De globale puntenenveloppe



Dovnload 133.92 Kb.
Pagina1/2
Datum19.08.2016
Grootte133.92 Kb.
  1   2



De globale puntenenveloppe

De globale puntenenveloppe




De globale puntenenveloppe 2

1. Algemeen 2

2. Berekening van de globale puntenenveloppe 3

2.1. Parameters voor de berekening 3

2.2. Berekeningswijze voor een scholengemeenschap 5

2.3. Berekeningswijze voor een school die niet tot een scholengemeenschap behoort 14

2.4. Doorgeven van gegevens voor de berekening 15

3. Gebruik van de globale puntenenveloppe 18

3.1. Voorafname van de scholengemeenschap 18

3.2. Gebruik van de voorafname van de scholengemeenschap 18

3.3. Gebruik van de punten in de school 20

3.4. Vaste benoeming 22

4. Bijlagen 23



1.Algemeen


Elke scholengemeenschap en school die niet tot een scholengemeenschap behoort, ontvangt jaarlijks een globale puntenenveloppe voor een personeelsomkadering uitgedrukt in punten. De globale puntenenveloppe is samengesteld uit een aantal deelcomponenten waarvan de berekening terug te vinden is in de omzendbrief SO/2009/03 – “Berekening van de globale puntenenveloppe in het secundair onderwijs” van 03/07/2009. Meer informatie over de aanwending van de globale puntenenveloppe vindt u in de omzendbrief PERS/2009/06 – “Aanwending van de globale puntenenveloppe in het secundair onderwijs” van 17/08/2009. Daarnaast is er ook een bundeling van informatie te vinden in het thema “puntenenveloppe so” op wetwijs. Deze fiche is te vinden via www.ond.vlaanderen.be/wetwijs .

De scholengemeenschap ontvangt de globale puntenenveloppe van het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgoDi). De school die tot een scholengemeenschap behoort ontvangt haar (deel van de) globale puntenenveloppe van de scholengemeenschap op basis van eigen criteria. De school niet in een scholengemeenschap ontvangt haar globale puntenenveloppe rechtstreeks van AgoDi.

De aanwending van deze puntenenveloppe is vrij. Dit wil enerzijds zeggen dat de scholengemeenschap de punten zelf volgens eigen criteria terug mag verdelen over de scholen, anderzijds wil dit zeggen dat de punten ongekleurd zijn. Het is dus niet nodig om punten gegenereerd volgens de berekeningsnormen van één categorie ook in die categorie aan te wenden. Zo kunnen de extra punten gegenereerd door samenvoeging van resturen praktische vakken bijvoorbeeld gebruikt worden om extra uren taak- en functiedifferentiatie in te richten, zolang de school in eerste instantie maximaal de betrekkingen van de vast benoemde personeelsleden in de ambten die kunnen opgericht worden met punten van de globale puntenenveloppe, in stand houdt.

We merken op dat het ambt van directeur niet in deze puntenenveloppe is opgenomen. Dit ambt is inherent aan elke instelling.


2.Berekening van de globale puntenenveloppe



2.1.Parameters voor de berekening


Om de globale puntenenveloppe te kunnen berekenen voor de scholengemeenschappen en de scholen niet in een scholengemeenschap, moeten er een aantal paramaters gekend zijn. De eerste drie parameters zijn gekend door AgODi, voor de vierde parameter moet elke school voor gewoon SO in maart een elektronische zending doen aan de Afdeling Secundair Onderwijs – Scholen en Leerlingen van AgODi.

  • Aantal leerlingen op de teldag

De teldag die hier gebruikt wordt, is dezelfde teldag als gebruikt wordt voor de berekening van het urenpakket. Voor de meeste scholen is deze 1 februari van het voorbije schooljaar. Voor scholen die HBO of Se-n-Se aanbieden, wordt er daarnaast ook een combinatie gebruikt van de teldagen 15 januari en 1 juni van het voorgaande schooljaar. Voor een aantal BuSO-scholen en voor uitzonderlijke gevallen in het gewoon secundair onderwijs, kan dit ook 1 oktober zijn van het lopende schooljaar. Meer informatie over de bepaling van de teldag, vindt u voor het gewoon secundair onderwijs in de omzendbrief SO 55 en voor het buitengewoon secundair onderwijs in de omzendbrief SO/2011/01.

  • Urenpakket voor het gewoon voltijds secundair onderwijs

Het berekende urenpakket is een parameter in de punten volgens de berekeningsnormen van taak- en functiedifferentiatie en ondersteunend personeel SO. Dit is enkel voor het urenpakket van het gewoon voltijds secundair onderwijs. Het urenpakket van het BuSO en DBSO komt nergens in de berekening van de globale puntenenveloppe voor als parameter.

Voor het bepalen van de uren-leraar wordt het pakket genomen dat toegekend wordt op basis van het aantal leerlingen op de teldag. De aanwendingspercentages zijn hierop toegepast. Eventuele wijzigingen op het netto aanwendbaar pakket naar aanleiding van overdrachten tussen instellingen en overdrachten vanuit de scholengemeenschap worden niet mee in rekening gebracht. De uren godsdienst of niet-confessionele zedenleer zoals gegenereerd volgens de teldag (meestal 1 februari) tellen ook mee in deze berekening.



  • Al dan niet GOK-uren in het gewoon secundair onderwijs

Scholen die GOK-uren krijgen, hebben voordeligere normen in de punten volgens de berekeningsnormen van het ondersteunend personeel.

  • Aantal wekelijks ingerichte uren praktische vakken (SO) en beroepsgerichte vorming (BuSO) op 1 februari

Voor het BuSO worden deze uren afgeleid uit de aanwending van de uren die zij doorgeven in november aan de Afdeling Secundair Onderwijs – Scholen en Leerlingen. Daarom is het ook belangrijk dat wijzigingen in de loop van het schooljaar door de BuSO-scholen worden doorgegeven aan hun schoolbeheerteam, zodat de toestand 1 februari correct kan worden samengesteld. Opgelet, hier wordt als teldag 1 februari gebruikt, ongeacht de teldag die voor het bepalen van het aantal leerlingen wordt gebruikt. Alle uren BGV of PV in OV4 of daaraan gelijkgesteld tellen mee, behalve

    1. uren klassendirectie of klassenraad als ze met BGV of PV zouden worden gelijkgesteld.

    2. uren algemene vakken exploratie, expressie, sociale activiteit, als ze met PV zouden worden gelijkgesteld.

    3. uren BGV, PV of gelijkgesteld waarvan het betrokken personeelslid zich in de administratieve toestand ATO1 bevindt.

Een school voor gewoon SO die praktische vakken inricht, moet dit doorgeven via een elektronische zending in maart. In deze zending moet elke school vermelden hoeveel uur op welke noemer werden ingericht op 1 februari. Welke uren wel en niet mogen worden meegeteld, staat beschreven in het document “Praktische richtlijnen voor zending PV” op wetwijs. We belichten hier enkele aspecten:

  • De uren PV van een instelling die uitsluitend de eerste graad of de eerste en de tweede graad organiseert, mogen gevoegd worden bij één instelling van dezelfde scholengemeenschap die geen eerste graad organiseert. Als een school hiervoor kiest, stuurt de school zonder eerste graad het totaal aantal uren door (zijn eigen uren plus de uren van de eerstegraadsschool).




  • Deeltijds onderwijs:




      1. Een niet-autonoom centrum voor DBSO voegt zijn uren bij de bijhorende school voor voltijds onderwijs. Praktisch wil dit zeggen dat er slechts één zending gebeurt voor voltijds en deeltijds onderwijs samen.

      2. Voordrachtgevers in het deeltijds onderwijs tellen voor een derde mee als praktische vakken.




  • Alle praktische vakken of vakken gelijkgesteld met een praktisch vak (inclusief teeltleiders) mogen meegeteld worden, behalve




  1. uren PV of gelijkgesteld stage algemene verpleegkunde, stage medische wetenschappen, stage psychiatrische verpleegkunde, stage sociale wetenschappen, stage verzorging en stage ziekenhuisverpleegkunde. Een instelling moet daarom vaststellen hoeveel van de uren PV of gelijkgesteld er, gemiddeld per week over het hele jaar genomen, naar stagebegeleiding gaan. Deze uren mogen niet meegeteld worden.

  2. uren algemene vakken exploratie, expressie, sociale activiteit, als ze met PV zouden worden gelijkgesteld.

  3. uren PV of gelijkgesteld waarvan het betrokken personeelslid zich in de administratieve toestand ATO1 bevindt.




  • De uren praktische vakken moeten gegroepeerd worden per prestatienoemer. Deze is normaal gezien 22 voor de uren in de eerste graad en 29 elders. Een uitzondering hierop zijn klassenraden die gelijkgesteld worden met PV. Deze kunnen ook noemer 20 of 21 hebben. Opgelet, ook de uren van leraren die in een uitdoofscenario nog noemer 24 volgen, moeten voor de globale puntenenveloppe geteld worden met noemer 22 of 29, afhankelijk van de graad waarin de uren gepresteerd worden.


2.2.Berekeningswijze voor een scholengemeenschap


De berekening van de punten die worden toegekend aan de scholengemeenschap gebeurt in 6 categorieën. Deze categorieën zijn gebaseerd op de berekeningsnormen zoals ze waren voor het invoeren van de globale puntenenveloppe. Nadat de berekening gebeurd is, worden de punten ongekleurd.

      1. Punten volgens de berekeningsnormen Adjunct-directeur

Per school wordt gekeken naar het aantal regelmatige leerlingen ingeschreven in het voltijds onderwijs op de teldag. Afhankelijk van de norm die overschreden wordt per school, wordt er een veelvoud van 120 punten toegekend. Hierbij is het belangrijk om te benadrukken dat deze punten per volledige schijf van 120 worden toegekend, daarentegen is het in de aanwending wel mogelijk om slechts 60 punten te gebruiken om een halftijds ambt in te richten.

Er zijn in deze categorie naast oprichtingsnormen ook behoudsnormen en er is een gedoogperiode van twee jaar van toepassing.






Gewoon voltijds SO

BuSO

Toegekende punten

Oprichtingsnorm

Behoudsnorm

Oprichtingsnorm

Behoudsnorm

120

600

550

300

275

240

1200

1150




360

1800

1750

480

2400

2350

Zoals uit deze tabel blijkt, kunnen er per school voor gewoon voltijds SO maximaal 480 punten gegenereerd worden, per school voor buitengewoon secundair onderwijs is dit slechts 120 punten.

Wat betekenen die behoudsnormen en gedoogperiodes concreet?

Voor een school die één jaar de oprichtingsnorm behaalt, volstaat het daarna om de behoudsnorm te behalen om toch de 120 punten te behouden. Daarnaast behoudt een school de toegekende punten ook nog tijdens een gedoogperiode van twee jaar als de behoudsnormen niet gehaald worden.

Als de school na twee jaar onder de behoudsnorm opnieuw de 120 punten wil genereren, moet opnieuw de oprichtingsnorm bereikt worden.



Dit kan best geïllustreerd worden met een voorbeeld. We nemen hiervoor een school voor gewoon secundair onderwijs.

Schooljaar

Aantal leerlingen op teldag

Aantal punten

2008-2009

400

0 x 120

2009-2010

580

0 x 120

2010-2011

610

1 x 120

2011-2012

580

1 x 120

2012-2013

510

1 x 120

2013-2014

510

1 x 120

2014-2015

580

0 x 120

In dit voorbeeld zien we dat de school in het schooljaar 2011-2012 gebruik maakt van de behoudsnorm. Het is voldoende om 550 leerlingen te hebben op de teldag om de 120 punten te genereren. In de schooljaren 2012-2013 en 2013-2014 is de school onder de behoudsnorm. Maar omwille van de gedoogperiode, worden de 120 punten nog steeds gegenereerd. Om in 2014-2015 opnieuw de 120 punten te genereren, zou de school opnieuw de oprichtingsnorm van 600 leerlingen moeten overschrijden.

Nog enkele opmerkingen:



  • De teller van het aantal jaar onder de behoudsnorm (gedoogperiode) komt weer op nul te staan als de behoudsnorm opnieuw bereikt wordt. De gedoogperiode is dus steeds van toepassing op twee opeenvolgende schooljaren.

  • De leerlingen uit het DBSO tellen niet mee om de normen te behalen. Dit is zo omdat elk niet-autonoom centrum voor DBSO steeds 120 punten genereert volgens de berekeningsnormen “coördinator DBSO”.



      1. Punten volgens de berekeningsnormen Coördinator DBSO

Per niet-autonoom centrum voor DBSO wordt er 120 punten toegekend aan de scholengemeenschap. Een autonoom centrum voor DBSO genereert deze punten niet, aangezien een autonoom centrum recht heeft op het ambt van directeur. Dit ambt staat buiten de globale puntenenveloppe.

      1. Punten volgens de berekeningsnormen Technisch adviseur / Technisch adviseur coördinator

Bij de parameters voor de globale puntenenveloppe werd al toegelicht hoe het aantal uren praktische vakken of beroepsgerichte vorming per school wordt berekend. Deze parameter ligt aan de basis voor de punten gegenereerd in deze categorie.

        1. Het gewoon secundair onderwijs

De berekeningsnormen voor het voltijds en het deeltijds gewoon secundair onderwijs zijn identiek. Voor een niet-autonoom CDO vermeldden we al dat de uren praktische vakken gevoegd worden bij de school voor voltijds SO. Een autonoom CDO wordt hier behandeld als een aparte school.

De uren praktische vakken die doorgegeven worden via de zending PV in maart worden eerst per school omgezet naar een aantal voltijds equivalenten (VTE). Dit wordt afgerond tot op 3 cijfers na de komma.



Bijvoorbeeld: een school meldt in de zending van maart dat die 89 uren PV op noemer 22 inrichtte op de teldag en 497 uren PV op noemer 29. Dit rekenen we om naar VTE en we vinden

89/22 + 497/29 = 4,045 + 17,138 = 21,183

Voor deze school zullen we dus verder werken met het cijfer 21,183 als aantal VTE PV.

Het aantal punten dat gegenereerd wordt voor elke school is afhankelijk van de norm die overschreden wordt. Net als bij de normen volgens adjunct-directeur, zijn er hier naast oprichtingsnormen ook behoudsnormen van toepassing en is er een gedoogperiode van 2 jaar. Zelfs bij het niet behalen van de behoudsnorm voor twee opeenvolgende jaren blijven de gegenereerde punten dus behouden. Na 2 jaar onder de behoudsnorm moet opnieuw de oprichtingsnorm behaald worden om de punten opnieuw te genereren.



Punten

Oprichtingsnorm

Behoudsnorm

1 x 120 = 120

7 VTE PV

6 VTE PV

2 x 120 = 240

15 VTE PV

14 VTE PV

3 x 120 = 360

19 VTE PV

18 VTE PV

4 x 120 = 480

22 VTE PV

21 VTE PV

5 x 120 = 600

29 VTE PV

28 VTE PV

6 x 120 = 720

31 VTE PV

30 VTE PV

7 x 120 = 840

33 VTE PV

32 VTE PV

8 x 120 = 960

36 VTE PV

35 VTE PV

9 x 120 = 1080

43 VTE PV

42 VTE PV

Enzovoort per schijf van 7 VTE …

We illustreren deze normen opnieuw met een voorbeeld. Om dit goed te illustreren moeten we meteen een overzicht geven over verschillende jaren heen. Het gebruik van behoudsnormen en gedoogperiodes zorgt er immers voor dat de situatie van de voorbije jaren invloed heeft op het nieuwe schooljaar.

Schooljaar

Aantal VTE PV

Aantal punten TA/TAC

Aantal ambten onder behoudsnorm

2007-2008

6,500

0 x 120

0

2008-2009

8,800

1 x 120

0

2009-2010

15,600

2 x 120

0

2010-2011

14,200

2 x 120

0

2011-2012

13,000

2 x 120

1

2012-2013

12,000

2 x 120

1

2013-2014

14,700

1 x 120

0

2014-2015

4,380

1 x 120

1

We merken in dit voorbeeld op dat de 120 punten komende van het tweede ambt in 2011-2012 en 2012-2013 onder de behoudsnorm zijn. In 2013-2014 is het dus niet voldoende om de behoudsnorm te behalen om de 120 punten te behouden. Na twee jaar onder de behoudsnorm moet opnieuw de oprichtingsnorm (in dit geval 15) behaald worden om de tweede schijf van 120 punten te verkrijgen.

        1. Het buitengewoon secundair onderwijs

In het buitengewoon onderwijs gebeurt er geen omrekening naar voltijdse equivalenten en wordt er ook niet gewerkt met behoudsnormen en gedoogperiodes. Het aantal uren BGV en uren PV in OV 4 wordt getotaliseerd. Afhankelijk van welke norm overschreden wordt in de volgende tabel wordt een aantal punten toegekend. Opgelet, zoals je zal zien in deze tabel is het niet zo dat er per 210 uur BGV een schijf van 120 punten worden toegekend. Er zijn sprongen van 2 naar 4 keer 120 punten en van 6 naar 8 keer 120 punten.

Normen uren BGV (of PV in OV4)

Aantal punten

210

1 x 120 = 120

420

2 x 120 = 240

630

4 x 120 = 480

840

5 x 120 = 600

1050

6 x 120 = 720

1260

8 x 120 = 960

1470

9 x 120 = 1080

1680

10 x 120 = 1200

1890

12 x 120 = 1440

enz. per schijf van 210 uren

enz. per schijf van 120 punten



Algemeen principe: uren PV of BGV die in een bepaalde school onvoldoende zijn om een nieuwe norm te bereiken, kunnen binnen de scholengemeenschap samengevoegd worden om alsnog in een zelf gekozen school een norm te bereiken.

Hierbij moet geweten zijn dat er geen keuze is door de school over welke uren “rest-uren” zijn. Concreet kan een school die in de gedoogperiode is zelf geen rest-uren inbrengen.



Bijvoorbeeld: een school had op de teldag voor het vorige schooljaar 8 VTE uren PV. Ze genereerde 120 punten in de categorie TA/TAC. Op de teldag voor het huidige schooljaar richt ze 5 VTE PV in. De 120 punten blijven wel gegenereerd omdat de school nu in de gedoogperiode is. De school kan niet kiezen om die 120 punten in de eigen school niet te nemen en 5 VTE PV als rest-uren weg te geven. Er wordt gekeken naar de behoudsnorm van 6 VTE PV voor de 120 punten komende van dat ene ambt. Deze norm wordt niet bereikt, dus de school heeft geen rest-uren om in te brengen.

Er is voor de scholengemeenschap wel een volledige keuzevrijheid wat betreft de school of scholen waaraan de rest-uren gegeven worden, met dien verstande dat de ontvangende school geen zuivere ASO- of KSO-school mag zijn. Als ontvangende instellingen komen dus wel in aanmerking: een instelling voor voltijds gewoon secundair onderwijs met een eerste graad, met TSO, met BSO of met HBO-verpleegkunde, een instelling voor buitengewoon secundair onderwijs of een autonoom centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs.

Als de school waaraan de uren gegeven worden een school is voor gewoon secundair onderwijs, moeten de uren die overgedragen worden, omgerekend zijn in voltijds equivalenten. Voor het BuSO wil dit zeggen dat de rest-uren gedeeld worden door de noemer 24.


  • Als na overdracht een behoudsnorm wordt bereikt in een school die zelf in de gedoogperiode zat, wordt binnen AgODi geregistreerd dat de behoudsnorm toch behaald werd. Dit heeft invloed op de berekening van het jaar daarna. Het aantal jaren onder de behoudsnorm wordt dus weer op 0 geplaatst voor de 120 punten komende van dat betreffende ambt.

  • Als na overdracht een nieuwe oprichtingsnorm wordt bereikt, wordt de puntenenveloppe van de scholengemeenschap met de nodige punten verhoogd voor het lopende schooljaar. Opgelet, op de extra punten die op deze manier gegenereerd worden, zijn het volgende schooljaar geen behoudsnormen of gedoogperiodes van toepassing.

Als er uren worden gegeven aan het BuSO, moeten de uren niet worden omgerekend naar voltijds equivalenten. De uren kunnen ongeacht hun prestatienoemer worden overgedragen om een nieuwe norm te bereiken. Als er een nieuwe norm overschreden wordt na overdracht, wordt de puntenenveloppe van de scholengemeenschap met de nodige punten verhoogd voor het lopende schooljaar.

Dit proces kan best worden toegelicht met een paar voorbeelden.



Voorbeeld 1

School A en school B zijn twee scholen voor gewoon onderwijs. School A genereerde vorig schooljaar al 120 punten in de categorie TA/TAC. Op 1 februari werden er echter slechts 5 VTE PV ingericht in de school. De behoudsnorm voor de 120 punten komende van dat ene ambt, is 6 VTE PV. School A is dus onder de behoudsnorm en dit voor het eerste jaar. School B genereerde vorig jaar geen punten in de categorie TA/TAC. Op de teldag richtte de school B wel 8 VTE PV in. School B genereert dus 120 punten op basis van de bereikte oprichtingsnorm van 7 VTE PV. Daarnaast heeft school B nog 1 VTE PV als rest-uren. Deze kunnen gegeven worden aan school A, zodanig dat deze school toch de behoudsnorm bereikt en dus nog voor minstens 2 jaar zeker is van de gegenereerde punten.

Voorbeeld 2

School A is een school voor gewoon onderwijs en school B is een school voor buitengewoon onderwijs.

School A genereerde vorig schooljaar al 120 punten in de categorie TA/TAC. Op 1 februari werden er 13 VTE PV ingericht in de school. De behoudsnorm voor de 120 punten komende van dat ene ambt, is 6 VTE PV. School A heeft dus 7 VTE PV als rest-uren.

School B richtte op de teldag 500 uren BGV in. Op basis van de norm van 420 uren, wil dit zeggen dat er 240 punten gegenereerd werden in deze BuSO-school. De school heeft dus 80 rest-uren.

Nu zijn er twee mogelijkheden:

    1. School A geeft aan school B: omdat er gegeven wordt aan een BuSO-school, moet dit gebeuren in uren, niet in voltijds equivalenten. In uren wil dit zeggen dat school A 7 x 29 = 203 rest-uren heeft op noemer 29. Als ze deze weggeeft aan school B, komt school B op 703 uren, wat de norm van 630 uren voor 4 x 120 punten overschrijdt. Er komen dus 240 punten bij in de puntenenveloppe van de scholengemeenschap.

    2. School B geeft aan school A. De 80 resturen moeten omgezet worden naar VTE, omdat er gegeven wordt aan een school voor gewoon SO. Dit heeft als resultaat dat er 80/24 = 3,333 VTE PV kunnen overgedragen worden. Op deze manier haalt school A 16,333 VTE PV. De oprichtingsnorm van 15 VTE PV voor tweemaal 120 punten wordt overschreden, er komen dus 120 punten bij in de puntenenveloppe van de scholengemeenschap.

Let op, welke keuze er in deze gevallen ook gemaakt wordt, dit heeft geen invloed op het volgende schooljaar. In de tweede keuze wordt in school B de norm voor twee ambten overschreden, maar omdat dit na samenvoeging binnen de scholengemeenschap gebeurde, zijn er hier geen behoudsnormen of gedoogperiodes op van toepassing. Voor het volgende schooljaar wordt er dus gerekend alsof er slechts één ambt gegenereerd werd. De behoudsnorm van 6 VTE PV is dus opnieuw van toepassing in het volgende schooljaar.

      1. Punten volgens de berekeningsnormen Ondersteunend personeel SO

Deze punten worden gegenereerd door het aantal leerlingen op de teldag en het aantal uren-leraar te vermenigvuldigen met een coëfficiënt. Hiervoor komen enkel de leerlingen en de uren van het gewoon voltijds secundair onderwijs in aanmerking. Voor het DBSO is voorzien dat het ondersteunend personeel kan geput worden uit het urenpakket. Een centrum voor deeltijds onderwijs kan uren-leraar DBSO omzetten naar ondersteunend personeel (per 12 uur een halftijds ambt). Dit staat buiten de globale puntenenveloppe.

In de berekening worden alle leerlingen en uren-leraar uit de scholengemeenschap opgeteld in twee categorieën: scholen met GOK-uren en scholen zonder GOK-uren. Voor scholen met GOK-uren worden in deze categorie gunstigere coëfficiënten gebruikt.



De coëfficiënten die hier van toepassing zijn, zijn de volgende.




Coëfficiënt leerlingen

Coëfficiënt uren-leraar

School met GOK-uren

0,2971

0,3025

School zonder GOK-uren

0,2851

0,2902

Er wordt bij de vier vermenigvuldigingen afgerond tot op de eenheid. De afgeronde getallen worden opgeteld om het totaal aantal punten in deze categorie te bekomen.

Als voorbeeld nemen we een scholengemeenschap waarin er zowel scholen zijn met GOK-uren als scholen zonder GOK-uren.




Aantal leerlingen

Coëfficiënt

Aantal punten

Met GOK-uren

2084

0,2971

619

Zonder GOK-uren

1010

0,2851

288




Aantal uren-leraar

Coëfficiënt

Aantal punten

Met GOK-uren

4549

0,3025

1376

Zonder GOK-uren

1902

0,2902

552

TOTAAL







2835



      1. Punten volgens de berekeningsnormen Ondersteunend personeel BUSO

In deze categorie wordt het aantal punten gegenereerd per school voor buitengewoon secundair onderwijs. Het aantal leerlingen op de teldag wordt per school vermenigvuldigd met een coëfficiënt en afgerond tot op de eenheid. De gebruikte coëfficiënt is afhankelijk van het aantal leerlingen in deze school. Daarnaast wordt er ook aan elke school voor BuSO een sokkel van 82 punten toegekend. In de volgende tabel vindt u de coëfficiënten die hier van toepassing zijn.

Aantal leerlingen

Coëfficiënt

tussen 80 en 129

1,025

tussen 130 en 159

0,98

tussen 160 en 219

1,025

tussen 220 en 319

0,95

tussen 320 en 399

0,97

tussen 400 en 449

0,98

tussen 450 en 549

0,96

tussen 550 en 649

0,94

tussen 650 en 679

0,92

tussen 680 en 699

0,88

tussen 700 en 729

0,87

tussen 730 en 759

0,85

tussen 760 en 799

0,84

meer dan 800

0,83

Als voorbeeld nemen we een scholengemeenschap die 3 scholen bevat die BuSO inrichten.




Aantal leerlingen

Coëfficiënt

Aantal punten

School A

75

0

82

School B

500

0,96

82 + 480 = 562

School C

230

0,95

82 + 219 = 301

TOTAAL







945



      1. Punten volgens de berekeningsnormen Ondersteunend personeel forfaitair

Voor het berekenen van de punten in deze categorie worden alle leerlingen op de teldag van alle scholen samen genomen. Zowel leerlingen uit het gewoon als uit het buitengewoon onderwijs tellen dus mee, zowel leerlingen uit het voltijds als het deeltijds onderwijs. Afhankelijk van dit totaal aantal leerlingen wordt er op basis van onderstaande tabel een aantal punten toegekend.

Aantal leerlingen

Aantal punten

tussen 900 en 3.999

120

tussen 4.000 en 6.499

180

tussen 6.500 en 7.999

240

tussen 8.000 en 9.499

300

tussen 9.500 en 10.999

360

meer dan 11.000

420

Ook hier is er een gedoogperiode van toepassing, maar enkel op het minimum aantal punten. Concreet: als een scholengemeenschap terugvalt op minder dan 900 leerlingen, worden er nog 2 opeenvolgende schooljaren 120 punten toegekend.

      1. Punten volgens de berekeningsnormen Taak- en functiedifferentiatie

Het aantal punten in deze categorie is gebaseerd op het aantal leerlingen en het aantal uren-leraar in het gewoon voltijds SO en op het aantal leerlingen in het BuSO. Deze drie getallen worden vermenigvuldigd met een coëfficiënt en telkens tot op de eenheid afgerond. Het totaal aantal punten in deze categorie is dan gelijk aan de som van de drie deelresultaten.

De coëfficiënten die hierbij gebruikt worden, zijn de volgende.






Coëfficiënt leerlingen

Coëfficiënt uren-leraar

Gewoon voltijds SO

0,02316074

0,02364658

BuSO

0,07666553

/

We merken hier ook op dat de leerlingen in het DBSO in deze categorie niet mee in aanmerking genomen worden.

Als voorbeeld nemen we een scholengemeenschap die zowel gewoon als buitengewoon SO inricht.






Aantal leerlingen

Coëfficiënt

Aantal punten

Gewoon voltijds SO

4363

0,02316074

101

BuSO

82

0,07666553

6




Aantal uren-leraar

Coëfficiënt

Aantal punten

Gewoon voltijds SO

9311

0,02364658

220

TOTAAL







327


2.3.Berekeningswijze voor een school die niet tot een scholengemeenschap behoort


Een school die niet tot een scholengemeenschap behoort, krijgt de globale puntenenveloppe toegekend aan de eigen school. De punten worden toegekend volgens dezelfde berekeningswijze als bij een scholengemeenschap. We gaan hier niet alle berekeningscategorieën één voor één overlopen, maar wijzen op de verschillen.

  • De punten volgens ondersteunend personeel forfaitair vallen weg. Dit is specifiek voor scholengemeenschappen.

  • Het samenvoegen van rest-uren PV kan enkel binnen een scholengemeenschap. De extra punten die dus binnen een scholengemeenschap nog kunnen gegenereerd worden via “bonusambten” bestaan dus niet voor een school die niet tot een scholengemeenschap behoort.

  • De coëfficiënten voor ondersteunend personeel en taak- en functiedifferentiatie voor het gewoon SO liggen iets lager voor scholen buiten een scholengemeenschap dan voor scholen binnen een scholengemeenschap. Concreet hebben we voor scholen van het gewoon SO die niet in een scholengemeenschap de volgende coëfficiënten die van toepassing zijn:

  • Ondersteunend personeel gewoon SO:




Coëfficiënt leerlingen

Coëfficiënt uren-leraar

School met GOK-uren

0,2857

0,2651

School zonder GOK-uren

0,2741

0,2544



  • Taak- en functiedifferentiatie gewoon SO:




Coëfficiënt leerlingen

Coëfficiënt uren-leraar

Gewoon voltijds SO

0,02316074

0,01970700


2.4.Doorgeven van gegevens voor de berekening


Er zijn twee momenten waarop AgODi specifieke informatie nodig heeft van de scholen of de scholengemeenschap om de berekening van de globale puntenenveloppe te kunnen maken. Het eerste moment is in maart, wanneer alle scholen voor gewoon SO een EDISON-zending “melding uren PV” doen aan AgODi. Voor het bepalen van de extra punten volgens de berekeningsnormen van de bonusambten TA en TAC, moet elke scholengemeenschap in mei via een formulier melden welke scholen rest-uren overdragen.

      1. Zending “melding uren PV” in maart

Elke school voor gewoon SO die uren praktische vakken inricht, moet in maart het aantal ingerichte uren PV op de teldag 1 februari doorsturen via een elektronische zending. Per instellingsnummer moet het aantal uren per prestatienoemer getotaliseerd worden. Deze zending is geïntegreerd in de schoolsoftware, maar kan ook via een invoerprogramma in EDISON worden opgeladen. Dit invoerprogramma en de technische brochure van de zending staan ter beschikking op http://ond.vlaanderen.be/edison/Wie/Schoolauto/download_lerenden.htm .

Meer informatie over hoe de totalen per prestatienoemer precies berekend moeten worden, vindt u onder 2.1 waarin de parameters voor de berekening belicht werden. Hierbij willen we wel nog eens de aandacht erop vestigen dat scholen die ervoor kiezen om de uren van een eerstegraadsschool te voegen bij een school zonder eerste graad, dit in deze zending al in die vorm moeten doorgeven. De eerstegraadsschool hoeft dan geen zending te doen, of doet eventueel een zending met 0 uren PV. De school zonder eerste graad stuurt in zijn zending het aantal uur op noemer 29 en het aantal uur op noemer 22 (van de eerstegraadsschool) door.



      1. Formulier “overdrachten van resturen praktische vakken en beroepsgerichte vorming” in mei

In april bezorgt AgODi aan elke scholengemeenschap een document met een overzicht van hoeveel uren praktische vakken er zijn per school, welke norm daarmee behaald wordt en ook hoeveel resturen er zijn. Op basis daarvan kan de scholengemeenschap beslissen om die resturen samen te leggen om zo een of meerdere ambten boven de behoudsnorm te brengen en/of een nieuwe oprichtingsnorm te behalen om zo een veelvoud van 120 punten extra in de globale puntenenveloppe te genereren.

Welke school hoeveel uren aan welke school geeft, moet worden gemeld via het formulier dat als bijlage is opgenomen bij de omzendbrief SO/2009/03 over de globale puntenenveloppe. Er wordt één formulier ingevuld per scholengemeenschap en dat moet tegen 31 mei verzonden worden aan AgODi, via mail of per post. Hieronder vind je een voorbeeld van de gegevens die op dit formulier kunnen ingevuld worden. Let op, een overdracht NAAR het BuSO gebeurt telkens in de eenheid UR (uren), een overdracht NAAR het gewoon SO gebeurt telkens in de eenheid VTE (voltijds equivalenten).






  1   2


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina