De begroting van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit



Dovnload 318.02 Kb.
Pagina1/10
Datum27.09.2016
Grootte318.02 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEG


De vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit <1> heeft op 16 november 2009 overleg gevoerd met minister Verburg van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over de begroting van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (onderdeel natuur).
Van het overleg brengt de commissie bijgaand stenografisch verslag uit.
De voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Atsma
De griffier van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Dortmans

**
Voorzitter: Schreijer-Pierik


Aanwezig zijn 9 leden der Kamer, te weten:
Dibi, Jacobi, Koopmans, Ouwehand, Polderman, Schreijer-Pierik, Snijder-Hazelhoff, Van der Ham en Van der Vlies,
en mevrouw Verburg, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, die vergezeld is van enkele ambtenaren van haar ministerie.

**
Aan de orde is de behandeling van:



- het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (XIV) voor het jaar 2010 (32123-XIV);

- het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van het Diergezondheidsfonds voor het jaar 2010 (32123-F);

- de brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit d.d. 15 juli 2009 betreffende Tijdelijke natuur (30690, nr. 13);

- de brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit d.d. 1 oktober 2009 betreffende het eindrapport Evaluatie opvangbeleid overwinterende ganzen en smienten; onderdeel van het Beleidskader Faunabeheer (29446, nr. 68);

- de brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit d.d. 8 oktober 2009 betreffende het afschrift van de brief aan Stichting Nederlands Centrum voor Bijenonderzoek m.b.t. bijenproblematiek (2009Z18358);

- de brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit d.d. 7 oktober 2009 betreffende de lijst van vragen en antwoorden inzake aanvullende maatregelen n.a.v. de nieuwe vondst van de Oost-Aziatische boktor (27858, nr. 77);

- de brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit d.d. 24 juni 2009 betreffende de aanbieding van het plan van aanpak integratie natuurwetgeving (31536, nr. 10);

- de brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit d.d. 26 oktober 2009 betreffende de stand van zaken plan van aanpak integratie natuurwetgeving (31536, nr. 11);

- de brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit d.d. 26 oktober 2009 betreffende Particuliere Historische Buitenplaatsen (31253, nr. 20);

- de brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit d.d. 26 oktober 2009 betreffende het afschrift van de brief aan de gemeente Lochem m.b.t. bestemmingsplan Buitengebied en Natura 2000 (2009Z19597);

- de brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit 12 november 2009 betreffende de stand van zaken beheerplannen Natura 2000 (32123-XIV, nr. 29);

- de brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit d.d. 28 oktober 2009 betreffende de stand van zaken Natura 2000 over o.a. de conceptbeheerplannen (32123-XIV, nr. 25).
De voorzitter: Ik heet eenieder hartelijk welkom. De minister is al een hele tijd in de Kamer aanwezig vanwege het debat over de Crisis- en herstelwet dat vanmorgen vroeg begon. We gaan nu verder met het wetgevingsoverleg over natuur.

**
De heer Polderman (SP): Voorzitter. We zullen het vanmiddag opnieuw hebben over het altijd boeiende onderwerp natuur. Vandaag doen we dat naar aanleiding van de begroting, maar ik ben bang dat we toch wel enigszins zullen dubbelen met het AO van vorige week over de voortgang van de ehs. We schakelen wellicht ook wel door naar het wetgevingsoverleg van vanmorgen over de Crisis- en herstelwet.

De ehs vormt de rode draad van het natuurbeleid en daarvan vormen de Natura 2000-gebieden de echte kernen. Het zijn de meest waardevolle natuurgebieden, de parels, die we te beschermen hebben. De ehs is dan de ketting of het snoer, de hoofdstructuur, waarin die parels hun plek moeten hebben. De SP-fractie moet helaas vaststellen dat we niet op schema liggen met de vaststelling van het Natura 2000-project. Het is nog erger dat het imago van project steeds meer een negatieve klank krijgt. Het is een hoofdpijndossier dat een hoop gedoe en vertraging veroorzaakt; Nederland zit op slot. Dat soort geluiden. Het mankeert er nog maar even aan of die verrekte natuur krijgt de schuld van de crisis.

De regering heeft besloten de omzetting van woeste gronden in landbouwgronden tot het uiterste te beperken, mede omwille van natuurbescherming en openluchtrecreatie. Dat zei mijn koningin Juliana in de troonrede van 1961. Het lijkt erop dat de troonrede 50 jaar later als volgt zal luiden: de regering heeft besloten de omzetting van landbouwgronden in woeste gronden tot het uiterste te beperken. De teneur lijkt dat het nu wel genoeg is met de bescherming van de natuur, maar is dat wel zo? De feiten wijzen daar niet op; de teruggang van de biodiversiteit is nog steeds gaande. Het streven om dat in 2010 tot staan te brengen, lijkt niet te zullen lukken. De woeste gronden waarover koningin Juliana het in 1961 had, waren aanvankelijk ook niet zo woest. Dat was het gevolg van roofbouw door eerdere landbouw- en bosbouwmethodes. We hebben ook al vastgesteld dat heel Nederland in feite een product is van menselijke activiteiten; in de eerste plaats van landbouw en vele diverse waterstaatkundige ingrepen. Natuurbeheer is dus landschapsbeheer. Tegelijkertijd bestaat natuur op de meest onverwachte plekken. Afgelopen week las ik een leuk interview met de Amsterdamse stadsecoloog. Natuur zit dus ook in de stad.

Nog steeds mogen natuurverenigingen bogen op een enorme achterban. Het draagvlak voor natuurbescherming is onverminderd erg groot. Hoe kan het dat het Natura 2000-dossier dan zo'n hoofdpijndossier is geworden en het zo'n negatieve klank heeft gekregen? Volgens de SP-fractie heeft dat alles te maken met de stroperigheid van de besluitvorming die op zijn beurt het gevolg is van de gekozen decentrale aanpak en een rijksoverheid die zich achter de provincie verschuilt. Dan is er nog de omdraaiing van de logische volgorde: niet eerst begrenzen, maar eerst beheerplannen maken. Ik weet dat de minister het aanvankelijk ook anders wilde, maar daarvoor kreeg zij alleen steun van de groene fracties van de SP, GroenLinks, de Partij voor de Dieren en volgens mij ook D66. We zien nu waartoe deze andere keuze heeft geleid. De beheerplannen zouden in september ingeleverd moeten zijn, maar uit het overzicht dat we kregen, begrijp ik dat we op het totaal zitten van slechts 71 ingediende plannen. Dat is nog ver weg van de 162. Hoe zit dat? Wat gaat de minister daaraan doen?

Wordt het nu zo langzamerhand geen tijd om als Rijk zelf de regie op te pakken? De Natura 2000-doelstelllingen zijn we immers als lidstaat Nederland aangegaan? Bij de discussie vorige week heb ik een lans gebroken voor de prioriteit van planologische bescherming: leg het eerst in bestemmingsplannen vast. Waarom maken we geen rijksbestemmingsplan ehs? De Betuwelijn is toch ook niet aangelegd via een vage houtskoolschets, om de invulling vervolgens over te laten aan lokale bestuurders? Het Rijk moet de regie van de ehs serieus nemen. In de Crisis- en herstelwet is dat bij amendement -- ik meen door de fractie van D66 ingediend -- ook gevraagd en dat leek ons een goed idee.

Ik wil de discussie over de Crisis- en herstelwet van vanmorgen niet herhalen, maar ik kan de integratie van de natuurwetten toch ook niet onbesproken laten. Wij steunen die integratie maar zien het niet zitten om enkele onderwerpen daaruit te lichten en nu versneld in te voeren middels de Crisis- en herstelwet. De integraliteit karakter wordt zo niet gediend. Liever hadden we gezien dat het wetsvoorstel tot integratie van natuurwetten met meer spoed, maar dan wel compleet, naar de Kamer zou worden gestuurd, zodat we over dat totaalvoorstel een afgewogen oordeel kunnen geven. Nu is het veel te veel hapsnap en, wie weet, leidt dat tot ongelukken, onbedoelde effecten, vertragingen en onnodig gejuridiseer. Daar wil ik het wat dit onderwerp betreft bij laten, want vanmorgen is daarover al voldoende gezegd.

Als wij vaststellen dat het hele natuurbeleid feitelijk landschapsbeleid is, omdat ons hele landschap het resultaat is van eerdere menselijke activiteiten, kom je op het vermeende onderscheid tussen natuur en landbouw. Ik zeg “vermeend” omdat het onderscheid tussen natuur en landbouw er dus niet is. In het AO van vorige week over de ehs heb ik al gesteld dat de denkrichting van het convenant over natuurlijk boeren dat de minister met LTO sloot, mij best aansprak. Nu de uitvoering nog opschalen en van een niche, een uitzondering -- witte raven onder de boeren -- regulier beleid maken.

De systematiek van Natura 2000 is dat wij bepaalde natuur, type, soort of habitat beschermen op een bepaalde tijd. Die keuze voor een bepaalde tijd is vrij arbitrair. In de Natuurbalans wordt gepleit voor meer focus op deltanatuur. Bij navraag bleek dat wij dat vrij ruim moeten opvatten. De hele unieke en te beschermen Nederlandse natuur is deltagerelateerde natuur. Die redenering kan ik volgen, maar ik betrek daarop ook het element van de vrij willekeurige keuze in de tijd. Ik vraag de minister daarin verder mee te denken. Kan zij daarop al een reactie geven?

Wat betekent die denkrichting voor de zuidwestelijke delta? Als wij de natuur van pakweg 1900 in de zuidwestelijke delta terug willen, moet dat leiden tot een heroriëntatie op de Deltawerken, die vooral en terecht gericht waren op veiligheid, maar waarvan wij nu ook de nadelige gevolgen leren kennen. Wij hebben een zeer harde grens gemaakt tussen zoet en zout en ecologisch was dat niet altijd de beste oplossing. Bij het debat over de geulverdieping van de Westerschelde en de kwestie van de natuurlijkheid is mijns inziens ten onrechte erg gefocust op het inmiddels beperkte estuarium Westerschelde. Vóór de deltawerken echter was het estuarium natuurlijk veel groter. Sprekend over het herstel van het estuariene deltakarakter moet je dat breder trekken dan alleen de Westerschelde. Ik denk daarbij aan kierbesluit Haringvliet, de discussie over de verzilting van het Zoommeer en de problemen met zandtongen en andere kwesties in de Oosterschelde.

Even een zijsprongetje. Over de concrete aanslag op de natuurwaarden in de Oosterschelde zijn eerder door de heer Koppejan en mevrouw Ouwehand schriftelijke vragen gesteld. Ik heb daaraan de vraag toegevoegd of de minister bereid is een stokje voor die stort te steken tot de uitspraak van de Raad van State daar is. Als zij nu vast het antwoord weet, kan dat helpen om van schriftelijke beantwoording af te zien.

Ik heb het vrij statische karakter van de Natura 2000-systematiek al even genoemd. Het gaat enigszins voorbij aan de dynamiek die natuur sowieso van zichzelf al heeft en aan de klimatologische veranderingen. Een ander punt waarmee geen rekening wordt gehouden, zijn de gevolgen van de mondiale economie en mondiale activiteiten die de mens onderneemt en die gevolgen hebben voor flora en fauna. Zo zien wij de komst van allerlei exoten. Een van de voorbeelden waarvoor ik speciaal aandacht vraag, is de invasie die momenteel gaande schijnt te zijn in onze sloten en plassen van de rivierkreeft. Die bedreigt allerlei inheemse dieren en planten. Is dat de minister bekend en wat doen wij daaraan?

Ik zei zo-even dat natuur overal is, zelfs in de stad. Met het project “Recreatie in en om de stad” loopt het echter nog niet echt lekker. Als je er oog voor hebt, is er natuur genoeg, maar je moet wel geleerd hebben dat te zien en te waarderen. Dat brengt mij bij de educatie in theorie en praktijk. Praktijk is bijvoorbeeld de volkstuinen. Onlangs vroeg ik daarnaar middels schriftelijke vragen en het teleurstellende antwoord is: daar gaan wij niet over, dat is een gemeentezaak. Hoe serieus neemt de minister de eigen doelstelling van de recreatie rondom de stad?

Ook wordt opnieuw beknibbeld op de subsidies voor natuureducatie. Als wij willen dat de jeugd opgroeit met het besef dat natuur het waard is om van te genieten, maar ook bedreigd wordt, zodat die beschermd moet worden, moet je wel iets doen aan educatie. Ik weet dat de minister dat in theorie ook vindt, maar op de een of andere manier komt dat in de begroting steeds weer onder druk. Er lijkt van willekeur sprake te zijn. Er gaat wel 5 mln. subsidie naar Artis, maar andere hardwerkende educatiecentra moeten de eindjes aan elkaar knopen. Dat moet toch anders kunnen! Kan de minister hierover een toezegging doen of moet ik dat per amendement zien te regelen?


De heer Koopmans (CDA): Voorzitter. De CDA-fractie wil de milieudruk niet afwentelen op toekomstige generaties of op ontwikkelingslanden. Economische groei in Nederland maakt juist investeringen in het milieu mogelijk. Daardoor is er al veel gebeurd en bereikt. Wij produceren veel milieuvriendelijker dan een aantal jaren geleden. Economische groei en een gezonder milieu gaan steeds beter samen en daardoor wordt Nederland steeds duurzamer.

Doordat er tal van problemen zijn geweest zoals exoten, ganzen, zwijnen en allerlei spul dat rondloopt, hebben mensen in allerlei gebieden grote moeite met wat natuurbeleid wordt genoemd.

Ik noem het creëren van natte natuur bij woonhuizen. Het zijn allemaal voorbeelden waarvan mensen zich afvragen wat we allemaal aan het doen zijn. Wij denken dat er meer resultaat te boeken is door consumenten, producenten, bedrijven en maatschappelijke organisaties hier sterker bij te betrekken. Een voorbeeld. De heer Henk Angenent doet al negen jaar aan natuurbeheer. Er zijn 350 kievitsnesten in het gebied waar hij boert. Nu is alleen via het nieuwe SNL besloten om het anders te gaan doen. Hij stopt nu met het tellen van nesten, want het moet anders. Wie weet er nog wat hij moet doen?

Dit werkt in onze ogen erg slecht voor het draagvlak. Het toont aan dat wij bij beleid te vaak zoeken naar wat natuur is. Is dat de natuur die door Prins Hendrik gebracht is? Hij was degene die wilde zwijnen en edelherten hier heeft geïntroduceerd. Met een grote kar heeft hij een aantal dieren hierheen gebracht en ze losgelaten op de Veluwe. Wij zijn op bezoek geweest bij het Geldersch Landschap. De beheerder daar zou graag de grove den vervangen door de linde. Die grote edelherten knabbelen echter dolgraag aan jonge aanplant. Het is volgens hem dus volstrekt onmogelijk om natuur op een goede manier te vervangen door de nieuwe natuur die wij bedacht hebben. Het introduceren van biodiversiteit, namelijk wilde zwijnen en edelherten, mondt zo uit in minder biodiversiteit. Ik zou van de minister graag een fundamentele beschouwing op dat punt krijgen.

Wij geloven dat wij veel meer moeten kiezen voor het landschap en minder voor natuur. Prof. Van Groenendael zei tijdens de hoorzitting over de Crisis- en herstelwet dat wordt vergeten dat biodiversiteitswinst in het landelijk gebied ligt: de 80% waarop geen natuurbescherming ligt. Die winst wordt daar veel gemakkelijker en met veel grotere stappen gehaald dan in de natuurgebieden waarin de biodiversiteit doorgaans al een hoog niveau heeft. De natuur in en om de stad ontwikkelt zich geweldig. Hier krijg ik graag een reactie op van de minister.

Herziening van het dierbeheersbeleid is ook nodig. Ook daar hebben we maakbaar gedacht. Het land zit echter zo vol met ganzen dat zelfs de vogelbescherming zegt dat we ervan af moeten omdat het uit de hand loopt. Wij denken dat bij het beheer van landschap in het kader van landschappelijke natuurontwikkeling maximaal gebruik gemaakt moet worden van de bewoners van het gebied en van agrarische ondernemers. Wij denken ook dat je moet opletten dat je met de robuuste verbindingszones de problemen met het afgrazen door edelherten niet in meer delen van het land brengt.

De CDA-fractie wil een goedkopere ehs. Wij krijgen een heroverweging. Wij zullen 35 mld. moeten bezuinigen. In het licht van wat ik net zei, namelijk kies voor het landschap in plaats van voor dure nieuwe natuur, stellen wij het volgende voor. De datum van 2018 is niet heilig; het eindresultaat wel. Laten wij ons meer richten op kwaliteit in plaats van op kwantiteit. Wij moeten dus voorzichtig zijn met aankopen. Laten wij ons beperken tot het realiseren van de netto-ehs, dus geen extra natte natuur en geen nieuwe robuuste verbindingszones. Wij hebben eens goed gekeken wat Oostvaarderswold nu eigenlijk betekent. Wij zullen een amendement indienen dat ertoe strekt de rijksbijdrage aan het Oostvaarderswold stop te zetten. Wij denken dat dit gebied geen kosteneffectieve en ook geen inhoudelijk effectieve bijdrage levert aan verbetering van de biodiversiteit.
De heer Dibi (GroenLinks): Ik heb vandaag ook al op een ander terrein de vraag gesteld wat rentmeesterschap nog betekent, onder andere voor de CDA-fractie. Als ik dan de heer Koopmans hoor zeggen dat wij eigenlijk maar een beetje moeten stoppen met de EHS, dan denk ik dat dit begrip niet veel meer betekent voor het CDA. Zegt de heer Koopmans hetzelfde als de heer Atsma onlangs zei, namelijk dat wij maar beter kunnen stoppen met het aankopen van nieuwe gronden voor de EHS? Hoe staat dit in verhouding tot de uitspraak van de fractievoorzitter van het CDA tijdens de algemene politieke beschouwingen die toch iets heel anders zei dan de heer Koopmans nu zegt?
De heer Koopmans (CDA): De fractievoorzitter van het CDA heeft tijdens de algemene beschouwingen gezegd dat er in het kader van de heroverweging geen taboes zijn. Wij hebben in de fractie uitgebreid gesproken over de mogelijkheden die er in de komende jaren zijn en over de vraag of je misschien met minder geld, door de slimmere inzet van geld -- ik zal daar straks een voorstel voor doen -- meer natuur kunt krijgen. Wij willen die punten ook meegeven aan de minister van LNV. De heer Dibi mag mij best de maat nemen en de vraag stellen of het rentmeesterschap in goede handen is bij het CDA. Ja, dat is bij het CDA in goede handen, maar wij doen niet aan een soort ultiem geloof in de maakbare natuur die slechts achter tekentafels en bij bureaus en door allerlei ecoproza schrijvend spul tot stand komt. Nee, wij geloven in echte natuur in het landschap, in de buurt van buren, die door de samenleving wordt geleefd en beleefd. Daar geloven wij heel sterk in.
De voorzitter: Goed. Er zijn nog verschillende vragen over dit onderwerp. Is dit voldoende, mijnheer Dibi?

**
De heer Dibi (GroenLinks): Nee, ik wil terugverwijzen naar de uitspraken van de heer Van Geel in een interruptiedebatje met mevrouw Hamer tijdens de algemene politieke beschouwingen. Mevrouw Hamer vroeg aan de fractievoorzitter van het CDA of de doelen van de ecologische hoofdstructuur onverkort worden gehandhaafd en of de einddatum nog steeds hard is. De fractievoorzitter van het CDA antwoordde daarop toen dat de einddatum nog hard is. Vandaag zegt de heer Koopmans iets heel anders namens de CDA-fractie. Ik vraag mij af wat er in de tussentijd is gebeurd. Ik krijg hier graag een reactie op.


De heer Koopmans (CDA): Ik heb net letterlijk gezegd: de datum van 2018 is niet heilig, het eindresultaat wel. Dat is het standpunt van de CDA-fractie. De heer Dibi vraagt wat er sindsdien is gebeurd. Mijn fractie denkt op tal van manieren en op tal van momenten na over de vraag of het mogelijk is om zicht te geven op een invulling van de besparingen van 35 mld. Wij hebben ons daartoe verplicht en wij zullen daartoe bij iedere begrotingsbehandeling aanzetten geven. Dit is er daar een van. Mijn fractie denkt dat dit mogelijk moet zijn door minder aan te kopen en op een verstandige manier samen met boeren te kijken hoe je de natuur en biodiversiteit kunt bevorderen. De heer Atsma heeft dit al vaker gezegd namens de fractie, mevrouw Schreijer heeft dat gedaan en ook de heer Jager heeft dat gedaan. Dit is absoluut geen nieuwe lijn. Dit is een lijn die mijn fractie vanuit haar visie op rentmeesterschap goed kan verdedigen.
De voorzitter: Er zijn nog heel wat vragen. Ik zal de vraagstellers achter elkaar de gelegenheid geven om hun vraag te stellen.

**
Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): De heer Koopmans zegt wel heel mooi dat de einddatum van 2018 niet heilig is. Hij blijft echter wat vaag over de hoeveelheid. Ik zou graag een wat duidelijker antwoord krijgen op de vraag die hem is gesteld. Hoe kan hij met allerlei flexibele invullingen wel exact die 728.000 ha halen? Is dat nog heilig voor de CDA-fractie?


Mevrouw Jacobi (PvdA): Ik ben op zichzelf wel blij dat de heer Koopmans nu woordvoerder natuur is geworden. Dat is toch wel een bijzondere move van de CDA-fractie. De heer Koopmans staat landelijk bekend als degene die niets van natuur moet hebben, maar de tijden veranderen. Gefeliciteerd met dit woordvoerderschap, mijnheer Koopmans.
De heer Koopmans (CDA): Dit laat ik me niet zo aanleunen. Ik zie het in ieder geval ook graag in de pan!
Mevrouw Jacobi (PvdA): Precies. Dus gefeliciteerd met dit woordvoerderschap. Ik hoop dat wij goed zaken kunnen doen. De heer Koopmans zegt dat hij het effectiever wil. Daar is niets mis mee. Als het zowel inhoudelijk als financieel effectiever wordt, moeten wij elkaar zeker kunnen vinden.

Natuurbalans heeft voorstellen gedaan om een aantal zaken slimmer te regelen ten gunste van een goede biodiversiteit. Staat de heer Koopmans achter de aanbeveling van Natuurbalans? Hij doet net alsof er landschap en natuur bestaat, maar in mijn beleving is het beleid in Nederland erop gericht om goede natuur waar mogelijk te koppelen aan recreatie en waterbeheer. Hij doet nu uitspraken waarin hij de koppeling met waterbeheer loslaat. Dat lijkt mij niet slim en zeker niet effectiever. Wil de heer Koopmans dit uitleggen? Mijn laatste vraag gaat over OostvaardersWold. Dat is het eerste gebied in Nederland waar wij het voor elkaar krijgen om het robuuster en effectiever te maken. Het lijkt mij een hele klap in het gezicht van iedereen die daarvoor jaren heeft gevochten om dat nu om zeep te helpen.


De heer Polderman (SP): Ik heb een vraag die daarop aansluit. Ik ben ook verrast door de nieuwe woordvoerder van de CDA-fractie. Hij doet zijn best om uit te leggen dat zijn woorden ook door zijn voorganger naar voren zijn gebracht, maar daar zit toch wel enig nuanceverschil tussen. Met name de datum 2018 is tot nu toe heilig geweest. Daarvan neemt het CDA nu ongemerkt afstand. Hij stelt dat het einddoel wel moet worden gehaald, maar wanneer dan en hoe dan? Een van de grote problemen die wij met ehs zo snel mogelijk willen oplossen is het tegengaan van de versnippering, dus het creëren van robuuste verbindingen. De heer Koopmans wil dat op een slimmere manier doen. Ik ben er natuurlijk voor om zaken op de meest slimme wijze te regelen, maar dat neemt niet weg dat wij iets moeten doen aan de verbinding tussen de natuurgebieden. Hoe stelt hij voor dat te doen, behalve door het slaken van een loze kreet om het slimmer te doen?
Mevrouw Ouwehand (PvdD): Vorige week heb ik bij de behandeling van de VWS-begroting de woordvoerder voor de volksgezondheid van het CDA nog opgeroepen om voortaan zelf de debatten te voeren die gaan over dierziekte. Wij spraken toen even over de Q-koorts. Het CDA heeft er altijd een handje van om de voorvechters van de intensieve veehouderij naar debatten te sturen over de gevolgen van de veehouderij voor de gezondheid van mensen, maar in dit geval ook voor de natuur. Dit maakt wel duidelijk waar het CDA staat. De vraag is heel simpel: stuurt de heer Koopmans en dus de CDA-fractie aan op een kabinetscrisis? Wij hebben bij de algemene beschouwingen kunnen zien dat de fractievoorzitter van de PvdA-fractie en de fractievoorzitter van de ChristenUnie in hun maag zaten met de temporisering van de ehs. Zij haastten zich beiden om te melden dat zij niet wilden afdoen aan welke doelstelling dan ook. Dit lijkt op een behoorlijke botsing binnen de coalitie.
De heer
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2016
stuur bericht

    Hoofdpagina