De Deuren der Waarneming Aldous Huxley



Dovnload 150.78 Kb.
Pagina4/5
Datum26.08.2016
Grootte150.78 Kb.
1   2   3   4   5
    Niet vlug genoeg werd ik van de verontrustende pracht van mijn tuinstoel weggeleid. Het klimop-loof scheen, in groene parabolen afhangend van de haag,  met een soort glasachtige jade schittering. Even later spatte een groep Red Hot Pokers, in volle bloei, in mijn blikveld uiteen. Zo hartstochtelijk levend, dat zij op de uiterste rand van spreken stonden, drongen de bloemen naar de hemel omhoog. Net als de stoel onder de latten beschutten zij teveel. Ik keek op de bladeren neer en ontdekte een spelonkachtige warrigheid van de tederste groene lichten en schaduwen, die met een niet te ontcijferen geheimenis pulseerden.

Rozen :


De bloemen zijn eenvoudig te schilderen,
De bladeren moeilijk.

   De haiku van Shiki (die ik aanhaal in de vertaling van R. H. Blyth) drukt indirect precies uit wat ik toen voelde - de overdadige, al te duidelijke glorie van de bloemen, in contrast met het delicatere wonder van hun groen.



    We liepen naar buiten de straat op. Een grote lichtblauwe auto stond aan de stoep. Bij de aanblik overviel mij plotseling een enorme vrolijkheid. Wat een arrogantie, wat een absurde zelfgenoegzaamheid straalde van die uitpuilende vreselijk glanzende gelakte oppervlakken  af! De mens had het ding naar zijn eigen beeld geschapen - of liever naar het beeld van zijn favoriete ingebeelde karakter. Ik lachte tot de tranen mij langs de wangen stroomden.
    We gingen het huis weer binnen. Er was een maaltijd bereid, Iemand, die nog niet identiek was aan mijzelf, viel met een uitgehongerde trek aan. Vanaf een beduidende afstand en zonder veel belangstelling keek ik toe.
    Toen de maaltijd op was stapten we in de auto op weg voor een ritje. De werking van de mescaline zakte al af: maar de bloemen in de tuinen trilden nog op de rand van het bovennatuurlijke, de peperbomen en de johannesbroodbomen aan de kant van de straten behoorden duidelijk nog tot een of ander heilig woud. Eden afgewisseld met Dodona. Yggdrasil met de mystieke Roos. En opeens stonden we toen op een kruispunt en wachtten om de Sunset Boulevard over te steken.Voor ons rolden de auto's in een gestage stroom voorbij - duizenden, allemaal stralend en blinkend als de droom van een advertentieblad en de een nog belachelijker dan de ander. Opnieuw schudde ik van het lachen.
    De Rode Zee van het verkeer week uiteindelijk uiteen en we staken over naar een andere oase van bomen en grasperken en rozen. In een paar minuten waren we naar een geschikt uitkijkpunt in de heuvels geklommen en daar lag de stad uitgespreid beneden ons. Nogal teleurstellend, het zag er precies uit als de stad die ik bij andere gelegenheden had gezien. Wat mij betrof was transfiguratie evenredig aan afstand. Hoe dichterbij hoe anders goddelijker. Dit uitgestrekte vage panorama was nauwelijks anders dan zichzelf.
    We reden verder en zolang we in de heuvels bleven, met het ene verre uitzicht volgend op het andere, bleef de betekenis op zijn niveau van alledag, ver beneden het transfiguratie-punt. De betovering begon pas weer te werken toen we een nieuwe voorstad insloegen en tussen de twee rijen huizen doorgleden. Hier waren, ondanks de bijzondere afzichtelijkheid van de architectuur, hernieuwde momenten van de transcendentale andersheid, zwemen van de hemel van die morgen. Bakstenen schoorstenen en groene kunststofdaken gloeiden in de zonneschijn, als brokstukken van het Nieuwe Jeruzalem. En opeens zag ik wat Guardi gezien had en (met wat een onvergelijkbare vaardigheid) zo vaak in zijn schilderingen had weergegeven - een gepleisterde muur met een schuin opvallende schaduw, nietszeggend maar onvergetelijk prachtig, leeg maar beladen met heel de betekenis en het geheim van het bestaan. De openbaring daagde en was binnen een fractie van een seconde weer verdwenen. De auto was verder gereden; de tijd ontblootte een andere uiting van het eeuwige Zo-Zijn. "Binnen gelijkheid is verscheidenheid. Maar dat die verscheidenheid van gelijkheid zou verschillen is op geen enkele manier de bedoeling van alle Boeddha's. Hun bedoeling is zowel totaliteit als verscheidenheid." Dit bed rode en witte geraniums bijvoorbeeld - het was volmaakt verschillend van die gepleisterde muur honderd meter verder op de weg. Maar het "is-zijn" van beide was hetzelfde, de eeuwige hoedanigheid van hun vergankelijkheid was dezelfde.
    Een uur later en tien mijl verder en het bezoek aan De Grootste Drug Store van de Wereld veilig achter ons, waren we weer thuis en was ik teruggekeerd naar die geruststellende maar uiterst onbevredigende toestand die wij als "bij zijn volle verstand" kennen.

Dat de mensheid in zijn geheel het ooit zonder Kunstmatige Paradijzen kan stellen lijkt erg onwaarschijnlijk. De meeste mannen en vrouwen leven op zijn slechts zo'n pijnlijk, op zijn best zo'n eentonig, armzalig en beperkt leven dat de drang om te ontsnappen, het verlangen zichzelf al is het maar voor een paar ogenblikken te overstijgen, een van de belangrijkste begeerten van de ziel is en altijd geweest is. Kunst en religie, carnavals en uitspattingen, dansen en het luisteren naar oratoria - allemaal hebben ze, in de woorden van H. G. Wells als Deuren in de Muur gediend. En voor persoonlijk en dagelijks gebruik zijn er altijd chemische bedwelmende middelen geweest. Alle plantaardige kalmerende en narcotische middelen, alle euphorica die aan bomen groeien, de hallucinogenen die rijpen in bessen of uit wortels geperst kunnen worden - allemaal zijn ze zonder uitzondering bekend geweest en stelselmatig sinds onheuglijke tijden door menselijke wezens gebruikt. En aan deze natuurlijke bewustzijnsveranderende middelen heeft de moderne wetenschap haar aandeel synthetische middelen toegevoegd - chloralhydraat, bijvoorbeeld, en amfetamine, de bromiden en de barbituraten.


    De meeste van deze bewustzijnsveranderende middelen kunnen nu alleen op doktersvoorschrift gebruikt worden, of anders illegaal en met groot risico. Voor onbeperkt gebruik heeft het Westen alleen alcohol en tabak toegestaan. Alle andere chemische Deuren in de Muur worden Dope genoemd en hun onwettige gebruikers zijn maniakken.
    Wij besteden nu heel wat meer tijd aan drinken en roken dan we aan opvoeding besteden. Dat is natuurlijk niet verrassend. De drang te ontsnappen aan ikheid en de omgeving is in bijna iedereen bijna altijd aanwezig. De drang iets voor de jeugd te doen is alleen bij ouders sterk en bij hen alleen voor die paar jaar dat hun kinderen naar school gaan. Evenmin verrassend is de huidige houding ten opzichte van drinken en roken. Ondanks het wassende leger van hopeloze alcoholisten, ondanks de honderdduizenden mensen die jaarlijks verminkt of gedood worden door dronken automobilisten, tappen populaire komieken nog steeds moppen over alcohol en de alcoholverslaafden. En ondanks het bewezen verband tussen roken en longkanker, beschouwt vrijwel iedereen het roken van tabak nauwelijks minder normaal en natuurlijk dan eten. Uit het oogpunt van de rationele utilitarist mag dit vreemd lijken. Voor de historicus is dat precies wat je zou verwachten. Een stellige overtuiging van de materiele werkelijkheid van de Hel heeft middeleeuwse Christenen er nooit van weerhouden te doen wat hun eerzucht, lust en begeerte hen ingaf. Longkanker, verkeersongelukken en de miljoenen ellendige en ellende voortbrengende alcoholisten zijn zelfs zekerder feiten dan in Dante's dagen het feit van het Inferno was. Maar al dat soort feiten zijn ver verwijderd en onwerkelijk vergeleken met het nabije, hier en nu gevoelde feit van een snakken naar bevrijding of verdoving, naar drank of roken.
    Aan ons is, onder andere, de tijd van de auto en de snelle bevolkingtoename. Alcohol is onverenigbaar met veiligheid op de wegen en de productie ervan, net als van tabak, veroordeelt vele miljoenen hectaren van de meest vruchtbare grond feitelijk tot onvruchtbaarheid. Het is vanzelfsprekend dat de problemen door alcohol en tabak veroorzaakt niet door verboden opgelost kunnen worden. De universele en altijd aanwezige drang tot zelf-transcendentie mag niet door de huidige populaire Deuren in de Muur dicht te slaan, vernietigd worden. Het enige zinnige beleid is andere, betere deuren te openen in de hoop mannen en vrouwen ertoe te brengen hun oude slechte gewoonten in te ruilen voor nieuwe en minder schadelijke. Sommige van deze andere, betere deuren zullen maatschappelijk en technologisch van aard zijn, andere religieus of psychologisch, andere diëtistisch, opvoedkundig of gymnastisch. Maar de noodzaak voor veelvuldige chemische vakanties, weg uit de onverdraaglijke ik-heid en weerzinwekkende omstandigheden, zullen ongetwijfeld blijven bestaan.Wat nodig is een nieuwe drug die ons lijdend mensdom zal verlichten en troosten zonder op de lange termijn meer kwaad te doen, dan het goed doet op de korte. Zo'n drug moet in minieme doseringen werkzaam en bereidbaar zijn. Als het die eigenschappen niet heeft zal de productie ervan, net als van wijn, bier, alcoholica en tabak, de verbouw van onmisbare voedingsmiddelen en vezels verstoren. Het moet minder toxisch zijn dan opium of cocaïne,  minder waarschijnlijk dan alcohol of barbituraten tot onwenselijke maatschappelijke consequenties leiden, minder schadelijk voor hart en longen zijn dan de teer en nicotine van sigaretten. En aan de positieve kant, zou het belangwekkender en intrinsiek waardevollere veranderingen in het bewustzijn moeten veroorzaken dan slechts verdoving of dromerigheid, wanen van almacht of bevrijding van remmingen.
    Voor de meeste mensen is mescaline vrijwel geheel onschadelijk. Anders dan alcohol voert het de gebruiker niet tot dat soort van ongeremde actie dat uitloopt in vechtpartijen, geweldsmisdrijven en verkeersongelukken. Iemand die onder invloed van mescaline is gaat rustig zijn eigen gang. Bovendien is de zaak waar hij mee bezig is een ervaring van het meest verlichtende soort, waar hij niet (en dit is zeker belangrijk) met een compenserende kater voor hoeft te betalen Van de lange termijngevolgen van regelmatig mescaline-gebruik weten we heel weinig. De Indianen die peyote gebruiken schijnen door die gewoonte niet fysiek of moreel te degenereren. Het beschikbare bewijs is echter nog schaars en oppervlakkig. Hoewel duidelijk superieur aan cocaïne, opium, alcohol en tabak, is mescaline toch niet de ideale drug. Evenzeer als er een gelukkige verheerlijkte meerderheid van mescaline-gebruikers is, is er een minderheid die in het middel slechts hel en vagevuur vindt. Bovendien duren, voor een drug die net als alcohol voor algemeen gebruik bestemd zou moeten zijn, de effecten een onhandig lange tijd.  Maar de chemie en de fysiologie zijn tegenwoordig praktisch tot bijna alles in staat. Als de psychologen en sociologen een definitie van het ideaal zullen geven, kan men het aan de neurologen en farmacologen overlaten de middelen waarmee dat ideaal gerealiseerd kan worden te ontdekken of tenminste (want misschien kan dit soort ideaal, uit de aard van zijn natuur, nooit helemaal verwerkelijkt worden) kan het dichterbij gebracht worden dan in het wijn-doordrenkte verleden of het whisky-drinkende, marihuana-rokende en barbituraten-slikkende heden.
    De drang om de zelfverzekerde zelfzucht te overstijgen is, zoals ik al gezegd heb, een hoofdverlangen van de ziel.  Als om wat voor reden dan ook, mannen en vrouwen er niet in slagen zichzelf door middel van erediensten, goede werken en spirituele oefeningen, te overstijgen, zijn zij geneigd hun toevlucht te zoeken bij het chemische surrogaat van religie - alcohol en peppillen in het moderne Westen, alcohol en opium in het Oosten, hasjiesj in de Mohammedaanse wereld, alcohol en marihuana in Centraal Amerika, alcohol en coca in de Andes, alcohol en de barbituraten in de meer bijdetijdse gebieden van Zuid Amerika. In Poisons Sacrés, Ivresses Divines heeft Philippe de Felice uitvoerig en met een schat aan documentatie over het onheugelijke verband tussen religie en het gebruik van drugs, geschreven. Hier zijn in het kort of in zijn eigen woorden, zijn conclusies. Het gebruik van toxische stoffen voor religieuze doeleinden is "buitengewoon wijdverbreid.... De praktijken die in dit boek bestudeerd zijn kunnen in alle gebieden in de wereld waargenomen worden, niet minder onder primitieven dan onder diegenen die een hoge graad van beschaving hebben bereikt. We hebben dus niet met uitzonderlijke feiten die verdedigbaar over het hoofd gezien kunnen worden, te maken, maar met een algemeen en in de breedste zin van het woord, menselijk fenomeen, het soort fenomeen dat door niemand die probeert te ontdekken wat religie is en wat de diepe behoeften zijn die het moet bevredigen, genegeerd kan worden."
    Het zou ideaal zijn als iedereen in staat zou zijn zelf-transcendentie in een of andere vorm van zuivere of toegepaste religie, te vinden. In de praktijk lijkt het erg onwaarschijnlijk dat deze gehoopte vervulling ooit werkelijkheid zal worden. Er zijn, en ongetwijfeld zullen ze er altijd zijn, goede kerkgangers en -gangsters, voor wie helaas vroomheid niet genoeg is. Wijlen G. K. Chesterton, die minstens zo lyrisch over drank als over devotie schreef, kan als hun welsprekende zegsman dienen.
    De moderne kerken, met enkele uitzonderingen onder de Protestante denominaties, tolereren alcohol, maar zelfs de meest tolerante hebben geen poging ondernomen om de drug tot het Christendom te bekeren, of het gebruik ervan te wijden. De vrome drinker wordt gedwongen zijn religie in het ene hokje tot zich te nemen, zijn religie-surrogaat in het andere. En misschien is dit onvermijdelijk. Drinken kan alleen in religies, die geen belang hechten aan decorum, tot sacrament verheven worden. De eredienst van Dionysus of de Keltische God van het Bier was een luidruchtige en ordeloze aangelegenheid. De riten van het Christendom zijn zelfs onverenigbaar met religieuze dronkenschap. Dit schaadt de brouwers niet, maar is zeer slecht voor het Christendom. Ontelbare mensen wensen zelf-transcendentie en zouden blij zijn als ze dat in de kerk zouden kunnen vinden. Maar helaas, "de hongerige schapen zien op, maar worden niet gevoed" . Zij nemen deel aan de rituelen, zij luisteren naar preken, zij herhalen gebeden; maar hun dorst blijft ongelest. Teleurgesteld wenden zij zich tot de fles. Voor een tijdje in ieder geval en op een of andere manier, werkt het. Ze mogen nog steeds naar de Kerk; maar het is niet meer dan de Muzikale Bank in Samuel Butler's Erewhon. God mag nog steeds erkend worden; maar Hij is slechts God op verbaal niveau, slechts op een zuiver Pickwickiaanse manier. Het uiteindelijke voorwerp van verering is de fles en de enige religieuze ervaring is die toestand van ongeremde en strijdlustige euforie die volgt op het innemen van de derde cocktail.
    We zien dus dat Christendom en alcohol niet met elkaar samen kunnen gaan en dat ook niet doen. Christendom en mescaline lijken veel meer met elkaar verenigbaar te zijn. Dit is door veel Indianenstammen, van Texas tot zo noordelijk als Winsconsin, aangetoond. Onder deze stammen worden groepen gevonden die zich aangesloten hebben bij de Native American Church, een sekte waarvan het belangrijkste ritueel een soort van Vroegchristelijke agape of liefdesfeest is, waar stukjes peyote de plaats hebben ingenomen van het sacramentele brood en wijn. Deze autochtone Amerikanen beschouwen de cactus als de speciale gave Gods aan de Indianen, en vergelijken de effecten ervan met de werking van de Heilige Geest.
    Professor J. S. Slotkin, een van de sporadische blanken die ooit aan de rituelen van een Peyote-broederschap heeft deelgenomen, vertelt van zijn medeaanbidders dat zij "zeker niet verdoofd of dronken zijn.....Zij raken nooit uit hun ritme of zoeken nooit naar woorden, zoals een dronken of bedwelmde man zou doen.... Ze zijn allemaal rustig, hoffelijk en houden rekening met elkaar. Ik ben nog nooit in een enig kerkgebouw van de blanken geweest waar zoveel religieus gevoel of decorum was." En wat, mogen we vragen, ervaren die toegewijde en zich goed gedragende Peyotisten dan wel? Niet het milde deugdzame gevoel dat de gemiddelde Zondagse kerkganger negentig minuten verveling doet verdragen. Ook niet die verheven gevoelens, geïnspireerd door gedachten aan de Schepper en Verlosser, de Rechter en de Vertrooster, die de vromen bezielen. Voor deze autochtone Amerikanen is de religieuze ervaring iets directer en verlichtender, spontaner en minder een eigengemaakt product van de oppervlakkige, zelfbewuste geest. Soms (volgens de verslagen die door Dr. Slotkin zijn verzameld) zien ze visioenen, wellicht van Christus zelf. Soms horen ze de stem van de Grote Geest. Soms worden ze zich bewust van de aanwezigheid van God en van die persoonlijke tekortkomingen die verbeterd moeten worden indien zij Zijn wil moeten doen. De praktische consequenties van deze chemische deuren naar de Andere Wereld schijnen volmaakt in orde te zijn. Dr. Slotkin bericht dat gewoonte-Peyotisten over het algemeen ijveriger, matiger (veel van hen onthouden zich geheel van alcohol), en Vreedzamer dan niet-Peyotisten zijn. Een boom met zulke voldoening schenkende vruchten kan niet zomaar als kwaad veroordeeld worden.
    Door het gebruik van peyote tot een gewijde handeling te maken hebben de Indianen van de Native American Church iets gedaan dat tegelijkertijd psychologisch gezond als historisch achtenswaard is. In de vroege eeuwen van het Christendom zijn veel heidense rituelen en festiviteiten zogezegd gedoopt,  en gebruikt om de doeleinden van de Kerk te dienen. Deze grappen waren niet bijzonder stichtend; maar zij stilden een zekere psychologische honger en in plaats van te trachten ze te onderdrukken, hadden de vroege missionarissen het gezonde verstand ze te accepteren voor wat ze waren, zielsbevredigende uitdrukkingen van fundamentele driften, en ze op te nemen bij de opbouw van de nieuwe religie. Wat de autochtone Amerikanen hebben gedaan is in wezen hetzelfde. Zij hebben een heidense gewoonte genomen (een gewoonte die toevallig veel verheffender en verlichtender was dan de meeste van de nogal rauwe drinkgelagen en maskerades die van het Europese heidendom waren overgenomen) en het een Christelijke betekenis gegeven.
    Hoewel pas onlangs in het noorden van de Verenigde Staten geïntroduceerd, zijn het eten van peyote en de religie die daarop gebaseerd is belangrijke symbolen geworden van de rechten van de Roodhuid op spirituele onafhankelijkheid. Sommigen van de Indianen hebben op de blanke overheersing gereageerd door zich te Amerikaniseren, anderen hebben zich in het traditionele Indianisme teruggetrokken. Maar sommigen hebben gepoogd uit twee werelden het beste te maken, in feite van alle werelden - het beste van het Indianisme, het beste van het Christendom en het beste van die Andere Werelden van transcendentale ervaring, waar de ziel zichzelf als onvoorwaardelijk en van dezelfde natuur als het goddelijke kent. Vandaar de Native American Church. Daarin werden twee grote begeerten van de ziel - de drang naar onafhankelijkheid en zelfbeschikking en de drang naar zelf-transcendentie - samengesmolten met en geïnterpreteerd in het licht van een derde - de drang tot aanbidding, de wegen van God naar de mens te rechtvaardigen en het universum te verklaren door middel van een samenhangende theologie.

Zie de arme Indiaan, wiens onbewerkte geest


Hem van voren kleedt, maar hem van achteren bloot laat

Maar in werkelijkheid zijn wij het, de rijke en hoogopgeleide blanken, die onszelf van achteren naakt hebben gelaten. Wij bedekken onze naaktheid van voren met wat filosofie - Christelijk, Marxistisch, Freudo-Natuurkundig - maar van achteren blijven we onbedekt, ten prooi aan alle winden der omstandigheden. De arme Indiaan, daarentegen, is zo verstandig geweest zijn achterkant te beschermen door het vijgenblad van een theologie aan te vullen met de lendendoek van de transcendentale ervaring.


   Ik ben niet zo dwaas om wat onder invloed van mescaline of welke andere drug, bereid of in de toekomst bereidbaar, ook gebeurt, gelijk te stellen met de verwerkelijking van het eind en het ultieme doel van het menselijk leven: Verlichting, de Gelukzalige Visie. Ik suggereer alleen maar dat de mescaline-ervaring een wat de Katholieke Theologen "genade om niet" noemen is, niet noodzakelijk voor het heil maar mogelijk nuttig en als het beschikbaar gesteld zou worden, in dank aanvaard zou moeten worden.  Om uit de sleur van de gewoonlijke waarneming geramd te worden, om gedurende een paar tijdloze uren de buiten- en de binnenwereld getoond te krijgen, niet zoals zij zich voordoen aan een dier dat bezeten is door overlevingsdrang of aan een mens bezeten door woorden en begrippen, maar zoals zij direct en onvoorwaardelijk door de Grote Geest begrepen worden - dit is een ervaring van onschatbare waarde voor eenieder en in het bijzonder voor de intellectueel. Want de intellectueel is per definitie de mens voor wie, met de woorden van Goethe, "het woord wezenlijk vruchtbaar is." Hij is de mens die voelt dat "wat wij met het oog waarnemen als zodanig vreemd voor ons is en ons niet diep hoeft te raken." En toch, hoewel hij zelf een intellectueel was en een van de grootste meesters van de taal, was Goethe het niet altijd eens met zijn eigen waardering van het woord.  "Wij praten," schreef hij op middelbare leeftijd, " veel te veel. We zouden minder moeten praten en meer moeten tekenen. Persoonlijk zou ik het liefst helemaal van de spraak willen afzien en net als de organische Natuur, alles wat ik te zeggen heb met schetsjes meedelen. Die vijgenboom, die kleine slang, de cocon op de vensterbank van mijn raam die rustig zijn toekomst afwacht - dat zijn allemaal zwaarwichtige tekenen. Iemand die in staat is hun betekenis te ontcijferen zou al gauw in staat zijn het helemaal zonder het geschreven of gesproken woord te stellen. Hoe meer ik erover nadenk, hoe meer is er iets futiels, middelmatigs, zelfs (ben ik geneigd te zeggen) iets fatterigs aan de spraak. Hoe verbazingwekkend is in tegenstelling daarmee de ernst van de natuur en haar stilte, als je oog in oog met haar staat, niet afgeleid, voor een dorre bergkam of in de verlatenheid van de oude heuvels"  We kunnen het nooit zonder de taal en de andere symboolsystemen stellen; want het is door middel van hen, en alleen door middel van hen, dat wij onszelf boven de bruten verheven hebben, tot het niveau van menselijkewezens. Maar we kunnen net zo gemakkelijk slachtoffers als begunstigden van deze systemen worden. Wij moeten leren woorden juist te hanteren; maar tegelijkertijd moeten we onze mogelijkheid om direct naar de wereld te kijken en door dat halfmatte medium van opvattingen, dat elk gegeven feit vervormd tot de al te vertrouwde gelijkenis met een of ander algemeen etiket of verklarende abstractie, behouden en zonodig versterken.
    Literair of wetenschappelijk, liberaal of specialistisch, onze hele opvoeding is overheersend verbaal en slaagt er daardoor niet in te volbrengen wat zij verondersteld wordt te doen. In plaats van kinderen om te vormen in volledig ontwikkelde volwassenen, levert zij studenten in de natuurwetenschappen op die volledig onbewust zijn van de Natuur als het primaire ervaringsfeit, en zadelt de wereld op met studenten in de menswetenschappen, die niets van menselijkheid, noch van hun eigen noch van die van anderen weten.
    Gestaltpsychologen, als Samuel Renshaw, hebben methoden ontworpen om de omvang van de menselijke waarneming te verwijden en de scherpte ervan te doen toenemen. Maar passen onze opvoeders die toe? Het antwoord is: Nee.
    Leraren op elk terrein van de psycho-fysieke deskundigheden, van zien tot tennissen, van koorddansonderwijs tot gebed, hebben met vallen en opstaan de voorwaarden voor een optimaal functioneren binnen hun speciale gebieden, ontdekt. Maar heeft ook maar een van die grote Stichtingen een project gefinancierd om deze empirische vondsten tot een algemene theorie en praktijk van een verhoogde creativiteit te coördineren? Weer is het antwoord, voor zover ik weet, Nee.
    Allerlei soorten cultus-aanhangers en vreemde vogels onderrichten allerlei soorten technieken om gezond te worden, om tevredenheid en zielenrust te bereiken; en voor veel van hun toehoorders zijn veel van deze technieken aantoonbaar effectief. Maar zien wij achtenswaardige psychologen, filosofen en theologen moedig in die vreemde en soms onwelriekende bronnen afdalen, waar op de bodem de arme Waarheid zovaak veroordeeld is te verblijven? En weer is het antwoord: Nee.


1   2   3   4   5


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina