De kosten van oorlog en vrede



Dovnload 5.94 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte5.94 Kb.
De kosten van oorlog – en vrede
Een militair conflict met Irak lijkt onontkoombaar. Over de mogelijke kostne en economische gevolgen wordt druk gespeculeerd. Professor William Nordhaus, een gezaghebbende Amerikaanse econoom die aan Yale University is verbonden, heeft kort voor de jaarwisseling berekeningen gemaakt over de kosten van een militaire ingreep. Ter indicatie: de Golfoorlog van ruim tien jaar geleden kostte de VS ongeveer 76 miljard dollar. Dat betekent ongeveer driehonderd euro per Amerikaan – een bedrag dat nog wel op te hoesten viel. Overigens werd een flink deel van de rekening door Koeweit betaald. Irak zal een ander verhaal worden.
Om de kosten van een nieuwe oorlog te schatten moet je natuurlijk weten hoe die gevoerd gaat worden. Kort of lang? Met of zonder chemische of zelfs nucleaire wapens? Het meest waarschijnlijke scenario is een korte oorlog, zonder de inzet van chemische of ergere wapens. De eerste kosten die dan in beeld komen zijn transport, de loontoeslagen voor soldaten in een oorlogssituatie, en de vervanging van verschoten munitie. De basiskosten van een leger zijn immers al betaald: of militairen nu in de Nevada oefenen of in het Midden Oosten met scherp schieten maakt wat dat betreft niet uit. De basiskosten zullen ongeveer vijftig miljard dollar bedragen – minder dan de eerdere Golfoorlog, omdat de militaire inzet kleiner wordt geschat.
De echte kosten van een oorlog zitten in de risico’s, en in de wederopbouw. Een serieus risico is een moeizame strijd in Irak. Een stedenoorlog is veel schadelijker dan een woestijnoorlog. Ook de kosten stijgen dan, 140 miljard dollar is een goede schatting. De grote geldsommen komen echter nog. Want de belangrijkste kosten komen in beeld nadat de wapens rusten. Neem de ‘peacekeepers’. Op basis van ervaringen met vredestroepen in Kosovo luidt een voorzichtige schatting 17 tot 46 miljard dollar per jaar voor vredehandhaving. Deze kosten zullen zeker vijf jaar gemaakt moeten worden. Daarbij komen kosten voor opvang van vluchtelingen.
En dan de wederopbouw van Irak. Het land is potentieel rijk, en niet alleen vanwege de olie. De rijkdom van Irak is gedurende het bewind van Saddam Hoesein echter grotendeels vernietigd, de buitenlandse schuld (inclusief openstaande schadeclaims wegens de oorlog met Koeweit) loopt tegen de vierhonderd miljard dollar. Van landbouw en industrie is ondertussen weinig over, infrastructuur is verwaarloosd of verwoest, en de capaciteit voor oliewinning is zwaar beschadigd.
Optimisten die zeggen dat na de val van Saddam de oliewinning weer snel op gang kan komen hebben het mis – het risico is eerder dat de oliewinning nog meer beschadigd zal zijn. Een minimale schatting voor de kosten komt rond de 30 miljard dollar (ruim 1000 dollar per Irakees), een realistischer bedrag komt op ruim het drievoudige. Deze kosten van wederopbouw, zeg maar van ploegscharen, moeten natuurlijk sowieso ooit gemaakt worden, zelfs indien we vriend Saddam in onze armen zouden sluiten.
Indien Irak de olieproductie op het niveau van 3 miljoen barrels per dag weet op te voeren (dichtbij de productietop eind jaren zeventig), is de jaaropbrengst bij een ‘normale’ olieprijs rond de dertig miljard dollar. Onvoldoende voor de aflossing van schulden en de eigen wederopbouw.
Een beroep op het westen zal onvermijdelijk zijn. Er zijn heel wat slechtere bestemmingen voor onze ontwikkelingshulp denkbaar, maar ik zie de grote geldstroom nog niet zo snel op gang komen. Een snel internationaal economisch herstel zou het draagvlak voor wederopbouw van Irak versterken. Dat herstel is echter zeer ongewis – de olieprijs bijvoorbeeld vormt een serieus risico. Toch moet het westen zich voorbereiden op de prijs van vrede. Wie die niet betalen wil, wint misschien de oorlog, maar verliest de vrede.
Hugo Keuzenkamp



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina