De evolutie van de financiële functie De opkomst van de Chief Financial Officer Erasmus Universiteit Rotterdam Faculteit der Sociale Wetenschappen Afstudeerrichting Arbeid, Organisatie & Management Auteur: Patricia Berkhof Studentnummer: 298307



Dovnload 340.12 Kb.
Pagina3/13
Datum20.08.2016
Grootte340.12 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   13

3. Ontwikkelingen in de ondernemingsstrategieën van de Verenigde Staten



3.1 Conceptions of control


Neil Fligstein speelt door zijn toonaangevende studie in het begrijpen van de historische ontwikkelingen van grote Amerikaanse ondernemingen een belangrijke rol in mijn onderzoek. Fligstein ziet de markt als verschillende actoren die op elkaar inwerken.

Om te onderzoeken hoe ondernemingen opereren, moet er gekeken worden naar de omgeving waar de onderneming is ingebed, het gedrag van de concurrenten, de machtsverdeling binnen een organisatie en de relatie van de onderneming tot de overheid (Fligstein, 2001:124). Fligstein benadert de markt hiermee als een veld (Fligstein, 2001:68) waarin verschillende actoren afhankelijk zijn van elkaar, op elkaar inwerken en zo invloed kunnen uitoefenen op de strategie die de onderneming hanteert om continuïteit van de onderneming te garanderen. De primaire doelstelling van de onderneming is continuïteit. De continuïteit is afhankelijk van de stabiliteit van de actoren binnen het veld en stabiliteit is nodig om de primaire doelstelling van een onderneming te verwezenlijken. Fligstein heeft hiermee een politiek-culturele benadering, want het gaat niet primair om winstmaximalisatie. Er zijn twee factoren die instabiliteit kunnen veroorzaken (Fligstein, 2001:70), namelijk prijsconcurrentie tussen ondernemingen en politieke machtsstrubbelingen binnen de onderneming.

Om dit te voorkomen beschikt de onderneming over een ‘conception of control’ die richtinggevend is voor de bedrijfsstrategie. Het is een denkbeeld om interne eenduidigheid te creëren om politieke machtsstrubbelingen tegen te gaan, maar het bepaalt ook de relatie tot haar economische en politieke verhoudingen. De ‘conception of control’ draait om het creëren van die stabiliteit binnen economische en politieke verhoudingen, dus de positie van de onderneming ten opzichte van hun concurrenten en de heersende wetgeving waar de onderneming is ingebed. Economische en politieke verhoudingen zijn sterk aan veranderingen onderhevig, waardoor een ander ‘conception of control’ dominant kan worden. Zodra een denkbeeld niet meer de gewenste stabiliteit kan garanderen, wordt een ander denkbeeld dominant.

Vanaf 1880 zijn er vijf conceptions of control opvolgend dominant geweest in Amerikaanse ondernemingen. De opeenvolging is padafhankelijk, waardoor ze gedeeltelijk overlappend kunnen zijn. Dit houdt in dat de keuze voor een volgend dominant conception of control naast de beïnvloeding van externe factoren ook afhankelijk is van de keuzen gemaakt in de voorgaande conception of control.



  1. Direct conception of control: Door middel van vijandige handelstechnieken, kartels en fusies (Fligstein, 1990:34) probeerden ondernemingen hun concurrenten direct te beheersen. Het was in de periode na de Amerikaanse burgeroorlog (1861-1865). Er bestonden in die tijd wel regels, maar veel van deze praktijken waren illegaal. Er was echter geen staatsregulering. In verband met capaciteitsgebrek waren er geen mogelijkheden om effectief toezicht te houden, maar toen die wel ontstonden werden ondernemingen gedwongen zich te richten op een ander ‘conception of control’.

  2. Manufacturing conception of control: Ondernemingen gingen zich begin 20e eeuw focussen op hun eigen productieproces in plaats van het direct beheersen van de concurrenten. Dit mocht immers niet meer en door het creëren van een efficiënt productieproces bleven zij stabiel. Hoe meer geproduceerd werd, hoe lager de productiekosten werden. Door een groot marktaandeel konden ze met de prijs concurreren. Door de economische depressie rond 1930 begon de vraag naar de producten te zakken en konden ondernemingen de prijs niet meer in bedwang houden. Ondernemingen gingen weer over op de direct conception of control. Hoewel de reguleringsinstanties dit voor een tijd oogluikend toestonden, werd het later onwettig verklaard. De ondernemingen moesten een andere manier bedenken hoe om te gaan met de prijsconcurrentie.

  3. Sales and marketing conception of control: In plaats van zich te onderscheiden met de prijs van een product, begonnen ondernemingen zich te onderscheiden door middel van diversificatie van het product en de locatie. Ze probeerden met hun product een niche op te bouwen binnen de markt door middel van sales en marketing. Met advertenties en andere publiciteit lokten zij hun klanten. Ondernemingen begonnen enorm te groeien en dit zorgde voor interne organisatieproblemen. Terwijl de ondernemingen eerder een homogeen geheel vormden, werden de ondernemingen nu in verschillende onderdelen gesplitst. Er moest een nieuwe manier ontstaan om de verschillende delen te leiden.

  4. Finance conception of control: De verschillende onderdelen van de onderneming werden vervolgens geleid door financiële meetinstrumenten. Er werd gekeken naar de opbrengsten die per onderdeel geproduceerd werd. De onderneming werd op die manier een bundel van middelen om criteria te ontwikkelen hoe in de toekomst het meeste rendement behaald kon worden. Door de Celler-Kefauver act waren horizontale en verticale overnames en fusies niet mogelijk, maar diversificatie werd aangemoedigd (Fligstein, 1990:225).

  5. Shareholder value conception of control: Fligstein voegde deze later toe (Fligstein, 2001:2004). Door verschillende economische ontwikkelingen, o.a. de oliecrisis en de opkomst van Japanse bedrijven in de jaren zeventig, moeten ondernemingen een nieuw ‘conception of control’ toepassen. De ‘shareholder value conception of control’ ziet net als de ‘finance conception of control’ de onderneming als een bundel van middelen. Het financiële netwerk, zoals investeerders, financiële analisten en fondsen, promootte hun visie om een zo hoog mogelijke aandeelhouderswaarde te behalen middels de beurs of juist van de beurs af te halen. Zij gaven aan dat de onderneming zich moest focussen op de ‘core business’. Hun visie werd dominant en Fligstein noemde het de ‘shareholder value conception of control’. De beloning van de managers werd nu afhankelijk van de beurswaarde. De zogenoemde principaal-agent theorie werd toegepast om belangenverstrengeling van managers en aandeelhouders te voorkomen. Door het salaris te koppelen aan de beurswaarde probeerden managers de waarde te verhogen. De ontwikkelingen die zich in deze periode tot op heden hebben afgespeeld, hebben invloed gehad op de functies binnen de onderneming, waaronder de opkomst van de CFO. Op deze ontwikkelingen ga ik nader in om de opkomst van de CFO in Amerika te begrijpen.




1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   13


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina