De evolutie van de financiële functie De opkomst van de Chief Financial Officer Erasmus Universiteit Rotterdam Faculteit der Sociale Wetenschappen Afstudeerrichting Arbeid, Organisatie & Management Auteur: Patricia Berkhof Studentnummer: 298307



Dovnload 340.12 Kb.
Pagina2/13
Datum20.08.2016
Grootte340.12 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   13

1.1.3 hypothesen


Na de verkenning van het thema (hoofdstuk twee en drie) heb ik hypothesen geformuleerd waarvan ik verwacht dat zij in mijn onderzoek kunnen worden bevestigd. Ik heb de volgende hypothesen:

  1. Alle Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen hebben in de loop van de jaren een CFO als lid van de Raad van Bestuur gekregen. Hiermee heeft de financiële functie een transformatie ondergaan naar business partner binnen een onderneming.

  2. De opkomst van de CFO is te verklaren doordat de Rijnlandse ondernemingsstructuur steeds meer plaats maakt voor de Angelsaksische.

  3. Door het aandeelhouderswaardedenken werd een financiële man aan de top nodig om de aandeelhouders van de benodigde informatie te voorzien.

  4. Grote Nederlandse ondernemingen hebben het aanstellen van een CFO gekopieerd van de Verenigde Staten.

1.1.4 Samenvattting hoofdstukken


In hoofdstuk twee wordt omschreven hoe het onderzoek is uitgevoerd om mijn vraagstelling te kunnen beantwoorden. In hoofdstuk drie vindt een themaverkenning plaats. Hierin worden de ontwikkelingen in de Verenigde Staten omschreven welke geleid hebben tot de opkomst van de CFO. In hoofdstuk vier zijn de ontwikkelingen in het bedrijfsleven in Nederland verkend om hiermee de veranderingen vanaf 1975 in het bedrijfsleven in beeld te krijgen. Hieruit zijn theorieën in de vorm van hypothesen geformuleerd die mijn vraagstelling kunnen verklaren. Hoofdstuk vijf is een analyse van de onderzoeksresultaten uit de enquête en uit de data analyse van jaarverslagen. Hieruit komen twee processen voort die de opkomst van de CFO in Nederland verklaren. In hoofdstuk zes komen de twee processen aan bod. Er wordt omschreven welke ontwikkelingen in de Nederlandse economie geleid hebben tot de opkomst van de CFO en hoe het proces in Nederland verlopen is. Hoofdstuk zeven vormt de conclusie door beantwoording van mijn vraagstelling. Verder is er een literatuurlijst opgenomen en zijn er bijlagen toegevoegd.

2. Aanpak van het onderzoek



2.1 Onderzoeksmethoden & onderzoeksinstrumenten


Mijn onderzoek is een verkennend onderzoek berustend op een verzameling van zowel primaire als secundaire data en is als volgt opgebouwd:

  1. Een themaverkenning en feitenverzameling door middel van een literatuurstudie.

  2. Feitenverzameling uit jaarverslagen van Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen.

  3. Primaire data verkregen uit een open vragenlijst onder CFO’s.

  4. Het analyseren van de theorieën verkregen uit de literatuurstudie, jaarverslagen en enquêtes.

Allereerst ben ik begonnen met een literatuuronderzoek om mijn thema te verkennen.

Een onderzoek naar de opkomst van financiële specialisten is vrij nieuw in Nederland. De opkomst van de CFO is begonnen in de Verenigde Staten en een onderzoek hiernaar is verricht door Neil Fligstein en Dirk Zorn. Voor mijn onderzoek heb ik een soortgelijke structuur gebruikt als Fligstein en Zorn.

Neil Fligstein heeft een uitgebreide studie gedaan naar de geschiedenis van bedrijfsstrategieën. Hij onderzocht welke strategieën grote ondernemingen in de loop der jaren gebruikten om de continuïteit van de onderneming te waarborgen. Hij noemde dit een ‘conception of control’ van een onderneming. In het bijzonder de ontwikkelingen in het bedrijfsleven van het laatste kwart van de twintigste eeuw verklaart de opkomst van de financiële specialisten in de Verenigde Staten. Neil Fligstein en Dirk Zorn hebben het laatste kwart van de twintigste eeuw deze ontwikkeling verder bestudeerd. Zij onderzochten specifiek waarom de functie van Chief Financial Officer opkwam en zelfs een plek kreeg hoog in de onderneming, namelijk in de Raad van Bestuur. Zij hebben dit bestudeerd door de samenstelling van de Raden van Bestuur, inkomstenmanagement en publicaties in kranten en vakbladen met betrekking tot het onderwerp te onderzoeken.

Dezelfde opzet heb ik toegepast in mijn onderzoek. Allereerst wordt de Nederlandse economie nader omschreven, omdat dit volgens Fligsteins theorie leidend is om een “conception of control” binnen een onderneming te kunnen begrijpen.

Een onderzoek naar de geschiedenis van bedrijfsstrategieën in Nederland is verricht door Keetie Sluyterman. Zij heeft de bedrijfsgeschiedenis van Nederlandse ondernemingen onder de loep genomen en ik zal haar onderzoek meenemen in mijn scriptie.

Er komt steeds meer aandacht voor de geschiedenis van het Nederlandse bedrijfsleven. Er is een speciale projectgroep, BINT genaamd, die in Nederland momenteel onderzoek verricht op meerdere aspecten binnen het Nederlandse bedrijfsleven over de twintigste eeuw. De deelprojecten heb ik voor mijn onderzoek bestudeerd om een beter beeld te krijgen ten behoeve van de beantwoording mijn onderzoeksvraag. Sluyterman is ook betrokken bij BINT.

Pas na deze literatuurstudie en thema verkenning ben ik verder gegaan met mijn vraagstelling.

Mijn onderzoeksvraag is tweeledig, namelijk:



(Deel één) Sinds wanneer en op welke wijze hebben ‘Chief Financial Officers’ een positie gekregen in de Raden van Bestuur van Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen en (Deel twee) hoe is de opkomst van deze financiële specialisten te verklaren?

Het fenomeen “opkomst van de CFO” kun je niet bestuderen door één onderneming onder de loep te nemen en daarom heb ik op macro niveau gekeken naar factoren in de omgeving waarin de onderneming is ingebed. De vrije markt wordt namelijk beïnvloed door regels, wetten, instellingen en organisaties die effect hebben op het economische verkeer. Zij worden ook wel de formele instituties genoemd (Touwen, 2006:75).

Om het eerste deel van mijn onderzoeksvraag te beantwoorden heb ik een analyse gemaakt van de samenstelling van de Raden van Bestuur van een subpopulatie uit Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen. De informatie met betrekking tot de Raden van Bestuur heb ik uit 429 jaarverslagen, waarin de samenstelling van de Raden van Bestuur staan vermeld. Het zijn alleen de jaarverslagen van mijn subpopulatie, bestaande uit 29 Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen, over de periode 1993-2008. Mijn subpopulatie is gekozen uit ondernemingen die anno 2008 waren opgenomen in de AEX-index en de Midkap-index (bijlage I).

Alleen de Nederlandse ondernemingen zijn in mijn onderzoek opgenomen. Het zijn ondernemingen die van origine Nederlands zijn, ook al zijn veel aandelen van sommige ondernemingen in handen van buitenlandse aandeelhouders.

Er is voor 1993 als begindatum gekozen als vervolgstudie op de studie van Icke, Mokken en Schijf. Zij onderzochten de technische oordeelkundigheid van de Raden van Bestuur tussen 1984 tot 1993, maar constateerden toen al een geleidelijke opkomst van financiële specialisten. Vervolgens heb ik gekozen dat de ondernemingen reeds opgericht waren voor 1993. Indien een oprichting van een onderneming na die datum door een fusie tot stand is gekomen, wordt dit in mijn onderzoek niet gezien als oprichting voor 1993. Dit om beïnvloeding van effecten door fusies uit te sluiten, zodat de ondernemingen over de periode 1993-2008 goed onderzocht kunnen worden. Het kiezen voor deze continuïteit in mijn subpopulatie heeft echter wel gevolgen voor de conclusie. De veranderingen die hebben plaatsgevonden in mijn subpopulatie zullen waarschijnlijk sterker gelden voor ondernemingen die onderhevig zijn geweest aan fusies en overnames.

Ik was voornemens alleen de AEX-index mee te nemen in het onderzoek en dan specifiek ondernemingen die gedurende de periode 1993-2008 elk jaar in de index stonden. Helaas waren dit te weinig ondernemingen om een betrouwbaar beeld te krijgen voor mijn onderzoek. Naast de AEX-index is derhalve de Midkap-index meegenomen. Als peildatum heb ik de index van 2008 gekozen en voor het onderzoek is onafhankelijk of de onderneming in de periode 1993-2008 al dan niet elk jaar in de index stond.

Vervolgens heb ik de bestaande theorieën aangevuld met primaire data, verkregen uit een enquête (bijlage II). Deze enquête is gehouden onder de hoofdpersonen van mijn onderzoek, namelijk de CFO’s. Er zijn in totaal 45 CFO’s benaderd (namenlijst bijlage III). De respons hiervan is 45%. De respondenten hebben geen persoonsgegevens verstrekt en hun uitlatingen zijn daarom anoniem in mijn onderzoek verwerkt.

Omdat de CFO een druk bezet persoon is, is gekozen voor een schriftelijke vragenlijst met open vragen. Een nadeel van het schriftelijk benaderen is dat doorvragen niet mogelijk is.

Een valkuil van open vragen is het categoriseren. Omdat het een nieuw onderzoek in Nederland betreft, heb ik toch gekozen voor open vragen. De resultaten uit de enquête zijn vervolgens geanalyseerd. De resultaten heb ik verder onderzocht en aangevuld met informatie uit vakbladen, papers en jaarverslagen die de resultaten uit de enquête ondersteunen.

Door middel van de informatie uit de enquête en de literatuur wordt verklaard welke veranderingen hebben plaatsgevonden om uiteindelijk een andere bestuurstructuur aan te nemen. Daarnaast heb ik gebruikt gemaakt van classificatiemodellen, namelijk het Angelsaksische model versus het Rijnlandse model en ‘Liberal Market Economy’ versus ‘Coördinated Market Economy’. Door middel van deze classificatiemodellen heb ik de overeenkomsten en de verschillen tussen het bedrijfsleven in Nederland en de Verenigde Staten omschreven.




1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   13


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina