De betrouwbaarheid van de Bijbel – deel 2 4/11/2009 II. De historische betrouwbaarheid van de Bijbel



Dovnload 66.1 Kb.
Datum16.08.2016
Grootte66.1 Kb.
De betrouwbaarheid van de Bijbel – deel 2 4/11/2009

II. De historische betrouwbaarheid van de Bijbel

Vraag is: is de Bijbel historische betrouwbaar? Zijn, ondanks dat de Bijbel geen geschiedenis of biologieboek is, toch de geschiedenissen in de Bijbel op historische waarheid berust, of zijn het slechts fabels/vertellingen, met hooguit een diepere kern.

Vanaf de vorige eeuw kwam de hogere Schriftkritiek op, die op zoek ging naar de bronnen van de Bijbel. Een hele wetenschap (m.n. in Duitsland) van 200 jaar verklaart dat de Bijbel (OT) nog maar betrekkelijk jong is (ontstaan tussen 560-200 voor Christus) en niet berust op zgn. ‘naakte feiten’ (‘bruta facta’), maar op geloofsbeleving.

Vraag; is de historische betrouwbaarheid van de Bijbel (feiten) belangrijk?
Kernverhaal/legende is dat van II Kon. 22:8 waarin koning Josia zgn. het wetboek in de tempel vindt. Dit zou een verzonnen verhaal zijn. Het wetboek is pas veel later in de ballingschap (na 586-512 v. Chr.) door Joodse priesters geschreven en zij hebben uitgaande van II Kon. 22 het wetboek en de pentateuch in het verhaal ingelegd. Een hedendaagse exponent van deze theorie is Nico ter Linde, wiens (herschreven) Bijbel ‘Het verhaal gaat’ begint met de woorden “Aan Babels stromen…..”

V.d. Linde, Kuitert en nu weer PKN ds. Hendriks uit Zierikzee verklaren dat alles wat we ‘over boven’ weten slechts ‘van beneden’ komt, m.a.w. de Bijbel bevat slechts Joods menselijke geloofsbelijdenissen/geloofsbeleven met een hogere macht. Het OT geeft slechts Israëls geloofservaring met JHWH weer. Maar alle zgn. feiten: oorlogen, veldslagen, de 10 plagen, de Exodus, de doortocht door de Rode zee, de val v. Jericho (Gods handelen met de mens in de geschiedenis) zoals met Abram, Noach, Mozes, David, Salomo om er maar een paar te noemen (Gods handelen met de mens) zijn allemaal verzonnen gebeurtenissen en fabels, maar stoelen niet op werkelijkheid. En mochten bepaalde geschiedenissen kernen van waarheid in zich dragen, dan ging het slechts om karigma, een kern van een legende. Mensen, die met hun subjectieve ervaringen met hun ‘God’ over Jahweh hadden doorverteld. Het OT is dus eerder een legendeboek, dat geen echte feiten bevat, geen feitelijk verslag van Gods handelen met mensen in de tijd, maar ’s mensen subjectieve verwoording van haar geloof opgesteld in de 6e eeuw B Chr.. Dit standpunt komt in wezen voort uit het rationalisme en naturalisme: de ontkenning van een Zichzelf openbarende bovennatuurlijke God.

Wat moet je hier nu mee? Je kunt erom lachen en het wegwimpelen. Maar velen slikken dit als zoete koek. Hoe kun je deze ondermijnende hypothese weerleggen? Geluidstapes dat God tot Abram, Mozes of David gesproken hebben we niet. Dvd beelden van de Exodus of de doortocht hebben we niet. De ark van Noach of de ark uit de tabernakel zijn nooit teruggevonden. Maar is dit echt noodzakelijk? Welke bewijzen hebben we van het bestaan van Plato, Aristoteles of Herodotus dan slechts enkele late kopieën van hun geschriften? En wie betwijfelt ooit aan hun bestaan en hun uitspraken? Zijn de kopieën van hun geschriften niet voldoende om hen serieus te nemen? En is historisch bewijs van de slag van Troye niet alleen te leveren door slechts kopieën van de slag om Troye?!

Daarbij levert de archeologie steeds meer bewijs dat de Bijbel en haar verslagen over oorlogen, koninkrijken en gebeurtenissen perfect passen in de Bijbelse historie.


Het volgend overzicht laat buiten-Bijbelse bewijs zien die de Bijbelse geschiedenis bevestigen:




Archeologisch bewijs voor het Oude Testament

 


Ontdekking

Periode

Ontdekte tekst

Bevestiging

Zilveren rollen

Voor 600 BC

Numeri 6:24-26

Bevestigt zesde eeuw BC Thora teksten

Sodom and Gomorra

ca. 2000 BC

Opgegraven steden der vlakte

Bevestigt Genesis verhalen

Ebla kleitabletten (Noord Syrië)

ca. 1400 BC

Beschrijft gebruiken uit de bronstijd

Bevestigt Thora verhalen en gebruiken

Verwoesting van Jericho

ca. 1400 BC

Verwoest als be- schreven in Jozua 6

Bevestigt Jozua’s invasie van Kanaan

De stad Silo

ca. 1100 BC

Verwoest rond 1050 BC

Bevestigt boeken van Jozua, Richteren, Samuel

Tel Dan Stele

Negende eeuw BC

Huis van David,” “[Jeho]rm,”

[Ahaz]yahu”



Bevestigt Koning David, Achab en Joram

Tel Al-Rimah Stele

870-810 BC

Joas de Samaritaan”

Corroborates king Joas (805-790 BC)

Mesha Stele

840-820 BC

House of David,” “Omri,” “Achab”

Bevestigt King David, Omri en Achab

Zwarte Obelisk van Salmanasser III

840 BC

tribuut van Jehu, zoon van Omri”

Bevestigt Omri en Jehu

Annalen van koning Tiglath-Pileser III

744-727 BC

het land van Omri….koning Pekah,,,,Hosea,” “’En voor Menahem….,” “..tribuut van Azriau…Achaz of Juda”

Bevestigt verhalen vanf Menahem, Pekah en Hosea van Israel en Uzziah en Achaz van Judah

Annalen van koning Sargon II

721-705 BC

Ik veroverder…het land van Omri”

Bevestigt koning Omri(885-874 BC)

Taylor Prisma

700-680 BC

Hizkia , …de Jood”

Bevestigt Hizkia

Prisma B van koning Esarhaddon

680-669 BC

“….Manasse, koning van Juda”

Bevestigt Manasse (696-642 BC)

Rassam Cilinder van Ashurbanipal

668-633 BC

Manasse, koning van Juda”

Bevestigt koning Manasse

Verdelingsdoku- ment Nebuchadnezar

605-562 BC

to Jojakim, koning van Juda”

Corroborates Jojakim (597-560 BC)













Cyrus Cilinder

500 BC

Cyrus overwinning en godsdienstvrijheid

Bevestigt Ezra 1:1-4

Zilveren rolletjes gevonden door Gabriël Barkay in 1979 (uit circa 625 v. C.)De grootste archeologische vondst, na de Dode Zee Rollen, deed de archeoloog Gabriël Barkay in 1979 in de omgeving van Jeruzalem. Hij legde in Ketef Hinnom een oud rotsgraf bloot, gedateerd eind zevende eeuw v. C. , dus vóór de 1e vernietiging van Jeruzalem in 607 v. C. De grafkamer was nog intact en men vond er een duizendtal archeologische voorwerpen, waaronder twee zilveren opgerolde amuletten. In de rolletjes was in het midden een opening, waar een koordje door geregen kon worden, waardoor men het vermoedelijk rond de pols of de hals heeft gedragen.

Men ontdekte ook dat binnenin een tekst gegraveerd was met een fijn voorwerp. Met veel moeite kon men ten slotte de tekst achterhalen. Beide kleine rolletjes bevatten ongeveer dezelfde tekst. Het bleek om de Bijbeltekst uit Numeri 6: 24-26 te gaan, waar staat:

Moge Jahwe u zegenen
en u behoeden
Moge Jahwe de glans van zijn gelaat over u spreiden,
En u genadig zijn!
Moge Jahwe zijn gelaat naar u keren
En u vrede schenken!

Een ander prachtig voorbeeld van bevestiging van de historische betrouwbaarheid is de Tel Dan stele uit 800 voor Christus. In 1966 opgravingen door Avrham Biran de oude heuvel bij Dan (Zuid Israël). Er werd een Kanaänitische brug uit 1850 v. Chr. blootgelegd. De plaats werd toen Lachis, zie Jozua 19:47 Richteren 18:27 genoemd. (zie hieronder). Bij de brug werden allerlei zaken opgegraven. Een ervan was een overblijfsel van een uitgebeiteld stuk basalten gedenksteen, waarop duidelijk het koningshuis ‘Huis van David” wordt genoemd. Koning Hasaël omschrijft hoe zijn vader Hadad II de koning uit het huis van David ‘Josafath’ heeft verslagen. Het stuk basalt komt uit het jaar 825 v. Chr. en bevestigt het bestaan van het koningshuis van David en de geschiedenis van II Kronieken 22.

Een ander voorbeeld is de Mesa stèle, gevonden in 1868 in Dihban (20 km zuiden van de Dode Zee). Daarop staat de oorlog van koning Mesa, die met Joram en Josafath strijdt, omschreven. Hierop wordt ook het huis van David genoemd in I Koningen 3: 1-1-5

Een laatste voorbeeld is de watertunnel van Hizkia; een 533 m. lang tunnel in een S vorm, bedoeld als verdediging tegen de inval van de Assyriërs, omschreven in II Koningen 19 en II Kronieken 32. Het water liep naar de bron Siloam, waar de tunnel dichtgemetseld werd.

In 1833 is een 2700 jaar oude stenen tablet gevonden, waarop de constructie van de watertunnel werd omschreven. Deze ligt in Istanboel en Israel verlangt deze terug te ontvangen.

Jesaja 37:36 omschrijft hoe de Assyriërs, hoewel in zeer grote meerderheid, hoe zij Jeruzalem niet konden innemen en Israel dit vreselijk beleg overleefde. Opnieuw blijkt de Bijbel historisch betrouwbaar te zijn.



Het Nieuwe Testament.

Kunnen we iets zeggen over de betrouwbaarheid van de inhoud van het NT? Alhoewel Christus zelf geen woord op papier heeft gezet kennen we wel vier evangeliën. Soms wordt gesuggereerd dat 4 verschillende getuigen een bewijs is van onbetrouwbaarheid. Is dat zo?

Het tegendeel is waar. Laat vier mensen naar een voedbal wedstrijd kijken en alle 4 hun verslag schrijven. Alhoewel ze alle vier eindigen met dezelfde uitslag (zeg 2-1) merken ze alle vier verschillende dingen op. Hetzelfde geldt voor de vier evangeliën.
Hoe zijn dan qua bronnen de verschillend in de vier evangeliën te verklaren? Zijn de uitspraken en wonderen van Jezus dan wel correct opgeschreven, zodat ze betrouwbaar zijn?

Ja, met de evangeliën maken we onderscheid tussen 2 groepen: Mt. Mc + Lk. en Johannes. De 1e 3 evangeliën zijn zeer nauw aan elkaar verwant. De 4e is een ‘verhaal apart’.


Schematisch overzicht van het mogelijke ontstaan van de vier evangeliën


boek

uniek

bron

bron

bron

Plaats

datum

kenmerken

Mc.

31 vs.

-

-

Petrus

Rome

± 60

accent op daden van Jezus

Matt.

300 vs.

M.

Q.

Mc.

Israël?

± 70

vervulling belofte OT

Lk.

550 vs.

L.

Q.

Mc

Rome

± 70

Christus Verlosser wereld

Joh.

98%

-

-

géén

Efeze

± 80

Jezus, Zoon van God

Zo schreef Marcus in 60 zijn Evangelie als eerste, gecorrigeerd en aangevuld door Petrus. Kerkvader Papias, die ‘de oudere’ (=apostel Johannes) kende, die nog persoonlijk met Jezus had opgetrokken schrijft over Petrus zijn input in Marcus, geciteerd door Eusebius (Historia Ecclesiastica). Marcus is een kernverslag van het evangelieverhaal, zoals dat in de eerste jaren van de vroege kerk werd verteld, waarbij de nadruk lag op wat Christus gedaan had.


Dezelfde Papias, die de ‘oudere‘ kende, zegt dat Matteüs de ‘Logia’ heeft verzameld in de Hebreeuwse taal. Deze Q was Hebreeuws poëtisch van aard. Mogelijk was er nog een bron M, parallel aan Q in omloop (zie Lk. 1:1). Matteüs schreef dus zijn evangelie rond 70 na Chr. op basis van de eerst geschreven Mc. + Q + M. precies gestructureerd op de vijfdelige Pentateuch.

Lc. schrijft zijn evangelie op basis van Q en eigen verzameld mondeling materiaal L. Als hij te Rome komt bij Paulus en het evangelie van Marcus onder ogen krijgt, rangschikt hij zijn proton evangelie (Q+L) naar het model van Mc. en komt zo tot zijn nauwkeurig verzameld verslag. Dit verklaart het schema.


Zo verklaren we wetenschappelijk de div. bronnen. Is daarmee alles gezegd? Nee, we kennen nu slechts de bronnen. Hoe verklaren we de schriftelijke tegenstellingen, discrepanties?
1) neem een staf and sandalen zoals Mc schrijft (Mk 6:8-9), of geen staf of sandalen zoals Mt. (Matt 10:9-10)?

2) de doublures, 2 wonderbare spijzigingen (e.g. Mark 6:33-44 and 8:1-9). 1 of 2 feiten?

3) Onverwachte weglatingen of toevoegingen in parallelle passages. Marcus en Lucas laten Jezus echtscheiding absoluut verbieden (Mk 10:11-12; Lk 16:18) terwijl Mattheus. een uitzonderingclausule toevoegt (Mt 5:32; 19:9).

4) Chronologische conflicten. de vervloeking van de vijgenboom+onderwijs in 2 dagen. (Mk 11:12-14, 20-25), terwijl in Matt. de boom in een keer verschrompelt (Mt 21:18-22).

Hoe verklaren we de schriftelijke tegenstellingen, discrepanties? Ik ga hier geen poging doen al de discrepanties te harmoniseren, maar de stelling dat hieruit de Bijbel onbetrouwbaar zou blijken te zijn is een onjuiste stelling, want.. 1. De ontdekkingen zijn niet nieuw, maar de veranderde opstelling (naturalisme) claimt dat dit bewijs is van onbetrouwbare Evangeliën. 2. De evangeliën zijn een neerslag van een bredere mondelinge traditie, welke je in een bredere context moet plaatsen. Dit kan de verschillende versies verklaren. 3. Mondelinge tradities herinneren dingen/geschiedenissen, niet de exacte woorden. 4. Mondelinge tradities gaan uit van grote verhalen, die later met meer details ingevuld worden. Niet primair details, maar de grote lijnen zijn het kader. 5. Jezus was een plattelandsprediker in een luistercultuur. Dit is wat anders dan genotuleerde hoorcolleges in een universiteitsstad. Zie Greg Boyd, Essays, Gospel contradictions and orality studies

Tevens moeten we ons realiseren dat elke evangelist Jezus voor een specifieke groep mensen bekend heeft willen maken. Marcus schrijft voor Romeinen, dat Hij de Zoon van God is. Lukas schrijft voor de Romein Theofilus om aan te tonen hoe historisch betrouwbaar Jezus’ woorden en daden waren. Matteüs legt bewust een verband tussen de OT beloften en profetieën en het NT, mogelijk te dienste van overwegend joodse christenen.

Maar alle drie gingen zorgvuldig te werk, hadden opgetrokken met Jezus of stonden in nauw contact met apostelen, die Hem en Zijn woorden goed hadden gekend. Tevens gebruikte zij betrouwbare bronnen (getuigen) over het leven en onderwijs van Jezus.

Tevens moesten de evangelisten rekening houden met nog in leven zijnde getuigen, zowel volgelingen als tegenstanders van Christus. De schrijvers konden zich geen onjuistheden permitteren, want ze zouden direct ontmaskerd worden door mensen, die dit maar al te graag deden. Integendeel, de evangelisten konden niet allen zeggen; “Wij zijn getuigen van deze dingen”, maar ook “zoals gij zelf weet”(Hand. 2:22).

Conclusie; de 1e 3 evangeliën geschreven tussen de 30 en 45 jaar ná Christus dood is gebaseerd op materiaal dat gedeeltelijk mogelijk voor Jezus’ al en door de eerste hand bestond. Getuigen, zowel voor als tegenstanders hadden deze feiten meegemaakt en konden de weergegeven verslagen bevestigen. Mt. Mc. en Lc. geven samen de essentiële feiten weer van het leven, het onderwijs, de dood en opstanding van Jezus weer.


Daarnaast blinkt vooral Lukas uit van historisch verifieerbare gegevens.

Lukas noemt 4 keizers; 3 bij naam Augustus 2:1, Tiberias Hand. 11:28, Claudius Hand. 18:2

Lukas plaatst de geboorte van Jezus in een historisch kader, 1:5

Lukas dateert de start v.h. optreden van Johannes is een serie synchronismen zoals we dat alleen kennen bij de Griekse klassieke schrijvers, Lc. 3;1

Lukas noemt nog andere bekende historische figuren zoals Quirinius, Pilatus, Sergius Paulus, Gallio, Felix, Festus, Herodus de Grote, Antipas, Agrippa I en II, Berenice en Drusilla. Joodse leiders zoals Annas, Kajafas, Ananias, Gamaliël. Iemand die zijn verhaal zo in een wijder verband brengt met de wereldgeschiedenis vraagt om moeilijkheden als hij niet uiterst nauwkeurig is; hij geeft zijn kritische lezers de mogelijkheid het verhaal te toetsen. Maar Lukas kan de toets volledig doorstaan. Lc. als arts en historicus weet 100% zeker waarover hij schrijft. Zo heeft hij perfecte kennis van de Romeinse titels en kloppen zij 100% in Lc.

De proconsul uit Hand. 13:7 uit Cyprus is teruggevonden in instripties (Sit William Ramsay)

Gallio, proconsul van Achaie (Hand. 18:12) is teruggevonden in instripties te Delphi.

De Neokoros (Tempelbewaarster) uit Hand. 19:35 is teruggevonden in een inscriptie v Efeze.

De bestuurders in Hand. 16:12,20 waren ‘preatoren’ en ‘lictoren’, precies zoals Cicero in een gevonden inscriptie laat schrijven: ‘i.p.v. duumvir’’ laten ze zich preatoren’ en ‘lictoren’ noemen.

De hoogste ambtenaar op Malta wordt ‘eerste man van het eiland’ genoemd (inscripties).

Herodus Antipas, zoon van Herodus de Grote was nooit benoemd tot koning, dus moest hij de lagere titel ‘viervorst’ tetrarch Lc. 3:1 voeren, wat weer door inscripties bevestigd wordt

Maar hoe zit het dan met het evangelie v. Johannes dat zo afwijkt van de 1e 3? Is deze wel betrouwbaar? Is dat niet een opgeblazen filosofisch werk van een zgn. apostel? Goede vraag en ik geef een paar antwoorden. Volgens het boek zelf is de auteur een ooggetuige, ‘de discipel die Jezus lief had’. Na uitsluiting van Petrus en Jacobus kan dit alleen Johannes de apostel zijn. Kerkvader Ireneüs (eind 2e eeuw) verklaart dat Johannes de auteur is. Ook het Muratorische fragment (eind 2e eeuw) schrijft dat Johannes auteur is (samen met ‘anderen’ zie 21:24). Een anti-Marcion proloog van het Johannes evangelie zegt ook dat Johannes, toen hij nog in zijn lichaam was het evangelie heeft geschreven.

Sommigen vragen zich af hoe een eenvoudige visserman zo’n diepgaand evangelie kan schrijven? Waarom niet? Hij had 3 jaar een grote Meester gehad! En hij was na 50 jaar christen zijn wijs geworden. En een ketellapper (John Bunyan) uit Bedford schreef ook een bijzonder werk.

Prof. G.R. Driver, zeer gerenommeerd theoloog verklaart in zijn bespreking van Burney’s boek ‘Aramaic Origin of the Fourth Gospel” dat de uitspaken van Jezus zo letterlijk worden weergegeven. Waarom zouden we dan de 7 wonderen geen letterlijke feiten zijn?

Als we van meet af aan de gedachte van een bovennatuurlijke Jezus verwerpen, dan verwerpen we ook Zijn wonderen. Accepteren we het beeld dat de evangeliën van Hem geven, nl. de Zoon van God, dan passen de wonderen perfect in Zijn leven.

Prof. A.T. Olmstead (prof in Chicago; oud oosterse geschiedenis) heeft in zijn boek ‘Jesus in the Light of Historie’ Joh. 11 bestudeerd en concludeert dat hier een ooggetuige verslag wordt weergegeven. Onze zorg ivm de wonderen moet niet zijn ze te ‘verdedigen’ maar ze te begrijpen. Om die reden staan ze ook in het Joh. evangelie; Johannes 20:30


30 Jezus heeft nog veel meer wondertekenen voor zijn leerlingen gedaan, die niet in dit boek staan, 31 maar deze zijn opgeschreven opdat u gelooft dat Jezus de Messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leeft door zijn naam.
En de wonderen staan allemaal in het teken van de opstanding van Christus, dat als centraal wonder gezien en erkend is door vele getuigen. Zowel de apostelen als vele anderen, ja 500 getuigen tegelijk (I Kor. 15) hebben verklaard de opgestane Christus te hebben gezien. Dat kan ons maar tot een conclusie brengen nl. dat de opstanding van Christus en de daarmee samenhangende wonder historisch betrouwbaar zijn.

Sommigen suggereren dat Johannes een andere Christus demonstreert dan Mt. Mc en Lc. Maar zowel in zijn God zijn als in zijn mens zijn treffen we dezelfde Christus. Wel zien we dat in de 1e 3 evangeliën pas aan het eind van Jezus’ leven dat bij de discipelen doordringt dat Christus de Messias is. Bij Joh. klinkt deze boodschap al heel vroeg door. Begrijpelijk, als Joh. pas na jaar 80 geschreven is. Na veel geloofservaring, gebed en overpeinzing heeft hij de diepere betekenis van Christus komst in deze wereld begrepen.

William Temple schreef in dit verband: “De synoptici geven ons misschien iets dat doet denken aan een volmaakte foto: Johannes geeft ons het nog meer volmaakte portret…. het 4e evangelie toont ons Jezus’ geest en hart…”. (Readings in St. John’s Gospel 1940).

Voor de geschriften van Paulus (13 brieven) geldt hetzelfde; de historische werkelijkheid van Christus staat in zijn brieven centraal. Paulus heeft Christus zelf persoonlijk ontmoet (Hand. 9) en schrijft over dezelfde Christus als de apostelen.

De conclusie is dus dat de Bijbel een uiterst historisch verifieerbaar Boek is waarin we niet lezen over fabels of legendes, maar van geschiedenis, Ja hoe de Eeuwige in de tijd binnentrad door Zijn Zoon Jezus Christus.

III. Goddelijke inspiratie

Het derde en laatste vraagstuk over de betrouwbaarheid is de goddelijke inspiratie. Is de Bijbel nu een ‘mensenboek’, van en door en voor mensen geschreven? Of is het een gouden boek dat uit de hemel is gevallen (boek van Josef Smit, boek van Mormon). Geeft de Bijbel ons goddelijke boodschappen in menselijke, dus feilbare vorm? Of zijn alle afzonderlijke boodschappen door God ingegeven en dus belangrijk en onfeilbaar?

Dit vraagstuk noemen we de goddelijke inspiratie.


  1. de Bijbel zelf claimt goddelijk geïnspireerd te zijn.

II Timoteüs 3:16 NBV



16 Elke schrifttekst is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden om onderricht te geven, om dwalingen en fouten te weerleggen, en om op te voeden tot een deugdzaam leven,
Statenvertaling

Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is;


‘Panta grafa’, heel de Schrift, de gehele Bijbel, al de Schrift

‘theopneustos’ van God uitgeblazen zie Job 32:8 ‘de inblazingen des Almachtigen’

De Hele Bijbel is dus door God uitgeblazen en opgeschreven door profeten en apostelen (menselijke instrumenten).
1 God, voortijds veelmaal en op velerlei wijze, tot de vaderen gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door den Zoon; Hebreeën 1 vs. 1 tot 2
I Petrus 1:10,11

“Naar deze zaligheid hebben gezocht en gevorst de profeten, die van de voor u bestemde genade geprofeteerd hebben, terwijl ze naspeurden, op welke of hoedanige tijd de GEEST van CHRISTUS in hen doelde, toen Hij vooraf getuigenis gaf van al het lijden, dat over Christus zou komen”




  • inspiratie geschiedt door de Geest in profeten en schrijvers (menselijk instrument), die wel zichzelf bleven

  • leidt tot omschrijving van onfeilbare Woord van God (goddelijk auteurschap en het geschreven resultaat)

  • Gods sturing is zo sterk dat de schrijvers zelf soms niet wisten waar het over ging.

def. De Bijbel is geïnspireerd in die zin dat door de Heilige Geest gedreven mannen ‘God-geblazen’ woorden, met behoud van karakter en persoonlijkheid hebben opgeschreven die goddelijk gezag over de mens bezitten.


NB. niet de Bijbelschrijvers zijn onfeilbaar, maar hun door God geïnspireerde woorden.
De kenmerken van goddelijke inspiratie zijn:

  • woordelijk,

  • volledig, elk gedeelte.

Het gaat hier wel over de ‘oorspronkelijk geschreven” tekst, omdat er fouten over gekopieerd kunnen zijn. Maar God heeft ook gewaakt over de vorm en overdracht van Zijn Woord.
Het gaat hier niet om leugens en woorden van ongelovigen, die ook voorkomen in de Bijbel. Deze heeft God laten optekenen om ons gelovigen te waarschuwen! (Ps. 14).

Amandelboom

In de landen rond de Middellandse Zee begint de amandelboom al in januari te bloeien en is daardoor een symbool van waakzaamheid geworden. De vrucht in de harde, houten bast, heeft in oude oosterse overleveringen geïnspireerd tot de opvatting, dat de wereld zelf uit een amandelvormige oervrucht ontstaan zou zijn;

In het Hebreeuws heet de amandelboom 'schqed' ofwel 'de wakende', zodat sommige oude Bijbelvertalingen spreken van de waakboom in plaats van de amandelboom. De volkssymboliek van de amandel als teken van waakzaamheid is ook in de bijbel beland. Wanneer God Jeremia roept, zegt Hij:

'Wat ziet gij, Jeremia? Jeremia antwoordde: Ik zie een amandeltak. En Jahwe zei: Ge hebt goed gezien. Ik houd wacht bij mijn woord en doe wat ik zeg' (Jer.1:11 12).


Maar “Hij waakt erover om Zijn woord te volvoeren”.

Bronnen:


Het ontstaan van de Bijbel; prof. dr. Ouweneel EO uitg. zonder jaar

The Historical Reliability of the Gospels C. Blomberg, Downers Grove, IL: InterVarsity, 1987)

De betrouwbaarheid van het Nieuwe Testament, prof. C.C. Bruce,

Jesus, Lord or Legend, Paul, Eddy, Baker, 2007 Gospel contradictions and orality studies, zie Greg Boyd, Essays, www.gregboyd.com







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina