De jubileumviering in de kerk



Dovnload 288.93 Kb.
Pagina1/4
Datum26.08.2016
Grootte288.93 Kb.
  1   2   3   4

Jubileummap blz. versie 2011



DE JUBILEUMVIERING IN DE KERK
Opmerkingen vooraf

Deze map is een hulpmiddel om uw jubileumdienst zo goed mogelijk samen te stellen. In deze map staat netjes achter elkaar hoe een jubileum in het kader van een eucharistieviering in de katholieke kerk verloopt. De cursief gedrukte teksten zijn bedoeld als toelichting, die hoeven niet in het boekje te komen staan. De teksten in deze map zijn allemaal opgenomen in een computerbestand. U hoeft dus niets over te typen van wat in deze map staat. Als u het concept van de tekst klaar hebt, laat die dan eerst aan de priester of diaken zien, en verzorg daarna de lay-out.


Er zijn gedeelten die zondermeer vast liggen. Dat staat steeds duidelijk aangegeven. Door met deze map te werken krijgt u vanzelf inzicht in de opbouw van de dienst. Er zijn ook gedeelten die weliswaar vast liggen, maar waarvoor u uit bepaalde teksten kunt kiezen. Ook staat aangegeven waar u een eigen tekst kunt toevoegen. Lees de teksten eerst rustig door, en praat er over met elkaar. Maak dan zelf uw keuze. Op een goede manier bezig zijn met de viering, kan ook iets betekenen voor uw eigen voorbereiding op deze mooie dag!
Wat betreft de muziek: Bespreek vooraf met de priester of de diaken wat kan en niet kan; niet alle muziek is namelijk geschikt als ondersteuning van een (eucharistie)viering. De pastores zijn natuurlijk bereikbaar voor eventuele suggesties. Binnen de gegeven mogelijkheden, maken we er dan ook samen een mooie viering van. Succes!

pastoor D. Hedebouw

diaken A. Soeterboek



DE JUBILEUMMIS
LIED OF MUZIEK
In overleg met de priester of diaken wordt er een openingslied of muziek uitgezocht. Het jubilerende echtpaar kan door de priester/diaken achter in de kerk worden opgehaald.
OPENING en VERWELKOMING
P: In de naam van de Vader en de Zoon en de hei­lige Geest.

Allen: Amen.

P: De genade van onze Heer Jezus Christus, de liefde van God, en de

gemeenschap van de heilige Geest zij met U allen.



Allen: En met uw geest.
De priester of de diaken houdt een kort woord van welkom, en een inleiding op de viering (kan ook door de familie).
ONTSTEKEN VAN EEN JUBILEUMKAARS
Het is mogelijk dat u een kaars ontsteekt of laat ontsteken ter gelegenheid van het jubileum.
GEBED OM VERGEVING
Voor de viering van een sacrament, is het een goede gewoonte dat ieder die het wil meevie­ren, gaat staan tegenover de ander en tegenover God, en daarom willen we ook eerlijk toegeven dat we wel eens tekort schieten. Na een korte inleiding bidden we één van de onderstaande teksten.
GEBED OM VERGEVING 1
P: Heer, Gij hebt ons bemind en U voor ons overgeleverd, ontferm U over ons.

Allen: Heer, ontferm U over ons.

P: Christus, die de liefde van God in U draagt, ontferm U over ons.

Allen: Christus, ontferm U over ons.

P: Heer, die ons als uw heilige en geliefde uitverkorenen vergeving geschonken hebt, ontferm U over ons.

Allen: Heer, ontferm U over ons.
P: Moge de almachtige God zich over ons ontfer­men, onze zonden vergeven en ons geleiden tot het eeuwig leven.

Allen: Amen.

GEBED OM VERGEVING 2
P: Heer, die ons uw liefde hebt geopenbaard, ontferm U over ons.

Allen: Heer, ontferm U over ons.

P: Christus, die tot ons gezonden zijt om onze zonden uit te wissen, ontferm U over ons.

Allen: Christus, ontferm U over ons.

P: Heer, die ons zozeer hebt liefgehad, dat ook wij elkaar moeten beminnen, ontferm U over ons.

Allen: Heer, ontferm U over ons.
P: Moge de almachtige God zich over ons ontfer­men, onze zonden vergeven en ons geleiden tot het eeuwig leven.

Allen: Amen.

GEBED OM VERGEVING 3
Allen: Ik belijd voor de almachtige God en voor u allen, dat ik gezondigd heb in woord en gedachte, in doen en laten, door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn grote schuld. Daarom smeek ik de heilige Maria, al­tijd maagd, alle engelen en heiligen, en u, broeders en zusters, voor mij te bidden tot de Heer onze God.

P: Moge de almachtige God zich over ons ontfer­men, onze zonden vergeven en ons geleiden tot het eeuwig leven.

Allen: Amen.

P: Heer, ontferm U over ons.

Allen: Heer, ontferm U over ons.

P: Christus, ontferm U over ons.

Allen: Christus, ontferm U over ons.

P: Heer, ontferm U over ons.

Allen: Heer, ontferm U over ons.
Het Heer, ontferm U over ons wordt dikwijls gezongen. Dan hoort het Gebed om vergeving 3 daarbij.
LOFZANG EER AAN GOD
Het is een goed gebruik dat bij plechtige vieringen deze lofzang wordt gezongen (dikwijls samen met het Heer, ontferm U over ons, dat voorafgaat). Het is ook mogelijk deze lofzang samen afwisselend te bidden.
Eer aan God in den hoge en vrede op aarde aan de mensen, die Hij liefheeft.

Wij loven U.

Wij prijzen en aanbidden U.



Wij verheerlijken U en zeggen U dank voor uw grote heerlijkheid.

Heer God, hemelse Koning, God, almachtige Vader.



Heer, eniggeboren Zoon, Jezus Christus.

Heer God, Lam Gods, Zoon van de Vader.



Gij die wegneemt de zonden der wereld, ontferm U over ons.

Gij die wegneemt de zonden der wereld, aan­vaard ons gebed.



Gij die zit aan de rechterhand van de Vader, ontferm U over ons.

Want Gij alleen zijt de Heilige.



Gij alleen de Heer.

Gij alleen de Aller­hoogste: Jezus Christus,



met de heilige Geest in de heerlijkheid van God de Vader. Amen.

OPENINGSGEBED
Dit kiest de priester zelf uit.

DIENST VAN HET WOORD
In de Dienst van het Woord luisteren we naar woorden uit de Bijbel, naar God die tot ons spreekt. Daarom worden op deze plaats ook nooit teksten gelezen die niet uit de Bijbel komen. Hoewel er natuurlijk ook overal op de wereld hele mooie andere teksten geschreven zijn, heeft de Bijbel voor christenen een onvervangbare plaats.
De Dienst van het Woord bestaat uit minimaal twee lezingen: een eerste lezing uit het Oude óf het Nieuwe Testament, en een lezing uit het Evangelie. U mag ook drie lezingen kiezen. De eerste is dan uit het Oude Testament, de tweede uit het Nieuwe Testament, en de derde uit het Evangelie. Er is een ruime keuze beschik­baar.
LEZINGEN UIT HET OUDE TESTAMENT
LEZING 1
Uit het boek Genesis (1,26-28.31a)
In het begin, bij de schepping van hemel en aarde, sprak God, toen Hij de dieren had ge­schapen: 'Nu gaan wij de mens maken, als beeld van Ons, op Ons gelijkend; hij zal hee­rsen over de vissen van de zee, over de vogels van de lucht, over de tamme dieren, over alle wilde beesten en over al het ge­dierte dat over de grond kruipt.' En God schiep de mens als zijn beeld, als het beeld van God schiep Hij hen; man en vrouw schiep Hij hen. God zegende hen, en God sprak tot hen: 'Weest vruchtbaar en wordt talrijk; be­volkt de aarde en onderwerpt haar; heerst over de vissen van de zee, over de vogels van de lucht, en over al het gedierte dat over de grond kruipt.' En God bezag alles wat Hij gemaakt had en Hij zag dat het zeer Goed was.

Zo spreekt de Heer.



Allen: Wij danken God.
LEZING 2
Uit het boek Genesis (2,18-24)
In het begin, bij de Schepping van hemel en aarde, na de schepping van de eerste mens, sprak God de Heer: "Het is niet goed dat de mens alleen blijft. Ik ga een hulp voor hem maken die bij hem past". Toen boetseerde God de Heer uit de aarde alle dieren op het land en alle vogels van de lucht en bracht ze bij de mens om te zien hoe Hij ze noemen zou: zoals de mens ze zou noemen, zo zouden ze heten. De mens gaf dus namen aan al de tamme dieren en aan al de vogels van de lucht en aan al de wilde beesten; maar een hulp die bij hem paste vond de mens niet. Toen liet God de Heer de mens in een diepe slaap vallen; en terwijl hij sliep nam Hij één van zijn ribben weg en zette er vlees voor in de plaats. Daarna vormde God de Heer uit de rib die Hij bij de mens had weggenomen een vrouw, en bracht die naar de mens. toen sprak de mens: "Eindelijk been van mijn gebeente, en vlees van mijn vlees! Mannin zal zij heten, want uit een man is zij genomen". Zo komt het dat een man zijn vader en moeder verlaat en zich zo aan zijn vrouw hecht, dat zij volkomen één worden.

Zo spreekt de Heer.



Allen: Wij danken God.
LEZING 3
Uit het boek Genesis (2,18.24)
In het begin, bij de Schepping van hemel en aarde, na de schepping van de eerste mens, sprak God de Heer: "Het is niet goed dat de mens alleen blijft. Ik ga een hulp voor hem maken die bij hem past". Zo komt het dat een man zijn vader en moeder verlaat en zich zo aan zijn vrouw hecht, dat zij volkomen één worden.

Zo spreekt de Heer.



Allen: Wij danken God.
LEZING 4
Uit het boek Genesis (24,62-65.67a)
Isaak was teruggekomen van de bron en woonde in de Negeb. Bij het vallen van de avond ging hij buiten wat afleiding zoeken. Toen hij zijn ogen opsloeg, zag hij ineens kamelen aankomen. Ook Rebekka keek op, en toen zij Isaak zag, liet zij zich van haar kameel glijden en vroeg aan de dienaar: "Wie is die man daar, die over het veld naar ons toekomt?" De dienaar antwoordde: "Dat is mijn meester." Toen deed zij haar sluier voor. Daarop bracht Isaak Rebekka in zijn tent en nam haar tot vrouw en Isaak kreeg haar lief.

Zo spreekt de Heer.



Allen: Wij danken God.
LEZING 5
Uit het boek Tobit (7,9c-10.11c-17)
In die dagen toen Raguël Tobias uitnodigde aan tafel te gaan, sprak Tobias: Ik eet of drink vandaag niet voordat u mijn verzoek hebt ingewilligd en mij belooft Sara, uw dochter te geven. Omdat Raguël aarzelde, en op dit verzoek geen antwoord gaf, sprak de engel Rafaël tot hem: Wees niet bevreesd uw dochter Tobias te geven; omdat hij God vreest behoort uw dochter aan hem als vrouw; daarom juist kon geen man haar bezitten. Daarop zei Raguël: nu weet ik zeker dat God mijn gebeden en mijn tranen voor zijn aanschijn heeft aan­vaard. En ik ben er van overtuigd, dat Hij je daarom tot mij heeft gezonden, zodat zij de vrouw zou worden van haar bloedverwant, over­eenkom­stig de wet van Mozes; en ik wil er nu geen twijfel over laten: ik geef haar aan jou. Hij nam zijn dochter bij de hand en gaf haar aan Tobias met de woorden: De God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob zij met jullie, Hij verenige jullie en moge zijn zegen over jullie uitstorten. En hij nam een blad papier en maakte de huwelijksover­eenkomst op. Toen begonnen ze aan de maaltijd en zegenden God.

Zo spreekt de Heer.



Allen: Wij danken God.
LEZING 6
Uit het boek Tobit (8,4-6.7b-9)
Op de avond van hun huwelijk zei Tobias tot Sara: "Wij zijn kinderen van de heiligen en wij kunnen dus niet zò gehuwd zijn als de heidenen die God niet kennen". Zij stonden beiden op en samen baden ze vurig dat zij gezond zouden blijven. En Tobias bad: "Gezegend zijt Gij, God van onze vaderen, moge de hemel en de aarde, de zee, de bronnen en de rivieren en alle schepselen die er in wonen, U prijzen. Gij hebt Adam gemaakt en hem Eva, zijn vrouw tot hulp en steun gegeven. Welnu, Heer, ontferm U over ons, en laat ons samen oud worden in een goede gezondheid". Daarop brachten zij samen de nacht door.

Zo spreekt de Heer.



Allen: Wij danken God.
LEZING 7
Uit het Hooglied van Salomo (2,8-10.14.16a;8,6-7a)
Hoor, daar is mijn geliefde; kijk, daar komt hij aan, over de heuvels snelt hij voort. Mijn geliefde is als een gazel, hij lijkt wel het jong van een hert. Daar staat hij achter de muur van ons huis. Hij ziet door het raam en kijkt door de tralies naar binnen. Nu roept mijn geliefde en zegt tegen mij: Sta op, mijn liefste, kom toch, mijn schoonste. Mijn duif, die u verscholen hebt in de kloven van het gesteente, in de holten van de rot­sen, laat mij uw gezicht zien, laat mij uw stem horen, want uw stem is zo mooi, uw ge­zicht zo lieftallig! Mijn lief is van mij en ik ben van hem. En Hij zei tegen mij: Draag mij als een zegel op uw hart, als een zegel aan uw arm: want sterk als de dood is de liefde, met de onverbidde­lijkheid van het dodenrijk sluit zij ieder ander buiten. Haar vonken zijn als bliksem­schichten, vlammen van de Heer. Geen stortvloed van water kan de liefde blussen, geen rivier spoelt haar weg.

Zo spreekt de Heer.



Allen: Wij danken God.
LEZING 8
Uit het boek Ecclesiasticus (26,1-4.13-16)
Een goede vrouw maakt haar man dubbel geluk­kig, het getal van zijn dagen wordt dubbel zo groot. Een flinke vrouw is een vreugde voor haar man, zij laat hem al zijn jaren in vrede voortbrengen. Met een goede vrouw is men goed bedeeld; wie God vrezen, krijgen haar als hun deel. Rijk of arm, hun hart is gelukkig en hun gezicht staat altijd opgewekt. Een beval­lige vrouw verblijdt haar man, haar waardig­heid geeft hem nieuwe levenskracht. Een vrouw die bescheiden is, is een geschenk van de Heer; zij die onderlegd is, wordt hoog gepre­zen. Een ingetogen vrouw is een grote zegen en niets weegt op tegen haar zelfbeheersing. Als de zon die opgaat aan de hoge hemel van de Heer, zo is de schoonheid van een goede vrouw, het sieraad van haar gezin.

Zo spreekt de Heer.



Allen: Wij danken God.
LEZING 9
Uit het boek der Spreuken (3,3-6)
Laat liefde en trouw u niet verlaten! Bind ze om uw hals, schrijf ze op de tafel van uw hart: dan wordt gij bemind en als verstandig gewaardeerd door God en de mensen. Vertrouw op de Heer met heel uw hart en verlaat u niet op uw eigen inzicht. Denk aan Hem op al uw wegen en Hij zal uw paden effenen.

Zo spreekt de Heer.



Allen: Wij danken God.
LEZING 10
Uit het boek der Spreuken (31,10-12.17-18.20-21.25-29)
Een sterke vrouw, wie zal haar vinden? Haar waarde gaat die van koralen ver te boven! Het hart van haar man vertrouwt op haar en het zal hem aan winst niet ontbreken. Zij brengt hem geluk, geen ongeluk, alle dagen van zijn leven. Zij omgordt haar lenden met kracht en maakt haar armen sterk. Zij merkt dat haar ondernemingen slagen; 's nachts gaat haar lamp niet uit. Zij opent haar hand voor de behoeftige en strekt haar handen uit naar de misdeelde. Zij vreest voor haar gezin geen sneeuw, want heel haar gezin is in scharlaken gekleed. Kracht en luister zijn haar gewaad en zij ziet lachend de komende dag tegemoet. Zij opent haar mond en zij spreekt wijsheid; van haar tong komen lieflijke lessen. Zij gaat de gangen van haar gezin na en eet haar brood niet in ledigheid. Haar zonen staan op en prijzen haar gelukkig, haar man staat op en roemt haar: "Vele vrouwen hebben zich wakker gedragen, maar gij overtreft ze alle!"

Zo spreekt de Heer.



Allen: Wij danken God.
LEZING 11
Uit het boek Prediker (1, 12-18; 2,12-16.22-24)
De woorden van Prediker, zoon van David, koning in Jeruzalem: “Prediker, was koning over Israël in Jeruzalem. Ik had mij voorgenomen in alles wat onder de hemel gebeurt ijverig te zoeken naar wijsheid: een trieste bezigheid die God de mens heeft opgelegd om er zich mee af te tobben. Ik bekeek al het gedoe onder de zon. En het bleek allemaal ijdel en grijpen naar wind. Wat krom is krijg je niet recht en wat ontbreekt kun je niet meetellen. Ik zei bij mezelf: Ik heb nu meer wijsheid verworven dan al mijn voorgangers in Jeruzalem. Overvloed van wijsheid en kennis heb ik opgedaan. Ik nam mij voor het verschil te leren kennen tussen wijsheid en dwaasheid, tussen kennis en onverstand. Maar ik kwam tot het inzicht: ook dat is grijpen naar wind. Want veel wijsheid brengt veel verdriet; en hoe groter de kennis, hoe groter de smart. Ik richtte mijn aandacht weer op de wijsheid en vergeleek ze met dwaasheid en onverstand. Wat kan een opvolger doen? Niets meer dan zijn voorganger. Ik weet wel dat wijsheid iets voorheeft op dwaasheid, zoals licht iets voorheeft op duisternis: een wijze heeft ogen in zijn hoofd, terwijl een dwaas in het duister tast. Maar tegelijk stel ik vast dat beiden eenzelfde lot beschoren is. Daarom zei ik bij mezelf: Als mijn lot hetzelfde is als dat van een dwaas, waar heeft mijn wijsheid dan toe gediend? Zo kwam ik tot de slotsom: ook dat is ijdel. Aan een wijze blijft men evenmin denken als aan een dwaas. Op de duur worden beiden vergeten. Het is treurig, maar de wijze sterft net als de dwaas. Wat heeft een mens dan aan zijn gezwoeg, aan al zijn zorgen en tobben onder de zon? Het beste voor de mens is nog: eten en drinken en genieten van wat hij met veel zwoegen bereikt heeft. Want ook dat, zo begreep ik, komt uit de hand van God.”

Zo spreekt de Heer.



Allen: Wij danken God.
LEZING 12
Uit het boek Prediker (2, 1-2.4-11.18-19.21-24)
De woorden van Prediker, zoon van David, koning in Jeruzalem: “Ik zei bij mezelf: Zoek het eens in het plezier en geniet van het goede. Maar dat bleek ijdel. Lachen is dwaasheid, zeg ik, en plezier maken levert niet op. Ik heb grootse werken ondernomen. Huizen heb ik gebouwd en wijngaarden geplant. Ik heb tuinen en parken aangelegd en ze met allerlei fruitbomen volgeplant. Ik heb vijvers aangelegd om een bos van jonge bomen te bevloeien. Mijn veestapel, runderen en schapen, was groter dan die van al mijn voorgangers in Jeruzalem. Ook kostbaarheden stapelde ik op: zilver en goud uit alle koninkrijken en provincies. Zo was ik machtiger en rijker dan al mijn voorgangers in Jeruzalem; bovendien had ik nog mijn wijsheid. Niets wat mijn ogen begeerden heb ik ze onthouden; geen genoegen heb ik mij ontzegd. Naar hartelust genoot ik van alles wat ik verworven had. Dat althans had ik met mijn zwoegen bereikt. Maar toen ik terugzag op alles wat ik gepresteerd had en op al de moeite die mij dat gekost had, stelde ik vast: het is allemaal ijdel en grijpen naar wind. Er valt niets mee te winnen onder de zon. Het vreselijkste leek mij dat ik alles wat ik met mijn zwoegen onder de zon had bereikt, aan mijn opvolger moest achterlaten. En wie weet of hij een wijs man zal zijn of een dwaas? Toch zal hij beschikken over alles wat ik met wijsheid bij elkaar gebracht heb onder de zon. Ook dat is ijdel. Want heeft iemand door zijn kennis en wijsheid moeizaam iets gepresteerd, hij moet het toch overlaten aan een ander die er niets voor gedaan heeft. Ook dat is ijdel, onzinnig. Wat heeft een mens dan aan zijn gezwoeg, aan al zijn zorgen en tobben onder de zon? Zijn leven is een lijdensweg, zijn werk een bron van ellende. Zelfs ' s nachts vindt hij geen rust. Ook dat is ijdel. Het beste voor de mens is nog: eten en drinken en genieten van wat hij met veel zwoegen bereikt heeft. Want ook dat, zo begreep ik, komt uit de hand van God.”

Zo spreekt de Heer.



Allen: Wij danken God.
LEZING 13
Uit het boek Prediker (3, 1-13)
De woorden van Prediker, zoon van David, koning in Jeruzalem: “Alles heeft zijn uur, alle dingen onder de hemel hebben hun tijd. Er is een tijd om te baren en een tijd om te sterven, een tijd om te planten en een tijd om wat geplant is te oogsten. Een tijd om te doden en een tijd om te genezen, een tijd om af te breken en een tijd om op te bouwen. Een tijd om te huilen en een tijd om te lachen, een tijd om te rouwen en een tijd om te dansen. Een tijd om stenen weg te gooien en een tijd om stenen te verzamelen, een tijd om te omhelzen en een tijd om van omhelzen af te zien. Een tijd om te zoeken en een tijd om te verliezen, een tijd om te bewaren en een tijd om weg te doen. Een tijd om stuk te scheuren en een tijd om te herstellen, een tijd om te zwijgen en een tijd om te spreken. Een tijd om lief te hebben en een tijd om te haten, een tijd voor oorlog en een tijd voor vrede. Wat heeft iemand dan aan al zijn werken en zwoegen? Ik overzag de bezigheden die God de mensen heeft opgelegd om er zich mee af te tobben. Alles wat Hij doet is goed op zijn tijd; ook heeft Hij de mens besef van duur ingegeven, maar toch blijft Gods werk voor hem van het begin tot het eind ondoorgrondelijk. Daarom lijkt het mij voor de mens nog het beste vrolijk te zijn en het er goed van te nemen. Als hij kan eten en drinken en genieten van wat hij met al zijn zwoegen bereikt heeft, is dat immers een gave van God.”

Zo spreekt de Heer.



Allen: Wij danken God.
LEZING 14
Uit de profeet Jeremia (31,31-32a.33-34a)
Er komt een tijd - godsspraak van de Heer - dat Ik met Israel en Juda een nieuw verbond sluit; geen verbond zoals Ik met hun voorvaderen gesloten heb, toen Ik hen bij de hand heb genomen om hen uit Egypte te leiden. Want dit verbond hebben zij verbroken, ofschoon Ik hun meester was - godsspraak van de Heer. Dit is het nieuwe verbond dat Ik in de toekomst met Israel sluit: Ik schrijf mijn wet hun binnenste, Ik grif ze in hun hart. Ik zal hun God, en zij zullen mijn volk zijn. Dan hoeft niemand een ander nog voor te houden: ‘Leer de Heer kennen.’ Want iedereen, groot en klein, kent Mijn al - godsspraak van de Heer.

Zo spreekt de Heer.



Allen: Wij danken God.
LEZING 15
Uit de profeet Hosea (2,21-22)
Ik neem u als mijn bruid, voor altijd, als mijn bruid, in recht en gerechtigheid, in goedheid en erbarming, als mijn bruid, in onverbrekelijke trouw: dan zult gij de Heer leren kennen.

Zo spreekt de Heer.



Allen: Wij danken God.

LEZINGEN UIT HET NIEUWE TESTAMENT
LEZING 16
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome (8,31b-35.37-39)
Broeders en zusters, indien God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn? Hij heeft zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard, voor ons allen heeft Hij Hem overgeleverd. En zou Hij ons na zulk een gave ook niet al het andere schenken? Wie zal Gods uitverkorenen aanklagen? God die rechtvaar­digt? Wie zal hen veroordelen? Christus Jezus misschien, die gestorven is, meer nog, die is opgewekt en die, gezeten aan Gods rechter­hand, onze zaak bepleit? Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdruk­king wellicht of nood, vervolging, honger, naakt­heid, levensgevaar of het zwaard? Maar over dit alles zegevieren wij glansrijk, dank zij Hem die ons heeft liefgehad. Ik ben ervan overtuigd, dat noch de dood noch het leven, noch engelen noch boze geesten, noch wat is noch wat zijn zal, en geen macht in den hoge of in de diepte, noch enig wezen in het heelal ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, die is in Christus Jezus onze Heer.

Zo spreekt de Heer.



Allen: Wij danken God.
LEZING 17
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome (12,1-2.9-13)
Broeders en zusters, ik smeek U bij Gods er­barming; wijdt uzelf toe aan God als een le­vende, heilige offergave, die Hij kan aan­vaarden. Dat is de geestelijke eredienst die u past. Stemt uw gedrag niet af op deze we­reld. Wordt andere mensen met een nieuwe vi­sie. Dan zijt ge in staat om uit te maken wat God van u wil en wat goed is, wat zeer goed is en volmaakt. Uw liefde moet ongeveinsd zijn. Haat het kwaad, weest het goede welge­zind. Bemint elkander met hartelijk met broe­derlijke genegenheid. Acht anderen hoger dan uzelf. Laat uw ijver niet verflauwen, weest vurig van geest, dient de Heer. Laat de hoop u blij maken, houdt stand in de verdrukking, volhardt in het gebed. Draagt bij voor de no­den der heiligen, beoefent de gastvrijheid.

Zo spreekt de Heer.



Allen: Wij danken God.
LEZING 18
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome (13,8-10)
Broeders en zusters, zorgt dat gij niemand iets schuldig zijt. Uw enige schuld blijve de onderlinge liefde. Wie zijn naaste bemint, heeft de wet vervuld. Want de geboden: gij zult niet echtbreken, niet doden, niet stelen, niet begeren, en alle andere kan men samenvatten in dit ene woord: Bemin uw naaste als uzelf. De liefde berokkent de naaste geen enkel kwaad. Liefde vervult de gehele wet.

Zo spreekt de Heer.



Allen: Wij danken God.
LEZING 19
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome (15,1b-3a.5-7.13)
Broeders en zusters, wij moeten geen rekening houden met onszelf. Laat ieder van ons bedacht zijn op het welzijn en de stichting van zijn naaste. Ook Christus heeft geen rekening gehouden met zichzelf. God, die de volharding en de vertroosting schenkt, verlene u ook eensgezindheid in de geest van Christus Jezus, nopdat gij een van hart en uit een mond de God en Vader van onze Heer Jezus Christus moogt verheerlijken. Moge de God van de hoop u vervullen met alle vreugde en vrede in het geloven, zodat gij overvloeit van hoop, door de kracht van de heilige Geest.

Zo spreekt de Heer.



Allen: Wij danken God.
LEZING 20
Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte (1,4-9)
Broeders en zusters, Steeds weer zeg ik God dank voor de genade die u in Christus Jezus is gegeven. Want in Christus zijt ge in ieder opzicht rijk begiftigd met alle gaven van woord en kennis, naarmate het getuigenis van Christus bij u ingang vond. Op dit punt komt ge niets tekort, terwijl gij vol verwachting uitziet naar de openbaring van onze Heer Jezus Christus. Hij zal u ook doen standhouden tot het einde, zodat u geen blaam treft op de dag van onze Heer Jezus. God is getrouw, die u geroepen heeft tot gemeenschap met zijn Zoon, onze Heer Jezus Christus.

Zo spreekt de Heer.



Allen: Wij danken God.
LEZING 21
Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte (12,31-13,8a)
Broeders en zusters, gij moet naar de hoogste gaven streven. Maar eerst wijs ik U een weg die verheven is boven alles. Al spreek ik met de tongen van engelen en mensen: als ik de liefde niet heb, ben ik een galmend bekken of een schelle cimbaal. Al heb ik de gave van profetie, al ken ik alle geheimen en alle we­tenschap, al heb ik het volmaakte geloof dat bergen verzet: als ik de liefde niet heb, ben ik niets. Al deel ik heel mijn bezit uit, al geef ik mijn lichaam prijs aan de vuurdood: als ik de liefde niet heb, baat het mij niets. De liefde is lankmoedig en goedertie­ren; de liefde is niet afgunstig, zij praalt niet, zij beeldt zich niets in. Zij geeft niet om schone schijn, zij zoekt zichzelf niet, zij laat zich niet kwaad maken en re­kent het kwaad niet aan. Zij verheugt zich niet over onrecht maar vindt haar vreugde in de waar­heid. Alles verdraagt zij, alles ge­looft zij, alles duldt zij. De liefde vergaat nimmer.

Zo spreekt de Heer.



Allen: Wij danken God.
LEZING 22
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Efese (3,14-21)
Broeders en zusters, ik Paulus, buig mijn knieen voor de Vader, naar wie alle vaderschap. in de hemel en op aarde genoemd wordt: moge Hij u in zijn onmetelijke heerlijkheid geven dat uw diepste wezen machtig door zijn Geest wordt gesterkt, dat Christus door het geloof woont in uw hart en dat gij in de liefde geworteld en gegrondvest blijft. Moogt gij in staat zijn met alle heiligen te vatten, wat de breedte en lengte en diepte is, en te kennen de liefde van Christus, die alle kennis te boven gaat. Moogt gij de volheid bereikten die de volheid van God zelf is. Aan Hem die door de kracht welke in ons werkt bij machte is oneindig meer te volbrengen dan al wat wij kunnen vragen of bevroeden, aan Hem zij de heerlijkheid in de kerk en in Christus Jezus, tot in alle geslachten, van eeuwigheid tot eeuwigheid! Amen.

Zo spreekt de Heer.



Allen: Wij danken God.
LEZING 23
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Efese (4,1-6)
Ik, Paulus, de gevangene in de Heer, vraag u met aandrang: leidt een leven dat beantwoordt aan de roeping die gij van God ontvangen hebt, in alle deemoed en zachtheid, in lankmoedigheid, liefdevol elkaar verdragend. Beijvert u de eenheid des Geestes te behouden door de band van de vrede: een lichaam en een Geest, zoals gij ook geroepen zijt tot een en dezelfde hoop waarvoor Gods roeping borg staat. Een Heer, een geloof, een doop. Een God en Vader van allen, die is boven allen en met allen en in allen.

Zo spreekt de Heer.



Allen: Wij danken God.
LEZING 24
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Efese (4,23-24.32–5,2)
Broeders en zusters, geheel uw denken moet zich vernieuwen. Bekleedt u met de nieuwe mens, die naar Gods beeld is geschapen in ware gerechtigheid en heiligheid. Weest goed voor elkaar en hartelijk. Vergeeft elkaar zoals God u vergeven heeft in Christus. Weest navolgers van God, zoals geliefde kinderen past. Leidt een leven van liefde naar het voorbeeld van Christus, die ons heeft bemind en zich voor ons heeft overgeleverd als offergave en slachtoffer, God tot een lieflijke geur.

Zo spreekt de Heer.



Allen: Wij danken God.
LEZING 25
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Efese (5,1-2a.25-33)
Weest navolgers van God, zoals geliefde kinderen past. Leidt een leven van liefde naar het voorbeeld van Chris­tus, die ons heeft bemind en zich voor ons heeft overgeleverd. Mannen, hebt uw vrouw lief, zoals Christus de kerk heeft liefgehad: Hij heeft zich voor haar overgeleverd om haar te heiligen, haar reinigend door het waterbad met het woord. Hij heeft de kerk tot zich gevoerd als een heerlijke bruid, zonder vlek of rimpel of fout, heilig en onbesmet. Zo moeten ook de mannen hun vrouwen liefheb­ben, zoals ze hun eigen lichaam liefhebben. Wie zijn vrouw bemint, bemint zichzelf. Niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat; integen­deel, hij voedt en koestert het. En zo doet Christus met de kerk, omdat wij ledematen zijn van zijn lichaam. Daarom zal de man vader en moeder verlaten om zich te hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen een vlees zijn. Dit geheim heeft een diepe zin. Ik voor mij betrek het op Christus en de kerk. Hoe dit ook zij, ieder van u moet zijn vrouw beminnen als zichzelf en de vrouw moet ontzag hebben voor haar man.

Zo spreekt de Heer.



Allen: Wij danken God.
LEZING 26
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Filippi (4,4-9)
Broeders en zusters, verheugt u in de Heer te allen tijde. Nog eens: verheugt u! Uw vriendelijkheid moet bij alle mensen bekend zijn. De Heer is nabij. Weest onbezorgd. Laat al uw wensen bij God bekend worden in gebed en smeking, en nooit zonder dankzegging. En de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus. Tenslotte, broeders, houdt uw aandacht gevestigd op al wat waar is, al wat edel is, wat rechtvaardig is en rein, beminnelijk en aantrekkelijk, op al wat deugd heet en lof verdient. En brengt in praktijk wat u geleerd is en overgeleverd, en wat gij van mij hebt gehoord en gezien. Dan zal de God van vrede met u zijn.

Zo spreekt de Heer.



Allen: Wij danken God.
LEZING 27
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Kolosse (3,12-17)
Broeders en zusters, doet aan als Gods heili­ge en geliefde uitverkorenen, tedere ontfer­ming, goedheid, deemoed, zachtheid en geduld. Vergeeft elkaar als de een tegen de ander een grief heeft. Zoals de Heer u vergeven heeft, zo moet ook gij elkaar vergeven. Voegt bij dit alles de liefde als de band der volmaakt­heid. En laat de vrede van Christus heersen in uw hart; daartoe zijt gij immers geroepen, als leden van één lichaam. En weest dankbaar. Het woord van Christus moge in volle rijkdom onder u wonen. Leert en vermaant elkander met alle wijsheid. Zingt voor God met een dank­baar hart psalmen, hymnen en liederen, in­ge­geven door de Geest. En al wat gij doet in woord of werk, doet alles in de Naam van Je­zus de Heer, God de Vader dankend door Hem.

Zo spreekt de Heer.



Allen: Wij danken God.
LEZING 28
Uit de brief aan de Hebreeën (13,1-4a.5-6b)
Broeders en zusters, de broederlijke liefde hoort bij de dingen die altijd moeten blijven. En vergeet de gastvrijheid niet; door haar hebben sommigen zonder het te weten engelen onthaald. Denkt aan hen die gevangen zijn als waart ge met hen in de gevangenis, en aan hen die mishandeld worden, want ook gij hebt een lichaam. Het huwelijk is iets kostbaars; laten we het allen in ere houden en de trouw respecteren. Gods oordeel zal komen over ontuchtigen en echtbrekers. Leeft niet alleen voor geld, weest tevreden met wat ge hebt. God zelf heeft gezegd. Ik laat u niet alleen, Ik zal u nooit in de steek laten. Daarom kunnen wij met vertrouwen zeggen: De Heer is mijn helper, ik heb niets te vrezen.

Zo spreekt de Heer.



Allen: Wij danken God.
LEZING 29
Uit de eerste brief van de heilige apostel Petrus (3,3-5a.6b-12)
Zoekt uw schoon­heid niet in uiterlijke dingen, zoals kunstige kapsels, gouden sieraden en mooie kleren, maar veeleer in de innerlijke hoeda­nigheden van het hart, in het onverganke­lijke sieraad van een zacht en gelijkmatig gemoed, dat kostbaar is in het oog van God. Zo tooiden zich eertijds de heilige vrouwen die hun hoop hadden gesteld op God. Gij toont u haar dochters, als gij deugdzaam leeft en geen verschrik­king vreest. Eveneens gij, mannen, toont in het huwelijk begrip voor uw vrouwen; bewijst hun de eer die hen toekomt, want met u zijn zij erfgena­men van de genade des levens; dan zullen uw gebeden geen belemme­ring ondervin­den. Tenslotte, weest allen eensgezind in meegevoel, broeder­liefde, barm­hartigheid en ootmoed. Vergeldt geen kwaad met kwaad; als men u uitscheldt, scheldt dan niet terug. Integendeel, zegent elkander, opdat gij de zegen verwerft waartoe gij geroepen zijt. Want Wie het leven liefheeft en gelukkige dagen wil genieten, weerhoude zijn tong van het kwade en zijn lippen van het spreken van bedrog. Laat hij het kwade mijden en het goede doen, vrede zoeken en die nastreven. Want de ogen van de Heer zijn gericht op de recht­vaardi­gen en zijn oren gewend naar hun smeken.

Zo spreekt de Heer.



Allen: Wij danken God.
LEZING 30
Uit de eerste brief van Johannes (3,18-24)
Kinderen, wij moeten niet liefhebben met woorden en leuzen maar met concrete daden. Dat is onze maatstaf; daar­door krijgen wij de zeker­heid dat wij thuishoren bij de waarachtige God. Dan mogen wij ook voor zijn aan­schijn ons geweten geruststel­len, ook als het ons veroordeelt, want God is groter dan ons hart en Hij weet alles. Dierbare vrienden, daar ons geweten ons niet hoeft te veroordelen, mogen wij vrijmoedig met God omgaan; wij krijgen van Hem alles wat wij vragen, omdat wij zijn geboden onderhouden en doen wat Hem aange­naam is. En dit is zijn gebod: van harte geloven in zijn Zoon Jezus Christus en elkaar liefhebben zoals Hij ons bevolen heeft. Wie zijn geboden onderhoudt blijft in God, en God blijft in hem. En dat Hij in ons woont weten we door de Geest die Hij ons gegeven heeft.

Zo spreekt de Heer.



Allen: Wij danken God.
LEZING 31
Uit de eerste brief van Johannes (4,7-12)
Vrienden, laten wij elkander liefhebben, want de liefde komt van God. Iedereen die lief­heeft is kind van God en kent God. De mens zonder liefde kent God niet, want God is liefde. En de liefde die God is, heeft zich onder ons geopenbaard doordat Hij zijn enige Zoon in de wereld gezonden heeft, om ons het leven te brengen. Hierin bestaat de liefde: niet wij hebben God liefgehad, maar Hij heeft ons liefgehad, en Hij heeft zijn Zoon gezonden om door het offer van zijn leven onze zonden uit te wissen. Vrienden, als God ons zozeer heeft liefgehad, moeten ook wij elkaar beminnen. Nooit heeft iemand God ge­zien, maar als wij liefhebben, woont God in ons en is zijn liefde in ons volmaakt gewor­den.

Zo spreekt de Heer.



Allen: Wij danken God.
LEZING 32
Uit de Openbaring van Johannes (19,1.5-9a)
Ik, Johannes, hoorde iets als de machtige stem van een grote menigte uit de hemel. En zij riepen: Alleluja! Het heil en de eer en de macht zijn van onze God. En een stem ging uit van de troon en sprak: Looft onze God, al zijn dienstknechten, gij die Hem vreest, gij kleinen en groten.’ Toen hoorde ik een geluid als van een grote menigte en als het gedruis van vele wateren en als het dreunen van zware donderslagen, en zij riepen: Alleluja! De Heer, onze God, de Albeheerser heeft zijn koningschap aanvaard. Laat ons blij zijn en juichen en Hem de eer geven: de tijd is gekomen voor de bruiloft van het Lam en zijn bruid heeft zich al klaargemaakt.’ Voor haar bruidskleed kreeg ze smetteloos, blinkend lijnwaad; zinnebeeld van de goede daden van de heiligen. En de engel zei tot mij: ‘Schrijf op: zalig zijn die genodigd zijn tot het bruiloftsmaal van het Lam’. En hij voegde eraan toe: ‘Dit zijn de eigen woorden van God.’

Zo spreekt de Heer.



Allen: Wij danken God.

ANTWOORDPSALM / LIED / MUZIEK
Na de eerste lezing volgt een psalmgebed; dit wordt (door degene die de eerste lezing gedaan heeft) voorgebeden. Kies een van de volgende antwoordpsalmen. Het is ook mogelijk in de plaats van een antwoordpsalm een lied te kiezen.
ANTWOORDPSALM 1
(Ps. 33[32], 12 en 18. 20-21. 22)
Refr: De aarde is vol van de mildheid van de Heer.

Refr: De aarde is vol van de mildheid van de Heer.

Zalig het volk dat de Heer heeft als God,

het volk dat Hij koos als zijn erfdeel.

Het oog van de Heer rust op hen die Hem vrezen,

die rekenen op zijn erbarming.

Refr: De aarde is vol van de mildheid van de Heer.

Wij stellen al onze hoop op de Heer,

Hij is onze hulp en ons schild.

Om Hem is ons hart van vreugde vervuld,

zijn Heilige Naam zal ons helpen.

Refr: De aarde is vol van de mildheid van de Heer.

Laat uw erbarmen, Heer, over ons dalen

zoals ons vertrouwen uitgaat naar U.

Refr: De aarde is vol van de mildheid van de Heer.
ANTWOORDPSALM 2
(Ps. 34[33],2-3.4-5.6-7.8-9)
Refr: Proeft en merkt hoe mild de Heer is.

Refr: Proeft en merkt hoe mild de Heer is.

De Heer zal ik prijzen iedere dag,

zijn lof ligt mij steeds op de lippen.

Mijn geest is fier op de gunst van de Heer,

laat elk die het hoort zich verheugen.

Refr: Proeft en merkt hoe mild de Heer is.

Verheerlijkt de Heer te zamen met mij

en laat ons eendrachtig zijn Naam vereren.

Ik ging tot de Heer en Hij heeft mij verhoord,

Hij heeft mij gered uit al wat ik vreesde.

Refr: Proeft en merkt hoe mild de Heer is.

Ziet naar Hem op, dan straalt uw gelaat

en zult ge niet blozen van schaamte.

Die roepen in nood, naar hen luistert de Heer

en redt hen uit hun ellende.

Refr: Proeft en merkt hoe mild de Heer is.

De engel van God legt een schans om hen heen,

om elk die God vreest te beschermen.

Proeft en merkt hoe mild de Heer is,

gelukkig de mens die zijn heil zoekt bij Hem.

Refr: Proeft en merkt hoe mild de Heer is.
ANTWOORDPSALM 3
(Ps. 103[102],1-2.8 en 13.17-18a)
Refr: Gods erbarmen blijft altijd en eeuwig

voor allen die zijn verbond onderhouden.



Refr: Gods erbarmen blijft altijd en eeuwig


  1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina