De Kunst in Engeland



Dovnload 83.1 Kb.
Datum22.08.2016
Grootte83.1 Kb.

De Kunst in Engeland.



De Kunst:






Beeldhouwkunst

  • Het idee om stenen en bronzen standbeelden op te richten, was voornamelijk door de Romeinen geïntroduceerd, maar raakte in de loop van de late Middeleeuwen in Engeland in onbruik.

  • De heidense invloeden en de Keltische ornamenten werden daarentegen gelei­delijk in de christelijke kunstwerken opgenomen, zoals op kruisen en in de decoratie van kerken.

  • Met de early English- en de perpendicular-fases in de gotiek maakte het zware beeldhouwwerk van de romaanse bouwwerken plaats voor schitterende festoenen, glas-in-loodramen, ribben en gewelven in kerken en kathedralen.

  • Bij deze ornamenten kwamen nog misericordes van bewerkt hout en versieringen op de kopse kant van banken en op doksalen en doopvonten.

  • Het indrukwekkende beeldhouwwerk, zoals dat op de west­gevel van de kathedraal van Wells. overleefde de Reformatie en de schade die puriteinen hebben aangericht, zodat het nu nog een goed beeld geeft van het talent van de ano­nieme ambachtslieden.

  • Maar tot de bloeitijd van de Britse beeldhouwkunst tussen 1720 en 1840 bleef deze kunst voornamelijk beperkt tot graftombes en gedenktekens.

  • Toen kwamen echter borstbeelden weer in de mode, en in de kathedralen en de Engelse parochiekerken werd een overvloed aan monumenten geplaatst, eerst classicistisch en later barok.

  • In de Victoriaanse tijd verschenen er in iedere stad en in elk dorp stand­beelden, opgericht ter nagedachtenis aan industriëlen en weldoeners, plaatselijke notabelen en oorlogshelden.

  • Ook de oorlogen zelf waren aanleiding voor het oprichten van beeldhouwwerken, waarvan sommige getuigen van veel verfijning.

  • In de loop van de 20ste eeuw is de Britse beeldhouwkunst nieuw leven ingeblazen door het soms omstreden werk van Jacob Epstein en Henry Moore, bij wie de definitieve contouren van het werk mede door de structuur en de vorm van het materiaal werden bepaald, een techniek die 'nat al carving' heet.

  • Andere hedendaagse beeldhouwers als Barbara Hepworth, Reg Butler en Kenn Armitage zetten deze traditie voort.

  • De monumentale beelden van onder anderen Jacob Epstein, Eric Gilt, Frank Dobson, Henry Moore, Barbara Hepworth en Eduardo Paolozzi stellen de norm wat betreft kunst op openbare plekken in de stad, aan de kust en in het landschap.

  • De interesse van het publiek wordt gestimuleerd met de oprichting van spectaculaire beeldentuinen Broadgate in Londen, het Herne Bay Sculpture Park in Brighton,

  • Sculpture at Good wood bij Chichester, het Sto Valley Art Project, het Yor shire Sculpture Park, het Gat head Riverside Sculpture Par het Northern Arts Project Glenrothes in Schotland.

  • De hebben tevens bekende beeldhouwers ertoe aangezet grote buitenbeelden te vervaardigen

  • De huidige trend is een breuk met het verleden.

  • Jonge kustenaars als Damien Hirst, Kapoor, Richard Deacon, Cor lia Parker, Alison Wildin Stephen Hughes, Tony Cragg Rachel Whiteread zochten zoeken nieuwe uitingsvorm. die geregeld als provocat' worden ervaren.

  • Installaties' met de verwachtingen en vooroordelen van de toeschouwers spelen, worden steeds po­lairder.

  • De jaarlijkse toekenning van de Turner Prize de Tate Gallery is vaak onderwerp van controverse.

Schilderkunst






Schilderkunst tot de 16e eeuw

  • De Keltische volkeren hielden van vlechtwerk en krullen. waarmee ze hun sieraden versierden en later hun manuscripten.

  • De Romeinen introduceerden hun muurschilderingen en mozaïeken in Groot-Brittannië, die als inspi­ratiebron dienden voor de muurschilderingen in middeleeuwse kerken.

  • Het waren allegorische afbeeldingen die de gelovigen moesten imponeren en onderrichten.

  • Sommige van die schilderingen behoren tot de oudste in Groot-Brittannië.

  • Uit de Saksische tijd en uit de Middeleeuwen zijn voornamelijk verfijnde miniaturen in manu­scripten bewaard gebleven, zoals in de Lindisfame Gospels.

  • De tekeningen van Matthew Paris betekenen een duidelijke breuk met deze gestileerde werken. De Wilton Diptych uit omstreeks 1400 in de National Gallery is een van de oudste Engelse schilderijen.






De 16e-18e

eeuw

  • De Britse kunstenaars hebben nooit zoveel bescherming van pausen en absolute vorsten genoten als hun Europese vakbroeders.

  • Met uitzondering van de portretten die Hans Holbein van Hendrik VIII en zijn hofhouding schilderde, ken­merkt het werk van de meeste Britse portrettisten zich door gebrek aan diepte en een zekere plechtstatigheid.

  • Maar de miniatuurkunst die aan het hof van Elizabeth I bloeide, heeft ware meesterwerken voortgebracht, die zowel gelijkenis vertonen met de afgebeelde personen als een indruk van hun karakter geven. Nicholas Hilliard en Isaac Oliver zijn onbetwist de belangrijkste kunstenaars uit die periode.

  • De Antwerpenaar Antoon van Dyck werd door Karel 1 beschermd en tot ridder geslagen.

  • Als eerste wist hij op levensgrote doeken de sfeer die voor de burgeroorlog aan het hof van de Stuarts heerste, nauwkeurig in beelden te vangen.

  • De Venetiaanse schilder Canaletto genoot rond 1740 adellijke bescherming, evenals Sir Peter Lely en Sir Godfrey Kneller.

  • Deze laatsten waren beiden van Duitse oorsprong, maar leefden lang genoeg in Engeland om tot de grondleggers van de Engelse portretschilderkunst te worden gerekend.

  • William Hogarth, een geboren en getogen Engelsman. die beroemd was om zijn scherpe commentaar op het leven in zijn tijd, kwam op het idee publieke ten­toonstellingen van schilderijen te houden.

  • Dit idee werd later verwezenlijkt door de opening van de Royal Academy in 1768, waarvan Sir Joshua Reynolds de eerste voorzitter werd.

  • Aan hem en zijn tijdgenoot Thomas Gainsborough dankt de Engelse schilderkunst en vooral de portretkunst haar aanzien, ofschoon ook zij nog sterk onder de invloed stonden van de Hollandse en Italiaanse meesters.

  • Voor Richard Wilson, lid en medeoprichter van de Royal Academy, waren de Franse schil­ders Claude le Lorrain en Nicolas Poussin een grote bron van inspiratie.

  • Hij gaf de aanzet tot de Engelse school van landschapsschilderkunst, een genre dat zich in Engeland ontwikkelde en zich uitbreidde tot zeegezichten en landelijke taferelen.



De Romantiek

  • De visionaire schilder William Blake was een voorloper van de Engelse mantiek.

  • De portretten van Sir Thomas Lawrence en de werken van Sir Henry Raeburn in Scotland voegden romantiek toe aan de tradities van Reynolds.

  • John Crome stichtte school van Norwich in 1803, een regionale stijl van landschapschilderkunst die typisch Engels was.

  • Na diens dood nam John Sell Cotman de fakkel van hem over.

  • In 19de eeuw zetten John Constable en William Turner deze traditie voort; zij bleven de effecten van de voortdurende wisseling in het licht bestuderen.

  • Van 1840 tot 1850 keerden de kunstenaars rond Dante Gabriel Rossetti. de prerafaëlieten en Sir Edward Burne­nes voor korte tijd terug naar vroegere waarden en religieuze en morele onderwerpen.

  • Hun schilderijen waren een inspiratiebron voor de art nouveau, waarvan werken van William Morris en Aubrey Beardsley de beste voorbeelden zijn in Engeland.

Stromingen in de 19e eeuw

  • Alfred Sisley, die in Parijs werd geboren maar Engelse ouders had, was een impressionist die wat betreft zijn gevoel voor kleur en schake­ringen veel te danken had aan de oprichter van deze beweging, Claude Monet.

  • De Camden Town Group rond Walter Sickert keerde terug naar het realisme van de postim­pressionisten, wier werken in 1911 waren tentoongesteld door Roger Fry.

  • In de twintig jaar daarna volgden vele losse, kortstondige 'bewegingen' elkaar op, waaronder de Bloomsbury Group. Augustus John kreeg bekendheid door zijn modieuze portretten in een bijna impressionistische stijl.





De 20ste eeuw


De 20ste eeuw

  • Naoorlogse kunstenaars waren onder meer Paul Nash, die landschappen vol symboliek schilderde,

  • Graham Sutherland, die religieuze onderwerpen, landschappen en portretten schilderde en Sir Stanley Spencer, die de bijbelse taferelen in zijn eigen omgeving plaatste.

  • In de optimistische jaren zestig kwam de pop-art op met kunste­naars als Peter Blake, David Hockney en Bridget Riley.

  • Een donkerder en pessimistischer beeld van Engeland komt naar voren in de indringende portretten van Francis Bacon en Lucian Freud.

  • Tot de hedendaagse kunstenaars die voor hun werk ruime waardering hebben gekregen behoren het duo Gilbert en George, de van oorsprong Portugese Paula Rego, Beryl Cooke, Ken Currie, Howard Hodgkin, Adrian Wizniewski, Stephen Conroy, Peter Howson, Lisa Milroy, Richard Wentworth en Julian Opie.

  • Jonge Britse kunstenaars, waarvan een aantal zich heeft verenigd in de Young British Art Group (Angela Bulloch, Michael Landy, Gary Hume en anderen), slaan weer nieuwe wegen in en zijn te zien geweest in tentoonstellingscentra als de Saatchi Gallery, de Whitechapel Gallery en de Tate Modern in Londen, evenals in het buitenland.




  • Muziek





Van polyfonie tot instrumentale compositie

  • Net als de schilderkunst was de oude en middeleeuwse Engelse muziek grotendeels op de godsdienst geïnspireerd.

  • De Chapel Royal (een instelling, geen gebouw) stimuleerde vanaf 1135 de Engelse muziek.

  • De bijzonder rijke geschiedenis van de beroemde Engelse kerkmuziek begint bij Thomas Tallis (omstreeks 1505-1585).

  • Hij was organist in de abdij van Waltham bij Londen, totdat deze ontbonden werd, en speelde later bij koningin Elizabeth's Chapel Royal. Tallis arrangeerde de harmonie van de nog steeds in gebruik zijnde eenstemmige respon­soria voor Merbeckes Engelse kerkdienst en componeerde tevens muziek voor de rooms-katholieke eredienst.

  • Daarnaast schreef hij vele lofzangen, hymnen, lamentaties en motetten, met als bekendste werken de veertigstemmige Spem in Alium non habui en de Canon uit omstreeks 1567.

  • Tallis' medeorganist bij de Chapel Royal was zijn leerling William Byrd (1542/43-1623).

  • Ook van Byrds hand verscheen veel kerkmuziek van hoge kwaliteit.

  • In 1575 verkregen Tallis en Byrd een alleenrecht op het drukken van muziek.



16de eeuw

  • Vanaf het einde van de 16e eeuw tot ongeveer 1630 componeerden musici als Byrd en de talentvolle luitspeler John Dowland (1562-1626) talrijke madrigalen, die zoals in Italië amoureuze of satirische thema's hadden.

  • De veel oudere folkloristische muziek begeleidde de volksdansen op het platteland, die tegenwoordig bekendstaan onder de naam Morris Dance.

  • Componisten als Byrd en Thomas Morley (1557-1602). die de muzie schreef voor verschillende stukken van Shakespeare, introduceerden muziek in h' theater.

  • John Buil (1562-1628), een begenadigd virginaalspeler en -componist, word door menigeen beschouwd als de grondlegger van het Engelse klavierrepertoire.

  • Hij wordt ook wel in verband gebracht met de oorspronkelijke melodie voor God Sa the Queen. Ben Jonson (1573-1637) en Henry Lawes (1596-1662) hadden het voortou bij de zogeheten maskerspelen, die beroemd waren in de 17de eeuw en die muzie dans en een groots schouwspel met elkaar combineerden.

  • Orlando Gibbons (1583-1625), organist van de Chapel Royal onder Jacobus 1 en een va de beste klavierspelers van zijn tijd. schreef veel uitstekende kerkmuziek, madrigale en stukken voor viool en virginaal.






Henry Purcell (1659-1695),

  • die de beste Britse componist van zijn generatie werd genoemd - en volgens sommigen de beste componist ooit is - componeerde veel schitterende kerkmuziek, toneelmuziek (Dido en Aeneas) melodieën voor officiële gelegenheden, kamermuziek en stukken voor klavecimbel.




Muziek en toneel –
Händel (1685-1759)

  • In de 18de eeuw raakte de kamermuziek in de mode, muziek die niet bedoeld was voor kerk. theater of concertzaal.

  • Ook werden toen de eerste Engel opera's opgevoerd en kwam het oratorium op: daarvan was de van oorsprong Duits Georg Friedrich Händel (1685-1759) waarschijnlijk de meest vooraanstaande componi

  • Hij schreef meer dan veertig opera's, rond de twintig oratoria, cantates, korale gewijde muziek en talrijke orkestrale en instrumentale werken.

  • Van 1719 tot 17 werkte Händel nauw samen met de toen net opgerichte Royal Academy of Music, die destijds een uitvoerend gezelschap was.

  • Een eeuw later, in 1822, veranderde de Acade in een opleidingsinstituut.

  • In 1883 fuseerde dat met het Royal College of Music en' 1927 met de Royal School of Church Music.





Postromantiek en de moderne tijd

  • In 1740 schreef de componist Thomas Arne (1710-1778) muziek bij de tekst Rufe Britannia. van James Thomson, ter gelegen­heid van een maskerspel voor Alfred, de prins van Wales.

  • In de periode rond 1800 gebeurde er op muziekgebied verder niet veel in Groot-Brittannië.

  • Het romantisch gedachtegoed dat in Europa sterk leefde, liet in Engeland zijn sporen voornamelijk na in andere kunstvormen.

  • In de literatuur werden bijvoorbeeld Wordsworth, Coleridge en Scott er zeer door beïnvloed.

  • Wel waren in de 19e eeuw talrijke cycli van roman­tische liederen populair.





Sir Edward Elgar

  • De eerstvolgende belangrijke Britse componist was Sir Edward Elgar (1857-1934), die bijna tweehonderd jaar na Händel de Britse muziek weer internationaal aanzien wist te bezorgen.

  • Zijn composities werden mede vorm gegeven door zijn liefde voor het landschap - hij woonde vlak bij de Malvern Hills - en zijn doordrenkt met een 'Englishness' die het sentiment van een natie op het hoogtepunt van haar macht voor­treffelijk weergeeft.

  • Werken als de Enigma Variations en The Dream of Gerontius brachten hem wereldwijde bekendheid en ook uit zijn vele orkestraties blijkt zijn grote kunnen





Ralph Vaughan Williams (1872-1958

  • De composi­ties van Ralph Vaughan Williams (1872-1958) verraden de invloed van zijn studie naar Engelse volksliederen en tudorkerkmuziek.

  • Williams bleef zijn hele leven geïnteresseerd in nieuwe ontwikkelingen op het gebied van de populaire muziek






Gustav Holst (1874­1934)

  • Gustav Holst (1874­1934), die door een zenuwontsteking in zijn hand geen concertpianist kon worden, studeerde aan het Royal College of Music onder Sir Charles Villiers Stanford (1852­1934),

  • een Ierse componist van kerkmuziek en koorwerken. Holst, een vurig socialist met mystieke neigingen en een voorliefde voor Grieg en Wagner, schreef zijn beroemdste werk. de zevendelige orkestsuite The Planets, in 1914-1916.




Sir William Walton (1902-1983)

  • verwierf bekendheid met zijn muziek voor de gedichten van Edith Sitwell (Facade, 1932) en componeerde vervolgens symfonieën. concerten, opera's, de bijbelse cantate Belshazzar's Feast en filmmuziek,

  • bijvoorbeeld voor Laurence Oliviers Shakespeare-verfilmingen Henry V, Hamlet en Richard lll.






Sir Michael Tippelt (1905-1998)

  • raakte bekend met zijn oratorium A Child of Our Time, dat de onrustige periode 1930-1940 weerspiegelde.

  • Zijn latere werk is uiterst gevarieerd en omvat opera's (The Midsummer Marriage, King Priam), symfonieën en andere orkest­werken, waarin hij zijn buitengewone verbeelding tentoonspreidde en waarvoor hij inspiratie opdeed bij zowel klassieke componisten als Purcell en bij populaire moderne muziek als blues en jazz.

Sir Benjamin Britten (1913-1976)

  • studeerde onder John Ireland (1879-1962) aan het Royal College of Music en keerde na een aantal jaren in de VS terug naar Engeland waar hij voornamelijk vocale werken en stukken voor koor schreef, zoals de opera's

  • Peter Grimes, Billy Budd, A Midsummer Night's Dream en A Ceremony of Carols, alsmede het ontroerende War Requiem.





John Taverner



  • De in 1944 geboren John Taverner laat zich voor zijn composities, die in hoofdzaak religieus zijn, inspireren door zijn Russisch­orthodoxe geloof.

  • Met zijn Song for Athene werd de begrafenisplechtigheid in Westminster Abbey afgesloten van Diana, prinses van Wales, die in 1997 omkwam.





Sir Henry Wood (1869-1944)

  • bedacht de Promenadeconcerten die iedere zomer plaatsvinden in de Royal Albert Hall te Londen en sinds de eerste uitvoering in 1895 bijzonder populair zijn.





Beroemde componisten & dirigenten:

  • Het lied Jerusalem, het officieuze slotlied van de reeks concerten is wellicht het bekendste werk van Sir Hubert Parry (1848-1918).

  • Met dirigenten en componisten als Sir Peter Maxwell Davies, Sir Neville Mariner.

  • Sir John Eliot Gardner, Sir Colin Davis, Sir Simon Rattle, Cristopher Hogwood en Andrew Davies is de Britse muziek verzekerd van een gezonde creatieve toekomst.

  • Eisteddfods in Wales en Mods in Schotland onder­houden de traditie van de Keltische barden.

  • Ook festivals als de Three Choirs in de kathedralen van Hereford. Worcester en Gloucester en - op een heel ander gebied - de opvoering van opera's in Glyndebourne en in de English National Opera dragen bij aan het levend houden van de publieke interesse in opvoeringen van klassieke muziek.





Populaire muziek

  • In 1875 ontmoetten twee zeer talentvolle Engelsen elkaar,

  • Sir William Gilbert (1836-1911) en Sir Arthur Sullivan (1842-1900). Samen met Richard d'Oyly Carte schiepen zij de geliefde Gilbert en Sullivan-opera's.

  • De musical comedy, een Engelse versie van de Europese operette, kwam op in de jaren 1890-1900 in het Gaiety Theatre in Londen, met shows als Het meisje van plezier.

  • Een ander typisch Brits feno­meen, de music-hall, werd ook zeer populair.

  • Daar werden allerlei variéténummers opgevoerd waarnaar de toeschouwers al etend en drinkend keken. ivor Novello (1893­1951) en Sir Noël Coward (1899-1973) zijn namen die voor altijd geassocieerd zullen blijven met de Britse musicals uit de periode tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog.




Andrew Lloyd-Webber.

  • De traditie van de Britse musicals wordt met name voortgezet door de in 1948 geboren

De Music-Hall


  • De tweede helft van de 19de eeuw vormde de bloeitijd van de Britse music-hall.

  • Londen telde er rond 1870 ongeveer tweehonderd en in de rest van het land waren nog zo'n driehonderd andere te vinden.

  • De music-hall stond voor rumoerig variété met populaire liedjes in zalen waar het publiek tijdens de optredens kon eten en drinken.

  • De bekendste music-halls in Londen waren de Bedford in Camden Town en Collins in Islington.

  • Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog verdwenen de hapjes en de drankjes en ontwikkelde de music­-hall zich met sterren als Gracie Fields (1898-1979) geleidelijk tot het wat nettere variététheater.










Samengesteld door: BusTic.nl






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina