De keerzijde van de Bevrijding De omgang met ‘moffenmeiden’ in Bergen op Zoom, 1944 – 1948 Annelieke Wiegeraad Master Thesis Maatschappijgeschiedenis Erasmus Universiteit Rotterdam De keerzijde van de Bevrijding De omgang met ‘moffenmeiden’ in Bergen op



Dovnload 0.55 Mb.
Pagina1/12
Datum20.08.2016
Grootte0.55 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   12


De keerzijde van de Bevrijding

De omgang met ‘moffenmeiden’ in Bergen op Zoom, 1944 – 1948



Annelieke Wiegeraad

Master Thesis Maatschappijgeschiedenis

Erasmus Universiteit Rotterdam


De keerzijde van de Bevrijding

De omgang met ‘moffenmeiden’ in Bergen op Zoom, 1944 – 1948

Annelieke Wiegeraad

Studentnummer: 296592



annelieke_w@hotmail.com
Master Thesis Maatschappijgeschiedenis

Faculteit der Historische en Kunstwetenschappen

Erasmus Universiteit Rotterdam

Breda, 13-08-2009



Begeleider: drs. S.M. Hogervorst

Tweede lezer: prof. dr. M.C.R. Grever

De afbeelding op de titelpagina betreft het bevrijdingsmonument van Bergen op Zoom in de Arnoldus Asselbergsstraat, gewijd aan alle gevallenen 1940 - 1945.

Foto: Annelieke Wiegeraad

Inhoud:
Dankwoord 7
Hoofdstuk 1 Een onderzoek naar ‘moffenmeiden’ in Bergen op Zoom 8

    1. Onderzoeksvragen 10

    2. Historiografie 15

    3. Bronnen, methoden en opzet van deze thesis 20


Hoofdstuk 2 Dominante discoursen in de onderzoeksperiode 26

2.1 Het gender en seksualiteitdiscours als leidraad voor vrouwelijk gedrag 26

2.1.1 Fatsoenlijke meisjes, goede echtgenotes 27

2.1.2 Tijdens de bezetting: een gegroeid seksebewustzijn 30

2.1.3 Na de Bevrijding: het gezin als steunpilaar 32

2.2 De stadsmuur, de zuil en het vaderland; discoursen omtrent socialiteit, religie en vaderlandslievendheid 34

2.3 Conclusies 37
Hoofdstuk 3 ‘Vijf gulden leut!’ De ‘moffenmeiden’ in Bergen op Zoom 39

3.1 ‘Moffenmeiden’ 39

3.2 Afwijken van de dominante discoursen 44

3.2.1 ‘Moffenmeiden’ in Bergen op Zoom versus discoursen omtrent gender en

seksualiteit, religie en sociaal gedrag 45

3.2.2. ‘Moffenmeiden’ in Bergen op Zoom versus het vaderlandslievendheid discours 49

3.3 Verraderlijke motieven 51

3.4 ‘Als Nederland is bevrijd, draag jij je koppie kaal!’ De veranderende houding jegens collaborateurs en de invloed hiervan op de omgang met ‘moffenmeiden’ 53

3.5 Conclusies 59
Hoofdstuk 4 27 oktober 1944: Bergen op Zoom bevrijd 61

4.1 “Toen konden die dweilen niet tellen tot tien…” De informele omgang met de

‘moffenmeiden’ na de Bevrijding 63

4.2 ‘De verwildering der zeden’ 65

4.3 ‘De druk van de ketel’: een verklaring voor de informele naoorlogse omgang met

‘moffenmeiden’ 67

4.4 Conclusies 70

Hoofdstuk 5 ‘Het kwaad mag geen kans meer hebben!’ De Bijzondere Rechtspleging

1944 – 1948 73

5.1 Eindelijk gerechtigheid! Tuchtgerechtelijke en strafgerechtelijke procedures 73

5.2 Het Tribunaal van Bergen op Zoom 80

5.3 De bewaring- en verblijfskampen 83

5.4 Vanaf medio 1945: de ordelijke fase 86

5.5 Conclusies 88


Hoofdstuk 6 Slotbeschouwing 91

6.1 De ‘moffenmeiden’ versus de dominante discoursen uit de onderzoeksperiode 92

6.2 De informele en de formele naoorlogse omgang met ‘moffenmeiden’ in Bergen op

Zoom 93


6.3 Na 1 juni 1948 94
Bronnen en Literatuur 98

Dankwoord
Het schrijven van een afstudeerthesis lijkt voor een groot deel een eenzaam proces. Deuren en ramen dicht, gesloten gordijnen en de telefoon op stil. Alleen op een studentenkamer in het schijnsel van de opengeklapte laptop. En inderdaad, zo heb ik het afgelopen jaar talloze uren doorgebracht. Er zijn echter veel mensen geweest die dit proces met mij hebben meebeleefd en die me, op wat voor manier dan ook, hierbij hebben geholpen. Deze hulp is voor mij van cruciaal belang geweest. Een aantal personen wil ik hiervoor in het bijzonder bedanken. Mijn dank gaat allereerst uit naar Susan Hogervorst, de begeleider van mijn thesis. Zij stond op elk moment voor me klaar met haar kritische blik en inzicht. Haar toewijding heb ik als zeer bijzonder ervaren. De tweede lezer van mijn thesis, Maria Grever, wil ik eveneens bedanken voor haar ondersteuning, goede adviezen en commentaar. Ik bedank ook Wiel Lenders, mijn stagebegeleider en directeur van het Nationaal Bevrijdingsmuseum 1944-1945, voor de mogelijkheden binnen mijn stage met betrekking tot mijn thesis. Mijn moeder, mijn zus en Gijs wil ik bedanken voor het feit dat zij het afgelopen jaar ontzettend met me meegeleefd hebben. Zij waren er altijd. Ook bedank ik mijn oma, die een bijzondere rol heeft gespeeld bij het tot stand komen van deze thesis. Cock en Karina Raaijmakers wil ik bedanken voor het kritisch lezen van de conceptversie. Natuurlijk gaat mijn dank ook uit naar alle informanten die bereid waren mee te werken aan dit onderzoek. In het bijzonder naar mevrouw G. en haar ‘detectivebureau’. Ten slotte wil ik de medewerkers van het Markiezenhof en het Nationaal Archief, vooral Elly van Eekelen en Marjolein Jorna, bedanken voor hun inzet.

Annelieke Wiegeraad

Breda, augustus 2009.

Hoofdstuk 1

Een onderzoek naar ‘moffenmeiden’ in Bergen op Zoom
‘Fahren sie nog weiter nach Bergen op Zoom?’ roept de jongste zoon uit een gezin van fervente NSB-aanhangers in foutloos Duits naar de Canadezen die zich even buiten de stad ophouden. Omstanders beginnen prompt te lachen en veelzeggend tegen elkaar te fluisteren. De jongen, zich bewust van de ongemakkelijke situatie, druipt beduusd af.1 Het is dinsdag 27 oktober 1944. De slag om Bergen op Zoom duurde langer dan verwacht. De Duitsers, die vier jaar lang vertrouwd onderdeel uitmaakten van het dagelijkse straatbeeld in de stad, gaven zich duidelijk niet zomaar gewonnen. Nog steeds is het niet veilig achter de Zoom, de rivier die de stad in tweeën deelt, maar in het centrum lijkt het er nu op dat ook de tot het laatst gebleven Duitsers zijn vertrokken.2 De geallieerde troepen maken dan ook aanstalten om door te rijden, met de twee broertjes van het NSB jochie nog op de tanks en een nieuwsgierige en opgetogen groep Bergenaren in hun kielzog.3 Het is vijf voor half vijf in de namiddag, wanneer de Canadese tanks langzaam en onder grote belangstelling de Grote Markt van Bergen op Zoom op rijden om vervolgens halt te houden voor een statig gebouw met witte en rode luiken: het stadhuis.4 Het is zover, na een vier en een half jaar durende bezetting door de Duitsers is het grootste deel van de stad eindelijk bevrijd.

Voor wie 64 jaar na dato op zoek gaat naar beelden en getuigenissen van de Bevrijding, is het niet moeilijk de euforische sfeer waarin de stad destijds verkeerde terug te halen. Jonge vrouwen, haast meisjes nog, en kleine kinderen omringen een Canadese soldaat en poseren breed lachend voor de foto. Een Rode Kruis-medewerkster kust een Tommy hartstochtelijk op de mond. Twee vrouwen staan arm in arm, met de rug naar de fotograaf, op de Grote Markt toe te kijken hoe andere meisjes lachend op de tanks klimmen om plaats te nemen tussen de Tommy’s: de helden.5 ‘Wat ‘n heel andere sfeer nu de Tommie’s er zijn!’, schrijft een veertigjarige onderwijzeres op 2 november 1944 in haar dagboek. ‘We zijn vrij!’, vervolgt ze. Pannenkoeken en chocola eten tot je misselijk wordt, sigaretten roken met de Canadese strijders, dansen tot diep in de nacht… Bergen op Zoom viert feest en hangt massaal de vlag uit. 6

Dat er in dezelfde periode, in dezelfde stad, tientallen (jonge) vrouwen door een joelende menigte stadsgenoten hardhandig uit hun huizen worden weggevoerd om, in afwachting van een proces, opgesloten te worden in een oude kazerne, ontsnapt in eerste instantie volledig aan het oog. ‘Moffenmeiden’ waren het. Zij hadden geheuld met de vijand en daarvoor zouden ze nu boeten. Het verhaal van en over deze vrouwen laat een andere kant van de Bevrijding zien, een kant waarin maar weinig ruimte is voor euforie.

Mijn inmiddels 87 jarige oma, in deze thesis noem ik haar mevrouw K., trad in de zomer van 1945 in dienst als typiste bij het Tribunaal in Bergen op Zoom. Het Tribunaal maakte belangrijk onderdeel uit van de indertijd in het leven geroepen Bijzondere Rechtspleging. Het was aan de juristen binnen deze tribunalen te oordelen of Nederlanders zich tijdens de bezetting als goede staatsburgers opgesteld hadden. Wanneer burgers zich in strijd met de belangen van het Nederlandse volk hadden gedragen of afbreuk hadden gedaan aan het verzet tegen de vijand, werden zij bestraft. Deze burgers waren volgens het Tribunaalbesluit in dit geval ‘fout gezind’ geweest gedurende de bezetting.7 De voornaamste taak van mevrouw K. binnen het Tribunaal was het uittypen van proces-verbalen van ‘foute’ stadsgenoten en inwoners uit omringende dorpen. Maandenlang zat zij elke dag achter haar bureautje. Meer dan haar typemachine en de stapels velletjes papier waarop de gesprekken tussen deze ‘onvaderlandslievenden’ en de juristen van het Tribunaal vluchtig waren neergekrabbeld, paste hier vaak niet op. De processen aangaande de ‘moffenmeiden’ kon ze door haar functie op de voet volgen. De vernederende en vaak seksueel getinte vragen die aan deze vrouwen werden gesteld, staan in haar geheugen gegrift. ’s Avonds durfde ze thuis niet te vertellen wat ze die dag allemaal uitgetypt had.8

Haar verhalen wekten mijn nieuwsgierigheid. Want wat is er eigenlijk bekend over de naoorlogse omgang met deze vrouwen? Hoe werd (zowel op formeel als op informeel gebied) met hen omgegaan na de Bevrijding? Ik besefte dat ik de antwoorden grotendeels schuldig moest blijven. Ze vormen kennelijk een stuk geschiedenis die op de achtergrond geraakt lijkt te zijn, of altijd op de achtergrond gebleven is.

Al snel bleek dat ik behoorlijk diep in de geschiedenis van de stad moest graven om deze antwoorden te vinden en een indruk te krijgen van de keerzijde van de Bevrijding. Ondanks het feit dat binnen Nederland, bij bijvoorbeeld het NIOD, veel beeldmateriaal te vinden is over de publieke afrekening met ‘foute’ Nederlanders (foto’s van het kaalknippen van ‘moffenmeiden’ zijn in opvallend groten getale gemaakt), lijkt in Bergen op Zoom nooit een foto te zijn afgedrukt. In het hierboven genoemde dagboek van de Bergse onderwijzeres wordt er met geen over woord gerept. En in andere geschreven werken aangaande de Bevrijding van de stad wordt eveneens nauwelijks aandacht besteed aan het onderwerp. Zelfs de stadshistoricus van Bergen op Zoom, drs. Yolande Kortlever, kan me naar eigen zeggen niets over het onderwerp vertellen.

De verhalen van en over de voormalige ‘moffenmeiden’ lijken zorgvuldig te zijn weggestopt. Nu zijn ervaringen van vrouwen, ook ervaringen uit de Tweede Wereldoorlog, over het algemeen lange tijd aan het zicht onttrokken geweest.9 Op de verhalen van deze vrouwen rust daarnaast nog eens een aanzienlijk taboe. Het is simpelweg geen prettig onderwerp, benadrukt historica Monika Diederichs in Wie geschoren wordt moet stilzitten, de omgang van Nederlandse meisjes met Duitse militairen.10 Diederichs slaagde er als één van de weinigen in de betreffende vrouwen aan het praten te krijgen. Nu is Diederichs goed bekend met de situatie van deze vrouwen, aangezien zij een kind van ‘foute’ ouders is; de historica heeft een Duitse vader. Dit heeft er hoogstwaarschijnlijk voor gezorgd dat de betreffende vrouwen in haar een begripvol luisterend oor zagen. Haar oproep resulteerde dan ook in 56 interviews. Uit deze interviews wordt pijnlijk duidelijk dat de ‘foute’ relatie met een Duitser vaak enorme impact op het verdere leven van de betreffende vrouwen heeft gehad. ‘Kort na de bevrijding leek alles al haast vergeven en vergeten’, schreef de 90-jarige informant meneer W. die meewerkte aan dit onderzoek.11 Maar uit het boek van Diederichs blijkt, dat het voor de vrouwen in kwestie vaak een stuk gecompliceerder lag. Eigenlijk zijn ze gedurende hun verdere leven altijd ‘moffenmeiden’ gebleven.12 En ook opeenvolgende generaties ervaren de gevolgen van de ‘foute’ relaties. ‘De stempel blijft er toch op zitten’, legt mevrouw G., een 81 jarige informant, aan me uit.13

In dit onderzoek wil ik een onalledaags aspect van de geschiedenis van de stad Bergen op Zoom laten zien. De stad waar mijn oma 64 jaar geleden werkzaam was als typiste bij het Tribunaal aan de in het centrum gelegen Steenbergsestraat. De verhalen van en over de betreffende vrouwen, en in dit geval vooral de Bergen op Zoomse vrouwen, zijn immers verhalen die het verdienen te worden verteld. Als keerzijde van de Bevrijding vormen ze een verborgen en verbloemd stuk geschiedenis, terwijl ze vaak grootschalige gevolgen hadden en hebben op het leven van de betrokkenen en nabestaanden.




    1. Onderzoeksvragen

In deze thesis zal één vraag domineren. Het beantwoorden hiervan is het uiteindelijke doel van dit onderzoek. Deze centrale onderzoeksvraag luidt:
Hoe was tussen 27 oktober 1944 en 1 juni 1948 de formele en informele omgang met ‘moffenmeiden’ in Bergen op Zoom en hoe is deze omgang te verklaren?’
Enkele keuzes en concepten uit deze onderzoeksvraag roepen mogelijk vragen op. Zoals het waarom achter de specifieke tijdsafbakening. De keuze voor deze tijdsafbakening is gemaakt omdat ik de informele en de formele naoorlogse omgang met de vrouwen in kwestie wil onderzoeken. Logischerwijs begint mijn onderzoeksperiode dan ook na de Bevrijding van Bergen op Zoom. De periode tussen 27 oktober 1944 en 1 juni 1948 beslaat de periode tussen de Bevrijding van Bergen op Zoom en de landelijke liquidatie van de Tribunalen. Het bestaan van Tribunalen werd in de periode vóór 1 juni 1948 kennelijk als noodzakelijk beschouwd, wat impliceert dat de berechting van ‘onvaderlandslievenden’ (en dus ook van vrouwen die met Duitsers ‘liepen’) nog in volle gang was in deze periode. Naar alle waarschijnlijkheid namen de ‘landverraders’ in deze periode een groot deel van zowel de politieke als de publieke agenda in beslag. De onderzoeksperiode is dus geschikt wanneer we de direct naoorlogse informele en de formele omgang met ‘moffenmeiden’ willen onderzoeken. In mijn onderzoek is het noodzakelijk ook de voorgeschiedenis van de gebeurtenissen in de onderzoeksperiode uiteen te zetten. Deze voorgeschiedenis vormt immers de ‘voedingsbodem’ voor de formele en informele reactie op en omgang met de betreffende vrouwen. Zonder deze voorgeschiedenis zouden mijn uiteindelijke onderzoek en de hieruit gedestilleerde onderzoeksresultaten een stuk minder inzichtelijk zijn. Vandaar dat er binnen het onderzoek ook veelvuldig aandacht wordt besteed aan de periode vóór de Bevrijding van Bergen op Zoom.

In deze thesis staat enerzijds de informele en anderzijds de formele omgang met de ‘moffenmeiden’ centraal. Informeel en formeel zijn brede begrippen. Met de informele omgang doel ik in deze thesis louter op de omgang van de sociale leefomgeving met de vrouwen in kwestie. Onder deze sociale leefomgeving worden familie, vrienden, kennissen en buurtbewoners verstaan. Hoe gingen zij om met de deze vrouwen en de situatie waarin zij zich bevonden? Met het concept formele omgang wordt voornamelijk gedoeld op de geïnstitutionaliseerde omgang van de Bijzondere Rechtspleging met deze vrouwen.



De ‘moffenmeiden’ vormen het uiteindelijke onderwerp van deze thesis. Maar ook deze aanduiding vraagt om uitleg. Onder een ‘moffenmeid’ wordt in deze thesis elke vrouw verstaan (weliswaar binnen de stadsgrenzen van Bergen op Zoom) die tijdens de Tweede Wereldoorlog ‘omging’ met een Duitser. Met ‘omgaan’ doel ik in deze thesis op een relatie of een flirt. Er is dus altijd sprake van een bepaalde liefdesverhouding/ lustverhouding tussen de vrouw en de Duitser(s). Hierbij speelden politieke belangen, zo wordt door mij verondersteld, over het algemeen nauwelijks een rol van betekenis. Zij vormden in ieder geval niet een hoofdmotief. Natuurlijk zijn deze vrouwen niet over één kam te scheren. Zij hadden bijvoorbeeld vaak uiteenlopende beroepen.14 Van de zesenvijftig meisjes die Diederichs uiteindelijk interviewde, vielen vijfendertig vrouwen onder de middenstand en achttien onder de arbeidersklasse. Zeven vrouwen kwamen ‘zelfs’ uit zeer welgestelde families. Ook de leeftijden van de vrouwen in kwestie variëren behoorlijk. Uit de dossiers van het CABR (hierover geef ik verderop meer uitleg) wordt duidelijk dat de meeste vrouwen tussen de 18 en 28 jaar waren. Volgens mevrouw G. bevonden zich ook enkele oudere, ongetrouwde dames onder de groep vrouwen die voor de charmes van een Duitse man viel. Het betreft hier dus een gevarieerde groep individuen; op zichzelf staande personen met een eigen achtergrond en een eigen verhaal. Toch worden deze personen in deze thesis noodzakelijkerwijs in een bepaald ‘hokje’ geplaatst. Er wordt immers verondersteld dat ze een aparte groep vormen, slechts op basis van min of meer overeenkomstig gedrag in een bepaalde periode van hun leven. Er zal dus veelal gesproken worden in termen als ‘de vrouwen’ en ‘de moffenmeiden’. Ik zet het begrip tussen aanhalingstekens omdat het een label is voor deze meisjes/ vrouwen die bedacht is door de ‘tegenpartij’, en dus door iedereen die zich tegen deze verhouding/ dit gedrag van de betreffende vrouwen en meisjes keerde in mijn onderzoeksperiode. ‘Moffenmeid’ is geen positieve benaming; er spreekt een duidelijk waardeoordeel uit. Het is echter een gangbare term die iedereen meteen begrijpt en daarom wil ik hem gebruiken.
De naoorlogse bestraffing van ‘moffenmeiden’ wordt veelal verklaard vanuit opgekropte gevoelens van wraak en vergelding veroorzaakt door het feit dat deze vrouwen gecollaboreerd hadden. Ik zoek deze verklaring eveneens in dergelijke gevoelens, maar ik bedeel hierbij ook een belangrijke rol aan gender en seksualiteit toe. De ‘moffenmeiden’ werden immers, wanneer we kijken naar de straffen waarmee deze vrouwen hun ‘foute’ keuzes moesten bekopen, op meerdere manieren doelbewust aangetast in hun vrouwelijkheid. Ze werden (en worden) veelvuldig uitgemaakt voor ‘moffenhoeren’ of ‘snollen’, hun haren werden afgeknipt en hun gezichten besmeurd met vuiligheid zodat geen man meer door hen zou kunnen of willen worden verleid. Bovendien werden door instellingen als het Tribunaal tijdens ondervragingen overwegend seksueel getinte vragen gesteld, zo werd al uitgelegd door mevrouw K. De (in)formele omgang met de betreffende vrouwen na de Bevrijding lijkt dus op meerdere aspecten ‘gender-gerelateerd’ te zijn. In deze thesis speelt dit begrip dan ook een belangrijke rol.

‘Gender’ wordt wel eens verward met ‘sekse’. Er is echter een duidelijk verschil tussen deze concepten. Sekse is biologisch bepaald, het betreft hier immers slechts het geslacht; man of vrouw. Bij gender ligt het gecompliceerder. Gender is psychologisch en cultureel bepaald. Het draait hier niet om het man of vrouw zijn, maar om mannelijkheid en vrouwelijkheid. ‘Gender is de sociaal-culturele constructie van mannelijkheid en vrouwelijkheid die op basis van deze verschillen wordt toegeschreven, maar daardoor niet per se wordt veroorzaakt’, aldus historica Maria Grever.15 Deze ‘sekse identiteiten’ zijn gevormd door opvoeding en verscheidene omgevingsfactoren. Ann Oakley, antropologe, maakt duidelijk dat dit vormen van ‘gender rollen’ al begint wanneer een kind wordt geboren.16 Grever noemt dit aanleren van seksespecifiek gedrag ‘seksespecifieke socialisatie’. Wanneer jongens en meisjes bepaalde denkwijzen en bepaald gedrag als vanzelfsprekend gaan zien, is er sprake van ‘internalisatie’, zo legt de historica uit.17 Het gaat bij gender dus om vanzelfsprekende uitingen van mannelijkheid en vrouwelijkheid. In deze thesis ga ik van deze laatste definitie uit.

Grever legt uit dat onze gehele sociale leefwereld, door de geschiedenis heen, is ‘gekleurd’ door opvattingen over gender. Bovendien kunnen gender constructies sociale omgangsvormen produceren en reproduceren.18 Ook Petra de Vries, één van de oprichtsters van Vrouwenstudies in Nederland, benadrukt het belang van de begrippen gender en seksualiteit. Deze begrippen zijn niet los te koppelen van de geschiedenis en de politiek. Ze zijn zelfs sterk verbonden met deze terreinen en vormen dan ook een belangrijk aandachtspunt.19 Sociologe Jolande Withuis maakt duidelijk dat gender een ‘ordeningsprincipe’, een steevaste tweedeling, van het sociale en politieke leven is. Er bestaat dan ook altijd een soort ‘sekse raster’ van waaruit ons gedrag wordt gesorteerd, geïnterpreteerd en gewaardeerd, aldus Withuis.20

Ondanks deze belangrijke rol die gender en seksualiteit in onze samenleving vervullen, en ogenschijnlijk ook bij de naoorlogse reacties op de ‘moffenmeiden’, lijkt hier in de ‘doorsnee’ verklaring voor de reacties jegens deze vrouwen, die uiteindelijk gezocht wordt in het ‘collaborerende’ aspect, weinig rekening mee gehouden te worden. Deze ‘doorsnee’ verklaring is dan ook te eenzijdig. Er lijkt immers, zo wordt ook door Monika Diederichs en de Duitse historica Claire Duchen verondersteld, een combinatie te bestaan van de verklaring die gezocht wordt in gevoelens van wraak en vergelding vanwege de ‘collaborerende praktijken’ van de vrouwen in kwestie én vanwege de rol die gender en seksualiteit hierbij gespeeld lijken te hebben.

In deze thesis zal worden onderzocht welke rol deze aspecten innemen bij de verklaring voor de direct naoorlogse reactie op de ‘moffenmeiden’ en welke ‘factor’ hierin zwaarder woog. Af en toe zal hierbij worden gerefereerd aan mannelijkheid, maar ik besteed voornamelijk aandacht aan de algemeen heersende opvattingen over hoe vrouwen zich behoorden te gedragen in de maatschappij van de onderzoeksperiode.

Opvattingen over gender (de constructies van mannelijkheid en vrouwelijkheid) verschillen vaak per cultuur en per periode. Ze zijn dus veranderlijk van aard en vormen geen wereldlijk gemeengoed. Genderconstructies kunnen, wanneer we deze bekijken binnen de geschiedenis, bovendien geheel strijdig met elkaar zijn. 21 Een genderconstructie uit het verleden kan dermate veranderen dat deze vandaag de dag het tegengestelde inhoudt. Deze wetenschap is belangrijk voor dit onderzoek. De aandacht wordt hierin immers gevestigd op de (in)formele omgang met een selecte groep van eenzelfde sekse in een bepaalde periode, waarin genderopvattingen alom aanwezig waren en de sociale leefwereld van de personen die in deze thesis aan het woord zullen komen en van de groep personen waar het onderzoek op is gebaseerd (namelijk de ‘moffenmeiden’ uit Bergen op Zoom) kleurden. Het is zeer waarschijnlijk dat deze opvattingen over gender in deze periode, soms zelfs fundamenteel, anders waren dan vandaag de dag, gezien de veranderlijke aard van genderconstructies. Dit betekent dat ik, als ik aandacht wil besteden aan gender en seksualiteit, zal moeten onderzoeken hoe er over deze zaken gedacht werd in mijn onderzoeksperiode.

Het sociologische werk van Withuis, De jurk van de kosmonaute. Over politiek, cultuur en psyche, is hierbij erg bruikbaar. Hierin diept Withuis het begrip ‘gender’ uit en beschrijft zij de rol die gender, onder andere in mijn onderzoeksperiode, speelde in de Nederlandse samenleving. De rol en de sekseidentiteit van de vrouw in deze samenleving worden in dit boek uitvoerig behandeld. Hieraan zal dan ook regelmatig worden gerefereerd.

Deze nadruk op gender is in mijn ogen een interessante invalshoek, waaruit hopelijk een goed onderbouwde verklaring voortkomt voor de naoorlogse (in)formele omgang met de ‘moffenmeiden’ in Bergen op Zoom. Maar niet alleen gender vormt (en vormde) een ‘kleurende factor’ in onze sociale leefomgeving, zo is mijn overtuiging. Ook religie bijvoorbeeld speelt (en speelde) hier een belangrijke rol. In mijn ogen is het belangrijk om ook de andere factoren die het dagelijks leven in het Bergen op Zoom uit de onderzoeksperiode ‘vorm gaven’ te belichten. Het is immers mijn streven de historische context te belichten. Dit doe ik middels het uiteenzetten van de dominante ‘discoursen’ uit de onderzoeksperiode.

Van het concept ‘discours’ (ook wel ‘vertoog’) bestaan tientallen definities, zo legt hoogleraar Humanistiek Sara Mills uit in Discourse. De Franse filosoof Michel Foucault omschrijft de term ‘discours’ als ‘een geheel van ware uitspraken dat het weten en de daarop geënte kennis van een bepaalde periode reguleert’. Dit discours werkt in alle lagen van het weten door.22 In de ‘filosofische bijsluiter’, samengesteld door medewerkers van de faculteit voor Sociale Wetenschappen van de Universiteit van Utrecht, wordt ‘vertoog’ wat uitgebreider omschreven: ‘Het geheel aan redenaties waarmee een onderwerp in een bepaald perspectief wordt gezet. Het vertoog wordt gevormd door de geschreven of gesproken teksten rond een onderwerp. In een vertoog schuilt veel macht op het punt van het aanmerken van wat `normaal en abnormaal' genoemd wordt en het toewijzen van de machtsposities.’23 Mijn eigen definitie legt de nadruk op dit laatstgenoemde: dat wat normaal en abnormaal genoemd wordt. Dit vertaal ik naar: in de samenleving levende opvattingen over wat als normaal en wat abnormaal gezien wordt. Hierbij draait het om het gewenste, normale gedrag. Automatisch zal hieruit ook het tegengestelde, ‘verkeerde’ gedrag worden gedestilleerd. Binnen het algemene discours zullen vervolgens vier discoursen worden onderscheden, om het geheel overzichtelijker te maken. Deze dominante discoursen die het dagelijks leven indertijd vorm gaven zijn achtereenvolgens: het ‘gender en seksualiteit discours’, het ‘sociale discours’, het ‘religieuze discours’ en het ‘vaderlandslievendheid discours’. Deze discoursen vormen als het ware ‘verzamelbakens’ waaronder, per gebied, de verschillende normen zijn ondergebracht die op deze gebieden van toepassing zijn.

Mijn veronderstelling is dat deze discoursen gezien hun ‘kleurende’ uitwerking op de sociale leefomgeving van invloed zijn geweest op de naoorlogse omgang met ‘moffenmeiden’. Samengevoegd geven zij immers een goed inzicht in de historische context, waardoor bepaalde gebeurtenissen beter te verklaren zijn. De discoursen binnen deze context vervulden een vormende rol bij het tot stand komen van deze gebeurtenissen. Het is dan ook cruciaal om deze discoursen te belichten met behulp van uiteenlopend bronnenmateriaal. De discoursen vormen enerzijds dus een onderzoeksonderwerp, maar functioneren ook als onderzoeksinstrument. Ik wil de naoorlogse omgang met ‘moffenmeiden’ immers benaderen vanuit de historische context waarbinnen deze omgang vorm kreeg, om te onderzoeken welke verklaring hierin schuilt voor deze omgang. De vraag ‘hoe behoorde je jezelf in de onderzoeksperiode als inwoonster van Bergen op Zoom te gedragen?’ zal dan ook centraal staan.





  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   12


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina