De europese unie



Dovnload 4.69 Mb.
Pagina1/33
Datum19.08.2016
Grootte4.69 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   33










RAAD VAN

DE EUROPESE UNIE




Brussel, 22 mei 2006

(OR. en)












8164/06















COWEB 76




WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN



Betreft:

Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Albanië, anderzijds

STABILISATIE- EN ASSOCIATIEOVEREENKOMST

TUSSEN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN

EN HUN LIDSTATEN, ENERZIJDS,

EN DE REPUBLIEK ALBANIË, ANDERZIJDS

HET KONINKRIJK BELGIË,

DE TSJECHISCHE REPUBLIEK,

HET KONINKRIJK DENEMARKEN,

DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND,

DE REPUBLIEK ESTLAND,

DE HELLEENSE REPUBLIEK,

HET KONINKRIJK SPANJE,

DE FRANSE REPUBLIEK,

IERLAND,


DE ITALIAANSE REPUBLIEK,

DE REPUBLIEK CYPRUS,

DE REPUBLIEK LETLAND,

DE REPUBLIEK LITOUWEN,

HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG,

DE REPUBLIEK HONGARIJE,

DE REPUBLIEK MALTA,

HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN,

DE REPUBLIEK OOSTENRIJK,

DE REPUBLIEK POLEN,

DE PORTUGESE REPUBLIEK,

DE REPUBLIEK SLOVENIË,

DE SLOWAAKSE REPUBLIEK,

DE REPUBLIEK FINLAND,

HET KONINKRIJK ZWEDEN,

HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNIË EN NOORD-IERLAND,

Verdragsluitende partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en het Verdrag betreffende de Europese Unie,

hierna “de lidstaten” genoemd, en van

de EUROPESE GEMEENSCHAP en de EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR ATOOMENERGIE,

hierna “de Gemeenschap” genoemd,

enerzijds, en

de gevolmachtigden van de REPUBLIEK ALBANIË, hierna “Albanië” genoemd,

anderzijds,

GELET OP de sterke banden tussen de partijen en de waarden die zij gemeen hebben, hun verlangen deze banden nog te versterken en op wederkerigheid en wederzijds belang gebaseerde nauwe en langdurige betrekkingen tot stand te brengen die Albanië in staat moeten stellen de betrekkingen met de Gemeenschap en haar lidstaten te versterken en uit te breiden, welke voorheen via de Overeenkomst inzake handel en commerciële en economische samenwerking van 1992 met de Gemeenschap tot stand zijn gebracht;


GELET OP het belang van deze overeenkomst voor het stabilisatie- en associatieproces met de landen van Zuidoost-Europa voor de totstandbrenging en handhaving van een op samenwerking gebaseerde stabiele orde in Europa, waarvan de Europese Unie een steunpilaar is, en voor het stabiliteitspact;
GELET OP de verbintenis van de partijen dat zij met alle mogelijke middelen zullen bijdragen tot politieke, economische en institutionele stabilisatie, in Albanië en in de gehele regio, door de ontwikkeling van het maatschappelijk middenveld en door democratisering, institutionele opbouw en hervorming van het openbaar bestuur, regionale handelsintegratie en versterkte economische samenwerking, alsmede door samenwerking op veel uiteenlopende gebieden, met name op het gebied van justitie en binnenlandse zaken, en versterking van de nationale en regionale veiligheid;
GELET OP de verbintenis van de partijen om de politieke en economische vrijheden te stimuleren als grondslag van deze overeenkomst, de mensenrechten te eerbiedigen en de rechtsstaat te handhaven, inclusief de rechten van leden van nationale minderheden, alsmede de democratische beginselen, op basis van een meerpartijenstelsel met vrije en eerlijke verkiezingen;

GELET OP de verbintenis van de partijen om volledig uitvoering te geven aan alle beginselen en bepalingen van het Handvest van de Verenigde Naties, de OVSE, met name die van de Slotakte van Helsinki, de slotdocumenten van de conferenties van Madrid en Wenen, het Handvest van Parijs voor een Nieuw Europa, en het Stabiliteitspact voor Zuidoost-Europa, teneinde bij te dragen tot regionale stabiliteit en samenwerking tussen de landen van de regio;


GELET OP de gehechtheid van de partijen aan de beginselen van de vrijemarkteconomie en de bereidheid van de Gemeenschap om aan de economische hervormingen in Albanië bij te dragen;

Gelet op het belang dat de partijen hechten aan vrijhandel, overeenkomstig de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de WTO;


GELET OP de wens van de partijen om de regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale vraagstukken van wederzijds belang verder te ontwikkelen, met inbegrip van regionale aspecten, rekening houdend met het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de Europese Unie;
GELET OP de verbintenis van de partijen om de georganiseerde misdaad te bestrijden en beter samen te werken in de strijd tegen terrorisme, op basis van de verklaring van de Europese Conferentie van 20 oktober 2001;
OVERTUIGD dat deze overeenkomst een nieuw klimaat zal scheppen voor hun onderlinge economische betrekkingen, in het bijzonder voor de ontwikkeling van handel en investeringen, factoren van cruciaal belang voor de economische herstructurering en modernisering;

GELET OP de verbintenis van Albanië om zijn wetgeving aan te passen aan die van de Gemeenschap en om die daadwerkelijk ten uitvoer te leggen;


REKENING HOUDEND met de bereidheid van de Gemeenschap om doorslaggevende steun te verlenen voor de tenuitvoerlegging van hervormingen en daartoe gebruik te maken van alle beschikbare instrumenten voor samenwerking en technische, financiële en economische bijstand, op een brede, indicatieve meerjarige basis;
BEVESTIGEND dat de bepalingen van deze overeenkomst die binnen de toepassingssfeer van deel III, titel IV, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap vallen, het Verenigd Koninkrijk en Ierland binden als afzonderlijke verdragsluitende partijen, en niet als deel van de Europese Gemeenschap, totdat het Verenigd Koninkrijk of Ierland (al naargelang van het geval) Albanië ervan in kennis stelt dat het Verenigd Koninkrijk of Ierland is gebonden als deel van de Europese Gemeenschap overeenkomstig het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland dat aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is gehecht. Hetzelfde geldt voor Denemarken, overeenkomstig het Protocol betreffende de positie van Denemarken dat aan die verdragen is gehecht;
WIJZEND OP de top van Zagreb, waarop werd opgeroepen tot verdere consolidatie van de betrekkingen tussen de landen die deel uitmaken van het stabilisatie- en associatieproces en de Europese Unie, alsmede tot intensievere samenwerking in de regio;
ERAAN HERINNEREND dat de top van Thessaloniki het stabilisatie- en associatieproces heeft bevestigd als het beleidskader voor de betrekkingen van de Europese Unie met de landen op de Westelijke Balkan en dat die landen naargelang van hun individuele voortgang en prestaties met betrekking tot de hervormingen uitzicht hebben op toetreding tot de Europese Unie;
WIJZEND OP het Memorandum van Overeenstemming inzake handelsbevordering en liberalisering, dat op 27 juni 2001 is ondertekend in Brussel en waarbij Albanië zich, samen met andere landen in de regio, ertoe heeft verbonden onderhandelingen te voeren over een netwerk van bilaterale vrijhandelsovereenkomsten, ter versterking van het vermogen van de regio om investeringen aan te trekken en om de vooruitzichten op integratie van de regio in de wereldeconomie te verbeteren;
WIJZEND OP de bereidheid van de Europese Unie om Albanië zo volledig mogelijk te integreren in de politieke en economische hoofdstroom van Europa, en op de status van het land als een potentiële kandidaat voor het lidmaatschap van de Europese Unie op basis van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het voldoen aan de door de Europese Raad in juni 1993 gedefinieerde criteria, onder voorbehoud van de succesvolle tenuitvoerlegging van deze overeenkomst, met name wat betreft regionale samenwerking,
ZIJN HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN:

ARTIKEL 1


1. Er wordt een associatie tot stand gebracht tussen de Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en Albanië anderzijds.
2. Deze associatie heeft ten doel:
- de inspanningen van Albanië te ondersteunen om de democratie en de rechtsstaat te versterken;
- bij te dragen aan de politieke, economische en institutionele stabiliteit in Albanië, alsmede aan de stabilisatie van de regio;
- een passend kader voor de politieke dialoog tot stand te brengen, zodat nauwe politieke betrekkingen tussen de partijen kunnen ontstaan;
- de inspanningen van Albanië voor de ontwikkeling van de economische en internationale samenwerking te ondersteunen, ook door de aanpassing van zijn wetgeving aan die van de Gemeenschap;
- de inspanningen van Albanië te ondersteunen om de overgang naar een markteconomie te voltooien, harmonieuze economische betrekkingen te bevorderen en geleidelijk een vrijhandelszone tussen de Gemeenschap en Albanië in te stellen;
- de regionale samenwerking op alle gebieden die onder deze overeenkomst vallen te bevorderen.

TITEL I

GRONDBEGINSELEN

ARTIKEL 2


De eerbiediging van de democratische beginselen en de mensenrechten, zoals vervat in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en gedefinieerd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, de Slotakte van Helsinki en het Handvest van Parijs voor een nieuw Europa, de eerbiediging van de internationale rechtsbeginselen, de rechtsstaat alsook de beginselen van de markteconomie, zoals beschreven in het document van de CVSE-conferentie van Bonn inzake economische samenwerking, liggen ten grondslag aan het interne en externe beleid van de partijen en zijn essentiële elementen van deze overeenkomst.

ARTIKEL 3


Internationale en regionale vrede en stabiliteit en de ontwikkeling van betrekkingen van goed nabuurschap staan centraal in het stabilisatie- en associatieproces, als bedoeld in de conclusies van de Raad van de Europese Unie van 21 juni 1999. De sluiting en de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst geschieden in het kader van de conclusies van de Raad van de Europese Unie van 29 april 1997, en zijn gebaseerd op de afzonderlijke verdiensten van Albanië.
ARTIKEL 4
Albanië verbindt zich ertoe voort te gaan op de weg naar samenwerking en bevordering van de betrekkingen van goed nabuurschap met de overige landen van de regio, wat mede inhoudt dat een passend niveau van wederzijdse concessies op het gebied van het verkeer van personen, goederen, kapitaal en diensten wordt ingesteld en dat projecten van wederzijds belang worden ontwikkeld, met name inzake de bestrijding van georganiseerde misdaad, corruptie, witwassen van geld, illegale migratie en smokkel, met name van mensen en drugs. Deze verbintenis is van fundamenteel belang voor de ontwikkeling van de betrekkingen en de samenwerking tussen de partijen en draagt bij tot de regionale stabiliteit.

ARTIKEL 5


De partijen bevestigen nogmaals het belang dat zij hechten aan de bestrijding van terrorisme en de nakoming van internationale verplichtingen op dit gebied.

ARTIKEL 6


De associatie wordt geleidelijk ingevoerd; zij wordt volledig tot stand gebracht in een overgangsperiode van maximaal 10 jaar, die in twee fasen uiteenvalt.

Die twee fasen zijn niet van toepassing op titel IV waarvoor in die titel een specifiek tijdsschema is vastgesteld.


De opsplitsing in twee op elkaar volgende fasen is bedoeld om de toepassing van de overeenkomst tussentijds grondig te kunnen toetsen. Op het gebied van harmonisatie van de wetgeving en rechtshandhaving moet de aandacht van Albanië tijdens de eerste fase vooral uitgaan naar de fundamentele elementen van het acquis, waarvoor specifieke criteria worden geformuleerd, zoals beschreven in titel VI.
De bij artikel 116 opgerichte Stabilisatie- en associatieraad onderzoekt op gezette tijden de toepassing van deze overeenkomst en de verwezenlijking door Albanië van de juridische, bestuurlijke, institutionele en economische hervormingen, in het licht van de preambule en in overeenstemming met de algemene principes van deze overeenkomst.
De eerste fase begint wanneer de overeenkomst in werking treedt. In de loop van het vijfde jaar beoordeelt de Stabilisatie- en associatieraad de door Albanië geboekte vooruitgang en besluit of die vooruitgang voldoende is om over te gaan naar de tweede fase op weg naar volledige associatie. De Stabilisatie- en associatieraad beslist ook over eventuele specifieke bepalingen die noodzakelijk worden geacht voor de tweede fase.

ARTIKEL 7


Deze overeenkomst moet volledig verenigbaar zijn met de relevante WTO-bepalingen, met name artikel XXIV van de GATT 1994 en artikel V van de GATS, en moet dienovereenkomstig worden uitgevoerd.

TITEL II

POLITIEKE DIALOOG

ARTIKEL 8


1. In het kader van deze overeenkomst wordt de politieke dialoog tussen de partijen verder ontwikkeld. Deze dialoog begeleidt en consolideert de toenadering tussen de Europese Unie en Albanië en draagt bij tot de totstandbrenging van nauwe solidariteitsbanden en nieuwe vormen van samenwerking tussen de partijen.
2. De politieke dialoog moet met name bijdragen tot het bevorderen van:
- de volledige integratie van Albanië in de gemeenschap van democratische naties en de geleidelijke toenadering tot de Europese Unie;
- verdere convergentie van de standpunten van de partijen over internationale vraagstukken, onder meer door passende uitwisseling van informatie, met name waar het aangelegenheden betreft die belangrijke gevolgen voor de partijen kunnen hebben;
- regionale samenwerking en de ontwikkeling van betrekkingen van goed nabuurschap;
- gezamenlijke standpunten inzake veiligheid en stabiliteit in Europa, met inbegrip van samenwerking op de gebieden die vallen onder het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de Europese Unie.

3. De partijen zijn van mening dat de proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor, onder zowel overheids- als niet-overheidsactoren, een van de ernstigste bedreigingen van de internationale stabiliteit en veiligheid vormt. De partijen komen derhalve overeen samen te werken en een bijdrage te leveren aan de bestrijding van de proliferatie van massavernietigingswapens en hun overbrengingsmiddelen, door de volledige naleving en de uitvoering op nationaal niveau van de verbintenissen die zij zijn aangegaan in het kader van de internationale verdragen en overeenkomsten op het gebied van ontwapening en non-proliferatie, alsmede van hun andere internationale verplichtingen op dat gebied. De partijen komen overeen dat deze bepaling een essentieel element is van deze overeenkomst, en deel uitmaakt van de politieke dialoog die deze elementen begeleidt en consolideert.


De partijen komen bovendien overeen samen te werken en bij te dragen aan de strijd tegen massavernietigingswapens en hun overbrengingsmiddelen:
- door maatregelen te nemen, gericht op de ondertekening of de ratificatie van alle andere internationale instrumenten ter zake, of, in voorkomend geval, op aansluiting daarbij, en op de volledige tenuitvoerlegging daarvan;
- door de instelling van een effectief stelsel van nationale exportcontroles met het oog op de beheersing van uitvoer en doorvoer van goederen die betrekking hebben op massa­vernietigingswapens, met inbegrip van een controle op eindgebruik als massavernietigings­wapen van technologieën voor tweeërlei gebruik, alsmede effectieve sancties op overtreding van de exportcontroles.
De politieke dialoog hierover kan op regionale basis plaatsvinden.

ARTIKEL 9


1. De politieke dialoog vindt plaats binnen de Stabilisatie- en associatieraad, die de algemene verantwoordelijkheid draagt voor alle aangelegenheden die de partijen hem voorleggen.

2. Op verzoek van de partijen kan de politieke dialoog ook de volgende vormen aannemen:


- voor zover nodig, bijeenkomsten op het niveau van hoge ambtenaren, die enerzijds Albanië vertegenwoordigen, en anderzijds het voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie en de Commissie;
- optimaal gebruik van alle diplomatieke kanalen tussen de partijen, met inbegrip van passende contacten in derde landen en binnen de Verenigde Naties, de OVSE, de Raad van Europa en andere internationale fora;
- alle andere middelen die een zinvolle bijdrage kunnen leveren aan de consolidatie, ontwikkeling en intensivering van de dialoog.

ARTIKEL 10


Op parlementair niveau vindt de politieke dialoog plaats in het kader van het bij artikel 122 ingestelde Parlementair Stabilisatie- en associatiecomité.

ARTIKEL 11


De politieke dialoog kan plaatsvinden in multilateraal verband, of als regionale dialoog waarbij andere landen in de regio betrokken zijn.

TITEL III


REGIONALE SAMENWERKING

ARTIKEL 12
In overeenstemming met zijn verbintenis op het gebied van internationale en regionale vrede en stabiliteit en de ontwikkeling van betrekkingen van goed nabuurschap, moet Albanië de regionale samenwerking actief steunen. Ook kan de Gemeenschap, via haar programma’s voor technische bijstand, projecten steunen met een regionale of grensoverschrijdende dimensie.
Telkens wanneer Albanië voornemens is de samenwerking met een van de in de artikelen 13, 14 en 15 genoemde landen te intensiveren, stelt het de Gemeenschap en haar lidstaten daarvan in kennis en voert het overleg met hen overeenkomstig de bepalingen van titel X.
Albanië moet bestaande bilaterale overeenkomsten met partners in de regio herzien, dan wel nieuwe overeenkomsten sluiten, om ervoor te zorgen dat deze verenigbaar zijn met de beginselen die worden genoemd in het Memorandum van Overeenstemming inzake handelsbevordering en liberalisering, dat op 27 juni 2001 in Brussel is ondertekend.

ARTIKEL 13


Samenwerking met andere landen


die een Stabilisatie- en associatieovereenkomst hebben gesloten
Na de ondertekening van deze overeenkomst opent Albanië met de landen die reeds een Stabilisatie- en associatieovereenkomst hebben ondertekend, onderhandelingen over de sluiting van bilaterale overeenkomsten inzake regionale samenwerking, waarvan het doel is de samenwerking tussen de betrokken landen uit te breiden.
De hoofdelementen van dergelijke overeenkomsten zijn:
- politieke dialoog;
- de totstandbrenging van een vrijhandelszone tussen de partijen die verenigbaar is met de relevante WTO-bepalingen;
- wederzijdse concessies betreffende het verkeer van werknemers, vestiging, dienstverlening, lopende betalingen en kapitaalverkeer en andere beleidsterreinen die betrekking hebben op het verkeer van personen, op een niveau dat gelijkwaardig is met dat in deze overeenkomst;
- bepalingen inzake samenwerking op andere, al dan niet onder deze overeenkomst vallende terreinen, met name justitie en binnenlandse zaken.
Deze overeenkomsten zullen in voorkomend geval bepalingen omvatten met betrekking tot de oprichting van de nodige institutionele mechanismen.

Deze overeenkomsten worden gesloten binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst. De bereidheid van Albanië om deze overeenkomsten te sluiten is een voorwaarde voor de verdere ontwikkeling van de betrekkingen tussen Albanië en de Europese Unie.


Albanië opent vergelijkbare onderhandelingen met de resterende landen van de regio, zodra deze landen een Stabilisatie- en associatieovereenkomst hebben gesloten.

ARTIKEL 14


Samenwerking met andere bij het stabilisatie- en associatieproces betrokken landen


Albanië streeft naar regionale samenwerking met de andere bij het stabilisatie- en associatieproces betrokken landen op sommige of alle onder deze overeenkomst vallende samenwerkingsgebieden, met name die van wederzijds belang. Deze samenwerking moet verenigbaar zijn met de beginselen en doelstellingen van deze overeenkomst.

ARTIKEL 15


Samenwerking met landen die kandidaat zijn voor toetreding tot de Europese Unie


1. Albanië kan met elk land dat kandidaat is voor toetreding tot de Europese Unie de samenwerking versterken en een overeenkomst sluiten voor regionale samenwerking op elk van de onder deze overeenkomst vallende samenwerkingsterreinen. Een dergelijke overeenkomst moet de bilaterale betrekkingen tussen Albanië en dat land geleidelijk afstemmen op het relevante onderdeel van de betrekkingen tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten en dat land.
2. Albanië moet onderhandelingen openen met Turkije om op een tot wederzijds voordeel strekkende basis een overeenkomst te sluiten, waarbij een vrijhandelszone tussen beide partijen wordt ingesteld overeenkomstig artikel XXIV van de GATT, alsmede het onderling opzetten en verlenen van diensten wordt geliberaliseerd op een niveau dat gelijkwaardig is aan dat van deze overeenkomst, volgens artikel V van de GATS.
Deze onderhandelingen moeten zo snel mogelijk worden geopend om een dergelijke overeenkomst voor het einde van de in artikel 16, lid 1, genoemde overgangsperiode te kunnen sluiten.

TITEL IV

VRIJ VERKEER VAN GOEDEREN

ARTIKEL 16


1. De Gemeenschap en Albanië brengen in de loop van een overgangsperiode van ten hoogste zes jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst geleidelijk een vrijhandelszone tot stand overeenkomstig de bepalingen van deze overeenkomst, de GATT 1994 en de WTO. Daarbij houden zij rekening met de hieronder vermelde specifieke eisen.
2. In het handelsverkeer tussen de twee partijen worden de goederen ingedeeld overeenkomstig de gecombineerde nomenclatuur.
3. Het basisrecht waarop de in de overeenkomst vastgestelde opeenvolgende verlagingen worden toegepast, is voor elk product het recht dat erga omnes daadwerkelijk wordt toepast op de dag voorafgaand aan de datum van ondertekening van de overeenkomst.
4. De verlaagde rechten die door Albanië moeten worden toegepast en die overeenkomstig de in deze overeenkomst vastgestelde regels moeten worden berekend, worden volgens gebruikelijke rekenkundige principes afgerond op hele getallen. Daarom moeten alle cijfers met 50 of minder achter de komma naar beneden worden afgerond op het dichtstbijzijnde hele getal en alle cijfers met meer dan 50 achter de komma naar boven worden afgerond tot het dichtstbijzijnde hele getal.

5. Indien na de ondertekening van deze overeenkomst tariefverlagingen op erga-omnesgrondslag worden toegepast, in het bijzonder verlagingen die voortvloeien uit de tariefonderhandelingen in de WTO, komen deze verlaagde rechten vanaf de datum waarop de verlagingen toepassing vinden in de plaats van de in lid 3 bedoelde basisrechten.


6. De Gemeenschap en Albanië stellen elkaar in kennis van hun respectieve basisrechten.

HOOFDSTUK I


INDUSTRIEPRODUCTEN

ARTIKEL 17
1. Het bepaalde in dit hoofdstuk is van toepassing op producten van oorsprong uit de Gemeenschap of uit Albanië, vermeld in de hoofdstukken 25 tot en met 97 van de gecombineerde nomenclatuur, met uitzondering van de producten genoemd in bijlage 1, punt I, onder ii), van de Overeenkomst inzake de landbouw (GATT 1994).
2. De handel tussen de partijen in producten die onder het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie vallen, geschiedt in overeenstemming met de bepalingen van dat Verdrag.

ARTIKEL 18


1. De douanerechten die van toepassing zijn bij invoer in de Gemeenschap van producten van oorsprong uit Albanië, worden bij de inwerkingtreding van de overeenkomst afgeschaft.
2. De kwantitatieve beperkingen bij invoer in de Gemeenschap en de maatregelen van gelijke werking worden voor de producten van oorsprong uit Albanië opgeheven op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst.

ARTIKEL 19


1. De douanerechten die van toepassing zijn bij invoer in Albanië van producten van oorsprong uit de Gemeenschap, andere dan de in bijlage I genoemde, worden bij de inwerkingtreding van de overeenkomst afgeschaft.
2. De douanerechten die van toepassing zijn bij de invoer in Albanië van de producten van oorsprong uit de Gemeenschap, vermeld in bijlage I, worden geleidelijk verlaagd volgens onderstaand tijdschema:
- bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst worden de invoerrechten verlaagd tot 80% van het basisrecht;
- op 1 januari van het eerste jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst worden alle invoerrechten verlaagd tot 60% van het basisrecht;

- op 1 januari van het tweede jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst worden alle invoerrechten verlaagd tot 40% van het basisrecht;


- op 1 januari van het derde jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst worden alle invoerrechten verlaagd tot 20% van het basisrecht;
- op 1 januari van het vierde jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst worden alle invoerrechten verlaagd tot 10% van het basisrecht;
- op 1 januari van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst worden de resterende invoerrechten afgeschaft.
3. De kwantitatieve beperkingen bij invoer in Albanië van producten van oorsprong uit de Gemeenschap en maatregelen van gelijke werking worden bij de inwerkingtreding van de overeenkomst afgeschaft.

ARTIKEL 20


De Gemeenschap en Albanië schaffen bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst in hun onderlinge handelsverkeer alle heffingen van gelijke werking als douanerechten bij invoer af.

ARTIKEL 21


1. Bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst schaffen de Gemeenschap en Albanië alle douanerechten bij uitvoer en heffingen van gelijke werking af.
2. De Gemeenschap en Albanië schaffen bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst alle kwantitatieve beperkingen bij de uitvoer en alle maatregelen van gelijke werking af.

ARTIKEL 22


Albanië verklaart zich bereid zijn douanerechten in het handelsverkeer met de Gemeenschap sneller te verlagen dan in artikel 19 bepaald, indien de algemene economische situatie in dat land en de situatie in de betrokken sector van de economie zulks mogelijk maken.
De Stabilisatie- en associatieraad analyseert de situatie dienaangaande en doet daarover aanbevelingen.

ARTIKEL 23


Protocol 1 bevat de regeling voor ijzer- en staalproducten die onder hoofdstuk 72 en 73 van de gecombineerde nomenclatuur vallen.

HOOFDSTUK II


LANDBOUW EN VISSERIJ

ARTIKEL 24

Definities


1. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de handel in landbouw- en visserijproducten van oorsprong uit de Gemeenschap of uit Albanië.
2. Met “landbouw- en visserijproducten” worden de producten bedoeld die vermeld zijn in de hoofdstukken 1 tot en met 24 van de gecombineerde nomenclatuur en in bijlage 1, punt 1, onder ii), bij de Overeenkomst inzake de landbouw (GATT 1994).
3. Deze definitie omvat ook vis en visserijproducten die vallen onder hoofdstuk 3, posten 1604 en 1605, en onderverdelingen 0511 91, 2301 20 00 en 1902 20 10.

ARTIKEL 25


Protocol 2 bevat de handelsregeling voor de daarin genoemde verwerkte landbouwproducten.

ARTIKEL 26


1. Met ingang van de inwerkingtreding van deze overeenkomst schaft de Gemeenschap alle kwantitatieve beperkingen en maatregelen van gelijke werking af die van toepassing zijn op de invoer van landbouw- en visserijproducten van oorsprong uit Albanië.
2. Met ingang van de inwerkingtreding van deze overeenkomst schaft Albanië alle kwantitatieve beperkingen en maatregelen van gelijke werking af die van toepassing zijn op de invoer van landbouw- en visserijproducten van oorsprong uit de Gemeenschap.

ARTIKEL 27

Landbouwproducten
1. Met ingang van de inwerkingtreding van deze overeenkomst schaft de Gemeenschap alle douanerechten en heffingen van gelijke werking af die van toepassing zijn op de invoer van landbouwproducten van oorsprong uit Albanië, andere dan die van de posten 0102, 0201, 0202, 1701, 1702 en 2204 van de gecombineerde nomenclatuur.
Voor de producten die vallen onder hoofdstukken 7 en 8 van de gecombineerde nomenclatuur, waarvoor het gemeenschappelijk douanetarief in een "ad valorem" douanerecht en een specifiek douanerecht voorziet, is de afschaffing uitsluitend op het "ad valorem"-deel van de douanerechten van toepassing.

2. Met ingang van de inwerkingtreding van deze overeenkomst verleent de Gemeenschap rechtenvrije toegang aan invoer in de Gemeenschap voor producten van de posten 1701 en 1702 van de gecombineerde nomenclatuur van oorsprong uit Albanië, binnen de grenzen van de jaarlijkse tariefcontingenten van 1000 ton.


3. Met ingang van de inwerkingtreding van de overeenkomst moet Albanië:
a) de douanerechten afschaffen die van toepassing zijn op de invoer van bepaalde in bijlage II a) vermelde landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap;
b) de douanerechten die van toepassing zijn op de invoer van bepaalde in bijlage II b) vermelde landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap geleidelijk verminderen in overeenstemming met het voor ieder product in die bijlage vastgestelde tijdschema;
c) de douanerechten die van toepassing zijn op de invoer van bepaalde in bijlage II c) vermelde landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap afschaffen binnen de grenzen van de tariefcontingenten die voor de betrokken producten zijn vermeld.
4. In protocol 3 is de regeling neergelegd die van toepassing is op de daarin genoemde wijn en gedistilleerde dranken.

ARTIKEL 28


Visserijproducten


1. Met ingang van de inwerkingtreding van deze overeenkomst schaft de Gemeenschap alle douanerechten op vis en visserijproducten van oorsprong uit Albanië, andere dan die vermeld in bijlage III, af. Op de in bijlage III vermelde producten zijn de daarin opgenomen bepalingen van toepassing.
2. Zodra deze overeenkomst in werking treedt, past Albanië geen douanerechten of heffingen van gelijke werking meer toe op vis en visserijproducten van oorsprong uit de Gemeenschap.

ARTIKEL 29


Rekening houdend met de omvang van het handelsverkeer in landbouw- en visserijproducten tussen de partijen, de bijzondere gevoeligheden van die producten, de regels van het gemeenschappelijk landbouw- en visserijbeleid van de Gemeenschap en het landbouw- en visserijbeleid van Albanië, de rol van landbouw en visserij in de Albanese economie en de gevolgen van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de WTO, onderzoeken de Gemeenschap en Albanië binnen zes jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst in de Stabilisatie- en associatieraad per product, systematisch en op basis van passende wederkerigheid, de mogelijkheden om elkaar verdere concessies te verlenen teneinde de handel in landbouw- en visserijproducten verder te liberaliseren.

ARTIKEL 30


De bepalingen van dit hoofdstuk vormen in geen geval een belemmering voor de eenzijdige toepassing van gunstiger maatregelen door een van de partijen.


  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   33


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina