De kabbala ontcijferd. Samenvatting



Dovnload 82.98 Kb.
Datum17.08.2016
Grootte82.98 Kb.
De kabbala ontcijferd.

Samenvatting


Het begin van een mysterie.
Volgens de overlevering openbaarde God de mysteriën van de kabbala eerst aan de engelen, die de mysteriën op hun beurt doorgaven aan de mensen, eerst aan Adam en vervolgens aan Noach. Toen God Abraham en Sara uitkoos als aartsvader en -moeder van het joodse volk, gaven de engelen de geheime wijsheid aan hen door. Volgens een verhaal schreef Abraham de belangrijkste bestanddelen van de leer op in een boek: 'Sefer Jetsiera' of boek van de Schepping. Hij verborg het in een grot. Abraham en Sara, de eerste patriarch en matriach kregen de taak Gods geheime leer over te dragen aan de volgende generaties, aan Izaak en Rebekka en via hen aan Jozef. Jozef stierf echter voor hij de kennis had kunnen doorgeven aan zijn kinderen, zodat de geheime wijsheid van Gods mysteriën zoek geraakte tot de tijd van Mozes.
De Thora:
De Thora of de wet is het fundament van de Joodse leer. De Thora wordt ook omschreven als een boom van het leven voor eenieder die zich eraan vasthoudt. De Thora is het verhaal van de schepping en van de ontwikkeling van het Joodse volk van hun nomadische oorsprong, over hun slavernij naar vrijheid en groei. Hoewel de Thora integraal verbonden is met de religieuze en culturele geschiedenis van de Joden, kan iedereen die ernstig naar waarheid zoekt er inzichten in vinden mbt de mens en zijn hereniging met het bovenaardse.
De kabbala: bronnen en groei.
Van oudsher mochten alleen getrouwde mannen ouder dan 40, die zich verdiepten in de Joodse leer en de religieuze gebruiken nakwamen, de kabbala bestuderen. Zo bleef de Kabbala een esoterische bron van kennis, onbereikbaar voor de amateur of enthousiaste leek. De prekabbalistische joodse mystici baseerden hun geloof op het visioen van de zegewagen, te vinden in het bijbelboek Ezechiël. Ze zagen de zegewagen als een middel om de wereld van Gods ziel te betreden. Ascese naar de goddelijke regionen was mogelijk door te vasten en te bidden. Hun gebeden waren het middel tot toegang tot de bijbelse wijsheid. De kabbala is een bron van wijsheid. Het is een complete manier van leven, gebaseerd op gebed, devotie, studie en positivisme.
De 4 werelden.
De kabbala verdeelt het universum in 4 onafhankelijke, met elkaar verbonden werelden die zowel waarneembaar zijn in de goddelijke wereld als in ons aardse rijk. Het idee voor dit denkbeeld vinden we in de bijbelse profetieën van Jesaja:

.. .allen die naar mijn Naam zijn genoemd,

die Ik tot mijn heerlijkheid heb geschapen, heb gevormd en gemaakt.

Jesaja43:7

De kabbalisten zien de woorden 'genoemd', 'geschapen', 'gevormd' en 'gemaakt' als de basis

voor een complete wereldbeschouwing. De 4 werelden zijn:



  • Atsieloet, de wereld van emanatie of nabijheid

  • Brieja, de wereld van de schepping

  • Jetsiera, de wereld van de vormgeving

  • Assieja, de wereld van de handeling

Alle 4 werelden corresponderen met een element.



  • Atsieloet correspondeert met vuur

  • Brieja met lucht

  • Jetsiera met water

  • Assieja met aarde.

De aarde ontwikkelde zich van een vurige gasbol via een vloeibare vorm tot vaste materie. De kabbalisten zien de goddelijke en menselijke wereld als een reflectie van deze transformatie.
Atsieloet.
De wereld Atsieloet betekent nabijheid, emanatie, uitstraling. Atsieloet is de hoogste van de 4 werelden. Hij vertegenwoordigt de zuivere en perfecte goddelijke wil. De schepping van het universum zou voortkomen uit de uitstraling van de goddelijke wil toen er nog niets bestond. God sprak 10 woorden die leidden tot de schepping. Elk woord was een naam en kenmerk van het goddelijke.

Atsiloet wordt geassocieerd met het element vuur. Het is de wereld van Gods licht die doordringt in onze wereld en haar bestraalt. Die uitstraling wordt vaak niet gezien, behalve door de wijzen die zich wijden aan een bewust spiritueel leven en inzicht ontwikkelden in de goddelijke bedoeling.



Atsieloet staat in contact met het Ejn Sof, dat voor de schepping zou hebben bestaan. Het Ejn Sof is het ultieme Alles dat onafhankelijk is van tijd en ruimte.
Samentrekking en uitzetting.
In de 16°E dook in de kabbalistische leer van Izaak Luria de term 'tsiemtsoem' op. Tsiemtsoem beschrijft het proces waarin het goddelijke licht zich samentrekt. Door de inperking van het licht en de Oneindige Goedheid kwam er ruimte vrij waarin iets kon ontstaan. Ook braken de vaten waarin de goddelijke energie was opgeslagen waardoor de heilige vonken zich verspreidden en terechtkwamen in de ziel van alles wat werd geschapen. De schalen of schil van de vaten of kliepot werd de materie van onze wereld. Het kwaad kreeg kans om te verschijnen en de gaten op te vullen. Toen de vaten met het goddelijke licht braken, ontstond er chaos en werd alles van God gescheiden. De heilige vonken herinnerden de kabbalisten aan de taak die zijn op zich moesten nemen, de gebroken vaten herstellen en Gods licht herenigen met de verspreide heilige vonken. Zo is tikkoen olam, het herstel van de wereld, een taak die ook vandaag nog geldt. De vonk in ons herenigen met de goddelijke wil die het universum ordent. Atsieloet is daarom het rijk van Gods roem die in de 3 volgende werelden doordringt. Daardoor krijgen wij de mogelijkheid om de ultieme goedheid en het licht, de goddelijke Schepper, te benaderen.
Spirituele analogie.
Zoals God bekend staat als Ejn Sof of Zonder Begin of Einde, zo wordt de hindoegod Brahma Niet Dit, Niet Dat genoemd. De 3 hindoegoden Brahma, Vishnu en Krishna zijn analoog aan de 3 zuilen in de wereld van Atsieloet.

  • Brahma expansie en liggend aan de rechterzijde; het creatieve principe.

  • Vishnu is restrictief en gelegen aan de linkerkant; het dragende principe.

  • Krishna is het volbrengende principe en is in het midden gepositioneerd.


Brieja.
De wereld Brieja is het rijk van de geest. Het is te vergelijken met het intellect, het vermogen een idee te creëren en uit te voeren. Maar met het intellect verschijnt het kwaad, want de mens beschikt niet over Gods inherente evenwicht en eenheid, (begin van de dualiteit) De wil van de mens vindt zijn eigen weg, los van de goddelijke wil. De mens veroorzaakt met die eigen wil ook het kwaad. Hiermee ontstaan de noties beloning en straf. Kabbala ziet dit menselijk vermogen tot denken en creativiteit als een uiting van goddelijke wil. Daarvoor is een staat van constant bewustzijn nodig. Het bestuderen van de Thora en de mystieke geschriften van de kabbalisten leidt tot zo'n verhoogde staat van bewustzijn.
Jetsiera.
Terwijl de wereld Brieja vrnl. wordt bewoond door aartsengelen, is de wereld Jetsiera het rijk van de engelen. Hier gebeurt differentiatie en individuatie. In Jetsiera ontwikkelen zielen hun individualisme mbt aard en rol. Brieja is de wereld van het intellect. Het richt zich op begrip en wijsheid. Jetsiera is het rijk van emotie. Het gaat over de balans tussen kracht en genade en de uiting van schoonheid. In de kabbalistische wereld beheersen kracht en genade met schoonheid als bemiddelaar enerzijds en resonantie en eeuwigheid met fundament als bemiddelaar anderzijds de vormen en interactie van het leven op aarde. De engelen hebben allemaal een andere naam en functie. Ze bemiddelen tussen de hogere en lagere wereld om het werk dat moet gebeuren in de wereld van Assieja te vergemakkelijken.

Het emotionele leven van het ego en het psychologisch bewustzijn bestaan in de wereld van Jetsiera. Mensen hebben het vermogen en de verantwoordelijkheid om hun bewustzijn tav hun lichaam- emotie- intellect en geestrelatie te ontwikkelen. Hoewel het hart tegenwoordig wordt gezien als de zetel van de emoties, beschouwen veel oude tradities, zoals de kabbala het hart als het centrum van kennis. Zelfs nu nog zeggen we vak 'mijn hart heeft mij ingegeven' om iets te beschrijven wat het begrip te boven gaat.


Assieja.
De planten, dieren en mensen leven en handelen in deze wereld. Hier gebeurt het werk tikkoen olam, het herstel van de wereld, dwz een stap naar eenwording van de gebroken vaten die eens het goddelijke licht bevatten.

In Assieja komen de chemische elementen die zijn gemaakt in Jetsiera samen in het dierlijke, plantaardige en minerale leven. Dier- en plantencellen functioneren volgens het principe 'zo boven zo beneden'. Er is een overeenkomst tussen de processen van de lagere wereld van Assieja en de energie van Jetsiera, Brieja en Atsieloet.


De boom des levens.
Volgens de Joodse mondelinge overlevering gaf God de kabbalistische geheimen initieel aan de engelen. De engelen gaven de kabbalistische wijsheden vervolgens door aan de mensen, zodat er voor hen en weg terug naar God was, ondanks de zondeval in de hof van Eden. De geheime kennis werd doorgegeven aan Noach, Abraham en Mozes, die deze kennis op hun beurt samen met de Thora via Jozua doorgaven aan de oudsten van de sanhedrin.


Linkerzuil

Rechterzuil

Vrouwelijk passief principe

Mannelijk actief principe

Eva

Adam

Donker

Licht

Geschreven Thora

Mondelinge Thora

Discipline

Liefde

Theorie

Praktijk

Rede

Intuïtieve wijsheid

Oordeel

Genade

Keter


U zult geen andere goden dienen ten koste van Mij.
Biena Chochma

U zult de naam van de Heer U zult geen beelden maken

uw God niet lichtvaardig

gebruiken


Gvoera Chesed

Eer uw vader en moeder Denk aan de sabbat, die moet voor U heilig zijn


Tiferet

U zult niet doden


Hod Netsach

U zult niet stelen U zult geen echtbreuk plegen


Jesod

U zult niet vals getuigen tegen uw naaste


Malchoet

U zult niet begeren


De boom van het leven werd tot een archetype. Het beschrijft de emanatie van de goddelijke inspiratie, wijsheid en energie van de ene wereld naar de andere. Hij beschrijft ook de ambitie van de mens om van de ene wereld naar de andere te stijgen tot het rijk van God. De boom beschrijft ook de ontvangst van de 10 geboden. De kabbalisten zien de 10 geboden als voorschriften voor denken, devotie en handelen. Elk gebod is als een uiting van een sefira. De eerste 3 geboden gaan over de verhouding van de mens tot God; de band met de spirituele wereld Atsieloet en de intellectuele wereld Brieja. Het 1° gebod definieert God als een perfecte eenheid. Het 2° gebod verbiedt alles wat tussen de mens en God kan komen. De mens mag geen beelden maken, zodat hij zich niet kan verliezen in een vals inzicht in God. Het nastreven van succes, materiële rijkdom, heiligheid of schoonheid wordt als afgoderij bestempeld. Het 3° gebod verbindt de spraak en het bewustzijn van Gods heiligheid. Gebruikt men Gods naam voor een vloek, verraadt men de speciale band met God.

Het 4° en 5° gebod gaan over de verhouding tot de medemens. Het 4° gebod handelt in Jetsiera en legt het verband tussen de sabbat en God die een dag rust nam na de wereld te hebben geschapen. Het 5° gebod beschrijft de emotionele verhouding tussen de mens en zijn ouders. Respect en eerbied brengen de mensen een lang leven, omdat ze een expressie zijn van de relatie tussen de mens (het kind) en God (de ouder).

Het 6° tem het 10° gebod betreffen de uitdagende wereld Assieja en het gedrag van de mens en Gods wil. De mens is gemaakt naar Gods evenbeeld. Hij moet leven naar de goddelijke eigenschappen. Op dit aardse niveau kan de kennis van rechtvaardig handelen ten ondergaan aan de verleiding.
De 10 sefirot.
De boom van het leven bevat 10 sefirot, goddelijke eigenschappen of energie. Er wordt naar ze verwezen als 'de 10 sefirot van het Niets'. Ze worden geïnterpreteerd als 'zonder iets'. Het zijn geïdealiseerde spirituele ideeën. Ondanks hun metafysische kenmerken hebben de sefirot betrekking op alle aspecten van de werkelijkheid en menselijke ervaring. De sefirot zijn niet-materiële eigenschappen van God.

  • Keter, kroon, ligt boven aan de boom van het leven in de bovenste wereld Atsieloet.

  • Chochma, wijsheid openbaring en inspiratie.

  • Biena, inzicht, intellect en rede. In dit gebied ligt ook Daat, het niet-sefira dat de kennis van God representeert.

  • Chesed, genade, goedertierenheid, tolerantie.

  • Gvoera, oordeel, macht, controle, discipline en discriminatie.

  • Tiferet, schoonheid, evenwicht en gratie.

  • Netsach, vastberadenheid, overwinning, instinctieve en impulsieve elementen.

  • Hod, glorie, passieve en cognitieve energie, profetie en communicatie.

  • Jesod, fundament, generatieve en reflectieve energie, eenheid van gevoel, denken en handelen.

  • Malchoet, koninkrijk of aanwezigheid, complementeert Keter. Het vertegenwoordigt de aanwezigheid van God in de materiële wereld samen met het menselijk handelen.


Keter: kroon, het hoogste sefira.
Keter vertegenwoordigt de geest van God en de goddelijke wil. Het is de hoogste sport op de ladder naar God. God staat evenwel los van de sefirot en ligt buiten de sefirot. Iedereen die de waarheid zoekt, wordt gewaarschuwd dat het bereiken van dit sefira niet gelijk slaat aan het kennen van God.

Keter is de wortel van de boom van het leven en emaneert naar beneden. Tegelijk is Keter het doel waar de spirituele gebruiken naar leiden. Alleen de grootste wijzen worden in staat geacht om dit punt te bereiken. Zelfs Mozes, met wie God de leer van de Thora deelde, kon het aangezicht van God niet zien, omdat het licht van Keter te krachtig is voor de mens.


Chochma wijsheid, het 2° sefira.
Choclma is de emanatie van Keter in de wereld Atsieloet. Dit is het rijk van de geest. Hier wordt wijsheid beheerd die men krijgt via openbaringen en ingevingen. Dit sefira bevindt zich op de rechterzuil van genade. Het is een manifestatie van actieve, mannelijke energie. In de wereld Atsieloet zijn deze sefirot de bron van licht in de hogere wereld. Ze verlichten de wereld Brieja. Hoewel de eigenschappen die bij Chochma en Biena horen niet rechtstreeks onze fysieke wereld beheren, streeft de mens hen na via studie, gebed en goede daden. Chochma wordt door sommige kabbalisten beschouwd als de oerthora, Sofia, Gods geheime wijsheid die werd onthuld vanuit het Niets. Hoewel de Thora wordt beschouwd als een vrouwelijk woord en idee, geeft Chochma's plaats op de boom de mannelijke, delende aard van de energie van Gods leer aan.
Biena rede en denken.
Biena is het sefira van inzicht dat de wijsheid van Chochma aanvult en in evenwicht brengt. Biena vertegenwoordigt de goddelijke eigenschappen ‘rede en denken’.

Biena ligt tegenover Chochma, boven aan de passieve linkerzuil van de boom van het leven. We zijn hier in de wereld Brieja. Hier gaat het goddelijk licht richting schepping. Samen zijn Keter, Chochma en Biena de goddelijke triade in de bovenste wereld. Biena is zoals Keter en Chochma een essentieel attribuut van de schepping.

Chochma bezit in het hemelrijk de energie van de vader en impregneert Biena, de hemelse moeder. De energie van Biena; haar bevruchting staat een manifestatie van Gods wezen toe. Het 3° sefira wordt beschreven als paleis en baarmoeder, waarin Gods leer vorm krijgt. Deze hemelse ouders krijgen dan 7 kinderen: de 7 onderste sefirot.
Sefer Jetsiera leert dat om dichter bij de sefirot te komen, men met wijsheid moet begrijpen en met inzicht wijs moet zijn. Denken alleen volstaat niet om de bedoeling van het goddelijk plan te vatten; de extatische verering van de mediterende mysticus evenmin. Het bewustzijn dient zowel verbaal als non-verbaal, rationeel en irrationeel te worden verkend.
Chesed genade.
Chesed is het 1° van de 7 lagere sefirot die de bovenste werelden Atsieloet en Brieja verbinden met de lager gelegen werelden Jetsiera en Assieja. De eigenschappen van deze lagere sefirot beïnvloeden rechtstreeks het leven van de mens. De goddelijke wil krijgt vorm in Chesed en komt tot uiting in Gods wens liefde te delen.

Volgens de kabbalistische opvattingen is de liefde van de Schepper oneindig. Deze liefde vloeit neer uit Keter, dringt door in de lagere werelden en zorgt ervoor dat mensen lief en vriendelijk kunnen zijn voor elkaar. Chesed heeft betrekking op de daden van goedertieren-heid en genade.


Gvoera oordeel.
Op de linkerzuil van gestrengheid en restrictie ligt Gvoera, het sefirot dat is gekoppeld aan Chesed. Dit sefira staat voor het oordeel en de consequenties van alle daden. Oordeel en macht moeten tegenwicht bieden aan de genade en liefde van Chesed, zodat het goddelijke licht de mens niet overweldigt. Op dezelfde manier zorgt de genade van Chesed ervoor dat de kracht van Gvoera geen schade aanricht.
De aard van het kwaad.
De kabbalisten schreven het kwaad niet toe aan een externe macht tegenover God. Ze
meenden dat het kwaad voortkwam uit Gvoera, een eigenschap van God zelf dus. Anders
gezegd, als het oordeel van Gvoera ongeremd zijn gang kan gaan, gaat het over in het kwaad.
Daarom wordt de aartsengel Samaël (de linkerhand van God) ook wel Satan, de Boze of de
Vijand genoemd. Hij wordt met dit sefira geassocieerd. Het idee van de inherente dualiteit in
God en mens liep vooruit op de ontwikkelingen in de moderne psychoanalyse. In ieder mens ontstaat vanaf het 13° levensjaar een voorkeur voor jetser hatov (hang naar het goede) of jetser hara (hang naar het kwade). Op onze beide schouders zit een engel. Telkens dienen we een richting te kiezen. Kinderen jonger dan 13 volgen alleen het kwaad. Ze kennen het verschil niet tussen hun behoeften en die van anderen. Ze zijn daarom niet verantwoordelijk voor de consequenties van hun daden. Kunnen we de neiging tot zelfzucht en onbaatzuchtig-heid, de uitersten van de 2 sefirot weerstaan, is er evenwicht tussen Gvoera en Chesed.

In de Zohar wordt Izaak, de zoon van Abraham geassocieerd met Gvoera. Abraham wordt geassocieerd met Chesed vanwege zijn edelmoedigheid en grote liefde voor God, op wiens last hij zelfs bereid was zijn zoon te offeren. Misschien herkenden de kabbalisten ook de kracht van Izaaks boosheid om wat hem bijna was overkomen.


Tiferet schoonheid.
Tiferet ligt midden op de boom van het leven. Langs dit sefira emaneert de goddelijke geest naar beneden en gaan de spirituele aspiraties van de mens naar boven.

Voor kabbalisten is Jakob de belichaming van Tiferet. Jakobs gedrag was weliswaar verre van ideaal, maar hij was degene die met een engel van God worstelde en later Israël werd genoemd, ofwel 'hij die met God worstelt'. Jokob bracht de 2 uitersten, oordeel en genade in evenwicht.

De mens dient op zijn weg naar spiritueel inzicht uit te stijgen boven zijn eigen emotionele beslommeringen. Hij tracht één te worden met het zelf, dat een uiting is van het goddelijke. Tiferet functioneert hierbij als een spiegel die het goddelijke licht weerkaatst en de rechtschapen mens tevens zijn eigen schoonheid weerspiegeld laat zien. Ook brengt Tiferet evenwicht tussen de actieve en passie eigenschappen van het goddelijke en de mens. Het houdt zo de sefirot in balans.
Netsach eeuwigheid Goddelijke overwinning.
Netsach staat voor vasthoudendheid, waardoor mensen de wereld ten goede of ten kwade kunnen veranderen. Op de expansieve rechterzuil staat de eeuwige vasthoudendheid of overwinning van God. Netsach vertegenwoordigt het barmhartig gezag van God. Het wordt in evenwicht gehouden door Hod op de linkerzuil. Netsach en Hod staan voor het rechter- en linkerbeen, zoals bij het lichaam van Adam Kadmon, de oermens.
Hod glorie.
Tegenover Netsach staat Hod of glorie, weerkaatsing, eer en pracht van God. Hod bevindt
zich op de passieve linkerzuil in de wereld Assieja. Het staat voor de denkprocessen die de
goddelijke inspiratie leiden naar profetie. Het houdt de besturingssystemen die neigen tot
egocentrisch scheppen en handelen in toom.

In zijn functie als hogepriester van de tempel was Aaron in staat de goddelijke wil begrijpbaar aan de mensen te brengen. Hij belichaamde de ingehouden eigenschappen van Hod. Zijn majesteit was niet voor hem zelf, maar om de wil van zijn Schepper te dienen.

De majesteit van Hod leidt het licht naar de Shechina. De vrouwelijke verschijningsvorm van God die in Malchoet woont. De immanente verschijningsvorm van de Shechina raakt de profeten in de wereld en maakt de waarheid helderder.
Jesod fundament.
Jesod levert de scheppingsenergie, die wordt gepresenteerd als de genitaliën van Adam Kadmon, de oermens. Het sefira fungeert als intermediair tussen Hod en Netsach.
Malchoet koninkrijk.
Malchoet wordt ook de Shechina genoemd, de vrouwelijke verschijningsvorm van God. De vroege rabbi's beschouwden de Shechina niet als een vrouw maar meer als de vrouwelijke energie van Atsieloet, de emanatie van God. Eens maakte de Shechina deel uit van de goddelijke wil, maar na de verstrooiing van de heilige vonken daalde de Shechina af naar de mensen om een vat voor Gods licht te zijn.

Voor kabbalisten is de Shechina 1 van de 7 kinderen van Chochma en Biena. Ook zagen ze haar als partner van Tiferet. De energie die nodig is voor hun eenwording, een dynamische spanning, wordt door Jesod geleid. Samen brengen ze de menselijke ziel naar de wereld Assieja.

De Shechina wordt ook Lagere Moeder, Prinses, Bruid, Koningin, Rachel, Aarde, Roos, Troon van Glorie, Hof van Eden, Heilige Appelboomgaard en Maan genoemd. Hoewel de Shechina geen goddelijke eigenschap bezit, ondersteunt zij wel de lagere werelden. Zij is de vrouwelijke inwonende verschijningsvorm van God. De Shechina wordt gezien als Malchoet maar is er niet gelijk aan.

De Shechina wordt vereenzelvigd met de mondelinge Thora, de oude interpretaties en verhalen die van generatie op generatie werden doorgegeven. Haar partner Tiferet wordt vereenzelvigd met de geschreven Thora. Voor de kabbalisten was deze eenmaking één van haar doelen; de Jichoed, het werk van de eenwording.


De aarde, het centrum van ons bestaan, is gekoppeld aan Malchoet. Zij vertegenwoordigt de geaarde, sterfelijke natuur van de mens. Door aandacht te geven aan onze planeet leren we hoe we juist kunnen handelen en hoe we ons verbinden met de rest van het universum. Het menselijk leven op aarde is het enige wat we echt kunnen benaderen. Daarom is het centrum de richting die bij Malchoet hoort. De taak van de kabbalaleerling is het niveau van het dagelijks leven te verheffen tot een harmonieuze integratie van de energie van alle sefirot. Zaterdag is de dag die hoort bij dit sefira. Het aardse leven is een strijd. De sabbat benadrukt het belang van evenwicht tussen bezig zijn en niets doen. Op deze dag staakt men alle pogingen om een permanente indruk op de wereld achter te laten.
Daat kennis.
Een buitengewoon mysterieus onderdeel van het sefirotisch stelsel is Daat, het onzichtbare niet-sefira. Daat ligt op de middenzuil tussen Keter en Tiferet. Het verenigt tegenovergestelde energieën van Chochma en Biena. Het inzicht in de goddelijke wil die daardoor ontstaat daalt via Tiferet en Jesod af naar haar nakomelingen in het aardse rijk Malchoet.

Daat is de lege ruimte waarin de schepping begint. Gods wil en genade dringen vanuit de wortels van Keter door in Atsiloet. Ze worden opgeroepen in de wereld Brieja. Sefer Jetsiera stelt dat Daat niet tot de sefirot behoort.

Daat staat voor de kennis die rechtstreek van God komt. Het is kennis die voortkomt uit wijsheid en inzicht, maar het is geen menselijke eigenschap. Daat verschijnt het eerst in hoofdstuk 2 van Genesis, wanneer God de fruitbomen, waaronder de boom van kennis van goed en kwaad en de boom van het leven in het midden van de tuin plaatst. Van alle bomen mocht Adam eten, maar van de boom van kennis van goed en kwaad moest hij afblijven, anders zou hij sterven. Het kennen van God is te overweldigend voor de mens in deze beginfase van de ontwikkeling. Door de zondeval na het eten van de verboden vrucht was kennis van goed en kwaad nu deel van het menselijk bewustzijn. De kabbala streeft naar kennis van God. Dit is Jichoet, de eenwording met God. De kabbala beseft evenwel dat de mens de goddelijke eenheid alleen maar kan proberen te ervaren.
De paden.
De boom van het leven is een dynamisch stelsel van onderling verbonden energievelden. In de 4 werelden bestaan 10 sefirot. Die zijn via paden aan elkaar gekoppeld. In het begin van Sefer Jetsiera staat dat God hemel en aarde schiep met 32 paden van wijsheid. Deze verbindende paden zijn de 10 sefirot en de 22 letters van het Hebreeuwse alfabet. Het zijn de paden die we elke dag bewandelen. De paden koppelen de sefirot en houden het tweerich­tingsverkeer tussen de sefirot onderling in bedwang. Elk pad wordt vertegenwoordigd door één van de sefirot of door een Hebreeuwse letter.

De 3 moederletters zijn alef, mem en shin. Volgens de 16°-eeuwse kabbalist Isaak Luria zijn de 3 moeders de horizontale lijnen die de zuilen overbruggen en de tegenover elkaar liggende sefirot verbinden: shin koppelt Chochma en Biena, alef verbindt Chesed en Gvoera en mem koppelt Netsach en Hod.

De sefirot staan voor de perfectie van Gods wezen. Die goddelijke essentie wordt vanaf Keter langs de paden naar beneden richting Malchoet geleid. Daarnaast passeert de mens de paden op zijn weg naar God. Elk pad speelt een rol in de overbrenging van energie en in het in evenwicht houden van de sefirot. Wanneer het ene sefira zich richt op een ander, ontstaat er een afzonderlijk invloedskanaal.

De 231 poorten die leiden naar ascese worden gevormd door de letters van het Hebreeuwse alfabet en de 231 lijnen die hen met elkaar verbinden.

De 32 paden op de boom van het leven kunt U in verband brengen met het menselijk zenuwstelsel, waar 31 zenuwen uitkomen op de ruggengraat. Het 32° en hoogste pad correspondeert met de hersenzenuwen, waarvan er 12 zijn. De paden functioneren zoals de zenuwen die dienstdoen als receptoren en effectoren en zo chemische boodschappen langs de sensibele zenuwen en motorische zenuwen leiden. De heilige geometrie van de kabbala komt ook overeen met de kwantumfysica, want de vergelijking van de letters en de paden kan worden gezien als de kosmische stroom van kwantumenergie. We kunnen gerust aannemen dat het esoterische inzicht van de kabbalisten uiteindelijk op dezelfde hypothesen of waarheden zouden zijn uitgekomen als de moderne astrofysici.



De 7 dubbele letters in het Hebreeuwse alfabet kunnen op 2 manieren worden uitgesproken. Het zijn bet, gimel, dalet, kaf, pe, resh en taw. Isaak Luria deelde ze in bij de 7 verticale paden tussen de sefirot. Ze dragen de energie van de levensboom en verbinden en kanaliseren die energie tussen de sefirot.

Langs de middenzuil van evenwicht emaneert het goddelijke licht vanuit Keter. De aspiraties van de mens stijgen op vanuit Malchoet. De dubbele letters die deze zuil vormen zijn dalet (Keter en Tiferet), resh (Tiferet Jesod) en taw (Jesod Malchoet). In het luriaanse systeem bezit Malchoet alleen het pad van taw.

De 3 sefirot op de rechterzuil worden verbonden door bet (Chochma Chesed) en kaf (Chesed en Netsach). Op de linkerzuil worden de 3 sefirot gekoppeld door gimel (Biena Gvoera) en pe (Gvoera en Hod).

Nog een kenmerk van de 7 is dat ze duaal zijn. In hoofdstuk 4 van Sefer Jetsiera worden hun duale kwaliteiten als goed en slecht omschreven. De letters worden ook geassocieerd met 7 planeten; een dag in de week en een richting waarin men moet kijken om de desbetreffende eigenschappen uit te dragen. Door de eeuwen heen hebben de kabbalisten deze associaties verschillend geïnterpreteerd. Het is goed mogelijk dat er in de toekomst nog andere interpreta-ties verschijnen.

Het kabbalistisch stelsel is 5-dimensionaal. De beoefenaar moet zich inbeelden dat hij in een kubus staat met 3 richtingen + 2 dimensies in de tijd. De leerling neemt de centrale positie van de maan (de psyche) in en kijkt naar de planeten.

De 12 enkelvoudige letters worden gevormd door de volgende letters: he, vav, zayin, chet, tet, jod, lamed, nun, samech, ayin, tsade en kof. Zij zijn het fundament voor de spraak, het denken, de beweging, het zicht, gehoor, handelen, de coïtus, reuk, slaap, woede, smaak en vreugde. Deze letters vormen de diagonale paden tussen de sefirot op de boom van het leven. Ze kunnen slechts op 1 manier worden uigesproken, vandaar enkelvoudig.
De engelen.
Engelen treden op als bemiddelaar tussen de hogere en lagere wereld. Deze boodschappers kunnen op mensen lijken. In de kabbalistische wereldvisie hebben engelen en aartsengelen een plaats. De engelen beïnvloeden de mens in de profane wereld en de aartsengelen bevolken de wereld Brieja en bijhorende sefirot. Het woord engel is afkomstig van het Latijnse 'angelus' en het Griekse 'angelos'. Het is een vertaling van het Hebreeuwse woord malach, bode.

In de loop van de geschiedenis veranderde het beeld dat we van engelen hebben van wezens die in dienst van de Almachtige als bemiddelaar optraden in de menselijke wereld tot het christelijk beeld van wezens die Gods genade en oordeel brengen.

Een engel is een wezen met een eigen taak. Hij functioneert alleen in het hem toegewezen domein. Elke dag worden de engelen naar het sefira Malchoet gestuurd om de mens te dienen. Er zijn zorgende engelen die op en neer bewegen op de rechterzuil van genade en er zijn verdorven engelen op de linkerzuil van gestrengheid en oordeel. Sommige engelen voeren de goddelijke straf uit op aarde.

In de kabbala gaan de meeste engelen over oordeel. Ze zijn van variërende grootte. Ze zijn uitgerust met vleugels. Sandalfon zou bv 500 reisjaren groter zijn dan zijn metgezellen. Hoewel de praktische kabbalisten engelennamen gebruikten in een poging om hun lot te keren, dachten de theoretische kabbalisten dat de mens, als hoogtepunt van Gods schepping, een klasse was die boven de engelen was verheven.

In het Oude Testament komen we verschillende engelennamen tegen. In Genesis 18 zijn ze de mannen die Sara en Abraham bezoeken; in Genesis 19 zijn ze boodschappers die Lot redden en in Genesis 21 zijn ze Elohiem (wezens van God) die Hagar en Ismaël redden. De krachtigste benaming vinden we in Genesis 22 waar ze malach JHWH zijn, engelen van de HEER als Isaak van het altaar wordt gered. In het Nieuwe Testament kondigt een engel de geboorte van Jezus aan.
De aartsengelen.
Metatron; bewaakt de troon van Glorie en staat tussen Atsieloet en Brieja. Tot Metatrons taken behoren het optekenen van goede daden en het dienen van de goddelijke merkava (zegenwagen). Volgens de overlevering werd Henoch, wiens lichaam in toortsen, bliksem en vuur veranderde, Metatron.

Michaël: (hij die als God is) staat rechts van de troon en heerst over Tiferet en het volk Israël. Michaël is ook de onderwijzer van de mensheid en heeft volgens de overlevering Adam geleerd het land te verbouwen.

Rafaël: (de genezing van God) staat achter de troon en heerst over Hod en de geest van de mensheid. Rafaël brengt volgens de overlevering de gebeden van de mens bij God.

Uriël (het licht van God) staat voor de troon en heerst over het licht van de wereld en Sjeol (de onderwereld). Soms wordt Uriël ook wel Haniël of Penuël (zich richten tot God) genoemd, die gaat over Netsach en berouw, genade en de hoop op eeuwig leven.

Gabriël (de kracht van God) heerst over het paradijs en de lager geplaatste engelen. Hij heerst over Jesod en treedt op als bemiddelaar voor de mensen.
Metatron

Tsakiël Raziël


Samaël (kwaad) Tsadkiël

Michaël


Rafaël (genezing) Uriël (genade)

Gabriël


Serafim Hasjmalim

Sandalfon

Bnei Elohim Tarsjim

Isjim
Cherubim


Figurantenrollen:


  • Tsafiël (beschouwer van God) aartsengel van Biena.

  • Raziël (bode van God) aartsengel van Chochma en verantwoordelijk voor geheime wijsheid.

  • Samaël de gevallen aartsengel, Gods vergiftiger, staat aan het hoofd van Gvoera.

  • Tsadkiël (rechtschapenheid van God), aartsengel van Chesed.

  • Sandalfon, de aartsengel van Malchoet, houdt toezicht op de engelen op aarde.

  • Raguël neemt wraak op de wereld van licht.

  • Sariël bezit geen nader gedefinieerde taken.

  • Jeramiël bewaakt de zielen in de onderwereld

  • De aralim, serafim chaiiot, ofanim, chaslalim, elohim en bnei elohim zijn hemelse wezens of malachim.

  • De bnei elohiem: de zonen van de hemelse wezens.

  • De Isjim de mensachtige wezens.

In de Talmoed staat dat de mens voor zijn geboorte rein van geest is en alles weet. Zodra hij echter bij de geboorte het daglicht ziet, slaat een engel hem boven de mond en vergeet hij alles. De rest van het leven probeert de mens zich zijn vroegere kennis te herinneren. In de kabbala komen engelen niet voort uit een theoretisch denkbeeld, maar zijn ze een reëel deel van het aardse leven. U kunt op elk moment een engel ontmoeten, die als mens is vermomd of in een andere vorm. Wat kunt U ondernemen om U op een dergelijk treffen voor te bereiden?

Allerlei engelachtige eigenschappen omringen u, kracht, bescherming, licht, genade en genezing. Bovendien zijn er nog de energieën van de engelen: bezinning, het goede en kwade. U kunt zich elke ochtend als U zich gereed maakt om de wereld te begroeten, U ook klaarmaken om een engel te ontmoeten. Zeg dank voor de veilige terugkeer uit de slaap en sta even stil bij de engelen die U beschermen.

U weet niet in welke vorm een engel verschijnt. Dus stel uzelf open voor engelenhulp. U kunt bv engelen visualiseren of bepaalde woorden herhalen die U aan hun aanwezigheid en liefdadige intenties herinneren. Iedere vreemde die U in de loop van de dag tegenkomt kan een engel zijn, die is gekomen om U te helpen. Heb dus niet te snel een oordeel klaar over mensen en sta open om te luisteren naar vreemden. Stel uzelf de vraag wat kan ik leren van een nieuwe ontmoeting?


Analogieën en betekenissen.
Gnosticisme
Gnosticisme, een christelijke sekte uit de 2°E, vertoonde veel overeenkomsten met de vroege joodse mystiek. De gnostici geloofden dat de ziel zich slechts kon bevrijden door kennis. Ze ontwikkelden het idee dat de ziel, het goede of de goddelijke vonk gevangen zat in het lichaam, het kwade. Mystieke liefde was de weg naar kennis van God en het middel om de ziel te bevrijden uit de slechte materie.

We zien hierin een duidelijke overeenkomst met het kabbalistische, duale idee van goede en slechte neigingen, jetser hatov en jetser hara. Aan het begin van het christendom sloegen deze ideeën over op veel verschillende mystieke stromingen.


De opkomst van de getallenmystiek.
In de eerste eeuwen van onze jaartelling kwam de joodse theologie tot bloei. Door de 'Sefer Jetsiera' kwam een heel nieuwe benadering van de mystiek in zwang. De ideeën van de sefirot en de 32 paden van wijsheid, gebaseerd op het Hebreeuwse alfabet, leidden tot de taal- en getallenmystiek.

Om de kracht van de paden ten volste te ervaren ontwierpen de kabbalisten allerlei mystieke gebruiken zoals het manipuleren van letters die werden gezongen en herhaald. Van de 7° tot de 11 °E verscheen er veel apocalyptische literatuur, geschreven door diverse mystici. Er ontwikkelde zich een rijke engelen- en demonenleer en magische bezweringen werden gemeengoed, doordat de voorheen geheime ideeën van de hemelse wereld toegankelijk werden.

Tussen de 8° en de 11 °E raakte de gematria in zwang. Het beïnvloedde de kabbala in grote mate. Via de gematria probeerden de kabbalisten de relatie tussen de godsnamen en bijbelverzen te verhelderen. De getalsmystiek was niet bedoeld om de toekomst te voorspellen, maar om de verborgen bijbelse betekenissen te onthullen. De gematria werd vooral beoefend in de 13°-eeuwse school van Eleazar van Worms.

De letters van het Hebreeuwse alfabet kregen in alfabetische volgorde een oplopende getalswaarde. Ook werd aan elk karakter van het Oud-hebreeuws schrift een diepere, symbolische betekenis toebedacht. De 1° letter alef bv heeft als getalswaarde 1. Het Oud-hebreeuwse karakter lijkt op een os en als symbolische betekenis heeft alef extraverte, stuwende kracht. Bet, de 2° letter heeft als waarde 2. Het oude karakter lijkt op een huis en bezit passieve eigenschappen. Veel kabbalisten zetten een eigen systeem op om de letters en hun getalswaarde te gebruiken. Het doel was voor iedereen identiek: de verborgen geheime betekenis in de bijbel onthullen.


Abraham Abulafïa werd in 1240 in Spanje geboren. In de Hebreeuwse jaartelling is dat het jaar 5000. Het nieuwe millennium werd met hoop en ontzag verwelkomd. Abulafia zag zichzelf als een verlichte profeet en had tijdens zijn leven en erna felle voor- en tegenstanders. Abulafia's meditatiemethode bestond uit het toepassen van bepaalde lichaamshoudingen, die lijken op yoga, bij combinaties en permutaties van letters van godsnamen. Hij beschreef de oefeningen in zijn werk 'Het leven van de toekomstige wereld'. Hij meende dat er 72 combinaties van de godsnaam bestaan die voorkomen in 3 verzen in Exodus. Zijn methode gaat als volgt:

Bereid U voor. Breng eenheid in uw hart en zuiver uw lichaam. Zoek een speciale plaats waar anderen uw stem niet kunnen horen. Mediteer in afzondering. Onthul uw geheim aan niemand. Door de permutaties zal uw hart zich verwarmen en nieuwe kennis verwerven, kennis die U nooit van mensen leerde noch aan intellectuele analysen ontleende. Als U dit ervaart, bent U klaar om de toevloed te ontvangen, (uit meditatie en kabbala)
Spirituele analogieën.
Pythagoras, de grondlegger van de numerologie in Griekenland geloofde dat het hele universum in getallen kon worden uitgedrukt. Het getal 888 is de naam van Jezus in het Grieks en staat voor de hogere geest. 666 staat voor de sterfelijk geest. Voor de Grieken was 10 het perfecte getal, wat overeenkomt met de perfectie van de 10 sefirot. De getalsmystiek kent ook een fascinatie voor de heilige geometrie. De Egyptische piramiden en graftomben zijn fysieke representaties van heilig geachte numerieke verbanden.
De mystieke kracht van getallen.
De joodse traditie verbiedt het gebruik van magie, waarzeggerij of occulte praktijken om de toekomst te voorspellen. Toch ontstonden er veel kabbalistische rituelen, omdat de mens nu eenmaal zoekt naar geruststelling en bescherming. Amuletten met daarop mystieke ontwer-pen, letters en bezweringen werden veel toegepast.
De kracht van 10.
Het is vrij logisch dat de 10 geboden werden geassocieerd met de 10 sefirot. 10 is een volmaakt getal want als de 2 cijfers 1 en 0 worden opgeteld, is de som 1, het getal dat staat voor de enige God. In Sefer Jetsiera wordt het belang van het getal 10 al in het eerste hoofdstuk duidelijk.

Men kan mediteren op de 10 vingers, de 10 tenen, de tong en de penis. Samen zijn dat 22 lichaamsdelen, wat overeenkomt met de 22 letters van het Hebreeuwse alfabet en de 22 paden. Daarnaast staan de 10 tenen voor de 10 sefirot. Door u tijdens de meditatie op uw tenen te concentreren, concentreert de spirituele energie zich in uw geslachtsorgaan.


De godsnaam JHVH.
De getalswaarde van de Hebreeuwse godsnaam JHVH: jod=10, he = 5, vav = 6, he = 5.

De woordwaarde van JHVH is 26, het heilige gemiddelde tussen 13 en 52. 13 slaat op de 13 Hebreeuwse maanden en 52 op het aantal zonneweken per jaar. Dus JHVH is het middelpunt van het jaar en ook het wezen van de zon en de maan die onze wereld verlichten. JHVH is de wezenlijke bron van dat licht en alle licht.

Via de wonderen van de gematria worden 2 belangrijke woorden gekoppeld aan het tetragrammaton. Dat zijn de woorden liefde ahava (gematria 13) en één, echad, ook 13. Liefde en één zijn equivalent. Hun gezamelijke getalswaarde is 26, het numerieke equivalent van JHVH. De gevolgtrekking is dat God 1 is en dat God liefde is. Liefde is één van de wegen naar Jichoed, eenmaking met de 4 werelden en God. De cijfers van 13,1+3 = 4.
Waarheid.
Nog een goed voorbeeld van de gematria vinden we bij de woorden kool gachelet 441 en waarheid emet 441. Deze overeenkomst wordt op de volgende manier geïnterpreteerd: waarheid brandt als een vlammende kool en brengt alle tegenstellingen samen. Daarnaast bestaat emet uit de eerste, laatste en middelste letter van het Hebreeuwse alfabet en omvat dus het begin en het einde van alle dingen.

De Oost-Europese kabbalisten richtten zich volledig op het woord emet en ze manipuleerden de letters tot Golem, een tot leven gewekt mens van klei, aan wie wonderbaarlijke krachten werden toegeschreven. In zijn voorhoofd stond het woord emet gegrift en de enige manier om het wezen te vernietigen was om met de alef de scheppende adem te verwijderen waarna 'met' bleef staan, wat dood betekent.


Thora.
De Thora bevat 613 wetten onderverdeeld in 365 verboden en 248 geboden. Deze aantallen corresponderen met het aantal dagen in het jaar en het aantal botten in het menselijk lichaam. De gematria van het woord Thora is 611, bijna equivalent aan het aantal wetten. De conclusie is onder meer dat wanneer men leeft naar de wetten van de Thora dat leidt naar het wezen van de goddelijke leer.

De gematria van de Hebreeuwse letters voor het woord Shaddai, 'God van macht is gelijk aan 314. Dat is dezelfde waarde als het Hebreeuwse woord voor Metatron of Engel van de troon.


Kabbala en de chakra's
De boom van het leven kan psychobiologisch worden toegepast op het menselijk lichaam en brengt de fysieke, emotionele en spirituele gezondheid in kaart. De op elkaar inwerkende energieën in de wereld van Jetsiera en Assieja kunnen ook worden gezien als de structuur en processen van geest, emotie en lichaam.
In het hindoeïsme en boeddhisme gebruikt men chakra's om duidelijk te maken hoe de levensenergie chi door het lichaam en het universum stroomt. Chakra komt uit het Sanskriet en betekent wiel. Het wordt gevisualiseerd als een draaikolk, een wiel met spaken of een open lotusbloem die energie ontvangt, verspreidt en transformeert. Er zijn 7 hoofdchakra's en honderden kleinere die in het rijk van het EL, AstL, geestelijke en FL bestaan en het beïnvloeden.

Het idee van de chakra's komt overeen met de kabbalistische zienswijze van de 4 werelden waarin de boom van het leven een actieve rol speelt. De sefirot liggen verticaal op de boom van het leven zoals de chakra's verticaal langs de wervelzuil liggen en met elkaar en de rest van het lichaam zijn verbonden door energiekanalen.

De sefirot op de boom van het leven en het chakrastelsel zijn voor het blote oog niet zichtbaar, hoewel zeer gevoelige mensen beweren in staat te zijn de energiestromen te zien of te voelen. Het chakrastelsel ligt ten grondslag aan alternatieve geneeswijzen als acupunctuur, reflexologie, shiatsu en andere vormen van healing en meditatie.
Het enneagram.
Het enneagram is een geometrisch model van het universum. Het werd begin 20°E in het Westen geïntroduceerd door Georges Gurdjieff, een Russische mysticus die in 1922 naar Frankrijk emigreerde. Hoewel de jezuïet Athanasius Kircher in 1665 al een versie van het enneagram had gemaakt, ligt de bron in het islamitische soefisme. Het soefisme is een mystieke tak van de sjiitische islam die opkwam in de 9°E als reactie op de formele moslimtheologie. De naam is afgeleid van soef, wol, naar het eenvoudige gewaad van ongeverfde wol waarin de soefi gekleed gingen. De soefi's zijn asceten. Ze zien mystieke liefde als het pad naar eenwording met Allah. Het pad naar goddelijk inzicht bestaat uit lezen, studie, gebed en dikr, het constant herhalen van de Godsnaam en passages uit de koran. Het volgen van dit pad laat de mens beseffen dat hij 1 is met God. Het is een levenstaak voor de soefi. We zien hier duidelijke overeenkomsten met het kabbalistische pad van bezinning, devotie en handelen.

Het woord enneagram is Grieks en betekent 9 punten. Het vertegenwoordigt de kosmos en de menselijke psyche. Het combineert 2 oude wetten die wellicht van de heilige geometrie van Pythagoras 6°E v Chr. komen. De wet van de triaden houdt in dat 3 krachten alles regelen wat in de wereld gebeurt:

de actieve startende kracht

de ontvangend verwerkende kracht

de harmoniserende in evenwicht brengende kracht

In filosofische termen kan dit worden vertaald naar these, antithese en synthese. Voor verandering en ontwikkeling moeten 2 tegengestelde krachten worden verzoend door een 3°. Daaruit ontstaan nieuwe inzichten en energie voor een nieuwe werkelijkheid. De mens kan zijn vleselijke profane lichaam ontstijgen door aan zichzelf te werken. Dit is een vorm van alchemistische transmutatie.


Alchemie.
Alchemie is de oude geheime wetenschap waarmee alchemisten probeerden onedele metalen om te zetten in goud. De naam is afgeleid uit het Arabisch 'al kimija' (chemie) en het Grieks khemia, smelten en legeren van metaal. Alchemie is primitieve scheikunde maar heeft ook een spirituele kant. De wortels van de alchemie zitten in veel tradities, hermetische kunst, gnosticisme, islam, taoïsme, yoga en kabbala.
De alchemie ontstond omstreeks de 2°E v Chr. als resultaat van de vruchtbare betrekkingen tussen Griekenland en Egypte. Uit Egypte kwam het basisprincipe dat een goddelijke kracht de wereld creëerde van een chaotische massa of oermaterie. Het proces van solva et coagula, oplossen en verbinden kan alle dingen reduceren tot oermaterie of hen veranderen in edelere substanties.

Rond de 12°E verspreidde de alchemie zich via Arabië door Europa en werd daar tot een achtenswaardige wetenschap. Van de 14°E tot de 17°E beleefde de alchemie haar hoogtepunt, hoewel de wetenschap in combinatie met christelijke of occulte kabbalistische oefeningen sterk werd afgekeurd door de katholieke kerk.

In de 14°E werden de beginselen van de alchemie toegelicht door Nicolas Flamel. Hij beweerde dat hij kwik kon omzetten in zilver en goud. Dat was hem gelukt middels de steen der wijzen, een katalysator, elixer of chemisch preparaat. In de 17°E beweerde Johan Frederik Helvetius, geneesheer van de Prins van Oranje dat hij een stuk van de steen der wijzen had kunnen bemachtigen en lood kon veranderen in goud.

Behalve het maken van goud, probeerden de alchemisten ook een levenselixer te maken, een drankje dat de mens onsterfelijk maakte, door een stukje van de steen der wijzen op te lossen in alcohol. De beroemde Zwitserse arts Paracelsus zei dat dit elixer het gehele lichaam reinigde door de introductie van nieuwe jeugdige krachten die worden gekoppeld aan het lichaam van de mens.

Ten grondslag aan de alchemistische transmutatie lag het idee dat alles bestaat uit 3 stoffen, zwavel, (de ziel en het vurige mannelijke principe), kwik (de geest en het waterige vrouwelijke principe) en zout of lichaam. Door het oplossen van deze samenstellingen en ze opnieuw te verbinden volgens de astrologie en allerlei heilige instructies kon de alchemist de mysteriën van de spirituele wereld betreden.
Astrologie en de dierenriem.
Een verhaal uit de talmoed illustreert de Joodse houding tov de astrologie: 2 Joodse houthakkers betraden een herberg op weg naar het woud. Een Chaldeeër bood aan hun horoscoop te rekken. Hij voorspelde dat ze diezelfde dag nog zouden sterven. De Joden gingen naar hun werk en onderweg ontmoetten ze een oude man die bijna omkwam van de honger. Ze haalden het brood tevoorschijn dat ze voor die dag hadden meegenomen en gaven de helft aan de oude man. Die avond kwamen ze weer bij de herberg en herkenden de astroloog. Verwonderd keek hij hen aan toen ze hun lading hout op de grond lieten vallen. Hij was nog verbaasder toen uit elke stapel de helft van een zeer giftige maar dode slang viel. 'Wat hebben jullie gedaan om jullie doodsbeschikking af te wenden?' vroeg hij. Ze vertelden hem hun belevenissen. Hij riep uit 'Gezegend zij de God van de Joden die de sterren uit hun koers brengt vanwege een half brood'. Geciteerd in Bill Heilbron, God is geen oom. Dit verhaal maakt duidelijk dat de astrologie bekend was. De mannen stonden immers toe dat de Chaldeeër hun horoscoop trok. Maar het einde van het verhaal geeft aan dat de naleving van het Joodse geloof, hier een daad van goedertierenheid en liefdadigheid, als een betere manier gold om de toekomst zeker te stellen.

Sta even stil bij het verband tussen kabbala, astrologie en uw leven. Bedenk dat u degene bent die de beslissingen moet nemen. Vertrouw niet op voorspellingen want dan staat u uiteindelijk machteloos tegenover de gebeurtenissen.


Eenheid zoeken - Jichoed.
De kabbalistische term jichoet, eenheid beschrijft het werk van eenwording tussen de werelden en God. U zette al de eerste stappen op dit pad. Maar houdt uzelf niet voor de gek, het gaat nog veel dieper. Graaft u dieper in de grond of duikt u dieper in het water neemt de concentratie toe. Daardoor krijgt hetzelfde volume een intensere inhoud. Zo is het ook met de kabbala.

God zei tegen Abraham: 'Ga naar uzelf, ken uzelf, vervul uzelf.' Zohar 1:78A Dit vers is gericht aan iedereen. Zoek en vind de wortel van uw ziel zodat u die kunt vervullen en hereni-gen met zijn bron, zijn wezen. Hoe meer u uzelf vervult, hoe meer u uw echte zelf benadert.


De 3 taken van de kabbala.
De taak van de kabbala bestaat uit bezinning, devotie en handelen. Het is beter om met een

metgezel en een leermeester aan dit werk te beginnen zodat u op het juiste spoor blijft. Zoek

een leermeester die integer en betrokken is en kennis heeft van de leer.

Bezinning betekent bezig zijn met teksten, de metafysische wereld en overige leringen. Ook

meditatie hoort daarbij, om de leer te herkennen in uw dagelijks leven en die ervaringen met



de kabbalistische wijsheid in verband te brengen.

Devotie kan elke vorm van gebed of dienst zijn, als zij maar uit het hart komt. De christenen noemen dit het doen van Gods werk. Terwijl u dankbaar en gewillig de goddelijk wil naar buiten brengt, kunt u elk moment tot een gelegenheid maken van herkenning en erkenning van de aanwezigheid van liefde en ontzag.

Devotie: innerlijke houding van de mens waardoor hij zich richt tot de Schepper, heilige dingen of mensen.

Handelen: is elk moment in uw leven de goddelijke wil manifesteren. Door rituelen te creëren, kunt u één of meerdere dagelijkse bezigheden tot een gebed maken. Op dezelfde manier kunnen ogenschijnlijk alledaagse handelingen een uiting van hogere liefde en licht in de wereld worden.








De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina