De awbz en haar modernisering (afleverering 1 van 10)



Dovnload 17.54 Kb.
Datum21.08.2016
Grootte17.54 Kb.
DE AWBZ EN HAAR MODERNISERING (AFLEVERERING 1 VAN 10)

Sinds 1989 vindt modernisering plaats van de Awbz. Wijkverpleging en gezinsverzorging gingen samen onder het woord thuiszorg dankzij een wijziging in de Awbz. Het persoonsgebonden budget kwam tot stand. Verzorgingshuizen, verpleeghuizen en thuiszorgorganisaties gingen elkaars diensten verlenen en versmolten vaak tot zorgcentra, ondergebracht in grote gefuseerde instellingen. Het assortiment aan diensten breidde aanzienlijk uit met vormen als deeltijdopnamen, respijtzorg en case management. Ketenzorg voor cliënten met dementie en andere langdurige aandoeningen kwam op. Eenheid van indicatiestelling kwam tot stand voor de hele Awbz sector. In 2003 werd deze vraaggericht dankzij de invoering van het functiegerichte indicatiestelling. Modernisering is continu bezig zijn met vernieuwing. Zelf bewoon ik een huis uit de jaren dertig van de vorige eeuw. Sinds ik er woon zijn mijn vrouw en ik aan het moderniseren: een nieuwe CV, een moderne keuken, dubbel glas overal in de ramen, een uitbouw en dakkapellen toen de kinderen kwamen. Deze modernisering vond plaats met respect voor het verleden van het huis: we lieten het glas-in-lood restaureren evenals de tegeltjes in de hal en de gang. En we lieten draagmuren en fundament intact. Dat is kenmerkend van modernisering: een structuur continu in kleine stappen aanpassen aan moderne mogelijkheden met respect en soms restauratie van het oude. Modernisering staat haaks op herstructurering en reorganisatie. Die vinden plaats in een beperkte tijd en hebben geen continu karakter. Soms kijk ik naar mijn nieuwe overburen die in één jaar hun hele huis verbouwen. Dat is duur. De familie klaagt steen en been tijdens de verbouwing. Waarschijnlijk voldoet de grote ingreep toch niet na een aantal jaren van bewoning. Dan moet er alsnog weer verbouwd worden. Deze serie gaat over modernisering van de Awbz in de periode tot pak weg 2020. In het kielzog van mijn internationale collega’s zeg ik bij voorbaat: ik wil geen herstructurering of reorganisatie van de Awbz, geen big bang reorganisation. Dit was eerste aflevering van een serie van tien. De volgende aflevering gaat over de staat en het individu: wie betaalt waarvoor bij een chronische aandoening? Deze serie in tien afleveringen gaat vooraf aan het congres Nationale en internationale, recente en lange termijn ontwikkelingen in de Indicatiestelling, de Awbz en de Wmo. Dat vindt plaats op 27 maart in het Utrechtse Domus Medica, het KNMG hoofdkwartier. Wil je aan dit congres deelnemen? Surf dan naar www.integratedcare.nl en klik door op nascholing.



DE AWBZ EN DE CLIËNT: WIE BETAALT WAT?(AFLEVERERING 2 VAN 10)

Van de 2,6 Nederlanders met een chronische aandoening doen 550.000 een beroep op de Awbz. Indien een cliënt thuis verblijft, dat zijn er zo’n 400.000 van de 550.000) krijgt deze gemiddeld enkele uren of dagdelen hulp op kosten van de Awbz of De Wmo. De rest van de week moet die zorg op een andere manier worden verstrekt, door de familie of buren of uit eigen portemonnee van de Awbz cliënt. Uit onderzoek blijkt verder dat chronische zieken meer kosten kwijt zijn aan hun dagelijks levensonderhoud dan andere burgers. Zij hebben vaak hogere kosten voor verwarming van het huis, voor kleding, vervoer en speciale diëten. Voordat ik de vraag beantwoord wat betaalt de Awbz en wat het individu in verband met chronische aandoeningen, stel ik dat thans de meeste kosten door het individu wordt betaald. De Awbz is aanvullend. Anders ligt dat voor patiënten die in een 24 uursvoorziening verblijven zoals een verpleeghuis, een verzorgingshuis, een psychiatrische instelling en een instelling voor lichamelijk of verstandelijk gehandicapten. Mij valt op dat het daar mogelijk is dat cliënten inkomen kunnen sparen uit bijvoorbeeld AOW, aanvullende pensioen, Wajong uitkering, WAO, andere uitkeringen en rente uit eigen vermogen. Bij overlijden komt er dan per cliënt gemiddeld een paar duizend euro of meer geld beschikbaar voor de erfgenamen (die zelden op bezoek kwamen). Ik stel ter discussie of dat genereren van vermogen tijdens een 24 uursverblijf in een Awbz voorziening ongewijzigd door moet gaan. Sociale Zekerheid is bedoeld om voor iedere burger een minimale bestaanszekerheid te garanderen. Als dat via de Awbz gebeurt, is er dus geen behoefte aan uitkering uit andere wetten of ander inkomen. Ik zeg het hier kort door de bocht, omdat ik graag het lange termijn debat over de Awbz op gang krijg. Ik geef mijn mening op voor betere argumentatie. Dit was tweede aflevering van een serie van tien. De volgende aflevering gaat over de Awbz en de Zorgverzekeringswet: welke wet betaalt waarvoor bij een chronische aandoening? Deze serie in tien afleveringen gaat vooraf aan het congres Nationale en internationale, recente en lange termijn ontwikkelingen in de Indicatiestelling, de Awbz en de Wmo. Dat vindt plaats op 27 maart in het Utrechtse Domus Medica, het KNMG hoofdkwartier. Staatssecretaris Bussemaker opent dat congres. Wil je aan dit congres deelnemen? Surf dan naar www.integratedcare.nl en klik door op nascholing.



DE AWBZ EN DE CLIËNT: WIE BETAALT WAT?(AFLEVERERING 3 VAN 10)

Toen de Awbz tot stand kwam in 1968 functioneerde deze voor de zorg na 365 dagen. Het eerste jaar van ziek zijn bleef vallen onder de toen pas gestarte Ziekenfondswet of viel onder de particuliere verzekeringen. Alleen verpleeghuizen kregen vanaf dag één een Awbz-vergoeding. Dat leidde tot de stichting van vele verpleeghuizen in de periode 1968-1975. In de veertig jaar na 1968 is die 365 dagen grens vervallen. De thuiszorg kwam in 1980 vanaf de eerste dag in de Awbz. Weer later volgden verzorgingshuizen, de geestelijke gezondheidszorg en de gehandicaptenzorg. Op dit moment circuleert bij VWS en andere beleidsinstanties het plan om die 365-dagengrens weer in te voeren. Dan valt alle kortdurende thuiszorg (nazorg, terminale zorg) onder de Zorgverzekeringswet. Dat geldt ook voor kortdurende opnamen in een verpleeghuis of andere 24-uursvoorziening. Ik ben het daarmee eens om twee redenen, die ik hier kort formuleer. 1. Bij de Sociale Zekerheid bestaat ook zo’n constructie die goed bevalt: de eerste twee jaar functioneren de Ziektewet en de Wet Verbetering poortwachter. Lukt het niet om zieke werknemers te reactiveren dan komen zij terecht in de WIA, die vroeger WAO heette. Zo’n model van eerst reactiveren en als dat niet kan een permanente voorziening is ook aantrekkelijk voor chronische zieken. 2. Zorgketens zijn erbij gebaat indien de zorgverzekeringswet alle kortdurende zorg bekostigd. Dat voorkomt onsamenhangend beleid zoals hierboven geïllustreerd bij terminale thuiszorg. Ik zeg het hier kort door de bocht, omdat ik graag het lange termijn debat over de Awbz op gang krijg. Ik geef mijn mening op voor betere argumentatie. Dit was derde aflevering van een serie van tien. De volgende aflevering gaat over de Awbz en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo): gaat deze wet deAWbz vervangen? Deze serie in tien afleveringen gaat vooraf aan het congres Nationale en internationale, recente en lange termijn ontwikkelingen in de Indicatiestelling, de Awbz en de Wmo. Dat vindt plaats op 27 maart in het Utrechtse Domus Medica, het KNMG hoofdkwartier. Staatssecretaris Bussemaker opent dat congres. Wil je aan dit congres deelnemen? Surf dan naar www.integratedcare.nl en klik door op nascholing.



PATIËNTEN VINDEN ACHT ASPECTEN VAN ZORG VAN BELANG

Het Engelse Picker Institute te Oxford bevraagt sinds 2002 grote groepen patiënten naar hun ervaringen met professionals en instituten. In het najaar publiceerde zij een samenvattend overzicht van al haar bevindingen. Picker onderzoekers Nick Richards en Angela Coulter benoemden acht aspecten die patiënten van belang achten:



1. Snelle toegang (per telefoon, email of face-to-face) tot betrouwbare gezondheidsadviezen

2. Effectieve behandeling door vertrouwde professionals

3. Betrokken worden in professionele besluitvorming en respect voor voorkeuren van de patiënt

4. Duidelijke, samenhangende informatie en ondersteuning van zelfzorg

5. Aandacht voor fysieke ondersteuning (bijvoorbeeld een rolstoel) en aanpassing van de omgeving

6. Emotionele ondersteuning, empathie en respect

7. Betrokkenheid en steun voor familieleden en mantelzorgers en

8. Continuïteit van zorg en soepele overgangen van de ene naar de andere zorgverlener. Het rapport dat ik hier citeer heeft als titel Is the NHS becoming more patient centred? Het is te bestellen via info@pickereurope.ac.uk Het instituut heeft ook een grote maar niet goed toegankelijke website: www.pickereurope.org Zoek naar Picker Institute Reports en download het genoemde rapport. Wil je weten wat Nederlandse patiënten van belang vinden? Surf dan naar www.integratedcare.nl en klik door op presentaties van congressen en kies dan het congres over pg-organisaties van 4 december.
WMO VERVANGT AMBULANTE AWBZ (AFLEVERERING 4 VAN 10 OVER AWBZ)

Een heikel onderwerp is het geven van een antwoord op de vraag of de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) op termijn de Awbz moet vervangen. In de vorige kabinetsperiode zag de regering de overgang van huishoudelijke zorg als eerste fase van overheveling van Awbz zorg naar de Wmo. Aan het einde van de kabinetsperiode beraadden vele instanties zich over deze vraag. Een commissie van hoge ambtenaren van diverse departementen brandde in 2005 haar vingers niet aan dit onderwerp. Zij bracht een enerzijds/anderzijds advies uit. De Raad voor de Volksgezondheid & Zorg (RVZ) pleitte in 2008 voor opheffing van de Awbz: de helft moest maar naar de Zorgverzekeringswet en de andere helft naar de Wmo. De SER en de huidige regering doen geen uitspraken over de lange termijn van Wmo en Awbz. Ik doe dat hier wel. Er is, vind ik, veel voor te zeggen om alle ambulante zorg aan chronische zieken en gehandicapten over te hevelen naar de Wmo. Dat zou moeten gebeuren in een periode van tien tot twintig jaar. Voor de Awbz resteert dan de 24 uurs verblijfszorg. Mijn argumenten zijn: 1 de lokale overheid voelt dan verantwoordelijkheid voor haar gehandicapten en chronische zieken. Via verkiezingen en participatie in inspraakorganen krijgen die invloed op dat gemeentelijke beleid 2. ik voel voor het Zweedse model: daarin krijgen lokale overheden financiële straf als zij geen goed extramuraal beleid ontwikkelen en te veel patiënten laten instromen of vertraagd uitstromen uit ziekenhuizen. In Nederland kennen wij dit systeem voor bedrijven: sturen zij te veel werknemers door naar de Wia (voorheen Wao), dan betalen zij een strafpremie 3. De spreiding van 24 uurs Awbz voorzieningen (verpleeghuizen, psychiatrische ziekenhuizen, instelling voor gehandicapten) over kleine en grote gemeenten is bijzonder scheef en historisch bepaald. Het wordt mij te complex om die via gemeenten te gaan aansturen. Ik geef mijn mening hier kort door de bocht, omdat ik graag het lange termijn debat over de Awbz op gang krijg. Ik geef mijn mening op voor betere argumentatie.



Dit was de vierde aflevering van een serie van tien. De volgende aflevering gaat over de Awbz en het persoonsgebonden budget: gaat dat de zorg in natura levering vervangen? Deze serie in tien afleveringen gaat vooraf aan het congres Nationale en internationale, recente en lange termijn ontwikkelingen in de Indicatiestelling, de Awbz en de Wmo. Dat vindt plaats op 27 maart in het Utrechtse Domus Medica, het KNMG hoofdkwartier. Staatssecretaris Bussemaker opent dat congres. Wil je aan dit congres deelnemen? Surf dan naar www.integratedcare.nl en klik door op nascholing.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina