De literatuurgeschiedenis in een notendop Middeleeuwen



Dovnload 36.5 Kb.
Datum26.08.2016
Grootte36.5 Kb.
De literatuurgeschiedenis in een notendop
Middeleeuwen >hebban olla vogala nestas hagunnan, hinase hic anda thu=

| god(sdienst) centraal

| feodaal stelsel en standenmaatschappij: adel/geestelijkheid/boeren en later burgers

| ridderromans (voor/hoofs): Karel ende Elegast/geestelijke letterkunde: Beatrijs/ Van den Vos Reynaerde/abele spelen/ Jacob van Maerlant



Renaissance 16e en 17e eeuw: Gouden Eeuw

| ratio


| mens centraal > streven naar zo volledig mogelijke ontplooiing

| sonnetten/tragedies en blijspelen: Hooft/Huijgens/Bredero



Barok tweede helft 17e eeuw

| gevoel

| god centraal

| Van den Vondel



Verlichting 18e eeuw

| rationalisme en empirisme

| mens centraal, nu ook het kind (denk aan de eerste literatuur voor kinderen door H. Van Alphen)

| optimistisch (Als de mens zijn verstand goed gebruikt, zullen alle problemen opgelost worden, zou er zelfs een ideale maatschappij kunnen ontstaan)



Romantiek 19e eeuw

| gevoel


| pessimistisch (idealen waren niet verwerkelijkt)

| onvrede met het hier en nu (Weltschmerz/Sehnsucht)>> originaliteit/escapisme (o.a. naar het verleden)/

| verbeelding/humor/natuur

| Multatuli/Piet Paaltjens/E.J. Potgieter

onderliggende stroming: Realisme

|

>domineespoëzie=: moraliserende gedichten in clichétaal



|

De beweging van >80 vanaf 1880. (Verwant aan deze groep schrijvers: L.Couperus)

| reactie op domineespoëzie/ voortzetting van Romantiek >>

| individualisme/verheerlijking van de schoonheid/l=art pour l=art/natuur/humor

| Impressionisme: afkomstig uit de schilderkunst: niet een >fotografische weergave= van de werkelijkheid maar

| (poëzie) een poging de sfeer/de stemming weer te geven. (Denk aan Van Gogh); H. Gorter, F. van Eeden

| Naturalisme: een voortzetting van het Realisme (waarbij de ideeën uit de

| (proza) natuurwetenschappen doorwerken): nu niet alleen het beschrijven van de

| werkelijkheid, maar ook verklaring voor hoe het zo is gekomen: ook de

| mens is het product van natuurwetten, is gedetermineerd. (ratio); M. Emants, L. van Deijssel

| >tweede generatie=:ziet kunst niet langer als doel in zichzelf en vindt de vergoddelijking van de

| schoonheid te ver gaan; de mooie vorm moet samengaan met een diepere inhoud

| (religieuze verdieping/wijsgerige ideeën/socialistische idealen) H. Heijermans

| (Niet alleen de ontwikkelingen in de natuurwetenschappen hebben hun invloed gehad op de literatuur. Aan het eind van de

| negentiende eeuw ontstaat de psychologie (denk aan S. Freud) en vanaf dat moment zie je daarvan de invloed: inhoudelijk (bijv. het

| Oedipuscomplex) en wat de vormbetreft: het ontstaan van de psychologische roman)



generatie van 1910 thema: romantisch geluksverlangen: J.C. Bloem; A. Roland Holst

| Neoromantiek: begin vorige eeuw: na het Naturalisme weer een terugkeer naar de Romantiek: weer

| aandacht voor het fantasievolle en terugkeer naar romantische thema=s; A. van Schendel



Twintigers overgang traditie - moderne stromingen: M. Nijhoff: vorm traditioneel; taal en onderwerp nieuw (alledaags)

| Expressionisme: poging het wezen van dingen weer te geven; uitgaande van zichzelf pro­jecteert de kunstenaar

| in onor­thodoxe vormen zijn eigen gevoelens, ideeën e.d. op zijn omgeving; P. Van Ostayen

| Vitalisme: ('n expressionistische vertakking): eisen van sterk en groot leven; J.J. Slauerhoff en H. Marsman

| Dadaïsme: ultra-radicale, anti-artistieke stroming op het gebied van beeldende kunst en literatuur; P. Van Ostayen

| Surrealisme: voortgekomen uit het Dadaïsme; wilde wel kunst maken; bepleitte het inschakelen van het

| onderbewuste bij het vervaardigen van kunst, waardoor rede en logica uitgeschakeld werden en er een

| boven-realisme ontstond: Belcampo



Dertigers Forumkring:'ventisme': behoefte om niet de vorm, maar de persoon van de schrijver naar voren te schuiven;

| S. Vestdijk, F. Bordewijk, Elsschot

| Nieuwe Zakelijkheid:term uit de architectuur: streven om gebouwen te ontdoen van alle onnodige versierin­gen;

| nadruk op het functione­le; in de literatuur: gewapende-beton­stijl. F. Bordewijk; Nescio; W. Elsschot

Veertigers Na de Tweede Wereeldoorlog werd deels de literatuur van de jaren "30 en deels die van de jaren "20 hernomen. Denk

| daarbij ook aan de traditionele dichters: M.Vasalis. Toch ontstond er ook een nieuwe na-oorlogse

| roman. In de traditionele roman gaat het meestal om een verhaal dat chronologisch verteld wordt, over

| een 'held' die geconfronteerd wordt met een of ander probleem, dat hij tegen het eind van het verhaal

| opgelost heeft, of waar hij van geleerd heeft. Bij de na-oorlogse roman bedient de schrijver zich vaak

| van kunstgrepen: er is een schijnbaar willekeurige verhaalopening, het verhaal is niet chronologisch,



| met veel flashbacks, en er is vaak een open einde. Verder gaat het nu vaker om een 'anti-held' in een

| chaotische absurde wereld, waarin het leven als uitzichtloos en teleurstellingen wordt blootgelegd. In

| zo'n wereld kan die anti-held zijn doel niet bereiken; hij toont zijn ware aard, leeft volgens zijn eigen

| normen en doorbreekt daarmee allerlei taboes. Deze roman is ontstaan door wat men meegemaakt heeft

| in Tweede Wereldoorlog en onder invloed van het

| Existentialisme: officieel een filosofische stroming. In de literatuur is het een invloedrijke levensopvatting die

| stelt dat de mens geworpen is in een (chaotische) wereld waarom hij niet gevraagd heeft. In die wereld

| wordt hij belaagd door omstandigheden waarvan hij het slachtoffer is. Hij probeert wel een ordening

| aan te brengen, maar steeds blijkt dat dat niet mogelijk is. De mens is echter wel vrij; hij is slachtof­fer,

| maar óók persoonlijk verantwoordelijk. Die verantwoordelijkheid vereist dat hij zich be­trokken voelt

| bij wat er in de wereld mis is, dat hij zich "engageert" met andere slachtoffers (en zodoende soms "vuile

| handen" maakt). Het resultaat: geëngageerde literatuur waarin stelling wordt genomen tegen sociale en

| politieke misstanden. A. Blaman; W.F. Hermans

| Magisch-realisme: de bouwstenen zijn aan de realiteit ont­leend, maar zó gerangschikt en beschreven dat de

| lezer de suggestie krijgt dat een buiten-rationeel iets er een niet te controleren invloed op uitoefent.

| Kern en belangrijkste basis is dus de realiteit, waarin een spanningsveld kan ontstaan waarbinnen zich

| boven-werkelijke zaken voordoen: het magische .J. Daisne, later H. Lampo en J. Vandeloo

Vijftigers de Vijftigers: experimentele dichters; het gedicht wordt autonoom, het is een tros associatief verbonden beelden;

| experimenteel taalgebruik: Lucebert

| ook: experimenteel proza: S. Polet

Zestigers Neorealisme, de informatieve poëzie van Barbarber ("tijdschrift voor teksten"); het isoleren van stuk­jes

| werke­lijkheid (teksten en foto's) en het overplanten daarvan naar een tijdschrift of bundel; men maakt

| gebruik van "ready-mades": kunstwerken bestaande uit bestaan­de, alledaagse voorwerpen; in dicht-

| kunst: recla­meteksten, citaten, krantenbe­richten; men gebruikt col­lag­etechnieken; het is vrijblijvend,

| relative­rend; in gewone spreektaal; humor en ernst worden met elkaar verbon­den: C. Bud­dingh';

| Bernlef

| In het proza zie je dat schrijvers steeds vaker grotendeels autobiografisch gaan schrijven: de

| werkelijkheid wordt (ook hier) omgevormd tot een literaire tekst. Ook hierbij werden steeds vaker

| (seksuele) taboes doorbroken; J. Wolkers, G. Reve, J. Cremer



Zeventigers de Academisten: auteurs en redacteurs rond het literaire tijdschrift De Revisor; weer een prozastro­ming;

| de nadruk komt te liggen op het "maakbare", de vorm van de literatuur; de invloed van de universitaire

| litera­tuurbenadering is merkbaar: D. Meysing; D.A. Kooy­man; F. Kellendonk; O. de Jong

| Naast, of tegenover, de academisten is er ook de terugkeer van de echte verteller te zien; M 't Hart, F. Springer

| In deze tijd is er ook een nieuw verschijnsel in de literatuur aan te wijzen: het feminisme; H. Meinkema

Tachtigers tot heden

Hoe dichter we bij onze eigen tijd komen, hoe moeilijker het is (door het gebrek aan afstand) om duidelijk te zien wat echt blijvend is en wat niet, of en welke groeperingen/stromingen er (zijn) ontstaan). Het is wel duidelijk dat het aantal vrouwelijke auteurs is toegenomen (met daarbij natuurlijk een voortzetting van de aandacht voor de emancipatie, denk aan R. Dorrestein, K Hemmerechts).

Ook zien we dat veel schrijvers autobiografisch werk schrijven met herinneringen aan de kindertijd en de jeugd.

We zien ook dat er, na alle aandacht die er aan de Tweede Wereldoorlog is besteed in de literatuur, een nieuwe groep schrijvers is opgestaan, die hun verwerking ervan, als tweede generatie, beschrijven, denk aan C. Friedman en A. van Dis.

En verder kun je misschien ook opmerken dat er steeds meer (psychologische) romans worden geschreven met thriller- of detective-elementen; L. de Winter, T. Krabbé
Als je nog een groep schrijvers zou willen onderscheiden, dan zou je kunnen denken aan de Generatie nix, een groep schrijvers die het gevoel hebben, dat zij zich nergens meer tegen hoefden te verzetten en die geen taboes meer hoefden te doorbreken, want dat hadden de vorige generaties al gedaan. Schrijvers die bij deze groep horen zijn o.a. J. Zwagermans en R. Giphart; zij zetten de literaire traditie van de vorige decennia voort, schrijven over het romantische thema van de (onmogelijke) liefde, schrijven openlijk over seksualiteit, maar in tegenstelling tot Wolkers en Cremer zijn zij niet meer taboedoorbrekend.

Er is in bovenstand overzicht een paar grote namen niet genoemd of verdienen nog extra aandacht. Vaak nemen zij een aparte plaats in. Denk hierbij aan:



J. Wolkers (die met zijn centrale thematiek als de 'existentiële eenzaamheid' toch wel tot de existentialisten genoemd mag worden),

H. Mulisch (die door zijn niet-christelijke, niet-Nederlandse achtergrond een niet-Nederlandse schrijver is geworden),

G. Reve (door zichzelf 'decadent-romantisch' genoemd) en

H Claus (een zeer veelzijdig Vlaams schrijver, die al sinds de vijftiger jaren taboedoorbrekende boeken schrijft, met een eigen thematiek).

Als je ze op je lijst hebt staan, moet je er uiteraard wel iets over hen kunnen vertellen (wat voor soort werk ze hebben geschreven, of er sprake is van een centrale thematiek en of en hoe het door jou gelezen werk daar in past enz.).






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina