De europese unie



Dovnload 71.39 Kb.
Datum20.08.2016
Grootte71.39 Kb.










RAAD VAN

DE EUROPESE UNIE




Brussel, 14 mei 2009 (28.05)

(OR. en)










9717/09

LIMITE














JAI 281

ECOFIN 358

TRANS 188

RELEX 442

ECO 74

PESC 621

COTER 45

ENFOPOL 133

COSDP 440

PROCIV 71

ENER 177

ATO 49

DATAPROTECT 38

TELECOM 102






NOTA

van:

de coördinator voor terrorismebestrijding van de EU

aan:

de Raad/Europese Raad

Betreft:

Terrorismebestrijdingsstrategie van de EU - Discussienota



Inleiding
De Europese Raad van 19/20 juni 2008 heeft de aanbevelingen in het verslag1 van de EU coördinator voor terrorismebestrijding (hierna "de CTC") met instemming begroet. In dat ver­slag wordt de stand opgemaakt van de tijdens de afgelopen maanden geboekte vooruitgang en worden de prioriteiten voor verdere actie bezien 2.

1. Uitwisseling van informatie
1.1 Naar een EU-strategie inzake informatiebeheer
De CTC neemt er met voldoening nota van dat de ad-hocgroep informatie-uitwisseling vorderingen heeft gemaakt bij de toepassing van het Zweedse kaderbesluit (2006/960/JBZ) en de Prümbesluiten (2008/615/JBZ en 2008/616/JBZ) maar hoopt dat de groep zich dankzij deze vorderingen de komende maanden meer kan concentreren op visie en strategie inzake informatiebeheer in JBZ-verband.
De CTC is dan ook ingenomen met het voornemen van het aanstaande Zweedse voorzitterschap om een EU-informatiestrategie voor te stellen, en daar een akkoord over te bereiken. Om hieraan bij te dragen en de zaken te vergemakkelijken, stelt de CTC een ontwerp-verklaring op hoog niveau voor (zie bijlage) die als basis kan dienen voor het deel van het programma van Stockholm dat met informatiebeheer verband houdt. Deze ontwerp-verklaring is de samenvatting door de CTC van verschillende besprekingen met de lidstaten en door hen verstrekte documenten, met name de resultaten van de twee vergaderingen die de CTC met geselecteerde delegaties en de Commissie heeft belegd om de voorbereidingen voor het ontwikkelen van een informatiestrategie te bespreken.
Ten slotte benadrukt de CTC dat het EU-informatiebeheer adequaat moet worden geregeld, met inbegrip van de aanpak binnen de structuren van de Raad, en herhaalt daarom de aanbeveling de ad-hocgroep in te stellen als een volwaardige werkgroep van de Raad met een duidelijk en compleet mandaat en pragmatische werkmethoden.
1.2 Systematisch verstrekken van gegevens aan Europol en Eurojust
Krachtens Besluit 2005/671/JBZ van 20 september 2005 worden gegevens systematisch aan Euro­pol en Eurojust verstrekt: daardoor kan eerstgenoemde strategische en operationele analyses uit­voeren en kan laatstgenoemde de vervolgingen coördineren.

EUROPOL

In zijn rapport aan de CTC in mei 2009 meldt Europol dat de rapportage door de lidstaten van straf­rechtelijk onderzoek met betrekking tot terroristische misdrijven is verbeterd, en dat de lidstaten over de meeste terroristische incidenten regelmatig informatie uitwisselen met Europol, en dat Europol zelden om informatie moet verzoeken op basis van Besluit 2005/671/JBZ. Hoewel er een duidelijke toename is van de frequentie van de rapportage en de timing verbeterd is, zou Europol het waarderen als sommige lidstaten zich nog meer zouden inspannen voor een adequate toezending van gegevens.


Voorts zou Europol een verruiming van de werkingssfeer van het besluit appreciëren. Voor Europol zou het ontvangen van gegevens over alle terroristische incidenten een meerwaarde betekenen, ongeacht of daar één of meer lidstaten bij betrokken zijn. Dat zou leiden tot een verdere verbetering van de producten en diensten van Europol zoals het verslag over de stand van zaken en de tendensen in verband met terrorisme (TE-SAT), dreigingsevaluaties voor de toppen van de Euro­pese Raad en andere zaken. Alleen als hij over een compleet overzicht van alle zaken beschikt kan Europol de lidstaten een adequaat overzicht en een adequate beoordeling van de situatie op het gebied van terrorisme in Europa verstrekken.
EUROJUST

Eurojust wijst er in haar rapport aan de CTC van mei 2009 op dat het nieuwe Eurojust-besluit, dat in september 2008 van kracht is geworden, registratie van veroordelingen mogelijk maakt, naast onderzoek en vervolging. Een actualisering van het dossierbeheerssysteem van Eurojust zal in de loop van 2009 worden doorgevoerd om de extractie van die gegevens voor statische doeleinden met het oog op rapportage mogelijk te maken.


Luxemburg heeft Eurojust meegedeeld dat het op 9 maart 2009 Besluit 2005/671/JBZ heeft uit­gevoerd. Eurojust heeft geen andere meldingen van actualisering van wetgeving ontvangen.
Het is nog altijd niet vanzelfsprekend dat Eurojust informatie over definitieve rechterlijke uit­spraken ontvangt, hoewel het besluit van de Raad dit eist. Eurojust zou een verbetering van de informatie-uitwisseling in kwantitatief en kwalitatief opzicht waarderen.
Eurojust en Europol zal worden verzocht in november 2009 opnieuw verslag uit te brengen over deze punten.

1.3 Samenwerking tussen Europol en Eurojust
De onderhandelingsteams van Europol en Eurojust zijn uiteindelijk tot overeenstemming gekomen over de wijzigingen in hun samenwerkingsovereenkomst, waarom de Raad eind 2008 had verzocht. De CTC hoopt dat de noodzakelijke formaliteiten zeer spoedig zullen zijn afgerond zodat de over­eenkomst kan worden toegepast. Regelmatige rapportage aan de Raad over de toepassing van deze herziene overeenkomst zou op prijs gesteld worden.
1.4 Uitwisseling van internetgerelateerde informatie
Europol heeft een middel gevonden om de databeschermingsproblemen in verband met het Check the Web-portaal, die de CTC in zijn vorige discussienota aan de orde had gesteld, op te lossen door het portaal in te passen in het juridisch kader van de analysebestanden. Binnen dat juridisch kader blijven de functionaliteiten van en de toegang tot het systeem dezelfde. De CTC dankt Europol voor zijn recente gedetailleerde overzicht van deze kwestie 1.
In zijn rapport aan de CTC in mei 2009 verzoekt Europol de lidstaten tijdelijke deskundigen naar Europol te detacheren om de bijdragen van de lidstaten aan het Check the Web-portaal op te stellen, te beoordelen en te uploaden. De CTC steunt dit verzoek omdat het de hoeveelheid en de kwaliteit van de op het portaal beschikbare informatie zou vergroten en de lidstaten meer zou aansporen om het portaal te gebruiken. Europol is van plan om in 2010 een extra ambtenaar aan te trekken om aan het Check the Web-initiatief te werken, maar zou extra steun van de lidstaten vóór die datum weten te waarderen. Europol waardeert ten zeerste de hulp die Duitsland in het verleden heeft geboden, door deskundigen te detacheren die een zeer grote bijdrage hebben geleverd bij het opzetten van het portaal en het uploaden van de informatie. Voorts zouden de lidstaten IT-oplossingen moeten ont­werpen waardoor hun terrorismebestrijdingseenheid rechtstreekse toegang krijgen tot het Europol-portaal.

De CTC dankt de lidstaten voor hun bijdragen aan het portaal, maar spoort de respectieve instanties toch aan om actievere samenwerking met Europol op dat punt te overwegen, zowel wat de kwantiteit als de kwaliteit van de informatie betreft.


1.5 Uitwisseling van informatie met de Verenigde Staten
De contactgroep op hoog niveau inzake gegevensbescherming en -uitwisseling (HLCG) heeft in aansluiting op haar eindverslag aan de topbijeenkomst van de EU en de VS van 10 juni 2008 met succes gestreefd naar overeenstemming over de in het eindrapport genoemde hangpunten. Met betrekking tot het principe van beroep bij de rechter zijn de deskundigen van de EU en de VS er niet in geslaagd de verschillen in aanpak tussen beide mogendheden te overbruggen. Op politiek niveau heeft de EU de VS herhaaldelijk duidelijk gemaakt dat er geen onderscheid mag zijn tussen EU- en de VS-burgers wat betreft openstaande rechtsmiddelen met het oog op gegevens­bescherming.
De EU en de VS zijn overeengekomen om te beginnen werken aan een routekaart voor de voor­bereiding van de onderhandelingen over een toekomstige overeenkomst. Een dergelijke overeen­komst die het algemene kader vaststelt voor gegevensbescherming in het kader van de gegevens­uitwisseling tussen de EU en de VS, moet de fundamenten leggen voor een intensievere uitwisse­ling van persoonsgegevens bij de trans-Atlantische bestrijding van terrorisme en andere vormen van zware criminaliteit.

2. Radicalisering en rekrutering
De CTC is ingenomen met de recente uitvoering van het Actieplan ter bestrijding van radicalisering en rekrutering zoals dat vorig jaar november werd herzien 1. Het is belangrijk dat duidelijk vast­staat wie met betrekking tot de verschillende ideeën in het actieplan de leiding heeft, zodat deze ideeën in concrete acties kunnen worden vertaald.
De CTC is tevreden over het werk dat is verricht inzake de zes thema's die vorig jaar zijn vast­gesteld en waar individuele lidstaten de leiding hebben genomen (UK, ES, DE, SE, NL, DK). Deze werkmethode heeft haar nut bewezen door het gezamenlijke accent dat is komen te liggen op de belangrijkste uitdagingen. België heeft nu samen met Zweden de leiding over de werkzaamheden betreffende de rol van politieofficieren bij het onderkennen en tegengaan van radicalisering, terwijl Nederland, de Tsjechische republiek en het VK partners zijn in een door Duitsland geleid project.
Voorafgaand aan een korte beschrijving van de vorderingen betreffende de zes thema's, wil de CTC benadrukken dat de essentie van alle zes projecten is dat zij innovatieve benaderingen trachten te omschrijven die als model kunnen dienen voor andere lidstaten. Er moeten praktische beste praktijken worden vastgesteld en concrete operationele instrumenten worden gecreëerd die met andere lidstaten kunnen worden gedeeld. Gemeenschappelijk punt voor alle projecten is dat andere belangstellende lidstaten erbij betrokken zullen zijn en inbreng zullen hebben. Daardoor zal het eindresultaat concrete relevantie hebben voor zoveel mogelijk lidstaten.
De CTC wil de andere lidstaten er graag toe aanzetten om de uitdaging aan te gaan om leidende lidstaat te worden op sommige van de andere gebieden die in ons actieplan worden genoemd.
Wat de media betreft, heeft het VK op 18-19 februari een zeer succesvolle informele werksessie over strategische communicatie inzake terrorismebestrijding gehouden. De CT-coördinatoren zullen de bevindingen van de vergadering op 25 mei bespreken tijdens hun informele bijeenkomst, waar steun zal worden gezocht voor de voorstellen voor mogelijke actie.

Bij de vertaling van deze nieuwe ideeën, moet het accent liggen op concrete en praktische maat­regelen om de inhoud van het "bestrijdingsverhaal" beter te definiëren. De strategie voor media­communicatie blijft een goed kader, maar de vervolgmaatregelen moeten dynamischer zijn en beter aansluiten bij de werkelijke situatie. Inhoudelijk gezien zouden wij ons opnieuw kunnen bezinnen op de gemeenschappelijke woordenlijst en de vraag of deze moet worden geactualiseerd in een wereld waarin de dreigingsevaluatie niet alleen op Al-Qaida toegespitst mag zijn.


In de werksessie onder leiding van het VK werd ook het belang onderstreept van proactieve communicatie van ons algemeen beleid naar de buitenwereld. De CTC wil benadrukken dat dit veel verder gaat dan terrorismebestrijding en dat het doel vooral is de openbare diplomatie een stap verder te brengen, met name met betrekking tot de Arabisch-Islamitische wereld, waar het EU-beleid vaak doelbewust verkeerd wordt uitgelegd om ons in een kwaad daglicht te stellen, of waar­bij we vaak niet voldoende erkenning krijgen voor wat we eigenlijk doen. In dat verband werd er in de aanbevelingen van de werksessie opnieuw op gewezen dat het van belang is zowel bij de Commissie als bij de Raad een EU-persvoorlichter aan te stellen die Arabisch kent.
Wat de imamopleidingen betreft, heeft Spanje de werkzaamheden voortgezet door de situatie in de afzonderlijke lidstaten in kaart te brengen op basis van hun eigen inbreng en van antwoorden op een vragenlijst. In de eerste fase zullen de werkzaamheden gericht zijn op het verkrijgen van een duidelijk beeld van de betrekkingen tussen godsdienst en staat, de reële situatie van de islam in elke lidstaat en het bestaan van opleidingscentra voor imams.
De CTC ziet uit naar de eerste resultaten. In de tweede en derde fase, zal het accent liggen op het vaststellen van gemeenschappelijke uitdagingen en mogelijke oplossingen en beste praktijken. Dat zal geschieden via een aantal vergaderingen met een inbreng van de bevoegde nationale instanties.
Als subproject bij het "Check the Web"-initiatief, heeft Duitsland de leiding genomen bij de preventie van terroristische inhoud op het Internet met het project "Een verkenning van het islamitisch-extremistische web van Europa - analyse en preventieve aanpak." Dit project wordt uitgevoerd in partnerschap met Nederland, de Tsjechische republiek en het Verenigd Koninkrijk.
Dit project zal hoofdzakelijk gericht zijn op een gezamenlijke beoordeling van de dreiging die uit­gaat van gewelddadige en extremistische open source websites, vooral die welke op een Europees publiek gericht zijn, en op mogelijke middelen om de verspreiding van dergelijke inhoud aan­zienlijk terug te dringen. Als onderdeel van het project zullen een aantal conferenties worden gehouden om de bevindingen te bespreken met andere belangstellende lidstaten.
De CTC stelt met voldoening vast dat België samen met Zweden de leiding heeft genomen van de werkzaamheden inzake de capaciteit van de lokale politie om radicalisering te onderkennen en tegen te gaan. Bij dit project zal de nadruk liggen op de essentiële rol van de plaatselijke politie. De doelstelling is tweeledig: ten eerste een praktisch instrument creëren ter ondersteuning van eerste­lijnsambtenaren bij het vroegtijdig opsporen van tekenen van radicalisering en ten tweede een concrete en operationele werkmethode bieden aan deze politieambtenaren waarbij andere lokale partners betrokken zijn. Het resultaat van dit project kan ook gebruikt worden als basis voor opleiding in de nationale politieacademies en bij Cepol.
Wat de rol van de lokale autoriteiten bij de preventie van radicalisering betreft, loopt onder leiding van Nederland een initiatief om nader te bezien hoe EU-lidstaten praktische beste praktijken op lokaal niveau kunnen uitwisselen. Voor dit project is inspiratie gezocht in de bevindingen van een onlangs voltooid project betreffende het onderkennen van radicalisering en het doel zal zijn con­crete methodes te ontwikkelen om eerstelijnsprofessionals en personen die in de gemeenschap actief zijn, te helpen bij het inzicht krijgen in en voorkomen van radicalisering.

Ten slotte is Denemarken in het kader van de preventie van radicalisering, met name onder jongeren, een project gestart over deradicalisering en afstandneming, geïnspireerd door het natio­nale actieplan ter voorkoming en bestrijding van extremistische standpunten en radicalisering onder jongeren. Dit project wordt uitgevoerd door het ministerie van Integratie in partnerschap met de veiligheidsdienst en de gemeenten. Doel is praktische instrumenten zoals coachingtechnieken en mentorschap te ontwikkelen en het contact en de interactie tussen rechtshandhavers en de gemeen­telijke autoriteiten te verbeteren. Wat de verwachte resultaten betreft, wordt ernaar gestreefd een conferentie te organiseren over bewustmaking en het delen van kennis. Ook de publicatie van een handboek en audiovisuele producten worden overwogen.



De alliantie der beschavingen

De alliantie der beschavingen heeft een belangrijke rol te spelen bij het voorkomen van extremisme en radicalisering. Zoals vermeld in het rapport van de groep op hoog niveau vormen de betrekkingen tussen het "Westen" en de "moslimwereld" een belangrijke uitdaging. De EU heeft gewerkt aan verschillende initiatieven omtrent methoden om deze betrekkingen te verbeteren en los te raken van de stereotypen over elkaar. Er blijft echter nog veel te doen. De alliantie moet worden aangemoedigd om zich op deze kwesties te blijven concentreren.


3. Externe betrekkingen
Technische bijstand in het kader van het stabiliteitsinstrument

Een van de belangrijkste ontwikkelingen bij het toerusten van de EU om een meer doelgerichte rol te spelen bij de bestrijding van terrorisme buiten de Unie was de opname in het indicatieve programma 2009-2011 van het stabiliteitsinstrument (door de Commissie goedgekeurd op 8 april 2009) van de eerste mondiale maatregelen voor terrorismebestrijding die de Commissie samen met deskundigen van de EU- lidstaten heeft opgesteld. De belangrijkste nieuwe prioriteiten zijn Pakistan en Afghanistan en het Sahelgebied in Afrika, en de ondersteuning van de inspanningen van derde landen om de toepasselijke met terrorismebestrijding verband houdende VN-instrumenten uit te voeren. Een belangrijke component van het programma is ook het aanpakken van de dreiging van piraterij op vitale maritieme routes, met name de Golf van Aden, door de capaciteit van de lidstaten om in hun eigen territoriale wateren te patrouilleren en informatie uit te wisselen, te vergroten. De banden tussen terrorisme en georganiseerde criminaliteit worden onderzocht op gebieden zoals drugshandel vanuit Latijns-Amerika naar West-Afrika, handel in handvuurwapens en lichte wapens, en illegale handel in chemische, biologische, radiologische en nucleaire (CBRN) stoffen.


Dit is een erkenning van de belangrijke rol die de Commissie te spelen heeft bij terrorisme­bestrijding, door de capaciteitsopbouw in derde landen te ondersteunen. Bij de aankondiging van het nieuwe programma, benadrukte de Commissaris voor Externe Betrekkingen Benita Ferrero-Waldner dat de ontwikkelingsprogramma's van de Commissie nauwe aandacht moeten besteden aan veiligheidskwesties die verband houden met terrorisme, georganiseerde criminaliteit en smokkel. De CTC zal grote inspanningen leveren om de Commissie en de toekomstige voorzitterschappen te helpen om dit in de praktijk te brengen.
Pakistan/Afghanistan

Het jongste verslag van de CTC aan de JBZ-Raad viel samen met de aanslagen in Mumbai. Sinds­dien is het dringende karakter van de hulp aan Pakistan om het terrorisme op en vanaf zijn grond­gebied in de hand te houden de afgelopen maanden steeds duidelijker geworden. Pakistan wordt tegelijk bedreigd door een opstand, die zich nu tot buiten de FATA (federaal bestuurde tribale gebieden) verspreidt, en een geavanceerde terroristische beweging, die geruchtmakende aanslagen pleegt in grote steden. De EU-belangen in Pakistan worden bedreigd, en er zijn veel nauwe banden tussen groepen in Pakistan en terroristen die binnen de EU actief zijn. Terwijl een militaire aanpak om de opstand neer te slaan onvermijdelijk is, biedt het leger geen duurzame oplossingen en kan militaire kracht niet goed worden ingezet tegen stadsterrorisme. Om een oplossing op lange termijn voor de problemen van Pakistan te vinden moet de capaciteit van zijn nieuwe democratische instellingen om in de praktijk tot goed bestuur te komen, worden vergroot, ook wat betreft goede civiele politie en toegang tot een functionerend rechtsstelsel.


Zoals de CTC zelf heeft geconstateerd toen hij in januari een bezoek bracht, zijn de nieuwe instellingen van Pakistan, ondanks een indrukwekkende inzet aan de top, nog steeds fragiel en hebben zij dringend zowel praktische als politieke steun nodig. Die moet zowel van de lidstaten als van de EU-instellingen komen. Wat praktische steun betreft, zal de EU zich zeer inspannen om een vervolg te geven aan de resultaten van de verkenningsmissie van de Commissie met deskundigen van de EU-lidstaten die Pakistan heeft bezocht van 25 maart tot en met 4 april. De CTC zal ook samenwerken met de nationale CT- coördinatieplatformen van een aantal lidstaten om in Brussel een brainstormingsbijeenkomst te organiseren ten behoeve van de nieuwe Pakistaanse nationale instantie voor terrorismebestrijding. Het aanstaande Zweedse voorzitterschap zal ook een COTER-trojka met Pakistan trachten te organiseren.

De komende ad hoc top met Pakistan op 15 juni is een belangrijke gelegenheid om politieke steun te betuigen. Verdere tekenen van steun zouden de civiele leiding in staat stellen haar geloof­waardigheid onder de eigen kiezers te vergroten. De politieke moed die nodig is om de nodige stappen vooruit te zetten mag niet onderschat worden, zeker niet wat betreft de vervolging van de betrokkenen bij de aanslagen in Mumbai.

Een welkome ontwikkeling in de afgelopen maanden was ook dat de nieuwe VS-regering haar beleid in Pakistan en Afghanistan op een nieuwe leest heeft geschoeid. Daardoor sluit het VS-beleid in deze twee landen meer aan bij de EU-aanpak. Afghanistan vormt voor de EU een minder directe bedreiging dan Pakistan, door de enorme militaire druk die er wordt uitgeoefend. Maar op lange termijn heeft Afghanistan dezelfde behoeften als Pakistan, zij het met een veel minder gunstige startpositie. De twee landen vormen dus zeer uiteenlopende uitdagingen, maar wel uitdagingen die samen moeten worden aangepakt via een gecoördineerd optreden. Die EU heeft zeer grote belangen bij blijvende stabiliteit in Pakistan en Afghanistan, zoals uiteengezet in het onlangs aan het PVC voorgelegde Gemeenschappelijk document van de Commissie en de Raad 1. Gezien de omvang van de dreiging voor de hele JBZ-agenda, gezien ook de banden met drugs en georgani­seerde criminaliteit, en het essentiële belang van beter politiewerk en toegang tot de rechter bij het tegengaan van die dreiging, zou de Raad JBZ zelf kunnen overwegen hierover in een komende zitting te debatteren.
Andere landen in de regio hebben met soortgelijke problemen te kampen, en er zouden zich kansen kunnen aandienen om een gemeenschappelijke aanpak te ontwikkelen die verder gaat dan Pakistan en Afghanistan (Bangladesh, Sri Lanka, Centraal-Azië). Het is belangrijk om een aanpak van terrorismebestrijding in Zuid-Azië te bevorderen, waarbij behalve de bovengenoemde landen ook India betrokken is.
Centraal-Azië

De ontwikkelingen in Afghanistan en Pakistan zijn verbonden met de veiligheid in Centraal-Azië. De opbouw van capaciteit in de Centraal-Aziatische landen voor de bestrijding van extremisme, radicalisering en rekrutering moet dan ook prioriteit hebben voor de EU, zoals reeds het geval is voor grensbeheer. De EU zou de component terrorismebestrijding van haar strategie voor Centraal-Azië kunnen uitbreiden met een regionale aanpak om te voorkomen dat de instabiliteit in Afghanistan en Pakistan overslaat naar de Centraal-Aziatische buurlanden.


In het kader van de politieke dialoog met derde landen, zou de EU kunnen overwegen technische bijstand te leveren aan Centraal-Azië waarbij ook instrumenten worden gecreëerd om de opstand in Afghanistan en Pakistan te bestrijden. Door een dergelijke samenwerking zou het veiliger en minder duur zijn om deskundigen en stagiairs samen te laten komen in een Centraal-Aziatisch land vlakbij Afghanistan.

Sahel

In de vorige discussienota's van de CTC werden de risico's genoemd die van de Sahel de op een na belangrijkste terroristische dreiging voor de EU maken. De landen in de Sahel zijn fragiel en worden geconfronteerd met complexe dreigingen. Hoewel de terroristische activiteiten van AQIM zich, afgezien van logistieke steun, nog niet uitstrekken tot in Europa, zijn er een paar ontvoeringen van EU-burgers geweest die veel media-aandacht hebben gekregen. Momenteel worden er een Brit en een Zwitser vastgehouden door AQIM, dat in ruil voor hun vrijlating eist dat de activist "Abu Qatada" uit de gevangenis in het VK wordt vrijgelaten.


Onlangs heeft de bevoegde werkgroep zich beraden op een gemeenschappelijke nota van het secretariaat van de Raad/de Commissie over opties voor het aanpakken van regionale veiligheids­problemen. De Raad JBZ heeft eveneens aspecten van de achterliggende problemen bestudeerd door zich over de illegale handel in West-Afrika te buigen. Bij het bekijken van de opties voor bij­stand aan de Sahellanden moet ook worden gelet op de rol die de Maghreblanden zouden kunnen spelen. Er zijn een aantal initiatieven genomen om samen te werken met Marokko en Algerije op het punt van terrorismebestrijding, maar dat leverde in het beste geval gemengde resultaten op en er is een grondiger bespreking nodig van de lering die uit dat proces kan worden getrokken.
Als onmiddellijke praktische bijdrage ter verbetering van de capaciteit van de Sahellanden, heeft de Franse regering voorgesteld om met EU-steun een regionale veiligheidsacademie op te richten. Dat is een uitstekend voorstel dat deze landen zal helpen om hun zo belangrijke vermogen tot beveili­ging van hun eigen grondgebied te vergroten, en om de regionale coördinatie te verbeteren door persoonlijke contacten tussen de betrokken landen te ontwikkelen en hun een gemeenschappelijke basis te geven voor het verwerven van inzicht in veiligheidsvraagstukken.
Jemen/Hoorn van Afrika

Afgezien van de twee prioriteiten die de CTC zich aanvankelijk heeft gesteld, namelijk Pakistan/Afghanistan en de Sahel, wordt steeds duidelijker dat de EU-belangen in toenemende mate worden bedreigd in en om de regio Jemen en Hoorn van Afrika. De regering van Jemen krijgt grote delen van het grondgebied moeilijk onder controle en in het verleden kwamen veel Al-Qaida-rekruten uit dat land. Na een aantal recente aanslagen in Jemen en omdat er steeds meer aan­wijzingen zijn van georganiseerde Al-Qaida-activiteiten, heeft de CTC op 6/7 mei een bezoek aan Jemen gebracht, parallel met een ad hoc trojkabezoek in COTER-verband. Te gelegener tijd zullen naar aanleiding hiervan verdere aanbevelingen worden gedaan.

De problemen van Somalië zijn genoegzaam bekend en gigantisch, en zolang er niet een soort functionerende regering is, is er niet veel plaats voor een beleid van terrorismebestrijding, maar is de steun van de EU voor de politiemissie van de AU wel een goede stap in de juiste richting. Pirate­rij om economische en niet om politieke redenen, wordt in het algemeen niet beschouwd als terro­risme als zodanig, maar het is een belangrijke financieringsbron. Alleen al in 2009 is meer dan 20 miljoen dollar betaald aan Somalische piraten. Er is weliswaar geen direct bewijs dat het geld gebruikt is ter ondersteuning van terrorisme, en Al-Shahaab (de belangrijkste groep in Somalië die banden met Al-Qaida heeft) heeft een krachtig standpunt tegen piraterij ingenomen, maar ten minste een deel van het geld is waarschijnlijk bij gewapende groepen in Somalië terechtgekomen, die terroristische aanslagen tegen westerse belangen zouden kunnen plegen.
Egypte

De EU geeft op 31 maart zijn eerste trojka inzake terrorismebestrijding met Egypte gehouden. De sfeer was goed, en er bleek veel potentieel te bestaan voor samenwerking met de Egyptenaren aan concrete projecten, met name gelet op de centrale rol die Egypte speelt in de populaire Arabische cultuur.


Trans-Atlantisch Partnership EU-VS

De CTC heeft nauw samengewerkt met het voorzitterschap en de Commissie om een EU-koepel te creëren voor bijstand aan de sluiting van het detentiecentrum in Guantanamo Bay. Het besluit om al dan niet gedetineerden op te vangen is een bevoegdheid van de lidstaten, maar gelet op de Schengendimensie, is het ook van invloed op de andere lidstaten en Schengenpartners. Besloten werd om een EU-koepel tot stand te brengen die zou bestaan uit een interne component (mechanisme voor informatie-uitwisseling), maar die ook een element van buitenlands beleid zou hebben. De CTC heeft samen met de Commissie een informatienota verstrekt over de sluiting van Guantanamo in februari 2009 1.


Bijstand aan de VS voor de sluiting van Guantanamo zou van politieke betekenis zijn voor de trans-Atlantische betrekkingen. De CTC is van mening dat een spoedige en gedegen oplossing voor de personen die momenteel in Guantanamo worden vastgehouden, en de sluiting van de faciliteiten waar zij opgesloten zitten, in het belang zouden zijn van zowel de VS als de Europese Unie en in het belang van het recht, de eerbiediging van de rechtsstaat en de mensenrechten zou verbeteren en zouden bijdragen tot betere betrekkingen tussen de EU en de VS. De verantwoordelijkheid voor de sluiting van Guantanamo ligt weliswaar bij de VS, maar de EU heeft lang aangedrongen op de sluiting van het detentie­centrum van Guantanamo Bay en moet nu haar verantwoordelijkheid nemen en de VS helpen om deze belangrijke doelstelling te verwezenlijken. De EU zou de VS helpen tegen de achtergrond van de lopende evaluatie van het beleid van detentie, overbrenging en ondervraging bij de bestrijding van terrorisme, en in de verwachting dat de achterliggende beleidskwesties worden aangepakt, om te voorkomen dat elders een nieuw Guantanamo mogelijk is.
Als het publieke obstakel van Guantanamo wordt weggenomen en de achterliggende beleids­kwesties worden aangepakt, ontstaan er mogelijkheden voor de verdieping van de samenwerking tussen de EU en de VS bij terrorismebestrijding en op het gebied van justitie en binnenlandse zaken. Onze gezamenlijke bestrijding van terrorisme zou effectiever zijn: belangrijke stimulansen voor rekrutering voor het terrorisme en obstakels voor samenwerking zouden worden weggenomen. De EU is van mening dat eerbiediging van het internationaal recht en de mensenrechten bij de bestrijding van terrorisme ons sterker maakt. President Obama heeft in zijn inauguratietoespraak gezegd: de keuze tussen onze veiligheid en onze idealen verwerpen wij als onjuist. Wij moeten openlijk tonen dat wij de VS helpen om de bladzijde om te slaan.
De CTC acht het ook van belang om in te gaan op de uitnodiging van het Witte Huis om een bij­drage te leveren voor de Detention Policy Task Force. De EU moet deelnemen aan het debat over het beleid, en daarbij voortbouwen op de succesvolle werkzaamheden van COJUR bij de dialoog tussen de VS en de EU over terrorismebestrijding en internationaal recht. Deze zeer nuttige dialoog moet worden voortgezet en verdiept. De EU en de VS kunnen ernaar streven om in 2010 een gezamenlijke verklaring af te leggen over de volkenrechtelijke beginselen die van toepassing zijn op terrorismebestrijding, en aangeven over welke gebieden er overeenstemming is.
4. Organisatie van de werkzaamheden in de Raad
De CTC vindt het zeer nuttig om ten minste een keer per jaar op informele basis bijeen te komen met zijn ambtgenoten in de lidstaten. Deze vergaderingen vormen voor de CTC een praktische toets van de wijze waarop het beleid op EU-niveau meerwaarde kan geven aan de nationale inspan­ningen. De volgende vergadering vindt plaats op 25 mei. In dit verband spoort de CTC elke lidstaat aan om een hogere ambtenaar aan te wijzen die een overzicht heeft van alle met terrorisme­bestrijding verband houdende beleidsinitiatieven.
5. Uitvoering
In addendum 1 bij doc. 9715/09 staat te lezen in hoeverre de lidstaten de door de Unie en de Gemeenschap aangenomen instrumenten reeds hebben omgezet, en de door de Unie aangenomen of in de Raad van Europa of de Verenigde Naties gesloten overeenkomsten hebben geratificeerd.
De CTC moet voor de derde keer uiting geven aan zijn ernstige bezorgdheid over het feit dat instrumenten die voor een betere preventie en bestrijding van het terrorisme van cruciaal belang zijn, nog steeds niet zijn omgezet of geratificeerd.
De situatie is met name kritiek wat betreft:
– de richtlijn betreffende het witwassen van geld en de financiering van terrorisme van 2005 en de richtlijn betreffende de bewaring van telecommunicatiegegevens/toegang tot het internet van 2006,

– de kaderbesluiten van 2003 en 2005 betreffende bevriezing van voorwerpen respectievelijk cybercriminaliteit,

– het protocol van 16 oktober 2001 bij de overeenkomst betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken van 29 mei 2000,

– de twee overeenkomsten betreffende uitlevering en wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten van 2003.


6. Diversen
Naast de punten die ook in de twee vorige verslagen zijn behandeld, vraagt de CTC de aandacht van de Raad/Europese Raad voor de volgende vraagstukken:
6.1 Financiering van terrorisme
De CTC heeft op 6 mei 2009 zijn eerste rapport over de uitvoering van de herziene strategie inzake terrorismefinanciering bij het Coreper ingediend 1. Het rapport geeft een overzicht van de vorderingen die zijn gemaakt met betrekking tot de acht in de herziene strategie genoemde aan­bevelingen.
Wat de NPO-sector betreft, heeft de Commissie aan de lidstaten en de vertegenwoordigers van de sector de resultaten van twee studies gepresenteerd. Een belangrijke aanwijzing uit de studies is dat enkele richtsnoeren nuttig zouden kunnen zijn om de NPO te helpen om aan de bestaande verplichtingen te voldoen. De CTC acht het noodzakelijk de werkzaamheden die momenteel worden uitgevoerd op te voeren en verzoekt de Commissie om met voorstellen te komen die de lid­staten zullen helpen bij het aanpakken van het mogelijke misbruik van liefdadigheidsorganisaties voor terrorismefinanciering. Doel zou zijn dat de EU-lidstaten speciale aanbeveling van de finan­ciëleactiegroep inzake terrorismefinanciering nr. VIII over liefdadigheidsorganisaties volledig naleven.
6.2 Aan veiligheid gerelateerd onderzoek
De CTC verzoekt het aanstaande Zweedse voorzitterschap om de werkzaamheden van het Franse en het Tsjechische voorzitterschap 2 op het gebied van met veiligheid verband houdend onderzoek te verdiepen. Het komende eindrapport van ESRIF zal de Raad in staat stellen zich te beraden op de vraag hoe en waar hij de 4 miljard euro die in het zevende kaderprogramma bestemd zijn voor met veiligheid verband houdend onderzoek, zal besteden, hoe hij de synergie op het gebied van onder­zoek tussen defensie en internationale veiligheid zal verbeteren, hoe hij de thans gefragmenteerde EU-veiligheidsmarkt kan structureren en ontwikkelen en op de noodzaak om een Europees veilig­heidskeurmerk te ontwikkelen.

6.3 Cyberveiligheid
In het rapport over de toepassing van de Europese veiligheidsstrategie dat in december 2008 door de Europese Raad is goedgekeurd wordt benadrukt dat moderne economieën sterk afhankelijk zijn van vitale infrastructuur als transport, communicatie en energievoorziening, maar ook van het inter­net. De EU heeft in 2006 een strategie voor een veilige informatiemaatschappij vastgesteld, om de strijd aan te binden met internetcriminaliteit. De EU en de lidstaten hebben tevens actief strategieën uitgevoerd om toezicht te houden op en maatregelen te nemen tegen terroristen die het internet gebruiken voor planning, communicatie, werving en propaganda, zoals hierboven beschreven.
Aanslagen op particuliere en publieke IT-systemen in de lidstaten hebben hieraan echter een nieuwe dimensie, als een mogelijk economisch, politiek en militair wapen, gegeven. Tot dusver zijn er weliswaar aanwijzingen van cyberaanvallen die als politiek wapen gebruikt worden, maar eerder op instigatie van staten dan van terroristische groeperingen. Deze situatie moet echter nauw in de gaten worden gehouden. In de Europese veiligheidsstrategie werd vastgesteld dat er nog meer werk vereist is: uitdenken van een totaalaanpak van de EU, bewustmaking en meer internationale samenwerking. De CTC was ingenomen met het seminar dat op 4 januari 2009 georganiseerd werd door de Politieke Staf van het secretariaat-generaal van de Raad samen met het Instituut voor veiligheidsstudies van de EU, en met de recente mededeling van de Commissie ("Europa beschermen tegen grootschalige cyberaanvallen en verstoringen").
6.4 CBRN-dreiging
Er zijn helemaal geen aanwijzingen dat het Mexicaanse varkensgriepvirus is terug te voeren op een of andere terroristische daad. De verspreiding ervan en de effectiviteit van de door de WGO gecoördineerde tegenmaatregelen vormden een effectieve les over de wijze waarop de wereld kan reageren om zichzelf te beschermen tegen een terroristische aanval met biologische wapens.
In dit verband heeft de door de Commissie in januari 2009 ingestelde CBRN-Task Force een rapport met een indrukwekkend aantal aanbevelingen uitgebracht op basis waarvan de Commissie een CBRN-actieplan van de EU heeft opgesteld dat op 10 juni 2009 aan de Raad zal worden voor­gelegd. De CTC is ingenomen met het voornemen van het aanstaande Zweedse voorzitterschap om eind 2009 in de Raad tot een politiek akkoord te komen over dit zeer belangrijke onderwerp.

6.5 Bestrijding van andere terroristische organisaties
De EU heeft een duidelijke strategie om het internationale terrorisme aan te pakken, en de meest getroffen lidstaten hebben effectieve strategieën uitgedacht om terrorisme op hun eigen grond­gebied te bestrijden, waarbij zij in toenemende mate gebruik maken van de instrumenten voor grensoverschrijdende samenwerking die in de EU zijn ontwikkeld. De zeer nauwe samenwerking tussen de Franse en de Spaanse inlichtingen- en rechtshandhavingsdiensten en openbare ministeries tegen het ETA is tekenend voor het succes hiervan. Wij staan tegenover een politieke en praktische uitdaging omdat wij te maken hebben met bewegingen die terroristische methoden gebruiken om een politieke agenda buiten de EU na te streven, maar zich binnen de EU beperken tot misdrijven die niet rechtstreeks onder terrorisme­bestrijding vallen. De meest sprekende voorbeelden van dergelijke bewegingen zijn momenteel de LTTE en de PKK. In beide gevallen zijn vermogens–bestanddelen van de organisaties bevroren wegens hun terro­ristische activiteiten, maar beide slagen erin, onder meer via mantelorganisaties, om middelen aan te trekken en terrorisme te bevorderen als middel om hun politieke eisen kracht bij te zetten.
Deze kwesties zijn een complicerende factor voor de ruimere betrekkingen van de EU met de betrokken landen, en omgekeerd. Na besprekingen vorig jaar in het Comité van artikel 36, heeft de CTC, als testcase voor een mogelijke EU-aanpak van deze problemen, voorstellen gedaan om de door de PKK veroorzaakte problemen het hoofd te bieden; deze voorstellen zullen op 19 mei in het Comité van artikel 36 worden besproken .
7. Conclusie
Zoals blijkt uit deze discussienota en uit het verslag over de uitvoering van de strategie en het actie­plan inzake terrorismebestrijding 1, zijn aanzienlijke vorderingen gemaakt ten aanzien van de vier pijlers van de EU-strategie.
Wat de buitenlandse betrekkingen betreft, lijkt de tijd rijp om een nieuw hoofdstuk in de trans-Atlantische betrekkingen te openen. De CTC is ingenomen met de nadruk die de EU legt op de ondersteuning van de nieuwe Pakistaanse regering. De situatie dreigt echter zo snel te verslechteren dat we niet tijdig met een beleidsmatig antwoord kunnen komen.

_________________


BIJLAGE

Verklaring op hoog niveau over de strategie van de EU voor het beheer van
rechtshand­havingsinformatie (IMS)

De afgelopen jaren is het beheer van informatie op het gebied van Justitie en Binnenlandse Zaken ontwikkeld op ad hoc basis, waarbij werd gereageerd op diverse operationele behoeften. Bijgevolg is er nu een ruime keuze en een uitgebreid instrumentarium voor het verzamelen, verwerken en uit­wisselen van informatie maar leeft ook het besef dat coherentie en consolidatie nodig zijn. Dit geldt des te meer omdat gelet op het toenemende aantal en de toenemende complexiteit van misdaad­fenomenen [en de economische neergang], de EU en de lidstaten ieder afzonderlijk verplicht zijn om hun beperkte middelen optimaal aan te wenden.
De Raad zal daarom een EU-strategie voor het beheer van rechtshandhavingsinformatie (IMS) in JBZ-verband voor de komende jaren uitwerken, en daartoe doelen, termijnen, rollen en processen vaststellen. Het zou een goede zaak zijn als het Europees Parlement daar op de juiste manier bij betrokken wordt.

De strategie zal zijn gebaseerd op de volgende uitgangspunten:


(1) Informatiebeheer is een essentieel instrument om de burgers in een ruimte van vrijheid, veilig­heid en recht een hoog niveau van zekerheid te verschaffen, maar het blijft een middel om iets te bereiken en is geen doel op zich. Dit komt neer op het volgende:

  • de prioriteiten in de strategie voor informatiebeheer moeten afgestemd zijn op/overeenstemmen met de prioriteiten op JBZ-gebied, die inlichtingengestuurd moeten zijn

  • informatiebeheer moet doelgebonden zijn (en niet op basis van bevoegdheden geschieden);

(2) Het informatiebeheer van de EU zal tot het volgende leiden:



  • een krachtige regeling voor gegevensbescherming, die de hele strategie en de afzonder­lijke instrumenten ondersteunt maar ook voorziet in daadwerkelijke en regelmatige post-operationele controles en ervoor zorgt dat bij overtredingen passende sancties effectief worden toegepast

  • op die basis, meer vertrouwen tussen de bevoegde instanties, waardoor uitwisseling van informatie de standaardpraktijk wordt: de noodzakelijke middelen moeten worden uitgetrokken voor bewustmaking en opleiding betreffende de beschikbare instru­menten en het gebruik daarvan, en daar moet het nodige belang aan worden toegekend

  • meer gerichte gegevensverzameling, zowel om de rechten van de burgers te beschermen als om een datalawine voor de bevoegde instanties te voorkomen; op die basis, een flexibeler gebruik van de verzamelde gegevens wanneer het doel van het informatiebeheer zulks vereist (bijvoorbeeld voor ernstige criminaliteit)

  • rationalisatie van de verschillende instrumenten met het oog op vereenvoudiging van de werkzaamheden van de bevoegde instanties, (zowel de gebruikersgemeenschappen als degenen die IT-ondersteuning ontwikkelen)

  • een bijbehorend evaluatiemechanisme dat pragmatisch en relevant is en de middelen efficiënt inzet; bijgevolg moet het doelgebonden en niet op bevoegdheden gebaseerd zijn, niet beperkt zijn tot bepaalde (juridische) instrumenten en moet ervoor gezorgd worden dat de lessen die uit de evaluatie wordt getrokken kunnen worden toegepast.

(3) De EU-strategie voor het beheer van rechtshandhavingsinformatie in JBZ-verband erkent en bevordert de multidisciplinaire aanpak die nodig is om de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht tot stand te brengen. Daartoe:



  • worden maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat informatie-uitwisseling niet wordt afgeremd om redenen van bevoegdheid (wederzijdse erkenning van verschillende rechtsstelsels)

  • IT-ondersteuning en -standaardisering hebben een zo horizontaal mogelijk karakter (met inbegrip van informatiemodellen, datamodellen, systeemarchitectuur)

  • wordt een gestroomlijnde en versterkte regeling voor gegevensbescherming ingesteld, die gecoördineerd wordt op EU- en nationaal niveau, en tussen beide niveaus

(4) De noodzakelijke structuren moeten aanwezig zijn of worden opgezet om te zorgen voor de implementatie en het beheer van de verschillende instrumenten voor informatiebeheer. Een aantal van die structuren zullen EU-structuren zijn en moeten worden gecoördineerd. De belangrijkste rol bij de uitvoering ligt echter bij de lidstaten, die ervoor moeten zorgen dat zij over een nationale strategie voor informatiebeheer beschikken die in overeenstemming is met de EU-strategie. (bestuur)


(5) De Raad zal zichzelf zo organiseren dat alle belanghebbende partijen erbij betrokken worden maar dat ook de algemene coördinatie en samenhang verzekerd is. Om dit naar behoren te laten functioneren, is intensieve coördinatie op nationaal niveau in de lidstaten nodig. (processen)
____________________

19417/08

2Laatste verslag in 15983/08

19604/09

19915/09 ADD 1

19620/09

17038/09 + ADD 1

18864/1/09

27887/1/09

19715/09


9717/09 gar/GRA/mv

CAB LIMITE EN






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina