De begrotingsstaten van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII), onderdeel Hoger onderwijs en Onderzoek, voor het jaar 2009



Dovnload 380.7 Kb.
Pagina3/8
Datum27.09.2016
Grootte380.7 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8
Zijlstra (VVD): Ik wil nog even terugkomen op de ov-kaart voor zeventienjarigen. De minister maakt kenbaar dat het probleem vooral zit in de wijze waarop de Sociale Verzekeringsbank werkt, namelijk met kwartalen.
Mevrouw Besselink (PvdA): Dat klopt.
De heer Zijlstra (VVD): Zou het voor de PvdA een idee zijn om bijvoorbeeld ouders en studenten de mogelijkheid te geven om op 1 juli te zeggen: wij stoppen nu met de kinderbijslag, zodat wij de ov-kaart en de studiefinanciering vanaf 1 september kunnen krijgen? Volgens mij los je daarmee het probleem op. Ik hoor graag wat mevrouw Besselink en de minister daarvan vinden.
Mevrouw Besselink (PvdA): Ik durf niet voor de minister te spreken, maar wel voor mijzelf en mijn fractie. Ik ben inderdaad op zoek naar dat soort slimme oplossingen. Zonder dat wij met een heel ingewikkelde wetswijziging en met terugbetaalregimes komen, zou het een idee kunnen zijn om wel uitbetaald te krijgen, maar achteraf te verrekenen, waarbij ouders kunnen opgeven vanaf wanneer de studiefinanciering begon.

Er zijn heel simpele oplossingen te verzinnen om dit probleem te tackelen. Ik vind dit een goede suggestie van de heer Zijlstra en ik beveel de minister warm aan om dit verder te onderzoeken.

Voorzitter. Wij zien graag de nieuwe accreditatievoorstellen tegemoet waarin de positie van de gehandicapte student wordt meegenomen.

Voorts hebben wij een voorstel gekregen van allerlei studentenvakbonden en studentenverenigingen voor bestuurdersbeurzen, het collegegeldvrij studeren. Wij vinden dat een interessant idee. Graag een reactie van de minister hierop. Kan hij in die reactie meenemen wat dat voor studenten betekent die in maatschappelijke besturen zitten, niet zozeer gelieerd aan het studentenwerk? Kunnen wij die studenten ook tegemoetkomen?

Excellentie in het hoger onderwijs is van cruciaal belang voor de kwaliteit van het onderwijs. In dit verband wijs ik op de bachelor-masterevaluatie die daaraan bij moet dragen. Er worden complimenten uitgedeeld voor de snelle en goede invoering van de bachelor-mastersystematiek in Nederland. Die wil ik hier graag overbrengen, want de onderwijsinstellingen en alle mensen die daaraan meegewerkt hebben, hebben een enorme klus geklaard. Dit alles is snel en soepel verlopen. Dat wil niet zeggen dat wij er nu zijn. Er liggen voorstellen voor om zaken verder te ontwikkelen.

De minister begint met een pilot voor de Graduate School. Wij zijn erg benieuwd naar de resultaten daarvan. Dit is een goed initiatief om meer studenten te enthousiasmeren voor een onderzoeksloopbaan. Ik ben benieuwd naar de reactie van de minister op de vraag van mevrouw Joldersma waarom niet wordt aangesloten bij bestaande projecten en wat de meerwaarde van deze pilot is.

De joint degree is door verschillende collega's besproken. Het is fijn dat die wordt ingevoerd. Het levert een belangrijke meerwaarde op voor onze internationale positie. Hoe ziet de minister dit voor de rest van de masters? Regelmatig hoor je in discussies dat ons eenjarig mastersysteem internationaal vast dreigt te lopen. Hoe denkt de minister daarover? Komt hij binnenkort met een voorstel om toe te werken naar masters van anderhalf jaar of twee jaar.

Naar het door de minister aangekondigde voorstel voor de herstructurering van de masteropleidingen kijk ik met belangstelling uit.


De heer Zijlstra (VVD): Wat vindt de PvdA-fractie van de problemen met de titulatuur bij de hbo-opleidingen? De heer Jan Jacob van Dijk vraagt daar terecht aandacht voor. Is mevrouw Besselink het met mij eens dat de minister daar in overleg met de HBO-raad een oplossing voor moet vinden? Eigenlijk is ons stelsel al vervuild. Een opleiding tot tandarts of tot huisarts is al beroepsgericht. Dus wat zitten wij eigenlijk moeilijk te doen. Is mevrouw Besselink het met de CDA-fractie en ons eens dat daar actie nodig is?
Mevrouw Besselink (PvdA): Ik had dat onder het kopje internationalisering aan de orde willen stellen door de minister te vragen hoe hij daarmee om wil gaan. Dat hoef ik nu niet te doen, dus dat scheelt mij straks spreektijd. Voor onze internationale positie is het belangrijk dat voor iedereen duidelijk is welke opleiding men heeft gevolgd. Wij moeten daar een oplossing voor vinden.

Voorzitter. Wij zetten erg in op de lerarenproblematiek. Er zijn te weinig leraren. In Den Haag is er een instelling die graag een tweedegraadslerarenopleiding wil starten. Dat mag niet vanwege de macrodoelmatigheidstoetsen. Wij vinden dat hiermee in het kader van het maatschappelijk belang soepel omgegaan moet worden. Is hierop misschien een uitzondering mogelijk? De minister kan deze vraag ongetwijfeld niet beantwoorden. Ik verzoek hem dan ook om dit met zijn collega Van Bijsterveldt op te nemen.

De fractie van de PvdA is het met de minister eens dat het van groot belang is om de mobiliteit van studenten te vergroten. 80% van onze studenten kiest er nog steeds voor om zowel de bachelor als de master aan dezelfde universiteit te volgen, de zogenoemde doorstroommaster. De ambitie van de minister om de studenten te stimuleren om een bewustere keuze te maken voor het volgen van de master kan op onze steun rekenen.

Uit de studentenprotesten blijkt echter dat er zorgen zijn over onnodige studievertraging en daarbij oplopende studiekosten voor studenten. De fractie van de PvdA deelt deze zorgen en wil zorgvuldig met deze signalen omgaan. Een oplossing voor deze problemen zou zijn om extra momenten voor instroming en herkansingen te organiseren. De minister stelt voor om de invoering van de harde knip met een jaar uit te stellen. Wij vragen de minister of er niet meer wegen naar Rome zijn die tot dezelfde oplossing leiden. Wij staan helemaal achter het doel, maar kan hij bekijken of er varianten zijn om de mobiliteit van studenten te vergroten?


De heer Jasper van Dijk (SP): Het CDA kiest voor de stalinistische methode, hebben wij net gehoord. Het lijkt mij geen goed idee om een keiharde knip op te leggen. Dat systeem is passé, laat dat duidelijk zijn. Mevrouw Besselink zegt dat zij de zorgen van de studenten deelt en dat de minister er nog eens goed naar moet kijken, maar de brief is glashelder. De minister wil dit gewoon opleggen. Is mevrouw Besselink voor of tegen de harde knip?
De heer Dibi (GroenLinks): Mijn vraag is ook heel kort. Gaat u akkoord met de harde knip als niet aan uw voorwaarden is voldaan?
Mevrouw Besselink (PvdA): Ik heb het geformuleerd zoals ik het heb geformuleerd. Wij staan achter de doelstelling om te stimuleren dat er tussen de bachelor- en de mastersopleiding een bewuste keuze wordt gemaakt. Vervolgens hebben wij de bezwaren van de studenten gehoord. Wij vinden dat wij daar zorgvuldig mee om moeten gaan. Wij hebben een jaar uitstel. Laten wij bekijken hoe wij dat zorgvuldig kunnen doen, door extra momenten voor instroom en toetsing te organiseren, zodat het geen onnodige hobbel wordt, terwijl je wel een stimulans erin houdt.
De heer Jasper van Dijk (SP): Wij gaan het iets specificeren. U zegt dat de harde knip goed is als er meerdere instroommomenten komen. De minister zegt dat voor bepaalde opleidingen eens per jaar echt het maximum is, bijvoorbeeld voor antropologie. Staat u nog steeds achter de harde knip als er niet voor alle studies meerdere instroommomenten komen?
De heer Dibi (GroenLinks): Ik wil niet onbeleefd zijn, maar ik heb echt genoeg aan ja of nee. Gaat u akkoord met de harde knip als niet aan uw voorwaarden is voldaan?
Mevrouw Besselink (PvdA): Wij willen graag dat de minister een aantal varianten onderzoekt die tot hetzelfde doel leiden, maar waardoor onnodige studievertraging en daarmee oplopende studiekosten worden voorkomen.
De voorzitter: Het is nog veel te vroeg, dus u wordt het toch niet eens. Mevrouw Besselink gaat verder.

**
Mevrouw Besselink (PvdA): Wij hebben met interesse kennisgenomen van de internationaliseringsagenda. De minister laat zien dat hij ambitieus aan de weg timmert om Nederland een grote rol bij de internationale onderwijsagenda te laten spelen. Wij zijn blij dat hij geen stelselwijzigingen voorstelt en vooral een kwaliteitsslag wil maken. De minister geeft aan dat het aan de individuele student of onderzoeker is en blijft in hoeverre hij internationaal wil gaan. De rol van de overheid is om dit zo veel mogelijk te stimuleren en belemmerende regelgeving weg te halen. Wij ondersteunen de ambitie van de minister om de doelstelling te halen dat 25% van de studenten in aanraking komt met een internationale studie of stage.

Het is van belang om ervoor te zorgen dat buitenlandse studenten naar Nederland komen en dat Nederlandse studenten vaker naar het buitenland gaan. De aanpak van de minister kan rekenen op steun van de PvdA-fractie. Er blijkt een probleem te zijn op het gebied van de studie en bij de stagebegeleiding van studenten die naar het buitenland gaan. Wanneer iemand in het buitenland gaat studeren, is begeleiding van groot belang. Kan de minister aangeven of hier een aanmerkelijke verbeterslag wordt gemaakt?

Een klacht van buitenlandse studenten in Nederland is dat zij niet gastvrij worden onthaald. De minister schrijft dat hij onderzoek gaat doen onder die studenten. Wij willen de resultaten daarvan ook krijgen, want dat vinden wij zeer interessant. Om echt talent naar Nederland te halen moet aan de randvoorwaarden worden voldaan dat zij niet zelf voor een huis hoeven te zorgen of twintig loketten langs moeten om te voldoen aan alle Nederlandse regelgeving. Graag hoor ik hierop een reactie.

Wij krijgen verschillende signalen over het diplomasupplement. Of het het supplement wordt vaak gegeven, maar is inhoudelijk niet duidelijk, of het supplement wordt weinig gegeven, maar is inhoudelijk wel duidelijk. Dit is natuurlijk funest voor de internationale student die later moet uitleggen wat zijn diploma waard is. Gaat de minister er extra op koersen om ervoor te zorgen dat dit nu gewoon goed geregeld wordt?

Mijn opmerkingen over de titulatuur heb ik reeds gemaakt.

Voorts kom ik op de transnationale Universiteit Limburg. Wij hebben het over internationalisering. Dit voorstel tot het opzetten van een universiteit wordt door drie landen uitgevoerd, Duitsland, België en Nederland. Kan de minister aangeven hoe het hiermee staat? Hoe wordt de samenwerking precies vormgegeven?

De wetenschap. Wij hebben tot onze grote schrik vernomen dat de 100 mln., zoals nu blijkt, bij NWO op de balans komt te staan en opgepot wordt. Dit kan en mag niet de bedoeling zijn. Dit geld moet zo snel mogelijk geïnvesteerd worden in kwalitatief hoogwaardig onderzoek. Kan de minister toelichten of dit waar is -- ik hoop echt van niet -- en hoe dit opgelost wordt? Dan de evaluaties van NWO en KNAW. Beide organisaties krijgen grosso modo complimenten voor hun prestaties. Daar wil ik mij bij aansluiten, vooral als NWO de 100 mln. gaat uitgeven. Beide organisaties staan internationaal in hoog aanzien; een mooi visitekaartje voor de Nederlandse wetenschap. Ik kan vervolgens de discussie over de instituten weer opvoeren, maar wij kennen elkaars mening daarover.

Over NWO wordt gezegd dat zij eigenlijk een grotere rol moet hebben bij de verdeling van de wetenschapsgelden, bijvoorbeeld bij het FES. Ik kan mij voorstellen dat NWO een grotere rol krijgt in de afwegingen volgens de criteria. De goede verhouding tussen fundamenteel en toegepast onderzoek moet daarbij in samenspraak met de Commissie van Wijzen gemaakt worden. De grote vraag is hoe wij dan de brede hoogvlakte blijven creëren en voldoende ruimte geven voor de pieken. Er wordt 500 mln. extra geïnvesteerd in de innovatieportefeuille via de FES-rondes. Kan de minister aangeven wat de onderwijs- en kenniscomponent daarin is?

Wij hebben het al in andere gremia over de Europese roadmap gehad, zoals in de Raad voor Concurrentievermogen. Het is goed dat er afstemming plaatsvindt op Europees niveau, want volgens mij moet de roadmap binnen Europa geregeld worden en moeten de Europese onderzoeksfaciliteiten slim ingezet worden. Nederland gaat daar 63 mln. aan besteden, terwijl andere landen daar 300 tot 500 mln. voor uittrekken. Raken wij Europees gezien nu niet achterop en kunnen wij met dit bedrag nog een goede positie voor de Nederlandse wetenschap afdwingen?

Samenvattend. De PvdA is verheugd dat deze minister een aantal stappen in de goede richting zet. Inhoudelijk wordt er houvast geleverd. De vooruitgang zit erin. Wij zullen de minister echter kritisch volgen. Op naar een excellent Nederland!
De voorzitter: Precies 17 minuten en 50 seconden.

**
Mevrouw Besselink (PvdA): Voorzitter. Ik heb er dagen op geoefend!


De voorzitter: Dat was te merken.

Het woord is nu aan de heer Bosma namens de fractie van de Partij voor de Vrijheid.

**
De heer Bosma (PVV): Voorzitter. Deze minister is destijds voortvarend van start gegaan. Hij heeft zich sterk afgezet tegen de zesjescultuur, wat iedereen uit het hart is gegrepen. Wat gebeurt er echter verder? Ik ben ook op het werkbezoek geweest waar de heren Van Dijk en Zijlstra het over hadden, en ik denk dat de heer Van der Ham er ook nog iets over gaat zeggen.

Nederland hoeft zich nergens voor te schamen, maar dit is niet het moment om achterover te leunen. Er is immers veel reden tot ongerustheid als je iets dieper in de paperassen duikt en de cijfers over de motivatie, de weinige lesuren en de student/staf-ratio ziet. Gezien het turbulente tijdvak waarin wij leven, met de kredietcrisis en ook de opkomende concurrentie vanuit onder meer China en India, is er mijns inziens alle reden om ervoor te zorgen dat Nederland zijn beste beentje voorzet.

Het zou mooi zijn als deze minister er een tandje bovenop doet. De collega van de VVD-fractie heeft de minister een bijbaan gegeven en ook voor mijn fractie geldt dat wij de minister zijn bijbaan als partyanimal absoluut gunnen. Wij pleiten er toch voor om tijdens het kerstreces even na te denken en te herschikken. Dat doen ze in Engeland ook altijd en mevrouw Vogelaar is een eerste voorbeeld. Denk er toch maar eens over na om een jong, briljant, socialistisch Kamerlid of wat dan ook in te schakelen voor de afdelingen Cultuur en Media. Dan doet die persoon de recepties wel en met de omroepen gebeurt de komende jaren toch niet zo veel. Cultuur is ook alleen maar een kwestie van geld uitdelen. Dat kan iemand anders dus wel doen zodat de minister zich kan fixeren op het hoger onderwijs. Dat is namelijk hard nodig en daar valt nog heel veel te doen.

Wij hebben in de VS mogen leren dat de toegankelijkheid in Nederland relatief goed geregeld is. Je kunt hier vrij simpel aan het hoger onderwijs deelnemen. In de VS hebben wij de papierwinkel mogen bekijken van formulieren die je in moet vullen. In Nederland gaat dat een stuk makkelijker; om van de betaling nog maar te zwijgen. Voor een appel en een ei geniet je hier prachtig onderwijs. Het is fijn dat zaken als de terugbetaal- en de bijverdienregel beter geregeld zijn.

Dan kom ik bij de harde knip. Wij willen in Nederland graag de VS nadoen, maar wel altijd met behoud van uitkering. Als je in de VS een bachelor haalt, is dat het einde van je opleiding. Dan worden je ouders ingevlogen, ga je op de foto, duik je met z'n allen de fontein in, et cetera. Je opleiding is klaar en daarna heb je een wilde zomer waarin je alles doet wat menig opperwezen heeft verboden. De film The graduate met een jonge Dustin Hoffman is te leen uit de privécollectie van Wim van de Camp. Wat ik maar wil zeggen: in de VS zit tussen de bachelor en de master een duidelijke cesuur. In Nederland doen wij dat toch een beetje halfslachtig. Er is van alles voor het BaMa-model te zeggen: betere keuze, betere mobiliteit, op latere leeftijd of in het buitenland een master doen. Als wij dat model dan toch hanteren, is zo'n harde knip echt nodig. Zorg er dan wel voor dat er iets gedaan wordt aan allerlei kleine problemen. Er moet iets bedacht worden voor herkansingen. Wellicht is een kleine discretionaire bevoegdheid voor de universiteiten een idee. Dat moet allemaal wel te regelen zijn.

Mijn fractie is geschrokken van een bericht over extra geld voor extra colleges aan de UvA. Dat is toch een beetje een rare zaak. De minister heeft het juiste standpunt ingenomen en vindt dit een vreemde zaak. Is dit iets wat vaker voorkomt in de universitaire wereld? Zo ja, welke structurele maatregelen wil de minister daartegen nemen? Als je iets meer uit de ruif wilt eten, moet je ook meer bijbetalen.


Mevrouw Besselink (PvdA): Ik ben het eens met de heer Bosma. Er zijn ook veel vragen over gesteld en de minister heeft zijn standpunt helder neergezet.
De heer Bosma (PVV): Ja, dat is exact wat ik zeg. De minister heeft zich tegen die praktijk uitgesproken. Ik stelde mijn vraag omdat dit expliciet ging over de UvA. Omdat mevrouw Besselink misschien op een andere golflengte luisterde, herhaal ik die nog even: gebeurt dit ook elders in universitair Nederland? Wil de minister er ook voor zorgen dat het in het algemeen niet meer plaatsvindt? Fijn overigens dat u namens de minister spreekt; de PvdA illustreert even het dualisme.
Mevrouw Besselink (PvdA): Ik sprak namens veel Kamerleden die hier vragen over hebben gesteld.
De heer Bosma (PVV): Hoe staat het met het onderzoek naar het bindend studieadvies? Mijn fractie is daar een voorstander van, maar wij willen graag weten wat de voor- en nadelen ervan zijn. De bekostiging van het nieuwe systeem gaat in 2011 in. Dat is tamelijk aan de late kant. Wij zitten ook te wachten op informatie over de nieuwe accreditatie en die hangt daar natuurlijk mee samen. Mijn fractie steunt de marxistische analyse van kameraad Zijlstra dat je binnenkrijgt waar je op stuurt. Dat is heel simpel. Er wordt nu op aantallen gestuurd. Naarmate je meer studenten verorbert, krijg je dus meer geld. Gezien de zesjescultuur waarover de minister het heeft gehad, is dat toch niet het allerbelangrijkste. Er moet juist topkwaliteit van die universitaire lopende banden rollen. Dat moeten heel goede mensen zijn. Ik ben het oneens met de opmerking van Jasper van Dijk -- nu hij weg is, durf ik wel -- dat elke investering in hoger onderwijs en wetenschap zichzelf terugbetaalt.

Dat is natuurlijk niet zo. Alleen elke goed besteedde euro betaalt zichzelf terug. Gewoon geld richting de universiteiten gooien en dan maar zien wat ervan komt, is natuurlijk het laatste wat wij moeten doen. Ik denk ook niet dat hij dat suggereert, maar ik wil toch even dat punt gemaakt hebben.

Jammer dat wij ook niet over de pabo's praten. Dat is geoutsourcet naar mevrouw Van Bijsterveldt. Als deze minister zich inderdaad helemaal op het hoger onderwijs gaat richten en zijn bijverdienste even afstoot, dan is dat misschien ook iets om binnen te halen. Ik heb de pabo's de rotte appel in het onderwijs genoemd en toen kreeg ik direct ruzie met de staatssecretaris. Als de club van schoolleiders, het AVS zegt: schaf die pabo's maar af, dan moeten alle alarmbellen gaan rinkelen. Er moet iets gedaan worden tegen de "alles-moet-leuk"-cultuur. Maar helaas, wij hebben het daar niet over.

Ook een doorn in het oog van mijn fractie is het gedonder rondom het nieuwe leren in het hbo. Wij zien het competentiegerichte onderwijs binnensloffen in het mbo. Ik weet dat het competentiegerichte onderwijs op theoretisch niveau iets anders is dan het nieuwe leren, maar in de praktijk wordt het toch in een adem genoemd. Ik laat die discussie even aan mij voorbijgaan. Er bereiken mijn fractie toch heel veel berichten dat zaken rondom het nieuwe leren ook het hbo binnensloffen: weinig lessen, veel groepsgerichter, niet op output gericht, maar op allerlei vage en niet-afrekenbare zaken zoals leuk meedoen aan een discussie.

Het Engels slaat wild om zich heen in het onderwijs. Internationalisering is natuurlijk allemaal hartstikke goed, maar hoe staat de minister van Cultuur, die hier toevallig ook aanwezig is, tegenover het feit dat het onderwijs, zeker in de natuurwetenschappen, toch eigenlijk alleen nog maar in het Engels wordt gegeven? Dat begrijp ik wel, want die ene PhD die uit het buitenland komt, spreekt onze taal niet. Toch vind ik het een belangrijk moment om te markeren. Je ziet in de geschiedenis dat de taal waarin het hoger onderwijs wordt gegeven, toch een enorme symboolwaarde heeft. Twee voorbeelden zijn de vervlaamsing van de universiteit van Leuven in de jaren 60, wat toch als een belangrijk moment geldt in de Vlaamse beweging, of de strijd rondom het Hebreeuws in Haifa Technion, in de jaren 20; het Hebreeuws werd pas als serieuze taal gezien toen er ook wetenschappelijk onderwijs in genoten kon worden. Wij zien nu dat het Nederlands op de terugtocht lijkt in het hoger onderwijs. Het lijkt mij dat de minister van Cultuur het daar niet mee eens is. In de Algemene wet bestuursrecht staat dat de overheid zich in het Nederlands tot ons moet richten. Onderwijs is -- vooruit dan maar -- geen overheidstaak, maar ik gebruik de analogie graag.

Een andere vreemde aberratie die hiermee binnenkomt, is de introductie van het steenkoolenengels. In HP De Tijd heeft een prachtig artikel daarover gestaan. Dan vraagt zo'n professor: how do we underbuild that? En ja, iedereen die van zichzelf vindt dat hij of zij Engels spreekt, mag ook in het Engels lesgeven. Dat is niet iets, waarvan mijn fractie zegt: we will see it through the fingers.


De voorzitter: Thank you so much for this inbreng.

Dit lijkt mij een gunstig moment om over te stappen naar de heer Dibi van de fractie van GroenLinks.

**
De heer Dibi (GroenLinks): Voorzitter. 2001 kregen wij per student van de overheid €18.500 all in. 2009 zal dat nog €13.000 zijn, €5000 minder. Dat is serieus geld en dat betekent dat als de overheid zegt dat zij wil investeren in kennis en in de kenniseconomie, zij eigenlijk niet doet wat zij zegt te doen. De overheid komt niet na wat zij belooft. Dit zijn de woorden die Karel van der Toorn, voorzitter van het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam, sprak voor een menigte van studenten. Hoe wilde het college van bestuur de tekorten in de financiering oplossen? Dat wilde het doen door een ambitietaks, of te wel door ambitieuze studenten extra te laten betalen voor extra vakken. De ambitietaks is met dank aan de betrokkenheid van de ASFA en de Centrale Studentenraad een vroege dood gestorven, want Van der Toorn vervolgde met de woorden: jullie hebben gewonnen, ook met dank aan de minister, die in antwoord op Kamervragen van mijzelf en mevrouw Besselink eigenlijk zei die taks in strijd was met de wet.

De studenten hebben echter niet gewonnen, de kenniseconomie had gewonnen. De voorzitter van het college van bestuur had namelijk gelijk: minister Plasterk bewijst lippendienst aan de kenniseconomie, maar investeert niet. Het hoger onderwijs zal gedwongen worden om op allerlei manieren efficiënter onderwijs te geven.

Dit betekent dat de ambitietaks in de een of andere akelige vorm opnieuw tevoorschijn kan komen. Ik hoor graag een reactie van de minister over deze financiering van studenten die is teruggelopen. Gaat dit er wellicht toe leiden dat allerlei instellingen voor hoger onderwijs creatieve manieren bedenken om wat meer geld van studenten los te peuteren?
Mevrouw Besselink (PvdA): Ik hoor goed wat de heer Dibi zegt. Ik zou op grond van zijn woorden verwachten dat er fors zou worden geïnvesteerd in studenten in het hoger onderwijs als GroenLinks aan de macht zou zijn. In de tegenbegroting van GroenLinks wordt echter wel 1,3 mld. geïnvesteerd in onderwijs, maar vooral niet in het hoger onderwijs. Hoe verhoudt zich dat met dit verhaal van de heer Dibi?
De heer Dibi (GroenLinks): Volgens mij geeft GroenLinks het meest van alle partijen uit aan onderwijs.
Mevrouw Besselink (PvdA): GroenLinks geeft dat geld wel uit aan onderwijs, maar niet aan het hoger onderwijs of aan studenten in het hoger onderwijs.
De heer Dibi (GroenLinks): Een deel van het geld dat wij hiervoor uittrekken, gaat naar het hoger onderwijs. Een deel van dit geld wordt in onze tegenbegroting opgebracht door een voorstel dat ooit ook door de fractie van de PvdA werd gesteund, namelijk de academicibelasting. Die zal uiteindelijk moeten leiden tot meer investeringen in het hoger onderwijs. Eerlijk gezegd vind ik het wat raar dat mevrouw Besselink mij nu aanvalt op onze uitgaven voor het hoger onderwijs. Zij vindt dat wij hiervoor niet genoeg geld uittrekken, terwijl GroenLinks hiervoor meer geld uittrekt dan de PvdA. Waarom heeft zij dan haar eigen minister in haar inbreng niet aangesproken op het feit dat hij nóg veel minder uitgeeft aan het hoger onderwijs?
Mevrouw



1   2   3   4   5   6   7   8


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina