De Koptische ikonen



Dovnload 43.85 Kb.
Datum25.08.2016
Grootte43.85 Kb.
De Koptische ikonen.
Iconen hebben een belangrijke plaats in het leven en de aanbidding van de Koptisch Orthodoxe Kerk. Het woord icoon stamt af van het Griekse woord “eikon” of van het Koptische (oudegyptisch) woord “eikonigow” – beide woorden komen in uitspraak met elkaar overeen. Het woord icoon wordt gebruikt in het Oude Testament van de Griekse Bijbel, waar staat: “En God zeide: Laat Ons mensen maken naar ons beeld,… En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods’ beeld schiep Hij hem.” (Gen. 1:26-27). Dit woord is ook gebruikt in het Nieuwe Testament in de brief van Sint Paulus aan de Kolossenzen: “Hij is het beeld van de onzichtbare God. . . “ (Kol. 1:15)
Iconen worden gebruikt in de dienst van het evangelie en de Heilige Traditie van de kerk, dus niet alleen als een kunstzinnig middel. Iconen zijn vensters naar de hemel. Een gelovige mediteert over de persoon wiens afbeelding op het icoon staat. Op deze manier kan de icoon een rol spelen in het verhogen van het spirituele leven van de gelovige door de nabootsing van het leven van de persoon op het icoon. Daarom kunnen iconen een zegen in ons leven zijn als wij ze op spirituele wijze gebruiken. Een icoon is dus niet slechts een kunststuk maar het omvat ook een hoop spirituele betekenis in ons leven. De kern van het Christelijk geloof is “Het vleesgeworden Woord” (Joh1:1) Het is dus niet verwonderlijk te zien dat het liefhebbende en vergevingsvolle gezicht van onze Heer Jezus Christus het onderwerp van de meeste iconen is.
De kunst van Orthodoxe iconen tekenen gebeurd volgens een bepaalde traditie welke een betekenisvolle boodschap draagt.

Sommige van deze karakteristieken zijn:



Ten eerste: grote wijde ogen symboliseren het spirituele oog welke voorbij de materiele wereld kijkt, de Bijbel zegt daarover: “De lamp van het lichaam is het oog. Indien dan uw oog zuiver is, zal geheel uw lichaam verlicht zijn; …” (Mat. 6:22)

Ten tweede: grote oren die naar het Woord van God luisteren; “Indien iemand oren heeft om te horen, die hore.” (Mar. 4:23)

Ten derde: zachte lippen om de Heer te prijzen en te verheerlijken. “Mijn mond looft met jubelende lippen." (Psalm 63:6)
De ogen van een persoon op een icoon zijn buiten proporties, omdat een spiritueel iemand meer tijd besteed met het luisteren naar Gods’ woord en het zoeken naar hoe Gods’ wens te vervullen.

Daarentegen staat, dat de mond, welke maar al te vaak een bron van zinloze en schadelijke woorden kan zijn, klein is. De neus veelal gezien als iets sensueels, is ook klein.

Als een kwaadaardig karakter wordt afgebeeld op een icoon dan is dat altijd “en profiel” hetgeen van de zijkant betekent, want het is niet wenselijk om oogcontact te maken met zulks een persoon en er dan naar te mediteren.

Afbeeldingen op Koptische iconen hebben vaak grote hoofden. Dat betekent dat dit personen zijn die toegewijd waren aan overweging en gebed. Iconenschilders begrepen heel goed de betekenis en het nut van iconen in het spirituele leven van de gelovigen.

Het is heel interessant te vernemen dat het grootste deel van de Koptische iconenschilders hun kunstwerken niet ondertekenden. Zij waren niet uit op zelfverheerlijking en roem; zelfs diegenen die hun kunstwerk wel ondertekenden deden dit in de vorm van een gebed: zoals “Gedenk, oh Heer, uw dienaar (naam)”. Sommige iconen verbeelden heiligen, die gemarteld waren en daardoor geleden hadden om hun geloof, met een vredig glimlachend gezicht, waarmee zij aangaven dat hun innerlijke vrede niet verstoord was, zelfs niet door de ontberingen welke zij ondervonden hadden, maar vrijwillig en vol vreugde geleden hadden voor de Heer.

Het is bijzonder te bemerken dat wij van tijd tot tijd getuigen zijn van wonderen die verricht worden door God middels de iconen. Bijvoorbeeld, in de laatste paar jaar zijn er iconen geweest die olie “gehuild” hebben. Dit fenomeen leidde tot de genezing van velen, de bekering van sommige niet-christenen en de bevestiging van het geloof voor vele christenen.

Tot conclusie, iconen worden in de orthodoxe traditie niet beschouwd als kunstwerken om de kunst, maar worden zij gebruikt als vensters naar de spirituele wereld, ontworpen om ons te helpen onze geest te richten naar een leven van gebed en overweging.

Vlucht naar Egypte



Evangelie volgens Matteüs (2:13-23). Hierbij vluchtten Jozef en Mariamet het pasgeboren kindje Jezus naar Egypte nadat ze door een engel zijn gewaarschuwd over de aanstaande kindermoord van Bethlehem.

In Egypte is een groot aantal kerken en schrijnen van de Koptisch-orthodoxe Kerk op plekken waar de Heilige Familie volgens de overlevering verbleef. De belangrijkste van deze kerken is Aboe Serga, een 4e-eeuwse kerk in Caïro. In de rooms-katholieke traditie is de vlucht naar Egypte een van de zeven smarten van Maria.


Evangelie volgens Matteüs


De enige Bijbelse versie van de vlucht naar Egypte is te vinden in het Evangelie volgens Matteüs. Dit evangelie verhaalt dat de drie wijzen uit het oosten naar koning Herodes I gingen om te vragen waar ze de pasgeboren "koning van de Joden" konden vinden. Herodes vreesde dat het kind hem van zijn troon zou stoten en gaf zijn soldaten bevel om naar Bethlehem te gaan en alle jongetjes tot twee jaar oud te doden (de kindermoord van Bethlehem, Matteüs 2:16-18). Een engel verscheen echter in een droom aan Jozef en droeg hem op om samen met Jezus en Maria naar Egypte te vluchten (Matteüs 2:13).

Volgens het evangelie keerden ze na een tijd, toen Herodes was gestorven, terug naar Judea. Toen ze ontdekten dat de gewelddadigeHerodes Archelaüs de nieuwe koning van Judea was, vluchtten ze naarNazareth in Galilea, dat onder de heerschappij van Herodes Antipas was. De terugkeer uit Egypte was volgens Matteüs 2:15 de vervulling van een voorspelling door de profeet Hosea (Hosea 11:1): "Uit Egypte heb ik mijn zoon geroepen".

Het Evangelie volgens Matteüs was bedoeld voor een Joods publiek en houdt zich onder meer bezig met het leggen van verbanden tussen Jezus en Mozes. Het verhaal over de vlucht naar Egypte legt dit verband omdat Jezus in het verhaal zich net als Mozes een tijd lang in Egypte ophoudt.[1]Volgens sommige skeptici is de passage bedoeld als verklaring waarom Jezus in het religieus belangrijke Bethlehem geboren werd maar in het relatief onbelangrijke Nazareth opgroeide.

Apocriefen van het Nieuwe Testament


De apocriefen van het Nieuwe Testament bevatten een aantal verhalen over de vlucht naar Egypte die vooral handelen over wonderen die plaatsvinden tijdens de reis, zoals een palmboom die naar het kindje Jezus buigt zodat de dadels geplukt kunnen worden; woestijndieren die eer betuigen aan Jezus; een waterbron in de woestijn die spontaan begint te spuiten; een heidens standbeeld dat van de sokkel stort wanneer Jezus langskomt; en een treffen met de twee dieven die later naast Jezus werden gekruisigd.[2] In deze verhalen reist Salomé mee met de Heilige Familie om voor het kindje Jezus te zorgen. De apocriefe verhalen zijn vooral van belang voor de Koptisch-orthodoxe Kerk in Egypte.

De vlucht naar Egypte in de kunst


De vlucht naar Egypte is in veel kunstwerken afgebeeld, vaak met Maria zittend op de rug van een ezel die wordt geleid door Jozef. Onder meer Rembrandt (De vlucht naar Egypte), CaravaggioJacob JordaensAlbrecht Düreren El Greco beeldden het verhaal af op schilderijen.

Vóór ongeveer 1525 werd het verhaal niet apart afgebeeld, maar maakte deel uit van een reeks voorstellingen van de geboorte van Jezus, het leven van Jezus of het leven van Maria. De Vlaamse Primitieven begonnen vanaf de 15e eeuw de Heilige Familie af te beelden tijdens een rustpauze op weg naar Egypte, vaak vergezeld door engelen of, in oudere afbeeldingen, door een jongen die mogelijk Jakobus de Rechtvaardige voorstelde.[3] Tot het Concilie van Trente (1545-1563) werden op de achtergrond vaak verschillende apocriefe wonderen afgebeeld.

In latere schilderijen, vanaf de 16e eeuw, werden op de achtergrond vaak landschappen afgebeeld, wat kunstschilders de mogelijkheid gaf om te experimenteren met landschapschilderkunst. Vaak werd de Heilige Familie klein afgebeeld en nam het landschap bijna het gehele schilderij in. De 18e-eeuwse Italiaanse kunstenaarGiambattista Tiepolo produceerde een serie van 24 gravures met verschillende scènes van de vlucht naar Egypte. Het onderwerp was vooral populair bij Duitse kunstschilders van de 19e-eeuwse romantiek.

Een onderwerp dat populair was bij veel schilders van de renaissance was een ontmoeting tussen de kinderen Jezus en Johannes de Doper in Egypte. Johannes de Doper zou volgens de overlevering zijn gered van dekindermoord van Bethlehem door de aartsengel Uriël en naar de Heilige Familie in Egypte zijn gebracht. Onder meer Leonardo da Vinci (de Maagd op de rotsen) en Rafaël schilderden deze ontmoeting van de "Heilige Kinderen".



Naast schilderkunst werd de vlucht naar Egypte ook uitgebeeld in middeleeuwse Bijbelse toneelstukken, waaronder het speelboek van Fleury (ca. 1200) en de Ordo Rachelis-cyclus.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina