De Nationale Doorsnee



Dovnload 163.22 Kb.
Pagina2/8
Datum22.07.2016
Grootte163.22 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8

De Nationale Doorsnee

Klas : ...……………………......... Leerjaar: ............…………………...

Nummer leerling : …………………................ Naam leerling: ........……………………...







3.2 Voorspellingsformulier voor de klas


De Nationale Doorsnee

Klas: ...................... Leerjaar: ..............




  • Voorspelling gemiddelde jongen in klas 1

  • Voorspelling gemiddelde meisje in klas 1

  • Voorspelling gemiddelde jongen in klas 2

  • Voorspelling gemiddelde jongen in klas 2

N.B. Aankruisen om welke voorspelling het gaat





4. Optioneel lesmateriaal
4.1 Gemiddelde, grootste, kleinste, komt het meest voor


Aanwijzingen voor de docent




Kern van de les

De bedoeling is dat leerlingen in staat zijn om een reeks gegevens samen te vatten met een aantal kenmerkende waarden en op basis daarvan verschillen tussen groepen aan te geven.

Het is een oriëntatie op centrum- en spreidingsmaten.

Ook wordt er gewerkt aan het kritisch bekijken van gegevens.

Noodzakelijke voorkennis

De leerlingen kunnen een gemiddelde berekenen (dat wordt ook nog een keer voorgedaan in de lesbrief).

Relatie met De Nationale Doorsnee

Vrijwel de gehele lesbrief gaat over de vraag in De Nationale Doorsnee naar het gemiddelde zakgeld per week.

Alleen in vraag 6 wordt nog een uitstapje gemaakt naar de lengte van leerlingen.



Opmerkingen per opgave

1,2 Gemiddelde is niet de enige manier waarop je verschillende groepen gegevens kunt vergelijken. Er wordt hier vooruitgelopen op modus, mediaan en box-plot.

5 Het gaat erom leerlingen kritisch te laten zijn op eventuele uitschieters.

6 Deze vraag sluit direct aan bij de vraag uit het meetformulier van De Nationale Doorsnee.

7 De 'theorie' wordt nog eens verwerkt met een vraag over lengte. Deze sluit ook direct

aan op een vraag uit het meetformulier van De Nationale Doorsnee.
Gemiddelde, grootste, kleinste,

komt het meest voor

Als je leerlingen vraagt hoeveel zakgeld ze krijgen dan wil je de antwoorden met elkaar vergelijken. Welk bedrag komt het meeste voor? Wat is het gemiddelde bedrag? Wat is het grootste bedrag? Enzovoort.

Om goede conclusies te kunnen trekken moet je weten waar je op moet letten als je antwoorden met elkaar vergelijkt.


  1. In een klas zitten 12 meisjes en 14 jongens.

Alle leerlingen beantwoorden de vraag "Hoeveel gulden zakgeld krijg je gemiddeld per week?"

De meisjes hebben als antwoorden gegeven:

10, 0, 10, 25, 30, 22, 10, 10, 12, 13, 35, 25.

De jongens geven de volgende antwoorden:

10, 0, 0, 5, 10, 11, 10, 10, 5, 70, 12, 11,13, 12.

a Wat is het laagste bedrag dat bij de meisjes voorkomt?

b En wat is het hoogste bedrag dat voorkomt, als je naar alle gegevens kijkt?

c Welk bedrag aan zakgeld komt het meeste voor?


2a Neem de volgende uitspraak over en vul deze aan:

In deze klas ligt het zakgeld van meisjes tussen de..... en de..... gulden.

Het meest voorkomende zakgeld is ..... gulden.

b Doe hetzelfde voor de jongens:

In deze klas ligt het zakgeld van jongens tussen de..... en de ..... gulden.

Het meest voorkomende zakgeld is ..... gulden.

Je kunt ook op een andere manier de bedragen voor zakgeld met elkaar vergelijken.

Namelijk door naar het gemiddelde te kijken.


3a Anika bekijkt de antwoorden van de jongens en de meisjes en zegt:

"Meisjes krijgen meer zakgeld dan jongens”.

Ben je het met haar eens?

Leg uit waarom of waarom niet.

b De bedragen van de meisjes kun je op volgorde zetten van laag naar hoog.

Je krijgt dan:

0, 10, 10, 10, 10, 12, …..

Maak deze rij af.

c Zet ook de bedragen van de jongens op volgorde van laag naar hoog.






Het gemiddelde zakgeld van de meisjes kun je berekenen door de bedragen van de meisjes op te tellen en te delen door het aantal meisjes.



0 + 10 + 10 + 10 + 12 + 13 + 25 + 25 + 30 + 35

12


gemiddelde zakgeld meisjes =

4a Bereken het gemiddelde zakgeld van de meisjes.

b Bereken ook het gemiddelde zakgeld van de jongens.

c Kijk naar de antwoorden op vraag a en b.

Wat vind je nu van de uitspraak "Meisjes krijgen meer zakgeld dan jongens"?

Bij onderzoek doen is het belangrijk afwijkende gegevens goed te bekijken en zulke opvallende uitkomsten extra te controleren.

5a Er is één bedrag bij de jongens dat erg opvalt.

Welk bedrag is dat?

b De leraar vraagt aan de klas wie er 70 gulden zakgeld krijgt. Niemand steekt zijn vinger op. Maar Jeroen zegt plotseling: "Ik krijg 17 gulden zakgeld, maar dat bedrag zie ik in de lijst nergens."

Leg uit wat er gebeurd kan zijn.

c Vervang in de rij bedragen van de jongens 70 door 17.

Geef nu nog eens antwoord op de vragen 2b, 4b en 4c
6a Zoek nu uit welke bedragen de leerlingen in jouw klas als zakgeld krijgen.

b Welke conclusie kun je trekken over het verschil in zakgeld tussen de jongens en de meisjes in jouw klas?

c Vergelijk jouw conclusie met die van een paar leerlingen uit je klas.


  1. Verzamel de antwoorden van je klas op de vraag "Hoe lang ben je?"

  • Bereken de gemiddelde lengte van de jongens en die van de meisjes.

  • Bepaal de kleinste en de grootste lengte bij de jongens en bij de meisjes

  • Vertel welke verschillen je hebt gevonden tussen de gegevens van de jongens en die van de meisjes.


4.2 Verwerken van gegevens


Aanwijzingen voor de docent





1   2   3   4   5   6   7   8


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina