De kunst van het complimenteren



Dovnload 0.91 Mb.
Pagina5/30
Datum03.10.2016
Grootte0.91 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   30

Onzichtbaar management

Management by invisibility


Als u gezien wilt worden dient u als manager vaak prominent aanwezig te zijn. Uw uitstraling dient zodanig te zijn dat u op een positieve manier opvalt. Toch zijn er ook momenten waarop het wenselijk zou zijn om wat minder in het oog te springen. Als het u lukt uzelf onzichtbaar op te stellen kunt u in veel situaties nuttige informatie bemachtigen. U zult op een receptie, bij een vergadering of tijdens een bijeenkomst van uw team wellicht kennis nemen van zaken waarover niet gesproken wordt als men bewust rekening houdt met uw aanwezigheid.

Onzichtbaarheid bestaat!

A man who can investigate crimes without being seen.
A man who can go where no ordinary man could hope to enter.
A man searching for the answer to his invisibility...
The Invisible Man !

Eind vijftiger jaren van de vorige eeuw werd in Engeland de serie The Invisible Man geproduceerd. In de serie testte de wetenschapper Dr. Peter Brady zijn theorie van optische dichtheid en ontdekte hoe je materie onzichtbaar kon maken. Maar toen een optisch apparaat doorbrandde en hij chemicaliën over zich heen kreeg, werd hij zelf onzichtbaar. Het concept bleek een groot succes. Veel mensen stelden zich voor hoe het zou zijn om zelf onzichtbaar te zijn en wat dat zou betekenen. Het belangrijkste voordeel van onzichtbaarheid lijkt te zijn dat je geheime informatie kunt bemachtigen doordat anderen je niet kunnen zien. Tegelijkertijd ging men er vanuit dat zoiets niet werkelijk bestaat. Toch is het wel degelijk mogelijk om ergens fysiek aanwezig te zijn zonder dat anderen uw aanwezigheid bemerken. Anderen kijken weliswaar niet door u heen, maar tegelijkertijd ontgaat uw aanwezigheid hen volledig.



De onopvallende verschijning
Er zijn mensen die de kunst van onzichtbaarheid fantastisch verstaan. Misschien kent u het fenomeen wel dat u zich een gelegenheid memoreert en de namen van de aanwezigen opsomt. U weet precies hoeveel mensen er waren, maar als u zich de gezichten tracht te herinneren slaat u steeds iemand over. Pas als u de foto’s terug kijkt herinnert u zich dat deze persoon er ook was. In de volksmond staan dit soort mensen bekend als de grijze muizen. Zij kleden zich onopvallend, spreken nauwelijks en maken qua uitstraling weinig indruk. Deze mensen worden zelden als een bedreiging ervaren en in hun aanwezigheid wordt daarom vaak gesproken over de meest gevoelige onderwerpen, als waren zij niet aanwezig.

Niet-mensen
Julius Fast duidt deze mensen in zijn boek ‘Body Language’ aan als niet-mensen. De gastheer in het restaurant die uw wijn inschenkt of de schoonmaakster die de prullenbak op uw kamer komt legen kan komen en gaan, zonder dat u het bemerkt. Deze mensen worden volgens Fast gezien als een levenloos voorwerp en niet als een persoon waarmee u rekening dient te houden als u in een intieme discussie verwikkeld bent.

De effecten van gewenning
In spionagefilms vermomt de spion zich nogal eens als een persoon die een functionele, maar afstandelijke rol heeft. Als kelner, liftboy of kamermeisje zou u veel over uw relaties te weten kunnen komen. Maar ja, aan deze wetenschap heeft u waarschijnlijk niet zo veel. Als manager heeft u zich een bepaalde positie in uw bedrijf verworven. En dan stelt u zich niet zo gemakkelijk meer onopvallend op, denkt u misschien. Als u uw gezicht ergens heeft laten zien, herinnert daarna vermoedelijk iedereen zich uw aanwezigheid. Door uw positie alleen al kan uw aanwezigheid een bepaalde lading hebben, waardoor het onmogelijk lijkt dat iemand u over het hoofd zou zien. Het is alsof Sinterklaas binnenkomt en iemand plotseling uitroept: ‘Oh, is hij er ook…!'.

De methode waarmee u er toch voor zou kunnen zorgen dat uw aanwezigheid minder prominent is, is gewenning. De bewoners van Big-Brother waren zich bij binnenkomst in het huis ernstig bewust van de camera’s die hen vanuit elke hoek aanstaarden. Maar na verloop van tijd wenden zij zodanig aan deze apparaten dat zij ze niet meer bemerkten. Zij konden hierdoor hun alledaagse gedrag laten zien en zij toonden oprechte emoties. Mede om deze reden werd de serie zo’n succes.



Frequente aanwezigheid is de hoofdmoot
Hoe vaker u aanwezig bent, hoe minder bijzonder uw aanwezigheid wordt ervaren. In het begin zullen uw medewerkers het misschien vreemd vinden dat u zo vaak in hun midden bent, maar ook hier treedt gewenning op. Zelfs het feit dat u manager bent van de club zal uw medewerkers niet meer hinderen om vrijuit te spreken. Als u vaak genoeg aanwezig bent, kunt u een volgende stap nemen op de weg naar onzichtbaarheid.

Als uw medewerkers - of andere relaties - met elkaar spreken blijft uw aanwezigheid het meest onopvallend als u er blijk van geeft dat u geen deel uitmaakt van het gesprek. U kunt bijvoorbeeld doen alsof u ergens mee bezig bent dat uw aandacht opeist. Het is wenselijk dat u een grotere fysieke afstand aanhoudt dan de gespreksdeelnemers tot elkaar. Het is ook belangrijk om uw lichaam en hoofd van hen af te wenden. Maak in ieder geval géén oogcontact, want oogcontact trekt onmiddellijke aandacht en maakt u deelgenoot van de interactie.



Informatie die langs u heen gaat
U zult in het begin bemerken dat het lastig is om u te concentreren wanneer u degene die aan het woord is niet aan kunt kijken. Ook de grotere fysieke afstand die u aanhoudt helpt u niet echt uw aandacht er bij te houden. Gewoonlijk kijkt u een spreker het liefst aan. Als u uw hoofd in de richting van de ander draait kunt u beter horen wat hij zegt. En ook de bewegingen van zijn ogen, mond en mimiek verduidelijken de informatieoverdracht.

De volgende keer dat u een restaurant bezoekt zou u eens kunnen oefenen in het afluisteren van gesprekken zonder dat u merkbare aandacht geeft. Als u luistert naar een gesprek dat plaatsvindt aan een andere tafel ontvangt misschien niet meer dan een verzameling losse flarden. Uw neiging is dan groot om uw oren extra te spitsen, zijwaarts te leunen in de richting van de sprekers of een snelle blik te werpen. U zou zelfs graag verduidelijkende vragen willen stellen en dat is bijna van uw gezicht af te lezen. Focus u liever zo min mogelijk op de communicatie die plaatsvindt. Deze communicatie richt zich namelijk niet tot u. Zodra u zich richt op de overdracht die zich voordoet, maakt u onderdeel uit van het proces en is uw aanwezigheid meteen voelbaar.



Geen lik op stuk beleid
Het is overigens raadzaam niet meteen aan de slag te gaan met de informatie die u in uw onzichtbare toestand heeft verworven. Als u meteen - lik op stuk - actie onderneemt op hetgeen u heeft gehoord, is het met uw onzichtbaarheid meteen gedaan. Al zou u zich verstoppen achter het gordijn – de waakzaamheid is vanaf dat moment op het hoogste niveau. Bundel de losse flarden van informatie die u heeft ontvangen, maar ga niet aan de haal met de conclusie. Tracht hetgeen u hebt waargenomen via andere - officiële - kanalen opnieuw te ontvangen. Pas daarna kunt u er concreet wat mee doen.

Laat problemen niet verdwijnen, maar creëer een oplossing

Veel managers zien het oplossen van problemen als hun belangrijkste dagtaak. Ze analyseren de situaties die zich voordoen en onderzoeken steeds opnieuw welke problemen daarbij optreden. Ze maken plannen om de ontdekte problemen op te kunnen lossen en stemmen hun werkwijze daarop af. Er dient zich telkens weer een nieuw probleem aan dat moet worden opgelost. Geen probleem? Dan is er pas echt een probleem, want zonder problemen valt er ook niets op te lossen. Is uw voornaamste doel het oplossen van problemen?



Verbazingwekkende aandacht voor problemen
In de meeste managementboeken staat de aanpak van problemen centraal. Onlangs las ik een verhandeling over spreken in het openbaar, waarbij gesteld werd dat u om dit goed te kunnen doen eerst het probleem helder moet stellen. De presentatie werd bij voorbaat al als probleem gedefinieerd. Vanuit een dergelijke visie kunt u werkelijk elke situatie die zich voordoet als een probleem benaderen. Maar heeft u wel altijd een probleem nodig om iets te kunnen doen?

Problemen oplossen of creativiteit
Robert Fritz beschrijft in zijn boeken De weg van de minste weerstand en De weg van de minste weerstand voor managers een interessante denkwijze. Managers zijn te veel gefocust op het oplossen van problemen. Het alternatief is creativiteit. Volgens Fritz bestaat er een groot verschil tussen problemen oplossen en creatieve actie. Een probleem oplossen is iets doen om iets te laten verdwijnen: het probleem. Creatieve actie is iets doen om iets te laten ontstaan: de creatie. Bij een creatieve benadering heeft u geen probleem nodig. Deze denkwijze kan u helpen op een andere manier naar dingen te kijken.

Werkt u als een dokter of als een kunstschilder?
Veel managers in westerse bedrijven werken vanuit een probleemgestuurde visie. U kunt dit vergelijken met de werkwijze van de dokter. De patiënt (klant) komt bij de dokter met bepaalde klachten (probleem). De dokter tracht vervolgens middels een anamnese de aard en de oorzaak van de klacht helder te krijgen (gegevens verzamelen). Daarna stelt de arts een diagnose (probleemanalyse) en gaat na welke behandeling (acties) er nodig zijn om genezing (doelstelling) te bereiken. De doelstelling van de arts is afgeleid van het probleem: zonder klacht valt er niets te genezen. Als u werkt vanuit een probleemgestuurde visie kijkt u in elke situatie welke problemen er opgelost moeten worden. Is het probleem opgelost, dan dient u te zoeken naar een volgend probleem.

De creatieve benadering heeft een ander uitgangspunt. Een kunstschilder ziet een maagdelijk doek niet als een probleem, maar als een middel. Hij heeft vooraf een bepaald beeld van wat hij wil. Zijn doel is niet het oplossen van een probleem, maar het tot stand brengen van iets dat nog niet bestaat. Tijdens zijn werk kan hij best tegenslagen ervaren in de totstandkoming van zijn einddoel. Zijn focus blijft echter op zijn doel gericht in plaats van op het probleem. Het probleem is slechts een opstakel op zijn weg. Als hij dit tegenkomt zal hij het aanpakken door er dwars doorheen te gaan, of door het met een omtrekkende beweging te omzeilen. Hij maakt van het oplossen van het probleem geen doel op zichzelf. De probleemaanpak behoeft dan ook geen schoonheidsprijs; het focus is gericht op het eindproduct.



Wat is uw einddoel?
Misschien vindt u de bovenstaande vergelijking wat zwart-wit gesteld. Het alledaagse werk van een manager biedt immers vele situaties die u in termen van probleem en oplossing kunt beschrijven. Toch is het interessant om te zien dat u uw werk met zijn meevallers en tegenslagen ook vanuit een andere visie kunt benaderen.

Vanuit het positief denken wordt het woord probleem wel eens geherdefinieerd als uitdaging. Maar zoals Fred Akkerma terecht schreef in zijn artikel Top-10 manieren om anders naar problemen te kijken, is dit in feite een vlucht. U hoeft een probleem niet mooier te maken dan het is. U kunt een probleem namelijk zien als een obstakel op de weg naar het te behalen doel. Het trotseren van een obstakel op zich is nauwelijks uitdagend. De werkelijke uitdaging zit hem in het bereiken van het einddoel.



Richt u op uw eindbestemming
Een nare eigenschap van problemen is dat ze alle aandacht naar zich toe trekken ten koste van alles en iedereen. Managers bewandelen om deze reden soms zijpaden die niet leiden naar een eindbestemming die zij vooraf gekozen hebben. Problemen die de voortgang in een proces belemmeren verdienen zeker aandacht, maar met een duidelijk doel voor ogen op de snelweg naar uw eindbestemming, hoeft u niet van elke afrit de omgewaaide bomen te verwijderen. Maak een probleem en de aandacht die dit krijgt niet altijd groter dan nodig, maar denk creatief en kies soms voor de weg van de minste weerstand.

Gespreksregulatie met uw hoofd (1)

Lichaamstaal heeft een belangrijke functie bij het sturen van gesprekken. Door goede beheersing van de verschillende aspecten van deze non-verbale taal kunt u uw invloed op de communicatie vergroten. Behalve uw houding, mimiek en oogcontact zijn de posities en bewegingen die u - al dan niet bewust - maakt met uw hoofd voor een belangrijk deel bepalend voor hoe een gesprek verloopt. Vanaf vandaag zal ik in drie delen aandacht geven aan de stand van uw hoofd en de bewegingen die u hiermee kunt maken tijdens gesprekken.



Gespreksregulatie is een hoofdzaak
U gebruikt uw hoofd voor veel meer dan alleen om uw oren uit elkaar te houden, schrijft communicatiespecialist Gordon W. Wainwright in zijn Engelstalige cursus: Teach Yourself Body Language. Hierin heeft hij zeker gelijk. De stand en bewegingen van het hoofd hebben een essentiële functie in de communicatie bij onder meer het vaststellen van de onderlinge verhoudingen, het tonen van aandacht en de regulatie van contacten met anderen. Deze week kunt u lezen hoe u uw gesprekken kunt sturen door slechts uw hoofd goed te gebruiken.

De stand van uw hoofd
Tijdens een gesprek kan alleen al de positie van uw hoofd veel verduidelijken over uw gemoedstoestand, belangstelling en relatie met de ander. Als u uw hoofd rechtop houdt, toont u een eerlijke en zelfverzekerde houding naar uw gesprekspartner. Als u tijdens een ontmoeting uw hoofd naar achteren kantelt, waardoor uw kin naar voren priemt, komt u hautain en minachtend over. U kijkt vanuit deze positie letterlijk op de ander neer.

Het naar voren kantelen van uw hoofd kan duiden op onderdanigheid of depressie, tenminste als uw blik daarbij ook omlaag gericht is. Dragers van een leesbril hebben soms de gewoonte om hun gesprekspartner over hun bril aan te kijken. Dit doet denken aan een strenge schoolmeester en komt confronterender over dan vaak wordt bedoeld.

Als u een meningsverschil heeft, kan het zijn dat u uw hoofd vanuit uw schouders naar voren drukt, terwijl u de ander daarbij strak aankijkt. U kunt deze houding wel eens zien bij voetballers, die het niet eens zijn met de scheidsrechter over een vermeende overtreding. Zij strekken hun nek naar voren en kijken de arbiter strak aan. Daarbij staan ze vaak met hun armen in hun zij of houden hun vuisten gebald op heuphoogte. Deze houding komt intimiderend en agressief over. Deze stand van uw hoofd is vergelijkbaar met de houding die u kunt aannemen wanneer u strak naar het beeldscherm van uw computer staart. Als u op dit moment wat spanning in uw nek en schouders voelt, zit u mogelijk nu ook in deze houding.

Bekijk het eens vanuit een andere hoek
Als u tijdens een gesprek uw hoofd wat schuin houdt, duidt dit gewoonlijk op belangstelling. Zijwaarts kantelen van het hoofd is iets dat we van nature doen wanneer we door iets geboeid zijn. Als u uw hoofd schuin houdt terwijl u luistert, is dat voor uw gesprekspartner een teken van aandacht. U toont dat u geïnteresseerd bent in wat de ander vertelt. Het is niet de bedoeling dat u daarbij met uw wang op uw hand steunt. Als u een steuntje nodig heeft voor uw schuine hoofd wordt dit eerder gezien als een uiting van vermoeidheid en verslappen van uw aandacht.

Richten van uw belangstelling
Een andere belangrijke aanwijzing voor uw aandacht is de richting waarheen uw hoofd gedraaid is. Als u aandachtig luistert, keert u uw hoofd en schouders gewoonlijk geheel naar uw gesprekspartner. U kijkt hem of haar dus niet alleen vanuit uw ooghoeken aan. Als iemand zegt dat hij naar u luistert, terwijl zijn hoofd de andere kant op wijst, komt dat veelal niet als zodanig over. We verwachten dat onze gesprekspartner ons recht aankijkt als hij aandacht heeft voor wat we vertellen.

Dat is niet voor niets. Als u zich letterlijk naar iemand richt, kunt u het gesprek beter volgen dan wanneer u de andere kant op blikt. Probeer in een restaurant maar eens aandachtig te luisteren naar een gesprek dat plaatsvindt aan de tafel direct naast u. Zelfs als u uw oor in de richting van de spreker keert is het lastiger om te volgen wat hij vertelt dan wanneer u hem recht zou kunnen aankijken. Voor een deel heeft dit te maken met "liplezen". U hoeft niet doof of slechthorend te zijn om daarvan handig gebruik te maken. Ook mensen die goed kunnen horen, letten onbewust op de lipbewegingen van hun gesprekspartner terwijl ze luisteren. Daardoor kunnen zij de uitgesproken woorden gemakkelijker verstaan en zich ook beter concentreren op wat wordt gezegd.



Laat zien dat u luistert!
De spreker wordt overigens ook beïnvloed door het aankijkgedrag en het zich toekeren van de luisteraar. Als u tot iemand spreekt terwijl hij niet uw kant op kijkt of met zijn ogen dicht zit, bent u vermoedelijk snel uitgepraat. Luisteren moet u niet alleen doen, maar ook laten zien! Veel mensen vinden het om dezelfde reden lastig om te praten met een blinde die zich niet naar hen toekeert maar recht vooruit blijft kijken. Een blinde maakt overigens vaak wel duidelijk dat hij luistert door middel van andere lichaamstekens zoals knikken en hummen.

Als iemand wil meeluisteren, maar niet betrokken wenst te worden bij het gesprek keert hij zich niet naar de anderen maar houdt hij hen vanuit zijn ooghoeken in de gaten. Mensen bespreken soms de meest intieme zaken met elkaar in aanwezigheid van een derde waarvan ze het idee hebben dat hij niet meeluistert, slechts omdat deze persoon de andere kant opkijkt. De reden daarvan is de veronderstelling dat iemands aandacht gericht is op hetgeen waarnaar hij zijn hoofd heeft gedraaid.



Bewegen met het hoofd
Tot nu toe hebben we ons hoofd nog behoorlijk stil gehouden. Over twee weken wil ik met u kijken wat verschillende hoofdbewegingen kunnen betekenen! Elke beweging van het hoofd van de spreker maar vooral ook van de persoon die luistert, heeft immers grote invloed op de interacties binnen een gesprek.

Gespreksregulatie met uw hoofd (2)

Lichaamstaal heeft een belangrijke functie bij het sturen van gesprekken. Door goede beheersing van de verschillende aspecten van deze non-verbale taal kunt u uw invloed op de communicatie vergroten. Behalve uw houding, mimiek en oogcontact zijn de posities en bewegingen die u - al dan niet bewust - maakt met uw hoofd bepalend voor hoe een gesprek verloopt.



Gespreksregulatie door hoofdbewegingen
In het eerste deel van deze reeks heb ik beschreven hoe u het verloop van de communicatie voor een groot deel kunt bepalen door alleen al de stand en positie van uw hoofd. Laten we eens kijken wat het betekent als u uw hoofd in beweging brengt! Hoofdbewegingen van de spreker en de luisteraar hebben een grote invloed op de interacties binnen een gesprek. Als uw gesprekspartner veel naar u knikt terwijl u aan het woord bent, kunt u er vanuit gaan dat hij het de moeite waard vindt om naar u te luisteren. Als hij zijn ogen open heeft tenminste, anders duidt zijn knikken waarschijnlijk op een gevecht tegen de intredende slaap.

Veranderen van hoofdpositie
Zoals ik vorige keer beschreef geeft u uw gesprekspartner aandacht door uw hoofd wat schuin te houden terwijl u luistert. U toont op deze manier dat u geïnteresseerd bent in wat de ander vertelt, maar misschien zegt de ander opeens iets waar u vraagtekens bij hebt. U kantelt uw hoofd dan naar de andere zijde en kijkt daarbij met een lichte frons. Door de positie van uw hoofd te wijzigen verandert u opeens van een luisterende naar een kritisch vragende houding.

Knikken en schudden
De in onze cultuur meest bekende bewegingen zijn knikken (op en neer kantelen van het hoofd) en schudden (heen en weer draaien van het hoofd) in de betekenis van respectievelijk "ja" en "nee". Als u twee mensen met elkaar ziet spreken, kunt u conclusies trekken over de voortgang van het gesprek en de onderlinge meningen door te letten op de manier waarop ze knikken of schudden met hun hoofd. Daarbij maakt het verschil wie van beiden knikt of schudt met zijn hoofd, op welke manier en hoe snel dit wordt gedaan. Hieronder beschrijf ik de verschillende hoofdbewegingen van de luisteraar en de spreker en hun betekenis.

1. Hoofdbewegingen van de luisteraar

U luistert en knikt daarbij langzaam
Als u langzaam knikt in de richting van een spreker, betekent dit per definitie niet dat u het ook met hem eens bent. Langzaam knikken heeft eerder aanmoediging als doel: spreek door, ik luister, ik kan u volgen… Een journalist zal ook zo knikken als een politicus zijn controversiële ideeën uit de doeken doet. Het langzame knikken stimuleert de spreker om verder te spreken en duidt niet persé op instemming. U toont zich een goede luisteraar als u uw hoofd schuin houdt - zoals eerder genoemd - en daarbij langzaam knikt. Als u op deze manier knikt naar mensen die tot u spreken zullen ze gemiddeld langer aan het woord zijn.

U luistert en u knikt daarbij zéér langzaam
Door langzaam te knikken toont u belangstelling, maar als u als luisteraar zéér traag knikt en daarbij uw lippen tuit en uw wenkbrauwen fronst, is het waarschijnlijk dat u hiermee juist aangeeft dat u twijfels heeft bij de woorden die zijn uitgesproken.

U luistert en knikt daarbij snel
Als u als luisteraar snel knikt, bent u het vermoedelijk wel eens met wat de spreker vertelt. Door snel te knikken geeft u blijk van begrip en instemming. U kunt echter ook snel knikken om aan uw gesprekspartner te laten blijken dat u het woord over wilt nemen. Het wil in dat geval niet zeggen dat u het ook met de ander eens bent. Dit snelle knikken met de bedoeling de ander te onderbreken gaat gewoonlijk gepaard met een diepe inademing, naar voren bewegen van de schouders en wijd opengesperde ogen.

U schudt uw hoofd langzaam terwijl u luistert
Als u als luisteraar langzaam uw hoofd heen en weer beweegt, toont u uw ongeloof voor wat de spreker vertelt. Ook kan het zijn dat de spreker zijn zorgen uitspreekt en dat u op deze wijze begrip voor deze zorgen laat blijken.

U schudt uw hoofd snel terwijl u luistert
Als u als luisteraar snel uw hoofd heen en weer beweegt, laat u blijken dat u het niet eens bent met de spreker en er graag wat tegenin wil brengen. Als u uw hoofd naar voren kantelt en schudt - zoals een paard - geeft u aan dat u geheel afkeurt wat de ander zegt.

2. Hoofdbewegingen van de spreker

U knikt langzaam terwijl u spreekt
Als u als spreker langzaam knikt, benadrukt u de woorden die u uitspreekt terwijl u knikt. Door dit te doen lukt het u als spreker beter om de aandacht van de luisteraar vast te houden. Ook wordt u beter verstaan door de ander.

U knikt snel terwijl u spreekt
Als u als spreker snel knikt, vertelt u iets wat naar zijn mening écht waar is. Door het snelle knikken tracht u de luisteraar te overtuigen van deze mening.

U schudt uw hoofd langzaam terwijl u spreekt
U vertelt iets moeilijks of zorgelijks en ondersteunt uw emotie op deze wijze. Het is belangrijk er op te letten dat uw hoofdbewegingen overeenstemmen met wat u zegt. Er zijn mensen die niet zeker zijn van zichzelf en steeds nee-schudden als ze iets vertellen. Dit verkleint hun geloofwaardigheid aanzienlijk. Het komt vaak voor dat een spreker op deze manier zijn eigen betoog tegenspreekt doordat hij met zijn nee-schudden te kennen geeft dat hij eigenlijk zelf niet zo gelooft in wat hij zegt.

U schudt uw hoofd snel terwijl u spreekt
Als u als spreker snel met uw hoofd schudt, vertelt u waarschijnlijk iets wat naar uw mening écht niet waar is en tracht zo uw gesprekspartner te overtuigen van deze mening.

Wissel uw hoofdbewegingen af
Hoofdbewegingen hebben een belangrijke functie in de communicatie en de hoeveelheid bewegingen die u met uw hoofd kunt maken in verschillende situaties is zeer divers. Bij de bovengenoemde manieren van knikken en schudden beweegt u uw hoofd steeds enkele malen achter elkaar. Soms kunt u echter ook met een enkel knikje een subtiel accent aangeven in uw boodschap. Volgende keer zal ik bijzondere aandacht geven aan deze non-verbale uitingen.

Het is goed als het u lukt om verschillende houdingen en bewegingen van uw hoofd af te wisselen in een gesprek. Knikken stimuleert de gespreksvoering bijvoorbeeld, maar te veel herhaling daarvan vermindert de aandacht of nadruk die u ermee wilt geven. Door uw hoofd ook eens op een vragende manier achterwaarts of zijwaarts te bewegen kunt u de communicatieve waarde van uw gesprekken zeker vergroten.



Gespreksregulatie met uw hoofd (3)

Lichaamstaal heeft een belangrijke functie bij het sturen van gesprekken. Door goede beheersing van de verschillende aspecten van deze non-verbale taal kunt u uw invloed op de communicatie vergroten. Behalve uw houding, mimiek en oogcontact zijn de posities en bewegingen die u - al dan niet bewust - maakt met uw hoofd bepalend voor hoe een gesprek verloopt.



Accenten door kleine hoofdbewegingen
In het eerste deel van deze reeks beschreef ik welk effect de stand en positie van uw hoofd heeft op de het verloop van een gesprek en hoe u daarmee uitdrukking geeft aan de onderlinge betrekking tussen uzelf en uw gesprekspartner. In het tweede deel kwam aan de orde hoe u middels hoofdbewegingen - met name knikken en schudden – de voortgang van het gesprek kunt sturen. Bij het knikken en schudden van uw hoofd, beweegt u uw hoofd gewoonlijk enkele malen achtereen. Soms kunt u echter ook met een enkel knikje een subtiel accent aangeven in uw boodschap. Deze keer wordt bijzondere aandacht gegeven aan deze non-verbale uitingsvorm.

Daarbij kunt u drie manieren onderscheiden:



  1. Het voorwaartse knikje, waarbij u uw kin richting uw borst beweegt

  2. Het achterwaartse knikje waarbij u het hoofd in de nek gooit

  3. Het zijwaartse knikje waarbij uw hoofd een korte zijwaartse beweging maakt

1. Het voorwaarse knikje
Het voorwaartse knikje wordt vaak gebruikt als beleefde groet. U zou dit kunnen zien als een ingeperkte vorm van buigen als respect voor de ander. In onze cultuur worden weinig diepe buigingen gemaakt naar andere mensen, tenzij men te maken heeft met een zeer hooggeplaatst persoon, zoals een lid van het koninklijk huis of een religieuze leider. In oosterse culturen wordt de buiging als groet vaker gebruikt dan bij ons. Zoals gezegd is in onze cultuur slechts een korte knik met het hoofd overgebleven. Het knikje getuigt van respect voor de ander en wordt om deze reden het meest gebruikt tijdens een ontmoeting van personen die elkaar niet zo goed kennen of een verschillende gezagsverhouding hebben.

Het enkele knikje naar voren heeft ook een belangrijke functie in het sturen van een groepsgesprek. Als voorzitter van een vergadering bijvoorbeeld kunt u iemand door middel van een kort knikje de gelegenheid geven om te spreken. Als u voor een grote groep spreekt kunt u belangrijke woorden benadrukken door deze vergezeld te laten gaan van een knikje. Tevens wordt deze manier van knikken gebruikt als manier om iets aan te duiden. Er wordt dan geknikt in de richting van een persoon of voorwerp waarop de aandacht gevestigd moet worden. Dit is niet altijd gepast maar in ieder geval veel acceptabeler dan wijzen met de vinger.



2. Het achterwaartse knikje
Hierbij wordt het hoofd in de nek gegooid en komt de kin omhoog. Deze manier van knikken wordt onder andere in Griekenland gebruikt als ontkenning, in plaats van het nee-schudden in onze cultuur. Bij ons heeft het, afhankelijk van de situatie, andere betekenissen als iemand zijn hoofd in zijn nek gooit.

Evenals het voorwaartse knikje kan de achterwaartse knik gebruikt worden als groet. Daarbij worden vaak de wenkbrauwen opgetrokken als teken van herkenning. Deze manier van groeten is vooral populair bij jongeren. De groet toont veel meer nonchalance dan het voorwaartse knikje. Als u dit doet zonder uw wenkbrauwen op te trekken of te glimlachen, kunt u hiermee zelfs een onbeleefde onverschilligheid laten blijken.

Een andere toepassing van deze hoofdbeweging is het accentueren van een vraag. Gewoonlijk gaat het hoofd al een beetje omhoog aan het einde van een vraag. Als de vraagsteller zijn hoofd in zijn nek gooit kan dit een manier zijn om aan te dringen op een antwoord. Het gebaar kan ook op zichzelf staan: Als u te lang naar iemand staart gooit de ander zijn hoofd in zijn nek met de bedoeling: "heb ik wat van je aan?" of "wat mot je?" . In een gesprek kan deze hoofdbeweging ook gemaakt worden bij een plotseling besef. Het hoofd wordt dan een beetje schuin naar achteren gegooid. Hierbij gaan ook de wenkbrauwen omhoog en valt de mond open: "Oh, zit dat zo!"

U kunt uw hoofd ook naar achteren bewegen met de bedoeling om te wenken in situaties waar het onbehoorlijk is om te schreeuwen of zelfs bewegingen met uw arm te maken. U beweegt hierbij uw hoofd snel enigszins diagonaal achterwaarts en afhankelijk van de haast die geboden is dat iemand komt, kunt u deze beweging herhalen.



3. Het zijwaartse knikje
Eerder noemde ik de schuine stand van het hoofd als een houding waarmee u vooral belangstelling aangeeft. We houden ons hoofd echter niet altijd stil en de zijwaartse bewegingen die we maken met ons hoofd kunnen verschillende betekenissen hebben. In sommige gevallen maakt u alleen een kort zijwaarts knikje met uw hoofd. Als u daarbij fronst en uw lippen pruilt, geeft u aan dat u weliswaar beaamt wat iemand zegt, maar dat u het er tóch niet geheel mee eens bent. Doet u ditzelfde met een glimlach, dan geeft u te kennen dat u de ander niet geheel serieus neemt. Het zijwaarts kantelen van het hoofd, in combinatie met het kortdurend optrekken van de wenkbrauwen, kan ook een manier van groeten zijn die overigens meer door vrouwen dan door mannen wordt gebruikt. Met deze hoofdbeweging en bijhorende mimiek geeft u blijk van herkenning en aangename verrassing. Als u zich deze hartelijke manier van groeten eigen maakt, zult u bemerken dat u regelmatig een glimlach als antwoord krijgt. In lichaamstaal is immers altijd sprake van wederzijdse beïnvloeding.

Hoe verandert u een vastgeroest imago?

Uw eerste indruk is veelbepalend! De beeldvorming die anderen van u hebben is lastig te veranderen. Maar wat nu als de mensen waarmee u in contact treedt u reeds in een hokje hebben geplaatst? Kunt u daar dan nog uit loskomen? Dient u uw imago alleen op te poetsen voor nieuwe relaties die u aangaat of kan uw huidige kennissenkring ook nog steeds een geheel ander beeld van u krijgen?



Hoe houdbaar is uw eerste indruk?
Het is een cliché om u te vertellen dat de eerste indruk die iemand maakt zeer bepalend is voor het beeld dat anderen van hem zullen behouden. In het artikel: De kracht van een verzorgd uiterlijk gaf ik u een voorbeeld van twee sollicitanten die een verschillende eerste indruk op u maken. De eerste indruk die een sollicitant maakt werkt door in het gehele contact met hem. De kandidaat die zich goed presenteert zal van u sneller een positieve respons krijgen zoals een glimlach, een grapje of een luchtige opening. Hierdoor voelt hij zich eerder op zijn gemak en zal zich tijdens het gesprek ook beter blijven presenteren. Krijgt u een slechte indruk van iemand, dan is de kans groot dat alleen al daardoor het gesprek vanaf het begin stroef zal verlopen. De kandidaten presenteren zich geheel naar de beeldvorming die u al van meet af aan had. Hier werkt een psychologische wet: de zichzelf waarmakende voorspelling.

Nou is een sollicitatiegesprek natuurlijk maar een momentopname. Als de nieuwe werknemer vanaf de eerste dag bij u werkzaam is, zult u verder kennis met hem moeten maken. Daar neemt u alle tijd voor! Het is zelfs zo dat u vaak meent dat één maand nog niet genoeg is om een volledig beeld van iemand te krijgen. U geeft hem dan soms liever een jaarcontract zodat hij kan laten zien wie hij werkelijk is. Ook de andere medewerkers zullen een beeld vormen van de nieuwe collega. Ze wisselen net zolang nieuwtjes met elkaar uit tot zij het plaatje voor zichzelf compleet hebben. Uiteindelijk denken we hem te kennen… en probeer de beeldvorming over deze persoon dan nog maar eens te veranderen.



Een vastgeroeste beeldvorming
Als anderen een vastgeroeste beeldvorming van u hebben kan dit elke voortgang in de relatie met hen belemmeren. Managers die zijn doorgegroeid binnen de organisatie hebben hier vaak last van. Eerder schreef ik daarover al in het artikel: Opeens bent u manager van uw afdeling. Hoe stelt u zich voortaan op? Als nieuwe manager heeft u een andere functie dan voorheen. Dit zou gepaard moeten gaan met nieuwe verwachtingen en een ander beeldvorming, maar zo simpel werkt dat niet. Ook al heeft u een andere positie, er wordt aanvankelijk gevoelsmatig op u gereageerd vanuit de bestaande relatie. Men blijft u voorlopig zien en benaderen zoals zij u kennen. De nieuwe functie en positie kunnen u zeker helpen bij uw nieuwe start, maar als u om andere redenen aan uw imago wilt sleutelen staat u voor een behoorlijke uitdaging.

Morgen bent u anders
U staat bijvoorbeeld bekend als een saai type, een grijze muis van wie weinig bruisende ideeën te verwachten zijn. Nou heeft u een goed boek gelezen, of een paar artikelen op Managersonline.nl en uw wilt nu wel eens van dat imago af. Vanaf morgen wilt u bekend staan als bruisende persoonlijkheid en u gaat zich dan ook meteen als zodanig gedragen. U zult in dat geval behoorlijk wat weerstand gaan ondervinden. Mensen hebben de natuurlijke neiging om het vertrouwde in stand te houden. Het kan zijn dat uw collega’s uw andere gedrag niet eens bemerken en u blijven zien zoals voorheen. Uw spetterende optreden tijdens de eerstvolgende teamvergadering wordt wat lachend van de hand gedaan. Uw ideeën worden lang zo goed niet gevonden als wanneer een ander – die het bruisende imago al had - ze zou hebben voorgesteld. Tijdens uw optreden zult u sneller worden geïnterrumpeerd als van u geen assertiviteit verwacht wordt. Dit is een ervaring die veel mensen hebben nadat zij tijdens een assertiviteitstraining hun zelfvertrouwen hebben opgevijzeld: hun verworven assertiviteit wordt in de praktijk gediskwalificeerd omdat zij bij hun relaties niet als assertief bekend staan.

Wat herinnert men zich van u?
Door het bovenstaande heeft u misschien het idee gekregen dat het nagenoeg ondoenlijk is om de beeldvorming die men van u heeft te veranderen. Dat als u zich eenmaal op een bepaalde manier heeft voorgedaan, dit altijd in de herinnering van anderen zal blijven hangen en dat men u zal blijven benaderen conform deze beeldvorming. Toch blijkt dit niet zo te zijn, vanwege de beperkingen van ons geheugen.

De gegevens uit ons geheugen zijn zelden precies, maar de herinneringen die wij hebben worden aaneengeregen door associaties die de hersenen maken. Twee medewerkers hebben gewoonlijk niet eenzelfde herinnering aan een voorval of een persoon. Uitwisseling van ervaringen beïnvloedt de eigen herinnering. De herinnering wordt ook gekleurd door eigen interpretatie binnen de sociale context waarin het voorval of de ontmoeting plaatsvond. Zelfs eenzelfde gebeurtenis kan telkens verschillend herinnerd worden door het verschil in gemoedstoestand op het moment van herinneren.



Veranderlijke herinneringen
Het heeft mij nogal eens verbaasd dat het schrijvers van soaps vaak lukt om de beeldvorming over een personage geheel te veranderen. Een acteur die in een serie een moordlustig type speelt, wordt soms op straat lastiggevallen omdat hij geassocieerd wordt met de personage die hij speelt. Een jaar later is het script aangepast, en blijkt het goed mogelijk dat dezelfde personage juist heel aardig wordt gevonden. Alles wat hij zo slecht deed zijn we blijkbaar vergeten… in ieder geval het gevoel daarbij.

Toen Jan Peter Balkenende de plaats van Jaap de Hoop Scheffer als lijsttrekker van het CDA innam, was Nederland verrukt over zijn jeugdige uitstraling, vlotte babbel en leiderschap in de dop. Ook hem is het gelukt om zijn imago te veranderen, zij het misschien in de onbedoelde richting. Uit een recente enquête in opdracht van de GPD blijkt dat een meerderheid van de Nederlanders hem als een slechte leider ziet, met weinig uitstraling. 80% vindt de premier geen sterke leider en 40 procent is van mening dat hij sinds zijn aantreden slechter is gaan functioneren. 70 procent van de ondervraagden wil niet eens een kopje koffie met hem drinken!



De aanhouder wint
Bovenstaande voorbeelden geven aan dat de aanhouder wint als het gaat om de verandering van beeldvorming. Gedraagt u zich vanaf morgen wellicht assertiever, spontaner, opener, hartelijker of collegialer? Hou vol! Als u zich gedurende langere tijd op een andere manier gedraagt dan nu, herinneren uw collega’s het zich over een poosje waarschijnlijk niet anders dan dat u altijd zo bent geweest.



1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   30


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina