De canonkaravaan deed Overijssel aan



Dovnload 88.38 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte88.38 Kb.


De canonkaravaan deed Overijssel aan



verslag van de bijeenkomsten

van de Canonkaravaan in Overijssel,

op 4, 11 en 12 november 2008

Bureau ART



Peter van der Zant


Maar liefst drie bijeenkomsten
Terwijl in de media onder aanvoering van hoogleraar Piet de Rooij een bescheiden discussie is opgevlamd over de vraag of de Canon verplicht in de Kerndoelen moet worden opgenomen, vinden in Overijssel drie bijeenkomsten plaats van de Canonkaravaan. De Canonkaravaan is een reeks van conferenties voor het onderwijs en culturele instellingen in de twaalf provincies en de vier grote steden. In Overijssel heeft men er niet, zoals in andere provincies, voor gekozen één bijeenkomst te beleggen maar drie, gespreid over de provincie: één in Hasselt, één in Olst-Wijhe en één in Enschede. De conferenties zijn, net als de Canonbijeenkomsten in de andere provincies, vooral bedoeld als stimulans om in het onderwijs met de Canon aan de slag te gaan. De Canon van de Nederlandse geschiedenis is opgesteld door een commissie onder leiding van professor Van Oostrom en bestaat uit een lijst van vijftig thema’s uit de Nederlandse geschiedenis. De Canon is in de eerste plaats bedoeld voor het onderwijs. Het is een handreiking voor behandeling op de basisschool en in de onderbouw van het voortgezet onderwijs.
Alle drie bijeenkomsten in Overijssel spelen zich af op een passende locatie. Het oude Hanzestadje Hasselt vormt met zijn historische centrum het decor van de eerste van de drie bijeenkomsten. De deelnemers komen bijeen in het kleine, moderne stadhuis, maar kunnen tijdens het programma ook kennis maken met andere historische plekken in Hasselt, zoals de Kalkovens (Hasselt kende vroeger een bloeiende schelpkalkindustrie) en Korenmolen De Zwaluw, gelegen aan de Stenendijk, de enige gemetselde zeewering in Nederland. Met een oude autobus van de Stichting Veteraan Autobussen, dit maal van de TAD uit Twente, worden de deelnemers door het stadje vervoerd, waarbij ze de Herengracht, de Prinsengracht en de Brouwersgracht passeren. Er zijn in Hasselt zo’n tachtig deelnemers, waarvan naar schatting de helft uit het onderwijs. Velen hebben zich op het laatste moment aangemeld, zodat er nog extra stoelen moeten worden bijgeplaatst in de raadszaal voor het plenaire programma.
De tweede bijeenkomst wordt georganiseerd in de gemeente Olst-Wijhe. Er zijn zo’n vijftig deelnemers, waarvan naar schatting circa twintig uit het onderwijs. De bijeenkomst vindt plaats in het Kulturhus in Olst. In een Kulturhus is een combinatie van verschillende voorzieningen op het terrein van cultuur en welzijn ondergebracht. In Olst-Wijhe zijn dat onder andere de bibliotheek, de stichting Welzijn Ouderen, een zangkoor, een harmonie, een fotoclub en een muziekvereniging. Het is meer dan een multifunctioneel gebouw, want gezamenlijk beheer, gezamenlijke programmering en onderlinge samenwerking zijn belangrijke elementen. Het Kulturhusconcept heeft de provincie Overijssel uit Scandinavië overgenomen. Er zijn nu 23 Kulturhusen in Overijssel en een groeiend aantal in Gelderland en Utrecht.
In het Rijksmuseum Twenthe, museum voor oude en moderne kunst, vindt de derde bijeenkomst plaats. Het Rijksmuseum Twenthe vindt zijn oorsprong in de collectie van één van de grote Twentse textielgeslachten: de familie Van Heek, tevens oprichters en schenkers van het museum. Circa 140 werken, voornamelijk schilderijen vanaf de Middeleeuwen tot en met de 19de eeuw, vormden de basis voor het museum, dat bij de opening in 1930 werd overgedragen aan de Nederlandse Staat. Er zijn op deze laatste bijeenkomst zo’n honderd deelnemers, waarvan ruim de helft uit het onderwijs.
Alle bijeenkomsten zijn georganiseerd door Kunst&Cultuur Overijssel in samenwerking met Yolanthe van der Ree, die ook als dagvoorzitster optreedt. In dit verslag van de Canonbijeenkomsten in Overijssel worden enkele inleidingen en workshops nader belicht.

De Canonbijeenkomst in Hasselt, 4 november
De passie van de meester
In Hasselt houdt Henk Moes, directeur van KCO (Kunst&Cultuur Overijssel) een korte inleiding: “Dit is voor ons een belangrijke bijeenkomst. Fantastisch dat zoveel mensen aan de uitnodiging om hier naar toe te komen gehoor hebben gegeven. De Canon leeft, niet alleen bij de makers en de mensen die de Canon nu uitrollen, maar ook in de plaatselijke situaties.” De heer Moes vertelt de aanwezigen dat hij zijn medewerkers bij KCO vroeg om hem te voeden met informatie over erfgoededucatie: “Want erfgoed is nu eenmaal niet mijn vakgebied. Ik kreeg een bulk van informatie van mijn medewerkers, over het belang van de Canon, over het belang van erfgoed en over de mogelijkheden van erfgoededucatie.”

Toen hij al deze informatie had gezien, realiseerde hij zich dat hij waarschijnlijk beter een persoonlijk voorbeeld kon geven van hoe het verleden betekenis kan hebben voor het onderwijs: “Ik werk hier nu ruim een jaar in Overijssel. Al snel werd ik gevraagd om met de burgemeester van Staphorst een tentoonstelling te openen. Ik ging natuurlijk op het verzoek in, want in zo’n beginfase zeg je snel ‘ja’ op allerlei uitnodigingen. Het project in Staphorst bleek fantastisch te zijn. Het heeft niet alleen een onderwijsprijs in de provincie Overijssel gewonnen, maar is ook genomineerd voor een landelijke onderwijsprijs. Het project gaat over de drie Joodse werkkampen met zo’n driehonderd gevangen die er in de Tweede Wereldoorlog in Staphorst zijn geweest. De meester in de klas vroeg aan de kinderen wat ze daarvan wisten. In Staphorst herinnert niet veel meer aan deze kampen. Zo zijn de barakken een aantal jaren geleden afgebroken. De kinderen zijn toen op onderzoek uitgegaan. Ze hebben interviews gehouden met mensen die deze tijd nog hebben meegemaakt. Ze zijn op zolders gaan zoeken om allerlei foto’s boven water te krijgen. Ze hebben maquettes van de barakken gemaakt en onder leiding van professionals een fantastische tentoonstelling gemaakt.”

“Ook moderne technieken werden ingezet”, zo vervolgt de heer Moes zijn betoog, “met een webcam werd een directe verbinding gelegd met een van de laatste overlevenden van de kampen in Staphorst, die nu in Texas woont. Kinderen mochten hem interviewen. Op hun verzoek trok hij voor de camera zijn kampkleding aan. Toen vroeg een van de kinderen of hij ook een tatoeage had en liet hij zelfs zijn tatoeage zien. Ik weet zeker dat de meeste kinderen dat moment nooit meer zullen vergeten. Het is een prachtig voorbeeld hoe je met geschiedenis de kinderen kunt bereiken, dankzij de passie van de meester voor de klas en de begeleiding door professionals.”

Eerste hulp


KCO heeft onlangs het boekje ‘Staan voor erfgoed, eerste hulp bij ….’ geschreven. Het bevat allerlei praktische tips voor culturele instellingen hoe scholen te ontvangen, hoe je kunt werken met leerlingen en op welke wijze je bronnen, zoals foto’s, voorwerpen en monumenten kunt gebruiken voor het onderwijs. Er staan handige adviezen in, bijvoorbeeld over wat je moet doen als er iets onverwachts gebeurt tijdens het bezoek van een school, maar ook hoe je met eenvoudige spelvormen en opdrachten leerlingen kunt activeren.

Geen mes meer op zak
Gedeputeerde Dick Buursink krijgt van de heer Moes het eerste exemplaar overhandigd van ‘Staan voor erfgoed, eerste hulp bij …’. De heer Buursink benadrukt dat de Canon vooral bedoeld is om het geheel aan ervaringen dat we in het verleden hebben opgedaan door te geven aan kinderen: “Er is tegenwoordig zoveel vanzelfsprekend, dat kinderen zich niet realiseren dat dit niet altijd zo vanzelfsprekend is geweest. Kinderen kan inzichtelijk worden gemaakt dat ons handelen is gebaseerd op ervaringen van onze ouders die de gevolgen van bepaalde zaken hebben ondervonden.” Als voorbeelden noemt gedeputeerde Buursink niet alleen de ervaring dat eenzijdig eten slecht is, maar ook dat het nu normaal is geworden geen mes meer op zak te dragen. Bij dit laatste voorbeeld kijken sommige aanwezigen, vooral afkomstig uit de Randstad, elkaar wijselijk glimlachend aan. “Ik hoop dat jullie een mooie middag hebben en dat onze kinderen en kleinkinderen veel van de Canon leren”, zo sluit de heer Buursink zijn betoog af.

De Canonbijeenkomst in Hasselt vormt ook het startpunt van de Canon van Zwartewaterland, de gemeente die is ontstaan uit een fusie van Genemuiden, Hasselt en Zwartsluis. Tijdens de plenaire presentaties zijn op de achtergrond foto’s te zien uit het verleden van Zwartewaterland, onder andere over de grote bloei van de tapijtindustrie in Genemuiden, Hasselt als Oranje enclave in Overijssel, het convenant van de schippersgilden Hasselt en Zwartsluis en de bezetting door de bisschop van Münster. De Canon van Zwartewaterland wordt samengesteld in samenwerking met lokale historische verenigingen en musea.



Een kameel is een paard ontworpen door een commissie
De heer Frits van Oostrom, voormalig voorzitter van de Canoncommissie en thans voorzitter van de stichting Entoen.nu, opgericht om de implementatie van de Canon te begeleiden, is vanuit Leiden naar de Kop van Overijssel afgereisd voor een korte inleiding over de totstandkoming van de Canon en de betekenis voor het onderwijs. Hij vertelt dat de Canon tot nu toe toch vooral, boven verwachting, een succes is gebleken: “Een paar jaren geleden hadden we het niet over een Canon. Als je dat op Google intypte, kreeg je alleen hits voor een merk camera’s. Maar nu hebben ze op Google flinke concurrentie gekregen van onze Canon.”

Hij legt uit dat de aanleiding voor de Canon lag in een advies van de Onderwijsraad, eind 2004: “Dat advies bevatte een aantal punten van zorg. Een van die zorgen betrof de signalen dat kinderen in Nederland opgroeien met steeds minder kennis van het verleden in Nederland. Daar moest paal en perk aan worden gesteld. Er moest een Canon komen met wat kinderen in elk geval moesten weten. En dan gaat het als volgt. De minister biedt het advies aan de Tweede Kamer aan en dan volgt er een publieke discussie.”

Opvallend was vervolgens de reactie in de Tweede Kamer: “Alle partijen, dus kamerbreed gesteund van links tot conservatief, herkenden het geluid en hadden het idee: daar moeten we iets aan doen. Ook in de media werd deze gedachte gesteund. Zo stonden ook columnisten positief tegenover de gedachte. In goed Nederlandse traditie werd een commissie ingesteld.”

Volgens de heer Van Oostrom heeft de toenmalige minister van OCW, Maria van der Hoeven, op dat moment een gelukkige keuze gemaakt wat betreft de samenstelling van de commissie: “Er werd niet gekozen voor een commissie met vertegenwoordigers van allerlei gezindten, zoals de Onderwijsraad voor ogen had, maar voor een aantal losse individuen die open stonden in de discussie en nog geen vaste standpunten hadden ingenomen. Dat was een wijs besluit, want u kent waarschijnlijk wel de uitdrukking ‘een kameel is een paard, ontworpen door een commissie’. Ik had als voorzitter enige inspraak in de keuze van de commissieleden en ik heb steeds gezegd: ‘ik heb ook nog geen idee wat het moet worden’.”

De Canoncommissie had één jaar om haar werk uit te voeren. Van Oostrom: “Al na de eerste vergadering, waarop je met elkaar van gedachten wisselt over de vraag ‘wat kan het zijn?’ hebben we er voor gekozen dat de Canon voor alle Nederlanders moest zijn. Daar waren we snel uit. ‘Du moment’ was daarmee de keuze gemaakt voor het basisonderwijs. Het moest dus geen ‘Michaël Zeeman Canon’ worden. Daarmee zeg je ook: we moeten ons een beetje beperken. Ik kan natuurlijk Nijhoff de beste dichter in Nederland vinden, maar als je je op het basisonderwijs richt, is het toch de vraag of die in de Canon moet. Dat verklaart waarom je in de Canon zoveel mist. Uiteindelijk hebben we er voor gekozen vanuit de letterkunde alleen Hebban olla vogala, Multatuli en Annie M.G. Schmidt op te nemen. Daarmee is het natuurlijk niet de Canon van de letterkunde.”

Volgens professor Van Oostrom is daar enthousiast op gereageerd: “Het klinkt hautain, maar het land heeft het verdraaid goed begrepen. Dat zegt iets over Nederland. In andere landen zou er nooit zo makkelijk consensus zijn ontstaan over de keuze van de vensters. In Amerika zou het aanleiding zijn geweest voor allerlei processen, waardoor zo’n Canon kapot geprocedeerd zou worden. Ik was laatst in Petersburg en ook daar vertelde men mij, dat zoiets in Rusland nooit zou lukken. Maar in Nederland is het wel gelukt, waarschijnlijk omdat wij een lange traditie van consensus kennen.”

De Canon heeft de aanleiding gevormd om op tal van gebieden aparte canons te maken: “Er is nu een canon van de film, van de klassieke muziek, zelfs van de glastuinbouw. Het land lijdt aan Canonitis. Maar wij vinden het mooi dat kenners op die gebieden ons informeren over de zaken waar je op hun gebied eens op moet letten.“ De heer Van Oostrom vergelijkt het met een rondleiding in een museum: “In een groot museum verwacht je ook niet dat de gids alle doeken in de eerste zaal gaat toelichten en dan doorgaat naar de volgende zaal om daar ook weer alle doeken te bespreken. Je vertrouwt er op dat hij een inspirerend parcours voor je heeft uitgezet.”

“Wij gebruiken voor geschiedenis wel een methode, maar die bevalt niet. We proberen nu onze eigen weg te vinden. Dan is de Canon interessant.”


Leerkracht basisonderwijs

De heer Van Oostrom legt nog eens uit, wat de betekenis is van de ‘vensters’ in de Canon: “Het zijn geen lijstjes maar vensters. Niemand hoeft ze uit het hoofd te kennen. Als ik ’s nachts niet kan slapen, probeer ik ze weleens van achter naar voren op te zeggen, maar dat is nog knap lastig. Pas later, toen we allang voor die term vensters hadden gekozen, besefte ik dat vensters in het Engels ‘windows’ is. Dat heeft al iemand bedacht, realiseerde ik me, en met die persoon is het ook best goed gegaan.”

Het helpt volgens de heer Van Oostrom dat de Canon straks verplicht in de Kerndoelen zijn opgenomen, maar dat mag volgens hem nooit het enige zijn. Voor het probleem van de tien tijdvakken is er al lang een oplossing.
Maar er zijn ook bedreigingen. De belangrijkste bedreiging wordt gevormd door de educatieve uitgeverijen: “We waren als commissie niet gerust op hoe de educatieve uitgeverijen met de Canon omgaan. Want als commissie zeggen we: ‘mag het een onsje of zelfs een pondje minder zijn?’. Door de uitgebreide methodes zien leerkrachten door de bomen het bos niet meer. Het programma is overvol geworden. Goethe zei al: ‘In de beperking toont zich de meester’. Wat ons betreft moet de docent weer baas worden over de lessen, dat zal de variatie ten goede komen. Bovendien staan de meeste vensters, met uitzondering van het venster over Eise Eisinga, al in de geschiedenisboeken. “
Met de Canon ontstaan in de ogen van Van Oostrom allerlei mogelijkheden om de lokale Canon te verweven met het grote verhaal van de vaderlandse geschiedenis: “Zo’n voorbeeld uit Staphorst maakt dat duidelijk. Voor ons was Anne Frank het icoon voor de Jodenvervolging, maar dat hoeft niet te verhinderen dat je zo’n verhaal nog lokaler invult. Toen ik een jaar of zeven was sprak ik in Leiderdorp, de plaats waar ik woonde, soms met onze fietsenmaker over de oorlog. Zijn verhalen maakten veel indruk op mij. Later ben ik daar nog eens terug geweest voor de Dodenherdenking. Toen hadden de organisatoren een andere redenering gevolgd. Zij wilden de kinderen laten zien dat oorlogen nog steeds gebeuren. Daarom hadden ze de ambassadrice van Bosnië uitgenodigd, die een heel mooi verhaal vertelde over de oorlog op de Balkan. Maar dat verhaal was in het Engels en voor de aanwezige kinderen was de Balkan heel ver weg. Toen dacht ik: misschien had je beter voor een andere variant kunnen kiezen, voor de verhalen van de lokale fietsenmaker uit het dorp.”
De Canonbijeenkomst in Olst-Wijhe, 11 november
Uitgelezen kansen voor erfgoededucatie
In Olst-Wijhe worden de deelnemers welkom geheten door Henk Laarakkers van Kunst&Cultuur Overijssel, die Henk Moes vervangt. Hij wijst er nog eens op, dat een Kulturhus een uitgelezen plek om als een van de pleisterplaatsen van de Canonkaravaan te dienen: “Hoewel het Kulturhus van Scandinavische oorsprong is, is het concept in Nederland toch typisch voor Overijssel. Met een Kulturhus wordt een basis gewaarborgd van voorzieningen op het gebied van cultuur en welzijn in een regio. Hier in Olst-Wijhe neemt de bibliotheek een centrale positie in het geheel in.”

In het Kulturhus in Olst is ook een bescheiden tentoonstelling ‘Verboden af te blijven’ van het Twents Techniekmuseum HEIM. HEIM is de schatkamer van het industrieel erfgoed in Hengelo en wijde omgeving. De tentoonstelling wordt georganiseerd als onderdeel van COOP. In het project COOP (Cultuur Op Onverwachte Plekken) werken HEIM, KCO en de bibliotheken in Overijssel samen om cultuur onder de aandacht van een breed publiek te brengen.

De heer Laarakkers wijst op het belang van de Canon: “In 2009 wordt de Canon verplichte lesstof. De Canonkaravaan is bedoeld om onderwijs en cultuur samen te brengen, vorige week in Hasselt, vandaag in Olst, morgen in Enschede. De Canon biedt uitgelezen kansen voor erfgoededucatie.”

Doordat overal lokale canons ontstaan, komt de geschiedenis dichterbij, aldus de heer Laarakkers: “Erfgoededucatie is zo een prima middel om verbindingen te leggen met je eigen geschiedenis, je eigen identiteit, je eigen taal. Voor KCO vormt de Canon een kapstok waaraan veel erfgoededucatie kan worden opgehangen.”



Omdat de invoering van de Canon “zowel landelijk als lokaal geen sinecure is”, overhandigt Henk Laarakkers een exemplaar van het gidsje ‘Staan voor erfgoededucatie’ aan de wethouder Cultuur van Olst-Wijhe, mevrouw Ans Otterloo.
Geen ronkend verhaal
Hubert Slings geeft in Olst een korte toelichting op de Canon. Hubert Slings was secretaris van de Canoncommissie en is nu directeur van de stichting entoen.nu. De commissieleden van weleer zijn nu bestuursleden van Entoen.nu. De stichting beijvert zich om het gebruik van de canon van Nederland in onderwijs en samenleving te bevorderen. Ze doet dat onder meer via de website, waar de vijftig vensters in woord en beeld worden gepresenteerd.
De heer Slings vertelt aan de hand van enkele sheets de voorgeschiedenis van de Canon. In 1998 was er de Commissie De Wit die tot de conclusie kwam, dat het droevig was gesteld met de kennis van de hoogtepunten uit de geschiedenis. Er was behoefte aan een Canon. Daarop werd in 2001 de Commissie De Rooij ingesteld, die uit 23 leden bestond: “Opvallend dat het toen ook al 23 leden waren”, merkt de heer Slings op, refererend aan de 23 historici die onder aanvoering van Piet de Rooij onlangs per brief protest hebben aangetekend tegen de opname van de Canon in de kerndoelen. De Commissie De Rooij koos niet voor een Canon maar voor tien tijdvakken, met als doel de chronologie terug te brengen in de het geschiedenisonderwijs. In 2005 adviseerde de Onderwijsraad in ‘De stand van educatief Nederland’ toch een Canon samen te stellen. Het advies gaf aan dat er veel goed ging in het Nederlandse onderwijs, maar dat er vier belangrijke knelpunten waren, waaronder het ontbreken van een canon. Daarop werd de Commissie Van Oostrom ingesteld, die een lijst van vijftig personen, gebeurtenissen en andere onderwerpen samenstelde, waar alle Nederlanders kennis van zouden moeten hebben.
De heer Slings legt uit dat het idee van de ‘vensters’ in de Canon cruciaal is: “Een Canon kan iets discriminerends hebben. Als je geluk hebt val je er in, als je pech hebt val je er buiten. Kijk maar naar de Bijbelse Canon met 66 boeken en de rest is apocrief. Daarom heeft de commissie voor vensters gekozen. Dat betekent bijvoorbeeld dat het venster over Rembrandt dient als opstap naar andere schilders, zoals Frans Hals, Vermeer en Jan Steen, zelfs naar tweederangs schilders als De Hondecoeter.”
Hij laat de homepage van entoen.nu zien, met de afbeelding van de vijftig vensters. Elk venster heeft een tekst op kinderniveau en op volwassenenniveau en biedt ook op deze website uitzicht op meer. Wie bijvoorbeeld op het venster over de Hanze klikt, ziet in de rubriek ‘Er op uit’ een overzicht van uitstapjes die men met leerlingen kan maken naar bijvoorbeeld Deventer, Kampen, Zutphen en dergelijke. Ook zijn er bij elk venster verwijzingen naar relevante jeugdliteratuur, zoals bij de Hanze een boek van Thea Beckman. Bovendien zijn er voor elk venster drie ‘Canonclips’ gemaakt, voor groep 5/6, voor groep 7/8 en voor het voortgezet onderwijs. In de tekst voor volwassenen staan ook nog ‘vertakkingen’, in dit geval naar Amsterdam en de Hanze. Hier komen binnenkort ook de lesvoorbeelden die de SLO thans aan het maken is.
De Canon is volgens de heer Slings positief ontvangen: “Dat komt waarschijnlijk omdat we bewust hebben gekozen voor vensters en niet voor lijstjes. We hebben ons bovendien beperkt, vanuit het principe ‘less is more’. Het is geen ronkend nationalistisch verhaal geworden, maar een ontwerp dat betrokkenheid oproept. Er wordt ook aandacht besteed aan de zwarte bladzijden uit de vaderlandse geschiedenis. De Canon is geen einddoel, maar een vertrekpunt, een kapstok voor een leven lang leren.”
Hubert Slings gaat ook kort in op de discussie over het al dan niet verplicht stellen van de Canon in de Kerndoelen. Hij laat zien dat de hele discussie eigenlijk om slechts één zinnetje draait: “Kerndoel 53 voor het basisonderwijs luidt: ‘De leerlingen leren over de belangrijke historische personen en gebeurtenissen uit de Nederlandse geschiedenis en kunnen die voorbeeldmatig verbinden met de wereldgeschiedenis.’ Een vergelijkbare formulering is te vinden in kerndoel 37 voor het voortgezet onderwijs. Het voorstel dat het kabinet nu in de Tweede Kamer brengt is om aan dit kerndoel één zinnetje toe te voegen, namelijk ‘waaronder in elk geval de vijftig vensters uit de Canon van Nederland’.
Volgens de heer Slings hebben de 23 historici die zich nu verzetten tegen opname in de Kerndoelen een aantal zaken niet goed begrepen: “Onze opdracht was om een historische en culturele Canon samen te stellen. Het is dus veel breder dan het vak geschiedenis. Het is dus ook niet zo, dat de geschiedenisdocent nu verantwoordelijk is voor de behandeling van de vensters. Bovendien komt de Canon er niet bij, zoals sommigen beweren, want veel vensters staan nu al in de schoolboeken.” Binnenkort zal op de website van entoen.nu een inventarisatie komen van de plaatsen waar nu al in de methodes de vensters worden behandeld. Ook komt er een schema waarin staat aangegeven welke vensters als illustratie kunnen dienen bij elk van de tien tijdvakken.
De heer Slings eindigt zijn betoog met een opsomming van aandachtspunten voor de mensen die zich afvragen of zij ‘canonproof’ zijn:

  • Abonneer u op de nieuwsbrief van entoen.nu

  • Doe de methodecheck

  • Verzamel lesondersteunend materiaal

  • Inventariseer excursiemogelijkheden

  • Ga met collega’s om de tafel zitten

  • Overweeg een nascholingscursus.

De Canonclips


Tineke de Danschutter geeft een toelichting op de Canonclips die door IDTV zijn gemaakt. Voor elk venster zijn drie DVD’s gemaakt, voor groep 5/6, voor groep 7/8 en voor het voortgezet onderwijs. In oktober is een DVD-box met deze 150 clips naar alle scholen gezonden. Aan de clips is een jaar lang gewerkt. De teksten zijn ingesproken door Frank Groothof. In de clips wordt informatie over het verleden gecombineerd met wat leerlingen nu vinden. Ze zijn niet bedoeld als vervanging van de lesstof, maar als introductie op een les of als afsluiting van een les.
De Canonbijeenkomst in Enschede, 12 november
Burgemeester in oorlogstijd
In Enschede wordt de plenaire inleiding over de Canon verzorgd door Els Kloek. Zij is docent geschiedenis en senioronderzoeker aan de Universiteit van Utrecht. Zij maakte deel uit van de Canoncommissie onder leiding van Frits van Oostrom.
Mevrouw Kloek onderstreept nog eens dat het kleine Nederland heel veel geschiedenis en cultuur heeft: ”Dat is iets om trots op te zijn. Begrijp me goed, we hoeven echt niet trots te zijn op al hetgeen onze voorvaderen zoals hebben uitgespookt in het verleden, maar het feit dat hier eeuwen van geschiedenis en cultuur voor het oprapen liggen, is naar mijn heilige overtuiging wel iets waar we bijzonder blij en tevreden mee moeten zijn. Gelukkig is daar de laatste jaren een nieuw soort bewustzijn over gegroeid. Sinds de lancering van de canon is de belangstelling voor de Nederlandse geschiedenis en cultuur in een waanzinnige stroomversnelling geraakt. Dat gebeurt op lokale, regionale en landelijke schaal. Vooral erfgoedinstellingen spelen hierin een voortrekkersrol, en dat mag ook wel eens hardop gezegd worden. Hulde daarvoor!”
Afgelopen zaterdag was mevrouw Kloek te gast bij de lancering van de Leidse canon op een Leidse geschiedenisdag in Leiden. De canon van Leiden werd overhandigd aan minister Plasterk, die net als mevrouw Kloek Leidse roots heeft. In zijn dankrede betuigde de minister nog eens zijn enthousiasme over de beweging die de canon teweeg heeft gebracht. Met beschaafd nationalisme is niets mis, aldus de minister. En: ‘de canon is een manier om ons gemeenschappelijk erfgoed in stand te houden’. Mevrouw Kloek: “Plasterk schaarde zich expliciet achter de column die Hans Wansink net in de Volkskrant van die dag had geschreven, en waarvan de strekking was dat het Nederlandse onderwijs te lang heeft geleden onder het ontbreken van een leidende gedachte. Te lang heeft er een vrijheid en blijheid geheerst, met het gevolg dat de lesinhoud dusdanig versnipperd is geraakt, dat mensen van school af komen zonder enige kennis van de samenhang: iedere poging tot ordening heeft ontbroken.”

Op sommige scholen worden de vijftig vensters nu al gebruikt in de klas. “Wij hebben het al over de Hanze gehad”, vertelt René Becker van de Montessorischool De Wielerbaan in Enschede. “Via internet bekeken de leerlingen het informatiemateriaal en de clips die erbij horen. Wij gaan proberen het nieuwe materiaal in ons geschiedenisonderwijssysteem in te passen.” Docenten Reinier Bloemsma en Jan Meyberg van het AOC in Enschede vinden dat er door de canon wat meer lijn komt in de geschiedenislessen. “Het is goed dat de geschiedenisles zo aantrekkelijk mogelijk gemaakt wordt, want voor veel van onze leerlingen is het niet het meest populaire vak. Ze houden meer van praktijklessen.” De twee vinden het mooi dat de canonkaravaan een nieuwe impuls geeft aan de samenwerking met musea. “We hopen dat we met onze leerlingen naar De Twentse Welle kunnen. Dan maak je de geschiedenis voor leerlingen levend.”


Uit: TC Tubantia, 13 november 2008

Mevrouw Kloek vertelt dat ze zich als lid van de Canoncommissie af en toe een burgemeester in oorlogstijd voelde: “De opdracht, zo hield men mij voor, was geschreven met een pen die gedoopt was in de inkt van benauwend nationalisme. Toen ons rapport uitkwam, resoneerden die bange verwachtingen nog wat na, maar toch domineerde al snel de positieve ontvangst. En terecht, want al die scepsis bleek ongegrond.”

Mevrouw Kloek loopt nog eens een aantal verwijten langs. Op het eerdere verwijt van nationalisme antwoordt Els Kloek: “De canon bleek duidelijk niet nationalistisch. Wie zelfgenoegzaam tromgeroffel over ‘typisch Nederlandse identiteit’ weet aan te wijzen: ik hoor het graag, ik kan het niet vinden. “ Ze vervolgt: “En laat ik nu een ding is duidelijk stellen: een gebeurtenis uit het verleden als zodanig kan nooit chauvinistisch zijn. Hooguit de mogelijke boodschap die daaraan wordt verbonden. En natuurlijk gaat de canon ook over identiteitsvorming. Maar kan een samenleving helemaal zonder? Mensen moeten het gevoel hebben ergens bij te horen, en zo hebben we de canon ook geprobeerd op te zetten: niet om mensen uit te sluiten, maar juist om iedereen in te sluiten. Als er niets is, kun je ook nergens bij horen.”

Op het verwijt van geslotenheid reageert ze: “Met onze nadruk op vensters en vertakkingen was ons voorstel juist uitgesproken open. We wilden iets dynamisch maken, niet iets dichtgetimmerd. Dat is natuurlijk lastig met een ‘canon’, maar volgens mij is het ons gelukt.” Ook valt het met de gerichtheid op Nederland reuze mee. Heel bewust hebben we ervoor gekozen Nederland in een internationale context te plaatsten: 22 van de vijftig vensters gaan niet over Nederlandse onderwerpen.”

Ook het verwijt van staatspedagogiek is niet terecht: “Iets is volgens mij pas staatspedagogiek als de boodschap door de staat wordt voorgezegd. Als we bijvoorbeeld hadden voorgeschreven dat Willem van Oranje geëerd moet worden als de vader des vaderlands, omdat hij door God is gezonden om ons land te bevrijden van de Spaanse overheerser, dan is dat staatspedagogiek. Maar als wij via het levensverhaal van Willem van Oranje kinderen willen uitleggen waarom er in de zestiende eeuw een burgeroorlog heeft gewoed in dit land en dat Nederland daarom zo vroeg een republiek is geworden, lijkt me dat niets met staatspedagogiek te maken hebben. Dat is gewoon historische bagage die je kinderen probeert mee te geven, sterker nog: waar ze recht op hebben, zodat ze iets weten van de merkwaardige geschiedenis van het land waarin ze wonen”.
Mevrouw Kloek gaat in haar betoog ook in op de het bezwaar dat de 23 historici aantekenden tegen het opnemen van de Canon in de kerndoelen: “Discussie over de canon is goed, heel goed, maar dit is slechts een achterhoedegevecht. Dit debat raakt niet de kern van de canongedachte.”

Zij denkt dat de meeste van deze 23 historici het in grote lijnen met de Canoncommissie eens zijn: “Ook zij staan namelijk op het standpunt dat er te veel is gehamerd op inzicht en te weinig op kennis, en dat juist die historische verhalen en iconen zich uitstekend lenen om kinderen in aanraking te brengen met het verleden, en dat er weer meer aandacht besteed moet worden aan chronologie, niet omdat men rijtjes jaartallen uit het hoofd moet leren, maar omdat chronologie een hulpmiddel is om die enorme hoeveelheid geschiedenis te ordenen. Pas met ordening kun je er ook wat mee, anders blijft het verleden een leeg ding, iets van vroeger, iets dat voorbij is en daarom eigenlijk geen zinvolle kennis is. Kortom: volgens mij zijn we het hierover eens, en toch wordt nu de indruk gewekt alsof wij vechtend over straat gaan.”

Mevrouw Kloek roept de ondertekenaars daarom op om hun strijd positiever aan te pakken: “Het leren van tien tijdvakken met kenmerkende aspecten is nuttig, maar is als doel op zich toch wel erg karig. Het ging er juist om dat de samenhang ontbrak, en dat er geen consensus meer was over wat een Nederlands schoolkind zoal zou moeten weten over de geschiedenis van het land waarin hij woont. Dat heeft niets benauwends. Het is juist didactisch nuttig om de eigen omgeving als uitgangspunt van de geschiedenislessen te gebruiken. Zeker, we mogen de geschiedenisleraren niet overladen, maar ik zie nog steeds niet dat het idee van de tijdvakken haaks staat op het idee van de canon. In tegendeel. Wij hebben geprobeerd die tijdvakken te vullen. Piet de Rooij noemt de canon een zak met aardappelen, maar je zou ook kunnen zeggen dat hij met tien lege boodschappentassen staat.”

Quiz
Tijdens alle drie de Canonbijeenkomsten zingen Dennis en Wilma uit Den Haag een aantal liedjes die refereren aan de Canon, waarbij ze zichzelf begeleiden op gitaar, cello en accordeon. Ook spelen zij met de aanwezigen in de zaal de Canonquiz. Dennis heeft daarvoor vier fraaie panelen gemaakt, waarop de vensters van ‘Veelkleurig Nederland’, ‘Den Hanze’, ‘Kinderarbeid’ en ‘De crisisjaren’ staan afgebeeld. Bij alle vier vensters hebben ze een speciaal lied gecomponeerd.

De aanwezigen moeten vragen beantwoorden zoals: ‘met welk scheepstype vervoerde de Hanzesteden hun goederen? ‘, ‘welke goederen werden verhandeld?’, ‘noem twee takken van industrie in Overijssel waar veel kinderarbeid voorkwam’ en ‘welke wet rekende definitief af met kinderarbeid in Nederland?’. In Hasselt verloopt de quiz nog erg chaotisch, maar tijdens de volgende bijeenkomsten is de organisatie iets strakker. Sommige aanwezigen blijken over een grondige kennis van de geschiedenis van Overijssel te beschikken.



“Wij maken gebruik van de methode Topondernemers. We willen dat kinderen zoveel mogelijk leren uit ervaringen. Daarom willen wij met geschiedenis meer op de omgeving inspelen en in feite onze eigen Topondernemers maken.”
Leerkracht basisonderwijs

Informatiemarkt
Op elke locatie in Overijssel is er steeds een levendige informatiemarkt. KCO (Kunst & Cultuur Overijssel) toont veel materiaal dat gebruikt kan worden voor erfgoededucatie. Veel van het materiaal is gratis voor de aanwezigen. Zo zijn er een fraaie lesbrieven over de Moderne Devotie in Deventer, Wonen in het Vechtdal en Industrie in Hengelo. Op de kaart met Culturele Toppers in Overijssel staan meer dan dertig Culturele Erfgoed Toppers, zoals de langste sigaar van Europa in het Kamper Tabaksmuseum, het oudste stenenhuis in Deventer en het oudste Moslimgraf van Nederland. Er is een digitale lessenserie over Vrijheid beschikbaar. Ook ligt er de Museumkijkwijzer, een praktische museumgids waarin grensoverschrijdende museuminformatie wordt aangeboden; dit varieert van informatie over routes, wandelingen, activiteiten en evenementen tot praktische museuminformatie.
Het Historisch Centrum Overijssel (HCO) presenteert haar educatieve projecten. Voor het basisonderwijs zijn dat bijvoorbeeld ‘Huizendetectives Sherlock Holmes’ (waarbij leerlingen de geschiedenis van een pand onderzoeken aan de hand van allerlei bronnen), ‘Je woonplaats in oude films’ en ‘Kijk mijn wijk’ (waarin leerlingen aan de hand van historische bronnen onderzoek doen naar de geschiedenis van de Zwolse wijk Holtenbroek). Voor het voortgezet onderwijs zijn er leskisten over de Tweede Wereldoorlog en maken leerlingen aan de hand van een digitaal oorkondespel kennis met de Zwolse Middeleeuwen.
Entoen.nu toont materiaal dat gebruikt wordt om de belangstelling voor de Canon te stimuleren, zoals de duimstok met de vijftig vensters van de Canon, de Canonpuzzel en het Canonbordspel.
Anno heeft op alle bijeenkomsten de fraaie maar loodzware sjoelbak opgesteld met de tien tijdvakken van De Rooij; in de pauzes kunnen de deelnemers de kans waarnemen om gratis een potje te sjoelen en zo persoonlijk te ervaren dat de vijftig vensters van de Canon (de sjoelstenen) goed te combineren zijn met de tien tijdvakken (de tien vakken).
Maar afhankelijk van de plaats van de bijeenkomst zijn er ook andere culturele instellingen aanwezig, zoals de Eendenkooienstichting, de Veldschuur (informatiecentrum voor natuur en historie in Rouveen) en het Gemeentearchief in Kampen. Het Gemeentearchief Kampen toont educatieve materialen voor het (basis)onderwijs, zoals de lesbrief ‘Tussen IJssel en Vijzel, de stille witte wereld van Hendrick Averkamp’ en workshops over lezen en schrijven in het verleden (‘Van Kroontjespen tot computer’), het verleden en heden van je eigen woonplaats en een educatieve GPS-ontdekkingstocht in een wederopbouwwijk. De Veldschuur heeft lessen beschikbaar over archeologie (‘Wat is een archeoloog?’, waarbij kinderen zelf aan de slag gaan met een metaaldetector of grondboor) en over het kloosterleven (‘Ora et labora … bid en werk’, over het ontstaan van het Zwartewaterklooster).
In Olst staat onder andere een prachtige leskist over Leven in overgrootmoederstijd. De kist bevat niet alleen een knipbeursje met centen, leien, griffels, een legpuzzel, oude foto’s, inktpotten, inktlappen en een strijkijzertje van koper, maar ook een CD met een handleiding voor de leerkrachten hoe deze kist in de klas te gebruiken. De scholen kunnen de leskist bij de bibliotheek van Olst-Wijhe lenen, tegen betaling van vijftig euro borg. Aansluitend kunnen leerlingen in de Oudheidkamer van ’t Olster Erfgoed actief aan de slag in het winkeltje, het schooltje en dergelijke.

Ook is er een leskist over de Havezaten in Overijssel en staat er ‘de Koe van Mina’, een project voor groep 3/ 4. Leerlingen kunnen na het werken met deze leskist op de IJsselhoeve kennis maken met wassen op de ouderwetse manier.

“In Olst en Wijhe speelde zich de afgelopen jaren een van de projecten van Erfgoed à la Carte in Overijssel af. Daar hebben we veel aan gehad, ook door de begeleiding van KCO en de adviezen die we van scholen kregen. Vroeger hadden we een lange rondleiding voor kinderen. Nu hebben we dat gesplitst in vier korte momenten van steeds twintig minuten in de winkel, in het schooltje enzovoorts. Daardoor is het veel levendiger geworden voor de kinderen en zijn we zelf als rondleiders ook minder moe. We zijn als onderdeel van het project ook met elkaar naar Nijmegen en Oss geweest. In de bus zaten vertegenwoordigers van de scholen en van culturele instellingen. We moesten steeds rouleren, zodat iedereen met elkaar kennismaakte. Daardoor hebben we contacten gelegd die ook voor andere projecten zeer waardevol zijn.”
Medewerkster Historische Vereniging Wijhe

Het Oale Meestershuus uit Slagharen beschikt, ook voor onderwijsdoeleinden, over een stijlkamer, een schoolklas, een grootmoeders keuken en een grutterswinkel. Kinderen kunnen zich achter het museum vermaken met kinderspelen uit grootmoeders tijd, zoals hinkelen, hoepelen en steltlopen.

“Wij zijn van plan binnenkort een brief naar alle scholen in de gemeente te sturen. In de brief geven we aan dat we bij deze Canonbijeenkomst zijn geweest en vragen aan de scholen: wat kunnen we doen om hiermee verder te gaan gaan.
Bestuurslid Oale Meestershuus, Slagharen

Workshops1
Tijdens elk van de drie Canonbijeenkomsten in Overijssel werden workshops gehouden voor de aanwezigen, in totaal bijna twintig. Sommige workshops werden op alle drie bijeenkomsten gehouden, andere alleen speciaal in Hasselt, Olst of Enschede. Hieronder volgt een impressie van een aantal van die workshops.
Wiesje&Pietje, weeskinderen in Quintus
Deze workshop wordt verzorgd door Margreet Vink van het Gemeentearchief Kampen.

Het project Wiesje&Pietje, weeskinderen in Quintus sluit aan bij het venster over de Eerste Wereldoorlog. Het is ontwikkeld naar aanleiding van een cursus die is gevolgd bij Kunst & Cultuur Overijssel voor instellingen die lesmaterialen en lesprogramma´s aan scholen willen aanbieden. Er waren in Kampen twee weeshuizen, het Groot Burgerweeshuis en het Burgerweeshuis. Over de laatste gaat het project. Het was een armenwerkhuis om kinderen van de straat te houden. De kinderen werden vanaf een leeftijd van 3 jaar in het huis geplaatst, jongere kinderen werden aan gezinnen uitbesteed. In de gevel is nog een ornament zichtbaar van twee weeskinderen. Wiesje en Pietje zijn twee kinderen die in het weeshuis hebben geleefd in het Kampen van rond 1900. De schoolkinderen gaan in het project uitzoeken wie deze kinderen waren en wat het leven in het weeshuis inhield. Er staan verschillende opdrachten op papier die ze moeten invullen met behulp van originele bronnen en kopieën. Daardoor komen de kinderen in contact met oude stukken uit het archief en leren wat men in een archief kan opzoeken.


De opdrachten zijn onderverdeeld in verschillende thema´s:

Thema A Wie waren er de baas?

Thema B Wie woonden er?

Thema C Wat gebeurde er met de vluchtelingen?

Thema D Welke regels golden er?

Thema E Hoe zag ze eruit?

Thema F Wat leerden ze er?
Tijdens de workshop werd getest of de leraren het materiaal geschikt vonden voor de eigen klas, dus de gestelde doelgroep. Er kwam een waardevolle informatiewisseling op gang, waarbij het onderwijs tips gaf aan de erfgoedinstelling. Sommige oude handschriften waren te moeilijk om te lezen en sommige bronnen moesten duidelijker aangewezen worden in de opdracht, om de benodigde informatie te vinden. Bij het ontstaan van een onderwijsprogramma is de uitwisseling tussen onderwijs en erfgoed van belang, hierdoor sluit het aangebodene perfect aan op het onderwijs. Het maakt het aangeboden programma tevens heel interessant voor de doelgroep, omdat die bij het maken van het programma input heeft kunnen geven, waardoor ze echt iets aan het programma hebben.

Een format voor een lokale canon
Jos Mooijweer, IJsselacademie geeft de workshop over een format voor een lokale canon. De IJsselacademie is een onderzoeksinstituut en kenniscentrum voor taal, geschiedenis en traditie in Overijssel. Het instituut legt streektaal vast in grammatica’s, woordenboeken, verhalen- en gedichtenbundels. De streektaalconsulent ontwikkelt en ondersteunt (onderwijs) projecten. De IJsselacademie brengt de geschiedenis van de directe leefomgeving aan het licht door onderzoek en legt het vast in publicaties (meer informatie: www.ijsselacademie.nl).

De IJsselacademie heeft het voornemen om plaatselijke/ regionale Canons voor Overijssel te maken. Zij wil een format voor een site samenstellen, zodat lokale erfgoedinstellingen de canon plaatselijk of regionaal kunnen invullen onder begeleiding van een projectleider van de IJsselacademie. De site is al ontwikkeld in Gelderland.

Het projectvoorstel wordt voor eind december bij de Provincie Overijssel ingediend. Voor Twente wordt samenwerking gezocht met Twentse Welle en voor de ontwikkeling van het lesmateriaal met Kunst & Cultuur Overijssel.

“Wij werken op onze school met traditionele methodes. Maar de eigen omgeving is veel spraakmakender. Zo zijn er in Steenwijk prachtige vestingwerken. Daarom willen wij de Canon er bij doen.”


Leerkracht basisonderwijs

De wensen ten aanzien van het format zijn gepeild tijdens een provinciale conferentie van erfgoedinstellingen. Wanneer het projectvoorstel wordt aangenomen zal er een startbijeenkomst worden georganiseerd en zullen de diverse kanalen worden geïnformeerd.

Het is een open source zodat plaatselijk door historische verenigingen en anderen kan worden gewerkt aan de invulling onder redactie van de projectleider. Het onderwijs wordt bij de invulling van de canon betrokken, doordat in samenwerking met Kunst & Cultuur Overijssel lesmateriaal wordt ontwikkeld. De site is in eerste instantie bedoeld voor die gemeenten die niet in de gelegenheid zijn om dit op te pakken. Financiële middelen moeten komen van de provincie Overijssel en van de gemeenten in het werkgebied.
Het blijft lastig om als culturele instelling bij het onderwijs binnen te komen. Wij hebben geleerd dat je de scholen moet betrekken bij een onderwijsproject, maar dat je niet alleen met de directeuren maar vooral met de leerkrachten moet overleggen.
Sijmen de zeeman

Eefje Bols van Museum Schoonewelle te Zwartsluis geeft een workshop op de locatie van de kalkovens in Hasselt. In 1990 sloot hier de laatste nog brandende schelpkalkbranderij van West-Europa haar poorten. Dit betekent dat aan het ambacht van kalkbranden een einde is gekomen. Om dit industrieel erfgoed in stand te houden zijn de kalkovens gerestaureerd, zodat het nu als industrieel monument kan blijven bestaan.

Schoonewelle Centrum Natuur en Ambacht bestaat dit jaar vijftig jaar. In Schoonewelle zie je de relatie tussen natuur en mens. De collecties worden op een natuurlijke, kunstzinnige en educatieve wijze samengesteld. Naturalia en collecties waarin het natuurambacht wordt getoond zijn gedocumenteerd door aquarellen van de Zwartsluizer kunstenaar Weijs.

Sijmen de Zeeman is gemaakt voor de basisschool groep 7 en 8 en duurt 2 tot 2½ uur. Het project is gemaakt voor Zwartsluis, maar kan ook in verkorte en aangepaste versie worden aangeboden. Het sluit aan bij het venster uit de Canon over de Hanzesteden in de lage landen. Sijmen maakt per schip een wereldreis. Hij vertrekt uit Zwartsluis en komt via Letland, Noorwegen, Schotland, Brazilië en andere landen uiteindelijk weer in Zwartsluis terug. De kinderen krijgen een kaart waarop ze de route kunnen aangeven. Sijmen heeft een geschenk meegenomen voor de burgemeester. Het cadeau zit in een kist. Als hij weer teruggekeerd is in Zwartsluis moet zijn thuiskomst worden gevierd. En dan blijkt de kist te zijn verdwenen. De route die door Sijmen in Zwartsluis wordt gelopen is ook via een kaart te volgen.


Het programma bestaat uit 9 opdrachten:

  1. Het verhaal voor de hele groep.

  2. Roofvogels en uilen.

  3. Vlinders en insecten.

  4. Vissen.

  5. Visserij en tagrijn.

  6. Schelpen en koralen.

  7. Trekvogels.

  8. Scheepvaart, vervoer, vaarwegen.

  9. Eindopdracht: via kaarten de schat zoeken.


Oorlog dichtbij huis
Deze workshop wordt gegeven door Marlies Mencke van het Historisch Centrum Overijssel en (in Olst) Janneke Meijer die werkzaam is in het basisonderwijs in Nijverdal. Oorlog dichtbij huis is een project van het Herinneringscentrum Westerbork, dat vertaald wordt naar de lokale situatie. In Overijssel zijn er nu vier uitgewerkte lokale varianten, waarvan de eerste in Hellendoorn en de meest recente in Steenwijk. Het Historisch Centrum Overijssel zorgt voor historische bronnen. Voor elk van de vier project is er een lokale partner, zoals de openbare bibliotheek. Het project heeft vier kenmerken:

  • Het gaat over de Tweede Wereldoorlog in de eigen omgeving

  • Er wordt gewerkt met authentiek bronnenmateriaal (leerlingen leren zo te werken met bronnen, zoals foto’s)

  • Het project kent actieve werkvormen, bijvoorbeeld een fietstocht langs bepaalde plaatsen, waar op elke plek iets wordt verteld over de oorlog

  • Het sluit aan bij de lesstof op school.

“Zo’n project als Oorlog dichtbij huis maakt de oorlog heel concreet voor de leerlingen. Daarom spreekt het mij ook zo aan. Nu heb je alleen de verhalen van oma en opa, maar dat houdt ook een keer op. Zo gaat het voor de kinderen meer leven.”


Leerkracht basisonderwijs

In Hellendoorn zijn de thema’s:



  • Monumenten en herdenken

  • Rijkswerkkamp Twilhaar

  • Neergestorte vliegtuigen

  • Afschietinstallaties V1 en V2

  • Bombardement op Nijverdal

  • Verzet

  • Joodse familie: fa. Samuel

  • Bezoek tentoonstelling in minimuseum.

Marlies Mencke en Janneke Meijer vragen aan de aanwezigen bij elk thema antwoord te geven op drie vragen:



  • Hoe sluit dit aan bij de methode? (voor scholen)

  • Hoe sluit dit aan bij de eigen collectie (voor instellingen)

  • Wat is de meerwaarde van een dergelijk project?

De workshopdeelnemers concluderen dat een dergelijk project met concrete thema’s kan helpen om scholen en instellingen nader tot elkaar te brengen. Daarbij kan men het beste klein beginnen, bijvoorbeeld als instelling eerst alle leerkrachten van groep 7/8 persoonlijk benaderen en kijken of men iets voor deze groep kan ontwikkelen. Als thema kiest men dan bij voorkeur een onderwerp waarmee de leerlingen in die groepen toch al bezig zijn. De Canon biedt met zijn vensters dergelijke concrete onderwerpen. Als instelling moet men zich dus afvragen welke vensters in de Canon passen bij de eigen collectie.


Ontwerp een canonles
Moniek Warmer geeft op alle drie Canonbijeenkomsten in Overijssel een workshop over het ontwerpen van een Canonles. De deelnemers aan de workshop blijken allerlei redenen te hebben om met de Canon te willen werken, zoals:

  • De huidige methode bevalt niet, we willen graag de canon gebruiken als nieuwe methode

  • Leren uit ervaring is belangrijk, we willen graag de canon gebruiken als richtlijn en verder een eigen invulling geven

  • Zonder verleden geen toekomst

  • De eigen leefomgeving is vaak veel spraakmakender, de canon dient daarbij als richtlijn

Moniek Warmer deelt krantenknipsels uit aan de deelnemers en geeft daarbij opdrachten.

De eerste opdracht luidt: zoek een canonvenster bij het gegeven krantenartikel. Bij het artikel over ‘Welvaart en hoogmoed op de Zuidas’ kan dat het Canonvenster over de Gouden Eeuw zijn. Bij het artikel over soldaten de Canonvensters van de verschillende oorlogen. Het artikel over de treinkaping de Canonvenster van de slavenhandel, VO en televisie, over e-mailen bij het Canonvenster over het eerste Nederlandse schrift, het artikel over angst en hebzucht bij de Canonvenster over crisisjaren, euro en VOC en het artikel over hulp kinderen onder de maat bij het Canonvenster kinderarbeid.
De tweede opdracht is: kies met behulp van de huidige methodes canonvensters die geschikt zijn voor groep 6, 7 en 8 en let op welke activiteiten daarbij aansluiten in de regio.

Gekozen worden onder andere:



  • Middeleeuwen, omgeving Steenwijk, vestingwerken, Hanze, gilden, kerken, straatnamen, boekdrukkunst en stadsrechten

  • Gouden tijden VOC, bijvoorbeeld museum Bronbeek

  • Scheepvaartgeschiedenis, binnenvaart en geschiedenis (koppeling met bijvoorbeeld aardrijkskunde)

Moniek Warmer geeft tot slot een aantal tips aan de instellingen:



  • Liever geen rondleiding geven

  • Laat leerlingen werken in groepjes

  • Geef ze een opdracht, iets te doen

  • Laat de leerlingen zelf vertellen over dingen in het museum

  • Speel in op verschillende manieren van leren, kijken, schrijven, zoeken en vinden, ervaren enz.

  • Zorg voor een duidelijke rol van de vrijwilliger of medewerker. Geef deze persoon een toevoegende rol.


Archeologische vondsten en het Zwartewaterklooster
Deze workshop vindt plaats in het oude raadshuis van Hasselt. Dit prachtige, middeleeuwse pand brengt de bezoekers meteen bij binnenkomst al in de mysterieuze sfeer van de middeleeuwen. De workshop wordt ingeleid door Fré Spijk. Na een boeiende uiteenzetting over het ontstaan van het Zwartewater Klooster gaat de workshop vloeiend over op de religieuze geschiedenis van het Hasselt van de middeleeuwen. Daarbij worden er grondvondsten gepresenteerd die allemaal een eigen verhaal vertellen over de opvattingen omtrent de religieuze opvattingen uit die tijd. Het is interessant om te zien hoe vaardig de vertellers de regionale historie verbinden aan bekende archeologische gegevens.

Ook wordt er ingegaan op de slag van Ane, een veldslag in 1227 tussen een ridderleger van de bisschop van Utrecht en de troepen van burggraaf van Coevorden. Interessant feit is dat in de ruimte waar de workshop aangeboden wordt, er ook daadwerkelijk oude schilderingen van de slag hangen.

De workshop wordt vervolgd met een practicum van Hanneke Rademaker, die rondgaat met geneeskrachtige planten die in de middeleeuwen veel gebruikt werden; denk bijvoorbeeld aan Hemelssleutel, dat gebruikt werd als ‘pleisterplant’ en Lieve Vrouwenbedstro, dat gebruikt werd om de pest te weren.

Tot slot wordt de workshop afgesloten met een instructie kalligraferen, waarbij de deelnemers van de workshop kennis kunnen maken met het middeleeuwse schrift en de middeleeuwse initialen.



“Ik heb het tijdens de Canonbijeenkomsten zien gebeuren. Er wordt in de workshops gewerkt en informatie uitgewisseld. Mensen stellen zichzelf en elkaar vragen: Wat heb ik te bieden? Waar hebben wij als school behoefte aan? Wat kunnen we voor elkaar betekenen?”
Yolanthe van der Ree



1 Met dank aan de medewerkers van Kunst&Cultuur Overijssel die verslagen maakten van de workshops.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2016
stuur bericht

    Hoofdpagina