De here geeft je zijn naam



Dovnload 29.23 Kb.
Datum23.07.2016
Grootte29.23 Kb.
1
DE HERE GEEFT JE ZIJN NAAM

Preek over Zondag 36 i.c.m. Hand.19:5,13,17

lezen Handelingen 19:1-20

Lelystad, 14 mei 2006

R.J.Vreugdenhil

‘t Is vrijdagmiddag, half vijf. Moeder is in de keuken bezig. Ze zullen wel bijna uit school komen. Ja, ze hoort wat. dat zal Janneke wel zijn.

De deur knalt open. Een tas vol boeken dreunt op de grond. Janneke ploft op een stoel, de handen onder d’r hoofd.

‘Kind, wat is er’.

En dan komt het verhaal. Met de tranen. Alle ellende komt eruit. Van die rotjongens die haar al weer aan het pesten waren. Dat doen ze nu al zolang ze in die klas zit. Ze moeten altijd haar hebben. Het was vandaag ook weer zo gemeen.

‘Maar De Jong is een prachtvent’

Janneke schiet in één keer overeind. En ze kijkt opeens heel anders. ‘Echt, die De Jong (u weet wel, die conrector), dat is zo’n vent. Hij zag het, vanmiddag. Toen moest ik bij hem komen. En ik heb alles verteld. En hij snapte het helemaal. En hij gaat me helpen. Want die jongens moesten ook bij hem komen. En hij heeft gezegd: als het weer gebeurt, moet ik meteen komen. En dat ga ik ook echt doen. Want De Jong, die snapt me tenminste. De Jong wil me wel helpen. En als ze het nog een keer doen, zal ik het tegen ze zeggen ook. Dat ik naar De Jong ga.

Ik heb het ook tegen Annemiek gezegd: als er een keer wat is, moet je naar De Jong gaan, dat is zo’n kerel.
De deur knalt weer open. Jaap gooit z’n tas in de hoek. Wat kijkt hij kwaad. ‘Die stomme De Jong, wat een vent is dat toch. Ik kwam tien minuten te laat, moet ik een uur nablijven. Die kerel heeft altijd wat te zeuren. Het is de ergste conrector die erbij loopt. Ik wou dat die De Jong van school afging.
Maar nu wordt Janneke toch boos. Hou je mond, zegt ze. Scheld maar op iemand anders, maar van De Jong blijf je af. Als je nog één keer zoiets over De Jong zegt, dan doe ik je wat.
Ik kom hier straks nog wel een paar keer op terug.

Het thema voor de preek:



DE HERE GEEFT JE ZIJN NAAM

1. Die naam is je redding

2. Die naam mag je niet misbruiken

3. Die naam moet je prijzen
Deze keer begin ik niet bij het Oude Testament, toen Israël de Tien Geboden kreeg.

Ik neem de invalshoek in het Nieuwe Testament. Wat we gelezen hebben in Handelingen 19.

Daar gaat het drie keer over de naam van de Here Jezus. Die drie keer passen precies bij de drie punten van de preek. Om te beginnen vers 5. Toen zij dit hoorden, lieten zij zich dopen in de naam van de Here Jezus.

Het gaat over mensen die een tijdje daarvoor al wel gedoopt zijn, maar met de doop van Johannes de Doper. Nu horen ze voor het eerst het evangelie van Jezus Christus. Ze komen tot geloof en dan laten ze zich dopen in de naam van de Here Jezus.

In Handelingen gaat het heel vaak over de Naam van de Here Jezus.

Handelingen 2. Petrus preekt op de Pinksterdag. Hij nodigt iedereen uit: bekeert u en laat u dopen op de naam van Jezus Christus.

Handelingen 3, Petrus en Johannes maken een verlamde beter: ‘in de naam van Jezus Christus, de Nazoreeër: wandel’.

Later vragen dan de priesters: door welke kracht of door welke naam hebt u dit gedaan. En Petrus is heel duidelijk: door de naam van Jezus Christus, want er is onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden.

De naam van Jezus Christus, dat is het evangelie. In Handelingen 8 wordt gezegd dat Filippus het evangelie van het Koninkrijk van God en van de naam van Jezus Christus preekte.

De naam van Jezus, dat is waar het evangelie van Christus over gaat.

Het evangelie van wie Hij is. Wie Hij is voor mensen die in Hem geloven.

Jezus, je Verlosser, de Heer van je leven, je Koning, je Helper, degene bij wie je altijd terecht kunt, je vaste punt in alle onzekerheid of eenzaamheid.

De HERE geeft je zijn naam. Hij zegt: komt maar bij Mij als er iets is, roep Mij maar, Ik zal je helpen, Ik zal bij je zijn.
Net als Janneke. Ze heeft die meneer De Jong leren kennen. Ze heeft ontdekt wat hij voor haar kan betekenen. Hij heeft gezegd: als er iets is, dan kom je maar. Dan roep je mij er maar bij.

Dat geeft haar zo’n rust. Ze vond het vreselijk op school. Maar nu weet ze: bij De Jong kan ik altijd terecht. Nu durft ze weer verder. Die naam is sinds die dag voor haar heel veel gaan betekenen.

Die naam is haar redding.
Zo geeft de Here ons zijn naam. Om rust in te vinden. Om alles van Hem te verwachten.

Bij wie kun je alles neerleggen, als je zorgen hebt? Jezus Christus!

Bij wie mag je rust zoeken, als je geweten je aanklaagt om allerlei zonden? Jezus Christus!

En als je dan op het punt staat om weer diezelfde fout te maken en je voelt dat het fout gaat, maar je wilt het niet, wat roep je dan: Jezus Christus, help me!

Of als je de dood dichterbij ziet komen? Here, geef me rust, hou me vast.

Van wie kun je leren om de minste te zijn en niet terug te bekken? Jezus Christus!

Waar kun je met je teleurstellingen heen? Jezus Christus!

Bij wie ben je veilig als je naar de operatiekamer gereden wordt? Jezus Christus.


In alle situaties mag je Hem erbij roepen. Je aan Hem overgeven. Here Christus, ik kan het niet, ik weet het niet, hoe moet het verder: wilt U het doen?!

De Here geeft je zijn Naam om Hem aan te roepen. Heerlijk, Hij wil er altijd voor je zijn.

Zijn naam is je redding.

Er staat in Spreuken 18:10 De naam des Heren is een sterke toren; de rechtvaardige ijlt daarheen en is onaantastbaar.


2 Terug naar Janneke. Door die naam van De Jong voelt Janneke zich nu veel sterker. Ook als ze die rotjongens weer tegenkomt. Want ze weet nu wat ze moet zeggen: je blijft van me af, anders haal ik De Jong erbij.

En het werkt. Want die jongens weten ook wel: als die De Jong erbij komt, is het niet best.

Alleen al het noemen van die naam is genoeg.
Dat had Paulus ook gemerkt.

Alleen het noemen van de naam van Jezus Christus was genoeg om mensen beter te maken. Net als Petrus in Handelingen 3: in de naam van Jezus Christus, u bent genezen.

En zelf boze geesten, duivelen, kunnen daar niet tegenop.
Dat hebben de zeven zonen van Skevas ook gezien. Ze zijn geestenbezweerders van beroep. Ze hebben allerlei formules en toverspreuken om boze geesten uit iemand weg te jagen.

Zij zien wat Paulus doet. En ze denken: dat kunnen wij ook. Er zit blijkbaar zoveel kracht in die naam Jezus, laten wij die formule ook maar eens gebruiken.

En de eerste de beste keer proberen ze het uit: ik bezweer u in de naam van die Jezus waar Paulus het over heeft: ga weg.

Maar het werkt niet. Het werkt helemaal niet. Het omgekeerde gebeurt. Die boze geest krijgt in eens ontzettend veel kracht. En voor ze doorhebben wat er gebeurt, liggen ze al op straat. Zonder kleren, bont en blauw geslagen. Ze hebben hun lesje geleerd.

Wat is er dan eigenlijk gebeurd?

Páulus gebruikte de naam van Jezus Christus zoals de Here het wilde. In dienst van de Here. Vanuit het geloof. En dan is die naam een machtig wapen.

Maar die zonen van Skevas gebruikten die naam voor zichzelf. Om er zelf beter van te worden. Als één van de vele toverformules.

Voor hen was het een lege naam. Zonder inhoud. Ze geloofden niet in Jezus. Maar ze dachten z’n naam wel te kunnen gebruiken. Puur uit eigen belang.

Dat laat de Here dus absoluut niet toe. Hij laat dat hier heel duidelijk zien. Hij geeft die bezeten man zoveel kracht, dat die zonen van Skevas er behoorlijk van langs krijgen.

Het is eigenlijk de Here zelf, die ze op die manier straft. Want je kunt zijn naam niet zomaar voor jezelf gebruiken. Als toverspreuk.

Dat laat de Here absoluut niet toe.

Je mag de naam van de Here niet misbruiken.


In feite is vloeken hetzelfde.

Een simpel voorbeeld. Je hebt haast, je moet je schoenen nog aantrekken en je veters zitten in de knoop. Je trekt en het wordt alleen maar erger. Vloek! Alsof dan je veters opeens losgaan.

Of je laat ‘s avonds in het donker je autosleutel vallen, in het gras. Niet te vinden. Vloek! Je haalt Gods naam erbij want jij moet je sleutels terugvinden.

Ho even. Daar laat de Here zijn naam niet voor misbruiken.

De naam van de Here is veel te waardevol om zo misbruikt te worden.

En gebruik dan ook maar niet allerlei woorden die er heel veel op lijken maar het net niet zijn. Bastaard-vloeken.

Nee, wees zuinig op die mooie naam van de Here, die naam waar je zoveel aan mag hebben.
En vind het dus ook maar niet gewoon als anderen die naam misbruiken. Als je collega zo vaak loopt te vloeken. Of als je weet dat in dat ene liedje God belachelijk wordt gemaakt. Of die cabaretier die altijd wel een paar keer vloekt.

Denk weer aan Janneke. Toen broer Jaap liep te schelden op De Jong. Janneke sprong overeind: hou je mond. Ze kon geen kwaad woord van hem horen. Zoveel betekende hij voor haar. Zoveel klonk er voor haar in die naam.

Die naam was voor haar heilig. Daar bleef iedereen vanaf.
Hoe heilig is voor u, voor jou, de naam van Jezus Christus. Hoeveel betekent voor jou de naam van God?

Neem je het voor Hem op?

Zeg het maar een keer rustig tegen je collega. Niet van ‘jij mag niet vloeken’. Maar zeg maar dat het je pijn doet, omdat die naam voor jou zoveel betekent.

Zet dat liedje maar uit. Neem het risico maar niet weer met die cabaretier.

Hou Gods Naam hoog als je gelooft dat die naam je redding is.
Ik maak nog een andere toepassing.

De naam van de Here misbruiken, zoals die zonen van Skevas deden, dat kan door vloeken. Het kan ook heel anders.

Als je met vrome praatjes iets goed praat wat helemaal niet goed te praten is. Je haalt er Gods naam bij en het klinkt heel mooi, maar het gaat je uiteindelijk alleen maar om jezelf. Of je beroept je op Gods Woord om dingen te doen die helemaal niet kloppen.

Een voorbeeld: je slaat heel vaak je kinderen, of je maakt het ze op een andere manier moeilijk en je zegt er steeds bij: eer je vader en je moeder, denk erom: God heeft mij boven jou gesteld.

Dat is misbruik van Gods naam.

Of je komt als man en vrouw zo ver dat je gaat scheiden, want het gaat allemaal niet meer zo lekker samen. En God zal toch niet willen dat wij dat als vijanden leven. Dan kun je toch beter als vrienden uit elkaar gaan.

Of je zegt in een andere situatie: ja maar, we hebben toch echt biddend dat besluit genomen. We hebben God om een zegen gevraagd. En dan moet het dus maar goed zijn.
Het klinkt allemaal heel mooi. Net zo mooi als bij die zonen van Skevas. Maar God laat dat absoluut niet toe. Het is misbruik van zijn naam.

Er wordt nergens zoveel en zo vreselijk gevloekt als in de kerk.


Gebruik die naam alleen met eerbied. Besef altijd over wie je het hebt, wanneer je het hebt over God, over Jezus Christus. Het zijn machtige namen. Namen met inhoud. Waar je heel blij mee mag zijn. Namen die het antwoord zijn op de meest diepe vragen. Namen die je vast mag pakken in de grootste nood.

Maar maak er geen misbruik van.


3 Ik ga nog een keer terug naar Janneke. De naam van die meneer De Jong, die was voor Janneke opeens heel waardevol geworden. Daarom kon ze het niet hebben dat broer Jaap zo lelijk over hem deed. En zelf doet ze daarom het omgekeerde. Ze noemt alle goede dingen van De Jong die ze maar bedenken kan. Ze vertelt wat hij allemaal voor haar gedaan heeft. Ze vertelt het aan haar moeder. En aan Jaap, ook al wil hij eigenlijk niet luisteren. Ze had het al verteld aan Annemiek, haar vriendin. En misschien dat die het thuis ook wel zal vertellen.

Zo komen er meer mensen voor wie de naam van meneer De Jong een positieve klank krijgt. ‘De Jong, o ja, dat is die man aan je wat hebt; die man waar je terecht kunt als er wat aan de hand is’. En misschien dat er daardoor wel meer zijn op school, die met hun problemen naar meneer De Jong gaan.

Zoiets zie je ook in Handelingen 19.

De naam van Jezus Christus wordt nog een keer genoemd, in vers 17. Wat er gebeurd is met die zonen van Skevas wordt bekend. Het wordt doorverteld. Er wordt gelachen om die zeven mannen, maar er wordt ook met ontzag gesproken over die Jezus, waar Paulus het over heeft. Zijn naam wordt grootgemaakt. Die Jezus Christus, daar valt niet mee te spotten. Die heeft nogal wat kracht.

Zo wordt door die gebeurtenis de naam van Jezus Christus geprezen.

En dat is precies wat God wil. Je komt dat zo vaak tegen in de bijbel. Looft de Here, prijst zijn naam. Dat betekent: zeg maar alle goede dingen die je van Hem kunt zeggen. Zeg maar wat Hij allemaal voor je betekent. Zeg maar wat Hij allemaal voor je doet.

Zoals Janneke over meneer De Jong.

Zo wij over onze God, over Jezus Christus.


Dus: zingen, bijvoorbeeld. En Hem prijzen in ons bidden.

Maar ook gewoon als we met elkaar praten. Dat hoeft helemaal niet op een of andere bijzondere toon of zo. Nee, heel gewoon zeggen wat de Here voor jou gedaan heeft. Wat Hij voor jou betekent.

Dat moet veel gewoner worden voor ons.

Van die Janneke vinden we het logisch. De Jong had zoveel voor haar gedaan, natuurlijk, daar praat je over. Het zou gek zijn als ze het niet deed.

Hoeveel heeft de Here voor jou gedaan? Wat had Jezus Christus voor jou over. En wat geeft Hij je allemaal? Het zou toch gek zijn als je daar niet over praat?!

Doen we dat?

Als je een flinke ziekte achter de rug hebt: de Here heeft me gelukkig er doorheen geholpen.

Als je in één keer je rij-examen gehaald hebt: de Here heeft me wel verwend.

Als je jarig bent: de Here heeft me een goed jaar gegeven.

Als iemand flink in de problemen zit: de HERE laat je niet alleen, ik zal voor je bidden.

Als iemand laat merken dat het hem allemaal maar weinig zegt: joh, maar het is echt heel mooi om dicht bij de Here te leven.

Vul maar aan.

Gods Naam noemen. Groot maken. Heel gewoon, in gewone gesprekken, in gewone taal.

Dat wil de Here graag.


Moeilijk? Ja. En nee.

Hoe meer je ontdekt dat de Naam van God, de naam van Jezus Christus je redding is, je leven, je alles, hoe makkelijker het wordt.

En vraag Hem maar of Hij je erbij wil helpen.
AMEN
Gezongen liederen o.a.

NG 74


Psalm 145: 1

Psalm 9: 1, 7, 8



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina