De Nationale Doorsnee



Dovnload 163.22 Kb.
Pagina5/8
Datum22.07.2016
Grootte163.22 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8

4.4 Onderzoek doen

Aanwijzingen voor de docent

Kern van de les

Het gaat erom de leerlingen enige kennis bij te brengen over het doen van onderzoek. Een aantal aandachtspunten bij het opstellen van een vragenlijst worden genoemd. Er wordt onderscheid gemaakt tussen vragen naar gedrag en vragen naar een mening. Ook wordt benadrukt dat je van tevoren moet nadenken over de manier waarop je antwoorden gaat verwerken.



Noodzakelijke voorkennis

Geen specifieke kennis van statistiek.

Gegevens kunnen verwerken in een tabel.

Absolute getallen omrekenen in percentages.



Relatie met De Nationale Doorsnee

De opgaven 4 en 5 gaan over ontbijtgewoonte. Deze vraag staat ook in de vragenlijst van De Nationale Doorsnee. Voor vraag 5 zijn de antwoorden op deze vraag nodig van alle leerlingen uit de klas.

Deze lesbrief kan het beste uitgevoerd worden na afloop van De Nationale Doorsnee.



Opmerkingen per opgave

1 Bij onderzoek naar ontbijtgewoontes is het belangrijk dat allerlei gewoontes genoemd

kunnen worden. Bij vraag a kunnen leerlingen bijvoorbeeld niet jam noemen.

Bij vraag b wordt gevraagd wat gezonder is. En niet wat de leerlingen eten.

2 Hier gaat het om het idee dat antwoorden op open vragen moeilijk te verwerken zijn.

3 Hier wordt aandacht geven aan het compleet zijn van alternatieven.

4 Deze vraag dwingt leerlingen kritisch te lezen.

5. Nu wordt onderzocht welke ontbijtgewoonte in de klas het meest voorkomt.

Onderzoek naar een soort tussenniveau dus. De klas, tussen individu en landelijk

gemiddelde. Goed te gebruiken met een terugkoppeling naar De Nationale Doorsnee.

6. In deze opgave worden leerlingen uitgedaagd zelf een klein onderzoek op te zetten en

uit te voeren. Bij het opstellen van een geschikte vragenlijst passen ze toe wat in deze

lesbrief aan de orde is geweest.




Onderzoek doen

Veel onderzoek gebeurt door mensen een vragenlijst te laten beantwoorden.

Het opstellen van de juiste vragen is erg belangrijk. Op slechte vragen krijg je slechte antwoorden.
1 Marian is nieuwsgierig wat de leerlingen uit haar klas bij het ontbijt eten.

a Ze bedenkt als vraag: Wat vind je lekkerder op de boterham, ham of kaas?

Leg uit waarom deze vraag niet goed is?

b Ze bedenkt ook de vraag: Wat is gezonder: een witte boterham of een bruine

boterham?

Leg uit waarom deze vraag ook niet goed is?




  1. Ze zou gewoon aan elke leerling kunnen vragen: schrijf op wat je vanmorgen hebt gegeten.

Wat is een nadeel van deze vraag?


  1. Marian zou ook kunnen vragen:

Geef met een kruisje aan wat je vanmorgen als ontbijt hebt gehad:

  • brood

  • muesli

  • appel

Wat is er mis met deze vraag?

Bij het opstellen van een vragenlijst moet je aan een aantal dingen denken:



  • Je moet weten op welke vraag je een antwoord wil.

  • Als je wilt weten wat mensen doen, moet je niet vragen naar wat mensen vinden.

  • J

    e moet van tevoren nadenken wat je met de antwoorden wilt doen. Open vragen leveren veel verschillende antwoorden. Die kun je moeilijk in een getal of in een grafiek verwerken.







  1. De vraag hieronder gaat ook over het ontbijt.

Heb je vanmorgen voordat je naar school ging iets gegeten?



Er zijn meer antwoorden toegestaan.

 Niets gegeten

Niets gegeten, maar wel iets te eten van huis meegenomen

 Graanproducten, zoals brood, beschuit, roggebrood, ontbijtkoek, enz..

 Ontbijtproducten, zoals cornflakes, muesli, cruesli, drinkontbijt enz

 Fruit, zoals banaan, appel, sinasappel, enz.

 Zuivelproducten, zoals kaas, yoghurt, pap, vla, enz.

 Iets anders


a Onderzoekt deze vraag wat mensen vinden of wat mensen doen?

b Waarom zijn er meerdere antwoorden toegestaan?

c Bedenk twee manieren waarop je de antwoorden op deze vraag zou kunnen weergeven.



  1. Verzamel de antwoorden van je klas over het eten voor je naar school gaat.

a Verwerk de antwoorden in een tabel

b Ga na welk soort ontbijt de leerlingen het meest nemen.

c Reken uit hoeveel procent van de leerlingen uit jouw klas zonder te ontbijten

naar school gaat.


6 Je wilt met een stel klasgenoten gaan onderzoeken welke frisdranken bij

brugklassers populair zijn. Na een poosje praten staan de volgende vragen op

papier:

- Chocomel is gezonder dan cola. Vind je dat ook?



- Hoeveel glazen cola drink je per dag?

- Wat vind je lekkerder: verse jus of appelsientje?

- Heb je de laatste week een van deze dranken gedronken?

Coca-cola

 Sisi

 Appelsientje



 …

 …
a Geef van elke vraag aan of hij geschikt is voor je onderzoek.

Schrijf er steeds bij waarom je dat vindt

b Stel een vragenlijst op die uit minstens drie vragen bestaat en voer je

onderzoek uit.

De Nationale Doorsnee



Handleiding voor de enquêteersoftware


Jelke Bethlehem
Centraal Bureau voor de Statistiek

1 september 2000



1   2   3   4   5   6   7   8


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina