‘De bieb moet blijven en de bus ook’



Dovnload 21.62 Kb.
Datum23.08.2016
Grootte21.62 Kb.

Anton de Wit – Journalistieke producties www.antondewit.nl // ©2003

Artikel gepubliceerd in BibliotheekBlad, 17 oktober 2003


‘De bieb moet blijven en de bus ook’

Het is vaak een emotionele aangelegenheid, de sluiting van een bibliotheekfiliaal. Een vestiging in een dorp of stadswijk hoort er toch echt bij. Wie worden het meest gedupeerd door zo’n sluiting? En zijn de alternatieven goed genoeg? ‘Op termijn is ook onze uitleenpost niet te handhaven.’




Hij denkt er nog met een warme glimlach aan terug, directeur Henk Bos van basisschool De Lei in Aadorp, vlakbij Almelo. ‘Het thema van de vorige kinderboekenweek was piraten. We hadden een leuke activiteit bedacht; met een grote kano hebben we de ‘boekenboot’ van Almelo geënterd, en hebben we de boeken voor onze school eraf geroofd.’

Een feestelijke gebeurtenis dus ter gelegenheid van een eigenlijk niet zo feestelijk feit. De basisschool ging noodgedwongen een kleine collectie boeken aanbieden omdat het bibliotheekfiliaal van Aadorp gesloten werd. Bos: ‘Van oudsher hoorde Aadorp bij de gemeente Vriezenveen, en dus ook onze bibliotheek. Dat liep behoorlijk goed. Het grote voordeel was dat we een eigen bibliothecaris hadden die de mensen kende, die zelf ook behoorlijk wat las en dus heel persoonlijk advies kon geven. Dat is in een dorp als dit toch best belangrijk.’

‘Twee jaar geleden was er een gemeentelijke herindeling. Aadorp hoorde voortaan bij Almelo. We hadden toen eigenlijk meteen door dat ons filiaal in gevaar was, omdat Almelo een beleid heeft om alleen grote filialen in stand te houden. We zijn toen met de directeur van de openbare bibliotheek, Jan Krol, om de tafel gaan zitten, en hebben kenbaar gemaakt dat wij graag een vestiging zouden behouden in Aadorp. Maar de directeur vertelde dat dat financieel niet haalbaar was.’ Jan Krol beaamt dat. ‘In Aadorp wonen maar 1500 mensen. De bibliotheek daar was op sterven na dood. Het probleem is dat er in Almelo stadswijken bestaan die vier keer zo groot zijn als Aadorp, en die hebben ook geen filiaal’, aldus de bibliotheekdirecteur.
Achterstand

Het probleem beperkt zich uiteraard niet tot de filialen rondom Almelo. Met enige regelmaat zijn berichten te lezen over de sluiting van bibliotheken en de emotionele reactie die dat vaak oproept. Zo werd in mei dit jaar hevig geprotesteerd tegen de sluiting van de bibliotheek in de Groningse gemeente De Marne, waar het aantal filialen van vijf wilde terugbrengen naar drie, en het aantal bibliobushaltes van twaalf naar vier. De regionale afdeling van de SP verspreidde zelfs posters met in koeienletters: ‘De bieb moet blijven. En de bus ook.’ En ook grotere steden zijn de klos. In Arnhem kwam een sluiting van twee filialen de bibliotheek op een fors ledenverlies te staan (zie kader) en de openbare bibliotheek van Eindhoven hangt nu al tijdenlang een sluiting van drie filialen boven het hoofd, naar eigen zeggen omdat de gemeente te weinig geld over heeft voor het bibliotheekwerk. Een opmerkelijk protest in deze Brabantse stad kwam van verpleegkundigen, die in een boze brief aan de gemeente waarschuwden dat de sluiting negatieve invloed zou hebben op de spraak- en taalontwikkeling van kinderen waardoor die een achterstand kunnen oplopen in lees- en schrijfvaardigheden.

In Aaburg moet deze angst ook geleefd hebben, want toen de deur van de bibliotheek vorig jaar op slot ging, werd er geijverd voor een kleine collectie boeken op de basisschool. Wat nadrukkelijk niet wil zeggen dat alleen voor kinderen een alternatieve voorziening wordt geboden. Bos: ‘Als je kijkt wie gedupeerd zijn door de sluiting van onze bibliotheek, dan zijn dat vooral mensen die niet makkelijk naar Almelo of Vrienzenveen kunnen reizen. Dus peuters, basisscholieren en mensen van 55 jaar of ouder. Die zouden wij daarom ook willen bedienen in onze schoolbibliotheek. Als die mensen zich in het drukke verkeer naar Almelo moeten storten, dan haken ze af, dan stoppen ze met lezen.’

V

Sluiting filialen Arnhem veroorzaakt fors ledenverlies

De tijd lijkt de spreekwoordelijke wonden weer enigszins te hebben geheeld in Arnhem. Een telefonische rondgang langs scholen en verzorgingstehuizen levert gelaten reacties op; ‘Hadden wij hier een bibliotheekfiliaal dan?’ De sluiting van de vestigingen in de decentrale wijken Geitenkamp en Cranevelt-Alteveer dateert dan ook al weer uit 1997. Toch is die gebeurtenis niet geheel vergeten. Marion Lenselink, werkzaam bij de Wijkwinkel in Geitenkamp, herinnert zich de sluiting van ‘hun’ bieb nog als de dag van gisteren. ‘Of we actie hebben gevoerd? Ach, schei uit! We hebben bij de gemeente geprotesteerd, brieven geschreven, zijn bij discussiebijeenkomsten geweest, ga zo maar door. Geitenkamp is echt een arbeiderswijk, lezen is hier toch al niet vanzelfsprekend. Volgens mij is er nu bijna geen kind meer te vinden dat nog boeken leest.’

De gemeente Arnhem trof in Geitenkamp in elk geval nog 214 kinderen aan met een biebpasje, maar Lenselink heeft gelijk dat het er beduidend minder zijn dan voor de sluiting. Uit een onderzoek van de gemeente naar de ontwikkeling van het bibliotheekledenbestand in de periode 1997 tot 2003 blijkt dat de OB Arnhem bijna 9500 leden kwijt is geraakt. Dat is ruim 20 procent van het aantal leden begin ‘97. Ruim een kwart van dit verlies is een direct gevolg van de sluitingen in Geitenkamp en Cranevelt, zo meldt het rapport.

‘Dat die sluitingen ons leden hebben gekost dachten we al wel’, zegt Jan Hovy, directeur van de OB Arnhem, ‘maar nu zien we ons vermoeden nog eens in cijfers bevestigd worden. We hadden gehoopt dat het zich wel zou herstellen, maar dat is dus niet gebeurd.’ Alternatieven zijn er wel – Hovy noemt een boek-aan-huisdienst voor ouderen en een bibliobus – maar het is de vraag in hoeverre die geen druppel op een gloeiende plaat zijn.

Lenselink is er in elk geval niet erg enthousiast over. ‘Die bibliobus heb ik nu geloof ik één keer van binnen gezien, dus dat zegt misschien genoeg. Zo’n bus die één keer per week langskomt, dat is toch niet erg praktisch als je werkt. Bovendien is het aantal boeken heel beperkt. Je kunt dan wel iets bestellen, maar dan moet je toch een titel weten. Ik vond het juist altijd zo prettig om een half uur rond te struinen langs al die rijen, op zoek naar een leuk boek. Dat kan in een bus niet. Dus nu moet ik al naar de stad afreizen om naar de bieb te gaan. Dat is toch een hele extra onderneming.’

Hovy begrijpt de bezwaren goed. ‘Het grote voordeel van een wijkbibliotheek is dat die echt bij de wijk hoort. Een bibliobus komt en gaat. Ik herinner me pittige discussies destijds en begrijp de emoties.’ Hij vertelt dan ook dat de openbare bibliotheek druk bezig met het verzinnen van goede alternatieven. ‘We kunnen niet terughalen wat geweest is. Een heroprichting van de wijkfilialen is niet aan de orde. We onderzoeken nu wat we wél kunnen doen. Er staat al een aantal concrete dingen te gebeuren. Binnenkort sturen we bijvoorbeeld een brief naar alle mensen die het afgelopen jaar hun abonnement niet hebben verlengd. We vragen ze in een enquête naar de reden, en bieden ze daarnaast een nieuw abonnement tegen een voordelig tarief.’

En dat is nog maar stap één van de ‘tegenaanval’ van de bibliotheek. Hij kondigt verder een onderzoek naar de zondagopenstelling van het centrale filiaal aan, plus acties voor scholieren. Als pleister op de wonden in de wijken zonder vestiging, overweegt de bibliotheek het instellen van uitleenposten in verzorgingstehuizen. Zowel Geitenkamp als Cranevelt hebben sterk te maken met vergrijzing, dus voor ouderen zou dat een goede oplossing kunnen zijn. ‘Maar we moeten nog onderzoeken of dat zinvol is, hoor. Die posten zouden gerund moeten worden door mensen uit het tehuis zelf, dus we moeten dat nog eens kritisch bekijken.’

Maar, zo erkent Hovy, wat er straks ook voor voorziening in de plaats komt, het weegt niet op tegen een echte wijkvestiging. ‘Sowieso is er sprake van een verschraling. Voor die wijken is het een enorm gemis. In feite is elke sluiting een verlies.’

ooralsnog lopen de ouderen de schooldeur echter nog niet bepaald plat. ‘Ouderen weten de weg naar de school nog niet echt te vinden, nee’, zegt Bos. ‘Ik denk niet dat dat komt doordat de drempel te hoog zou zijn. We hebben er nu al regelmatig aandacht aan besteedt in onze dorpskrant. Soms loopt er ook wel iemand binnen, maar nog niet echt regelmatig.’
Lezers kwijtgeraakt

Eén verklaring die Bos kan noemen is het feit dat Aadorp een korte tijd helemaal zonder voorziening heeft gezeten. ‘Toen de bibliotheek dicht ging, was onze uitleenpost op school nog niet af door allerlei problemen. Wij hadden gehoopt dat die twee momenten samen zouden vallen, want dan zou de overgang niet zo groot zijn. De loop blijft er dan in; mensen moeten weliswaar naar een ander gebouw, maar ze blijven wel in hun ritme van lenen en lezen. Hierdoor is Aadorp toch wel een aantal lezers kwijtgeraakt.’

Op De Kei zelf is de voorziening in elk geval wél een succes, vertelt Bos. ‘De kinderen kunnen vrijdagmiddag onder schooltijd bij de bieb terecht. Dat is expres gedaan, zodat kinderen niet na schooltijd met hun ouders terug zouden moeten komen. Dan zul je zien dat ze het vergeten of dat de ouders net nog even boodschappen moeten doen en het er niet van komt. We besteden er in de klas ook veel aandacht aan. Ik zeg vrijdag voor de middagpauze altijd: ‘Jongens, denk aan je boeken en je pasje vanmiddag.’ Een aantal leerlingen laat de pas ook gewoon op school liggen, dan kunnen ze hem niet vergeten.’

Kortom, op wat ‘notoire niet-lezers’ na doet de hele school enthousiast mee, en dat is op zich een positief iets, aldus Bos. Maar uiteindelijk is het geboden alternatief ‘minimaal’, zegt hij. ‘Zonder meer is het een verschraling van de bibliotheekvoorziening. De collectie is natuurlijk niet erg uitgebreid, waardoor mensen ook niet makkelijk terug zullen komen naar de bibliotheek. Dat is een vicieuze cirkel. Eerlijk gezegd denk ik dat op termijn ook onze voorziening niet te handhaven zal zijn. Het uitleenpunt is maar twee uur per week geopend, maar de bezoekersaantallen moeten drastisch omhoog wil het rendabel zijn. Ik zie het somber in.’

Hoewel Jan Krol minder pessimistisch is over de toekomst van het uitleenpunt in De Kei, is hij het met Bos eens dat de huidige situatie een achteruitgang is. ‘Het blijft een beetje behelpen, je krijgt er geen vlinders van in je buik. Ik ben persoonlijk ook niet enthousiast over dit alternatief. Ten eerste staan die boeken toch maar ergens in een schoollokaal, en ten tweede zijn het ook niet erg veel boeken.’
Dure voorziening

Aadorp is niet de enige dorpskern die zich na de samenvoeging met Almelo met een schraler alternatief moest behelpen. Ook Bornerbroek, dat voorheen bij Borne hoorde, zag de bibliotheekvoorziening verdwijnen. Wat in feite nog extra zuur was, omdat het al een alternatieve voorziening betrof – enkele jaren eerder was het bibliotheekfiliaal gesloten. Peter Ganzenboom van de OB Borne: ‘Borne bestond uit een kern van 18000 inwoners met daar omheen nog een paar kerkdorpen met bij elkaar zo’n 4000 inwoners. Die dorpen werden al bediend door een bibliobus, behalve Bornerbroek, dat een eigen filiaal had. Maar voor een dorp met ongeveer 1750 inwoners is dat natuurlijk een dure voorziening. Gezien de kosten die zo’n klein filiaal toch met zich meekrijgen en de beperkte openingstijden, zijn de uitleningen relatief duur.’

Vandaar dat zes jaar geleden de bibliobus het filiaal verving. Maar toen Bornerbroek na de gemeentelijke herindeling bij Almelo ging horen was het dus ook met dit alternatief gedaan. ‘Ik heb begrepen dat de wielen zo ongeveer diagonaal stonden en dat het een wonder was dat die bus nog door de APK was gekomen’, verklaart Krol. Hoe het ook zij, voor het bibliotheekbezoek in Bornerbroek is het verdwijnen van de vestiging en de bus rampzalig geweest. ‘Er is een categorie die de auto pakt en naar de bibliotheek van Almelo of Borne gaat, maar lang niet iedereen doet dat. Het is gebleken dat een deel van de leden niet op zoek is gegaan naar alternatieven. De drempel is hoger komen te liggen.’

Truus Hondebrink van de Vereniging Dorpsbelangen Bornerbroek beaamt dat. ‘Er is een kleine collectie op de basisschool voor in de plaats gekomen, maar dat is niet voldoende. Op zich gaat dat goed, de kinderen maken er goed gebruik van, maar volwassenen komen er maar amper. Ik heb begrepen dat ongeveer 95 procent van de boeken aan kinderen wordt uitgeleend.’

Haar belangenvereniging zet grote vraagtekens bij de beslissing om de bibliobus op te heffen. ‘Wij zijn daar tegen in het geweer gekomen, omdat wij vinden dat een bibliotheek het lezen bevordert. Het is dus zorgwekkend als de voorzieningen achteruit gaan. Er werd gezegd dat de bus niet door de APK-keuring kwam, maar dat bleek achteraf helemaal niet waar te zijn. Ik denk dat meneer Krol simpelweg meer mensen naar de bibliotheek in Almelo wil trekken. De gemeente Almelo heeft de openbare bibliotheek een budget gegeven voor Bornerbroek. Dus het is toch wel vreemd dat er nu niets is.’
Bibliotheektrailer

Krol benadrukt echter dat dat budget – hij noemt een bedrag van € 50.000,- dat de gemeente heeft geoormerkt voor Aadorp en Bornerbroek samen – weldegelijk besteed gaat worden aan een alternatieve bibliotheekvoorziening. ‘Wij zijn van plan een joekel van een bibliotheektrailer in te gaan zetten. Dat moet echt een goede en hoogwaardige voorziening worden, veel beter dan een bibliobus. In een bus passen misschien duizend boeken, in deze trailer kunnen acht- tot tienduizend media-eenheden. Maar zo’n trailer is er natuurlijk niet van de één op de andere dag, daar is tijd voor nodig. Ik heb al wel mondelinge toestemming van de gemeente, maar dat moet nu natuurlijk ook allemaal nog schriftelijk bevestigd worden.’

De directeur van de OB Almelo geeft toe dat de trailer daarmee nog niet in kannen en kruiken is. ‘Die mondelinge toezegging, dat was een jaar geleden. Inmiddels is de financiële situatie van de gemeente misschien wat veranderd.’ Dus de economische krappe tijden kunnen nog roet in het eten gooien? ‘Daar is best kans op, ja’, aldus Krol. ‘Maar dan moet ik gewoon de centen ergens anders vandaan zien te halen. Uiteindelijk is dit een heel belangrijke investering. De bibliotrailer gaat niet alleen naar Aadorp en Bornerbroek, maar ook naar de achterstandswijken in Almelo die nu zonder vestiging zitten. Bovendien, wij zijn jaren gevrijwaard gebleven van een dalend ledenbestand of minder uitleningen, maar dat zijn zaken waar we nu toch mee te maken krijgen. Dus ook voor onszelf is het belangrijk om een gedegen alternatief te bieden.’

En gedegen gaat het worden, als men Krol mag geloven. ‘We kunnen natuurlijk niet aankomen met een omgebouwde en opgeverfde SRV-wagen. Ook voor ouderen zal de trailer goed toegankelijk zijn.’ En hoewel de betrokkenen in Aadorp en Bornerbroek sceptisch blijven en het eerst allemaal nog moeten zien, weet Krol het al zeker: ‘Die bibliotheektrailer gaat lopen als een tierelier.’


Tekst: Anton de Wit


Pagina van




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina