De Courant waarin opgenomen het Dagblad “De Echo”, 31e jaargang. Bureaux: N. Z. Voorburgwal 361–365, Amsterdam. Interc. Telefoonnr. 1304 en 9211. Dit blad verschijnt elken dag, behalve op Zon- en Feestdagen



Dovnload 66 Kb.
Datum25.07.2016
Grootte66 Kb.
DONDERDAG 18 APRIL 1912

De Courant

waarin opgenomen het Dagblad “De Echo”, 31e jaargang.

Bureaux: N. Z. Voorburgwal 361–365, Amsterdam. Interc. Telefoonnr. 1304 en 9211. Dit blad verschijnt elken dag, behalve op Zon- en Feestdagen.
[pagina 1, kolom 1]
BUITENLAND.

De ramp der “Titanic”.



Aan boord der “Carpathia”
BERLIJN, 17 April. (Per telefoon.) Uit Montreal seint men 3.05, Oost-Amerikaansche tijd is 9.05 Dinsdagavond,: De Cunard-Line publiceerde het volgende draadlooze bericht van den kapitein der “Carpathia”, dat te kaap Race opgevangen werd: “Ik stoom met 868 schipbreukelingen aan boord naar New-York, wanneer ik geen tegenbericht ontvang, om een andere haven op te zoeken. Na overleg met mr. Ismay, den president der White Star, houden wij het voor raadzaam, onmiddellijk naar New-York door te stoomen, daar uit het Noorden nog meer ijs komt opzetten en de zee in de onmiddellijke nabijheid bezet is met ijsbergen. Wij bevinden ons tegenover een ijsveld met een doorsnee van 20 mijlen.

De White Star verklaart een absoluut officieel bericht ontvangen te hebben, dat het aantal geredden aan boord van de “Carpathia” 839 personen bedraagt. De “Carpathia” zal a.s. Donderdag tusschen 12 en 1 uur te New-York binnenloopen.


1538 slachtoffers.
BERLIJN, 17 April. (Per telefoon.) De catastrophe heeft 1538 menschenlevens gekost. Men zegt hier, dat het lijk van John Jacob Astor gevonden is, terwijl zijn jonge vrouw, 20 jaar oud, gered is. Onder de namen der omgekomen leden der haute-finance noemt men: Isodore Strauss en Benjamin Guggenheim.

Het groote bureau van de White Star, op den hoek van Kate street en Battery Place, te New-York, wordt nog steeds door een stilzwijgende menigte van wel 10,000 personen belegerd. Elk oogenbli rijden de auto’s voor van de bekendste leden der New-Yorsche Society. De banken en stoelen in het kantoor van de White Star zijn bezet met een menigte mannen, vrouwen en kinderen, die in wanhoop en smart berichten afwachten van hunne familieleden. Snikken en weenen verbreken de stilte in het groote gebouw.


Op 3266 Meter diepte.
BERLIJN, 17 April. (Per telefoon.) Een ander kabelgram zegt: De regeerings-deskundige te Halifax seinde aan president Taft te Washington: “De “Titanic” is gezonken op 41 graden 46 minuten Noorderbreedte en 40 graden 17 minuten Westerlengte, tusschen kaap Race en Sabel-eiland, op een vermoedelijke diepte van 3266 meter. Het voorgevallen ongeluk komt nog allen raadselachtig voor. De 32 reddingbooten, die het schip bevatte, bieden plaats voor minstens 2000 personen. Aangenomen wordt, dat bij het plotselinge zinken een groot aantal der reeds bemande sloepen, die te water waren gelaten, mede in de diepte gesleurd werden door de zuigkracht van de zinkende “Titanic”. Men gelooft, dat de scherpe ijsrots van het reusachtige veld het schip aan bakboordzijde op drie plaatsen tegelijk getroffen heeft. Verder dat door de geweldige vaart van het stoomschip de ijsmassa de stalen platen van het schip onder de waterlinie doorboord heeft, zoodat het water onmiddellijk in de ruimen drong, zonder door de waterdichte schotten nog belemmerd te kunnen worden. Toen de waterdichte schotten niet meer beneden de waterlinie functionneerden, bleef het schip op de dekken nog eenigen tijd, naar de telegrammen zeggen: 4 uur, drijven. Dan moet plotseling de verdere groote breuk ontstaan zijn, die het schip in de diepte heeft gesleept.
10 Meter per seconde.
BERLIJN, 17 April. (Per telefoon.) De professor van scheepsbouw aan de universiteit te Charlottenburg zegt o.a.: De vaart van een schip als de “Titanic” is enorm, en de schok tegen een ijsberg of ijsveld zóó geweldig, dat het geheele schip daardoor verpletterd kan worden. Aangenomen wordt, dat het deplacement van de “Titanic” beladen 60,000 tonnen bedroeg,c; dus een gewicht vertegenwoordigde van 60 millioen kilogrammen. Het schip liep 20 Engelsche zeemijlen per uur, dat wil zeggen: 10 meter per seconde. De hevige kracht, die aldus een zoo voorwaarts gedreven lichaam bezit, bedraagt 300,000,000 seconde-meter-kilogram, en deze moet door het voorwerp, waardoor het schip in zijn vaart tot stilstand wordt gebracht, vernietigd worden. Ten deel is natuurlijk de ijsberg versplinterd, maar ook het schip zal wel over de geheele lengte de sporen van deze geweldige aanvaring gedragen hebben. Ook deze zegsman schrijft dat door het voortdurend opnemen van de temperatuur der zee de onmiddellijke nabijheid van dien reusachtigen ijsberg geconstateerd kon worden. Bovendien heeft de schipper van de “Lorraine” tijdig de aanwezigheid van groote ijsmassa’s in de buurt van Sabel-eiland gesignaleerd. Doch deze Duitsche geleerde meent evenals alle andere deskundigen, dat men er goed aan doet den commandant van den “Titanic” niet vooruit te beschuldigen. Hem, die meer dan 40 jaar in de grote vaart is geweest, die gesteund werd door kundige officieren, en reeds meermalen bewezen heeft volkomen op de hoogte te zijn van de algemeene toestanden, zal wel geen blaam treffen. Geen der passagiersschepen heeft tijdig genoeg de plaats des onheils kunnen bereiken. Het
[kolom 2]
dichtstbijzijnde schip bevond zich nog op een afstand van 165 Engelsche zeemijlen. Zelfs met een snelheid van 25 mijlen per uur zou de tocht naar de “Titanic” bijna 7 uur geduurd hebben, maar geen der te hulp snellende schepen kon een dergelijke snelheid ontwikkelen.
S.O.S.

Hoe de ramp bekend werd.
Het eerste bericht van het ontzettende ongeluk dat de “Titanic” was overkomen, werd ontvangen door het draadloze telegraafstation te Kaap Race. Niets was verschrikkelijker dan de eenvoudige woorden van het Marconigram; geen pen, noch penseel vermag het tooneel levendiger en dramatischer te teekenen dan de weinige woorden, die het voorval in al zijn verschrikking meldden.

Eerst kwam het verontrustende signaal S.O.S. dat de Marconist overzette in de woorden: “Saving of Soul” (Redding van menschenlevens).

Toen kwamen de volgende woorden:

“Zijn in aanvaring geweest met een ijsberg op 41 graden 42 minuten noorderbreedte en 50 graden 14 minuten westerlengte. Hebben ernstige schade. Kom te hulp.”

Het journaal van den Marconist, die dit bericht ontving, luidt als volgt:

Kaap Race, Zondag 14 April 1912.

10.25 ’s avonds. Van de “Titanic” bereikte ons een noodsignaal dat beantwoord werd door een aantal schepen, waaronder de “Carpathia”, “Baltic”, “Caronia” en “Olympic”.

10.55 ’s avonds. De “Titanic” seint: “Wij zinken met voorschip.”

11.25 ’s avonds. Ik krijg verbinding met de “Virginia” en meld de dringende vraag om hulp van de “Titanic” en beschrijf de positie van het schip. De “Virginia” antwoordt, dat zij onmiddellijk naar de plaats des onheils stoomt.

11.36 ’s avonds. De “Titanic” deelt aan de “Olympic” mede, dat de vrouwen in de reddingsbooten geplaatst worden en instrueert de “Olympic” alle booten gereed te houden. Gedurende al deze tijd blijft de “Titanic” noodseinen geven en haar positie beschijven.

De Marconist aan boord der “Titanic” schijnt zijn koelbloedigheid volkomen te bewaren. Hij seint regelmatig en de formules door hem gekozen, zijn de besten.

Het laatste signaal wordt van de “Titanic” vernomen om 12 uur 27 min. ’s nachts, als de “Virginia” meldt, dat zij eenige verwarde signalen ontving die plots afbraken.

Tot nu toe was het noodsignaal C. Q. D. (Come Quick Danger), dit werd onlangs veranderd in S. O. S., wat niet zoo gemakkelijk met andere code-signalen verward kan worden.
Het aantal reddingsbooten.
BERLIJN, 17 April. (Per telefoon.) De New-Yorker dagbladen schrijven scherpe artikelen tegen de Engelsche scheepvaartmaatschappijen, wier stoomschepen geen voldoende reddingsbooten zouden bezitten. Zoo verklaar de “Evening Post”, dat het verlies aan menschenlevens te wijten is aan de White Star Line zelf, omdat deze niet voor een voldoende aantal reddingsbooten gezorgd had.

De “Globe” drukt zich in denzelfden geest uit en belooft tevens te onderzoeken, hoe de telegrammen over de redding van alle passagiers in de wereld gestuurd zijn.

Het congres zal maatregelen nemen, om de scheepvaartlijnen te dwingen meer reddingsbooten op haar stoomschepen aan te schaffen.
Geredden aan boord der Parisian?
BERLIJN, 17 April. (Per telefoon). Een telegram uit New-York van 12 uur ’s nachts zegt, dat de beambten van de Allan-lijn strak en stijf volhouden, dat in weerwil van alle tegenover gestelde berichten, de “Parisian” een klein aantal geredde passagiers der “Titanic” aan boord heeft genomen.
De geredden.
BERLIJN, 17 April. (Per telefoon). Een bericht uit New-York zegt, dat de lijst van geredde passagiers, die zich aan boord van de “Carpathia” bevinden, met stukken en brokken binnenkomt. Het staat vast, dat van de 350 eerste klasse passagiers er 318 gered zijn. In de lijst der geredden treffen wij de volgende bekende namen aan:

Mevrouw John Jacob Astor.

Mevrouw C. M. Hays en haar dochter Margaret Hays.

De heer Bruce Ismay.

Mevr. George D. Widener.

Ruth Taussig en Emil Taussig.

De heer en mevrouw E. Z. Taylor.

Mevrouw M. Rothschild.

Kolonel Alfonso Simonius.

De heer en mevrouw John Snijder.

Mevr. T. W. Cavendish.

Sir Conno en Lady Conno Duff Gordon.

Mevrouw Washington Dodge en zoon.

Mevr. J. C. Hogeboom.

Mevr. de Villiers.
Slechts vier officieren gered.
NEW-YORK, 17 April. (Reuter).Een telegram van Kaap Race zegt, dat de kapitein van de “Olympic” een Marconigram zond, waarin vermeld werd, dat de eenige overlevenden der ramp zich aan boord bevinden van de “Carpathia”. De tweede, derde, vierde en vijfde officier en de tweede marconist zijn de eenige officieren die gered zijn.
[kolom 3]
Een nieuwe beschrijving van de ramp.
LONDEN, 17 April. (Eigen telegram). De verschrikkelijke twijfel, waarin men hier gisteren over het lot der opvarenden vereerde, is thans geweken en heeft, nu het aantal geredden bekend is, plaats gemaakt voor een niet minder verschrikkelijke zekerheid.

De “Daily Mail” verneemt van het kantoor der White Star-Line, dat de “Titanic”



2458 personen aan boord had,

met inbegrip der 903 leden der bemanning. 868 personen zijn gered, zoodat



1490 personen vermist worden.

De “Daily Chronicle” ontving uit New-York de eerste bijzonderheden over de redding. Gered zijn 68 van de bemanning, die vermoedelijk 20 reddingbooten bemand hebben. Van de 800 geredde passagiers zijn slechts 79 mannen uit de eerste klasse, 132 vrouwen en 63 mannen en 6 kinderen uit de 2e klasse. 88 vrouwen, 16 mannen en 10 kinderen uit de derde klasse De andere 485 passagiers zijn vermoedelijk tusschendeks-passagiers, waaronder slechts een klein aantal mannen.



Een eere-saluut werd gebracht aan den Anglo-Saksischen mannenmoed, die de vrouwen uit ’t tusschendek den voorrang gaven boven de millionairs.

De “Titanic” is 350 mijlen ten Z.-W. van Sable-eiland gezonken en 450 mijlen van Kaap Race in rechte zuidelijke lijn.

De “Daily Chronicle”- en “Daily Mail”-telegrammen beschrijven de vertwijfelde tafereelen, die daar voor de bureaux der White Star-Line plaats vinden. De jonge zoon van den millionair Astor vroeg huilende wat er van zijn vader geworden was.

Toen de vrouw van den bekenden millionair Benjamin Guggenheim hoorde, dat haar echtgenoot niet onder de geredden was, barstte zij in onbedwingbaar snikken uit. “Het is een schande en een misdaad! De “Virginia” had iets moeten doen! Waar was de “Olympic”? Waren er niet genoeg reddingbooten?”

De New-Yorksche bladen zijn zeer ontstemd over het gemis aan voldoende reddingsmiddelen. De “Globe” verklaart, dat de Engelsche wetten, die reeds van 20 jaar het dateeren, de veiligheid op zee niet voldoende waarborgen, en geen rekening houden met de afmetingen der moderne transatlantische booten.

De “Evening Post” aldaar zegt: 1400 menschenlevens zijn roekeloos verloren, omdat de White Star Line, gelijk ook andere stoomvaartlijnen met medeweten van de Amerikaansche autoriteiten, hardnekkig weigeren een voldoend aantal reddingsbooten mede te voeren. Het aantal reddingsbooten aan boord van de “Titanic” is niet precies bekend.



De “Daily Mail” zegt, dat er slechts genoeg waren om 970 personen te bevatten.

Dit wordt een kwestie waarin de publieke opinie opheldering zal eischen. Minder luxe, maar meer reddingsbooten is hier een dringende eisch. Dan zouden meer menschenlevens gered zijn.

De bestaande bepalingen voorzien slechts in een voldoend aantal reddingsbooten voor schepen van 10.000 ton. De White Star-Company verklaart, dat de “Titanic” 32 reddingsbooten aan boord had, elk berekend voor 60 passagiers.

De “Evening News” ontvangt van de “New-York Herald” de eerste bijzonderheden over de botsing. De “Titanic” liep 18 mijlen, toen zij tegen de ondoordringbare ijsmassa stootte. De eerste schok reet het schip bijna in tweeën. De zijde en de dekken scheurden open. De aanvaringsschotten spleten en werden geheel vernield, van den boeg tot de midscheeps. De bovenbouw werd versplinterd. Een regen van wrakstukken viel op het dek van het schip, dat zwaar naar bakboord overhelde en elk ogenblik dreigde te kantelen. Doordat ’t schip op de ijsbank schoof en weer teruggleed, werden de bodemplaten van de midscheeps tot den boeg geheel uitgescheurd. De compartementen liepen snel vol water. Pompen was vruchteloos. Tonnen ijs lagen over het de. De discipline was voorbeeldig. Alleen toen er geroepen werd: het schip zinkt, had er een stormloop naar de booten plaats. De lichten en vuren waren gedoofd, hetgeen de consternatie nog grooter maakte.


Deelneming over de geheele wereld.
BERLIJN, 17 April. (Per telefoon). Uit Londen seint men, dat alle gebouwen der grote internationale en nationale scheepsreederijen halfstok vlaggen. De deelname is algemeen. Uit alle deelen der wereld komen telegrammen binnen van koningen en keizers, van presidenten, van de haute-finance, om de White Star-Company hun deelneming te betuigen over deze grootste aller rampen, die ooit ter zee hebben plaats gevonden.

Uit New-York wordt gemeld, dat voor de gebouwen der White Star-line de wanhoop onder de opeengepakte volksmenigte ontzettend is. Menschen klagen en huilen. Kinderen liggen biddend op de knieën. Een dame uit Chicago wier man verdwenen is, werd plotseling krankzinnig. In geheel New-York staan de zaken stil. De deelneming is enorm.


LONDEN, 17 April. (Reuter). De lord-mayor opende een inschrijving voor de nagelaten betrekkingen der slachtoffers van de “Titanic”.
[kolom 4]
Belgische diamanten aan boord.
ANTWERPEN, 17 April. (Eigen telegram.) De “Titanic” had een grooten diamantenvoorraad van Antwerpsche diamantfirma’s aan boord, die allen bij de Londense Lloyd verzekerd zijn. Ook bevonden zich verscheidene Amerikaansche groothandelaars in diamant aan boord van de “Titanic”, over wier lot nog ieder bericht ontbreekt.
BERLIJN, 17 April. (Per telefoon.) De naar de “Carpathia” gezonden Amerikaansche kruiser heeft een apparaat voor draadloze telegrafie aan boord, dat telegrammen kan versturen tot op een afstand van 1500 K.M.
Wie zijn gered?
In aansluiting aan een telegram van onzen Londenschen correspondent, opgenomen in een vorige editiem kunnen wij de 866 geredden als volgt verdeelen:
Eerste klas:

Vrouwen 132

Mannen 63

Kinderen 6

_______

Totaal 201
Tweede klas:

Vrouwen 88

Mannen 16

Kinderen 10

_______

Totaal 114
Van de derde klasse passagiers werden dus gered:
866–315 = 551
Het spreekt vanzelf, dat kapitein Smith door het meerendeel derde klas passagiers in de reddingsbooten te plaatsen, zich liet leiden door den algemeenen stelregel, dat vrouwen en kinderen, die het minst in staat zijn voor zichzelf te zorgen, het eerst in veiligheid moeten worden gebracht.
WASHINGTON, 17 April. (Reuter). Het departement van Marine ontving het volgende draadlooze telegram van den kruiser “Chester”, via Portland:

De “Carpathia” meldt, dat zij de lijst der 1ste en 2de klas passagiers en de bemanning geseind heeft. De “Chester” zal de lijst der 3de klas passagiers onmiddellijk seinen als de “Carpathia” haar gezonden heeft.”



Dit beteekent, dat de lijst der overlevenden, die reeds gepubliceerd is, alle namen inhoudt der geredde passagiers der 1e en 2e klasse.
Op de “Carpathia” alles wel!
NEW-YORK, 17 April. (Reuter). De White Star Company publiceert het volgende telegram van de “Carpathia”: “Carpathia”, Dinsdag 11 uur namiddag 596 mijlen ten Oosten van Ambrose. “Alles wel”. Met Ambrose wordt bedoeld het Ambrosekanaal-vuurschip, dat aan den ingang van de haven van New-York ligt.
Hoe de Titanic verging
BERLIJN, 17 April. (Per telefoon). Het naar Sidney varende stoomschip “Bruce” bericht naar St Johns, New-Foundland, over het vergaan der “Titanic” nog het volgende: De “Titanic” voer met een snelheid van 20 mijl per uur, toen zij tegen den ijsberg stootte. De voordekken werden in elkander gedrukt, terwijl de zijde en de waterdichte schotten opengereten werden. De bovenste dekken werden, evenals de voorste reddingsbooten, eenvoudig aan splinters geslagen, welke op het tweede dek neervielen. Het gehele voordek van de “Titanic” werd een onherkenbare staalmassa. Beneden de waterlinie werden alle stalen platen van het middenschip doorgebroken, zoodat het water onmiddellijk midden in het schip kon stroomen. De aandrang van het water was zoo reusachtig groot, dat alle pogingen om het schip leeg te pompen, vruchteloos bleken. Enorme massa’s ijs vielen op het voor- en middenschip neer. De kracht van den schok was zoo geweldig, dat alle zich op het eerste, tweede en derde dek bevindende voorwerpen afbraken en neerstortten. De kapitein gaf onmiddellijk bevel met het reddingswerk te beginnen, waarbij de bemanning een voorbeeldige discipline aan den dag legde. De nog zeewaardige reddingsbooten werden in den kortst mogelijken tijd neergelaten. Eerst trachtte men den passagiers de grootte van het gevaar geheim te houden. Toen de mannen echter van de vrouwen afscheid moesten nemen, speelden zich allerdroevigste tooneelen van wanhoop af. Door het instroomende water begon het schip aan bakboordzijde over te hellen, zoodat de passagiers zich van het gevaar bewust werden en ook in de kleinere reddingsbooten hun heil zochten. Daarbij moeten echter enkele booten gekanteld zijn. Een uur na de botsing vloeide het water de machinekamers binnen. Onmiddellijk daarop raakte het apparaat voor draadlooze telegrafie in disorde. Door het stoppen der dynamo’s werd plotseling alle licht uitgedoofd. De diepste duisternis heerschte over het geheele schip en bemoeilijkte het reddingswerk ontzettend. Met fakkels en lantaarns trachtte men zich eenig licht te verschaffen.
[kolom 5]
De stoomboot “Bruce” bericht verder, dat de verschillende reddingsbooten buiten gevaar waren, omdat zij zich op voldoenden afstand van de zinkende “Titanic” bevonden.
Nog meer geredden?
HALIFAX, 17 April. (Reuter). De marconist van de “Minia” meldt de ontvangst van een telegram, waarin gezegd wordt, dat nog 250 passagiers der “Titanic” aan boord van de “Baltic” zijn. Dit telegram kwam niet onmiddellijk van de “Baltic” en de naam van het stoomschip, die het verzond, is onbekend.

Het telegram zegt verder, dat de “Carpathia” 740 overlevenden aan boord heeft, maar verklaart, niet voor de geloofwaardigheid te kunnen instaan.


NEW-YORK, 17 April. (Reuter). Het draadloos telegram van de “Minia” wordt hier niet geloofd.
De deelneming.
PARIJS, 17 April. (Reuter). President Fallières zond een telegram van deelneming in de ramp der “Titanic” aan koning George en president Taft.
LONDEN, 17 April. (Reuter.) Koning George zond een in hartelijke bewoordingen vervat telegram aan president Taft, waarin hij uitdrukking geeft aan zijn groot leedwezen over de ramp, die twee door vriendschap en stamverwantschap zoo nauw verbonden naties getroffen heeft.
LONDEN, 17 April (Reuter). Koning George heeft een bedrag van 6000 gulden geschonken ten behoeve van de nagelaten betrekkingen van de bemanning der “Titanic”. Koningin Mary schonk 3000 gulden en koningin Alexandra 2400 gulden voor hetzelfde doel.
Een electrische storm.
BERLIJN, 17 April. (Per telefoon). Een telegram uit New-York meldt, dat een electrische storm gisteravond en ook hedenochtend den draadlooze-telegrammen-dienst totaal verstoord heeft. Er is derhalve geen enkel bericht van de “Carpathia” aangekomen. Men neemt aan, dat, wanneer de Amerikaansche kruiser “Shafter” de “Carpathia” ontmoet heeft, de atmosferische conditie zoveel verbeterd zal zijn, dat er officieele telegrammen naar Washington gezonden kunnen worden.
Kolonel Astor.
Onze Londensche correspondent seinde ons reeds, dat Dinsdag te Londen het gerucht liep dat het lijk van kolonel Astor reeds gevonden was. Een telegram uit New-York aan de “Evening Post” meldt hetzelfde, terwijl verder gebleken is dat mevrouw Astor tot de geredden behoort.

Kolonel John Jacob Astor werd den 13den Juli 1864 geboren. Hij was de kleinzoon van den beroemden stichter van de dynastie der Astor’s, van wien hij de voornamen droeg. Na op de St. Paul-school geweest te zijn en aan de Haward-universiteit gestudeerd te hebben, legde hij zich speciaal toe op den bouw van hotelpaleizen: de Waldorf Astoria, de Saint-Regis de Knickerbocker. In den oorlog tusschen de Vereenigde Staten en Spanje bood hij aan de regeering der Unie een volledige veldbatterij aan en werd hij tot inspecteur-generaal der vrijwilligers benoemd. Hij nam deel aan den Cubaanschen oorlog, bevond zich bij het beleg van Santiago-de-Cuba en werd door generaal-majoor Shafter afgevaardigd, om den minister van Oorlog de voorwaarden tot capitulatie dezer plaats mede te deelen.

In 1891 huwde kolonel Astor met miss William Willing, van wie hij zich echter in 1910 liet scheiden. Het jaar daarop trad hij opnieuw in het huwelijk met een jongmeisje van twintig jaar, wien hij een huwelijksgift schonk van 10 millioen dollar. Dit huwelijk van een bijna 50-jarige met een meisje van twintig jaar bracht in de Amerikaansche wereld de gemoederen nog al in beweging en men zal zich herinneren dat een campagne op touw gezet werd om de huwelijksinzegening te verhinderen, wat echter mislukte. Onmiddellijk verliet kolonel Astor met zijn jonge vrouw Amerika en zooals wij reeds mededeelden, kwam hij op de “Titanic” van zijn huwelijksreis naar de Vereenigde Staten terug.
Bij de Lloyd’s te Londen.
Bij de gebouwen de Lloyds te Londen heerschte ontzaglijke opwinding, zoodra het eerste bericht van de botsing der “Titanic” binnenkwam.

Een dichte menigte lieden verdrong zich voor het bord, waarop de telegrammen, welke binnenkwamen, werden vastgehecht. Ging iemand uit de menigte weg, dan werd direct zijn plaats door een ander ingenomen. En dit duurde voort totdat de “Room” gesloten werd. Dergelijke tooneelen waren daar vroeger nog niet voorgekomen. Dat er zulk een opgewondenheid heerschte, behoeft geen verwondering te wekken, gelet op de reusachtige waarde van de “Titanic”.

Zooals reeds door ond medegedeeld werd, staat de “Titanic” op de verzekeringsmarkt genoteerd voor £ 1.000.000, waarvan £ 730.000 door verzekering gedekt is. De kosten van het schip bedragen echter £ 1.500.000, zoodat de eigenaars zelfs een bedrag van £ 750.000 verliezen.

De assuradeurs waren zo overtuigd van de betrouwbaarheid en veiligheid van de “Titanic”, dat de verzekeringspremie van deze £ 730.000 belachelijk klein was. Deze bedroeg slechts 1%.

Zooals reeds door ons medegedeeld werd, werd Maandag de herverzekering bij Lloyd tegen 50 % gesloten, wat later nog verhoogd werd tot 60 %. Toen echter meer gunstige berichten binnenkwamen, daalde de premie tot 25 %, zoodat zij die eerder ingeschreven hadden en [sic] winst maakten van 35 %.
[kolom 5]
Nadere bijzonderheden.
De lading van het schip.
Geheel afgezien van de kostbare inrichting van het schip — de bouwkosten bedroegen ruim 2 millioen pond sterling — en de schatten aan geld en juweelen, die de Amerikaansche millionairs, waarvan er een groot aantal op het ten ondergang gedoemde schip aanwezig waren, met zich medevoerden, had de “Titanic”, haar verbazende grootte in aanmerking nemend, slechts een onbeduidende hoeveelheid koopmansgoederen aan boord.

Het bij de rederijen aangegeven bedrag der lading wordt vaak pas bekend, nadat het schip reeds eenigen tijd de haven heeft verlaten, en gedurende de eerste paar dagen van zijn reis worden er vaak nog aangiften tot een aanzienlijk bedrag gedaan. Toch weet men althans zeker, dat de “Titanic” minstens 50 ton rubber, ter waarde van ongeveer 25.000 pond sterling en eenige groote partijen thee aan boord had. Veel van de lading is eerste klas materiaal, uit het Verre Oosten naar Engeland aangevoerd en daar overgescheept. Er is niet veel van, maar door zijn uitnemende kwaliteit zal het toch een groote som bedragen.

Dinsdag liepen er te Londen en te New-York wilde geruchten, volgens welke de waarde van de aangeteekende stukken, welke door de “Titanic” werden overgebracht, twee millioen pond sterling zou bedragen, maar de eenige beteekenis, die men aan dit cijfer kan hechten, is. dat het bedrag in ieder geval zeer groot zal zijn. Op het oogenblik kan er nog hoegenaamd geen betrouwbare opgave van het werkelijke bedrag verwacht worden.

Bovendien is er een kostbare zending diamanten met het vergane schip medegegeven, zeker voor meer dan een half millioen pond. Ook zeer veel effecten werden door de “Titanic” naar Amerika vervoerd, maar deze kunnen natuurlijk wel later vervangen worden. Aan het feit, dat het ongelukkige schip vlak na Paschen vertrok, is het te danken, dat de post aanzienlijk veel kleiner was dan het geval zou zijn geweest, indien het schip voor Goeden Vrijdag was vertrokken.

Het bedrag aan juweelen, dat de passagiers bij zich hadden, moet ook buitengewoon groot zijn geweest. Zoo droeg één Amerikaansche dame paarlen, wier waarde op niet minder dan 120,000 pond sterling werd geschat, en die voor heen zeer hoog bedrag te Londen verzekerd zijn. Of er nog juweelen gered zijn door de overlevenden, kant thans natuurlijk nog niet worden vastgesteld.

Maar in ieder geval zullen de juweelen-assuradeurs te Londen honderdduizenden ponden moeten betalen. Trouwens zullen alle andere assuradeurs zwaar moeten boeten voor hun goed geloof in de “onzinkbaarheid” van de “Titanic”.


Hoewel vóór heden, Donderdagmiddag, als wanneer de “Carpathia” te New-York wordt binnen verwacht met de overlevenden, het aantal der geredden nog steeds niet nauwkeurig kan worden opgegeven, is het nu toch wel zeker, dat op zijn allerminst 1500 personen den dood in de golven hebben gevonden.

Het kabelschip van Sable Island, “Minia”, bericht naar New-York, dat het een groote hoeveelheid wrakstukken heeft zien drijven; maar geen enkele boot of een vlot heeft gezien.

En het is dan ook zoo goed als zeker, dat de ruim 700 of bij de 800 geredden de voorhanden zijnde reddingsbooten aan boord van de “Titanic” geheel hebben gevuld.

De verbijsterende berichten te New-York gepubliceerd naar aanleiding van de draadlooze telegrammen die in verband met de aanvaring werden ontvangen hebben, zegt de “Daily Mail”, zelfs de schaarsche nog te verkrijgen bijzonderheden vertroebeld, waarop genoemd blad de authentieke draadlooze berichten afdrukt, aan welken juistheid met geen mogelijkheid kan worden getwijfeld.

Deze radiogrammen toonen aan, dat de “Titanic” op Zondagavond op 10.25 in aanvaring kwam met het ontzaglijke ijsveld, op een punt omstreeks 300 mijlen van Kaap Race verwijderd, op New-Foundland, het naaste land, 1070 mijlen van New-York en 2020 van Southampton. De zee daar ter plaatse is 12000 voet diep.

De vrouwen werden dadelijk in de reddingsbooten gelaten en de draadlooze aanvrage om hulp werd onmiddellijk afgezonden. Om 12,27 in den nacht van Zondag op Maandag, twee uur en twee minuten na de aanvaring, werd het laatste draadlooze signaal van de “Tita-


[pagina 2, kolom 1]
nic” ontvangen, aantoonende, dat de dynamo’s op dat oogenblik onder water raakten.

Daarna duurde het nog 1 uur en 53 minuten voor dat het reusachtige schip zonk. Het ging met den neus vooruit onder, en de 15000 [sic] omgekomen opvarenden waren waarschijnlijk op het achterschip verzameld, dat het laatste zonk, en de reddingsbooten, die a l l e n terecht zijn, snel wegroeiden om de monsterachtige draaikolk, veroorzaakt door het zinkende schip, te vermijden. De zee was kalm en het weder helder.

Het eerste authentieke radiogram was, dat van de post te Kaap Race, en luidde:
C a p e R a c e, Maandag.

“10.25 avond. Gisteren meldde “Titanic” per draadlooze aanvoer ijsberg en riep onmiddellijke hulp n. Te 11 uur meldde het schip, dat het zinkende (was) met (den) voorsteven vooruit. (De) vrouwen werden in (de) reddingsbooten gelaten. (Het schip) geeft zijn plaats op als 41.45 Noorder breedte, 50.11 Westerlengte, Stoombooten “Baltic”, “Olympic”, en “Vriginian” [sic] begeven zich alle naar (het) tooneel van (de) ramp. (Het) laatstgenoemde (schip) vernam het laatst de seinen van de “Titanic”. Te 12.27 ’s nachts, (zoo) meldt (het schip) heden, werden deze (seinen) verward en eindigeden plotseling.”


Het daarop volgende authentieke radiogram werd pas ontvangen, toen de “Olympic” met haar machtige installatie voor draadlooze telegrafie, in staat was, de berichten van de “Carpathia” over te nemen en verder naar de kust te seinen. Dat tweede bericht luidt:
C a p e R a c e, Maandagmiddag.

“De “Olympic”, meldt, dat de “Carpathia” de plek waar de “Titanic” gezonken was, tegen het aanbreken van den dag bereikte.

Zij vond niets dan booten en wrakhout.

“De “Titanic” was ondergegaan omstreeks half drie, op 41o 16’ Noorderbreedte, [56o 14’] Westerlengte.

Al haar reddingsbooten zijn terecht.

Omstreeks 675 perdonen van de bemanning en de passagiers, de laatsten bijna alleen vrouwen en kinderen, zijn gered.

De “California” van de L e y l a n d L i n e is op de plaats der ramp achtergebleven om de zee af te zoeken.

De “Carpathia” keert met de overlevenden naar New-York terug”.


Het daarop volgende bericht werd Dinsdag te New-York ontvangen en kwam van de “Carpathia” via Kaap Race, en is als eerste telegram in onze vorige editie afgedrukt. Het behelst het bericht van kapitein Boston van de “Carpathia”, dat hij met ongeveer 800 geredden aan boord naar New-York opstoomt, en veel last heeft van het ijs.

Ten slotte kwamen er nog twee lakonieke, korte berichten, die alle hoop, dat er nog andere overlevenden zouden zijn dan die aan boord van de “Carpathia”, den bodem in sloegen. De A l l a n L i n e te New-York publiceerde het volgende:


“Wij ontvingen een marconigram via Kaap Race van kapitein Gamble van de “Virginian” meldende, dat hij te laat op het tooneel van de ramp aankwam om nog van dienst te kunnen zijn, en zijn reis naar Liverpool voortzet”.
Het andere bericht luidt:

“Marconi station,

Sable Island, Dinsdag.

In verbinding geweest met “Parisian”. Heeft geen passagiers van de “Titanic” aan boord”.


R a m p e n v a n d e W h i t e S t a r
Het verlies van de “Titanic” is de derde groote ramp, waardoor de W h i t e S t a r C a m p a n y [sic] getroffen is.

Op 1 April 1873 liep de stoomboot “Atlantic” van die lijn op een rots bij de kust van Nova Scotia. Van de 1002 opvarenden kwamen er 560 om het leven, terwijl de anderen, met den kapitein, werden gered. De kapitein werd voor den tijd van twee jaren geschorst.

In Fabruari 1893 verging de “Naronic”, een vrachtboot van de W h i t e S t a r van 6500 ton op haar zevende reis van Liverpool naar New-York en omtrent het lot van dit schip is nimmer eenig betrouwbaar bericht ontvangen: het ging met man en muis onder.

Men vermoedde intusschen, dat het ship op een ijsschots is geloopen en lek is gestooten, zoodat het snel zonk, daar twee van zijn reddingsbooten naderhand met de kiel boven drijvende werden gevonden. Toch was er voor den datum van zijn ondergang geen ijs bonnen 100 mijlen van zijn koers gezien. De “Naronic” had 74 man equipage maar geen passagiers aan boord.


S y m p a t h i e b e t u i g i n g e n
De W h i t e S t a r L i n e heeft het volgende telegram van het Engelsche koningspaar ontvangen:
Sandringham, Dinsdag 6.30 ’s morgens.

Aan den directeur van de W h i t e S t a r L i n e, Liverpool.

Liverpool.

De koningin en ik zijn vervuld van ontzetting over de schrikkelijke ramp, welke de “Titanic” getroffen heeft, en over het ontzettende verlies aan menschenlevens.

Wij koesteren diep medelijden voor de beroofde nabestaanden en gevoelen met ons geheele hart in hun groote smart mede.

George R. I.


Koningin Alexandra seinde aan de W h i t e S t a r L i n e:
“Met gevoelens van de diepste smart verneem ik het bericht van de vreeselijke ramp van de “Titanic” en van het verschrikkelijke verlies aan menschenlevens. Mijn hart gevoelt diepe sympathie met de beroofde gezinnen en hen die zijn omgekomen”.
Het bericht van het vergaan van de “Titanic” werd dadelijk na zijn bekend worden te Berlijn langs officieelen weg ter kennis van den keizer gebracht, die diep getroffen was door de onheilsmare. Wilhelm II gaf herhaaldelijk zijn groot leedwezen en zijn diep medelijden te kennen met het tragisch lot, dat de grootste stoomboot ter wereld had getroffen en met het verlies van zooveel menschenlevens. Daar de berichten elkander nog tegenspreken, gaf de keizer bevel, nauwkeurige berichten in te winnen over den omvang van de schokkende ramp. In de loop van Dinsdagavond kreeg Z. M. uitvoerige mededeelingen uit Berlijn en Londen omtrent den omvang van de catastrofe.

Een later bericht meldt, dat keizer Wilhelm en Prins Heinrich von Preussen eveneens telegrammen van deelneming aan de W h i t e S t a r hebben gezonden.


__________




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina