De evolutie van de financiële functie De opkomst van de Chief Financial Officer Erasmus Universiteit Rotterdam Faculteit der Sociale Wetenschappen Afstudeerrichting Arbeid, Organisatie & Management Auteur: Patricia Berkhof Studentnummer: 298307



Dovnload 340.12 Kb.
Pagina9/13
Datum20.08.2016
Grootte340.12 Kb.
1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   13

6. Verklaringsproces


Naar aanleiding van de literatuurstudie en de analyse van de onderzoeksresultaten kan de opkomst van de CFO verklaard worden door de volgende processen die in Nederland hebben plaatsgevonden:

  1. Opkomst van het aandeelhouderskapitalisme en de ‘shareholder value conception of control’

Door de internationalisering van de kapitaalmarkt hebben aandeelhouders meer invloed gekregen. Het Rijnlands ondernemingsmodel heeft, in Nederland, in bepaalde opzichten plaatsgemaakt voor een Angelsaksisch ondernemingsmodel, waar de aandeelhouders de belangrijkste partij zijn.

  1. Groeiende afhankelijkheid van de Verenigde Staten

Nederlandse ondernemingen met zowel een beursnotering in Nederland als in de Verenigde Staten benoemden als eersten een CFO in de Raden van Bestuur. Nederlandse ondernemingen met alleen een beursnotering in Nederland volgden later. Er ontstond veel aandacht voor de voordelen van het sturen van de onderneming op waarde en aan het implementeren van het sturen van de onderneming op aandeelhouderswaarde Door middel van vakliteratuur en opleidingen is hier steeds meer de aandacht op gevestigd.

6.1 Opkomst van het aandeelhouderskapitalisme en de ‘shareholder value conception of control’

6.1.1 Het Angelsaksische denken versus het Rijnlandse denken doorgetrokken in organisaties


Het Rijnlands ondernemingsmodel heeft, in Nederland, in bepaalde opzichten plaatsgemaakt voor een Angelsaksisch ondernemingsmodel, waar de aandeelhouders de belangrijkste partij zijn. Figuur 10 illustreert de invloeden en samenhangen van het Angelsaksische model binnen het ondernemingschap, zoals besproken in paragraaf 4.4. Bij het Angelsaksische ondernemerschap is er sprake van één board met een directe invloed van aandeelhouders. Alles binnen de onderneming wordt gemeten aan de hand van financiële indicatoren en managers worden geprikkeld met incentives. Ook niet-financiële aspecten binnen de organisatie worden meetbaar gemaakt. Iedereen weet duidelijk wat het doel is. Het doel wordt bepaald door de aandeelhouders. De aandeelhouders hebben een sterke invloed op de koers van een bedrijf.

Figuur 10. Holland Management Review, nr 103, jaargang 2005, p. 76

De dominante positie van de shareholder in het Angelsaksische model staat gelijk aan het Shareholder value conception of control van Fligstein.

Het maximaliseren van winst op korte termijn ten behoeve van de aandeelhouder is dominant en de onderneming is hierop gebouwd. Bezuinigingen, saneringen, standaardiseringen van processen en outsourcen met als doel winstmaximalisatie. Er wordt geen rekening gehouden met individueel vakmanschap en andere belangen, zoals het milieu. Binnen het Rijnlandse model staat het denken op stakeholdersniveau centraal. Met stakeholders worden alle belanghebbenden van de onderneming bedoeld, dus zowel aandeelhouders als medewerkers, klanten, de overheid en het milieu. Er is sprake van samenwerking en lange termijnvisie.

Figuur 11: Holland Management Review, nr 103, jaargang 2005, p. 78

Figuur 11 is een weergave van het Rijnlandse model binnen een organisatie. Nederlandse ondernemingen hanteren dit model, maar de laatste kwart van de vorige eeuw maken grote Nederlandse ondernemingen plaats voor het Angelsaksische model en krijgen LME-kenmerken in hun corporate governance. Eerder is gemeld dat inbedding van Angelsaksische componenten in Nederland mogelijk is doordat Nederland een kleine en open economie heeft. Nederland is als klein land juist genoodzaakt het beleid te veranderen om bij te benen met de internationale concurrentiekracht. Door deze veranderingen werd een CFO nodig.


6.1.2 De internationalisering van de kapitaalmarkt: een wijziging in de corporate governance


Met betrekking tot de corporate governance beschikken Nederlandse ondernemingen in bestuurlijk opzicht over het model in figuur 11. Boven een Raad van Bestuur kennen wij ook een Raad van Commissarissen, die je weer niet terugziet in het Amerikaanse model. Het is een gecombineerde zeggenschap over de ondernemingen door managers, commissarissen, aandeelhouders en de ondernemingsraad. In de Raad van Commissarissen zitten invloedrijke mensen die samen een zeer belangrijk netwerk vormen. Hierdoor ontstaat coördinatie gericht op samenwerking en overleg, een CME-kenmerk. Het maakt mogelijk dat de onderneming ook zijn kapitaal buiten de beurs om verschaft.

De Raad van Commissarissen heeft een toezichthoudende taak en bewaakt de belangen van alle partijen waar een onderneming mee te maken heeft. De aandeelhouder is hierin maar één partij. Deze structuur is vastgelegd in de Structuurwet van 1971. Hiermee is een scheiding tussen de uitvoering van ondernemingsactiviteiten en de financiering van een onderneming vastgelegd (Rijken, 2006). Sinds 2004 is de wet veranderd, omdat de aandeelhouder meer macht heeft verkregen. Veel grote Nederlandse ondernemingen zijn gegroeid uit familie ondernemingen, waar leiding en eigendom in de handen van de familie was. Het duurde lang voordat dit gescheiden was. Nederlandse familieondernemingen hebben lange tijd de onderneming bestuurd ondanks vermindering van eigendom. Door aandelenuitgifte verdween grotendeels de eigendom uit handen van de familie, maar door speciale constructies in de aandelenuitgifte beschikten aandeelhouders niet over stemrecht (Sluyterman, 2003: 270). De aandelen werden ondergebracht bij administratiekantoren uit hun netwerk.

De aandeelhouders kregen na enorme verliezen door de recessie uiteindelijk meer macht. De institutionele beleggers kwamen op en het aantrekken van beurskapitaal werd noodzakelijk om grote technische investeringen te realiseren om internationaal te concurreren. Door de internationalisering van de kapitaalmarkt en de moderne communicatiemiddelen worden beleggers over de hele wereld aangetrokken, waaronder korte termijn beleggers.

In 2004 is de Structuurwet aangepast door middel van de Code Tabaksblat. De code Tabaksblat wordt bewaakt op naleving door een commissie. De commissie moet daarnaast de actualiteit en de bruikbaarheid controleren om eventuele aanpassingen door te voeren.

De Code Tabaksblat is ontstaan naar aanleiding van de fraude schandalen in de boekhouding van Ahold. De benoeming van Raad van Commissarissen via coöptatie was hiermee komen te vervallen. De Algemene Vergadering van Aandeelhouders heeft hiermee meer stem gekregen. Hierdoor hebben aandeelhouders meer invloed gekregen in het bestuur van de onderneming. De code Tabaksblat is eerder een gedragscode, want de aandeelhouders legden al druk op de prestaties van een onderneming. Dit wordt ook gestimuleerd door een Europese verordening, waardoor ondernemingen nu verplicht zijn volgens de IFRS (International Financial reporting Standards) methode te rapporteren.

Uit het publicatieblad van de Europese Gemeenschappen op 11 september 2002:

Met deze verordening wordt beoogd bij te dragen tot de efficiënte en kosteneffectieve werking van de kapitaalmarkt. De bescherming van de beleggers en het handhaven van het vertrouwen in de financiële markten vormen eveneens een wezenlijk aspect van de voltooiing van de interne markt op dit gebied. Deze verordening leidt tot een vrijer kapitaalverkeer binnen de interne markt en helpt communautaire ondernemingen om op voet van gelijkheid te concurreren bij het aantrekken van financiële middelen op zowel de Europese als de mondiale kapitaalmarkten.”

Door de globalisering verschuiven de afzet –en kapitaal markten zich over de gehele wereld en beleggers zijn wereldwijd zoekende. Kapitaalverschaffing via de beurs is voor grote Nederlandse ondernemingen belangrijk en door het wegvallen van de old boys netwerk in Nederland wordt dit nog eens benadrukt.

De beleggers leggen druk op de activiteiten van een onderneming om waarde te creëren. Ook grote groepen Amerikaanse beleggers zijn kapitaalverschaffers geworden (Schoutsen, FEM, jaargang 9, nr 11). De aandeelhouder bemoeit zich nu steeds meer met de ondernemingsstrategie en het onderhouden van de relaties met de beleggers en investeerders staat nu hoog in het vaandel bij een onderneming. Deze taak valt onder de CFO. Hij moet de relaties onderhouden en prestatieverwachtingen presenteren aan de aandeelhouders.

In Nederland heerst nog steeds de discussie in hoeverre aandeelhouders invloed moeten hebben. Momenteel ligt er een wetsvoorstel om een monistische bestuursstructuur mogelijk te maken. Hiermee moet Nederland aantrekkelijker worden op de concurrerende internationale markt, maar verschuift tegelijkertijd nog meer richting het Angelsaksische model.

De internationalisering is ook herkenbaar in de samenstelling van de Raden van Bestuur. In 1996 had 25% van de grootste beursgenoteerde ondernemingen een bestuurslid met een buitenlandse nationaliteit. In 2002 was dit al verder toegenomen tot 43% (figuur 12).


Figuur 12: Bestuurders naar Nationaliteit in 2002 (Heemskerk, 2003)

Een groot deel (23%) van de buitenlandse bestuursleden is Brits of Amerikaans. Deze bestuursleden hebben nauwelijks netwerken in de zin dat ze dubbelfuncties hebben bij andere Nederlandse ondernemingen. Dit heeft invloed op de vermindering van het netwerk van Nederlandse bestuurselite, maar ook invloed heeft op een toename van een netwerk op internationaal niveau. Als je verder inzoomt naar de functie van CFO in de Raden van Bestuur van Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen die ik onderzocht heb, heeft in 2009 27% een buitenlandse nationaliteit (figuur 13). De invloed hiervan is echter niet onderzocht.




Figuur 13: Nationaliteit van CFO bestuurleden in 2009


1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   13


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina