De Nationale Doorsnee



Dovnload 163.22 Kb.
Pagina6/8
Datum22.07.2016
Grootte163.22 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8

INHOUD


1. INLEIDING………………………………………………………………………………………………….29

2. GANG VAN ZAKEN…………………………………………………………………………………….…30

3.HET PROGRAMA INSTEL (VOOR DE COORDINATOR)…………………………………………….31

3.1 INSTELLEN VAN DE SCHOOL……………………………………………………………………….32

3.2 TOEVOEGEN VAN EEN NIEUWE KLAS…………………………………………………………….33

3.3 WIJZIGEN VAN EEN KLAS……………………………………………………………………………34

3.4 VERWIJDEREN VAN EEN KLAS……………………………………………………………………..35

4. HET PROGRAMMA DOORSNEE (VOOR DOCENT EN LEERLING)………………………………..36

4.1 STARTEN VAN HET PROGRAMMA…………………………………………………………………36

4.2 HET MENU BESTAND…………………………………………………………………………………37

4.3 HET MENU VRAGEN…………………………………………………………………………………..38

4.4 HET MENU VOORSPELLINGEN……………………………………………………………………..43

4.5 HET MENU STATISTIEK………………………………………………………………………………46

4.6 HET MENU HELP………………………………………………………………………………………48

5 HET VERZENDEN VAN DE GEGEVENS…………………………………………………………………50

1. Inleiding

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft voor het project de Nationale Doorsnee speciale enquêteersoftware ontwikkeld waarmee de deelnemende scholen de enquêtegegevens van de leerlingen en hun voorspellingen voor de gemiddelde leerling kunnen invoeren in de computer. Deze handleiding legt uit hoe deze software moet worden geïnstalleerd en hoe ermee moet worden gewerkt.


De software wordt per schoolvestiging geïnstalleerd. Dit kan op een stand-alone-machine of op een netwerk gebeuren. Per vestiging wordt een bestand gevormd dat per e-mail naar het CBS moet worden gestuurd.
De software bestaat uit twee programma's:


  • Het programma INSTEL dient door de coördinator of systeembeheerder te worden gebruikt om de instellingen voor de betreffende vestiging van de school vast te leggen.




  • Het programma DOORSNEE wordt door docent en leerlingen gebruikt voor de echte invoer van de gegevens.

In paragraaf 2 wordt de gang van zaken rondom de installatie en in gebruikneming van de software besproken. Daarna wordt in paragraaf 3 het programma INSTEL beschreven. In paragraaf 4 komt het programma DOORSNEE aan de orde. Paragraaf 5 beschrijft in het kort hoe de gegevens moeten worden verzonden.


Eventuele aanvullende informatie over de software zal worden geplaatst op de website van het project. Het adres is www.nationaledoorsnee.nl.


2. Gang van zaken

2.1. Installatie

A
lvorens de software in gebruik kan worden genomen, dient deze eerst te worden geïnstalleerd. Hiervoor moet het programma SETUP worden gedraaid. Dit programma staat op de geleverde diskette. Start het programma door op de bijbehorende icoon te dubbelklikken.

Als de standaardinstellingen niet worden veranderd, dan wordt op de harde schijf van de computer een map NationaleDoorsnee aangemaakt. In die map wordt een submap gemaakt, ook met de naam NationaleDoorsnee. In die submap worden de volgende bestanden gezet:


  • INSTEL.EXE: Het programma dat de instellingen verzorgt

  • DOORSNEE.EXE: Het programma voor de enquêtering en de voorspellingen.

  • SCHOLEN.ADR: Een bestand met een lijst van alle scholen. Dit wordt gebruikt door INSTEL.EXE.

Tijdens het werken met INSTEL en DOORSNEE wordt een nieuw bestand gemaakt. Dit bestand krijgt de naam DOORSNEE.DAT. In dit bestand zijn de instellingen opgeslagen en de ingevoerde gegevens. Na afronding van de werkzaamheden moet dit bestand per e-mail worden verzonden naar het CBS.


Na de installatie van de software dient de coördinator of systeembeheerder op de school eerst het programma INSTEL te draaien. Met dit programma wordt de naam van de school vastgelegd en tevens de omschrijvingen van de klassen die aan het project meedoen.

2.2. Gebruik

Pas als alle instellingen correct zijn ingevoerd, kunnen de leerlingen beginnen met het invoeren van de gegevens met behulp van het programma DOORSNEE. In het algemeen zal het programma INSTEL dus maar één keer worden gedraaid. In een later stadium kan INSTEL nog wel worden gebruikt om de instellingen aan te passen, maar dit moet met de nodige voorzichtigheid gebeuren (zie paragraaf 3). Het is niet de bedoeling dat de leerlingen het programma INSTEL draaien.


Verdere details omtrent het programma INSTEL kunnen worden gevonden in paragraaf 3. In paragraaf 4 wordt de werking van het programma DOORSNEE beschreven.
Als alle gegevens van een school / vestiging (de enquêtegegevens en de voorspellingen) zijn ingevoerd, moeten deze gegevens op elektronische wijze naar het CBS worden gestuurd. Hoe dat in zijn werk gaat, staat uitgelegd in paragraaf 5.
Het is mogelijk om de gegevens die op de eigen school zijn verzameld ook zelf verder te analyseren. Na 10 oktober kan van de website van het project (www.nationaledoorsnee.nl) een computerprogramma worden gedownload waarmee het schoolbestand kan worden omgezet in een Excel-spreadsheet.

3. Het programma INSTEL (voor de coördinator)

Het programma INSTEL wordt gebruikt om de instellingen van de vestiging van de school vast te stellen. Dit programma moet worden gebruikt alvorens met de echte invoer van de gegevens wordt begonnen. Het is niet de bedoeling dat leerlingen met dit programma werken. Degene die op school verantwoordelijk is voor het project (systeembeheerder, wiskundedocent, coördinator) gebruikt dit programma om de naam van de school en het adres van de vestiging in te stellen, en een lijst te maken van de klassen die deelnemen.


F
iguur 3.1. Het openingsscherm van INSTEL

Het programma INSTEL kan worden gestart door eerst met de Windows-verkenner naar de map te gaan waarin de software is geïnstalleerd. Als de standaardinstellingen niet zijn veranderd, is dit de submap NationaleDoorsnee in de map NationaleDoorsnee.


Tip voor de coördinator Als u de software installeert, voer dan direct alle klassen in die meedoen aan het project. Gebruik hiervoor de klassecodes die bij u op school worden gehanteerd.


1   2   3   4   5   6   7   8


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina