De hermeneutische keuzes van de eindtijdvisies ten aanzien van het Bijbelboek Openbaring



Dovnload 0.56 Mb.
Pagina4/16
Datum25.07.2016
Grootte0.56 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   16

2.3Overzicht prolegomena


Er zijn tal van prolegomena die invloed hebben op de uitleg die er aan het boek Openbaring gegeven wordt. Hoewel uitleggers vaak aangeven dat ze de letterlijke betekenis van een tekst gebruiken wordt dit toch niet altijd gedaan. Vooral als dit een conflict geeft met een uitleg die ze al aan andere Bijbelgedeeltes hebben gegeven. Voor het Bijbelboek Openbaring noemen we dit prolegomena. In dit hoofdstuk willen we aandacht besteden aan de belangrijkste prolegomena. Hierbij kunnen prolegomena bestaan uit prolegomena voor de hele Bijbel maar ook prolegomena die gebaseerd zijn op de Bijbelboeken voor het boek Openbaring.

Prolegomena op de volgende gebieden kunnen invloed hebben op de uitleg van het boek Openbaring en bepalen vaak mede de hermeneutische keuzes die men op basis daarvan maakt:



  1. Verband Oude Testament en Nieuwe Testament

    • De betekenis van de verbonden en profetieën voor Israël en de gemeente

    • Het Koninkrijk Gods en Jezus regering op aarde

  2. Eschatologie

    • De leer van de laatste dingen (Eschatologie)

    • De wederkomst van Jezus, de opname en de opstanding

    • Tekenen der tijden

  3. Geestelijk versus natuurlijk

    • De aarde en de hemel(en)

    • De natuurlijke en de geestelijke wereld

    • De betekenis van dood en leven

2.3.1Verband tussen Oude Testament en Nieuwe Testament


Belangrijke prolegomena komen voort uit de keuzes die men gemaakt heeft over het verband tussen het Oude Testament en het Nieuwe Testament. Het Nieuwe Testament is gebouwd op het fundament van het Oude Testament en vertelt over het volbrachte werk van Christus en wat dat voor ons betekent1. Van groot belang voor het boek Openbaring is hierbij hoe men aankijkt tegen de verhouding tussen het Oude en het Nieuwe verbond en voor wie het Nieuwe verbond bestemd is. Heel wat theologen van de kerk uit de Reformatie hebben gemeend dat God Israël heeft afgeschreven als volk van het verbond vanwege hun verwerping van Jezus. De kerk is dan het nieuwe volk van het nieuwe verbond, het geestelijk Israël2. Calvijn vond het oude en nieuwe verbond in essentie één maar in bediening gescheiden3. Toch zegt Calvijn aan de andere kant dat de verbondstrouw van God groter is dan de ontrouw van Israël. Hij bleef de bekering van Israël verwachten4. Luther zag een scherpe tegenstelling van wet en genade tussen het Oude en Nieuwe Testament.

Jan Hoek ziet een doorgaande lijn tussen het oude en nieuwe verbond. Israël houdt een bijzondere plek in het hart van God. Het verbond wordt vernieuwd en verbreed. De tussenmuur wordt weggehaald en de heidenen (die er het laatst bijgekomen zijn) delen nu samen met de joden in de beloftes1. We moeten volgens hem zowel de “vervangingstheologie”, als de “tweewegenleer” vermijden. Er is maar 1 weg tot redding en dat is Jezus. De “vervangingstheologie” gaat uit van de verwerping van Israël doordat ze het verbond verbroken hebben en Jezus verworpen hebben. De gemeente is dan in de plaats gekomen van Israël. De “tweewegenleer” ziet een aparte weg voor Israël en de gemeente. De verbonden met Israël en de profetieën over Israël blijven dan strikt gelden voor het natuurlijke volk Israël. De gemeente, die op de 1e pinksterdag ontstond, was in het Oude Testament nog niet bekend en is er bij gekomen. Persoonlijk geloof ik dat Israël, het volk van God, de gemeente is, in eerste instantie bestaande uit joden waar later de heidenen bij zijn gekomen. Toetreding is door besnijdenis van het hart2. Nu is er nog een gelovige rest onder de joden maar aan het einde zullen de joden massaal tot bekering komen.

Dan is er nog het Koninkrijk Gods en het verband hiertussen in het Oude en Nieuwe Testament. Belangrijk hierin is de profetie aan David over het koningschap van zijn huis3. Dit zal een eeuwig koningschap zijn. Maar is dit een aards of een hemels Koninkrijk? Johannes de Doper kondigde aan dat het Koninkrijk der hemelen nabij was4. Jezus besteedde veel aandacht aan het Koninkrijk der hemelen. Het evangelie van Johannes noemt het slecht drie keer en verteld dat Jezus zegt dat je het Koninkrijk niet kunt zien of binnengaan als je niet wedergeboren wordt en dat het Koninkrijk niet van deze wereld is5. De discipelen hadden, voor hemelvaart en de uitstorting van de Heilige Geest, de verwachting dat het koningschap voor Israël weer hersteld zou worden6. De discipelen dachten in het begin nog steeds dat heidenen na bekering besneden moesten worden. Pas later veranderde dit toen duidelijk werd dat de Heilige Geest ook aan onbesneden heidenen gegeven werd1. Paulus, apostel der heidenen, schrijft in de brief aan de Efeziërs hoe de tussenmuur verwijderd is en in de brief aan de Galaten hoe de gelovigen behoren tot het geestelijk zaad van Abraham. Het gaat om de besnijdenis van het hart en niet om de uiterlijke besnijdenis.

Wat betreft de regering van Jezus op aarde zijn er ook verschillende zienswijzen2 zoals dat Jezus na al regeert of dat hij door Zijn gemeente regeert of dat hij straks tijdens het duizendjarig rijk zal regeren of dat hij pas zal regeren vanaf de voleinding van de wereld.



    Dan is er nog de vraag of de talrijke profetieën uit het Oude Testament inmiddels vervuld zijn of dat deze nog wachten op vervulling. Zal deze vervulling een materialistische vervulling zijn of een geestelijke of een combinatie van beiden.

    Een geestelijke vervulling baseert zich op het beeld dat in het Nieuwe Testament opgeroepen wordt door het uitdrijven van demonen door Jezus en de relatie tot het Koninkrijk3, het geestelijk zaad van Abraham4, de brief aan de Efeziërs die over de strijd in de hemelse gewesten spreekt in plaats van de strijd tegen vlees en bloed. Hierbij is dan de tempel de gemeente en/of de gelovige, Jeruzalem de gemeente en de berg Sion de Heilige Geest5. In de kern komen de keuzes die de meeste invloed hebben op de hermeneutische keuzes in de uitleg over Openbaring hier op neer:



  • Moet het Nieuwe Testament door een (materialistische) bril van het Oude Testament gelezen worden. Kun je hier de krant naast leggen? Is de gemeente er bijgekomen en is er nog steeds een apart programma voor Israël?

  • Moet het Oude Testament door een geestelijke bril van het Nieuwe Testament gelezen worden. Is het een vooruitwijzen op Jezus en in belangrijke mate een geestelijke typologie voor ons? Zijn de heidenen als geestelijk zaad toegevoegd aan Israël?

  • Moet het Oude Testament en het Nieuwe Testament los van elkaar gelezen worden. Is alles uit het Oude Testament vervuld en staat nu het Nieuwe Testament centraal.

  • Zijn de apocalyptische beelden nog wel van deze tijd en moeten we de Bijbel ontmythologiseren. Moeten deze verhalen symbolisch of allegorisch uitgelegd worden. Of zijn deze beelden realiteit in de geestelijke wereld en uiterst actueel.

2.3.2Eschatologie (De leer van de laatste dingen)


De eschatologie heeft in de geschiedenis allerlei ontwikkelingen doorgemaakt. Een deel heeft te maken met de visie op het duizend jarig rijk en een deel met de visie op de eschatologie als geheel (bronnen Erickson1, Spijker2, Pawson3 en McGrath4).

Er was eerst veel aandacht voor de spoedige wederkomst van Jezus Toen dit uitbleef kwam er meer aandacht voor het 1000 jarig rijk (Chiliasme). Er was altijd al belangstelling geweest voor het chiliasme in joods-christelijke kringen die op basis van het Oude Testament kwamen tot een materialistische uitleg hiervan maar het chiliasme kwam nu onder een bredere aandacht. We noemen dit ook wel klassiek pre-millennialisme of historisch pre-millennialisme. Dit was de belangrijkste stroming in de eerste eeuwen na Christus en ook na 1600 is dit weer opnieuw in de belangstelling gekomen. Het interpreteert Openbaringen 19 en 20 letterlijk zoals het er staat. Het gaat uit van lichamelijke regering van Christus op aarde gedurende duizend jaar. Eerst werd er nog verschil gezien tussen Israël en de kerk5 maar later is het woord Israël gebruikt voor de kerk6.

Origenes7, van de Alexandrijnse school en leerling van Clemens, was het die de allegorische tekstuitleg in bredere kring introduceerde. Hij zocht naar verdieping in de uitleg in plaats van de letterlijke historische uitleg. Hij verwierp het Pre-millennialisme als een joodse manier om alles materialistisch uit te leggen. Hij volgde het A-millennialisme. Zowel het Oude als het Nieuwe Testament diende geestelijk te worden uitgelegd. Hij zette hiermee de deur open voor tal van dwalingen. Toen in 324 Constantijn aan de macht kwam en in 380 Theodosius de staatskerk uitriep duidde Eusebius van Caesarea dit als het realiseren van het rijk van Christus. Zo ontstond het Politiek post-millennialisme. Het leek erop dat er een aards koninkrijk, politiek geleid door Rome, van Christus was gekomen. De wederkomst werd na dit koninkrijk verwacht. De val van Rome en het Romeinse rijk bracht hier een einde aan.

Augustinus, die leefde tijdens de val van Rome en de ineenstorting van het Romeinse rijk, maakte ook gebruik van de allegorische uitleg. Het feit dat de christenen de schuld kregen van de val van Rome zette Augustinus er toe aan om “De Stad Gods” te schrijven ter verdediging van de Christenen. Hierin staat de verhouding tussen de stad Gods en de stad van de wereld centraal. Het tijdperk van de kerk bevindt zich tussen de komst en wederkomst (het einde). Dit wordt ook wel geestelijke post-millennialisme. Christus regeert in de hemel (geestelijk) en op aarde via de gemeente. Jezus komt pas terug (post) na het millennium. Openbaring symbolisch gezien waarbij de kerkgeschiedenis verschillende keren beschreven wordt, belicht vanuit een ander gezichtspunt. Dit is de officiële leer van de Rooms-katholieke kerk. De leer van de reformatorische kerk ligt in het verlengde daarvan.

Luther, Calvijn en Zwingli (Reformatie) waren meer gericht op de redding (soteriologie) dan op de eschatologie. Het opnemen van Openbaring in de canon vonden ze in feite een dwaling. Het millennium verwezen ze hiermee naar het rijk der fabels1. We noemen dit ook wel sceptisch a-millennialisme. Deze visie verwerpt het profetische karakter van het boek Openbaring. Luther, Calvijn en Zwingli geloofden wel in de wederkomst aan het einde der tijden maar vonden het opnemen van Openbaring in de canon een dwaling. Calvijn geloofde dat de wederkomst in zichtbare gestalte zal zijn2. Luther verbond het Koninkrijk van God niet aan de kerk zoals Augustinus dat deed. Het boek Openbaring bleef een boek dat alleen in symbolische termen de kerkgeschiedenis beschreef en dus allegorisch uitgelegd diende te worden.

Darby (1830) introduceerde het Dispensationeel pre-millennialisme. In 1828 had hij, door het lezen van de brief aan de Efeziërs, het inzicht gekregen dat er verschil was tussen Israël en de kerk3. John Nelson Darby woonde in Plymouth en richtte de Plymouth Brethren (Vergadering der gelovigen) op. Het dispensationalisme lijkt op het klassiek pre-millennialisme maar zet het in een ander kader. De tijd wordt opgedeeld in bedelingen of dispensaties. In ieder tijdperk gaat God verschillend met de mensen om. Het Koninkrijk heeft Jezus bij zijn eerste komst aan de joden aangeboden. Omdat zij dit verworpen hebben is dit uitgesteld tot na de wederkomst. Het tijdperk van de gemeente (mysterie) is er tussen geschoven1. Christenen (gemeente) hebben hun bestemming in de hemel en de joden blijven op de aarde. De gemeente wordt vlak voor de grote verdrukking opgenomen (geheime opname) in de hemel en keert met Christus weer terug bij de wederkomst. Het oudtestamentische Koninkrijk wordt hersteld, de tempel herbouwd inclusief de offerdienst (als een herdenken van het offer van Christus). Vooral door het uitbrengen van de Scofield Reference Bible2 kreeg deze leer grote bekendheid.

Bultmann beschreef in 1926 Jezus als een eschatologische figuur. Later kwam hij met zijn ontmythologisering. Alles moest existentieel verklaard worden. Het oordeel is dan uiteindelijk ons eigen oordeel over onszelf als wij de dood onder ogen moeten zien. Dit is het mythisch a-millennialisme. Het neemt Openbaring 20 niet als een feit in de eenvoudige betekenis maar als een boodschap. Het woord mythe slaat dan op de morele en geestelijke waarheden die er in staan. Het is dan een vorm van poëzie. Het is echter geen allegorie omdat dan alles voor iets anders staat. Alle wonderen in de Bijbel werden als mythe gezien. Bultmann betrok dit zelfs op de opstanding van Christus en laat daarmee zien hoe groot zijn dwalingen zijn. Op het boek Openbaring liet hij ook zijn ontmythologisering los. Het millennium houdt dan in dat Christenen en Christus samen in staat zijn om het territorium van satan over te nemen. Het wordt existentieel, iets wat mogelijk nu kan gebeuren.

Binnen de pinksterbeweging in Nederland ontstond de stroming “Kracht van Omhoog” naar een gelijknamig blad dat onder leiding van J.E. van den Brink uitgroeide tot het nationale pinksterblad. Door het bezoek van Thomas Lee Osborn, in 1958 aan Nederland, kreeg de pinksterbeweging een stevige stimulans. In 1960 ontstonden de Holy Gost meetings in Driebergen waar vd Brink een van de leiders en sprekers was. Het uitwerpen van demonen had een belangrijke plaats op deze meetings. Tegen het uitdrijven van demonen bij wedergeboren christenen ware grote bezwaren vanuit de pinksterbeweging. De strijd in de hemelse gewesten werd getypeerd als de hoge weg. Dit werd steeds verder uitgewerkt. Hier ontstonden ook een aantal dwalingen. Van den Brink stelde dat de mens uit zichzelf niet zondig is (hij wees de erfzonde af) maar dat zonde ontstaat door contacten met boze geesten. Twee zaken stuitten op ernstige kritiek: De leer dat God alleen maar goed is en dat de opdracht aan Abraham om Izaäk te offeren dus van de duivel geweest moest zijn maar ook en nog veel ernstiger dat het offer van Jezus ter genoegdoening van satan was en de leer van een geestelijk Israël (1966), er zou geen herstel komen van het natuurlijke Israël1. In dat jaar begon hij ook aan een tekst voor tekst verklaring van het boek Openbaring. Hierbij wordt Openbaring voornamelijk geduid als de strijd in de hemelse gewesten. We noemen dit Geestelijk Pre-millennialisme. Wat deze visie interessant maakt is de compleet andere kijk op het boek Openbaring. Daar waar het dispensationalisme een hele materialistische uitleg geeft is er hier sprake van een uitleg die heel duidelijk de hemelse gewesten er bij betrekt. Ook de visie op de gemeente is compleet anders.

Het ontstaan van de staat Israël in 1948 en het naderbij komen van het jaar 2000 doen de eschatologische verwachting weer opleven. De boeken van Hall Lindsey en Tim Lahey worden in grote oplage verkocht. Zij blazen het dispensationalisme extra leven in en leggen de krant naast de Bijbel. Deze stroming krijgt zoveel aandacht dat het haast lijkt alsof dit de enig mogelijke uitleg is. Bij deze stroming leeft een sterke gedachte dat het 2 voor 12 is en dat de opname2, tijdens een verborgen wederkomst, elk moment kan plaatsvinden.

In de Bijbelteksten die over de wederkomst en de opname gaan worden dezelfde woorden gebruikt. Zie hiervoor ook de bijlage in hoofdstuk 8.3. In geen van deze Bijbelteksten wordt de wederkomst en de opname beide genoemd en beschreven als twee los van elkaar staande gebeurtenissen. Toch splits vooral het dispensationalisme deze teksten op in een “geheime, niet zichtbare” komst voor de opname en een wederkomst die door allen gezien zal worden. Dit is in tegenspraak met de letterlijke uitleg van de Bijbel die deze stroming voorstaat. Ook in Mattheüs 243 wordt er een niet door Jezus beschreven opname in de tekst toegevoegd of ingelezen die er niet letterlijk staat.


2.3.3Geestelijk versus natuurlijk


In Genesis 1:1 is er al sprake van de aarde en de hemel(en). Het wordt verschillend vertaald. De NBG en de Statenvertaling vertalen het beide met hemel. De term hemel wordt op drie manieren uitgelegd in de Bijbel1:

  1. Kosmologisch. De hemel is de zichtbare hemel2 en/of het universum.

  2. De hemel is een synoniem voor God.

  3. De hemel is de woonplaats van God.

Toch is er ook nog een andere indeling mogelijk. Deze beschrijft de geestelijke wereld in meer detail. God is Geest en heeft Zijn troon in de geestelijke wereld. Er wordt gesproken over ten minste drie hemelen3:

  1. De aarde met de eerste en zichtbare hemel (Kosmologisch).

  2. De tweede hemel waar de hemelse gewesten4 zich bevinden rondom de aarde. Hier troont satan.

  3. De derde hemel5 waar het paradijs6 is en God troont.

Er wordt tussen de 2e en 3e hemel niet altijd onderscheid gemaakt. Ook de visie op de geestelijke wereld is belangrijk. Paul Tillich beweerde dat demonisch gezien moest worden als een voorstelling van krachtige sociale bewegingen en structuren en Rudolf Bultmann beweerde dat demonen mythologische voorstellingen zijn die niet meer passen in deze moderne tijd7. De geestelijke wereld is echter een realiteit waarin zowel engelen als gevallen engelen (demonen) functioneren8. De geestelijke wetten van God bepalen wat er gebeurd in die geestelijke wereld. Er is sprake van een reële geestelijke strijd in de hemelse gewesten zoals ook de brief aan de Efeziërs9 beschrijft.

Bij de betekenis van dood en leven kunnen we drie betekenissen onderscheiden1:



  1. Lichamelijke dood en lichamelijk levend

  2. Geestelijk dood en geestelijk levend

  3. Eeuwige dood

De eerste betekenis is de meest gebruikelijke en gebruikte. Dit betreft het feit of iemand lichamelijk leeft of gestorven is. De tweede betekenis is echter de belangrijkste. Geestelijk dood is gescheiden zijn van God.


1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   16


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina