De evolutie van de financiële functie De opkomst van de Chief Financial Officer Erasmus Universiteit Rotterdam Faculteit der Sociale Wetenschappen Afstudeerrichting Arbeid, Organisatie & Management Auteur: Patricia Berkhof Studentnummer: 298307



Dovnload 340.12 Kb.
Pagina6/13
Datum20.08.2016
Grootte340.12 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   13

4.2 1914 tot 1945: Kartelvorming in moeilijke tijden


Door een tijdperk van oorlogen en recessies tussen 1914 en 1945 ondervond de Nederlandse economie veel wisselvalligheid en hierdoor waren ondernemingen gedwongen te veranderen in de organisatiestructuur.

De Eerste Wereldoorlog verstoorde de import en export en dat was het einde van de economische groei in Nederland en het einde van de internationale verbondenheid. Nederland nam een neutrale positie in gedurende de Eerste Wereldoorlog en wist zich daardoor afzijdig te houden, maar voor de economie had de oorlog wel degelijk consequenties.

De verbijstering van deze oorlog en het effect daarvan op de Nederlandse economie werd verwoord in het jaarverslag van 1914 van de Kamer van Koophandel in Londen (Sluyterman, 2003: 89):

When sometimes dark clouds appeared in the political sky we consoled ourselves with the reflection that we lived in an enlightened age, an age of unexampled mastery over matter, physical progress, and striking developments in every sphere of the intellect. A large European war seemed impossible. Ever expanding and multiplying commercial, cultural and intellectual communication among the nations had intertwined their interests as never before. It was unthinkable that the attainments of all these unifying forces would be destroyed, and the world put back many years in its development towards a higher level of human existence. (…) Alas, the year has taught us that these theories were unrealistic.”

Door de ernstige belemmering van import en export, ontstond er een tekort in het aanbod en hierdoor stegen de prijzen enorm. Dit vergde veranderingen van de ondernemingen en de politiek had enorme invloed hierop. Het geliberaliseerde beleid veranderde door de overheidsinterventie. De oorlog vergde een andere strategie van Nederlandse ondernemingen. Zij voelden hun kwetsbare positie en konden niet langer alleen op informele structuren continueren. Ondernemingen kozen voor strategieën van verticale en horizontale integratie. Er ontstonden een aantal door managers geleide ondernemingen in Nederland naast de oude ondernemingsvorm, het traditionele familiebedrijf.

Vervolgens kwam er een samenwerking tussen de overheid, werkgevers, werknemers en hun bonden tot stand.

Na de oorlog leek het alsof ondernemingen weer de strategie oppakten van voor de oorlog, maar door de economische depressie die volgde in de jaren twintig werden zij weer genoodzaakt om hun ‘conception of control’ opnieuw te wijzigen.

Er volgde een economische recessie door de beurskrach van Wall Street in 1929. De deuren van de grenzen in de Verenigde Staten en andere landen werden gesloten en dit had negatieve effecten voor Nederland als klein land.

De Tweede Wereldoorlog volgde en Nederland kon, anders dan in de Eerste Wereldoorlog, geen neutrale positie behouden. De Duitse bezetters hebben dan ook getracht nauwere banden te creëren met het Nederlandse bedrijfsleven, maar Nederlandse ondernemingen hebben ingrijpende veranderingen, zoals grote fabrieken met moderne technologieën, weten uit te stellen tot na de Tweede Wereldoorlog.

Het geliberaliseerde werd ondergeschikt aan een collectief proces tussen werknemers, overheid en onderneming. Kartelovereenkomsten tussen bedrijven werd als rechtvaardig gezien. Kartels ontstonden al in de Eerste Wereldoorlog, maar na een korte welvarendheid eind jaren twintig verdween de samenwerking tussen bedrijven weer. Maar na de beurskrach werd de strategie van kartelvorming weer gehanteerd. Daarna volgde de Tweede Wereldoorlog en kartelovereenkomsten waren op dat moment zelfs nodig om als bedrijf te overleven. Met de Duitse bezetters moesten ondernemingen compromissen sluiten om te kunnen continueren. Daarom zochten ze steun door middel van samenwerking met andere ondernemingen en de overheid. Kartels en gentlemen’s agreements waren van belang en geaccepteerd.


4.3 1945 tot 1975: Fusies, overname en een gediversifieerde portfolio’s


In de periode na de oorlog werd Nederland ondersteund in de wederopbouw door de Verenigde Staten door middel van het Marshallplan. De Verenigde Staten zorgde voor financiële ondersteuning en propageerde een Europese integratie om op economisch gebied meer samen te werken. Net als de Verenigde Staten zou Europa meer profijt hebben als zij als één unie zouden samenwerken. De invloed van de Verenigde Staten in Europa was groot en zo ook in Nederland. Het gezag van Nederland in Nederlands-Indië kon door invloed van de Verenigde Staten niet meer hersteld worden. Nederland werd hierdoor een nog kleinere economie en daardoor steeds meer afhankelijk van de internationale handel. Door investeringen in het binnenland en het opzetten van dochterondernemingen in het buitenland, kon Nederland profiteren van welvaartsgroei tot aan 1973.

Het overleg tussen ondernemingen, overheid en werknemers bleef na de oorlog bestaan en juist na de oorlog werd het overlegmodel als essentieel beschouwd om optimaal de vruchten te plukken van de economische groei en welvaart. Ondernemingen werden als een onderdeel van de maatschappij gezien en de steun van de overheid en ondernemingen was een tweerichtingsverkeer. De overheid gaf subsidies aan initiatieven van ondernemingen, zodat de werkgelegenheid toenam en ondernemingen deelden de verantwoordelijkheid voor mensen die niet deelnamen aan het arbeidsproces. Zo werd het mogelijk om ons welvaartssysteem op te bouwen.

In Nederland werd opgekeken naar de welvaart van de Verenigde Staten. Dit uitte zich in een sterke interesse op het gebied van efficiency evenals managementtheorieën uit de Verenigde Staten. Dat vertaalde zich in de jaren vijftig en zestig in de opkomst van professionele managers binnen Nederlandse ondernemingen en zij gebruikten deze kennis en theorieën om de productiviteit te verhogen. Door deze massaproductie ontstond hiermee ook in Nederland massaconsumptie.

Ook werd deze kennis uit de Verenigde Staten gedoceerd bij de Nederlandse universiteiten. Het bedrijfsleven had hiermee niet alleen invloed van organisatieadviseurs uit de Verenigde Staten, maar beschikte nu ook over de kennis in Nederland zelf.

De door managers geleide ondernemingen groeiden hard door fusies en overnames, zowel op horizontaal als verticaal gebied, met als motieven schaalvergroting, integratie op de Europese markt en de introductie van computertechnologie. Kartelvorming verloor zijn betekenis, onder andere door strenge EU-voorschriften hieromtrent. Leiders binnen de ondernemingen gaven de voorkeur aan fusies. Banken hadden voor de financiering een belangrijke rol binnen het proces.

Door de nieuwe managementtheorieën kwamen familiebedrijven onder druk te staan. Zoals gezegd werden ondernemingen steeds meer als onderdeel van de maatschappij gezien en niet als bezit van familie of aandeelhouders. De eigendom binnen de familie en daarmee de geboorte voorrechten kwamen niet overeen met de democratische denkbeelden. Professionele managers werden daarnaast getraind en opgeleid en zouden daarom capabelere managers zijn dan iemand die de functie vanwege zijn afkomst toebedeeld krijgt. Dit bleek niet zo rechtlijnig te zijn, want verticale mobiliteit was ook onder familie ondernemingen aanwezig.

Begin jaren zeventig kwam de diversificatie strategie op. De ideologie van gediversifieerde portfolio deed zijn intrede bij ondernemingen en diversifiërende fusies namen toe.

Ondanks enorme invloeden vanuit de Verenigde Staten bleef Nederland wel zijn eigen bedrijfscultuur en strategieën behouden met haar samenwerking tussen werknemers, werkgevers en de overheid. De Verenigde Staten was een belangrijke inspiratiebron. De meest gebruikte strategie voor herstructurering om tot een grote onderneming te komen was via fusies en overnames.

Door investeringen in het buitenland werd Nederland ook afhankelijk van de internationale economische conjunctuur en dit werd duidelijk met de oliecrisis in 1973.



1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   13


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina