De collectie



Dovnload 16.62 Kb.
Datum28.08.2016
Grootte16.62 Kb.
DE COLLECTIE
Het Gallo-Romeins Museum is historisch gegroeid uit collecties die vanaf de 19de eeuw in en rond het Romeinse Atuatuca Tungrorum, het huidige Tongeren werden opgegraven. Tongeren – als enige Romeinse stad in Vlaanderen - en zijn hinterland zijn van uitzonderlijk belang voor de geschiedenis van Vlaanderen. De rijkdommen van het archeologisch patrimonium getuigen hiervan. Ook nu nog bestaat de ondergrond er uit Romeinse lagen van soms wel vier meter dik. De collectie van het Gallo-Romeins Museum is ontstaan en opgebouwd rond dit gegeven. Het verhaal van het Romeinse Atuatuca Tungrorum en haar hinterland kan echter niet verteld worden, zonder de voorgeschiedenis van de regio en de ‘afloop’ te verhalen.

De collectie, in totaal zo’n 170.000 objecten, bestaat in essentie uit drie grote eenheden:


• Prehistorie (Steentijd & Metaaltijden)

• Gallo-Romeinse periode

De Merovingische periode
De collectie in haar geheel geeft een goed overzicht van de bewoningsgeschiedenis van de regio vanaf de komst van de eerste mensen tot en met de Merovingers. Ze is – mutatis mutandis – representatief voor de vroege geschiedenis van ons land. Zo zijn de vondsten van de oudste vindplaats van België, zo’n 300.000 jaar oud, samen met bijvoorbeeld het grootste depot van bronzen bijlen en de grootste Keltische goudschat van België, in het museum vertegenwoordigd. Het hoeft verder geen betoog dat de belangrijkste vondsten uit de Romeinse periode uit het Tongerse komen. Ten slotte wordt het vroegste christelijke graf van België, een dubbelgraf dat in de 19de eeuw in Koninksem-Tongeren ontdekt werd, vanaf 2009 terug in Tongeren tentoongesteld. De collectie is nooit afgesloten. Ze wordt constant aangevuld, telkens er relevant materiaal ontdekt wordt.
De collectie die aan het publiek getoond wordt is geenszins een statisch maar een actief, dynamisch gegeven. Ze bestaat uit 2500 objecten. De overige archaeologica worden geborgen in de reserves en zijn op afspraak te bezichtigen en te bestuderen door onderzoekers; regelmatig worden objecten uit het depot in de publiekscollectie opgenomen.
De kerncollectie wordt gevormd door vondsten uit het Romeinse ‘Atuatuca Tungrorum’ en uit zijn omgeving. De laatste jaren zijn er echter belangrijke inspanningen gedaan om ensembles van nationaal, maar ook van internationaal belang te verwerven.
Zo kon het Gallo-Romeins Museum de laatste decennia vele vondsten van uitzonderlijk belang verwerven. De vondsten van de belangrijkste kampen van Neanderthalers (Veldwezelt en Kesselt) zijn vanaf nu te bewonderen in het Gallo-Romeins Museum. In 1995 bereikte de Koning Boudewijnstichting via haar fonds voor Roerend Cultureel Erfgoed met de rechtmatige eigenaars een overeenkomst voor de verwerving van het ‘Bronsdepot van Heppeneert’. Het gaat hier om het belangrijkste depot met bronzen bijlen uit België. De Koning Boudewijnstichting gaf

het in bruikleen aan het Provinciaal Gallo-Romeins Museum. In 1997 kon het Provinciaal Gallo-Romeins Museum, met steun van de Afdeling Beeldende Kunsten en Musea van het Departement Cultuur (Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap) het Keltisch gouddepot van Beringen aankopen. In 2001 verwierf het PGRM, met de steun van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, het gouddepot van Heers of de zgn. ‘Schat van Ambiorix’: het is een ensemble van 94 gouden Keltische staters (munten), w.o. munten van de Eburonen, de Nerviërs, de Trevieren en de Bellovaci. Voor de Gallo-Romeinse afdeling kon het PGRM een belangrijke gouden ring met intaglio van keizer Commodus verwerven. Daarnaast werd een bronzen balsamarium in de vorm van een leren laarsje, samen met vijf speelschijfjes uit witte glaspasta aangekocht. Dit grafensemble uit de gemeente Hoeselt is een uniek gegeven. Uit het hele Romeinse Rijk kennen we totnogtoe slechts een vijftal vergelijkbare vondsten. De nieuwe opstelling kan verder aangevuld worden met een loden staaf met titulatuur van keizer Tiberius die in 2008 ontdekt werd in de Vermeulenstraat van Tongeren. In 2006 werd een vondst van nationaal belang, namelijk de vroegchristelijke tombe van Koninksem (Tongeren) verworven om in de nieuwe publiekspresentatie te kunnen opnemen. Dit graf is één van de belangrijkste Vroeg-Christelijke getuigenissen van West-Europa.


Een greep uit enkele belangwekkende collectiestukken:
Bronsdepot van Heppeneert - Maaseik

(8ste-7de eeuw v. Chr.):

Dit depot bevat 47 bronzen ‘kokerbijlen’ en een bronzen lanspunt, en is daarmee de grootste dergelijke schat van de Benelux. De meeste bijlen zijn uit Noord-Frankrijk –de zogenaamde ‘Plainseau-cultuur- afkomstig en dateren uit de overgang bronstijd naar de ijzertijd. Een sluitende verklaring voor dergelijke vondsten is er nog steeds niet. De meeste specialisten denken dat het rituele offers voor de goden zijn. Opmerkelijk is zeker dat de meeste van dergelijke schatten vlak bij het water, bij rivieren of vennetjes, ontdekt werden.


Keltische grafvondsten van Wijshagen- Meeuwen-Gruitrode

(5de – 4de eeuw v. Chr.)

Deze Keltische grafvondsten werden tijdens een opgravingscampagne in 1986 – 1987 ontdekt. Deze vaten, twee ‘situlae’ en een ‘cista’ werden telkens als urne in een grafheuvel van een rijk stamhoofd bijgezet. Ze zijn afkomstig uit de Moezelstreek en uit Noord-Italië. Het zijn voorwerpen die typisch zin voor de Keltische cultuur. Waarom de locale stamhoofden van Wijshagen contacten onderhielden met de Kelten weten we niet. Misschien verhandelden ze locale producten als huiden of vee tegen prestigieuze Keltische voorwerpen. In het kerngebied van de Kelten werden dergelijke voorwerpen tijdens rituele plechtigheden gebruikt voor het mengen van wijn met water.


Keltisch gouddepot Beringen van Beringen

(einde 2de eeuw v. Chr.)

Deze gouden objecten – verschillende halssieraden, een fragment van een armband en 25 munten werden toevallig tijdens de bouw van een woning ontdekt. Het is meer dan waarschijnlijk een ritueel depot, al weten we niet welke gunst men met deze

offergave van de goden trachtte te verkrijgen. Opmerkelijk is wel dat we doorheen Europa een tiental dergelijke schatten met een bijna identieke samenstelling kennen.

De meeste munten zijn zogenaamde ‘regenboogschoteltjes’ uit Centraal-Europa. Enkele munten behoren allicht tot de vroegste munten van de nog prille Eburonengemeenschap.


Keltische muntschat van Heers

(midden 1ste eeuw v. Chr.)

Deze schat bevat 78 gouden munten van de Eburonen, 21 van de Nerviërs, 1 van de Trevieren en 1 van de Bellovaci. Ze werden toevallig op een akker aangetroffen. Het is de grootste Keltische Muntschat die tot nog toe in België ontdekt werd. De verleiding is groot om de vondsten in verbinding te brengen met de opstand van de Eburonenkoning Ambiorix tegen de legioenen van Julius Caesar. Ambiorix versloeg in de winter van 54 – 53 v. Chr. Namelijk twee Romeinse legioenen. Hij deed dit met de hulp van andere stammen, namelijk de Nerviërs en de Trevieren.


Balsamarium in de vorm van een Nubisch hoofdje uit Vlijtingen – Riemst

(2de eeuw)

Dit balsamarium, een zalf- of olievaatje, is allicht afkomstig van een rijke grafuitzet van een Romeinse herenboer. Het moet voor de mensen uit de regio, die pas in aanraking gekomen waren met de Romeinse cultuur, wel een vreemde verschijning geweest zijn. Via de Romeinen maakten de locale bewoners kennis met de wijde wereld. In mediterrane streken was het gebruikelijk dat Afrikaanse slaven in de openbare badhuizen tewerkgesteld werden. Vandaar ook de relatie balsamarium – Nubiër.



Jupitergigant van Tongeren
(2de eeuw)

Deze sculptuur van een ruiter die een groep giganten – schrikwekkende reuzen met een slangenlichaam – overwint, werd opgegraven op het tempelterrein aan de noordkant van Tongeren. In de Romeinse tijd stond hier de grootste tempel uit het noordelijk gedeelte van Europa. De ruiter houdt een bundel bliksemschichten vast, en beeldt hiermee de god Jupiter uit. De giganten zijn de zonen van Moeder Aarde die in opstand zijn gekomen tegen de goden. Het beeld drukt hiermee de overwinning van het goede op het kwade uit, maar allicht ook de triomf van de keizer in zijn strijd tegen de ‘barbaren’. Dergelijke Jupitergigantenbeelden die voorkomen in de Benelux, in Noord-Frankrijk en in Zuidwest-Duitsland, zijn een typische inheemse creatie.
Tongeren-glascollectie

Buiten de Romeinse stadsmuren werden vanaf de 18de eeuw honderden graven ontdekt. In de Romeinse tijde waren er twee grote necropolen. Eén aan de zuidwestkant van de stad, een tweede aan de oostelijke zijde. De graven van Tongeren behoren tot de rijkste uit Noordwest-Europa. Het Gallo-Romeins Museum bezit een opvallend rijke glascollectie. De meeste van deze objecten zijn afkomstig uit rijke graven. Tongeren kende zelf geen eigen glasproductie. Het meeste glas is afkomstig uit Keulen. Het transport van Keulen naar Tongeren verliep via de belangrijkste heerbaan in het noorden, de weg van Keulen naar Boulogne-sur-Mer.


Vroegchristelijke’ tombe van Koninksem – Tongeren

(4de eeuw)

Deze tombe – in feite een dubbelgraf – werd in 1880 in een leemgroeve ontdekt. De vondst sloeg in als een bom. Op de overigens prachtige muurschilderingen vielen guirlandes en duiven te bewonderen. Onmiskenbaar een christelijke symboliek, dacht men toen. Omdat er in Tongeren nog geen archeologisch museum was, werd de tombe overgebracht naar Luik, de toenmalige bisschopszetel. In 2006 kon het Gallo-Romeins Museum dank zij de medewerking van de ‘Trésor de la Cathédrale de Liège’ de tombe terug naar Tongeren terug laten keren. Voor het eerst sinds bijna 130 jaar is de tombe na een intense restauratiecampagne terug te bewonderen op de plaats waar ze ontdekt werd. De vondst speelde een belangrijke rol in de discussie over de vroegste christianisering van ons land. Tegenwoordig weten we dat de iconografie op het graf ook in vroege, niet-christelijke graven voorkomt. De discussie over het christelijke karkater is dus nog niet gesloten, en is onderwerp van verder onderzoek.










De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina