederland werken veel laagopgeleide vrouwen in het MKB. Kinderopvangfaciliteiten zijn in het MKB minder goed geregeld dan in grote bedrijven. Zij zullen dus eerder geneigd zijn om (deels) te stoppen met werken om financiële redenen.




1   2   3   4   5   6   7   8


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina