De invloed van geloof en acculturatie op de opvattingen over seksualiteit bij Turkse jongeren



Dovnload 113.14 Kb.
Datum27.08.2016
Grootte113.14 Kb.


Bachelorthese

Bachelor Psychologie

Richting Veiligheid & Gezondheid

De invloed van geloof en acculturatie op de opvattingen over seksualiteit bij Turkse jongeren

Arzu Tanriverdi (0119318)

Faculteit der Gedragswetenschappen

Universiteit Twente

Nederland


Eerste begeleider: Dr. H. Boer

Tweede begeleider: Dr. M.E. Pieterse

Samenvatting

Het doel van deze studie was het onderzoeken van de invloed van geloof en acculturatie op de opvattingen over seksualiteit en het achterhalen van de sociaal-cognitieve determinanten van onveilig seksueel gedrag bij Turkse jongeren. Hiertoe is een vragenlijst ontwikkeld waarin de onderwerpen abstinentie, opvattingen over anticonceptie en communicatie over seksualiteit zijn verwerkt. Op verschillende Turkse fora op internet zijn respondenten geworven. In totaal hebben 99 respondenten de vragenlijst ingevuld, waarbij de leeftijd varieerde van 15 tot 25 jaar. De data is met Spss 14.0 geanalyseerd, waarbij er correlatieanalyses, variantieanalyses en t-toetsen zijn uitgevoerd. Ook zijn de gemiddelde scores voor jongens en meisjes berekend om te kijken naar eventuele geslachtsverschillen. De resultaten wijzen op een significante invloed van geloof en cultuur op het standpunt dat Turkse jongeren innemen over abstinentie. Hoe belangrijker het geloof gevonden wordt, des te meer belang er gehecht wordt aan abstinentie. Bij acculturatie is er een negatief verband: hoe meer geaccultureerd de Turkse jongeren zijn, hoe minder belang ze hechten aan abstinentie. Verder bestaat er ook een relatie tussen geloof en acculturatie: naarmate men meer geaccultureerd is wordt er minder belang gehecht aan het geloof. Geloof en acculturatie hebben verder geen significante invloed op opvattingen over anticonceptie en communicatie over seksualiteit. Ook is er een geslachtsverschil gevonden met betrekking tot abstinentie: meisjes vinden abstinentie over het algemeen belangrijker dan jongens. Uit dit onderzoek blijkt dat Turkse meisjes meer de intentie hebben tot anticonceptiegebruik dan Turkse jongens. Dit is niet conform wat de literatuur beschrijft, namelijk dat jongens meer de intentie tot anticonceptiegebruik hebben dan meisjes. Een andere bevinding uit dit onderzoek is dat Turkse jongeren eerder over seksualiteit praten met familie en belangrijke anderen dan met hun ouders. Concluderend kan men stellen dat voornamelijk de geaccultureerde Turkse jongeren een risicogroep voor onveilig seksueel gedrag vormen.




1. Inleiding

1.1 Geloof en Acculturatie

Cultuurgebonden factoren, zoals religie, kunnen een grote invloed hebben op het seksuele gedrag van mensen. Nederland is een multicultureel land waarin veel verschillende culturen voorkomen. Veel groepen hebben te maken met twee culturen. De tweede en derde generatie Turkse jongeren is een voorbeeld van een dergelijk groep. Acculturatie speelt bij het seksuele gedrag van Turkse jongeren mogelijk een rol. Acculturatie is een het proces van veranderingen in overtuigingen, attitudes, waarden en gedrag door een continue interactie tussen verschillende etnische groepen (Marks, Cantero & Simoni, 1998). Het blijkt dat etnische minderheden enerzijds eigen cultuur willen behouden en anderzijds zich willen aanpassen aan de dominante (Westerse) cultuur. Dit wordt ook wel integratie genoemd (Andriessen & Phalet, 2003). Men ziet dat in de privé-sfeer vooral gekozen wordt voor cultuurbehoud, terwijl in het publieke domein culturele aanpassing aan de dominante cultuur plaatsvindt.

Turkse jongeren balanceren vaak tussen de Westerse leefwereld, waarin ze opgroeien, en de eigen culturele achtergrond, die ze van huis uit meekrijgen (Maurissen, Van Turnhout & Hendrickx, 2005). Voor deze jongeren is seksualiteit gebonden aan religieuze en culturele normen. Seks voor het huwelijk mag niet volgens het geloof, het is een zonde. Aan de andere kant komen Turkse jongeren ook in aanraking met de Westerse normen omtrent seksualiteit, die hier veel vrijer in is.

1.2 Abstinentie

Er bestaan verschillen tussen seksueel gedrag van Turkse jongens en Turkse meisjes. Dit blijkt uit onderzoek naar de seksuele gezondheid van jongeren in Nederland (De Graaf, Meijer, Poelman & Vanwesenbeeck, 2005). Het blijkt dat Turkse meisjes relatief weinig ervaring hebben met seksueel gedrag. Turkse jongens daarentegen wijken met betrekking tot seksueel gedrag niet af van Nederlandse jongeren. Dit is opmerkelijk, omdat de Islam voorschrijft dat jongens én meisjes maagd moeten blijven tot het huwelijk. Een verklaring voor dit verschijnsel is dat bij een jongen niet “gecontroleerd” kan worden of hij nog maagd is. (Hendrickx. Lodewijckx, Van Royen & Denekens, 2002). Bij een meisje wordt het bloeden tijdens de huwelijksnacht gezien als bewijs dat ze nog maagd is.

De reden dat islamitische meisjes maagd blijven tot het huwelijk lijkt door de jaren heen te veranderen. In een onderzoek in 1997 naar seksueel gedrag van Marokkaanse jongeren gaven meisjes aan zich aan de maagdelijkheidnorm te houden om religieuze redenen en omwille van hun ouders (Hendrickx, Lodewijckx, Van Royen & Denekens, 2002). In een onderzoek naar seksuele gezondheid bij moslimmeisjes, uit 2005, geven meisjes aan dat het hun eigen bewuste keuze is maagd te blijven tot het huwelijk. Hierbij blijven godsdienst, cultuur en traditie nog wel een belangrijke rol spelen (Maurissen, Van Turnhout & Hendrickx, 2005).
1.3 Opvattingen over anticonceptie

Geloof en acculturatie kunnen ook invloed hebben op opvattingen over anticonceptie. Sociale cognities kunnen de relatie tussen geloof en acculturatie en de opvattingen over anticonceptie verklaren. Sociale cognitie is de studie van de manier waarop mensen informatie over zichzelf en anderen waarnemen, onthouden en interpreteren (Brehm, Kassin & Fein, 2005). Onderzoek naar sociaal-cognitieve determinanten van onveilig seksueel gedrag betreft onderzoek onder uiteenlopende populaties, culturen en settingen. Volgens de Theory of Planned Behavior van Ajzen en Madden (1986) zijn attitudes, sociale normen, self-efficacy en intentie van invloed op het uiteindelijke gedrag (zie figuur 1).




Figuur 1. Theory of Planned Behavior (Ajzen & Madden, 1986)

Met betrekking tot anticonceptie zijn er verschillen tussen Turkse en autochtone meisjes en jongens (De Graaf, Meijer, Poelman & Vanwesenbeeck, 2005). Zo gebruiken Turkse meisjes bij de eerste geslachtsgemeenschap minder vaak een condoom dan meisjes van autochtone afkomst. Ook blijkt dat autochtone meisjes vaker de pil gebruiken dan islamitische meisjes die ervaring hebben met geslachtsgemeenschap. Dat Turkse meisjes minder vaak een condoom gebruiken bij de eerste geslachtsgemeenschap zou te maken kunnen hebben met de maagdelijkheidnorm. Veel van deze meisjes zullen voor het eerst geslachtsgemeenschap hebben op hun huwelijksnacht met hun huwelijkspartner (Hendrickx, Lodewijckx, Van Royen & Denekens, 2002). Veel islamitische meisjes geven aan binnen het huwelijk het liefst de pil te gebruiken. Het condoom vinden ze omslachtig (Maurissen, Van Turnhout & Hendrickx, 2005).

In het onderzoek naar de seksuele gezondheid van jongeren in Nederland gaven Turkse jongens juist relatief vaak aan altijd een condoom te gebruiken bij geslachtsgemeenschap (De Graaf, Meijer, Poelman & Vanwesenbeeck, 2005). Toch blijken er een aantal situaties te zijn waarin condoomgebruik niet plaatsvindt, zoals wanneer jongens denken dat er geen risico is. Ook in vaste relaties of binnen het huwelijk zeggen jongens zich niet te bekommeren om anticonceptie, ze vinden dat de taak van de vrouw (Hendrickx, Lodewijckx, Van Royen & Denekens, 2002).

1.4 Communicatie over seksualiteit

Voor kennis over seksualiteit is het belangrijk dat jongeren met anderen over dit onderwerp praten. Een belangrijke factor voor veilig seksueel gedrag is namelijk kennis over seks en onderwerpen die daaraan gerelateerd zijn (zoals anticonceptie). Alle jongeren krijgen seksuele voorlichting op school. Toch blijken Turkse jongeren een relatief laag kennisniveau te hebben. (De Graaf, Meijer, Poelman & Vanwesenbeeck, 2005).

Volgens een onderzoek naar de informatiebehoeften van islamitische jongeren omtrent relaties en seksualiteit (Gettemans, 2007) krijgen islamitische jongeren over het algemeen liever informatie van vrienden dan van volwassenen. Islamitische jongeren halen in de eerste plaats informatie buiten het gezin. Vragen en problemen bespreken ze veelal met vrienden. Thuis praten islamitische jongeren niet of nauwelijks over seksualiteit, en islamitische ouders blijken hun kinderen thuis geen of nauwelijks seksuele voorlichting te geven. En wanneer het onderwerp wel aangekaart moet worden, wordt dit heel impliciet gedaan.

Turkse meisjes hebben nauwelijks behoefte aan informatie over seksualiteit van hun vader. Wel zouden ze graag informatie krijgen van hun moeder. Turkse jongens hebben helemaal geen behoefte aan informatie van hun ouders. Andere familieleden buiten het gezin, zoals neven en nichten blijken wel belangrijke informatiebronnen te zijn (De Graaf, Meijer, Poelman & Vanwesenbeeck, 2005).

Mogelijke redenen voor het gebrek aan voorlichting binnen het gezin zijn schaamte en respect. Seksualiteit is een taboeonderwerp voor veel moslims. Het tonen van seksualiteit mag niet binnen het islamitische gezin. Mogelijk bespreken jongeren het onderwerp thuis niet om geen achterdocht bij de ouders te wekken; ouders mogen niet denken dat ze seksueel actief zijn. Ook zien zowel jongeren als ouders het praten over seksualiteit als respectloos tegenover de ouders (Gettemans, 2007).

1.5 Dit onderzoek

Vooralsnog is er weinig bekend over onveilig seksueel gedrag onder Turkse jongeren en de rol die geloof, acculturatie en sociale cognities hierbij spelen. Onderzoek naar (onveilig) seksueel gedrag onder islamitische jongeren betreft veelal deze populatie in het algemeen (o.a. Gettemans, 2007; Maurissen, Van Turnhout & Hendrickx, 2005). Ook is er veel onderzoek gedaan naar Marokkaanse jongeren in het bijzonder (o.a. Hendrickx, Lodewijckx, Van Royen & Denekens, 2002). Onderzoek naar onveilig seksueel gedrag bij Turkse jongeren, en de rol die geloof, acculturatie en sociale cognities hierbij spelen is schaars.

Met dit onderzoek trachten wij de invloed van geloof en acculturatie en de sociaal-cognitieve determinanten van onveilig seksueel gedrag bij Turkse jongeren te achterhalen. De literatuur beschrijft al het één en ander over de onderwerpen abstinentie (maagd blijven tot het huwelijk), anticonceptie en communicatie over seksualiteit. Maar zoals gezegd heeft dit nog weinig betrekking op Turkse jongeren in het bijzonder. Het is al wel mogelijk een aantal hypothesen op te stellen aan de hand van de bestaande literatuur:
Hypothese 1: Geloof en acculturatie heeft invloed op het seksuele gedrag van Turkse jongeren en het standpunt die ze over seksualiteit hebben.
Hypothese 2: Abstinentie wordt door Turkse meisjes belangrijker gevonden dan door Turkse jongens.
Hypothese 3: Turkse jongens zullen meer de intentie hebben om een anticonceptiemiddel te gebruiken dan Turkse meisjes.
Hypothese 4: Turkse jongeren praten eerder met familie en belangrijke anderen over seksualiteit dan met hun ouders.
Deze hypothesen worden getoetst door middel van een vragenlijst voorgelegd aan Turkse jongeren tussen de 15 en 25 jaar. In deze vragenlijst zijn vragen over de onderwerpen abstinentie, anticonceptie en communicatie over seksualiteit verwerkt.
2. Methoden
2.1 Respondenten

Bij dit onderzoek zijn Turkse jongeren tussen de 15 en 25 jaar betrokken. Deze jongeren werden geworven via een aantal Turkse fora, namelijk turkhyve.hyves.nl, www.hababam.nl en www.muptela.nl. In totaal hebben 99 jongeren de vragenlijst ingevuld. Hiervan waren 73 meisjes en 26 jongens. De gemiddelde leeftijd was 19.49 jaar (SD = 2.98).


2.2 Procedure

Respondenten werden geworven via de bovenstaande Turkse fora door middel van een oproep die geplaatst werd op deze fora (zie bijlage 1).

Aan de respondenten is verteld dat het onderzoek gaat over de sociaal-cognitieve determinanten van gedrag bij Turkse jongeren van 15-25 jaar. Ook werd er duidelijk vermeld dat deelname anoniem is en dat men nergens een naam hoeft op te geven. Tevens is de respondenten verteld dat er geen goede of foute antwoorden zijn en dat het erom gaat wat voor hen van toepassing is en hoe zij over bepaalde dingen denken.

2.3 Instrumenten
2.3.1 Demografische kenmerken

In de vragenlijst is er gevraagd naar een aantal achtergrondgegevens welke van belang kunnen zijn voor het onderzoek, namelijk leeftijd, geslacht en relatiestatus (geen relatie / relatie / getrouwd).


2.3.2 Geloof en Acculturatie

Het belang van het islamitische geloof is gemeten met de vraag “hoe belangrijk is het geloof voor jou?”, waarbij de antwoordmogelijkheden heel belangrijk / belangrijk / niet zo belangrijk werden gegeven.

Tevens bevat de vragenlijst een korte acculturatieschaal. Deze vragenlijst is oorspronkelijk ontwikkeld voor een Latino populatie (Serrano & Andersen, 2003) en omvat 12 vragen. Om de vragenlijst niet al te lang te maken hebben wij een aantal vragen (namelijk de vragen over mediavoorkeur) laten vallen. In dit onderzoek is de mate van acculturatie gemeten met 9 items. De antwoordmogelijkheden hierbij waren: Alleen Turks, meer Turks dan Nederlands, Net zoveel Turks als Nederlands, Meer Nederlands dan Turks, Alleen Nederlands. De items die bij deze schaal horen zijn: “In welke taal spreek jij met je vrienden?”, “Welke taal spreek jij meestal?”, “Je beste vrienden zijn:”, “In welke taal denk jij?”, “In welke taal spreken je ouders tegen jou?”, “Je kennissenkring is:”, “Welke taal spreek jij thuis?”, “Aan welke mensen geef jij de voorkeur op feestjes?” en “In welke taal spreken je ouders tegen je grootouders?”. Uit de betrouwbaarheidsanalyse blijkt dat deze schaal een hoge betrouwbaarheid heeft, namelijk 0,80.


2.3.3 Abstinentie

Hoe Turkse jongeren over abstinentie denken is gemeten met een aantal vragen. De vragen zijn verdeeld over drie onderwerpen, namelijk het belang van abstinentie voor jongens, het belang van abstinentie voor meisjes en algemene opvattingen met betrekking tot abstinentie.



Het belang van abstinentie voor jongens is gemeten met 6 items, namelijk: “Voor een jongen is het belangrijk om maagd te blijven tot het huwelijk”, “Het hebben van seksuele ervaring vóór het huwelijk is belangrijk voor een jongen”, “Het is voor jongens belangrijk dat ze nog maagd zijn op hun huwelijksnacht”, “Als een jongen geen maagd meer is, dan schaadt dat de eer van de familie”, “Volgens het geloof moeten jongens maagd blijven tot het huwelijk” en “Meisjes hebben liever dat hun partner nog maagd is”. De betrouwbaarheid is 0,76.

Het belang van abstinentie voor meisjes is ook gemeten met 6 items. In principe waren de vragen hetzelfde geformuleerd als bij ‘het belang van abstinentie voor jongens’, alleen nu hadden ze betrekking op meisjes. Wel lag de betrouwbaarheid van deze items hoger, namelijk 0,80.

De schaal over algemene opvattingen met betrekking tot abstinentie bevatte nog 5 vragen. De vragen waren als volgt: “Het hebben van seks mag als je trouwplannen hebt”, “Het hebben van seks mag als je een vaste relatie hebt”, “Ik kies ervoor om maagd te blijven tot het huwelijk”, “Ervaring opdoen op seksueel gebied mag, zolang je je maagdelijkheid maar behoudt” en “Mijn ouders keuren seks voor het huwelijk af”. Deze items hebben een betrouwbaarheid van 0,80.



2.3.4 Anticonceptie


Attitudes ten opzichte van anticonceptie werden gemeten met behulp van vier items, namelijk “Wanneer ik de pil en/of condoom zou gebruiken, zou ik dit voor mijn ouders verborgen moeten houden”, “De pil heeft meer negatieve bijwerkingen dan positieve effecten”, “Het gebruik van een condoom beschermt tegen soa’s en zwangerschap” en “Als je een condoom gebruikt, voel je bij het vrijen veel minder”. De betrouwbaarheid van deze items bleek echter maar 0.18 te zijn. Hierdoor is er besloten om deze items te laten vallen.

Sociale normen met betrekking tot anticonceptiegebruik werden gemeten door middel van drie items: “Mijn familie vindt het goed dat ik de pil en/of condooms gebruik wanneer ik seksueel actief ben”, “Mijn ouders zouden geen bezwaar hebben als ik de pil en/of condooms zou gebruiken” en “Mijn vrienden vinden dat ik de pil en/of condoom moet gebruiken als ik seksueel actief ben”. De betrouwbaarheid van deze drie items samen was 0,41. Voor een hogere betrouwbaarheid is ervoor gekozen om het laatste item (“Mijn vrienden vinden dat ik de pil en/of condoom moet gebruiken als ik seksueel actief ben”) te laten vallen. De overige twee items geven samen een betrouwbaarheid van 0,70.

Self-efficacy met betrekking tot anticonceptiegebruik werd gemeten met vier items, namelijk: “Ik denk dat het makkelijk voor mij is om aan de pil en/of condooms te komen”, “Ik zou me niet schamen als ik de pil en/of condooms zou moeten kopen”, “Ik schaam me niet om met iemand over de pil en/of condooms te praten” en “Ik ben zeker van mezelf dat ik met mijn partner over de pil en/of condooms kan praten”. Deze items gaven gezamenlijk een betrouwbaarheid van 0,80.

Intentie tot anticonceptiegebruik werd aanvankelijk gemeten met drie items, namelijk “Wanneer mijn partner geen condoom zou willen gebruiken, dan vrijen we zonder condoom”, “Wanneer ik seks zou hebben, zou ik altijd de pil en/of condooms gebruiken” en “Als ik een vaste relatie zou hebben, dan zou ik geen condooms gebruiken”. Deze items gaven een betrouwbaarheid van 0,39. Voor een hogere betrouwbaarheid is er echter voor gekozen om een item te laten vallen. De twee items die intentie meten zijn: “Wanneer ik seks zou hebben, zou ik altijd de pil en/of condooms gebruiken” en “Wanneer mijn partner geen condoom zou willen gebruiken, dan vrijen we zonder condoom”. De betrouwbaarheid van deze twee items was 0,49.

2.3.5 Communicatie over seksualiteit

Dit onderwerp is gemeten met een aantal items, waarbij we kijken naar de rol van belangrijke naasten bij communicatie over seksualiteit. Belangrijke naasten zijn opgedeeld in twee categorieën, namelijk ouders en familie en belangrijke anderen (o.a. vrienden en neven/nichten).

De volgende items meten het concept communicatie met ouders over seksualiteit: “Als ik vragen heb over seksualiteit, dan praat ik hierover met mijn ouders”, “Ik kan met mijn ouders praten over seks”, “Ik kan met mijn ouders praten over de pil en/of condooms”, “Mijn ouders geven mij seksuele voorlichting”, “Het is respectloos om met je ouders over seks te praten”, “Ik schaam me om met mijn ouders over seks te praten”, “Ik zou graag seksuele voorlichting krijgen van mijn ouders”, “Als ik met mijn ouders over seks zou praten, zouden ze denken dat ik seksueel actief ben”, en “Jongens horen seksuele voorlichting te krijgen van hun vader, meisjes van hun moeder”. De betrouwbaarheid van deze items is 0,82.

Communicatie met familie en belangrijke anderen over seksualiteit gemeten met de volgende items: “Ik kan met mijn neven en/of nichten praten over seksualiteit”, “Ik kan met mijn ooms en/of tantes praten over seksualiteit”, “Als ik vragen heb over seksualiteit, dan praat ik hierover met een familielid”, “Ik kan met mijn broers en/of zussen praten over seksualiteit”, “Als ik vragen heb over seksualiteit, dan praat ik hierover met mijn vrienden” en “Ik kan met mijn vrienden praten over seksualiteit”. Deze items hebben een gezamenlijke betrouwbaarheid van 0,68.
2.3.6 Seksuele activiteit

Ten slotte werd er nog gevraagd naar de seksuele activiteit van de respondent. Hierbij werd vermeld dat het beantwoorden van deze vraag niet verplicht is, maar dat het wel zou bijdragen aan het onderzoek. De volgende vraag werd gesteld: ben je seksueel actief? Hierop kon men antwoorden met ja of nee. Indien ja werd geantwoord, werd er gevraagd of de respondent de pil en/of condooms gebruikte. De antwoordmogelijkheden hierbij waren nooit, soms, meestal en altijd.


2.4 Data analyse

De data is geanalyseerd met SPSS 14.0. De betrouwbaarheidsanalyses zijn met dit programma uitgevoerd, waarbij een aantal vragen zijn omgeschaald. Vervolgens zijn van ieder schaal apart gemiddelde scores berekend. Met deze scores zijn de correlaties tussen de schalen en de gemiddelde scores per subschaal berekend. Tevens zijn er variantieanalyses en regressieanalyses uitgevoerd.


3. Resultaten
3.1 Respondenten

In tabel 1 zijn de demografische kenmerken van de respondenten weergegeven. De gemiddelde leeftijd van de respondenten was 19,49. De jongste respondent was 15 en de oudste 25. In grafiek 1 is de verdeling van de leeftijd weergeven.

In tabel 1 is te zien dat meer meisjes dan jongens de vragenlijst hebben ingevuld (resp. 73 en 26). Verder gaf de overgrote deel van de respondenten aan geen relatie te hebben en het geloof heel belangrijk te vinden. Tenslotte gaf de meerderheid van de respondenten aan niet seksueel actief te zijn.



3.2 Verschil tussen jongens en meisjes

We hebben de gemiddelde scores van jongens en meisjes op de verschillende subschalen berekend. Deze zijn weergegeven in tabel 2. Ook het overall gemiddelde per subschaal is berekend, zodat we kunnen kijken of er verschillen bestaan tussen de subschalen.



Uit tabel 2 blijkt dat meisjes meer geaccultureerd zijn dan jongens. Dit verschil is echter niet significant, F(1, 84) = 2.69, p = 0.11.

Meisjes vinden abstinentie voor jongens belangrijker dan jongens. Meisjes vinden wel weer abstinentie voor meisjes belangrijker dan jongens. Deze verschillen, weergegeven in tabel 2, zijn echter niet significant, wat blijkt uit de variantieanalyses, F(1, 97) = 2.38, p = 0.13 voor abstinentie voor jongens en F(1, 97) = 1.77, p = 0.19 voor abstinentie voor meisjes. Verder valt in tabel 2 op dat meisjes opvattingen met betrekking tot abstinentie belangrijker lijken te vinden dan jongens. Dit verschil blijkt ook significant, met F(1,97) = 11.22, p < 0.01. Over het algemeen hebben meisjes dus sterkere opvattingen over abstinentie dan jongens.

Interessant is dat meisjes meer de intentie tot anticonceptiegebruik blijken te hebben dan jongens. Ook deze bevinding blijkt significant, met F(1, 83) = 6.55, p < 0.05.

Als we naar de verschillen tussen de subschalen kijken in tabel 2, dan vallen een aantal dingen op. Abstinentie voor meisjes lijkt belangrijker gevonden te worden dan abstinentie voor jongens. Uit de t-toets voor gekoppelde paren blijkt dit verschil significant (t = 13.40; df = 98; p = 0.00). Ook blijken jongeren liever met familie en belangrijke anderen over seksualiteit te praten dan met ouders. Ook dit verschil is significant (t = 5.95; df = 84; p = 0.00).
3.3 Correlaties
3.3.1 Geloof en Acculturatie

De correlaties met betrekking tot geloof en acculturatie zijn weergegeven in tabel 4.



Zoals men kan zien bestaat er een significante correlatie tussen abstinentie en het belang van het geloof. Deze correlatie is positief: hoe belangrijker het geloof voor iemand is, des te meer belang er gehecht wordt aan abstinentie. Geloof heeft geen invloed te op sociale normen, self-efficacy en intentie met betrekking tot anticonceptiegebruik en communicatie over seksualiteit.

Ook tussen acculturatie en abstinentie blijkt een relatie te bestaan. Acculturatie correleert negatief met alledrie de onderdelen van abstinentie. Dit geeft aan dat naarmate men meer geaccultureerd is, abstinentie minder belangrijk wordt gevonden. Verder blijkt ook acculturatie geen invloed te hebben op sociale normen, self-efficacy en intentie met betrekking tot anticonceptiegebruik en communicatie over seksualiteit.

Er is ook gekeken of er een relatie bestaat tussen het belang van het geloof en acculturatie. Uit de correlatieanalyse blijkt dit het geval te zijn. Er bestaat een negatieve correlatie tussen het belang van het geloof en acculturatie, namelijk -0.23 (p < 0.05). Dit betekent dat naarmate de Turkse jongeren meer geaccultureerd zijn, ze minder belang hechten aan het islamitische geloof.



3.4 Seksuele activiteit

In de vragenlijst is er aan de respondenten gevraagd of ze seksueel actief zijn. Uit de variantieanalyse blijkt dat seksuele activiteit significant is voor de abstinentieschaal, met F(1, 81) = 11.27, p < 0.01 voor abstinentie voor jongens, F(1, 81) = 4.20, p < 0.05 voor abstinentie voor meisjes, en F(1, 81) = 20.40, p < 0.01 voor normen met betrekking tot abstinentie. De relatie bleek hetzelfde voor de drie onderdelen van de abstinentieschaal. De jongeren die aangaven seksueel actief te zijn scoorden veel lager op opvattingen over abstinentie, wat betekent dat deze jongeren abstinentie als minder belangrijk beschouwen dan jongeren die aangaven niet seksueel actief te zijn.


4. Discussie

Het doel van deze studie was het onderzoeken van de invloed van geloof en acculturatie op de opvattingen over seksualiteit en het achterhalen van de sociaal-cognitieve determinanten van onveilig seksueel gedrag bij Turkse jongeren. In de literatuur was hier al het een en ander over bekend, zoals beschreven in de inleiding. Dit had echter nog weinig betrekking op Turkse jongeren in het bijzonder.

In dit onderzoek is er een significante invloed gevonden van geloof en cultuur op het standpunt dat Turkse jongeren innemen over abstinentie. Het bleek dat naarmate men meer geaccultureerd is, er minder belang wordt gehecht aan abstinentie. De relatie tussen geloof en abstinentie was positief: naarmate men het geloof belangrijker vindt, zal hij of zij het abstinent blijven ook als belangrijker zien. Hiermee is de eerste hypothese, geloof en acculturatie hebben invloed op het seksuele gedrag van Turkse jongeren en het standpunt die ze over seksualiteit hebben, bevestigd. Maar ook tussen geloof en acculturatie bestaat een relatie: naarmate men meer geaccultureerd is wordt er minder belang gehecht aan het geloof. Hieruit kan men concluderen dat voornamelijk de geaccultureerde Turkse jongeren een risicogroep vormen voor onveilig seksueel gedrag. Deze jongeren hechten namelijk minder belang aan het abstinent blijven, en zullen dus eerder seksueel gedrag vertonen.

Verder bleken geloof en acculturatie geen invloed te hebben op opvattingen over anticonceptie en communicatie over seksualiteit, wat toch wel opmerkelijk is. In de literatuur wordt namelijk beschreven dat seksualiteit een taboeonderwerp is binnen het islamitische gezin, waarbij schaamte en respect mogelijk een rol spelen (Gettemans, 2007). Uit dit onderzoek blijkt dat geloof en cultuur geen belemmering is bij opvattingen over anticonceptie en communicatie over seksualiteit.

Wanneer we naar meisjes en jongens apart kijken zien we dat er verschillen bestaan in de opvattingen over abstinentie. Geslacht bleek namelijk een significante factor te zijn bij opvattingen met betrekking tot abstinentie. Uit nadere analyses bleek dat meisjes het abstinent blijven belangrijker vinden dan jongens. Wat ook een interessante bevinding is, is dat abstinentie voor meisjes over het algemeen belangrijker gevonden wordt dan abstinentie voor jongens. De literatuur beschrijft dat Turkse meisjes relatief weinig ervaring hebben met betrekking tot seksueel gedrag en dat Turkse jongens daarentegen niet afwijken van Nederlandse jongeren. (De Graaf, Meijer, Poelman & Vanwesenbeeck, 2005). Onze bevinding komt dus overeen met wat de literatuur beschrijft en de tweede hypothese van dit onderzoek, abstinentie wordt door Turkse meisjes belangrijker gevonden dan Turkse jongens, is hiermee bevestigd.

Veder blijkt uit de literatuur dat Turkse jongens meer de intentie hebben om anticonceptie te gebruiken dan Turkse meisjes (De Graaf, Meijer, Poelman & Vanwesenbeeck, 2005). Daarom was onze derde hypothese: Turkse jongens zullen meer de intentie hebben om een anticonceptiemiddel te gebruiken dan Turkse meisjes. Uit dit onderzoek bleek echter dat meisjes juist meer intentie tot anticonceptiegebruik hebben dan jongens. Hiermee wordt onze derde hypothese dus verworpen. In de literatuur wordt beschreven dat er een aantal situaties zijn waarin jongeren aangeven geen anticonceptie te gebruiken. Wanneer men denkt dat er geen risico is en binnen vaste relaties bekommeren jongens zich minder om anticonceptie. Dit kan een mogelijke verklaring zijn voor het feit dat jongens minder intentie tot anticonceptiegebruik hebben dan meisjes.

Een andere bevinding uit dit onderzoek is dat Turkse jongeren eerder over seksualiteit praten met familie en belangrijke anderen dan met hun ouders. Dit is conform wat de literatuur beschrijft. Islamitische jongeren blijken namelijk vragen en problemen veelal te bespreken met vrienden en andere familieleden buiten het gezin, zoals neven en nichten (De Graaf, Meijer, Poelman & Vanwesenbeeck, 2005). Hiermee is de vierde hypothese bevestigd, namelijk Turkse jongeren praten eerder met familie en belangrijke anderen over seksualiteit dan met hun ouders. Het is echter de vraag of het positief is dat jongeren vragen over seksualiteit liever bespreken met vrienden en neven/nichten dan met hun ouders. Het risico is namelijk dat deze jongeren verkeerd geïnformeerd kunnen worden door hun (meestal zelf nog onervaren) vrienden en neven/nichten. Ouders hebben meer kennis en ervaring op het gebied van seksualiteit en kunnen veel bijdragen aan het veilige seksuele gedrag van hun kinderen.

De acculturatieschaal die in dit onderzoek gebruikt is, werd oorspronkelijk ontwikkeld voor een Latino populatie. Uit dit onderzoek bleek dat de betrouwbaarheid van deze schaal hoog ligt, namelijk 0,80. Hieruit kunnen we concluderen dat deze schaal niet alleen geschikt is voor een Latino populatie, maar ook voor een Turkse, en wellicht de gehele allochtone populatie.

De meeste onderdelen van de gebruikte vragenlijst hadden een goede betrouwbaarheid. De vragen die gingen over attitudes met betrekking tot anticonceptiegebruik hadden echter een dermate lage betrouwbaarheid, waardoor er besloten is dit onderdeel te laten vallen. Bij eventueel vervolgonderzoek moeten de vragen die bij deze subschaal horen vervangen worden door andere vragen die een hoge betrouwbaarheid geven. Verder hadden de vragen die intentie met betrekking tot anticonceptiegebruik maten een relatief matige betrouwbaarheid van 0,49. Bij vervolgonderzoek zouden de vragen die bij deze subschaal horen aangepast kunnen worden om een hogere betrouwbaarheid te krijgen.

De vragenlijst van dit onderzoek is ingevuld door veel meer meisjes dan jongens. Dit kan implicaties hebben voor de resultaten, waarbij het voornamelijk invloed heeft op de totale gemiddelde scores. Men moet dan ook voorzichtig zijn bij het trekken van conclusies op basis van deze gemiddelde scores.

De resultaten van deze studie benadrukken het belang van geloof en cultuur en de rol die ze spelen bij opvattingen over seksualiteit van Turkse jongeren. Interventies die gericht zijn op Turkse jongeren (of meer algemeen: islamitische jongeren) moeten dan ook rekening houden met de invloed van het islamitische geloof en cultuur op het seksuele gedrag van deze jongeren. Uit dit onderzoek blijkt dat vooral de geaccultureerde Turkse jongeren een risicogroep vormen voor onveilig seksueel gedrag.

Referentielijst
Ajzen, I. & Madden, T.J. (1986). Prediction of goal-directed behavior: Attitudes,

intentions, and perceived behavioral control. Journal of Experimental Social



Psychology, 22(5), 453-474.
Andriessen, I. & Phalet, K. (2003). Wanneer onderwijs werkt: naar een contextuele

benadering van acculturatie en schoolsucces van allochtone jongeren. Migrantenstudies, 19(4), 266-282.


Brehm, S.S., Kassin, S., & Fein, S. (2005). Social psychology (6th ed.). Boston:

Houghton Mifflin.


Eijssink, J. (2007). Communicatie patronen en sociale cognities bij het gebruik van orale

anticonceptie onder adolescente meisjes in de Dominicaanse Republiek. Enschede: Universiteit Twente.
Gettemans, W. (2007). Kwalitatief onderzoek naar de informatiebehoeften omtrent

relaties en seksualiteit bij islamitische jongeren. Vrije Universiteit Brussel, Belgium.
Graaf, de H., Meijer, S., Poelman, J., & Vanwesenbeeck, I. (2005). Seks onder je 25e:

seksuele gezondheid van jongeren in Nederland anno 2005. Delft: Eburon.
Hendrickx, K., Lodewijckx, E., Van Royen, P., & Denekens, J. (2002). Seksueel gedrag

bij Marokkaanse immigranten van de tweede generatie, balancerend tussen traditionele houdingen en veilig vrijen. University of Antwerpen.
Marks, G., Cantero, P.J., & Simoni, J.M. (1998). Is acculturation associated with sexual

risk behaviors? An investigation of HIV-positive latino men and women. AIDS Care, 10(3), 283-296.


Maurissen, I., Van Turnhout, E., & Hendrickx, K. (2005). Copingmechanismen in

verband met seksuele gezondheid bij Moslimmeisjes: een explorerend onderzoek. University of Antwerpen, Centrum Huisartsgeneeskunde.
Serrano, E. & Anderson, J. (2003). Assessment of a Refined Short Acculturation Scale

for Latino preteens in rural Colorado. Hispanic Journal of Behavioral Sciences, 25, 240-253.


VanOss Marín, B., Gómez, C.A., Tschann, J.M., & Gregorich, S.E. (1997). Condom use

in unmarried Latino men: a test of cultural constructs. Health Psychology, 16(5), 458-467.


Wang, R., Wang, H., Cheng, C., Hsu, H., & Lin, S. (2007). Testing a model of

contraception use behavior among sexually active female adolescents in Taiwan. Research in Nursing & Health, 30, 628-640.

Bijlage 1: Oproep

Voor mijn bachelor opdracht Psychologie doe ik onderzoek naar de invloed van sociale cognities op het gedrag van Turkse jongeren. Een korte beschrijving van mijn onderzoek:


Sociale cognitie is de studie van de manier waarop mensen informatie over zichzelf en anderen waarnemen, onthouden en interpreteren. Sociaal-cognitieve factoren zijn onder anderen attitudes en sociale normen. Deze kunnen van belangrijke invloed zijn op het gedrag van mensen. Helaas is er nog erg weinig onderzoek naar de invloed van sociale cognities op het gedrag van Turkse jongeren in het bijzonder.
Dit onderzoek kijkt naar de sociaal-cognitieve determinanten van gedrag bij Turkse jongeren. Onze populatie betreft Turkse jongeren van 15-25 jaar.
Deelname aan het onderzoek is anoniem door middel van een online vragenlijst. Het invullen van de vragenlijst duurt maar tien minuten. Jullie helpen mij enorm door mee te doen met mijn onderzoek. Ook draag je bij aan de wetenschappelijke kennis over het gedrag van Turkse jongeren. De vragenlijst is te bereiken via de volgende link:
http://www.surveymonkey.com/s.aspx?sm=ArdLuSRQSH3d1uinAXvaTA_3d_3d
Alvast bedankt met het meedoen met mijn onderzoek!!!
Arzu Tanriverdi

Bijlage 2: de vragenlijst
Jongens en meisjes kunnen heel verschillend denken over bepaalde onderwerpen, zoals relaties en risicogedrag. Deze vragenlijst heeft als doel deze verschillen te achterhalen.

Er zijn geen goede of foute antwoorden, het gaat erom wat voor jou van toepassing is en hoe jij over bepaalde dingen denkt.

Vul de vragenlijst zoveel mogelijk naar waarheid in. De vragenlijst is anoniem, je hoeft nergens je naam op te geven. Wel vragen we voor de volledigheid een aantal andere gegevens, zoals geslacht en leeftijd.

Alvast bedankt voor het meedoen met het onderzoek!


Persoonlijke gegevens

Leeftijd: _____


Geslacht: man/vrouw*
Relatiestatus: geen relatie/ik heb een vriend(in)/getrouwd
Hoe belangrijk is het islamitische geloof voor jou?: heel belangrijk/belangrijk/niet zo belangrijk

De invloed van geloof, cultuur en sociale normen kan verschillend zijn voor jongens en meisjes. In dit deel van de vragenlijst proberen we met een aantal vragen deze verschil in invloed te achterhalen.


  1. Volgens het geloof moeten jongens maagd blijven tot het huwelijk

helemaal mee oneens – oneens – neutraal – eens – helemaal mee eens





  1. Voor een jongen is het belangrijk om maagd te blijven tot het huwelijk

helemaal mee oneens – oneens – neutraal – eens – helemaal mee eens




  1. Het hebben van seksuele ervaring vóór het huwelijk is belangrijk voor een jongen

helemaal mee oneens – oneens – neutraal – eens – helemaal mee eens




  1. Meisjes hebben liever dat hun partner nog maagd is

helemaal mee oneens – oneens – neutraal – eens – helemaal mee eens




  1. Het is voor jongens belangrijk dat ze nog maagd zijn op hun huwelijksnacht

helemaal mee oneens – oneens – neutraal – eens – helemaal mee eens




  1. Als een jongen geen maagd meer is, dan schaadt dat de eer van de familie

helemaal mee oneens – oneens – neutraal – eens – helemaal mee eens




  1. Ik kies ervoor om maagd te blijven tot het huwelijk

helemaal mee oneens – oneens – neutraal – eens – helemaal mee eens





  1. Mijn ouders keuren seks voor het huwelijk af

helemaal mee oneens – oneens – neutraal – eens – helemaal mee eens




  1. Het hebben van seks mag als je een vaste relatie hebt

helemaal mee oneens – oneens – neutraal – eens – helemaal mee eens




  1. Het hebben van seks mag als je trouwplannen hebt

helemaal mee oneens – oneens – neutraal – eens – helemaal mee eens




  1. Ervaring opdoen op seksueel gebied mag, zolang je je maagdelijkheid maar behoudt

helemaal mee oneens – oneens – neutraal – eens – helemaal mee eens




  1. Volgens het geloof moeten meisjes maagd blijven tot het huwelijk

helemaal mee oneens – oneens – neutraal – eens – helemaal mee eens




  1. Voor een meisje is het belangrijk om maagd te blijven tot het huwelijk

helemaal mee oneens – oneens – neutraal – eens – helemaal mee eens




  1. Het hebben van seksuele ervaring vóór het huwelijk is belangrijk voor een meisje

helemaal mee oneens – oneens – neutraal – eens – helemaal mee eens




  1. Het is belangrijk dat een meisje nog maagd is op haar huwelijksnacht

helemaal mee oneens – oneens – neutraal – eens – helemaal mee eens




  1. Jongens hebben liever dat hun partner nog maagd is

helemaal mee oneens – oneens – neutraal – eens – helemaal mee eens




  1. Als een meisje geen maagd meer is, dan schaadt dat de eer van de familie

helemaal mee oneens – oneens – neutraal – eens – helemaal mee eens



In het tweede deel van deze vragenlijst willen we kijken naar het risicogedrag van jongeren en of er verschillen bestaan tussen jongens en meisjes met betrekking tot risicogedrag.


  1. Het gebruiken van een condoom beschermt tegen soa’s en zwangerschap

helemaal mee oneens – oneens – neutraal – eens – helemaal mee eens




  1. Wanneer ik seks zou hebben, zou ik altijd de pil en/of condooms gebruiken

helemaal mee oneens – oneens – neutraal – eens – helemaal mee eens




  1. Als je een condoom gebruikt,voel je bij het vrijen veel minder

helemaal mee oneens – oneens – neutraal – eens – helemaal mee eens




  1. De pil heeft meer negatieve bijwerkingen dan positieve effecten

helemaal mee oneens – oneens – neutraal – eens – helemaal mee eens




  1. Ik ben zeker van mezelf dat ik met mijn partner over de pil en/of condooms kan praten

helemaal mee oneens – oneens – neutraal – eens – helemaal mee eens




  1. Ik schaam me niet om met iemand over de pil en/of condooms te praten

helemaal mee oneens – oneens – neutraal – eens – helemaal mee eens




  1. Mijn vrienden vinden dat ik de pil en/of condooms moet gebruiken als ik seksueel actief ben

helemaal mee oneens – oneens – neutraal – eens – helemaal mee eens




  1. Ik denk dat het makkelijk voor mij is om aan de pil en/of condooms te komen

helemaal mee oneens – oneens – neutraal – eens – helemaal mee eens





  1. Ik zou me niet schamen als ik de pil en/of condooms zou moeten kopen

helemaal mee oneens – oneens – neutraal – eens – helemaal mee eens




  1. Mijn ouders zouden geen bezwaar hebben als ik de pil en/of condooms zou gebruiken

helemaal mee oneens – oneens – neutraal – eens – helemaal mee eens




  1. Wanneer ik de pil en/of condooms zou gebruiken, zou ik dit voor mijn ouders verborgen moeten houden

helemaal mee oneens – oneens – neutraal – eens – helemaal mee eens




  1. Wanneer mijn partner geen condoom zou willen gebruiken, dan vrijen we zonder condoom

helemaal mee oneens – oneens – neutraal – eens – helemaal mee eens




  1. Als ik een vaste relatie zou hebben, dan zou ik geen condooms gebruiken

helemaal mee oneens – oneens – neutraal – eens – helemaal mee eens




  1. Mijn familie vindt het goed dat ik de pil en/of condooms gebruik wanneer ik seksueel actief ben

helemaal mee oneens – oneens – neutraal – eens – helemaal mee eens



Bij wie kunnen jongeren terecht met vragen over moeilijke onderwerpen als seksualiteit? In dit deel van de vragenlijst willen we hier meer over te weten komen.


  1. Ik kan met mijn ouders praten over seks

helemaal mee oneens – oneens – neutraal – eens – helemaal mee eens




  1. Ik kan met mijn ouders praten over de pil en/of condooms

helemaal mee oneens – oneens – neutraal – eens – helemaal mee eens




  1. Het is respectloos om met je ouders over seks te praten

helemaal mee oneens – oneens – neutraal – eens – helemaal mee eens





  1. Ik schaam me om met mijn ouders over seks te praten

helemaal mee oneens – oneens – neutraal – eens – helemaal mee eens




  1. Als ik met mijn ouders over seks zou praten, zouden ze denken dat ik seksueel actief ben

helemaal mee oneens – oneens – neutraal – eens – helemaal mee eens




  1. Mijn ouders geven mij seksuele voorlichting

helemaal mee oneens – oneens – neutraal – eens – helemaal mee eens




  1. Ik zou graag seksuele voorlichting krijgen van mijn ouders

helemaal mee oneens – oneens – neutraal – eens – helemaal mee eens




  1. Ik kan met mijn vrienden praten over seksualiteit

helemaal mee oneens – oneens – neutraal – eens – helemaal mee eens




  1. Ik kan met mijn broers en/of zussen praten over seksualiteit

helemaal mee oneens – oneens – neutraal – eens – helemaal mee eens




  1. Ik kan met mijn neven en/of nichten praten over seksualiteit

helemaal mee oneens – oneens – neutraal – eens – helemaal mee eens





  1. Ik kan met mijn ooms en/of tantes praten over seksualiteit

helemaal mee oneens – oneens – neutraal – eens – helemaal mee eens





  1. Als ik vragen heb over seksualiteit, dan praat ik hierover met mijn ouders

helemaal mee oneens – oneens – neutraal – eens – helemaal mee eens





  1. Als ik vragen heb over seksualiteit, dan praat ik hierover met een familielid

helemaal mee oneens – oneens – neutraal – eens – helemaal mee eens




  1. Als ik vragen heb over seksualiteit, dan praat ik hierover met mijn vrienden

helemaal mee oneens – oneens – neutraal – eens – helemaal mee eens




  1. Jongens horen seksuele voorlichting te krijgen van hun vader, meisjes van hun moeder

helemaal mee oneens – oneens – neutraal – eens – helemaal mee eens



We willen je graag nog een aantal vragen stellen over taalgebruik en sociale omgeving.


  1. Welke taal spreek jij meestal?




alleen Turks

meer Turks dan Nederlands

net zoveel Turks als Nederlands

meer Nederlands dan Turks

alleen Nederlands




  1. In welke taal spreken je ouders tegen jou?




alleen Turks

meer Turks dan Nederlands

net zoveel Turks als Nederlands

meer Nederlands dan Turks

alleen Nederlands




  1. Welke taal spreek jij thuis?




alleen Turks

meer Turks dan Nederlands

net zoveel Turks als Nederlands

meer Nederlands dan Turks

alleen Nederlands




  1. In welke taal denk jij?




alleen Turks

meer Turks dan Nederlands

net zoveel Turks als Nederlands

meer Nederlands dan Turks

alleen Nederlands




  1. In welke taal spreek jij met je vrienden?




alleen Turks

meer Turks dan Nederlands

net zoveel Turks als Nederlands

meer Nederlands dan Turks

alleen Nederlands




  1. In welke taal spreken je ouders tegen je grootouders?




alleen Turks

meer Turks dan Nederlands

net zoveel Turks als Nederlands

meer Nederlands dan Turks

alleen Nederlands




  1. Je beste vrienden zijn:




alleen Turks

meer Turks dan Nederlands

net zoveel Turks als Nederlands

meer Nederlands dan Turks

alleen Nederlands




  1. Aan welke mensen geeft jij de voorkeur op feestjes?




alleen Turks

meer Turks dan Nederlands

net zoveel Turks als Nederlands

meer Nederlands dan Turks

alleen Nederlands




  1. Je kennissenkring is:




alleen Turks

meer Turks dan Nederlands

net zoveel Turks als Nederlands

meer Nederlands dan Turks

alleen Nederlands



We willen je graag nog twee vragen stellen. Het beantwoorden van deze vragen is niet verplicht, maar draagt bij aan de volledigheid van deze vragenlijst en zou ons heel erg helpen bij ons onderzoek.
Ben je seksueel actief?
ja – nee
Zo ja, gebruik je de pil en/of condoom?
nooit – soms – meestal – altijd

ieHi Hieh bbvkdkskbhrrbbbb






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2016
stuur bericht

    Hoofdpagina