De eerste feministische filosofen door Julie Vandekerckhove



Dovnload 28.19 Kb.
Datum22.08.2016
Grootte28.19 Kb.
De eerste feministische filosofen

door Julie Vandekerckhove (5 ASO, 2008-2009)

Vroeger waren de meeste filosofen vrouwonvriendelijk. Vanaf de Verlichting begon daar verandering in te komen.

In deze tekst zullen 3 filosofen besproken worden die als feministisch beschouwd worden. Hun leven en ideeën over vrouwen zullen beschreven worden.

Olympe de Gouges


Marie Gouze was de naam die Olympe kreeg bij haar geboorte op 7 mei 1748. Ze is geboren in Montauban, Tarn-et-Garonne, in het zuiden van Frankrijk. Haar vader was een slager, maar zij geloofde dat ze de onwettelijke dochter was van Jean-Jacques Lefranc, marquis de Pompignan. Hij ontkende echter dat zij zijn dochter was, wat waarschijnlijk invloed heeft gehad op haar passionele verdediging van de rechten van onwettelijke kinderen.

Op zestienjarige leeftijd trouwde Olympe de Gouges met Louis Yvres Aubury. Het huwelijk was maar van korte dure, want al na twee jaar overleed haar man. Ze verhuisde in 1770 naar Parijs met haar zoon, Pierre, en nam de naam Olympe de Gouges aan. Overgebleven schilderijen van de Gouges tonen dat ze een mooie vrouw was. Ze koos om samen te wonen met verschillende mannen die haar financieel ondersteunden.

In 1784 begon ze met het schrijven van essays, manifesten en sociaal bewuste toneelstukken, zoals “Zamor et Mirza” (een toneelstuk dat anti-slavernij was). Veel van haar werken gingen over gelijke rechten van “zwarte mensen”. Ze schreef ook over onderwerpen zoals het recht op een scheiding en seksuele relaties buiten het huwelijk.

Tijdens de Franse Revolutie koos zij aanvankelijk de zijde van de revolutionairen. Ze was echter ontgoocheld toen de gelijke rechten niet van toepassing waren voor vrouwen.


Olympe de Gouges werd in 1790 het middelpunt in de radicale groep Club des Tricoteuses. In 1791 werd ze lid van de Cercle Social, een vereniging met het doel om gelijke politieke rechten voor vrouwen te bekomen. Ter aanvulling van het revolutionnaire manifest schreef Olympe in 1791 « Déclaration des droits de la femme et de la citoyenne ».

Daarin verzet zij zich tegen de achterstelling van de vrouw, de nieuwe burgerrechten van de revolutionairen golden immers alleen voor mannen. Het geluk en het welzijn van de maatschappij kan alleen verzekerd worden wanneer de rechten van vrouwen even belangrijk zijn als die van mannen, vooral in politieke instellingen. Gouges bevordert ook de rechten van vrouwen door te wijzen op de verschillen tussen vrouwen en mannen, maar verschillen die mannen moeten eerbiedigen.








Considérant que l’ignorance, l’oubli ou le mépris des droits de la femme, sont les seules ]causes des malheurs publics et de la corruption des gouvernements. […]


En conséquence, le sexe supérieur, en beauté comme en courage, dans les souffrances maternelles, reconnaît et déclare, en présence et sous les auspices de l'Etre suprême, les Droits suivants de la Femme et de la Citoyenne.

Article premier.

La Femme naît libre et demeure égale à l'homme en droits. Les distinctions sociales ne peuvent être fondées que sur l'utilité commune. 1

In het proces tegen Louis XVI probeert Olympe een plaats te krijgen in de verdediging van de afgezette koning met haar historische uitspraak:


la femme a le droit de monter à l’échafaud; elle devrait aussi avoir le droit de monter à la tribune”2.
Ze werd in juli 1793 gearresteerd. Ze heeft 3 maanden in de gevangenis verbleven. Omdat ze geen advocaat had, verdedigde zich zelf.

Door middel van haar vrienden slaagde ze erin twee teksten te publiceren: Olympe de Gouges au tribunal révolutionnaire, waar ze haar ondervragingen in beschreef, en haar laatste werk, Une patriot persécutée, waar ze de terreur afkeurde.

Olympe werd ter dood veroordeeld op 2 november 1793 en werd de volgende dag geëxecuteerd.

Op 6 maart 2004, werd het kruispunt van de straten, Charlot, Turenne, Béranger en Franche-Comté te Parijs verklaard als Place Olympe de Gouges.


Hoewel Olympe in haar tijd waarschijnlijk een zekere invloed heeft gehad op vrouwen en mannen, speelt ze in onze tijd een belangrijkere rol. In haar tijd had ze niet zoveel te zeggen, want veel van haar werken mochten niet uitgegeven worden of werden gewoon verbrand. Nu kunnen we haar gebruiken als voorbeeld om de strijd voor gelijke rechten door te zetten.


John Stuart Mill
John Stuart Mill werd geboren in zijn vaders huis in Pentonville, Londen, als de oudste zoon van James Mill. Hij kreeg zijn onderwijs van zijn vader, met advies en assistentie van Jeremy Bentham en Francis Place. Hij kreeg een strenge opvoeding en werd nadrukkelijk afgeschermd van andere jongens van zijn leeftijd. Zijn vader, een navolger van Bentham, had als zijn specifieke doel om een ingenieus intellect te creëren dat de doelen en uitvoering van het utilitarisme3 zou doen verder leven na de dood van Bentham en hemzelf. Toen John amper drie jaar was, werd hij al Grieks aangeleerd. Zijn vader leerde hem ook dat het belangrijk was om poëzie te studeren en schrijven. Mill studeerde zeer hard en volgde verschillende vakken zoals bijvoorbeeld chemie, economie, enz. Dat intense lessenpakket had wel een negatief effect op hem. Toen hij twintig was, kreeg hij een zenuwinzinking.

In 1851, trouwde Mill met Harriet Taylor, na 21 jaar vrienden te zijn geweest. Taylor was een grote invloed op Mills werk en ideeën.


Mill was ook een voorstander van het utilitarisme, de ethische theorie die voorgesteld werd door zijn peetoom Jeremy Bentham.

Zijn eigen versie hiervan beschreef hij in het werk Utilitarianism, waarbij hij aangaf dat er onderscheid moet worden gemaakt tussen verschillende soorten genot (intellectueel en moraal geluk zijn belangrijker dan fysiek plezier).

In zijn bekende werk On Liberty stelt Mill de vraag welke beperkingen legitiem aan de vrijheid van het individu mogen worden opgelegd. Omdat volgens Mill geluk bestaat uit de bevrediging van behoeften moet politieke vrijheid bestaan uit de vrijheid om daarin te voorzien. Die vrijheid moet maximaal zijn. Haar grens ligt daar waar de vrijheid van het individu schade brengt aan een ander individu. Dit is het zogeheten schadebeginsel.
Veel van Mills werken handelen over sociale en politieke onderwerpen, zoals de familie en status van de vrouw.

Zijn vrouw Harriet was de aanzet voor zijn steun van vrouwenrechten. Zijn welgekende boek The subjection of women was dan ook een belangrijk werk in de geschiedenis van het feminisme. Hij was dan al vier jaar parlementslid waar hij eveneens ijverde voor het vrouwenkiesrecht en de vooruitstrevende liberalen steunde.

In Mills tijd werd een vrouw gezien als iets dat zowel fysiek als mentaal minder sterk was als een man. Mill zei dat ongelijkheid van vrouwen een overblijfsel was uit het verleden en dat geen plaats meer had in de moderne wereld. Mill zag dit als een hindernis voor de ontwikkeling van de mens, aangezien de helft van de bevolking niets mochten bijdragen aan de maatschappij buitens huis. Als vrouwen de kans kregen, zouden ze kunnen uitblinken.

The subjection of women biedt zowel gedetailleerde argumentatie als hartstochtelijke welsprekendheid in verzet tegen de sociale en wettelijke ongelijkheden. Mill was overtuigd dat de morele en intellectuele vooruitgang van de mensen iedereen gelukkiger zou maken. Mill geloofde dat iedereen het recht zou moeten hebben om te stemmen, met als enige uitzonderingen Barbaren en ongeschoolde mensen.

Zijn vrouw Harriet Taylor Mill, die in 1858 stierf, zou het boek geschreven hebben, maar op haar naam mocht het niet worden uitgegeven. Tot op de dag van vandaag staat het boek officieel op naam van John Stuart Mill.



Mary Wollstonecraft


Mary Wollstonecraft werd geboren op 27 april 1759 in Spitalfields, Londen. Toen ze jong was had haar familie een goed inkomen, maar haar vader verspilde geleidelijk hun geld aan twijfelachtige projecten. De familie werd financieel onstabiel en werd regelmatig gedwongen te verhuizen gedurende Mary haar jeugd. Haar vader was een agressieve man die haar moeder sloeg wanneer hij in een dronken bui was. Zo gebeurde het veel dat Mary voor de deur van haar moeders kamer lag om haar te beschermen. Wanneer haar moeder stierf, ging Mary bij haar vriendin Fanny Blood wonen. Later maakten ze plannen om samen kamers te huren, maar aan die droom kwam een einde door financiële feiten. Om geld te verdienen richtten Blood, Wollstonecraft en haar zussen een school op in Newington Green. Snel na het oprichten trouwde Blood en verhuisde naar Europa. Door de slechte gezondheid van Blood verliet ook Wollstonecraft de school om voor haar vriendin te zorgen. De dood van Blood was dan ook een inspiratiebron voor Mary haar eerste boek, Mary: A Fiction.


Mary was gefrustreerd door de weinige carrière-opties voor vrouwen, iets wat ze welsprekend beschrijft in het boek Thoughts on the Education of Daughters. Daardoor besliste ze om een carrière als auteur te beginnen.

Ze verhuisde naar Londen en met hulp van de liberale uitgever Joseph Johnson vond ze werk en een woonplaats.

Wollstonecraft kreeg een relatie met de artiest Henry Fuseli, ondanks het feit dat hij getrouwd was. Toen Fuseli’s vrouw dat te weten kwam, verbrak hij de relatie met Mary. Om aan de vernedering van het incident te ontsnappen, verhuisde Mary naar Frankrijk.
In 1790 schreef ze het boek Vindication of the Rights of Women. Het boek maakte haar in één klap beroemd en ze werd vergeleken met Joseph Priestley en Paine. Ze vervolgde haar ideeën van de Rights of Men in A Vindication of the Rights of Woman. Het werd haar meest bekende en invloedrijke werk.

In het boek pleit ze ervoor dat vrouwen een degelijke opvoeding krijgen, passend bij hun sociale positie. De vrouwen spelen immers een sleutelrol: zij voeden de kinderen op. Een degelijk opgevoede vrouw kan ook een echte gezel zijn voor de man i.p.v. enkel een vrouw.

Ze verzet zich verder tegen het feit, opgedrongen door de man, dat vrouwen zich vaak verliezen in overdreven emoties.

Wollstonecraft was vastbesloten om haar ideeën te testen en begon aan haar meest experimentele relatie ooit: ze ontmoette Gilbert Imlay, een Amerikaanse avonturier, en werd er hopeloos verliefd op. Hij was niet geïnteresseerd om met haar te trouwen, maar Mary raakte wel zwanger. Op 14 mei 1794 beviel ze van een dochter die ze Fanny noemde, naar haar beste vriendin. Ondertussen verslechtte de politieke situatie tussen Brittannië en Frankrijk. Om Wollstonecraft te beschermen, registreerde Imlay haar als zijn vrouw. Uiteindelijk verliet Imlay haar, maar hij beloofde dat hij zou terugkeren naar Le Havre waar hun dochter geboren was. Toen hij haar niet meer terugschreef, ging ze naar hem op zoek in Londen. Hij wees haar af en in 1795 probeerde ze zelfmoord te plegen. Imlay belette haar ervan. Later zou ze een tweede poging ondernemen, maar weer werd ze gered, dit keer door een onbekende.

Geleidelijk keerde Mary terug naar het literair leven en kreeg een relatie met William Godwin, bekend om zijn anarchistische ideeën. Wanneer Wollstonecraft zwanger werd, besloten ze te trouwen. Door hun huwelijk kwam ze te weten dat ze eigenlijk nooit getrouwd geweest was met Imlay. Ze verhuisden naar twee aangrenzende huizen, gekend als de Polygon, zodat ze beiden hun onafhankelijkheid konden behouden.
Op 30 augustus 1797 beviel Wollstonecraft van haar tweede dochter, Mary. Tijdens de geboorte brak de placenta en Wollstonecraft stierf aan bloedvergiftiging.

Op haar grafsteen staat er: Mary Wollstonecraft Godwin, Author of A Vindication of the Rights of Woman: Born 27 April 1759: Died 10 September 1797.



Bronnen:

http://nl.wikipedia.org/wiki/John_Stuart_Mill

http://www.absolutefacts.nl/vrouwen/data/gougesolympedemariegouze.htm

http://en.wikipedia.org/wiki/Olympe_de_Gouges

http://dickenfrance.blogspot.com/2008/01/olympe-de-gouges.html

http://www.iep.utm.edu/m/milljs.htm

http://en.wikipedia.org/wiki/John_Stuart_Mill

http://en.wikipedia.org/wiki/Mary_Wollstonecraft

http://en.wikipedia.org/wiki/A_Vindication_of_the_Rights_of_Woman.


1 Rekening houdend met het feit dat de onwetendheid, de vergetelheid of de minachting van de rechten van de vrouw, de enige oorzaken van het openbare onheil en de corruptie van de regeringen zijn. […]

Bijgevolg erkent en verklaart het geslacht superieur in schoonheid en in moed, in het moederlijden, in aanwezigheid en onder bescherming van het opperste wezen, de volgende Rechten van de Vrouw en de Burgeres:

Artikel één:

De vrouw wordt vrij geboren en blijft gelijk aan de man qua rechten. Sociale verschillen kunnen slechts gebaseerd zijn op het gemeenschappelijk nut.




2 De vrouw heeft het recht om naar het schavot te gaan, ze moet dus ook het recht hebben om een rol in de rechtbank te krijgen.

3 Het utilitarisme is een ethische stroming die de morele waarde van handelingen afweegt aan het nut (utilis) voor het geheel. Een handeling moet beoordeeld worden op haar gevolgen voor “het grootste geluk voor het grootste aantal mensen”.






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina