De begrotingsstaten van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII), onderdeel Hoger onderwijs en Onderzoek, voor het jaar 2009



Dovnload 380.7 Kb.
Pagina7/8
Datum27.09.2016
Grootte380.7 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8
Dibi (GroenLinks): Dan komt u tot de conclusie dat wij meer uitgeven dan u en de PvdA.
Minister Plasterk: Ja, maar daar zit wel een academicusbelasting bij, en mijn standpunt daarover is -- ik weet dat daarover ook in mijn partij gemengd wordt gedacht -- dat ik het politiek niet wenselijk vind om iemand een hogere belasting te laten betalen die leraar is, omdat hij toevallig naar de universiteit is geweest, dan iemand anders die handelaar in onroerend goed is en alleen de basisschool heeft gedaan. Ik ben daar niet voor en ik zou dat geld ook niet als dekking willen gebruiken. Dan ontstaat er vervolgens wel een gat. U zegt dat er niet geïnvesteerd wordt. Ik heb hier een hele lijst -- die kan ik u voorlezen -- van alle investeringen die wij doen. Volgens mij heb ik u dat schriftelijk ook wel eens doen toekomen, in antwoord op de vraag van de heer Pechtold bij de algemene politieke beschouwingen over de kennisinvesteringsagenda. Toen heeft collega Balkenende een brief gestuurd met al die bedragen erin. Dus daarin kunt u dat allemaal lezen. Dan gaan wij in verband met de tijd maar door.
Er is gepleit voor een motie die tijdens de behandeling van de begroting WWI is ingediend bij minister Van der Laan. Daarin wordt gevraagd, goedkope huisvesting te regelen voor mensen die vrijwilligerswerk doen in Vogelaarwijken. Mij is meegedeeld dat minister Van der Laan het oordeel over deze motie aan de Kamer heeft overgelaten. Wij houden ons hart vast. Het komt mij namelijk voor dat dit zal leiden tot veel administratie voor gemeenten. Zij moeten immers het vrijwilligerswerk definiëren, en een en ander bijhouden. Ik vind dit een sympathiek idee. Ik moet echter nogal wat bijhouden over studenten en aan de Kamer verantwoorden hoe het gaat met de IB-Groep. Met het oog daarop wil ik de Kamer toch de suggestie doen om over het aannemen van deze motie nog eens goed na te denken, zelfs als minister Van der Laan het oordeel erover aan de Kamer overlaat. Vanuit het ministerie van OCW gezien lijkt mij dit niet gemakkelijk. Het is echter aan de Kamer om hierover te oordelen.

Er is een vraag gesteld over de leeftijdsgrens. Er is hierbij sprake geweest van een uitruil. In het wetsvoorstel Versterking besturing komt de leeftijdsgrens voor de collegegeldsystematiek te vervallen. Daarvoor in de plaats is ingevoerd dat mensen maar voor één studie collegegeld krijgen. Studenten die ouder zijn dan 30 jaar en aan wie nog geen graad is verleend, kunnen tegen het wettelijk collegegeld studeren. Ik ben het overigens niet eens met de stelling dat de leeftijdsgrens van 30 jaar per se leidt tot discriminatie. De gedachte hierachter is uiteraard dat de overheid ervoor verantwoordelijk is om mensen met voldoende intellectuele bagage het leven in te sturen. Wij mogen er echter mijns inziens van uitgaan dat iemand van 51 op de een of andere manier zelf heeft bedacht hoe hij zijn leven ongeveer denkt te bekostigen. Daarvoor neemt de overheid niet meer op voorhand de verantwoordelijkheid op zich. Voor het collegegeld is deze grens echter dus komen te vervallen.


De heer Dibi (GroenLinks): Voorzitter …
De voorzitter: Nee, mijnheer Dibi, ik kan helaas geen interrupties meer toestaan. Wij lopen grandioos achter en de minister heeft nog veel punten die hij aan de orde moet stellen.

**
De heer Dibi (GroenLinks): De minister vergeet een vraag van mij te beantwoorden, voorzitter.


De voorzitter: Natuurlijk. Daarvoor hebt u uw tweede termijn.

**
Minister Plasterk: Ik luister altijd met veel plezier naar de bijdragen van de heer Bosma. Zij zijn namelijk altijd erg grappig en erudiet. Ik proef in zijn opvattingen over cultuur een zeker dedain voor de cultuurportefeuille. Dat deel ik niet; laten wij het daarop maar houden.

De inspectie rondt binnenkort een onderzoek naar het bindend studieadvies af. Begin 2009 zal ik de Kamer hierover informeren.

De heer Bosma vroeg ook naar de Nederlandse taal. Nederlands is in principe de voertaal in het onderwijs. Dit geldt ook in het hoger onderwijs en zeker voor het eerste jaar. Ik signaleerde zojuist echter al dat er instellingen zijn die een Engelstalige versie van de studie aan hun studenten aanbieden. Die vinden gretig aftrek. Ik vind het te ver gaan om daarbij op de weg te gaan liggen. Universiteiten hebben regelingen over de voertaal. Wij hadden het bovendien zojuist over de internationaliseringsagenda. Wij hebben 70.000 buitenlandse studenten. Dat brengt instellingen er soms toe om meer Engels toe te laten in de lessen.

Mevrouw Besselink vroeg naar de procedure bij de studiegesprekken. Ik heb hierover al iets gezegd. De pilots lopen. Op basis hiervan zullen begin volgend jaar de experimenten starten. Afhankelijk van de uitkomsten daarvan zal worden bezien of en, zo ja, welke wetswijzigingen nodig zijn. Dan zijn wij echter al een heel eind verder. Laten wij eerst het verloop van de experimenten maar eens afwachten. Ik zou het mooi vinden als wij hiervan een succes kunnen maken.

Er is gevraagd of kleine pabo's er bij de bekostiging op achteruitgaan. Ik herken dit niet en dit is niet onze bedoeling. De HBO-raad heeft deze informatie bewerkt voor de oordeelsvorming binnen de vereniging. Met alle plezier wil ik dit nog eens met de HBO-raad bezien. Het is niet de bedoeling om kleine instellingen hiermee op een nadeel te zetten. Ik moet hierop terugkomen in een gesprek met de HBO-raad.


Ik snap de opmerking van mevrouw Besselink over de glijdende schaal. Laat mij dit uitleggen voor wie het niet weet. Aanvankelijk was het zo: als iemand meer verdiende dan €10.000, raakte hij in één klap zijn studiefinanciering kwijt. Dat werkte ongunstig. Mevrouw Besselink vroeg of daarvoor geen oplossing te vinden zou zijn. Toen heb ik gezegd dat dit structureel een hoop geld zou kosten, en dat zij dat niet zou moeten willen. Mevrouw Besselink heeft aangedrongen. Nu hebben wij dus een regeling gevonden. Dat Dat is de volledige verdienste van mevrouw Besselink, die zodanig heeft aangedrongen dat dit nu is geregeld. Dat leidt er vervolgens toe dat mevrouw Besselink denkt: wat ik ook wil, het lukt als ik maar lang genoeg aanhoud. Dat krijg je dan.

Ik heb wel grote aarzelingen bij haar voorstel in verband met de studenten die nog geen achttien zijn. Die zijn nog een maand zeventien; daarop komt het meestal neer. Zij krijgen dan nog een heel trimester kinderbijslag. Ik heb dat laten uitrekenen. De tegenwaarde van de ov-kaart is €78,16 per maand en de kinderbijslag is €92,25 per maand. Als wij alleen voor de mensen die dat willen, de kinderbijslag opzouten, worden alle uitvoeringsinstanties geheel gek. Dat kan dus niet. Wij zouden dan dus de kinderbijslag voor het hele cohort moeten teruggeven, en daaraan vervolgens een regeling moeten hangen. Met de IB-groep heb ik net gezien hoe ingewikkeld dit soort kwesties is. Ik vind het eerlijk gezegd de moeite niet waard om het op die manier te doen. Als wij het er gewoon bij geven, en dus zeggen: je mag de kinderbijslag houden, maar wij vullen het aan, dan kost dat 3 mln. structureel.

Wij slagen wij er niet in om de mbo'ers structureel een ov-kaart te geven, maar slechts voor een deel. De discussie daarover voert de Kamer met mevrouw Van Bijsterveldt. In dat licht bezien: als wij 3 mln. ergens schrapend over de bodem van de pot zou kunnen vinden, moeten wij dat geld dan gebruiken om dit voor die ene maand te doen? Ik ben er niet ongelooflijk voor. Mevrouw Besselink vraagt mij echter om daar nog eens naar te kijken. Zeker als dat ook enigszins door de Kamer gedragen wordt, wil ik daarnaar nog eens kijken en dan mijn uiterste best doen om iets creatiefs te verzinnen. Dan kom ik daarmee bij de Kamer terug. Laat ik dat dan maar toezeggen. Ik wil eerlijk zijn over mijn aarzelingen.
Mevrouw Besselink (PvdA): Neemt u dan het voorstel van de heer Zijlstra daarin mee?
De voorzitter: Nee, ik moet echt streng zijn, mevrouw Besselink. De minister gaat door. En als je een toezegging binnen hebt, dan houd je helemaal … Pardon.

**
Minister Plasterk: Ik kom op de vraag die door diverse leden van de Kamer is gesteld op basis van een goed gecoördineerde actie van het Interstedelijk Studenten Overleg samen met de Landelijke Kamer van Verenigingen. Gevraagd werd om bestuurders van verenigingen vrij te stellen van collegegeld. Zou ik daarover het gesprek willen aangaan? Laat ik allereerst zeggen dat ik het belang van de bestuursfuncties volledig onderschrijf. Wij ondersteunen bijvoorbeeld ook mensen die in het ISO en de LSVb zitten financieel. Ik ben graag bereid om te bekijken of er nog verdere wezenlijke belemmeringen zijn voor het functioneren van mensen in deze bestuursfuncties. Ik heb wel een grote aarzeling om het collegegeld kwijt te schelden. Daarmee geef je namelijk een prikkel om te zeggen dat men niets meer mag doen aan de universiteit. Ik wil daarmee niet zeggen dat het niet kan. Ik erken dat het mogelijk is dat mensen die een bestuursfunctie doen, daarmee min of meer fulltime bezig zijn. De een heeft echter een spanwijdte van meer uren dan de ander. Ik weet dat er ook mensen zijn die tijdens zo'n bestuursjaar ook nog iets aan hun studie doen. Wat moeten wij daarop zeggen? Je zou het heel erg gaan verambtelijken als je zou zeggen dat men geen toegang meer krijgt tot de universiteit waarop men zit. Als het een heel jaar collegegeld kost, dan denkt men: dat ene vakje stel ik dan ook wel een jaar uit. Ik heb dus grote aarzelingen over het voorstel.

Op de vraag of ik hierover in overleg wil treden, kan ik moeilijk nee zeggen, want overleggen doen wij altijd met alle plezier. Ik heb het voorstel net vorige week gekregen. Ik heb er dus nog geen overleg over gevoerd. Ik wil wel toezeggen dat ik dat zal doen. Als de Kamer mij bij motie oproept om hier ongelooflijk positief tegenover te staan, zullen wij wel weer zien, maar ik heb grote aarzelingen. Maar ik kan beter geen moties uitlokken. Er ligt al een motie? Dan zal ik er voor de tweede termijn nog eens over nadenken wat mijn advies wordt. Nogmaals, over het wegnemen van wezenlijke belemmeringen voor bestuursfuncties praat ik graag door. Ik ben er echter op voorhand niet van overtuigd dat dit daarvan een onderdeel moet zijn.

Opgemerkt werd dat de macrodoelmatigheidstoets voor hbo-opleidingen geen rekening houdt met maatschappelijke behoeften. Wat betreft de lerarenopleiding is er geen tekort aan opleidingen, maar eerder een achterblijvende belangstelling om die lerarenopleiding te volgen. Daar werken wij nu aan. Als dit de vraag niet beantwoordt, hoor ik graag in tweede termijn nog wat de bedoeling was.


Met betrekking tot de internationaliseringsagenda merk ik nog op dat wij proberen de studiepuntmobiliteit naar 25% te krijgen in 2013. Er is geen doelstelling dat iedereen in het buitenland gaat studeren. Mensen kunnen allerlei redenen hebben waarom zij liever in Nederland blijven studeren. Wij respecteren die redenen natuurlijk. Ik heb al gezegd dat de beslissing hierover voor een groot deel aan de instellingen is. Het diplomasupplement moet er gewoon komen. Daarover heb ik tegenover de VSNU ook geen misverstand laten bestaan. Men moet er gewoon voor zorgen dat het er komt. Daarbij organiseren wij met de instelling dat de studenten begeleid worden. Wij passen het in in het curriculum, zodat studiepunten worden verdiend. Wij proberen de administratieve hobbels te helpen nemen, zoals visa et cetera. Ook maken wij beurzen mogelijk. Het HSP-budget voor de uitgaande studenten gaat van 1 mln. naar 3 mln. Voor het verhogen van het aantal stages is 8 mln. gereserveerd, maar de eindverantwoordelijkheid blijft liggen bij de instellingen.

Mevrouw Besselink heeft gevraagd naar de tUL, de Intergalactische Universiteit Limburg van de heer Ritzen, de uitvinder van de inefficiënte leerweg, by the way. En van het afschaffen ervan.


Mevrouw Besselink (PvdA): Ik beluister een toezegging.
Minister Plasterk: De afspraken zijn vastgelegd in een verdrag tussen Nederland en Vlaanderen van 2001. OCW is al die verplichtingen nagekomen. Vanaf het begin was duidelijk dat wij geen aanvullende middelen zouden inzetten voor de uitbouw van het onderzoek bij de transnationale Universiteit Limburg. Nu zeg ik het goed. Vanuit het perspectief van het landelijk onderzoeksbeleid heeft de versterking daarvan nu geen prioriteit. Er is geen behoefte aan nieuwe zwaartepunten. Wij hebben al een aantal zwaartepunten, waarop Maastricht zich overigens ook richt, zoals genomics en ICT. De uitbouw bij de tUL zal moeten worden gerealiseerd met de middelen die men heeft en met de middelen van de regionale stimuleringsfondsen. Het budget voor grote onderzoeksfaciliteiten is niet bestemd voor deze plannen. Dit budget is echt bedoeld voor grote onderzoeksfaciliteiten. Maastricht is inderdaad een zeer internationale universiteit. Dat heeft natuurlijk te maken met de internationale context die vanuit Maastricht aan alle kanten vrij snel te bereiken is, eerder dan vanuit Rotterdam. In Maastricht heeft men heel veel Duitse en Belgische studenten. Alleen door de ligging is dit al logisch. Ik vind dit op voorhand geen reden om meer subsidie aan die universiteit te geven dan aan een andere universiteit, waarop de subsidie in mindering zou moeten worden gebracht.

Ik ga razendsnel door.


De voorzitter: U moet echt prioriteren. Ik begin sowieso om vier uur aan de tweede termijn van de Kamer. Ik ben het nu een beetje zat.

**
Minister Plasterk: Nou ja!


De voorzitter: Ik ben serieus. Ik wil meer tempo. U hebt 90 minuten.

**
Minister Plasterk: Ik kan niet anders doen dan antwoord geven op de vragen die worden gesteld.


De voorzitter: Dat vereist een zekere prioritering.

**
Minister Plasterk: Oké. Ik kom bij de vragen van de heer Zijlstra. Hij vond de bekostiging op kwantiteit zo onwenselijk. Dat verbaast mij in die zin, dat het voorstel van mijn voorganger, de heer Rutte, uitsluitend een bekostiging op kwaliteit was. Er is blijkbaar een nieuwe wind gaan waaien, maar dat kan. Misschien moet de heer Zijlstra daarover nog eens spreken met de heer Rutte.

De heer Zijlstra is het niet eens met de afbetalingsregelingen, waarvan akte. Ik moet prioriteren.

Ook door anderen is al gewezen op de tegenbegroting. Toch is het zo dat als je bij de algemene politieke beschouwingen voor 23 mld. aan bezuinigingen laat fladderen, je per onderwerp bezuinigingen tegenkomt, zo ook in het hoger onderwijs.

Op STW wordt door OCW niet bezuinigd. De inzet van OCW voor STW, de Stichting Toegepaste Wetenschappen, is dezelfde als daarvoor. De heer Zijlstra zei nog iets over feesten en partijen. Zullen wij dit maar laten voor wat het is? Ik neem alle opmerkingen natuurlijk buitengewoon serieus. Ik heb de voorzitter van de VSNU gevraagd of hij vindt dat ik meer uren aan het hoger onderwijs zou moeten besteden. Hij vond dat niet nodig. Mijn voorganger, de heer Rutte, vond dit overigens ook niet nodig. Ik besteed hier veel uren. Natuurlijk is je aanwezigheid in de cultuurportefeuille veel zichtbaarder. Naar de aard speelt dit zich af op plekken waarbij publiek aanwezig is. Alle bestuurlijke overlegjes en werkbezoeken aan laboratoria, studenten en instellingen ziet men niet. Dat vind ik ook niet erg. Ik ga nu serieus in op iets wat wellicht niet serieus is bedoeld.
De joint degree wordt meegenomen in het wetsvoorstel over de versterking van het bestuur dat eind deze maand naar de Kamer wordt gestuurd.

De heer Zijlstra wil ook weten hoe het komt dat er een daling te zien is in de student-stafratio. Dat is omdat wij het willen. Een daling van die ratio betekent minder studenten per docent en dus meer docenten per student en dat is precies de bedoeling.

Dan kom ik op de betrokkenheid van NWO bij de FES-toekenning. NWO krijgt een rol in het beoordelingsproces binnen het secretariaat van de Commissie van Wijzen. Ik citeer uit een brief hierover van mijn collega van Economische Zaken aan de voorzitter van het Innovatieplatform. "Voor het opstellen van deze analyse zal het secretariaat van de Commissie van Wijzen worden ondersteund door een team van deskundigen, seniormedewerkers van SenterNovem en van NWO. Deze zullen gebruik maken van externe adviezen van onafhankelijke deskundigen. In welke vorm het verkrijgen van deze externe adviezen zal plaatsvinden, wordt door SenterNovem en het bewindspersonenoverleg uitgewerkt op basis van ervaring van NWO met de verschillende varianten van peer reviews".

Ook vroeg de heer Zijlstra naar de vijftien jaar. Deze termijn is niet anders dan hij was. Ik heb overwogen om de termijn te verlengen omdat ik de indruk had dat een deel van de studentenorganisaties dat op prijs stelde. Het bleek echter zeer verdeeld te liggen. Ik zag eigenstandig geen aanleiding om het te verlengen, dus ik heb het op vijftien jaar gelaten. De kwijtschelding is al een onderdeel van het huidige stelsel, dus dat is al helemaal geen novum. Alleen de aflossingsvrije drempel is iets verhoogd. Om niet te hoeven aflossen moet iemand tot vijftien jaar na zijn studie niet of nauwelijks verdienen. Het is een hele prestatie om dat vol te houden en ik vrees dan ook niet voor strategisch gedrag. Niemand gaat voor zijn lol vijftien jaar thuiszitten om zijn studieschuld niet te hoeven aflossen.

Dan kom ik op de vragen van mevrouw Joldersma. Zij wil weten wat wij doen aan de Europese reputatie. Wij lopen ons het vuur uit de sloffen voor de Europese zichtbaarheid van Nederland. Ik kan bijvoorbeeld melden dat bij het European Institute of Technology zowel de voorzitter een Nederlander is, namelijk de heer Schuurmans, voorheen werkzaam bij Philips als ook een lid van het bestuur, namelijk Ellen den Brabander, een ex-medewerker van DSM. Alleen al in de aansturing van dit soort instanties is een duidelijk Nederlandse stempel merkbaar. Hetzelfde geldt voor allerlei aspecten van het onderwijsbeleid.

Overigens gaan wij daarbij soms op de rem staan, ook wel op verzoek van de Kamer. Bij de voorbereiding van de OIC-raad vorige week hebben wij daarover gesproken. Kamerbreed werd toen gezegd, onder andere door de heer Jan Jacob van Dijk, dat niet alles op Europees niveau geregeld moet worden. Bijvoorbeeld als het gaat om benchmarken -- mijn excuses voor deze Engelse term, de Kamer wil Nederlands in de Grondwet en ik ook -- dus het vaststellen van doelstellingen op Europees niveau, ben ik een van de mensen die zegt dat niet alle doelstellingen op Europees niveau vastgelegd moeten worden als daartoe geen noodzaak is. Soms kan je inbreng ook zijn dat je zegt dat er minder moet gebeuren.

Ook vraagt mevrouw Joldersma of het juist is dat 80% van de nog te verdelen FES-gelden OCW-gerelateerd is. Dat kan ik niet bevestigen. Ik heb zojuist de procedure geschetst. Er bestaan op voorhand geen afspraken over de verdeling over verschillende beleidsterreinen.

Mevrouw Joldersma maar ook anderen, waaronder mevrouw Besselink, vragen naar de verdeling van de instituten over NWO en de KNAW. Ik dacht dat wij het gesprek hierover al eens gevoerd hebben in een andere context. Ik dat er instemmend geknikt wordt. Ik ben het onmiddellijk eens met iedereen die zegt dat het historisch zo is gegroeid dat bijvoorbeeld de instituten voor lifesciences bij de KNAW zitten en de fysica-instituten bij NWO. Een voorganger van mij heeft weleens geprobeerd om dit te herverdelen. Er valt bijvoorbeeld te denken aan een model waarbij de VSNU over de belangenbehartiging gaat, de KNAW over de beoordeling en NWO over het uitgeven van het geld, zodat de KNAW zonder enige last of ruggespraak kan beoordelen of het allemaal goed gaat. Dat zou betekenen dat je al die instituten van de KNAW overhevelt naar NWO. Dat is 80% van het budget van de KNAW. Het zou heel veel voeten in de aarde hebben. Ik maak daarom de keuze om reële problemen op te lossen. Op zichzelf, zo blijkt ook uit de evaluatie, functioneren beide instanties, ieder op hun eigen manier, namelijk wel goed.

Als ik het met een stok in het zand moest tekenen, zou ik het niet opnieuw zo doen, maar het is zoals het is. Ik zou zeggen: if it ain't broke, don't fix it. Laten wij daar de prioriteit niet leggen.

Mevrouw Joldersma wil dat hbo-docenten meer worden gestimuleerd om te promoveren. De middelen voor promotietrajecten zijn toegevoegd aan de lumpsum van de instellingen. Jaarlijks wordt er 5,1 mln. toegevoegd voor de hogescholen. In het kader van de meerjarenafspraken is met de HBO-raad afgesproken dat in 2017 -- wij spreken elkaar tegen die tijd nog wel -- 10% van de hbo-docenten over een PhD beschikt dan wel in een promotietraject participeert. Dit percentage staat ook in het convenant Leerkracht. Het is nu 3,7, dus moet er nog een hoop gebeuren. Men zal dit nastreven en daarover zal ik rapporteren in het kader van Kennis in Kaart.

Mevrouw Joldersma vroeg of ik een onderzoek wil uitzetten naar mensen die bij wijze van spreken direct na de geboorte de gevangenis in kunnen.
Mevrouw Joldersma (CDA): Ik had het over bevordering van de maatschappelijke discussie.
Minister Plasterk: NWO-Genomics heeft een programma voor de ethische aspecten en ook het Rathenau Instituut houdt zich daarmee bezig. Beide instituten zijn er altijd snel bij om nieuwe, interessante ontwikkelingen te signaleren. Ik wil niet eigenstandig oproepen om dit te agenderen. Men heeft de discussie gehoord en wellicht denkt men dat dit aspect binnenkort een keer aan de orde kan komen. Mijn voorstel is om de beantwoording van de vraag of dit ingepast kan worden in toekomstige activiteiten aan hun oordeel over te laten.

Ik ga over naar de vragen van de heer Jan Jacob van Dijk. Ik realiseer mij dat degenen van wie de vragen het eerst zijn beantwoord, de meeste aandacht hebben gekregen. Ik heb al gesproken over Nuffic en NESO. Na het werkbezoek realiseer ik mij eens te meer hoe belangrijk het is dat dit goed gaat. De Kamer krijgt een brief over de activiteiten die in dit kader worden ontplooid en over de wijze waarop wij toezien op de kwaliteit daarvan. Dit wordt in feite een evaluatie.

Het uitstel van de bekostiging was nodig om overleg te kunnen voeren. De HBO-raad is overigens akkoord met het uitstel van een jaar. Dat kan geen verrassing zijn voor de mensen in het veld.

Het is mijn voornemen om de stand van zaken in verband met studeren met een handicap in het accreditatiestelsel op te nemen. De Kamer krijgt dit in het voorjaar van 2009.

Er is geen twijfel over de reikwijdte van de wettelijke taak van de Open Universiteit. Die omvat ook het hbo, al behoren de huidige opleidingen tot het domein van het wo. De nieuwe opleiding is echter om een andere reden na de toets op macrodoelmatigheid afgewezen. De hbo-studie rechten in de vorm van afstandsleren wordt al verzorgd door de LOI en het NTI. Zij doen dat tevens in modulaire vorm. Artikel 6.2 van de WHW stelt dat de nieuwe opleiding wordt beoordeeld in het kader van het geheel van voorzieningen op het gebied van het hoger onderwijs. Daartoe reken ik ook de opleiding hbo-rechten van de aangewezen hogescholen LOI en NTI. Het is natuurlijk niet aanvaardbaar dat de overheid de kosten van een vergelijkbare opleiding bij de Open Universiteit voor haar rekening neemt als er al voorzieningen zijn waarmee in de maatschappelijke behoefte wordt voorzien. Ik heb mij aan het criterium gehouden waarop ik moet toetsen.

De IB-groep kan de keuze voor de termijn van 15 jaar voor het terugbetalen van het collegegeld aan.

De Kamer krijgt voor 1 januari aanstaande een brief over de titulatuur. Men doet wat men kan, zoals de grote volkschrijver Gerard Reve schreef.

De heer Jasper van Dijk vroeg of ik het hoger onderwijs een publieke taak of een particuliere taak vind. Hij weet het antwoord op die vraag natuurlijk al. Ik vind dat een publieke taak. Wij besteden per jaar 9 mld. aan het hoger onderwijs. Afgezien van de collegegelden die relatief beperkt zijn en waar bovendien beurzen tegenover staan, wordt het volledig publiek bekostigd. Dat is ook mijn bedoeling.


Ik heb geantwoord op de vraag of de wo-bachelor een eindopleiding moet zijn. Ik zie het als een optie. Ik heb er niks tegen als mensen daarmee de arbeidsmarkt opgaan, maar ik heb niet de bedoeling om ze daarheen te jagen als zij dat niet wensen.

Waarom wordt de eenoudertoeslag in de studiefinanciering niet uitgekeerd als gift? Ik ontvang geen signalen dat studerende moeders in de problemen komen. Vanuit studiefinancieringsperspectief is het belangrijk dat studenten geen belemmeringen ondervinden om hun studie af te maken. Die belemmeringen zijn er mijns inziens nu niet. Ik vind het belangrijk dat jonge vrouwen ook als zij kinderen hebben een studie kunnen volgen en afronden. Er is geen budget beschikbaar om die toeslag als gift uit te keren. Omzetting in een gift brengt hoge kosten met zich mee: 18 mln. en na zes jaar 2 mln. structureel. Ik ben hierover in gesprek met de bekende organisatie. In de eerste helft van volgend jaar zal ik de Kamer rapporteren over deze gesprekken. Ik wil graag op allerlei manieren beletsels wegnemen. Ik wil niet dat er dingen in de weg staan.

Iemand die twee studies op één universiteit volgt, betaalt maar één keer collegegeld. Iemand die twee studies volgt op twee universiteiten betaalt ook maar één keer collegegeld. Alleen iemand die een studie heeft afgerond en dan een andere studie begint, krijgt voor de tweede studie niet opnieuw het lage collegegeld.

De rekentoets bij de pabo valt strikt genomen onder staatssecretaris Van Bijsterveldt. Met de HBO-raad is afgesproken om de toets te bekijken. Studenten kunnen zich tot het Cito wenden om de volledige toets in te zien. Er is volledige transparantie.

Er zijn afspraken met de VSNU over het register van nevenfuncties. Ik heb de Kamer gemeld dat de VSNU de afspraken invult. Het is goed dat de Kamer de vereniging er via mij aan helpt herinneren dat dit op korte termijn moet gebeuren. Voor zover men de boodschap nog niet heeft gekregen, zal ik het nog even doorgeven. Ik meen dat het dit jaar zal gebeuren. Ik reken op grote vaart.

Wij hebben het vaker gehad over hoogleraren die zouden profiteren. Ik vind het niet alleen niet onwenselijk, maar ik vind het zelfs wenselijk dat mensen aan valorisatie doen. Vorige week hebben wij met partners in bedrijfsleven en overheid nog een groot ding, een convenant over valorisatie getekend.


De

1   2   3   4   5   6   7   8


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina