De duurzame ontwikkeling in de overheidsopdrachten moraal en sociale ethiek



Dovnload 148.66 Kb.
Pagina1/4
Datum25.07.2016
Grootte148.66 Kb.
  1   2   3   4



DE DUURZAME ONTWIKKELING IN DE OVERHEIDSOPDRACHTEN

MORAAL EN SOCIALE ETHIEK

Astride MIANKENDA

Cel AankoopBeleid en Advies

1 december 2013



INHOUDSTAFEL


INLEIDING 3

I. DE REGLEMENTERING 4

1.De huidige geldende reglementering 4

A. Op Europees niveau 4

B. Op Belgisch niveau 6

2. De toekomstige reglementering 8

II. DE VERSCHILLENDE THEMA’S 11

1. Overheidsopdrachten die voor sociale werkplaatsen zijn gereserveerd 11

A. De sociale aspecten in overheidsopdrachten 11

B. De rechtspositie op Belgisch niveau 12

2.Gelijke kansen en diversiteit 13

A. Gelijke kansen 13

B. Diversiteit 15

3. Eerlijke handel 18

A. Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement en het Europees Economisch en Sociaal Comité 18

B. Europese Commissie vs. Koninkrijk der Nederlanden (MAX HAVELAAR & EKO) 19

4. Het Belgisch sociaal label en de norm SA8000 27

A. Het sociaal label 27

B. De norm SA8000 29

CONCLUSIE 32

BRONNEN 33



INLEIDING

Na deel I over de "ecologische" of "groene" aspecten in overheidsopdrachten, dus alle aspecten die een potentiële of bewezen impact hebben op het milieu, en deel II over de sociale aspecten in overheidsopdrachten, dat wil zeggen de aspecten die een socio-economische impact hebben, is dit derde deel gericht op een bepaalde moraal en sociale ethiek.

Uit het onderstaande zal blijken dat die morele en ethische aspecten op slechts één idee berusten, namelijk de gelijkheid van iedereen, non-discriminatie. Dat kan zijn personen met een handicap in staat stellen om te werken door overheidsopdrachten voor beschutte werkplaatsen te reserveren, de gelijkheid tussen mannen en vrouwen bevorderen of discriminatie op basis van ras, religie, leeftijd, enz. verhinderen. Zelfs de eerlijke handel heeft tot doel kleine producenten, die niet de middelen hebben waarover grote ondernemingen beschikken, de beste kansen te geven om met die grote firma’s te concurreren.

De enkele voorbeelden die we hier uitwerken vormen de grote domeinen van wat men soms ethische criteria noemt.

Na een overzicht van de inhoud van de huidige en toekomstige, zowel Europese als Belgische reglementering zullen we in deze handleiding stilstaan bij de opdrachten die voor de beschutte werkplaatsen zijn gereserveerd, gelijke kansen, eerlijke handel en de labels of certificaten die als bewijs kunnen dienen. De toegankelijkheid voor personen met een handicap komt hier niet aan bod. Daar wordt in het algemeen rekening mee gehouden in opdrachten voor werken.

I. DE REGLEMENTERING

• Richtlijn 2004/18/EG

• Wet van 24 december 1993 en koninklijk besluit van 8 januari 1996

• Wet van 15 juni 2006 en koninklijk besluit van 15 juli 2011

TER HERINNERING: de reglementering die nu van toepassing is (wet van 24 december 1993 en haar uitvoeringsbesluiten) werd uitgewerkt op basis van Europese richtlijnen die aan de hierboven genoemde richtlijn voorafgingen. Om echter aan de verplichtingen van België ten opzichte van de Europese Unie te voldoen, werd de reglementering aangepast, om de verplichte bepalingen van richtlijn 2004/18/EG om te zetten. Er werd voor die werkwijze geopteerd om een nieuwe reglementering te kunnen uitwerken. Die is zo goed als klaar. De inwerkingtreding van de nieuwe bepalingen wordt in het voorjaar van 2013 verwacht.

Wat is de inhoud van de teksten over het onderwerp dat hier wordt behandeld?


  1. De huidige geldende reglementering



A. Op Europees niveau
Richtlijn 2004/18/EG
Verschillende overwegingen zinspelen enigszins duidelijk op duurzame ontwikkeling in het algemeen, en op de sociale aspecten waarover het hier gaat. Het betreft de overwegingen 1, 5, 6, 28, 29, 33, 34, 43 en 46.

Wat moeten we daarvan onthouden:



  1. De overwegingen

  • Overweging 5: "Deze richtlijn verduidelijkt derhalve hoe de aanbestedende diensten kunnen bijdragen tot de bescherming van het milieu en de bevordering van duurzame ontwikkeling op een wijze die het mogelijk maakt voor hun opdrachten de beste prijs-kwaliteitverhouding te krijgen".

  • Overweging 28: "Beroep en werk zijn van fundamenteel belang voor het waarborgen van gelijke kansen voor iedereen en bevorderen de maatschappelijke integratie. In dit verband dragen sociale werkplaatsen en programma's voor beschutte arbeid op doeltreffende wijze bij tot de integratie of herintegratie van gehandicapten op de arbeidsmarkt. Het is echter mogelijk dat het dergelijke werkplaatsen niet lukt om bij normale mededingingsvoorwaarden opdrachten te verwerven. Daarom is het wenselijk te bepalen dat de lidstaten de deelneming aan procedures voor de gunning van opdrachten kunnen voorbehouden aan dergelijke werkplaatsen of de uitvoering ervan voorbehouden in het kader van programma's voor beschermde arbeid".




  • Overweging 29: "De aanbestedende diensten moeten, indien mogelijk, technische specificaties vaststellen die rekening houden met toegankelijkheidscriteria voor gehandicapten of een voor alle gebruikers geschikt ontwerp. De technische specificaties moeten duidelijk worden aangegeven, zodat alle inschrijvers weten waarop de door de aanbestedende dienst gestelde eisen betrekking hebben".




  • Overweging 33: "De voorwaarden voor de uitvoering van een opdracht zijn verenigbaar met deze richtlijn voor zover zij niet rechtstreeks of onrechtstreeks discriminerend zijn en zij in de aankondiging van opdracht of in het bestek worden vermeld. Zij kunnen met name ten doel hebben de beroepsopleiding op de werkplek of de arbeidsparticipatie van moeilijk in het arbeidsproces te integreren personen te bevorderen, de werkloosheid te bestrijden of het milieu te beschermen. Als voorbeeld kan onder andere worden verwezen naar de verplichtingen om voor de uitvoering van de opdracht langdurig werklozen aan te werven of in opleidingsacties voor werklozen of jongeren te voorzien, om inhoudelijk de belangrijkste verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) na te leven indien deze niet in het nationale recht zijn omgezet, en om een groter dan het bij de nationale wetgeving voorgeschreven aantal gehandicapten aan te werven".



  • Overweging 46: "Met het oog op het waarborgen van een gelijke behandeling moeten de gunningscriteria de mogelijkheid bieden de inschrijvingen te vergelijken en op een objectieve manier te beoordelen. Indien deze voorwaarden zijn vervuld, bieden economische en kwalitatieve gunningscriteria, bijvoorbeeld criteria betreffende de vervulling van milieueisen, de aanbestedende diensten de mogelijkheid om tegemoet te komen aan de in de specificaties voor de opdracht vermelde behoeften van het betrokken openbare lichaam. Onder dezelfde voorwaarden kan een aanbestedende dienst criteria gebruiken die ertoe strekken te voldoen aan sociale eisen, waardoor met name tegemoet wordt gekomen aan de - in de specificaties voor de opdracht vermelde - behoeften van bijzonder kansarme bevolkingsgroepen waartoe de begunstigden/gebruikers van de werken, leveringen of diensten welke het voorwerp van de opdracht zijn, behoren".


2. Het dispositief

  • Artikel 19: "De lidstaten kunnen de deelneming aan procedures voor de gunning van overheidsopdrachten voorbehouden aan sociale werkplaatsen of de uitvoering ervan voorbehouden in het kader van programma's voor beschermde arbeid indien de meerderheid van de betrokken werknemers personen met een handicap zijn die wegens de aard of de ernst van hun handicaps geen beroepsactiviteit in normale omstandigheden kunnen uitoefenen. De aankondiging van opdracht moet deze bepaling vermelden".



Dat artikel is de uitvoering van overweging 28.


  • Artikel 23, punt 1 en 2, bepaalt dat in de technische specificaties, indien mogelijk, rekening moet worden gehouden met toegankelijkheidscriteria voor gehandicapten of met ontwerpen voor iedereen. Het herinnert er ook aan dat de technische specificaties niet tegen de gelijke behandeling van de inschrijvers mogen indruisen, noch de mededinging mogen beperken.



  • Artikel 26 bepaalt dat de uitvoeringsvoorwaarden voor de opdracht met name verband kunnen houden met sociale overwegingen, op voorwaarde dat ze het gemeenschapsrecht niet schenden en in de aankondiging van opdracht of in het bestek worden vermeld.



  • Artikel 53 betreft de gunningscriteria. We wijzen erop dat de mogelijkheid om milieukenmerken in de gunningscriteria op te nemen wel is bepaald (punt 1. a), maar dat die mogelijkheid niet expliciet is bepaald voor ook maar een van de verschillende sociale aspecten. We benadrukken echter dat de lijst in die bepaling als voorbeeld dient.


B. Op Belgisch niveau
De wet van 24 december 1993


  • Artikel 16 van de wet is net als artikel 53 van de richtlijn aan de gunningscriteria gewijd, maar in tegenstelling tot de Europese bepaling vermeldt artikel 16 dat die criteria, onder andere, betrekking kunnen hebben op "de milieukenmerken, sociale en ethische overwegingen". Met die bepaling moet voorzichtig worden omgesprongen, aangezien het niet duidelijk is of ze echt conform het gemeenschapsrecht is. Het kan dus riskant zijn om gebruik te maken van de mogelijkheid die in artikel 16 is bepaald, als het om sociale en ethische aspecten gaat.



  • Artikel 18bis, § 1 bepaalt het volgende: "Een aanbestedende overheid kan, overeenkomstig de beginselen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, uitvoeringsvoorwaarden inzake overheidsopdrachten opleggen die het mogelijk maken rekening te houden met sociale en ethische doelstellingen, alsook uitvoeringsvoorwaarden inzake de verplichting tot het verstrekken van opleidingen aan werklozen en jongeren of rekening te houden met de verplichting tot het naleven, in hoofdzaak, van de bepalingen van de basisconventies van de Internationale Arbeidsorganisatie, in de veronderstelling dat die niet reeds worden toegepast in het land van oorsprong van de kandidaat of inschrijver".



Dat artikel laat toe dat er rekening wordt gehouden met sociale en ethische overwegingen op het vlak van de uitvoeringsvoorwaarden van de opdracht. We herinneren er nog even aan dat de inschrijver op het ogenblik dat hij zijn offerte indient niet aan de uitvoeringsvoorwaarden van de opdracht, zoals die in het bestek zijn bepaald, moet voldoen, maar door zijn handtekening en de indiening van de offerte verbindt hij zich ertoe die voorwaarden gedurende de hele uitvoering van de opdracht na te leven. Dat heeft tot gevolg dat, als de voorwaarden niet worden nageleefd, de aanbestedende overheid de maatregelen die zijn bepaald in de algemene aannemingsvoorwaarden, bijgevoegd bij het koninklijk besluit van 26 september 1996, kan toepassen.

De uitvoeringsvoorwaarden moeten duidelijk worden vermeld in het bestek.





  • Artikel 18bis, § 2 bepaalt het volgende: "Een aanbestedende overheid kan de deelname aan een gunningsprocedure van een overheidsopdracht die niet onderworpen is aan verplichtingen die voortvloeien uit de Europese richtlijnen of uit een internationale akte inzake overheidsopdrachten voorbehouden aan beschutte werkplaatsen of sociale inschakelingsondernemingen, overeenkomstig de beginselen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.

Met beschutte werkplaats wordt bedoeld: de onderneming waarvan de meeste werknemers, omwille van de aard of de ernst van hun handicap, geen beroepsactiviteiten kunnen uitoefenen in normale omstandigheden. Met sociale inschakelingsonderneming wordt bedoeld: de onderneming die voldoet aan de voorwaarden van artikel 59 van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgische actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen, of die aan gelijkaardige voorwaarden voldoet in het land van oorsprong van de kandidaat of inschrijver".


Het eerste lid van paragraaf 2 van artikel 18 vindt zijn wettelijke basis in artikel 19 van richtlijn 2004/18/EG. Daardoor mag een aanbestedende overheid, als de opdracht zich onder de Europese drempels bevindt, een mededinging organiseren tussen bedrijven die aan de in het tweede lid voorgeschreven voorwaarden voldoen. Zie ook het stuk in deze tekst dat aan de sociale werkplaatsen is gewijd.
Het koninklijk besluit van 8 januari 1996


  • Artikel 43, § 2, 4° (leveringen) en artikel 69, § 2, 4° (diensten) van het besluit van 8 januari voorzien in de mogelijkheid om een leverancier of dienstverlener uit te sluiten van deelneming aan de opdracht, in eender welk stadium van de procedure, als hij bij zijn beroepsuitoefening een ernstige fout heeft begaan. Die ernstige fout moet door de aanbestedende overheid zijn vastgesteld op elke grond die hij aannemelijk kan maken.

Die bepaling moet worden toegelicht: sommige actoren van overheidsopdrachten (waaronder ABA) verdedigen het gebruik van die bepaling om de acht basisconventies van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) te kunnen doen naleven, niet alleen wat de uitvoeringsvoorwaarden betreft, zoals die in de Europese en Belgische reglementering uitdrukkelijk zijn bepaald, maar ook wat de uitsluitingsgronden voor deelneming aan de opdracht betreft, door het niet naleven van een of meer van de acht conventies als een ernstige fout bij de beroepsuitoefening te beschouwen.


Men kan alleen maar vaststellen dat dat standpunt wordt aangetast, zowel op juridisch als op praktisch vlak. Wat het juridische betreft, zeggen sommigen dat die gelijkstelling ongerechtvaardigd is. Wat het praktische betreft, wordt vaak naar voren gebracht dat het meer een "slag in de lucht is" dan een effectieve en efficiënte uitsluitingsmogelijkheid (omdat het moeilijk is een dergelijke fout te bewijzen, ook met het oog op de volledige productieketen).
Het standpunt van ABA is het volgende: in een tijd waarin ethische aspecten en overwegingen over de naleving van de rechten van de mens in het algemeen en alles wat met gelijke kansen te maken heeft een belangrijke plaats in de maatschappelijke debatten hebben verworven, is het onaanvaardbaar dat overheden bij de gunning van de opdrachten die aan hun behoeften moeten voldoen zelfs geen poging zouden doen om gebruik te maken van de mogelijkheden die er zijn om een minimum aan

menselijke waardigheid te doen respecteren.


Het debat blijft open, in afwachting dat de Europese reglementering zich voor de sociale en ethische aspecten openstelt, zoals ze dat eerder voor de milieuaspecten heeft gedaan. Dat wil zeggen dat ze rekening houdt met duurzame ontwikkeling in al haar dimensies.



  • Artikel 82bis, 1°, b) geeft de definitie van de technische specificaties voor opdrachten voor aanneming van leveringen of diensten. Het gaat om een specificatie die voorkomt in een document ter omschrijving van de vereiste kenmerken van een product of dienst, zoals … een ontwerp dat voldoet voor alle gebruik met inbegrip van de toegankelijkheid voor personen met een handicap.

Zo is het dus bijvoorbeeld toegestaan dat, als een aanbestedende overheid een opdracht lanceert om een lokaal dat voor het publiek toegankelijk is in te richten en te meubileren, in de technische specificaties wordt bepaald dat het materiaal, of minstens een deel ervan, de kenmerken moet vertonen dat het door personen met een handicap kan worden gebruikt.



  • Artikel 83bis verplicht de aanbestedende overheid om de technische specificaties in de opdrachtdocumenten op te nemen. Het bepaalt ook dat de specificaties telkens dat kan rekening moeten houden met de behoeften van alle gebruikers qua toegankelijkheid, ook de behoeften van personen met een handicap.




    2. De toekomstige reglementering

Naast de bovenstaande overwegingen over richtlijn 2004/18/EG, die uiteraard van kracht blijft in het kader van de toekomstige reglementering, tot aan de goedkeuring van een nieuwe richtlijn op Europees niveau (waarvan de voorbereidende werkzaamheden al een tijdje aan de gang zijn), bevatten de teksten waarover we beschikken, namelijk de wet van 15 juni 2006 en het koninklijk besluit van 15 juli 2011, ook bepalingen over de onderwerpen die hier worden behandeld.


De wet van 15 juni 2006


  • Artikel 22, § 1 voorziet in twee mogelijkheden voor alle opdrachten (ook boven de Europese drempels): ofwel de gunning van opdracht reserveren voor sociale werkplaatsen, ofwel de uitvoering ervan reserveren in het kader van programma's voor beschermde arbeid die wordt uitgevoerd door personen met een handicap die geen beroepsactiviteit in normale omstandigheden kunnen uitoefenen. Het feit dat de aanbestedende overheden die mogelijkheid hebben, wil niet zeggen dat ze de beginselen van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie niet moeten naleven.



In de aankondiging van opdracht (of bij ontstentenis daarvan in een ander opdrachtdocument) moet de toegangsreservatie worden vermeld.


  • Artikel 22, § 2 heeft alleen betrekking op opdrachten die de drempels voor de Europese bekendmaking niet bereiken en geeft de aanbestedende overheden de mogelijkheid om de toegang tot dergelijke opdrachten te reserveren voor sociale inschakelingsondernemingen. Die moeten voldoen aan de voorwaarden die zijn bepaald in artikel 59 van de wet van 26 maart 1999.



  • Artikel 25 van de wet betreft de gunningscriteria bij de offerteaanvraag. Het preciseert dat de criteria in de aankondiging van opdracht moeten worden vermeld, verband moeten houden met het voorwerp van de opdracht en een objectieve vergelijking van de offertes mogelijk moet maken op basis van een waardeoordeel. In het artikel wordt een niet-limitatieve opsomming van criteria gegeven. Die opsomming omvat "sociale overwegingen".



  • Artikel 40 betreft de uitvoeringsvoorwaarden voor de opdracht. Daarmee is het voor de aanbestedende overheden mogelijk om rekening te houden met doelstellingen, zoals: het verstrekken van beroepsopleidingen aan werklozen en jongeren, het bevorderen van het gelijkekansenbeleid voor personen die onvoldoende in het arbeidsproces zijn geïntegreerd, de strijd tegen de werkloosheid, de verplichting om de basisconventies van de IAO na te leven als die niet worden toegepast in het nationale recht van het land waar de productie plaatsvindt.

Ook hier zijn de aanbestedende overheden verplicht om de beginselen van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie na te leven. Ze moeten er ook op letten dat de uitvoeringsvoorwaarden niet (rechtstreeks of onrechtstreeks) discriminerend zijn, en ze moeten in elk geval in de opdrachtdocumenten worden vermeld.


Het koninklijk besluit van 15 juli 2011


  • Artikel 2, § 1, 12°, b) bevat de definitie van de technische specificaties voor opdrachten voor leveringen en diensten. Het betreft een specificatie die voorkomt in een document ter omschrijving van de vereiste kenmerken van een product of dienst, zoals … een ontwerp dat voldoet voor alle gebruik met inbegrip van de toegankelijkheid voor personen met een handicap. We stellen vast dat de formulering dezelfde is als die in artikel 82bis, 1°, b) van het koninklijk besluit van 8 januari 1996. Het eerder gegeven voorbeeld blijft dus geldig.



  • Artikel 7, § 1 legt de aanbestedende overheid op om de technische specificaties in de opdrachtdocumenten op te nemen. Er wordt ook bepaald dat de specificaties waar mogelijk rekening houden met de behoeften van alle gebruikers qua toegankelijkheid, de behoeften van personen met een handicap inbegrepen. Die bepalingen stemmen overeen met de bepalingen die al in het koninklijk besluit van 8 januari 1996 zijn vastgelegd, meer precies in artikel 83bis.



  • Artikel 8, § 1 wijst op de toepassing van een algemeen principe dat al op verschillende plaatsen in de reglementering is vermeld, namelijk het volgende: "De technische specificaties bieden de inschrijvers gelijke toegang en mogen niet tot gevolg hebben dat ongerechtvaardigde belemmeringen voor de mededinging worden gecreëerd".



  • Artikel 61, § 2, 4° bepaalt dat, inzake het recht op toegang tot overheidsopdrachten, de aanbestedende overheid de kandidaat of inschrijver die bij zijn beroepsuitoefening een ernstige fout heeft begaan van deelneming aan de opdracht kan uitsluiten, ongeacht het stadium van de procedure. De bepaling is overeenkomstig met de bepalingen van de artikelen 43, § 2, 4° en 69, § 2, 4° van het koninklijk besluit van 8 januari 1996.



Wat hierboven over die artikelen is gezegd, blijft dus geldig.


  • Ten slotte moeten we preciseren dat het koninklijk besluit van 15 juli 2011 normaal gezien zal worden gewijzigd, om de bestaande tekst te verduidelijken. Die wijzigingen zullen in één keer gebeuren met een "reparatiebesluit".



In de toekomst zal wat hier voorafgaat dus in het licht van die eventuele wijzigingen moeten worden gelezen.

II. DE VERSCHILLENDE THEMA’S



    1. Overheidsopdrachten die voor sociale werkplaatsen zijn gereserveerd



Opmerking: punt 1 bevat de inhoud van een nota die is opgesteld in december 2011 op verzoek van de cel Diversiteit van de FOD Personeel & Organisatie.

A. De sociale aspecten in overheidsopdrachten



  • Het reserveren van overheidsopdrachten voor beschutte werkplaatsen ligt in de lijn van wat men in ruime zin de sociale clausules in de overheidsopdrachten noemt. Die sociale clausules vormen één aspect van duurzame ontwikkeling waarmee rekening wordt gehouden in overheidsopdrachten.

De laatste jaren is er een belangrijke ontwikkeling geweest: terwijl vroeger het begrip duurzame ontwikkeling hoofdzakelijk de milieuoverwegingen dekte, wordt er nu meer rekening gehouden met de zogenaamd sociale aspecten.
De sociale aspecten in ruime zin dekken verschillende domeinen, en vooral het reserveren van opdrachten voor bepaalde "specifieke" bedrijven (sociale inschakelingsbedrijven en ondernemingen voor aangepaste arbeid die doorgaans "beschutte werkplaatsen" worden genoemd).


  • Het grote probleem in dit geval is dat het Europese juridische kader zich niet echt leent tot de invoeging van sociale overwegingen in overheidsopdrachten. Op het vlak van milieu daarentegen was de ontwikkeling onmiskenbaar en zijn de regels duidelijk. Met de regels kan, om niet te zeggen moet, rekening worden gehouden bij de overheidsopdrachten. Op het sociale vlak is er een zekere vaagheid. Zelfs de toelichtende stukken van de Europese Commissie brengen niet de gewenste verduidelijking.

  • Wat het reserveren van opdrachten betreft, is er echter een grote stap gezet met de publicatie van richtlijn 2004/18/EG die het reserveren van opdrachten voor beschutte werkplaatsen uitdrukkelijk toestaat.

Het gaat om overweging 28 van richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten. Die is als volgt opgesteld: "Beroep en werk zijn van fundamenteel belang voor het waarborgen van gelijke kansen voor iedereen en bevorderen de maatschappelijke integratie. In dit verband dragen sociale werkplaatsen en programma's voor beschutte arbeid op doeltreffende wijze bij tot de integratie of herintegratie van gehandicapten op de arbeidsmarkt. Het is echter mogelijk dat het dergelijke werkplaatsen niet lukt om bij normale mededingingsvoorwaarden opdrachten te verwerven. Daarom is het wenselijk te bepalen dat de lidstaten de deelneming aan procedures voor de gunning van opdrachten kunnen voorbehouden aan dergelijke werkplaatsen of de uitvoering ervan voorbehouden in het kader van programma's voor beschermde arbeid".
: sites -> default -> files -> documents
documents -> Samenwerkingsovereenkomst voor de samenwerking rond het programma special heroes
documents -> Intentieverklaring
documents -> Sint-Donatus op Stelten 15 mei 2009
documents ->   nr.  met betrekking tot  Uw offerte van 
documents -> Kennisgeving van de beslissing om af te zien van het plaatsen van de opdracht
documents -> Gemotiveerde selectiebeslissing Aanbestedende overheid
documents -> Heeft u vragen? Nood aan bijkomende info? Mail naar onze frontdesk via
documents -> Duurzame ontwikkeling bij overheidsopdrachten opname van ecologische criteria
documents -> Zelfstandige stage
documents -> 27 maart 2009. Koninklijk besluit betreffende de verwarmingstoelage toegekend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn in het kader van het Sociaal Stookoliefonds


  1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina