De nalatenschap van een geëngageerd fysicus



Dovnload 200.6 Kb.
Pagina1/4
Datum23.07.2016
Grootte200.6 Kb.
  1   2   3   4

R. Boeyink



De nalatenschap van een geëngageerd fysicus
Paul Ehrenfest 1916 – 1925

Doctoraalscriptie Natuurkunde

Onder begeleiding van Frans van Lunteren
Instituut voor Geschiedenis en Grondslagen

van de Wiskunde en de Natuurwetenschappen

Universiteit Utrecht
September 2005
Een verwachte vondst en een onverwachte mediahype
Doctoraal studenten natuurkunde die revolutionaire ontdekkingen doen zijn zeldzaam. Bij de afstudeerrichting geschiedenis en grondslagen van de natuurwetenschappen gaat het bij ontdekkingen meestal om een nieuwe visie op de wetenschapsgeschiedenis. Maar het vinden van nieuw historisch materiaal gebeurt zelden.
Tijdens mijn speurtocht door de werkbibliotheek van Ehrenfest, vandaag de dag opgeslagen in kamer 364 van het Instituut Lorentz, stuitte ik per toeval op een origineel handgeschreven manuscript van Albert Einstein. Het is het artikel met de voorspelling van een nieuwe toestand van materie, later omgedoopt tot Bose-Einstein condensatie. Einstein liet het liggen in Ehrenfests werkkamer aan de universiteit. Na de dood van Ehrenfest verhuisde deze bibliotheek naar zijn huis, aan de Witte Rozenstraat 57, waar Einstein vaak logeerde. Wetenschapsjournalist Dirk van Delft schreef over deze vondst een artikel in het NRC Handelsblad van 20 augustus 2005.


Dezelfde dag dat het NRC het artikel publiceerde, werd het bericht door de hele wereld overgenomen. Eerst door de NOS op teletekst, toen via de Nederlandse media en via de Engelstalige versie van de wereldomroep naar de internationale Associated Press. Van Oman tot Australië, van Brazilië tot de Verenigde Staten. Beelden werden ook verspreid, eerst door het NOS journaal en het jeugdjournaal, die een trotse Carlo Beenakker lieten zien, en later werd het ook door verschillende buitenlandse journaals uitgezonden. Via de radio kon ook iedereen het horen, onder andere op de wereldomroep en BBC World Radio. Over deze mediahype schrijf ik in mijn digitaal portfolio, die bij deze scriptie hoort.




Afbeelding 1 | Eerste bladzijde van het handgeschreven manuscript “Quantentheorie des einatomigen idealen Gases – Zweite Abhandlung”. [www.ilorentz.org/history/Einstein_archive/index.html]

Inhoudsopgave

Inleiding 8
Digitale ondersteuning van deze scriptie 8
Werken met archieven 8

Werk en leven tussen 1916 en 1925 ?


Een eigenzinnig fysicus ?
Een nieuw leven in Leiden en in Nederland ?
Lorentz als vriend en leermeester ?
Natuurkunde buiten de universiteit ?
Protagonisten van zijn werk: Jan Burgers en Hans Kramers ?
Ondersteuning van Russische vrienden ?
Een reis naar de Verenigde Staten ?
Onverwachte steun: Niels Bohr ?
Einstein is in Leiden – In Leiden in Einstein ?
Eindelijk: Bohr en Einstein in Leiden ?

Een veranderende onderzoeksschool ?


Een faculteit in ontwikkeling ?
Een bloeiend wetenschappelijk klimaat in Leiden ?
Ehrenfest als docent ?

Ehrenfest en de nieuwe natuurkunde ?


‘Wolken van quanta en dergelijke…’ ?
Ehrenfests adiabatische invarianten ?
Bemoeienissen met de atoomstructuur ?
Objectieve kritiek ?

Slotbeschouwingen ?


Conclusies ?
Dankwoord ?
Samenvatting ?
Summary ?
Bibliografie ?
Literatuuroverzicht / overig gebruikt materiaal ?
Gebruikte bronnen uit de archieven ?
Index van namen ?
Chronologie ?
Verder te verwerken OF wat te doen met:
FORMAN’S THESE??

TWEEDE GOUDEN EEUW??

INDETERMINISME??

CAUSALITEIT??

WETENSCHAPPELIJK NATIONALISME??

IRC??


PUBLICATIE ENZYKL. ARTIKEL 1912 << - >> LORENTZ??

NEOPOSITIVISME?? In Klomp’s breekijzer

MODERNISME??

ZIONISME??

Te gebruiken afbeeldingen:


  • scan Russische fysici uit Frenkel

  • scan Faust toneelstuk uit Frenkel

  • foto Ehrenfesthuis

  • foto handtekeningenmuur logeerkamer

  • foto krijtbord Woensdagavond colloquia

Inleiding


Wat heeft de Leidse hoogleraar theoretische natuurkunde Paul Ehrenfest ons nagelaten? Wat zijn zijn verdiensten, wat heeft hij bijgedragen tot de natuurkunde in Nederland en daarbuiten? Met deze vragen begon ik in januari 2005 aan mijn afstudeeronderzoek. Ik stuitte op een verrassende nalatenschap, die in mijn ogen nog onderbelicht is gebleven. De vrijwel onaangetaste werkbibliotheek van Ehrenfest is daar een levend bewijs van. Maar Ehrenfest is niet de enige die in de Nederlandse wetenschapsgeschiedenis onderbelicht bleef. Ook zijn naaste collega Heike Kamerlingh Onnes is lang onderbelicht gebleven:
Overzichtsstudies over de Leidse en Groningse natuurkunde ontbreken. […] Leven en werk van Paul Ehrenfest, die Lorentz in 1912 opvolgde, zijn het onderwerp van Martin Kleins biografie Paul Ehrenfest. The making of a Theoretical Physicist. Helaas is deel twee, over de periode na de eerste wereldoorlog tot de tragische zelfmoord in 1933, nog altijd niet verschenen en het lijkt onwaarschijnlijk dat het er nog van komen zal.1
In een recent verschenen biografie over de Leidse natuurkundige Kamerlingh Onnes spreekt wetenschapsjournalist Dirk van Delft over een wetenschapshistorisch gat dat Groningen en Leiden ten deel valt. Het enige omvangrijke werk over Paul Ehrenfest door Martin J. Klein beschrijft slechts een periode tot en met ruwweg 191623. En zoals Van Delft concludeert zal deel twee van de biografie er niet meer van komen. Een beperkt deel van mijn scriptie is gebaseerd op dit eerste deel van de biografie die Martin J. Klein schreef over Paul Ehrenfest. Ik heb ervoor gekozen om verder geen uitvoerige beschrijving te geven over de studentenjaren van Ehrenfest en zijn jaren in Sint Petersburg tot 1912. Hiervoor verwijs ik de geïnteresseerde lezer naar deze biografie.
Het werk en leven van Paul Ehrenfest na 1916 is dus zogezegd onontgonnen terrein. Het is in zoverre een onontgonnen periode, dat er (nog) geen overzichtswerk bestaat. Wel bestaan er veel naslagwerken over andere natuurkundigen, waarin Ehrenfest ook vaak een hoofdstuk toebedeeld krijgt, zoals in de wetenschappelijke biografie van Niels Bohr door Abraham Pais4. Daarnaast zijn er veel artikelen verschenen met betrekking tot het werk van Ehrenfest. Voor een overzicht van de gebruikte bronnen verwijs ik naar de uitgebreide bibliografie aan het eind van deze scriptie.
Er zijn ook andere redenen om dit onderzoek te laten beginnen bij het eind van de Eerste Wereldoorlog. Ehrenfest had zijn draai gevonden in de Leidse faculteit, nadat hij in 1914 zijn intrek had gedaan in de door zijn vrouw ontworpen ongewone villa aan de Witte Rozenstraat 57. Daarnaast was de periode 1916 tot 1925 een tijd, waarin zijn belangrijkste wetenschappelijke bijdrage, zijn adiabatische principe, bij een breder wetenschappelijk publiek bekend werd. De formulering van zijn adiabatische invarianten deed hij al in december 1911. Publicaties hierover in 1913 en 1914 werden vrijwel niet door andere wetenschappers opgepikt, op zijn boezemvriend Albert Einstein na. Pas in 1916 nam Ehrenfest de moeite, op verzoek van Arnold Sommerfeld in München, om een duidelijk overzicht van zijn ideeën te produceren. In juni 1916 werd het artikel gepubliceerd5 en vond zijn weg via verschillende wetenschappelijke tijdschriften. In 1923 publiceerde Ehrenfest in Die Naturwissenschaften een artikel over de behandeling van zijn adiabatische invarianten door Niels Bohr. In 1925 werden de traditionele kwantumtheorieën drastisch herzien door de komst van de matrixmechanica en later Schrödingers golfmechanica. In december 1925 kwam tot slot een lang gekoesterde wens van Ehrenfest uit. Zowel Bohr als Einstein waren bij hem in Leiden. En wat vonden beide vrienden van de elektronspin, vlak daarvoor geformuleerd door ‘zijn’ studenten Goudsmit en Uhlenbeck?
Ehrenfest is misschien wel de personificatie van het drama dat zich binnen de natuurkunde afspeelde. De intrede van de moderne natuurkunde, onder andere geformuleerd door zijn beste vrienden Einstein en Bohr, leidde bij hem vaak tot wanhoop, depressies en zelfkritiek. Hij zou uiteindelijk hetzelfde lot ondergaan als zijn voormalige leermeester uit Wenen, Ludwig Boltzmann. In een brief schreef Ehrenfest aan zijn allerbeste vrienden – Bohr, Einstein, Franck, Herglotz, Joffe, Kohnstamm en Tolman6 – dat hij uiterlijk in het najaar van 1933 zichzelf van het leven zou ontnemen7, geplaagd door depressies, levensmoeheid, vertwijfeling, uitzichtloosheid en een gevoel van nutteloosheid. Ehrenfest verstuurde de brief nooit, maar ontnam zichzelf zoals voorgenomen toch het leven op 25 september 1933.
Ehrenfest bleef zijn leven lang publiceren. Een groot deel van zijn wetenschappelijke publicaties deed Ehrenfest in de tijdspanne 1916 tot 19258. De periode tot 1925 was een belangrijke en spannende tijd voor Ehrenfest maar ook voor natuurkunde en natuurkundigen in het algemeen. Ehrenfest maakte zijn studenten op zijn eigen manier van lesgeven bewust van deze spannende tijd. Hij was tegelijkertijd de spil in het Europese kwantumnetwerk en droeg veel bij aan discussies over de atoomtheorie, de statistische mechanica met betrekking tot de kwantumtheorie of de relativiteitstheorie.
Deze scriptie gaat dus hierover. Over zijn onderwijs, over zijn werk en bijdrage aan de ontwikkeling van de natuurkunde, over zijn relaties met collega’s in binnen- en buitenland, over de nalatenschap van Paul Ehrenfest tussen 1916 en 1925. Het is niet de bedoeling geweest om volledig te zijn. Ik heb niet geprobeerd een vervolghoofdstuk te schrijven op Kleins biografie. Integendeel, deze scriptie zou moeten getuigen van de bekwaamheid tot het doen van wetenschappelijk (vervolg)onderzoek. Ik laat het aan de lezer over in welke mate dit is gelukt. Ik heb er in ieder geval een enerverende en leerzame tijd aan over gehouden, die ik de rest van mijn leven zal koesteren.

Digitale ondersteuning van dit afstudeeronderzoek


Deze scriptie wordt ondersteund door een speciaal ontworpen website of een zogenaamd onderzoeksportfolio, dat door de Universiteit Utrecht wordt ingezet als hulpmiddel voor zowel de student als de docent. Het Utrechtse onderzoeksportfolio heeft tot nu toe alleen zijn intrede gedaan bij de universitaire lerarenopleiding IVLOS om zo studenten te kunnen volgen in hun ontwikkeling als eerstegraads docent. Dit is dus waarschijnlijk één van de eerste keren dat het buiten deze omgeving gebruikt wordt, maar voor zover ik kan overzien waarschijnlijk niet de laatste keer.
Het onderzoeksportfolio biedt een handvat voor zowel de afstuderende student als voor de scriptiebegeleider. Niet alleen krijgt de begeleider een beter inzicht in de voortgang van het onderzoek, maar bij een dergelijk historisch onderzoek kan ook bronnenmateriaal uitgebreider vermeld worden. Toen ik begon met mijn scriptie hadden al enkele studenten recentelijk over Paul Ehrenfest geschreven in hun doctoraalscriptie9,10. Geen enkele scriptie gaf mij echter inzicht in de onderzoeksopzet, de omgang met archiefmateriaal of de verwerking van primaire en secundaire literatuur. Daarop besloot ik mijn werk systematischer en transparanter aan te pakken, door gebruik te maken van deze universitaire portfolio. Op deze manier kan iedereen op een toegankelijke manier inzicht krijgen in de opbouw en achtergrond van mijn scriptie. Door de vele artikelen, archiefmaterialen en literatuur op mijn portfolio kan voor anderen een hoop werk bespaard blijven. De weken die ik in de archieven in Leiden, Haarlem en Kopenhagen doorbracht zijn nu met één druk op de knop toegankelijk voor anderen. Tot slot kon ik mijn portfolio inzetten tijdens de immense belangstelling voor de vondst van Einsteins handgeschreven manuscript. Ik heb redacties en belangstellenden vaak verwezen naar het portfolio, waar ze meer konden lezen over het manuscript en over mijn scriptie.
Op mijn onderzoeksportfolio is dus een keur aan materialen te vinden die mijn afstudeeronderzoek kunnen ondersteunen. Maar daarnaast was het voor mijzelf uitermate handig als groot digitaal kladblok, dat me een overzicht bood van alle beschikbare bronnen. Ik hoop dat andere studenten, die gebaat zijn bij eenzelfde werkwijze, mijn voorbeeld volgen en er hun voordeel mee doen. Mijn onderzoeksportfolio is te vinden op:

[http://www.phys.uu.nl/~boeyink/ehrenfest]

Werken met archieven
In boeken en artikelen, die ik voor deze scriptie heb geraadpleegd, vind je vaak verwijzingen naar brieven, opgeslagen in grote onbereikbare archieven. Als kritische en onafhankelijke onderzoeker kon ik natuurlijk niet alleen vertrouwen op deze secundaire literatuur. De archieven bleken niet zo onbereikbaar als gedacht en de meeste medewerkers waren erg behulpzaam in mijn zoektocht. Voor deze zogenaamde primaire bronnen was ik aangewezen op vele archieven, verspreid over de hele wereld. Ik heb me in mijn onderzoek beperkt – uit financieel, organisatorisch en tijdsoogpunt – tot zes archieven, te weten: Archief Paul Ehrenfest (Museum Boerhaave, Leiden), Archive for the History of Quantum Physics (o.a. Niels Bohr Instituut, Kopenhagen), Niels Bohr Archive (Niels Bohr Instituut, Kopenhagen), Archief H. A. Lorentz (Rijksarchief in Noord-Holland, Haarlem) en de archiefstukken gevonden in de werkbibliotheek van Paul Ehrenfest (Instituut Lorentz, Leiden).
De gebruikte archiefstukken zijn voornamelijk brieven, artikelen en ansichtkaarten van en aan Paul Ehrenfest. Ik heb me daarnaast bij deze archieven moeten beperken tot een beperkt aantal wetenschappers, met wie Paul Ehrenfest correspondeerde, zoals Max Planck, Hendrik Antoon Lorentz, Niels Bohr, Albert Einstein, Hendrik Anton Kramers, Alfred Landé en een aantal van zijn studenten uit die jaren, waaronder Jan Burgers, Sem Goudsmit, George Uhlenbeck. De brieven van Ehrenfest aan Einstein zijn veelvuldig in secundaire literatuur terug te vinden, daarom heb ik geen reis ondernomen naar Jeruzalem of Princeton. Waar mogelijk heb ik geprobeerd de oorspronkelijke teksten aan te halen. Citaten dienen in de regel alleen ter illustratie of ter ondersteuning van een bepaalde stellingname in deze scriptie. Er wordt verder zoveel mogelijk verwezen naar de archiefstukken, die terug te vinden zijn op de bijbehorende onderzoeksportfolio. In deze scriptie probeer ik zo nauwkeurig mogelijk te verwijzen naar de bronnen uit deze archieven.
Het doorlezen van de honderden brieven van en aan Ehrenfest bood een uniek tijdsbeeld. Vanuit Ehrenfests perspectief kunnen we een beeld vormen van de natuurkunde in de eerste helft van de vorige eeuw. Ehrenfest bewaarde vrijwel al zijn brieven. Zijn archief is daarom uitermate geschikt om een afstudeeronderzoek te doen aan het instituut voor de geschiedenis der natuurwetenschappen. Ik zou daarom ook andere studenten in deze afstudeerrichting willen aanmoedigen om een deel van het onderzoek te wijden in de archieven op zoek naar de ene bevestiging of die ene quote voor je scriptie.


Afbeelding 2 | Het Niels Bohr Archief in Kopenhagen (van de auteur, juli 2005)

Werk en leven tussen 1916 en 1925


In de volgende hoofdstukken probeer ik een indruk te geven van Ehrenfests leven en werk vanaf de publicatie van zijn derde ‘adiabatische artikel’ in 1916 tot aan het bezoek van Bohr en Einstein aan Ehrenfest in december 1925. Deze impressie is gebaseerd op de literatuur die ik voor deze scriptie heb gebruikt en op een selectie brieven die ik in de verschillende archieven heb gevonden.

Een eigenzinnig fysicus


Als natuurkundige gaat Ehrenfest de geschiedenis niet in als grote ontdekker. Maar ‘het zijn niet alleen ontdekkingen, waarmee de wetenschap voortschrijd’, zoals James Maxwell het eens onder woorden bracht. Ehrenfest heeft vandaag de dag zijn naam verbonden aan het Ehrenfest theorema en de zogenaamde Ehrenfesttijd. Ehrenfests adiabatische hypothese, door Einstein zo genoemd, zou later een belangrijk hulpmiddel zijn in de speurtocht naar nieuwe kwantumgetallen. Maar ook de bekende term ‘UV-katastrophe’ komt uit zijn creatieve geest, gepubliceerd in een artikel uit 191111. Ehrenfest was de fysicus die altijd op zoek was naar de fundamentele betekenis achter een fysische theorie, of zoals hij het zelf later in een brief aan vrienden zou omschrijven, ‘Mein Interesse für das Begreifen der fortschreitenden physikalischen Erkenntnisse und die große Freude an andere weiterzugeben, was ich selber begriffen zu haben glaubte, war […] das eigentliche Rückgrat meines Lebens’12.
Een paar weken na zijn dood omschreef Paul Langevin hem op het zevende Solvay congres als natuurkundige ‘in het centrum van het drama van de hedendaagse natuurkunde’13. Dat Ehrenfest leefde ten tijde van dit drama, deze overgang naar een totaal andere natuurkunde, mag duidelijk zijn door de vele pogingen van Ehrenfest om de nieuwe theorieën een plek te geven binnen het klassieke raamwerk; van Felix Klein in Göttingen had hij geleerd om altijd te zoeken naar correspondentie in theorieën die historisch geen verbintenis hadden. Ehrenfest kon zelfs teleurgesteld zijn en zich ongemakkelijk voelen, wanneer experimenten een ‘antiklassieke’ uitkomst hadden14.
Een grote verdienste van Ehrenfest was zijn ongekende objectieve kritiek, waarmee hij zijn collega’s en studenten ruim dertig jaar bestookte. Hij stelde altijd vragen, hij ging discussies nooit uit de weg. Het was zijn manier om natuurkunde te begrijpen, het was voor hem een levensvoorwaarde. Niet alleen was hij kritisch naar anderen, nog kritischer was hij naar zijn eigen werk, wat resulteerde in een grote onzekerheid over zijn successen. Hierover schrijft hij vaak aan Lorentz.
De physica is heerlijk – wanneer ik slechts betere hersenen en krachtigeren wil had, dan was ik er heel gelukkig. Heer Lorentz, of ik ooit iets vinden kan wat van blijvende waarde is dat weet ik niet en vrees zelfs duidelijk te kunnen zien, dat dat niet lukken zal; ook zie ik van jaar tot jaar duidelijker dat mijn onderwijs nooit solide zijn kan – het zal steeds blijven een fragmentarisch en zeer zeer onsymmetrisch schetsen met verwaarloozing van groote zelfs fundamentele gebieden. – Alles wat U van mij hopen kunt is, dat ik mijn werkelijk groote liefde voor enkele vragen op enkele studenten overdraag, die daarvoor a priori “resonanz fähig” zijn. Meer kan ik niet.
Deze grote liefde voor enkele vragen blijkt uit dezelfde brief, wanneer hij Lorentz schrijft over ‘het groote (heerlijke!!) raadsel: wat moet de theorie der quanta met de dispersie beginnen’, waarna hij helder uiteen zette waarom de Debije-Sommerfeld dispersietheorie niet juist scheen te zijn. Ehrenfest introduceerde met deze voorliefde voor de zich ontwikkelende kwantumtheorie de moderne natuurkunde in Nederland. ‘Als ooit de wereld vergaat dan verhuis je naar Nederland, want daar gebeurt alles tien jaar later’ is een uitspraak die me is bijgebleven tijdens mijn examen geschiedenis in 1998. Maar deze uitspraak lijkt ook op te gaan voor de natuurkunde aan het begin van de twintigste eeuw. Nedelandse fysici concentreerden zich vooral op de klassieke thema’s zoals statistische mechanica en thermodynamica en hadden weinig oog voor de uitdagingen waar andere fysici buiten Nederland mee worstelden. Ehrenfest heeft in die zin de moderne natuurkunde geïntroduceerd in Nederland in de jaren twintig en zo op een hoger niveau weten te tillen.
In een satirisch toneelstuk uit 1930, door zijn oude studievriend Hans Hahn, met alle natuurkundige kopstukken vertegenwoordigd, werd Ehrenfest voorgesteld als Faust, die zijn ziel verkocht aan Mephistofeles, voorgesteld als Wolfgang Pauli. Ehrenfest zelf noemde Pauli ook wel de ‘Geisel Gottes’, een naam waar Pauli best trots op was en hem zelfs af en toe als onderschrift gebruikte.
Wetenschappelijke publicaties van de hand van Ehrenfest waren vrijwel nooit gebaseerd op experimentele gegevens. ‘Ich bin persönlich leider unfähig zu experimentieren’ schreef hij als antwoord op Onnes’ welkomstbrief in 1912. Onnes en Ehrenfest hadden weinig echt contact met elkaar. Zij respecteerden elkaar als gewaardeerde collega’s, maar hun karakters waren te verschillend om een verdere vriendschap op te bouwen. Onnes beantwoorde brieven aan Ehrenfest nooit met erg vriendelijke woorden of het ‘van huis tot huis’, waarmee Lorentz altijd afsloot. Toch schreef de zieke Onnes een allervriendelijkste brief terug aan Ehrenfest toen hij ‘mooie bloemen’ van hem kreeg en strooide met Russische woorden. Het is opmerkelijk dat het de theoreticus Ehrenfest was die de banden met het Philips NatLab in de jaren twintig aanhaalde en niet de Leidse experimentatoren.
Ehrenfest mocht dan een groot theoreticus zijn, hij had een grote interesse voor maatschappelijke vraagstukken. In zijn werkkamer bewaarde Ehrenfest verschillende tijdschriften en publicaties die hiervan getuigen. Een selectie: ‘Bijdrage tot de theorie der Belasting’ (1915), ‘RADIO Electricité’ (1922), ‘De electriciteitsvoorziening van Nederland’ (1919), ‘De toekomst der democratie en de oorlog’ (1917) en ‘Over onze natuurlijke hulpbronnen in het heden en in de toekomst’ (1928). Bij deze laatste publicatie, een rede ter gelegenheid van het 25 jarige bestaan van de Nederlandsche Chemische Vereeniging, vroeg hij zich af ‘hoeveel kolen bespaard konden worden als meer mensen richting de evenaar verhuisden’. Ehrenfest maakte zich dus al zorgen over het opraken van natuurlijke hulpbronnen en dacht na over duurzaamheid.
Ehrenfest droeg in grote mate bij aan de ontwikkeling van de natuurkunde in Nederland over de volle breedte. Hij gaf, tegen betaling, populaire lezingen om ook het publiek inzicht te geven in de nieuwste ontwikkelingen binnen de natuurkunde. Hij stimuleerde zijn studenten om ook buiten de grenzen der natuurkunde te kijken. Het bekendste voorbeeld is misschien wel zijn student Jan Tinbergen, die later in 1969 de eerste Nobelprijs voor de economie won. In 1924 deed Ehrenfest Tinbergen ‘de raadselen van de beperkte concurrentie proeven’15. Tinbergen werd één van de grondleggers van de econometrie en is belangrijk geweest voor de mathematisering van de economische wetenschap. Tinbergen gebruikte hiervoor in het begin de natuurkunde van Ehrenfest om deze belangrijke ontwikkelingen vorm te geven16.
Ehrenfest kon niet zonder mensen om hem heen, zowel in zijn persoonlijk leven als in zijn werk als fysicus. Hij was het beslist niet eens met Einstein in dit opzicht, dat de beste baan voor een theoreticus vuurtorenwachter is. Ehrenfest had discussie nodig om zijn werk te kunnen doen, en veelal vond hij die discussie bij zijn talentvolle studenten. Maar ook met sommige van zijn collega’s, met wie hij goed overweg kon, deelde hij zijn wetenschappelijke en persoonlijke ideeën, zoals met Lorentz’ leerlingen Johannes Droste en Adriaan Fokker. Met Philip Kohnstamm, de pedagoog en natuurkundige uit Amsterdam, had hij in de loop der jaren een goede vriendschap opgebouwd en ging regelmatig bij hem thuis in Ermelo op bezoek. Soms verbleef hij er zelfs voor een korte vakantie, zoals in de zomer van 191917.

EEN NIEUW LEVEN IN LEIDEN EN NEDERLAND


In Jena waren er een paar oogenblikken waar ik zoo recht in de diepte van mijn hart voelde hoe dankbaar ik U en Nederland ben, dat mij hier een rustige plaats vergund is waar men alleen door zijn geweten gecontroleerd wordt maar niet door haatelijkheden voorwaartsgejaagd. Zeer scherp kreeg ik ook weder van iets te voelen waaraan ik in Leiden in deze jaaren waarachtig begon te vergeten: van het maatschappelijke antisemitisme.18



  1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina