De lessen van 11 september Terrorisme als nieuwe dreiging



Dovnload 14.55 Kb.
Datum25.07.2016
Grootte14.55 Kb.
De lessen van 11 september

Terrorisme als nieuwe dreiging


Inleiding van Dr. W.F. van Eekelen voor het symposium georganiseerd

door het Benelux Universitair Centrum op 11-09-2002.


De terroristische aanvallen van 11 september hebben de wereld geschokt door hun methode, de omvang van het aantal slachtoffers en hun apocalyptische doelstelling. Het ging om vernietiging van de westerse manier van samenleving en trof de symbolen van globalisering en Amerikaanse macht in hun hart: het Wereldhandelscentrum van New York en het Pentagon in Washington. Civiele vliegtuigen vol brandstof werden massavernietigingswapens. Goed opgeleide terroristen wisten vrijwel gelijktijdig 4 vliegtuigen te kapen. Geen armoedzaaiers en geen high tech. Geen eisen die ingewilligd konden worden en geen claim van aansprakelijkheid achteraf. Een massale bereidheid tot zelfmoord om zoveel mogelijk slachtoffers te maken.

Zelfmoord acties waren op zichzelf niet nieuw. Wij hebben mensen zich in brand zien steken als demonstratie. Japanse kamikaze piloten vlogen zich te pletter tegen geallieerde doelen. Apocalyptische doelstellingen lagen ook ten grondslag aan het anarchisme van een eeuw geleden. Nieuw is de omvang van de destructieve kracht in een steeds kwetsbaardere samenleving en het onafwendbare van de actie zodra die is ingezet. Praten helpt niet. Vandaar dat de traditionele regels voor omgang met kapers niet meer gelden. Het is daarom dat de Amerikaanse luchtmacht de bevoegdheid kreeg vliegtuigen neer te schieten die zich niet houden aan de instructies van de luchtverkeersleiding.

De schok was het grootst in de VS die zich bewust werden van een nieuwe kwetsbaarheid in een vijandige wereld. Europa was geen rechtstreeks doelwit – althans nog niet – en had bovendien een latente ervaring met terrorisme. Noord Ierland, Baskenland en Corsica zijn voorbeelden midden in onze welvaartmaatschappij. Tegelijk bewijzen zij ook dat het succes van terrorisme hier gering was. IRA en ETA hebben de vastbeslotenheid van de Britse en Spaanse bevolking niet kunnen ondermijnen en integendeel hun steun zien afbrokkelen.

Zal het met El Qaeda net zo gaan? De onmiddellijke reactie op de aanslagen was de vorming van een wereldwijde coalitie, die zo breed was dat er ook vreemde vogels deel van uitmaakten. Een coalitie voor democratie was het zeker niet. Dat was ook verklaarbaar want autocratische heersers hebben meer te vrezen van terroristen dan democratieën. Bovendien was het in dit geval mogelijk een band te leggen met het Taliban regime in Afghanistan, dat Ossama bin Laden niet wilde uitleveren. Tegen een staat kan gemakkelijker worden opgetreden dan tegen een diffuse organisatie zonder duidelijk leidinggevend centrum. De Taliban is heel snel uitgeschakeld, ook al zijn niet alle kopstukken gepakt of gesneuveld. Daarmee is ook de dreiging van omverwerping van de regering in Pakistan en toegang tot nucleaire middelen voorlopig verdwenen.

Militair-strategisch is nog wel wat te zeggen over de campagne in Afghanistan. De snelheid was een succes. Met luchtacties en een beperkt aantal speciale troepen op de grond kreeg de plaatselijke oppositie voldoende steun om het regime omver te werpen. Men kan twisten over de vraag of men de schuilplaatsen van de Taliban beter had kunnen afgrendelen waardoor ontsnapping voorkomen had kunnen worden. Over de effectiviteit van bombardementen van grote hoogte is het laatste woord nog niet gezegd. Onbemande vliegtuigen bleken in staat naast hun verkenningstaak ook projectielen te kunnen afvuren. Daar zullen zeker lessen uit getrokken worden.

Belangrijker is de vraag hoe het Westen met dit soort operaties moet omgaan. Afghanistan werd geheel geleid door de VS onder het motto “Don’t call us, we’ll call you”. Het inroepen door de NAVO van de collectieve defensieverplichting van artikel 5 was even een briljant gebaar van politieke solidariteit, maar bleek al snel de geloofwaardigheid van het bondgenootschap aan te tasten. Wij hadden immers verondersteld dat collectieve defensie ook door de NAVO zou worden georganiseerd en gecommandeerd. Daartoe was de geïntegreerde militaire structuur opgebouwd om het beginsel '‘een aanval op één, is een aanval op allen” daadwerkelijk in praktijk te kunnen brengen. Tijdens de koude oorlog was dat ook de enige manier om een massale verrassingsaanval met enige kans van slagen het hoofd te kunnen bieden. Maar optreden als bondgenootschap in de oorlog van Centraal Azië was niet het eerste scenario waaraan wij gedacht hadden. Bovendien konden de Amerikanen het alleen af en wilden dat ook zo. Hun Central Command heeft geen band met de NAVO, zoals de ‘double hatted” hoofdkwartieren in SHAPE, AFSOUTH en SACLANT. Bovendien bleek het tactische optreden van de Amerikaanse militairen af te wijken van de veel geroemde gestandaardiseerde procedures van de NAVO. Toch zijn er van de 5000 grondtroepen ongeveer duizend geleverd door NAVO bondgenoten en niet alleen door het Verenigd Koninkrijk. Waarom Nederland daaraan niet heeft bijgedragen verdient zeker nader onderzoek.

De belangrijkste conclusie die wij uit het afgelopen jaar moeten trekken is dat het militaire aspect niet het belangrijkste is bij terrorisme bestrijding. Zeker, wij zullen meer aandacht moeten besteden aan speciale eenheden. Onze marechaussee en mariniers moeten ook in het buitenland ingezet kunnen worden, in multinationaal verband met andere Europese landen maar het hoofdaccent moet toch liggen op verhoogde waakzaamheid, coördinatie van alle vormen van inlichtingen – dus ook economische en financiële over criminele organisaties en hun kruisverbanden -, bescherming van havens en openbare nutsbedrijven, het verhinderen van financiële transacties van verdachte organisaties, intensivering van de Europol samenwerking die al een competentie heeft gekregen op het gebied van terrorisme naast dat van drugshandel, en het inmiddels overeengekomen Europese arrestatiebevel. Na 11 september heeft de Europese Unie een spurt gemaakt binnen de “derde pijler” van justitie en binnenlandse zaken. Veel waarover jaren was gepraat bleek snel tot een oplossing te kunnen komen. Uiteraard heeft dit ook gevolgen voor de uitbreiding met nieuwe lidstaten, want versterking van de buitengrenzen wordt extra belangrijk en zal dus op den duur niet zonder een gezamenlijke grensbewaking kunnen worden verwezenlijkt.

Hoe zal onze publieke opinie hierop reageren. Vrijheid is leven zonder angst was vorig jaar het thema van de 5 mei herdenking. Intussen is angst gevaarlijk dichtbij gekomen. Eerst in voormalig Joegoslavië waar mensen, die jarenlang vreedzaam naast elkaar geleefd hadden, in de kortste keren tot barbarij vervielen; uit angst dat zij het slachtoffer van hun buren zouden worden als zij niet eerder zelf tot actie overgingen. Als angst de overhand zou krijgen binnen onze maatschappij kunnen wij het “Europe, whole and free” wel vergeten en zakken wij af in een middeleeuws perspectiefloze samenleving van versterkte burchten waarin niemand zijn leven zeker is.

Dat is niet nodig. Een multiculturele samenleving blijft mogelijk, maar vereist wel vertrouwen in de transparantie en effectiviteit van de overheid en een einde aan de schijnheiligheid van officiële uitspraken. Dat geldt voor ons, maar ook voor de Arabische wereld. Het belangrijkste obstakel voor culturele co-existentie is thans het achterblijven van de Arabische regio. Zelfs hun eigen regionale VN bureau voor ontwikkeling wijst op het gebrek aan ontwikkeling, lage groei ondanks de olie inkomsten en geringe deelname van vrouwen aan het maatschappelijk leven. Het ergste is echter het verschil tussen woord en daad. Vaak wordt verondersteld dat een uitspraak ook wordt omgezet in actie, maar veelal is het woord al de daad en daar blijft het dan bij. Misschien verklaart dat de uitspraken van sommige Imams. Maar zij zullen toch moeten beseffen dat een minimum aan assimilatie noodzakelijk is en dat niet alle citaten uit de Koran daarvoor bevorderlijk zijn. Als zij dat niet doen dreigt inderdaad de “clash of civilisations’ die Huntington voorspelde, zeker wanneer alle terroristen van El Qaeda arabieren of Moslims blijken te zijn. De multiculturele samenleving zal van beide kanten moeten komen met enerzijds enige tolerantie, anderzijds een minimum aan aanpassing, zoals het leren van de taal en respect voor wetten en gebruiken van het gastland.

Hoever onze maatschappij zal veranderen door de nieuwe dreiging laat zich moeilijk voorspellen. De rechtshandhaving zal meer accent krijgen, maar dat was toch al nodig. Veiligheid op straat wordt door de meeste burgers als een erger kwaad gezien dan terrorisme. Voor beide zou een identificatieplicht goed zijn, zoals in België al jaren wordt toegepast. En rampenplannen die voldoende transparant zijn om de mensen vertrouwen te geven en tegelijk verantwoordelijk te maken. Ieder bedrijf, iedere dienst en iedere gemeente dient zo’n rampenplan te hebben en regelmatig te toetsen aan nieuwe ontwikkelingen. Laten wij hopen dat vertrouwen het zal winnen van de vrees.

Tot slot toch nog een enkel woord over de militaire aspecten. In november zal de NAVO beslissen over de uitbreiding met vermoedelijk 7 landen. De top van Praag zal echter ruimer zijn en wordt nu al aangeduid als de ‘transformation summit’. Moeten wij ons dan gaan instellen op offensieve operaties buiten Europa zoals in Afghanistan of tegen de landen van de “as van het kwaad”. Het zou een hele stap zijn en betwijfeld mag worden of een NAVO etiket bevorderlijk zou zijn voor het slagen van de operatie. Een coalitie van de ‘willing en able’ lijkt dan beter, eventueel gebruikmakend van NAVO middelen (ook al zijn dat er in praktijk niet zoveel). De delicate mandaatkwestie laat ik nu buiten beschouwing, en beperk mij tot de vraag of Nederland in beginsel zijn strijdkrachten gereed wil maken voor dergelijke acties. Tot nu toe dachten wij, naast de klassieke zelfverdediging van grondgebied en onafhankelijkheid, toch vooral aan vredeshandhaving en zo nodig vredesoplegging. Op zichzelf behoeven wij preventieve acties niet uit te sluiten maar dan moeten wij wel proberen het eens te worden over de voorwaarden, bijvoorbeeld als een land op het punt staat daadwerkelijk massavernietigingswapens te gebruiken.

De strategische discussie wordt weer interessant, een discussie die dusver in Nederland nauwelijks gevoerd is. Bij de vervanging van de F16 was dat het meest opmerkelijk. Geheel tegen onze traditie in werd de afweging een industrieeleconomische, zonder de vraag te stellen met wie wij zouden opereren en in wat voor scenario’s. Ongetwijfeld is de JSF een uitstekend vliegtuig, maar zijn kwaliteiten van “stealth” zijn alleen nuttig tegen een geavanceerde luchtverdediging. Het is maar een voorbeeld, maar dezelfde vragen zullen de komende jaren ook voor andere krijgsmachtdelen gesteld worden. Dat is ook inherent aan dit tijdperk na de koude oorlog, waarin militaire behoeften wel kwalitatief zijn aan te geven, maar moeilijk te kwantificeren. Toen we een vak in Duitsland moesten verdedigen was dat in ieder geval eenvoudiger.



Het militaire beroep is veel omvattender geworden en ook gevaarlijker. Het gaat internationaal meer gelijkenis vertonen met wat nationaal door de politie gebeurt. Vandaar het belang dat de Europese headline goal militairen en politie in nauwe samenhang met elkaar gaat inzetten. Ministeries van defensie worden ministeries van internationale veiligheid in een nieuwe relatie tot de ministeries van buitenlandse zaken. Voor Nederland is de noodzaak van internationale samenwerking evident, politiek voor de spreiding van risico’s en solidariteit, militair voor grotere effectiviteit van schaarse middelen. Mijn grootste wens zou zijn dat wij samen met onze partners en bondgenoten nagaan wat wij gezamenlijk nodig hebben en wat wij nu al kunnen – en niet voortdurend praten over wat wij niet kunnen. Dat zou goed zijn voor Europa, maar ook voor de NAVO en de plaatsbepaling daarvan in November.







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina