De hermeneutische keuzes van de eindtijdvisies ten aanzien van het Bijbelboek Openbaring


Hermeneutische knelpunten bedelingenleer, “Hall Lindsey”, “Zoeklicht”, “Laatste bazuin”



Dovnload 0.56 Mb.
Pagina7/16
Datum25.07.2016
Grootte0.56 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   16

3.3Hermeneutische knelpunten bedelingenleer, “Hall Lindsey”, “Zoeklicht”, “Laatste bazuin”


Bij de prolegomena wordt de ultraletterlijke uitleg gebruikt en aan de heidenen alleen de zegeningen van Abraham toegekend. Hierdoor worden alle profetieën uitgesplitst in bestemd voor de gemeente of voor Israël. Deze hele kleine toevoeging leidt tot een zienswijze die de betekenis van een groot deel van de Bijbel anders inkleurt (HR9).

De uitleg van Openbaring 1:19 en de indeling van de zeven gemeentes over de kerkgeschiedenis waarbij de volgorde waarin ze in Openbaring voorkomen ook de volgorde is waarin ze in de tijd voorkomen komt niet overeen met de letterlijke betekenis van de tekst zoals die zich voordoet in Openbaring (HR1). Er wordt dus een heel klein beetje informatie toegevoegd. Deze informatie wordt niet verkregen doordat in een ander Bijbelboek duidelijk wordt dat dit zo is maar door de prolegomena dat de gemeente opgenomen wordt voor de grote verdrukking. Op bladzijde 24 is al getoond dat een geheime opname voor de verdrukking en de wederkomst na de verdrukking op grond van andere teksten onwaarschijnlijk is. Ook Openbaring toont dit zelfde beeld. Alleen door veel redeneren kan hier uitgelegd worden dat de opname in Openbaring 3:10 plaats vindt. De uitleg wordt hier ultraletterlijk. Het gaat over de grens van de betekenis heen die de tekst hier heeft. Historisch klopt het ook niet omdat deze gemeente er al lang niet meer is en deze belofte dus heel anders opgevat moet hebben. Hermeneutisch wordt hier dus regel 1 (Openbaring 22:18-19) overschreden. En dit heeft enorme consequenties voor de uitleg.

Ook de opdeling in 7 jaar met halverwege de start van de grote verdrukking is uit de tekst niet op te maken. Dit wordt dus van buiten de tekst toegevoegd als een bril waardoor men kijkt. De periode van zeven jaar met twee maal drie en een half jaar kan alleen uit Daniël 9:27 afgeleid worden. Uit deze tekst wordt een hoofdregel gemaakt.



Figuur 10 Verdrukking van 7 jaar of 3,5 jaar

De enige tijdsaanduidingen die in Openbaring staan gaan over de 5e bazuin (5 maand), de 2 getuigen, de vrouw en de draak en het beest uit de zee. Bij de 2 getuigen is er sprake van 42 maanden waarin de heidenen de voorhof vertreden, de 2 getuigen die 1260 dagen profeteren. Het beest uit de zee wordt 42 maanden de macht gegeven om godslasteringen te spreken en macht uit te oefenen. In een aantal gedeeltes is er dus sprake van een tijdsperiode van 3,5 jaar. Nergens blijkt echter uit dat Openbaring 2 periodes van 3,5 jaar beschrijft en hoe de beschreven gedeeltes daar dan in passen. Hierbij wordt een gebruik gemaakt van de regel van Hillel van het maken van een hoofdregel uit 1 vers (dat uit Daniël). Het feit dat de zegels en bazuinen binnen de eerste drie en een half jaar vallen is niet uit de tekst af te leiden en wordt gebaseerd op de uitleg dat de opname in Openbaring 3:10 plaats vindt. Hierna begint de grote verdrukking. De zegels en bazuinen moeten dus wel in deze periode vallen. Dit is een aanname die niet hoeft te kloppen en nergens uit de tekst blijkt. Ook is, in de uitleg, niet duidelijk wat de betekenis is van de boekrol met de zegels, de bazuinen en de schalen. Ook is onduidelijk wat de fasering van de weeën betekent. Hermeneutisch zijn dus de prolegomena (Israël en de opname van de gemeente, laatste jaarweek, Romeinse rijk en de antichrist) en de conclusies die daar uit volgen leidend in de uitleg en niet de tekst zelf (HR1).

Ook worden alle profetieën, beelden en symbolen zoveel mogelijk letterlijk genomen en in de natuurlijke wereld geplaatst tenzij het er heel expliciet bij staat. Aangezien voor geestelijke zaken vaak natuurlijke symbolen gebruikt worden kan dit tot een totaal verkeerde uitleg leiden. Hermeneutisch bepaald zo niet de context of iets in de geestelijke wereld plaatsvindt maar de voorkeur voor de natuurlijke wereld (HR6).


    Ook de HR7 en HR8 worden niet gevolgd. De uitleg van de paarden is bijvoorbeeld heel verschillend per gedeelte. Het witte paard met ruiter is bijvoorbeeld eerst de antichrist en later Jezus. Dit maakt de uitleg moeilijk controleerbaar. (Zie ook hoofdstuk 8.3 op bladzijde 72)

    Wat betreft de uitleg van de vrouw en de draak gaat men over de tijdslijn van wat “na dezen” geschied. De geboorte en de hemelvaart vinden plaats voor het schrijven van Openbaring. Dit is dus inconsequent.

    De tijdsvolgorde die aangehouden wordt knelt ook hier en daar. De verzegelden 144.000 van Israël, de schare die niemand tellen kan en de 144.000 en het Lam staan op onlogische plekken t.o.v. de betekenis die er aan gegeven wordt. Hermeneutisch wordt er dus af en toe voor gekozen de tijdsvolgorde aan te houden zoals bijvoorbeeld bij het beest uit de zee en aarde en af en toe niet zoals hierboven genoemd. Dit is inconsequent en heeft te maken met de prolegomena.

    Bij het duiden van de stad Babylon wordt zoveel mogelijk letterlijk genomen. Vervolgens wordt er gekeken welke bestaande stad hier het meest mee overeenkomt. De uitleg is dan Rome. Dit sluit goed aan bij de prolegomena van het Romeinse rijk. De vraag is echter of Babylon wel letterlijk een stad is.

    Wat de slag bij Armageddon betreft is het niet realistisch dat alle volken op oorlogspad gaan bij Armageddon. De troepen verplaatsingen die dat vraagt, de locatie, de aantallen zijn niet realistisch.

    De belangrijkste knelpunten zijn dus de tijdsvolgorde en de betekenis die aan de verschillende dingen gegeven wordt. De figuurlijke taal in Openbaring word letterlijk genomen zelfs als dit niet realistisch is. Een voorbeeld is de ster van de derde bazuin die op een derde van de rivieren valt. Ook wordt er informatie toegevoegd middels de ultraletterlijke uitleg. Dit heeft een enorme invloed op de uitleg en is strijdig met Openbaring 22:18-19 (HR1, HR4, HR5, HR6, HR7, HR8, HR9, HR13).

    Verder licht het accent van het Oude Testament op Israël en het natuurlijk en het Nieuwe Testament op de gemeente en het geestelijke. Dit komt in de uitleg niet tot uitdrukking (HR8).



1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   16


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina