De europese unie



Dovnload 166.2 Kb.
Pagina1/3
Datum16.08.2016
Grootte166.2 Kb.
  1   2   3





RAAD VAN

DE EUROPESE UNIE




Brussel, 23 juni 2007

(OR. en)







11177/07








CONCL 2


BEGELEIDENDE NOTA

van:

het voorzitterschap

aan:

de delegaties

Betreft:

EUROPESE RAAD VAN BRUSSEL

21/22 JUNI 2007
CONCLUSIES VAN HET VOORZITTERSCHAP

Hierbij gaan voor de delegaties de conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad van Brussel (21/22 juni 2007).

_______________


    De bijeenkomst van de Europese Raad werd voorafgegaan door een uiteenzetting van de voorzitter van het Europees Parlement, de heer Hans-Gert Pöttering, en gevolgd door een gedachtewisseling.


o

o o




    1. Europa is eensgezind in zijn overtuiging dat wij onze belangen en doelstellingen in de wereld van morgen alleen kunnen behartigen door samen te werken. De Europese Unie is vast­besloten haar opvattingen betreffende een duurzame, efficiënte en rechtvaardige economische en sociale orde in te brengen in het mondiale gebeuren.




    2. De Europese Unie heeft een dubbele verantwoordelijkheid. Om onze toekomst veilig te stellen als een actieve speler in een snel veranderende wereld die ons voor steeds grotere uitdagingen stelt, moeten wij zowel het vermogen van de Europese Unie om te handelen als haar plicht tot verantwoording jegens de burger handhaven en ontwikkelen. Daarom moeten wij onze inspanningen richten op het noodzakelijke interne hervormingsproces. Tegelijkertijd wordt een beroep gedaan op de Europese Unie om, ten behoeve van de Europese burgers, het Europese beleid hier en nu vorm te geven.




    3. Tot de meest recente positieve resultaten behoren de roaming-verordening, die de kosten van het moderne communicatieverkeer in Europa verlaagt, en de totstandkoming van een Europese betalingsruimte, die reizen en samenleven in de Unie gemakkelijker maakt, alsook de gestage verbetering van de consumentenrechten, die de burgers in de gehele Europese Unie dezelfde hoge normen garanderen.




    4. Met zijn besluiten over een geïntegreerd klimaat  en energiebeleid heeft de Europese Raad in het voorjaar van 2007 de nadruk gelegd op de synergieën tussen deze twee belangrijke gebieden en de weg geëffend voor betere klimaatbescherming en een verantwoorde omgang met energie.




    5. Nauwere grensoverschrijdende politiële en justitiële samenwerking zal de veiligheid voor iedereen vergroten. Tegelijkertijd spant de EU zich in om de burgerlijke vrijheden op Europees niveau te beschermen en te versterken.




    6. Bijdragen aan het dagelijkse leven van de burgers en het veiligstellen van het vermogen van de Europese Unie in de toekomst om te handelen: op basis van deze twee uitgangspunten heeft de Europese Raad vandaag de volgende conclusies vastgesteld.

    7. De Europese Raad benadrukt dat het van cruciaal belang is de communicatie met de Europese burgers te versterken, volledige en alomvattende informatie te verschaffen over de Europese Unie en hen in een permanente dialoog te betrekken. Dat zal met name van belang zijn tijdens de komende IGC en het ratificatieproces.






    I. HERVORMING VAN DE VERDRAGEN

8. De Europese Raad is het erover eens dat, na twee jaar onzekerheid over het hervormings­proces van de Verdragen, de tijd is gekomen om de kwestie op te lossen en dat de Unie verder moet gaan. De reflectieperiode heeft ondertussen de mogelijkheid geboden voor een breed publiek debat en heeft het pad helpen effenen voor een oplossing.


9. Tegen deze achtergrond spreekt de Europese Raad zijn waardering uit voor het verslag dat het voorzitterschap op basis van het mandaat dat hem in juni 2006 is verleend, heeft opgesteld (doc. 10659/07), en is hij het erover eens dat een spoedige oplossing van deze kwestie een prioriteit is.
10. Daartoe komt de Europese Raad overeen een Intergouvernementele Conferentie bijeen te roepen en verzoekt hij het voorzitterschap overeenkomstig artikel 48 van het VEU onverwijld de nodige stappen te ondernemen zodat de IGC, zodra de wettelijke voorschriften zijn vervuld, vóór eind juli van start kan gaan.
11. De IGC zal haar werkzaamheden verrichten overeenkomstig het mandaat in bijlage I bij deze conclusies. De Europese Raad verzoekt het aantredende voorzitterschap overeenkomstig het mandaat een ontwerp-verdragstekst op te stellen en aan de IGC voor te leggen zodra deze van start gaat. De IGC zal haar opdracht zo spoedig mogelijk en in ieder geval vóór eind 2007 voltooien, zodat er voldoende tijd overblijft om het daaruit voortvloeiende Verdrag vóór de verkiezing voor het Europees Parlement in juni 2009 te ratificeren.

12. De IGC zal haar werkzaamheden verrichten onder de algemene verantwoordelijkheid van de Staatshoofden en Regeringsleiders, bijgestaan door de leden van de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen. De Commissievertegenwoordiger zal aan de Conferentie deelnemen. Het Europees Parlement zal nauw bij de werkzaamheden van de Conferentie worden betrokken met drie vertegenwoordigers. Het secretariaat-generaal van de Raad zal de secretariële ondersteuning van de Conferentie verzorgen.


13. Na raadpleging van de voorzitter van het Europees Parlement verzoekt de Europese Raad het Europees Parlement om, teneinde het pad te effenen om de kwestie van de toekomstige samenstelling van het Europees Parlement tijdig vóór de verkiezingen van 2009 op te lossen, vóór oktober 2007 een ontwerp in te dienen van het initiatief bedoeld in protocol 34 zoals overeengekomen tijdens de IGC van 2004.
14. Het aantredende voorzitterschap wordt verzocht het nodige te doen om de kandidaat-lidstaten tijdens de gehele duur van de Intergouvernementele Conferentie op gezette tijden en volledig op de hoogte te brengen.




    II. JUSTITIE EN BINNENLANDSE ZAKEN




    15. Op basis van het programma van Tampere en het Haagse programma is aanzienlijke vooruit­gang geboekt bij het ontwikkelen van de Unie tot een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht. De Europese Raad benadrukt dat moet worden voortgegaan met de uitvoering van deze programma's en dat moet worden gewerkt aan een vervolg daarop teneinde de interne veilig­heid van Europa en de fundamentele vrijheden en rechten van de burgers verder te versterken.

16. Bij recente gebeurtenissen is opnieuw gebleken dat snelle vooruitgang nodig is bij het ontwikkelen van een op gemeenschappelijke politieke beginselen gegrondvest alomvattend Europees migratiebeleid waarin alle aspecten van migratie aan de orde komen (de migratie- en ontwikkelingsagenda, alsook interne aspecten zoals legale migratie, integratie, bescherming van vluchtelingen, grenscontrole, overname en bestrijding van illegale migratie en mensenhandel), op basis van een werkelijk partnerschap met derde landen, en volledig geïntegreerd in het externe beleid van de Unie. De Europese Raad is ingenomen met de reeds geboekte vooruitgang bij de uitvoering van de prioritaire acties die op Afrika en het Middellandse Zeegebied gericht zijn, onder andere in de vorm van de recente EU-missies naar Afrika en de concrete samenwerking met Afrikaanse en Euromediterrane partners als onderdeel van de totaalaanpak inzake migratie en roept ertoe op verder en intensiever werk te maken van deze prioritaire acties. De Europese Raad verwelkomt ook de mededeling van de Commissie van 16 mei 2007 betreffende de toepassing van de totaalaanpak inzake migratie op regio's aan de oostelijke en zuidoostelijke buitengrenzen van de EU. De Europese Raad onderkent de behoefte aan intensievere en meer gecoördineerde samenwerking met deze gebieden, en onderschrijft de conclusies van de Raad van 18 juni 2007, met inbegrip van de lijst van prioritaire maatregelen. De Europese Raad roept de lidstaten en de Commissie op om binnen het bestaande financiële kader voldoende menselijke en financiële middelen beschikbaar te stellen zodat het alomvattende migratiebeleid spoedig kan worden toegepast.

    17. De Europese Raad onderstreept het belang van nauwere samenwerking met derde landen bij het beheersen van migratiestromen. Specifieke partnerschappen met derde landen inzake migratie kunnen bijdragen tot een samenhangend migratiebeleid, waarin maatregelen die gericht zijn op het vergemakkelijken en in goede banen leiden van legale migratie en op de voordelen die deze met zich meebrengt   met inachtneming van de bevoegdheden van de lidstaten en de specifieke behoeften van hun arbeidsmarkten   worden gecombineerd met maatregelen voor het bestrijden van illegale migratie, het beschermen van vluchtelingen en het aanpakken van de achterliggende oorzaken van migratie, terwijl er tegelijkertijd sprake is van een positief effect op de ontwikkeling in de landen van oorsprong. De mogelijkheid van partnerschappen inzake mobiliteit en mogelijkheden voor circulaire migratie moeten verder worden verkend in het licht van de mededeling van de Commissie van 16 mei 2007. In dit verband bekrachtigt de Europese Raad de conclusies van de Raad van 18 juni 2007. De Europese Raad is de mening toegedaan dat illegale arbeid een van de belangrijkste factoren is waardoor illegale immigranten worden aangetrokken. Derhalve onderstreept hij het belang van het voorstel voor een richtlijn waarmee de illegale tewerk­stelling van onderdanen van derde landen wordt tegengegaan.






    18. De Europese Raad wijst er opnieuw op dat de capaciteit van de Unie om bij te dragen aan het beheer van de buitengrenzen van de lidstaten moet worden versterkt, en onderstreept dat het belangrijk is dat de capaciteit van FRONTEX met het oog daarop verder wordt versterkt. Gezamenlijke operaties aan de buitengrenzen van de lidstaten dragen bij tot het bestrijden van illegale migratie en het redden van levens en moeten dus worden voortgezet. Daarom is de Europese Raad verheugd over het akkoord dat is bereikt over de instelling van snelle grensinterventieteams, de oprichting van het netwerk van kustpatrouilles en de instelling van een gecentraliseerd "instrumentarium" van technische uitrusting die ter beschikking van de lidstaten kan worden gesteld. De Europese Raad roept alle betrokkenen op alles in het werk te stellen om te zorgen dat de snelle grensinterventieteams zo spoedig mogelijk operationeel kunnen worden en de nieuwe mogelijkheden die dankzij het netwerk van kustpatrouilles en het "instrumentarium" voorhanden zijn, ten volle kunnen worden benut, met inbegrip van de intensivering en de versterking van gezamenlijke patrouilles. Onder verwijzing naar het Haags programma wijst de Europese Raad er opnieuw op dat Europese solidariteit en een billijke verdeling van de verantwoordelijkheden deel uitmaken van de grondbeginselen waarop Europa's activiteiten voor het beheer van de buitengrenzen van de EU zijn gebaseerd, overeenkomstig het geïntegreerde beheerssysteem.




    19. De Europese Raad is verheugd over het recente akkoord inzake de verordening betreffende het visuminformatiesysteem en de uitwisseling van informatie tussen de lidstaten op het gebied van visa voor kort verblijf alsmede over het besluit van de Raad over de toegang tot het visuminformatiesysteem (VIS) voor raadpleging door aangewezen autoriteiten van de lidstaten en door Europol, met het oog op het voorkomen, opsporen en onderzoeken van terroristische misdrijven. Naast de ontwikkeling van moderne controle  en identificatie­middelen zijn dit nieuwe, belangrijke stappen voor het verbeteren van de uitwisseling van informatie tussen de lidstaten, die bijdragen tot een beter beheer van het gemeenschappelijk visumbeleid en tot een grotere veiligheid van de burgers. De Europese Raad roept op tot een snelle uitvoering van de verordening betreffende het VIS en het besluit van de Raad.

    20. De Europese Raad juicht tevens de inspanningen toe die zijn geleverd om de verdere, geïntensiveerde samenwerking op EU-niveau en tussen de lidstaten op het gebied van integratie en interculturele dialoog te verbeteren. De Europese Raad is met name ingenomen met de Raadsconclusies van 12 juni over de versterking van het integratiebeleid in de Europese Unie door het bevorderen van eenheid in verscheidenheid. Hij benadrukt het belang van verdere initiatieven om het uitwisselen van ervaringen met het integratiebeleid van de lidstaten te vergemakkelijken.

    21. De Europese Raad is vastbesloten om, als onderdeel van het alomvattend Europees migratie­beleid, voor eind 2010 het gemeenschappelijk Europees asielstelsel tot stand te brengen.





    22. De Europese Raad zal tijdens zijn volgende zitting in december 2007 de stand van de uitvoering van het alomvattende migratiebeleid toetsen op basis van een tussentijds voortgangsverslag van de Commissie. In dit verslag moeten onder meer de vorderingen aan de orde komen die zijn gemaakt bij de toepassing van de totaalaanpak inzake migratie op Afrika en het Middellandse Zeegebied alsmede de eerste vorderingen bij de toepassing van de totaalaanpak inzake migratie op de regio's aan de oostelijke en zuidoostelijke buitengrenzen van de Europese Unie.




    23. De uitbreiding van het Schengengebied zal een verbetering betekenen voor het dagelijkse leven van de burgers en blijft bijgevolg een hoge prioriteit voor de EU. De Europese Raad waardeert het voorbereidende werk via het One4all-project van SIS, en spoort de lidstaten die aan het project deelnemen aan, zich te blijven inspannen om te voldoen aan alle in de conclusies van de Raad (JBZ) van 5 en 6 december 2006 genoemde eisen waaraan moet worden voldaan om aan het eind van december 2007 wat de land- en zeegrenzen betreft en uiterlijk maart 2008 wat de luchtgrenzen betreft de controles aan de binnengrenzen te kunnen opheffen. Tevens dringt de Europese Raad er bij de Commissie op aan het resterende werk binnen het geplande tijds­bestek te voltooien, zodat het SIS II-project uiterlijk in december 2008 kan worden afgerond.




    24. Speciale inspanningen blijven nodig om de politiële en de justitiële samenwerking en de terrorismebestrijding te intensiveren. De Europese burgers verwachten dat de EU en haar lidstaten beslissende maatregelen nemen om hun vrijheid en veiligheid te beschermen, met name door de bestrijding van terrorisme en georganiseerde criminaliteit.




    25. Het recente besluit om de essentiële bepalingen van het verdrag van Prüm op te nemen in het wetgevingskader van de Unie zal bijdragen tot de intensivering van de grensoverschrijdende politiesamenwerking. In verband hiermee onderstreept de Europese Raad ook het belang van verdere versterking van de operationele vermogens van Europol en verwelkomt hij het besluit van de Raad om overeenkomstig de conclusies van de Raad (JBZ) van 12 en 13 juni 2007 de Europol-Overeenkomst om te vormen tot een besluit van de Raad.

    26. Het veiligstellen van de rechten van de burgers is even essentieel voor de totstandbrenging van een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht als het zorgen voor bescherming van de Europese burgers. In dit verband verzoekt de Europese Raad de Raad met name om voor het eind van het jaar tot overeenstemming te komen over het kaderbesluit inzake de bescherming van persoonsgegevens die worden verwerkt in het kader van de politiële en justitiële samen­werking in strafzaken.

    27. De Europese Raad roept ertoe op de werkzaamheden over procedurele rechten in straf­procedures zo spoedig mogelijk voort te zetten teneinde meer vertrouwen te creëren in de rechtsstelsels van andere lidstaten en aldus de wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen te vergemakkelijken. Het feit dat onlangs algemene overeenstemming is bereikt over het kaderbesluit inzake de bestrijding van bepaalde vormen van racisme en vreemdelingenhaat is een duidelijk signaal dat Europa zich beijvert voor de bestrijding van onverdraagzaamheid.





    28. In het belang van de Europese burgers is een snel akkoord nodig over de verordening betreffende het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I), betreffende de bevoegdheid en het toepasselijk recht in huwelijkszaken (Rome III) en betreffende onderhoudsverplichtingen.




    29. De Raad wordt verzocht verder te werken aan een evaluatie van de consistentie en de samenhang van de bepalingen inzake verbintenissenrecht in het communautaire recht, met inbegrip van consumentenovereenkomsten.




    30. De Europese Raad erkent dat vooruitgang is geboekt bij het ontwikkelen van wetgeving voor de uitwisseling van informatie over nationale strafrechtelijke veroordelingen op Europese schaal, en verzoekt de Raad ervoor te zorgen dat nationale strafregisters zo spoedig mogelijk via een Europees netwerk aan elkaar worden gekoppeld. De Raad moet eveneens de elektronische communicatie over juridische zaken ("e-justitie") verder bevorderen, zowel op strafrechtelijk als op civielrechtelijk gebied.




    31. De Europese Raad is ingenomen met de mededeling van de Commissie over de strijd tegen computercriminaliteit en roept op tot de ontwikkeling van een beleidskader op dit gebied.


III. ECONOMISCHE, SOCIALE EN MILIEU-AANGELEGENHEDEN


    32. Het verder versterken van de vier vrijheden van de interne markt (vrij verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal) en het verbeteren van de werking ervan blijven van het grootste belang voor groei, concurrentievermogen en werkgelegenheid. De Europese Raad ziet uit naar de presentatie in het najaar van het scorebord van de interne markt van de Commissie, met bijbehorende voorstellen. Hij roept de Raad en het Europees Parlement op snelle vorderingen te maken met de verordeningen over de nieuwe aanpak en wederzijdse erkenning, echter zonder daarbij afbreuk te doen aan de harmonisatie van nationale technische voorschriften indien deze noodzakelijk is.

    33. De Europese Raad neemt nota van de vorderingen die in de Raad zijn gemaakt met de ontwerp-richtlijn over de totstandbrenging van de interne markt voor postdiensten die de financiering van een efficiënte en hoogwaardige universele dienstverlening moet garanderen, en verzoekt het Europees Parlement, de Raad en de Commissie om de discussies over deze aangelegenheid op korte termijn te intensiveren en af te ronden om tijdig een akkoord over de richtlijn te bewerkstelligen.






    34. De Europese Raad verzoekt de Raad spoedig in te stemmen met de eerste vier voorstellen voor gezamenlijke technologie-initiatieven (ARTEMIS, inzake ingebouwde computer­systemen, IMI, het initiatief inzake innovatieve geneesmiddelen, Clean Sky, inzake luchtvaart en luchtvervoer, en ENIAC, inzake nano-elektronicatechnologieën) en verzoekt de Commissie om zo spoedig mogelijk de overige gezamenlijke technologie-initiatieven die worden genoemd in het specifieke programma "Samenwerking" ter uitvoering van het zevende Kaderprogramma voor onderzoek, te presenteren. Hij wijst andermaal op het belang van een open en transparant beheer van deze initiatieven.




    35. De Europese Raad is verheugd dat het werk aan de verordening voor het Europees Technologisch Instituut goed vordert en verzoekt de Raad derhalve om in zijn zitting op 25 juni een algemene oriëntatie over deze verordening vast te stellen die mede moet voorzien in adequate financiering conform de begrotingsprocedures van de Gemeenschap. De Europese Raad vertrouwt erop dat het definitieve besluit van de Raad en het Europees Parlement voor het einde van dit jaar zal worden genomen.

    36. De Europese Raad wijst andermaal op het belang van Galileo als een kernproject van de Europese Unie en verzoekt de Raad om in de herfst van 2007 een totaalbesluit te nemen over de uitvoering van Galileo.






    37. De Europese Raad verwelkomt het initiatief voor een Europees Handvest voor het gebruik van intellectuele eigendom van publieke onderzoeksinstellingen en universiteiten (IP Handvest) ter verbetering van de kennisoverdracht tussen het onderzoeksveld en het bedrijfsleven, en de bijdrage die daarmee wordt geleverd tot de ontwikkeling van de Europese onderzoeksruimte. De Europese Raad verzoekt de Commissie begin 2008 te komen met initiatieven die een vervolg geven aan het Groenboek betreffende de Europese Onderzoeksruimte.




    38. Op het gebied van het sociale beleid moeten de werkzaamheden inzake de coördinatie van de sociale zekerheidsstelsels intensief worden voortgezet, teneinde zo spoedig mogelijk een oplossing te vinden voor de openstaande hoofdstukken. De Europese Raad ziet uit naar de aangekondigde mededeling van de Commissie over flexicurity, op basis waarvan voor het einde van dit jaar gemeenschappelijke principes moeten worden overeengekomen en is verheugd over de vorderingen met de strategie voor actieve insluiting. De Europese Raad ziet uit naar de indiening van een gewijzigd voorstel voor de richtlijn betreffende minimum­voorschriften ter vergroting van de mobiliteit van werknemers door verbetering van de verwerving en het behoud van aanvullende pensioenrechten, dat als basis zal fungeren voor de verdere besprekingen over dit onderwerp. De lidstaten wordt verzocht de recent aangenomen communautaire strategie 2007 2012 over gezondheid en veiligheid op het werk, die de algemene aanpak van het welzijn op het werk zal versterken en het beleid van preventie en verbeteringen voor werknemers nieuw leven zal inblazen, spoedig uit te voeren. De Europese Raad verzoekt de lidstaten, de Commissie en de sociale partners een goed gebruik te maken van de "Alliantie voor het gezin" om goede praktijken, innovatieve benaderingen voor gezinsvriendelijke beleidsmaatregelen die aansluiten bij het overheidsbeleid van de lidstaten, alsook de gelijkheid van mannen en vrouwen te bevorderen. De Europese Raad ziet uit naar het aangekondigde verslag van de Commissie waarin een balans van de sociale realiteit wordt opgemaakt.




    39. HIV/AIDS is een probleem dat grote zorgen blijft baren. Maatregelen om de wereldwijde HIV/AIDS-pandemie aan te pakken moeten het volgende omvatten: brede preventie­programma's, opleiding van gezondheidswerkers, bewustmaking van alle groepen in de samenleving en verlaging van de behandelingskosten. De Europese Raad verzoekt de Commissie om haar actieplan voor de bestrijding van HIV/AIDS in de Europese Unie en de naburige landen (2006 2009) en het Europees actieprogramma (2007 2011) ter bestrijding van HIV/AIDS, malaria en tuberculose door middel van externe maatregelen uit te voeren. De lidstaten dienen de politieke leiding te hebben bij de bestrijding van deze pandemie. De farmaceutische industrie moet de toegang tot betaalbare medicijnen vergemakkelijken en samenwerken met overheidsinstellingen en NGO's om te zorgen voor distributiekanalen voor geneesmiddelen tegen HIV/AIDS.






    40. De Europese Raad herinnert aan zijn conclusies van maart 2007 over een geïntegreerd klimaat- en energiebeleid. Hij is ingenomen met het belangrijke signaal dat de top van de G8 in Heiligendamm heeft gegeven. De duidelijke vermelding van ten minste een halvering van de emissies in uiterlijk 2050 en de gehechtheid aan het UNFCCC-proces (Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering) en aan het bereiken, tegen 2009, van een brede overeenkomst voor de periode na 2012 vormen een bemoedigende basis voor de komende UNFCCC-onderhandelingen, die in december 2007 op Bali van start moeten gaan. De Europese Raad dringt er bij alle partijen op aan om actief en constructief bij te dragen tot een spoedig en wereldwijd antwoord op het probleem van de klimaatverandering dat gebaseerd is op het beginsel van gemeenschappelijke maar gedifferentieerde verantwoordelijkheden en onderscheiden vermogens. Hij benadrukt dat een snelle en doeltreffende uitvoering van alle aspecten van het alomvattend actieplan voor energie van belang is om vorderingen te kunnen maken met het energiebeleid voor Europa. Wat klimaatbescherming betreft, ziet de Europese Raad uit naar de tijdige indiening door de Commissie van een voorstel tot wijziging van de richtlijn inzake de EU-regeling voor emissiehandel, op basis van het toetsingsproces en de aanbevelingen van de Raad. Hij verzoekt de Commissie om in het kader van de evaluatie van de regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten van de Europese Unie (EU ETS) te overwegen om die regeling uit te breiden tot landgebruik, veranderingen in landgebruik en bosbouw. Hij onderstreept dat de Unie voornemens is luchtvaartactiviteiten in de regeling op te nemen zonder dat het concurrentievermogen daar­door negatief wordt beïnvloed.

    41. Het wordt steeds duidelijker dat klimaatverandering een aanzienlijke weerslag zal hebben op internationale veiligheidskwesties. De Europese Raad verzoekt de Hoge Vertegenwoordiger en de Europese Commissie nauw samen te werken met betrekking tot deze belangrijke problematiek en in het voorjaar van 2008 een gezamenlijk verslag aan de Europese Raad voor te leggen.






    42. De Europese Raad herinnert aan het belang van een doeltreffend en duurzaam Europees vervoer­systeem en neemt nota van het voornemen van de Commissie om uiterlijk in juni 2008 een model voor de evaluatie van alle externe kosten voor te leggen dat als basis kan dienen voor de toekomstige berekening van infrastructuurheffingen. Dit model zal vergezeld gaan van een analyse van de gevolgen van de doorberekening van de externe kosten voor alle vervoerswijzen en van verdere maatregelen overeenkomstig de richtlijn betreffende het Eurovignet.




    43. De Europese Raad is ingenomen met het brede debat, met name tijdens de conferentie van Bremen in mei 2007, dat in Europa over het toekomstige maritieme beleid is gevoerd en verzoekt de Commissie in oktober een Europees actieplan te presenteren. Dit actieplan, waarin rekening dient te worden gehouden met het subsidiariteitsbeginsel, moet ten doel hebben het volledige potentieel van maritieme economische activiteiten vanuit het oogpunt van ecologische duurzaamheid te verkennen.




    44. De Europese Raad feliciteert Cyprus en Malta met de sinds hun toetreding tot de EU verwezenlijkte convergentie, die gebaseerd is op een gezond economisch en financieel beleid, en is verheugd dat beide landen voldoen aan alle in het Verdrag vastgelegde convergentie­criteria. In dit verband verwelkomt de Europese Raad het voorstel van de Commissie dat Cyprus en Malta op 1 januari 2008 de euro moeten invoeren.








  1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina