De gezondheidszorg in de belgische gevangenissen



Dovnload 0.97 Mb.
Pagina1/11
Datum17.08.2016
Grootte0.97 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11


DE GEZONDHEIDSZORG

IN DE BELGISCHE GEVANGENISSEN

Gezondheidszorg is een mensenrecht voor elkeen en dus ook voor gedetineerden”.



Gezondheidszorg in de gevangenissen moet gelijkwaardig zijn aan die in de vrije samenleving. Dit vereist dan ook een integratie in de algemene gezondheidszorg”.

Zorgverleners hebben respect voor de medische ethiek en deontologie en verstrekken kwaliteitsvolle zorg aan gedetineerden, een fysiek en mentaal kwetsbare groep”.



Kwaliteitsvolle zorg in de gevangenissen vereist een specifiek gezondheidsbeleid en een eigen beheer”.

Dr. Francis VAN MOL

Erehoofdgeneesheer - directeur

Dienst Gezondheidszorg Gevangenissen

VOORWOORD
Het grootste deel van de zorgverleners in de gevangenissen hebben naast hun opdracht binnen de gevangenismuren ook andere professionele activiteiten. De meesten werken in de gevangenis als zelfstandigen. Ze beginnen dikwijls met een klein aantal uren om die nadien progressief uit te breiden of om na een korte proefperiode terug te verdwijnen. Het snel afhaken is meestal toe te schrijven aan de hun vaststelling dat “de gevangenis” om een of andere reden niet hun ding is. Sommigen klagen echter ook over een gebrek aan informatie over de eigenheid van de professionele activiteiten van het medisch personeel in de gevangenissen.
Het is duidelijk dat beginnende zorgverleners en in bijzonder dan zelfstandigen, in de geschetste context nood hebben aan onthaal en informatie, maar dat klassieke onthaaldagen van grote instellingen en bedrijven hier niet de geschikte formule zijn. Het gebrek aan financiële middelen, vooral voor de opleiding van zelfstandigen, maakte het onmogelijk hen volledig wegwijs te maken in de bijzonderheden van de gezondheidszorg in de gevangenissen.

Sinds jaren leefde daarom het idee een uitgebreide handleiding voor beginnende zorgverleners uit te schrijven. De nodige tijd heeft steeds ontbroken. Dit document moet hier een antwoord op zijn.


Deze wegwijzer is dus in de eerste plaats uitgewerkt voor het medisch personeel in de gevangenissen. Naast beginnende zorgverleners zullen ook de al ervaren collega’s in dit document ongetwijfeld nuttige informatie terugvinden.

Ook andere geïnteresseerden in de gezondheidszorg en in de strafuitvoering zullen uit dit document met uitgebreide bronvermelding en verwijzingen kunnen putten. Publicaties over de gezondheidszorg in de Belgische gevangenissen zijn immers niet zo talrijk en eerder fragmentarisch.


Bij deze gelegenheid wil ik ook al de medewerkers danken die de uitgebreide documentatie, nodig om dit werk af te ronden, hielpen verzamelen. Sommigen brachten ook andere inzichten aan en inspireerden tot nieuwe ideeën door constructieve kritiek.

Dr. Francis Van Mol

Melle, paasmaandag 2013.

INHOUDSOPGAVE


VOORWOORD 3

INHOUDSOPGAVE 4

SAMENVATTING 8

1. BASISBEGINSELEN VAN DE GEZONDHEIDSZORG IN DE GEVANGENISSEN 13

1.1. UNIVERSELE BEGINSELEN 13

HET GELIJKWAARDIGHEIDBEGINSEL 13

HET INTEGRATIEBEGINSEL (INTEGRATIE IN DE ALGEMENE GEZONDHEIDSZORG) 14

1.2. HET CPT: EUROPEES BEWAKER VAN DE UNIVERSELE BEGINSELEN 15

1.3. GELIJKWAARDIGHEIDBEGINSEL IN DE BELGISCHE GEVANGENISSEN 16

1.3.1. Rechten van de gedetineerde op het gebied van gezondheidszorg 16

1.3.1.1. Recht op kwaliteitsvolle gezondheidszorg 16

1.3.1.2. Recht op zorgverleners met de vereiste kwalificaties 17

1.3.1.3. Recht op (beperkte) toepassing van de wet betreffende de rechten van de patiënt 17

1.3.1.4. Recht op toepassing van bijzondere gezondheidswetten 18

1.4. INTEGRATIE VAN PENITENTIAIRE GEZONDHEIDSZORG IN DE ALGEMENE GEZONDHEIDSZORG 19

1.4.1. Voor gedetineerden 19

ADVIES VAN DE PENITENTIAIRE GEZONDHEIDSRAAD 19



1.4.2. Voor geïnterneerden 19

2. ACTOREN VAN DE GEZONDHEIDSZORG IN DE GEVANGENISSEN 22

2.1. DE GEDETINEERDEN 22

2.1.1. De gevangenispopulatie 22

2.1.2. Gedetineerden: een fysiek en mentaal kwetsbare groep 23

2.2. DE ZORGVERLENERS EN HUN NOODZAKELIJKE MEDEWERKERS 23

2.2.1. Het statuut van de zorgverleners 23

2.2.1.1. De statutairen, de contractuelen, de benoemde niet statutairen 24

2.2.1.2. De zelfstandigen 24

2.2.1.3. De interim-verpleegkundigen 25

2.2.1.4. De zorgverleners en de medewerkers met een externe werkgever 26

2.2.2. Cijfergegevens 26

3. MEDISCHE ETHIEK EN DEONTOLOGIE IN DE GEVANGENISSEN 26

3.1. DE PROFESSIONELE ONAFHANKELIJKHEID VAN DE ZORGVERLENERS 27

3.2. DE ONVERENIGBAARHEID VAN ZORG EN EXPERTISE 28

3.3. HET BEROEPSGEHEIM VAN DE ZORGVERLENERS 30

3.3.1. Uitzonderingen op de geheimhoudingsplicht 30

3.3.1.1. Doorbreken van het beroepsgeheim ZONDER TOESTEMMING van de patiënt 30

DE ZORGVERLENER MOET “SPREKEN” 31

DE ZORGVERLENER MAG “SPREKEN” 31

3.3.1.2. Doorbreken van het beroepsgeheim MET TOESTEMMING van de patiënt 33

3.3.1.3. Het beroepsgeheim binnen de diensten voor gezondheidszorg en binnen een zorgnetwerk 34

3.4. ETHIEK EN DEONTOLOGIE VAN DE ZORGVERLENERS 35

3.5. DEONTOLOGISCHE REGELS IN DE RELATIE MET ANDERE BEROEPSBEOEFENAARS 35

3.5.1. Artsen met een opdracht als zorgverstrekker 36

3.5.1.1. Continuïteit van zorg 36

3.5.1.2. De vrij gekozen arts 36

HET ADVIES VAN DE VRIJ GEKOZEN ARTS 36

DE BEHANDELING DOOR DE VRIJ GEKOZEN ARTS 37

3.5.2. Beroepsbeoefenaar met een opdracht als expert (adviseur, controleur) 37

3.5.2.1. De Psychosociale Dienst (PSD) 38

3.5.2.2. De arts van het CPT 39

3.5.2.3. De arts van de Commissie van Toezicht 39

4. GENEESKUNDIGE VERZORGING DOOR DE ZORGVERLENERS 41

4.1. DE ARTS VAN DE GEVANGENIS ALS BEHANDELENDE ARTS 42

4.1.1. Overbrenging naar een gespecialiseerde gevangenis of buiten de gevangenis 42

4.1.1.1. Overbrenging naar een gespecialiseerde gevangenis 42

4.1.1.2. Overbrenging naar buiten de gevangenis 43

4.1.2. Invrijheidstelling om gezondheidsredenen 43

4.1.3. Levensgevaar of overlijden 44

4.2. DE ZORGVERLENER IN BIJZONDERE DETENTIEOMSTANDIGHEDEN 45

CONTINUÏTEIT VAN DE GENEESKUNDIGE ZORG 45

ZORGAANBOD VAN DE ZORGVERLENER AAN DE GEDETINEERDE 46

INFORMATIE AAN DE DIRECTEUR MET RESPECT VOOR HET MEDISCH GEHEIM 46



4.2.1. De binnenkomende gedetineerde 47

4.2.2. Overbrenging per vliegtuig - Fit to fly 48

4.2.3. De gedetineerde in hongerstaking 51

4.2.4. Veiligheidsmaatregelen en tuchtsancties (o.a. de strafcel) 55

4.2.4.1. Definities en omschrijvingen uit de Basiswet gevangeniswezen 55

MAATREGELEN VAN RECHTSTREEKSE DWANG 57



4.2.4.2. Afzonderingsmaatregelen 57

ONTBREKEN VAN ADVISERENDE ARTSEN 58



4.2.4.3. Opdrachten van de behandelende arts bij afzonderingsmaatregelen 59

GEEN OPDRACHT ALS ADVISEREND ARTS 59

VERZEKEREN VAN DE CONTINUÏTEIT VAN ZORG 59

ZORGAANBOD AAN DE GEDETINEERDE 60

INFORMATIE AAN DE DIRECTEUR MET RESPECT VOOR HET MEDISCH GEHEIM 61

4.2.4.4. Tussenkomsten van de behandelde arts 61

VOORAFGAANDELIJK AAN ELKE AFZONDERINGSMAATREGEL 62

BIJ VERPLICHT VERBLIJF IN EEN TOEGEWEZEN VERBLIJFSRUIMTE (= EIGEN CEL) 62

BIJ INDIVIDUEEL BIJZONDER VEILIGHEIDSREGIME 63

BIJ AFZONDERING IN EEN BEVEILIGDE CEL OF IN EEN STRAFCEL 63

4.3. DE GENEESKUNDIGE VERZORGING VAN SPECIFIEKE GROEPEN GEDETINEERDEN 64

4.3.1. Vrouwen en kleine kinderen 64

4.3.2. Bejaarden en personen met een handicap 65

4.3.3. Psychiatrische patiënten 66

4.3.4. (Psychiatrische) patiënten onder dwang 67

4.3.4.1. Voorwaarden behandeling onder dwang 70

4.3.4.2. Verantwoording behandeling onder dwang 71

4.3.4.3. Keuze behandeling onder dwang 71

AFZONDEREN OP MEDISCHE GRONDEN 71

FIXATIE OP MEDISCHE GRONDEN 72

TOEDIENEN VAN MEDICATIE ONDER DWANG 72



4.3.4.4. Procedure behandeling onder dwang 73

PROCEDURE BIJ WILSBEKWAAMHEID (OOK BIJ NIET PSYCHIATRISCHE PATIËNTEN) 73

PROCEDURE BIJ WILSONBEKWAAMHEID 74

PROCEDURE BIJ SPOED OF NOODTOESTAND 75



4.3.5. Middelenafhankelijke gedetineerden 75

4.3.6. Gedetineerden met besmettelijke ziekten 77

4.3.7. Gedetineerden met tandproblemen 78

4.4. TOEPASSING VAN DE BIJZONDERE GEZONDHEIDSWETTEN 79

4.4.1. Palliatieve zorg 79

4.4.2. Euthanasie 80

4.4.3. Zwangerschapsafbreking 81

4.4.4. Orgaandonatie 81

4.4.5. Medisch begeleide voortplanting 81

4.4.6. Medische Experimenten 83

5. BIJDRAGE TOT PREVENTIE EN BESCHERMING VAN DE GEZONDHEID 85

5.1. De bijdrage tot gezondheidspreventie voor gedetineerden en personeel 85

5.1.1. Gezondheidspromotie 85

5.1.2. Preventie tegen drugs en besmettelijke ziekten 86

5.1.3. Preventie van zelfmoord 86

5.1.4. Preventie van geweld 87

5.1.4.1. Anonieme registratie 87

5.1.4.2. Attesten betreffende vaststelling van geweld 88

5.2. De bijdrage tot gezondheidsbescherming voor gedetineerden en personeel 88

5.2.1. Het verwijderen van medisch afval 89

5.2.2. De geneesmiddelendistributie 89

5.2.3. Het welzijn op het werk, de hygiëne en de voeding 90

5.2.3.1. Welzijn op het werk 91

5.2.3.2. Hygiëne 92

5.2.3.3. Voeding 92

6. BIJDRAGE VAN DE ZORGVERLENERS TOT REINTEGRATIE VAN DE GEDETINEERDE 94

7. INTEGRATIE VAN DE GEZONDHEIDSZORG IN DE GEVANGENISACTIVITEIT 95

7.1. DE DIRECTEUR VAN DE GEVANGENIS 95

7.2. OVERLEGVERGADERINGEN EN DIENSTREGELING 95

7.3. REGELS VAN ORDE EN VEILIGHEID 96

7.4. LOKALEN EN UITRUSTING 96

8. GEZONDHEIDSZORG IN DE GEVANGENISSEN: ORGANISATIE EN STRUCTUUR 97

8.1. DE MINISTER VAN JUSTITIE ALS INRICHTENDE MACHT 97

8.2. DE PENITENTIAIRE GEZONDHEIDSRAAD (PGR) 97

8.3. DIENST GEZONDHEIDSZORG GEVANGENISSEN (DIENST GZG) 98

8.3.1. Missie 98

8.3.2. Visie 98

8.3.3. Beleid en beheer 98

8.3.4. Organisatie en structuur (centraal en intermediair niveau) 99

8.3.4.1. Directie van de Dienst Gezondheidszorg Gevangenissen 99

8.3.4.2. Zorg en Logistiek 99

8.3.4.3. Apotheken 100

8.3.5. Ondersteuning van de zorgverleners in de gevangenissen 100

8.3.5.1. Richtlijnen en procedures 100

8.3.5.2. Epicure.net 101

8.4. DIENST GEZONDHEIDSZORG VAN EEN GEVANGENIS 102

8.4.1. Missie 103

8.4.2. Organisatie en structuur (niveau gevangenissen) 103

8.4.2.1. Lokaal Medisch Management (LOC) 103

8.4.2.2. Departement Medische Logistiek 103

ZORG & ORGANISATIE (S&O) 103

LOKALE APOTHEEK (FAL) 104

8.4.2.3. Medische Departement 104

MEDISCHE & TANDHEELKUNDIGE ZORG (M&T) 104

PSYCHIATRISCHE & PSYCHOLOGISCHE ZORG (P&P) 104

8.4.2.4. Bijzondere Afdelingen 104

PSYCHIATRISCHE AFDELING (SPA) 105

MEDISCH CENTRUM (CMC) 105

AFDELING VERZORGING (RES) 105

AFDELING DRUGS (DRU) 105

8.4.3. Organogram van de Dienst Gezondheidszorg (niveau gevangenis) 105

9. FINANCIERING GEZONDHEIDSZORG VOOR GEDETINEERDEN EN GEINTERNEERDEN 106

9.1. GEEN SOCIALE ZEKERHEID - KOSTELOZE ZORG DOOR DE FOD JUSTITIE 106

Yves Van Den Berge, Uitvoering van vrijheidstraffen en rechtspositie van gedetineerden, Titel II Hst. 10 en 11, Bibliotheek Strafrecht Larcier 107



9.2. TUSSENKOMST DOOR VOLKSGEZONDHEID EN RIZIV 107

10. EVOLUTIES VAN DE GEZONDHEIDSZORG IN DE GEVANGENISSEN 108

10.1. RECENTE ONTWIKKELINGEN 108

10.2. TOEKOMSTIGE ONTWIKKELINGEN 109

11. BIJLAGEN 111

11.1. BASISWET GEVANGENISWEZEN EN GEZONDHEID 111

11.2. REGELGEVING BETREFFENDE DE VRIJE KEUZE VAN ARTS 114

11.3. REGELGEVING BETREFFENDE DE GENEESMIDDELENDISTRIBUTIE IN DE GEVANGENISSEN 116

11.4. WET BETREFFENDE DE RECHTEN VAN DE PATIËNT (2002) 117


SAMENVATTING
De universele beginselen: gelijkwaardigheid en integratie in de algemene gezondheidszorg
De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (Verenigde Naties, 1948), het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten vormden de basis van het recht voor gevangenen op fysieke en mentale integriteit.

Ook het recht van iedereen, dus ook van gedetineerden, op de hoogst bereikbare gezondheidsstandaard is een internationale verworvenheid.


Het gelijkwaardigheidbeginsel, het recht van de gedetineerden op gezondheidszorg gelijkwaardig aan de zorg verstrekt in de vrije samenleving kwam tot stand vooral onder impuls van de Verenigde Naties (1982), hierin steeds gevolgd door de Raad van Europa.

De integratie van de zorg voor gedetineerden in de algemene gezondheidszorg was een impuls die oorspronkelijk eveneens uitging van de Verenigde Naties. Op Europees vlak namen zowel de WHO Europa als de Raad van Europa hierover belangrijke standpunten in.
Deze internationale bepalingen en andere regels en verklaringen hebben ertoe bijgedragen dat het gelijkwaardigheidbeginsel algemeen aanvaardt is en dat in meerdere Europese landen de gezondheidszorg in de gevangenissen overgedragen werd naar de overheden belast met de algemene gezondheidszorg. (het Verenigd Koninkrijk, Italië, Frankrijk, Noorwegen, Spanje …).
Als bewaker van deze universele beginselen werd in 1987 in het kader van de Europese overeenkomst voor de preventie van foltering en andere mishandelingen in de schoot van de Raad van Europa overgegaan tot de oprichting van het Comité ter preventie van foltering, onmenselijke en vernederende behandeling en bestraffing (CPT). Het CPT bezoekt om de 4 jaar de landen van Europa en heeft toegang tot alle plaatsen waar personen tegen hun wil zijn opgesloten (gevangenissen, centra voor illegalen en gecolloceerden in psychiatrische ziekenhuizen).
De universele beginselen in de Belgische gevangenissen
In België is het gelijkwaardigheidbeginsel opgenomen in de Basiswet gevangeniswezen van 2005. De gedetineerde kan dus aanspraak maken op de wettelijke rechten die voor iedere burger gelden op het gebied van gezondheidszorg.

De wet betreffende de rechten van de patiënt (2002) is dan ook van toepassing op de gedetineerden met uitzondering van de afwijkingen voorzien in de Basiswet gevangeniswezen (beperkte keuze van arts en vertrouwenspersoon, alsook een eigen regeling van het recht op een afschrift van het medisch dossier).

De gedetineerde heeft ook recht op geneeskundige activiteiten die zijn geregeld door bijzondere gezondheidswetten en die dus niet onder de wet betreffende de rechten van de patiënt vallen. Het betreft o.m. verzoek om euthanasie, zwangerschapsafbreking.
De integratie van de gezondheidszorg voor gedetineerden in het algemene gezondheidsstelsel bestaat enkel uit een gedeeltelijke financiële tussenkomst van het RIZIV. Er is nog geen sprake van een integratie op beleidsvlak.
Algemeen wordt thans aangenomen dat de meeste geïnterneerden (misdrijfplegers die ontoerekenbaar verklaard zijn) niet thuishoren in de gevangenissen. De integratie van de zorg voor geïnterneerden in het externe psychiatrische zorgcircuit is in ontwikkeling en het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV) neemt ook het grootste deel van de kosten op zich (2005).
In 2009 verleende de Penitentiaire Gezondheidsraad een advies over de hervorming van de gezondheidszorg in de gevangenissen uit. Deze Raad is een adviesorgaan van de Minister van Justitie samengesteld uit zorgverleners werkzaam in de gevangenissen. In het advies wordt de oprichting van een Instituut Gezondheidszorg Gevangenissen onder de voogdij van de Minister van Volksgezondheid aanbevolen. Zowel het gezondheidsbeleid in de gevangenissen als de financiering ervan moet, volgens het advies, opgenomen worden in het algemeen gezondheidsstelsel. In het Beheerscomité van het Instituut, moeten alle belanghebbende partners vertegenwoordigd zijn (Justitie, Volksgezondheid, RIZIV, de gemeenschappen voor het aspect preventie …).
De gedetineerden en de zorgverleners
Gedetineerden in overbevolkte gevangenissen (11.000 personen voor een capaciteit van 8.500) zijn fysiek en mentaal kwetsbaar. Heel wat aandoeningen komen meer voor in de gevangenis dan in de doorsnee maatschappij. Naast besmettelijke ziekten worden steeds meer psychiatrische problemen vastgesteld.
De zorgverleners in de gevangenissen (volgens de Basiswet gevangeniswezen beoefenaars van een gezondheidszorgberoep en psychologen) hebben diverse statuten. Naast ongeveer 250 statutaire en contractuele zorgverleners (vnl. verpleegkundigen en paramedici) en ook administratieve medewerkers werken 500 zelfstandigen (huisartsen, artsen specialisten, tandartsen, apothekers, kinesitherapeuten, verpleegkundigen …), interim-verpleegkundigen alsook medewerkers met een externe werkgever.

Ze moeten de vereiste kwalificaties hebben en zich houden aan de ethische beginselen en deontologische regels die ook buiten de gevangenis gelden. In de Basiswet gevangeniswezen is de professionele onafhankelijkheid van de zorgverlener alsook op de onverenigbaarheid van zorg en expertise wettelijk vastgelegd. Ook de wettelijke bepalingen betreffende het beroepsgeheim gelden onverminderd voor de zorgverleners binnen de gevangenismuren.

De behandelende arts van de gevangenis houdt zich strikt aan de deontologische regels betreffende collegialiteit en continuïteit van zorg in zijn betrekkingen met de beroepsbeoefenaars die de gedetineerde voor zijn detentie in behandeling hadden, met de vrij gekozen arts en met de beroepsbeoefenaars die de behandeling overnemen na de detentie. Hij houdt zich ook strikt aan de regels van het beroepsgeheim en aan de deontologische regels in zijn relatie met de artsen en met de andere beroepsbeoefenaars, die met een opdracht van expertise of controle in de gevangenis zijn belast (Psychosociale Dienst, artsen van het CPT, van de Commissie van Toezicht….).
Inhoud van de gezondheidszorg in de Belgische gevangenissen
Op grond van de Basiswet gevangeniswezen van 2005, omvat de gezondheidszorg in de gevangenissen de geneeskundige verzorging zoals bepaald in de wet op de patiëntenrechten met uitzondering van de stervensbegeleiding, die niet tot de opdracht van de zorgverlener in de gevangenis behoort.

Op basis van het gelijkwaardigheidbeginsel heeft de gedetineerde echter ook recht op verzoek tot euthanasie, zwangerschapsafbreking en andere medische activiteiten geregeld door bijzondere gezondheidswetten. Hiervoor wordt beroep gedaan op beroepsbeoefenaars van buiten de gevangenis die de nodige deskundigheid hebben.


De arts van de gevangenis neemt zelf het initiatief om zorg aan te bieden aan binnenkomende gedetineerden, aan hongerstakers, aan gedetineerden in afzondering bij veiligheidsmaatregel of bij tuchtsanctie, in het bijzonder bij gebruik van dwangtuigen die de bewegingsvrijheid beperken. Deze omstandigheden zijn immers een bijzonder gevaar voor de gezondheid van de gedetineerde.

Hij heeft bijzondere aandacht voor specifieke groepen gedetineerden zoals vrouwen, bejaarden, personen met een handicap, middelenafhankelijke gedetineerden en psychiatrische patiënten, in bijzonder voor deze die in medische afzondering zijn geplaatst, vooral als fixatie en/of dwangmedicatie wordt aangewend.


Een bijdrage tot gezondheidspreventie en gezondheidsbescherming van personeel en gedetineerden is een bijkomende opdracht voor de zorgverleners in de gevangenissen. In het kader van de gezondheidspreventie leveren ze een bijdrage aan de programma’s over gezondheidspromotie en de preventie van drugs en besmettelijke ziekten, van zelfmoord en geweld in de gevangenis.

In het kader van de gezondheidsbescherming staan de zorgverleners in voor het verwijderen van het medisch afval en voor de geneesmiddelendistributie. De voeding, de hygiëne en het welzijn op het werk zijn het terrein van specialisten en gespecialiseerde diensten. Door hun bijzondere positie in de gevangenis hebben ook de zorgverleners in deze materies een opdracht te vervullen.


De zorgverleners leveren een eigen bijdrage tot reïntegratie van de gedetineerde door hun fysieke en psychische welzijn te bevorderen, minstens de schade hieraan te beperken, en door het bevorderen van het sociale welzijn door medewerking aan sociaaltherapeutische initiatieven en programma’s voor sociale reïntegratie.
De organisatie en de structuur van de gezondheidszorg in de Belgische gevangenissen
De Minister van Justitie, met de Penitentiaire Gezondheidsraad als adviserend orgaan, is de inrichtende macht van de gezondheidszorg in de gevangenissen. Het dagelijkse beleid en beheer gebeuren centraal vanuit de Dienst Gezondheidszorg Gevangenissen te Brussel.
In elke gevangenis verzekert de Dienst Gezondheidszorg van de gevangenis de basisgezondheidszorg. Deze omvat algemene geneeskunde, tandheelkunde en psychiatrie en in sommige grotere gevangenissen specialistische geneeskunde (gynaecologie in de 8 gevangenissen waar vrouwen verblijven, dermatologie, radiologie, …). In elke gevangenis wordt ook verpleegkundige zorg en kinesitherapie verzekerd en een lokale apotheek van buiten de gevangenis staat in voor het dagelijks klaarmaken en het leveren van geneesmiddelen.
In enkele gevangenissen zijn bijzondere afdelingen uitgebouwd voor specialistische en gespecialiseerde gezondheidszorg: psychiatrische afdelingen (geïnterneerden en gedetineerden met psychiatrische aandoeningen), medische centra (met hospitalisatie, operatiezaal en polikliniek voor specialisten), verzorgingsafdelingen voor bejaarde gedetineerden en personen met een handicap. Tevens wordt vanuit de gezondheidszorg ondersteuning gegeven aan drugprogramma’s en aan afdelingen voor gedetineerden onder de maatregel van individuele en bijzondere veiligheid.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2016
stuur bericht

    Hoofdpagina