De notie bron



Dovnload 152.84 Kb.
Datum16.08.2016
Grootte152.84 Kb.
DEEL I
DE BRON, BOUWSTOF VOOR DE KENNIS VAN HET VERLEDEN


  1. De notie bron



Bron = overblijfsel: voorwerpen uit het verleden die alleen al door hun bestaan aan de onderzoeker een spoor van het verleden opleveren

(bv. Stand van de techniek, artistieke bekwaamheid, commerciële / intellectuele relaties met andere volkeren…)


= overlevering: mondelinge / geschreven getuigenis over het verleden (bv. oorkonden, redevoeringen…)

1.1. Bronnen: bewuste creaties?


  • Artefacten

(bv. Potscherven of wapens) zijn aanvankelijk objecten uit het dagelijkse leven vooraleer ze historische bronnen worden

 dit geldt ook voor mondelinge tradities en geschreven getuigenissen die de bedoeling hebben een rechtshandeling vast te leggen; ze worden pas een bron door de blik van de historicus – archeoloog



Artefacten en getuigenissen: - met opzet gecreëerd: bv. maken van een hakbijl, vastleggen van een bezitstitel

- onbewust ontstaan: bv. Scherven en etensresten in een afvalput (welk soort voedsel tekort / in overvloed? Wat stond er op het menu?)



  • Unwitting testimony

Putsch van kolonel Tejero

Tejero had op 23 februari 1983 een gewapend staatsgreep in het Spaanse parlement gepland. De camera’s waren in het parlement aanwezig voor een aangekondigd debat, maar de putschisten wisten ogenschijnlijk niet dat hun optreden in die zaal gefilmd werd en live in heel Spanje uitgezonden. Dit laatste liet toe de weerstand tegen de staatsgreep tijdig en efficiënt te organiseren.



Zapruder film

Op 22 november 1963 kocht Abraham Zapruder een camera en testte het ding uit terwijl die dag de Amerikaans president J.F. Kennedy voorbij kwam. Hij registreerde aldus ongewild en als enige de beelden van de moordaanslag op Kennedy.



  • Objectief of subjectief?

    • Bewust gecreëerde bronnen: kunnen zowel subjectief als objectief zijn  tijdgenoot een of ander voorhouden

    • Maar: ook heel subjectieve teksten (bv. Liefdesbrieven of kronieken) zijn waardevol: onthullen gevoelens en opinie van de auteur

    • Bron naar juiste waarde schatten: inhoud, vorm en ontstaanscontext kritisch bekijken!

1.2. De vormeigenschappen: geschreven en ongeschreven bronnen

1.2.1. Geschreven bronnen





  • Verhalende of literaire teksten, tussen ‘Dichtung und Wahrheit’ – egodocumenten

    • Traktaat: inlichten via min of meer wetenschappelijk traktaat

    • Editoriaal van een krant: visie opdringen

    • Kroniek: feiten worden in een bepaalde logica gegoten

    • Ego – documenten: deelgenoot maken van eigen juiste inzichten

ego – documenten

(Jacques Presser introduceerde de term)

= ‘die documenten waarin een ego zich opzettelijk of onopzettelijk onthult of verbergt’ m.a.w het zijn bronnen met een opzettelijk ik- of wij- perspectief: - brieven

- memoires

- dagboeken

- interviews

Vroeger: ego – documenten enkel gebruikt als bron voor de studie van het proces van toenemende individualisering

<< Presser: eind jaren ‘50>>
Nu: oiv postmodernisme: besef dat teksten op verschillende niveaus gelezen moeten worden

 als spiegel van de realiteit zijn ego – documenten niet betrouwbaar, maar hebben toch hun waarde: de Dichtung van de auteur wordt door de auteur ook als Dichtung ervaren, maar ook ten dele als Wahrheit, weliswaar zijn / haar waarheid



Ego – documenten in de XXI:

‘Controlling time and shaping the Self’ = intensief onderzoeksproject aan de universiteit van Rotterdam olv Arianne Baggerman)



2 Prototypes van een autobiografie: - “Confessions” – Jean Jacques Rousseau (1784)

- “Dichtung und Wahrheit” – Goethe (1811)


voorbeeld ego – document:

Mémoires van Leopold III: “Kroongetuige. Over de belangrijke gebeurtenissen tijdens mijn koningschap”



“ Pour l’histoire. Sur quelques épisodes de mon règne”

De mémoires hebben een erg beperkte waarde over de feiten en voegen amper iets toe aan de historische kennis: de vorst herinterpreteert het verleden in functie van latere gebeurtenissen. Hij kan zaken functioneel ‘vergeten’ zijn en narcisme kan ook een rol spelen.

Het zijn echter eersterangsgetuigenissen over het karakter en ingesteldheid van de vorst.



  • Diplomatische teksten

= teksten die een rechtssituatie vaststellen of een nieuwe rechtssituatie scheppen

oorkonde = tekst voorzien van een zegel of handteken, die tot doel heeft g getuigenis af te leggen over een doorgaans al voltrokken rechtshandeling en heeft tot doelstelling een bewijsstuk te vormen in rechte bij eventuele betwisting tussen de betrokken partijen

 vorm is niet vrij; strikte formele eigenschappen die wisselend zijn in tijd en ruimte

3 delen in een oorkonde:



        1. protocol = - naam van de auteur

- bestemmeling,

- groetformule

- aanroeping van het opperwezen


        1. context = narratief gedeelte: het verhaal van motieven en het bekendmaken van de beslissing

        2. eschatol = aankondiging van validatietekens, getuigen, datering



  • Bronnen van de sociale boekhouding

= teksten die de schriftelijke neerslag vormen van de uitvoerende macht of van het beheer van openbare of private administraties, ondernemingen of verenigingen

Bv: - ambassaderapporten

- stadsrekeningen

- notulen van parlement

- grondboeken van een abdij

- kiezerslijsten

- …

1.2.2. Ongeschreven bronnen


  • Materiële voorwerpen

Archeologische materiële voorwerpen

= alle materiële voorwerpen die een spoor zijn van menselijke activiteit in het verleden: dagelijkse gebruiksvoorwerpen, kunstvoorwerpen, woningen, graven, wegen, kerken, versterkingen

Bv: “Palast der Republik” = soort volkspaleis in de traditie van de socialistische ‘volkshuizen’, symbool van het oude DDR – regime

MAAR: was oorspronkelijk een oud feodaal Stadtschloss dat gegroeid was in de 18de en 19de eeuw onder de dynastie van de Hohenzollern

1871: Duitse keizers

1918: Weimarrepublik

1949: autonome staten: BRD en DDR

1950: resten van het gebombardeerde slot worden opgeruimd

1971: Honecker (voorzitter 1971 – 1976) laat er een volkshuis bouwen: manifestaties, politieke zetel en politiek leven:“Palast der Republik”

1989: Gorbatsjov: vervangt Honecker en opent de grenzen van de DDR (de opening van de grenzen werd gestemd in het Palast)

1990: gebouw wordt gesloten omdat er asbest werd aangetroffen

1997: gebouw wordt ontmanteld

2002: beslissing tot afbraak van het Palast en het bouwen van een reconstructie van het feodaal slot

VRAAG: Welk stuk van de geschiedenis moeten we bewaren? Moeten we heden ten dage niet leren aanvaarden wat de geschiedenis in al zijn verscheidenheid heeft gebracht?

Munten

Informeren over: - personen

- instellingen

- economische toestanden

- richting van de handelsrelaties

- voeren van financiële politiek



Met de hand vervaardigde afbeeldingen

= schilderijen en tekeningen



Mechanisch vervaardigde afbeeldingen

= foto’s en films



  • Orale tradities

Hedendaagse vorm: interview

Oorspronkelijk zuiver en exclusief oraal  worden later vaak vastgelegd in geschriften of op geluidsband, film of digitale drager (en zijn dus niet meer zuiver oraal)



2. Onderscheid tussen bron en historisch werk


  • Een bron

= voorwerp of en tekst uit het verleden die de historicus gebruikt om aan de hand hiervan het verleden te reconstrueren

Een bron levert ons na kritische analyse een bewijs voor het voorkomen van een gebeurtenis.

Bv. Dagboek van Halbert van Brugge = klerk van de Graaf van Vlaanderen die schrijft over de moord op de graaf van Vlaanderen


  • Een historisch werk

= het resultaat van de reconstructie

Een historisch werk is de bewijsvoering over een gebeurtenis, een ‘lezing’ door een historicus die niet noodzakelijk de enige of laatste lezing hoeft te zijn



(naargelang de bronnen direct of indirect informeren)

Primaire informatie is heel schaars!



  • Mémoires van politici

Randgevallen: zijn het bronnen of historische werken?

Het zijn werken geschreven door de persoon die de gebeurtenissen zelf heeft meegemaakt, maar hij / zij weet wat er zich later heeft afgespeeld. Ze kijken terug op het verleden en kunnen zo de waarheid verdraaien om zichzelf beter te doen uitkomen!


Cf. ook: Herodotos en Thucydides: schreven in de Oudheid ook grotendeels over zelf beleefde gebeurtenissen  noemen zichzelf historiografen, hoewel grote delen van hun werk overeenkomen met de kenmerken van een getuigenis en dus van een bron

 Herodotos: vergelijkt verschillen en gelijkenissen tussen Grieken en niet – Grieken

 Thucydides: zoekt naar logische en causale verbanden


  • Eusebius van Caesarea

Citeert in zijn Kerkgeschiedenis tal van teksten die ondertussen verloren gingen en is dus een indirecte bron voor de geschiedenis van de eerste eeuwen van het christendom, zoals zijn werk tegelijk ook een historische studie over het vroege christendom is

 grenslijn tussen bron en historisch werk vervaagt!



  • Kritisch apparaat

= geheel van citaten en bronverwijzingen die de lezer – gebruiker toelaten kritisch de uitspraken van de historicus of journalist af te wegen

3. Van gesproken naar geschreven woord en terug? Evolutie van de bronnentypes en hun complementariteit

    1. Schrift en alfabet

  • Voorgeschiedenis

Ca. 8000 BC: in het tweestromenland gebruikte men kleitabletten om voorraden te tellen en die ook als kalender fungeerden

<< mens wordt sedentair  behoefte aan politieke organisatie>>

Ca. 3300 BC:ontstaan van het schrift in Mesopotamië

 schrift heeft drie functies: - voorraden beheren

- personen identificeren

- gebeurtenissen bijhouden



  • Verschillende mogelijkheden

Pictogrammen: een beperkt aantal tekens dat een begrip aangeeft

Bv: Azteken



Logografisch: elk woord heeft een teken

Bv: Chinees



Logofonisch: elke klank heeft een teken

Bv. Japans



Fonetisch: een letterteken staat voor een klank

  • Steen van Rosetta

Egyptische hiërogliefen (= mengvorm van woordtekens en klanktekens) bleven lang onleesbaar. Champollion vond de steen van Rosetta waarop eenzelfde tekst in drie talen stond: demotisch (=cursieve variant van het hiërogliefenschrift), Grieks en hiërogliefen voorkwam.

Midden – Oosten ttv Egyptenaren: stadstaten met fonetisch alfabet

 Feniciërs (cf. Byblos = belangrijkste stadstaat: er werd papyrus gemaakt)

 Grieken (kwamen in contact met Feniciërs door handelscontracten en voegden verschillende klinkers toe aan het Grieks alfabet)

 Etrusken

 Romeinen (= vroegere Etruskische stadstaat)


    1. De drukpers: schaalvergroting en uitdieping

  • Overleveringskans

Steeg exponentieel door de boekdrukkunst: kranten en overheidsordonnanties bestonden vanaf dan in vele identieke exemplaren!

  • Papier

Itt perkament en papyrus is papier goedkoop: het werd van lompen gemaakt  de massale overgang van wol naar linnen ah einde van de ME verhoogde drastisch de hoeveelheid voorhanden zijnde lompen

  • Het drukken

Johann Gutenberg = uitvinder van de klassieke boekdrukkunst:de tekst werd vanuit aparte letters gezet

  • Humanisme

Voor het eerst was er de mogelijkheid voor de humanisten om teksten uit te geven op meerdere exemplaren  teksten konden vergeleken, bediscussieerd en gecorrigeerd worden!

  • Reformatie van Luther

De reformatie zou niet mogelijk geweest zijn zonder de boekdrukkunst. Voor Luther waren er al vele kerkelijke hervormers geweest, maar ze waren gemakkelijk te isoleren en met de ketters verdwenen vaak de schaarse exemplaren van hun geschriften op de brandstapel.

Luther: drukken van pamfletten en spotprenten op ongekende schaal  Kerk besefte dat boekdrukkunst gevaarlijk was



GEVOLG: ontstaan censuur (paus Paulus IV: index librorum prohibitorum)

 Hendrik VIII en Karel IX waren hem al voor geweest met censuur

 enorme rijkdom in de Nederlanden; controle was er heel los en daar drukte men allerlei boeken die in andere delen van Europa verboden waren


  • Eerste kenniseconomie

Jan Luiten van Zanden zei in 2005: einde 15de eeuw was eerste kenniseconomie; goedkope prijs van nieuw medium was zo goedkoop in vgl met handschriften kopiëren dat de verspreiding van kennis mogelijk werd over grote delen van de Westerse wereld.

(Een dergelijke kenniseconomie is vergelijkbaar met de doorbraak van de elektrische apparatuur)



  • Evolutie in de productie van papier

1798: machine om sneller papier te maken (productie steeg x10)

1843: - papier werd van houtpulp gemaakt ipv van lompen



    • drukplaat waarin gezette letters vastzaten

    • verticale pers vervangen door metalen cilinder

    • ontwikkeling letterzettermachine (in gebruik tot midden XX)  leidde tot ontwikkeling van de schrijfmachine in 1874 (qwerty – toetsenbord)



    1. Woord en beeld



  • XIX= eeuw van het gedrukte woord

  • Opkomst van gesproken woord en beeld

Technische innovaties  nieuwe bronnen : foto en film (realistischer dan geschilderd portret)

Foto – innovaties: - fotogrammen op zilvernitraatpapier (Thomas Wedgewood, 1802)

- eerste foto (J.N.Nièpce,1822)

- eerste camera (Nièpce, 1826)

- publiek maken van experimenten en ontwikkelen van foto’s (L. Daguerre, 1839)

- bromureplaten  negatieven bewaarbaar (1878)

- rolfilm voor foto’s (Kodak, 1888)



Bewegende film: - Gent; J. Plateau 1832: experimenten

- eerste transparante filmband (1889)

- eerste opname én weergave – apparaat (Edison, 1893)

- eerste projectie (Lyon, gebroeders Lumière, 1895)

- sinds ca.1950 kunnen films bewaard worden

- voor 1900; enkel natuuropnamen en van actualiteit

- na 1900: ontstaan fictie – film

- 1926: geluidsfilm



  • Audiosector

fonografische opname (Edison,1877), grammofoonplaat, langspeelplaat, cd (jaren ’80), digitaal opslaan van geluid

Evolutie in de audio

1931: metaalband  synthetische band (vanaf ca.1940)



  • Radio

1896: uitvinding radio

1902: radio publiek gemaakt

1920: regelmatige omroep in de VS


  • Tv

1927: eerste experimenten

1953: tv in werking gesteld in België

 werkt aanvankelijk bronvernietigend: niets werd opgeslagen en slechts eenmalig uitgezonden

1940 – 1970: geen rechtstreekse uitzendingen, maar veel reportages (worden op stevigere film opgenomen  meer overlevingskans!)

1970: alles op uitwisbare tape opgenomen (kans op verlies stijgt)

(VRT bewaard belangrijke nieuwsuitzendingen in archieven, zonder systematische inventarisatie)





  • Computer

Problemen:

    • sociale boekhouding kan vernietigd worden (verstrooidheid / kortsluiting kan alles uitwissen!)

    • snelle technische vooruitgang: niet zeker dat je oudere opslagmedia kan consulteren

bv: 1983: geen wisselstukken voor het systeem  oude fiscale dossiers kunnen niet meer geraadpleegd worden!

    • Cd roms zijn veiliger voor het bewaren van informatie

    • Aanleg van databanken



    1. Mondelinge bronnen: orale overlevering, orale geschiedenis

Vroeger: weinig aandacht voor mondelinge bronnen

Nu: besef dat deze ook nuttige info kunnen bevatten

  • Jan Vansina

= docent in de VS, gespecialiseerd in het Afrikaanse verleden: wegens gebrek aan geschreven bronnen moet hij volledig steunen op de volksverhalen van verschillende stammen

 “mondelinge communicatie” betekent niet “willekeur en anarchie”, maar kan integendeel wijzen op een complex sociaal en politiek verkeer

 orale traditie kan ook betrouwbaar zijn indien men ze aan een aantal tests onderwerpt


    • Externe tests: getuigenis gecontroleerd door een groep? Bereikt het ons via een gesloten kaste of een sociale instelling?

    • Interne tests: toepassing van regels van de tekstkritiek (gaat na of de getuigenis conform is aan de taalkundige, stilistische, rituele en juridische normen van tijd en milieu waaruit het beweert te stammen)



  • Harde en zachte interviews

ZACHTE HARDE

- interviewer laat zich meeslepen met wat de - interviewer heeft veel kennis en geïnterviewde antwoordt achtergrondinfo van de zaak en is perfect op de hoogte

- niet zo goed geïnformeerd - werkt actief mee aan de logische opbouw (tegenstrijdigheden eruit halen
 historici moeten ‘the bigger picture’ zien en zo dus ook de informant veel grondiger ondervragen en zelf ook veel meer voorafgaand onderzoek doen dan bijvoorbeeld een politieagent die zich beperkt tot een deelaspect van een probleem (zoals schuld – onschuld)



  • Maurice de Wilde

Jaren ’70: besef dat men bijna door de voorraad ooggetuigen uit WOII heen waren
Frankrijk: 1969, “La chagrin et la pitié” Marcel Ophuls; over inwoners van Clermont – Ferrant  verzet bleek niet zo globaal te zijn zoals men altijd dacht
Nederland: Lou de Jong, “Bezetting”

Vlaanderen: 1970, BRT richtte productiekern WOII op (bleef bestaan tot 1991)

1994: Maurice Dewilde wordt aangenomen

 reeksen lieten veel stof opwaaien

 bijgestaan door historici olv Gentse mediëvist A. Verhulst

 publiek niet eerlijk behandeld: kregen geen spontane interviews maar op voorhand vastgelegde gesprekken te zien, waarin hij de tactiek van het ‘harde interview’ hanteert

 gaat heel ver : - ‘alles of niets’

- bepaalde interviews (cf. Degrelle) vereisten juridisch overleg tot op het hoogste niveau (Degrelle was ter dood veroordeeld en zijn theorieën mochten niet meer in België verspreid worden als propaganda)

Casussen Maurice De Wilde


  1. Leon Degrelle: = extreem rechtse katholiek die een groot Bourgondisch rijk wou in de jaren ‘30

  2. Maurits Naessens: = boer die heel dicht bij Hendrik de Man, een collaborateur in WOII, stond

 Dewilde dreigt weg te gaan omdat hij niets is met de dingen die Naessens nu verteld omdat het niet hetzelfde is wat ze op voorhand afgesproken hadden (cf. vloeken, roepen, tieren…)

 Dewilde pakt hem zo aan dat Maurits alles verteld wat Dewilde wil, nl “plots stond iedereen op en riep Sieg Heil”

 Dewilde speelt info waarvan hij op de hoogte is zoveel mogelijk uit (bv. het aantal Vlamingen die aanwezig waren op de algemene bijeenkomst: Naessens zei 20, Dewilde verbetert naar 7)

4. Impact van communicatie- en informatie- technologie op de productie van bronnen


    1. Snelheid en kwaliteit van de overdracht

4.1.1. Eerste fase: te voet, voor het gebruik van het paard

  • V = 5 à 10 km / u

  • Media zelf zijn: mens zelf (als bode), geven van visuele (bv. Witte of grijze rookpluim bij pausverkiezingen) of auditieve signalen (bv. Tamtam)

  • Beperkingen: nauwkeurigheid is gering door het beperkt aantal tekens (cf. pausverkiezingen)



      1. Tweede fase: gebruik van het paard



  • Evolutie in de tijd

  • 2000 BC: centraal – Azië

  • 1000BC: Middelandse - Zeegebied

  • XVI: Inca’s in Peru

  • Nauwkeurigheid = groter  gebruik schrift!

  • XIII: vaste verbindingen tss jaarmarkten van Champagne en handelsfirma’s in Toscane

  • XIV: paus volgt dit na

  • Einde XV: eerste net van postverbindingen in Europa (Thurn en Taxis, Milaan  verwierf in 1505 monopolie in rijk van Karel V en Spanje v = 50 tot 80 km per dag)



  • Evolutie in de snelheid

    • 1505: ca. 50 tot 80 km per dag

    • XV – XIX: snelheid verdubbelt dankzij bouw van grote afstandswegen en meer efficiënt gebruik van de paarden



  • Aard van de koerierverbindingen

    • Geheime correspondentie; vaak met geheimschrift

    • Openbare brieven  eerste genre van kranten (bv. avvisi = met de hand geschreven berichtenbladen als supplement bij brieven met handelsdoeleinden in het begin van de XVI)

 Zeitungen = zuidduitse variant van de avvisi ( handelssteden van Nürnberg en Augsburg)

 eerste echte kranten verschijnen in Wolfenbüttel en Straatsburg in 1609 en in Antwerpen in 1629 (Abraham Verhoeven)

 Nederland: correspondent van de Verenigde Oost – Indische Compagnie (berichten belangrijk voor de aandeelhouders in Amsterdam)

Besluit: onstaan van nieuwsmedia heeft overal ter wereld wel iets te maken met de beurs of de financiële wereld in het algemeen


      1. Derde fase: mechanische media

  • Snelheid tot 50 à 60 km / u (trein, 1830)

  • Telegraaf (1844): berichtgeving is quasi gelijktijdig (bv. 1896: 7 min om vanuit elk punt van de wereld elk ander punt te bereiken)

Opm: sinds telegraaf is informatie praktisch gelijktijdig en universeel geworden dankzij de nieuwe moderne ontwikkelingen (telefoon, fax, radio, internet…)

  • Ontstaan persagentschappen (Havas, later AFP, Belga, U.P.I. en Reuter)

Opm: zorgen voor een unificatie van het internationale nieuws  veel kranten hebben geen vaste medewerkers in het buitenland meer  berichten van de persagentschappen kunnen niet meer gecontroleerd worden!!

    1. Functies van de communicatiemedia

Ontwikkeling


  • In oorsprong: massamedia moest nuttige info bezorgen aan de avvisi, bestemd voor zakenlui



  • Maar: al vlug werd het potentieel van de pers om de massa te beïnvloeden ontdekt!

    • Gevolg: allerlei vormen van controle en censuur (bv. XVI: uitgeven van kranten vergt een licentie of octrooi van de staat)

    • Relatieve persvrijheid in de Republiek der Verenigde Provinciën en in Engeland (na de Glorious Revolution)

Koffiehuizen: kranten werden er besproken (cf. eerste Italiaanse tijdschrift =Il Caffè)

XVII: - eerste echte nieuwsbladen

- tijdschriften voor geleerden (cf. Journal de sçavants in Frankrijk of Transactions of the Royal Society in Londen)

- tijdschriften voor dames

eerste krant: verschijnt in Frankrijk pas in 1777 (maar na 1789 waren er plots 350 titels op de markt)

Propaganda en massale mediamanipulatie


  • Gleichschaltung” in Nazi – Duitsland

 uniforme berichtgeving werd opgelegd als deel van de algemene ideologie

1ste hoogtepunt: manipuleren van de massamedia door Goebbels (Ministerium für Volksafklärung und Propaganda)  totale controle van de geschreven pers, inschakelen van de film als nieuw medium (cf. Leni Riefenstahl)

Navolging: Mao Tse Tung en Mobutu Sese Seko (eenheidsdenken)

  • Casus Leni Riefenstahl

( + 2001, 101 jaar oud, werd bekend door bergfilms)

 maakte op vraag van Hitler en Goebbels twee films die het midden houden tussen documentaire en propaganda

1931: “Sieg des Glaubens”  flopt, maar Leni werd tegengewerkt door Goebbels

1934: “Triumph des Willens”  Leni kreeg deze keer carte blanche en maakte de meest indrukwekkende propagandafilm ooit!



      • Bewegende camera’s

      • Dynamische montage

      • Verschillende standpunten

      • Machtsmuziek

      • Vogel – en kikvorsperspectief

Riefenstahl stelt dat haar film een ‘kunstlerische Verdichtung’ is: het is volgens haar géén propaganda, maar een documentaire (cf.” bij een propagandafilm zou een spreker bepaalde zaken moeten uitleggen, maar dat gebeurt niet, dus is het een documentaire”)

Breaking News” – fenomeen




  • Opgang CNN

1980: oprichting CNN dat 24 op 24 nieuws produceert  nieuws = wereldwijd commercieel en uniform product

1988: oprichting Al Jazeera = imitatie van CNN

1991: oprichting pan – Arabisch kanaal vanuit Londen (MBC)

1993: - Europese variant van CNN, Euronews, wordt gestart

- BBC World concurreert met CNN



  • Al Jazeera

Werd oorspronkelijk positief onthaald in het Westen

MAAR: na 11/09 veranderde dit: Al Jazeera bleek een doorgeefluik te zijn voor boodschappen van Arabische leiders (bv. Bin Laden) en Condoleeza Rice beschuldigde Al Jazeera van banden met Al Quaeda

 VS wil censuur op CNN(bood dit zelf aan) en Al Jazeera

 weken na 11/09: Pentagon kocht rechten op beelden van privé – satellieten zodat ze zeker zouden zijn dat er niets aan hun aandacht zou ontsnappen



  • Breaking News

11/09: CNN heeft vaste camera’s gericht op de Twin Towers (= vaste achtergrond voor interviews over economie)

 breaking news: beelden van Twin Towers  Woordvoerder van de Taliban (niet ondertiteld of geduid interview)

= over de schreef: er wordt een causale band tussen de aanslag en de Taliban gesuggereerd

Kritische massamedia
Rumsfeld wordt geconfronteerd met beelden uit 1983 waarop te zien is dat hij de hand schudt van Saddam Hoessein. Irak en Iran waren op dat moment in een bloedige oorlog verwikkeld en Irak kreeg militaire steun van de VS.

Rumsfeld, nu lid van de regering Bush, probeert krampachtig de oorlog in Irak te verantwoorden. Zijn reactie op de beelden is ontluisterend: “Isn’t that interesting? There I am…”



Opvallende gelijkenis: in 1983 was Ronald Reagan president en vele van de mensen die toen in zijn regering zaten, hebben nu ook een hoge positie bij de regering Bush (en zo ook Donald Rumsfeld)

Berichtgeving is deformerend


  • Journalist moet selecteren op grond van: - belangstelling

- publiek

- land


- partij / ideologie

Bv: 10 dagen lang komen berichten binnen oer de ziekte van de paus. Journalist A oordeelt na de vijfde dag dat het bericht niet origineel meer is en laat het vallen. Journalist B meent dat herhaling van de feiten het volle gewicht weergeeft.  beide stellingen zijn objectief verdedigbaar!

 pers bepaalt of iets belangrijk is of niet! (opvolgen van een verhaal is vaak gelijk aan het creëren van het verhaal)


  • Gebeurtenissen en informatie

Normaal: informatie komt na de gebeurtenissen en geeft er verslag over, zonder ze te beïnvloeden

Storing: informatie en gebeurtenis zijn gelijktijdig

    • berichtgeving tijdens revoltes (cf. mei ’68)

    • verkiezingsstrijd waarbij men vooruitloopt op de gebeurtenissen (cf. opiniepeilingen)

moratorium = verbod om gedurende een bepaalde sperperiode direct voorafgaand aan de verkiezingen nog langer peilingen publiek te maken



    1. Impact van de communicatie in de huidige samenleving



      1. De wereld van de communicatie: a global village?




  • Global village

= alomtegenwoordigheid van eenzelfde nieuws (op CNN, BBCWorld, Arte, Al Jazeera) geeft het gevoel dat de wereld een dorp geworden is

 steeds meer mensen krijgen hetzelfde te horen en te zien en gaan bijgevolg identiek gaan handelen en denken

(cf. 1961: SU plaatst raketten in Cuba om Amerika rechtstreeks te kunnen raken, zonder dat de VS tijd heeft voor een reactie dwingt tot politieke besluitvorming op heel korte termijn met alle risico’s van dien)

(Cf XVII: elk bevel uit Madrid aan de Zuidelijke Nederlanden hopeloos te laat! (Tegen dat de boodschap het front bereikte was de situatie al volledig anders))



  • Overlevingskans van een boodschap

= afhankelijk van het type bron bv: orale communicatie  handschrift en druk: kwaliteit neemt toe (reden: leesbaarheid en juistheid nemen toe)

Bv: handschrift en druk  moderne technologische media: kwaliteit neemt af (in feite terugkeer naar orale communicatie)



  • The medium is the message

> Marshall McLuhan = Canadees literatuurwetenschapper die aantoonde hoezeer de communicatie de cultuur bepaalt en dat de vorm waarin de boodschap tot ons komt belangrijker is dan de inhoud

menselijk denken: van overwicht van het abstragerend denken

Naar: visuele, concrete denken (door de tv)

 impact van de tv is te vergelijken met de impact van de boekdrukkunst (cf. Gutenberg galaxy, midden XV)



      1. De impact van communicatiemedia: naar een collectief geheugen en de verleiding van de manipulatie



  • Ontstaan collectief geheugen

= iedereen kent belangrijke beelden (cf. beelden Berlijnse Muur, WTC torens…): berust steeds op reële basis en op gedeelde ervaringen en op beelden uit de media

 gevolg van de massamedia omdat iedereen dezelfde info te verwerken krijgt en dus ook dezelfde dingen als belangrijk ervaart

gevolg: massabewegingen (bv. vredesbewegingen in de VS tgv wrede beelden uit Vietnam)

Casus: foto van Kim Phuc

= slachtoffer van napalmaanval (1972): werd de krachtigste aanval tegen de waanzin van oorlogvoering en werd symbool voor de slachtofferrol van kinderen



2000: gelijkaardig beeld bij oorlog in de Gazastrook: tijdens straatgevechten wil een vader zijn zoon beschermen, maar de zoon sterft en de vader wordt zwaargewond  de jongen werd een icoon voor het leed van de Palestijnen

  • Manipulatie

Beelden uit collectief geheugen = verondersteld objectief

MAAR: graad van subjectiviteit  technische middelen hebben invloed omdat ze klemtonen kunnen leggen (cf. zwart – wit of kleur, hoek…)

  • Manipuleren van de massa

Bv: verkiezingscampagnes: heel normaal dat foto’s vervalst worden  campagnes worden gedragen door ‘spin doctors’ = verantwoordelijken voor communicatie

Gevolgen: - democratisch deficit stijgt

- kosten van campagnes stijgen  veel geld=veel kans op overwinning

- aandacht voor het imago van de kandidaat



Casus: Trotski, Kamenev en Stalin

1920: Stalin spreekt de massa toe en naast hem staan Trotski en Kamenev

1927: Trotski en Kamenev zijn van de foto verdwenen! (Stalin was ondertussen aan de macht

Casus: Jane Fonda en John Kerry

Fonda en Kerry worden samen op de foto gezet hoewel ze nooit dicht bij elkaar zijn geweest.



Fonda: 1972: ze spreekt een protestebetoging tegen de oorlog en tegen president Nixon toe

Kerry: 1970: hij speecht op een vredesbetoging

Fox News = opgericht in 1996 (‘Fair and balanced’)

MAAR: is in feite een verkapte propagandamachine van de Republikeinen



Thema’s: - godsdienst

- angst (vreemde godsdiensten, aanslagen…)



 techniek om tegenstanders te demoniseren!

Andersdenkenden en intellectuelen worden hard aangepakt met laag – bij – de –grondse argumenten (cf. discussie over huwelijk voor homo’s)



 beelden:

      • Campagne Bush – Gore (2000)

Fox News zegt op Election Night dat Bush gewonnen heeft in Florida en dus de nieuwe president is (detail: de reporter die dit zegt is een volle neef van Bush)

 waterval – effect: andere zenders volgen!

 nieuwe werkelijkheid wordt gecreërd!


      • Campagne Bush – Kerry (2004)

Techniek van het demoniseren van de tegenstander werd hier gebruikt.

  • Censuur

    • Vietnam: foto My Lai – Q: “And babies?” A: “And babies…”

    • 1982: eerste succesvolle toepassing van censuur in de Falkland oorlog

    • Golfoorlog: censuur op beelden die niet verspreid mogen worden

 “embedded journalists” = journalisten die, soms wekenlang, in een militaire eenheid blijven en dus afhankelijk zijn van de militairen voor bescherming en voedsel

Gevolg: de kritische zin van de journalist daalt en de media moet alle info van het leger halen



  • Casus: golfoorlog 2003

(Vietnam: impact van de media was heel groot en bij volgende conflicten werd dit zoveel mogelijk vermeden!)

Situatie: er zijn bommen gevallen op een drukke Iraakse markt met veel burgerslachtoffers tot gevolg

 R. Fisk (The Independent): eersterangsgetuige die ervan overtuigd is dat het om verkeerd gedropte bommen ging van de Amerikanen



Enkele dagen later: een gelijkaardig voorval heeft plaats en er worden stukken van de bommen gevonden met Amerikaans serienummer

 generaal Vincent Brooks: is eerst verward, maar legt de schuld bij de Irakese regering die hun eigen mensen zouden aangevallen hebben

 journalist M. Wolf (NY Magazine) stelt kritische vragen en wordt de mond gesnoerd door de para – militaire spin – doctor Wilkinson

4.4. Kortsluitingen in de informatiestroom

Orale traditie: graad van bewaring en exactheid = afhankelijk van de acuratesse van het geheugen van de volgende generaties


  • Noise:

= verstoring van de boodschap door ze in te pakken in heel veel informatie, waardoor de boodschap verdrinkt in de randinformatie

bijzondere vorm: geheimtaal en legercodes



  • Redundantie

= veel herhaalde info (voorspelbaar)

  • Entropie

= hoge infowaarde (onvoorspelbaar)

5. Stockeren en produceren van informatie

    1. Waarom bronnen bewaren?



  • Sociale boekhouding

= boekhouding die ontstaat omdat de staat zijn onderhorigen op efficiënte wijze onder controle wil brengen

 zorgen voor continuïteit om rechten, voorrechten en antecedenten te kunnen toetsen: gestroomlijnde sociale boekhouding



Filips II August

Verloor een deel van koninklijk archief (= essentiële documenten die vorsten in koffers meenamen op hun reizen) aan Richard Leeuwenhart

 aanleiding tot het creëren van een ‘staatsarchief’ = trésor des chartes

= verzameling rechtstitels, oorkonde die getuigen van het persoonlijk en feodaal gezag van de koning

Lodewijk IX

Kort na 1254:oorkonden, relieken, juwelen en handschriften ondergebracht in de ‘Sainte Chapelle’  associatie met de schat van Salomon



Filips IV de Schone

1307-09: aanstelling van Pierre d’Etampes tot eerste ‘garde des chartes’

 toezicht over: - trésor des chartes

- gerechtelijke en financiële verzamelingen

>> Bourgondische hertogen: XIV; aanstellen garde des chartes in het graafschap Vlaanderen


  • Fiscaliteit en rechtspraak

= vaak oudste archivalia reden: bewaarmotief en belang voor de staat (en ook voor de burgers) is het sterkst

+ archief van notaris werd verplicht overgeheveld naar zijn opvolger



  • Wetenschappelijk onderzoek

 deels verloren / door zorgeloosheid in stukken gevallen archieffondsen van private oorsprong recontrueren / opnieuw samen brengen

  • Levend en dood archief

Levend = archief wordt geproduceerd door een levende instelling: jaar na jaar komt er archief bij

Dood = archief is afgesloten (cf. in West – Europa zijn archieven van ME en Ancien Régime afgesloten breukmoment = Franse Revolutie)

 klassementen(= wat werd bewaard en wat werd vernietigd?) van toen bepalen hoe wij nu naar de geschiedenis kijken

 veel private archieven zijn verloren gegaan



    1. Waarom gingen zovele bronnen verloren?




  • Banale gebeurtenissen

De feiten waren te onbelangrijk om er een bron over te creëren en slechts mondeling overgeleverd

XX: telefoon: mondelinge karakter nam toe  belangrijke beslissingen lieten geen enkel geschreven spoor achter

XX / XXI: fax en email: laten digitale sporen achter: meer uitzicht op materiële overlevering


  • Niet belangrijk

Bestaande bronnen gingen verloren omdat ze niet belangrijk genoeg waren om permanent bewaard te worden

Bv: convocatiebrieven die MEse vorsten aan hun vazallen stuurden



  • Rampspoed

Rampen, branden en oorlogen

Bv: stadsarchief van Ieper ging in vlammen op in WO I



  • Afwezigheid van archiefdwang

(= de verplichting voor een persoon/ instelling om zijn/haar archief in een publiek toegankelijk archiefdepot te deponeren)

Gunstige omstandigheden (waardoor gegevens bewaard zijn):

 ondernemingsarchieven zijn vaak alleen bewaard als het bedrijf failliet is gegaan en er een juridische tussenkomst nodig was en de zaak in een procesbundel kwam (cf. grootboek van Willem Ruweel uit 1368 – 70)

 overhevelen van het bezit van een privé firma naar een caritatieve instelling die de archivalia erft een bewaart (cf. archief van de firma Datini)

 bedrijf lang in handen van één familie (cf. archief van de drukkersfamilie Plantijn – Moretus)



  • Technische oorzaken

Kwaliteit van de grondstof: papier is gevoelig voor droogte en vocht

Kwaliteit van de inkt: inkt vergaat vlug



  • Doelbewuste vernietiging

    • Tegenstanders raken

Archivalia worden soms doelbewust vernietigd met de bedoeling het geheugen van politieke tegenstanders te raken

(voorbeelden: zie HB p 40)



    • Met goede bedoelingen

Oorzaak: ongebreidelde massificatie van archivalia

Oplossingen:



      • men bewaard de archivalia slechts selectief (bv. 1 jaar van de 5)

      • schaduwarchieven op microfilm

      • tussenarchieven (= record centers / cité interministrielle):

document verliest directe administratieve functie tussendepot actualiteitswaarde is helemaal verdwenen  klassiek archief

  • World Wide Web

Op het eerste zicht lijkt het net de oplossing om te voorkomen dat in de toekomst massaal bronnen verloren gaan

MAAR: internet websites zijn heel vluchtig: sites worden vernieuwd, vervangen, worden offline gezet…)



    1. Toename van het bronnenbestand

  • Onverwachte recuperaties

(vaak door wisselende politieke activiteit)

Bv: archieven van de nazi’s worden tijdens WO II geconfisqueerd door tegenstanders en worden later vrijgegeven



  • Toename van historische kennis

Hierdoor worden documenten plots toegankelijk (bv door het ontcijferen van een schrift)

Bv: ontcijfering van het Lineair – B schrift: kennis van de Griekse geschiedenis van voor Homeros ging spectaculair vooruit

 maar: groot aspect van het verleden zal nooit oplosbaar zijn omdat de vraagstellingen van vandaag totaal vreemd zijn aan de belangstellingen van vroegere generaties

(cf. verkeerde voorstellingen van de bevolkingsomvang en –verspreiding: vbn HB p43)



    1. Consulteerbaarheid van de bronnen




  • Eigen tijd

Paradox : kennis van eigen tijd / recente verleden is vrij gering door de niet – consulteerbaarheid van de bronnen

 nu de historicus de documenten nog kan toetsen met een interview, zijn de bronnen niet toegankelijk!

 reden ontoegankelijkheid: bij het deponeren van privé – documenten in rijksarchieven voorziet de schenker een niet – toegankelijkheid van 30 of 50 jaar (reden = vrees voor indiscretie)

Massificatie van archivalia

Zorgt ervoor dat binnenstromende archivalia niet meteen kan ordenen, waardoor een fundamentele ontoegankelijkheid ontstaat ( leidde tot breakdown in de jaren ’60)

Reacties: - tussenarchieven

- digitale stockering (consultatie: key words, data en rubrieken)

 bv: * Instituut voor Nederlandse Geschiedenis: on line stockering van de briefwisseling van Willem van Oranje

*Koninklijke Commissie voor Geschiedenis: produceerde cd – rom met foto’s en transcripties van alle oorkonden in de Zuidelijke Nederlanden vanaf het jaar 1200)



  • Voorbeeld: KGB - archieven

(+ HB p 43 – 43 voor andere voorbeelden: Archivio Segreto Vaticano, Watergate, moord op Lumumba)

1992: Vassili Mitrochin, een gepensioneerd archivaris van de KGB, biedt de ambassade van de VS de documenten uit het schaduwarchief dat hij had aangelegd aan

 VS stond er eerst weigerachtig tegenover omdat het kopieën zijn!

 MI 6 (= Britse geheime dienst) graaft kisten met documenten die teruggaan tot de jaren ’30 en ‘40

= controleerbaar!



>>> klassiek regeltje uit historische kritiek:

Als details uit het deel van de bron dat controleerbaar is blijken te kloppen, gaat men ervan uit dat het niet – controleerbare stuk ook correct is

 Christopher Andrew= professor aan de Cambridge University en is een believer van de documenten

Bron of desinformatie?


    • Kopieën: er kan makkelijk iets binnensluipen: kan slechts gecontroleerd worden als volledige KGB archieven ernaast worden gelegd

    • Truc van SU om aandacht af te leiden van de echte zaken??



  • De Ultieme Bibliotheek”

= fantasme van een archief met een definitieve klassering en met één en dezelfde ordening voor alle mogelijke bronnen = historisch panopticum!

Bv: - bibliotheek van Alexandrië



    • “Archives Universelles” die Napoleon wilde oprichten

    • “Imperial Archive”: XIX; stond voor ogen van de Britse empirebuilders

    • “Très Grande Bibliothèque” van Franse president Mitterand

    • Charles Victor Langlois (schreef klassiek handboek voor historische kritiek) smeedde plannen voor een dergelijk historisch panopticum



    1. Waarom worden bronnen bewaard? Het archief als zingevende instelling




  • Archief in algemene zin

= geheel van documenten dat werd ontvangen door een natuurlijke of een rechtspersoon

  • Archief in technisch institutionele betekenis

= instelling die tot taak heeft de archivalia te bewaren, te inventariseren en consulteerbaar te maken

levend archief: groeit continu en stelselmatig aan

oud / historisch archief: instelling houdt op te bestaan of deel dat uit een levende instelling wordt verwijderd


  • Archief in filosofische zin

= geheel van bronnen die door een bewuste daad van diegene die wil getuigen het karakter van getuigenis krijgen

 De manier waarop bronnen geordend en beschreven worden, is verre van neutraal. Wat ze uiteindelijk aan de historicus kunnen vertellen is voor een deel mee bepaald door de manier waarop ze doorheen de eeuwen behandeld zijn geworden.



  • Bewaren van bronnen door de eeuwen heen

Acien Régime: (eind XVIII) archivalia werden bij de bezitter en bij de levende instelling bewaard

 een van de kastelen van de vorst fungeerde als bergplaats en de archieven van de instellingen reisden mee naar de opeenvolgende zetels van de instellingen



Franse Revolutie: totale ommekeer: massale toevloed van documenten naar de overheid van het nieuwe regime

 nood tot het oprichten van openbare rijksarchieven

FR = ideologische en praktisch beginpunt van de archivistiek !


  • Dubbel ontstaansmoment

Bronnen hebben twee ontstaansmomenten:



  • Structuur van archieven

1 archiefdepot per provincie in België  opstapelen van archivalia van:

- afgeschafte gewestelijke instellingen

- geconfisqueerde kerkelijke instellingen

- notariaten

- gevestigde adellijke families


  • Kunstmatige archieven

Reden: - bepaald verleden reconstrueren

- collecties – in – gevaar veilig stellen



Voorbeelden (archieven als infrastructuur voor een specifieke onderzoekssector)

    • Nederlandse Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (cf. origineel dagboek Anne Frank)

    • Belgisch Navorsings- en Studiecentrum voor de Geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog

    • Holocaustmusea in Jeruzalem en Washington: kunstmatig gevormde depots met archivalia over de holocaust



  • Specifieke bewaringscentra voor andere bronnen

- musea voor archeologische voorwerpen

- munten- en medaille-kabinetten

- discotheken voor artistieke en historische opnamen op band

- cinematheken

- fototheken

 taak van het wettelijk depot (die niet bestaat bij deze media) wordt overgenomen door filmclubs of instellingen zoals het Filmmuseum in Amsterdam en in Brussel.



    1. De bewaarplaats van archivalia is niet onschuldig



  • Reden : herkomstbeginsel

Watergate – schandaal

Het notaboekje van James McCord dat achteloos werd achtergelaten in het Watergate gebouw, zou een onschuldig stuk geweest zijn, als het niet op die concrete plaats was gevonden.



Herkomstbeginsel

= de vindplaats of bewaarplaats is van essentieel belang om de draagwijdte van het spoor of van de getuigenis precies te identificeren naar intellectuele herkomst, in de tijd en in de ruimte



  • Veranderingen aan het archiveren

Begin XIX

Binnenkomende fondsen werden louter chronologisch, systematisch per thema of in functie van de ‘drager’(=papier, perkament…) geklasseerd



Sinds 1841

Nieuwe principes in Frankrijk



Einde XIX

Nieuwe principes in heel Europa: elk fonds werd als een geheel bewaard en binnen het fonds(= inventarissen van archiefbestanden) moet het herkomstbeginsel gerespecteerd worden

 betrouwbaarheid van een stuk hangt af van:



      • de herkomst

      • organische samenzitten van documenten wijst op intern verband dat uit de inhoud van de stukken niet noodzakelijk blijkt

belangrijk: aanduidingen van vroegere archiveringen en vermeldingen van oude inventarissen laten toe de onderzoeker de evolutie van bron tot archiefdocument in beeld te brengen

Bautier – Sornay

= twee historici die voor de middeleeuwse geschiedenis van het Graafschap Vlaanderen een inventarisatie uitvoerden van alle archieven die ooit in het bezit ban de dynastie van de Bourgondische hertogen zijn geraakt:



    • overzicht van alle bronnen die tijdens de Bourgondische periode door de overheid zijn aangemaakt

    • alle collecties die tengevolge van de uitbouw van de Bourgondische staat in het bezit van hertogen en hun archivarissen zijn gekomen




    1. Het drukken van historische bronnen




  • XVII: autonome bronnenuitgaven

Bronnen = niet langer eenmanswerk

    • Einde oorlogen protestanten  katholieken

    • Meer intelligente confrontaties met kritische vragen rond Reformatie en Contrareformatie

Acta Sanctorum” = kritische uitgave van de heiligenlevens (gedragen door de bollandisten (= orde van jezuïten, Zuidelijke Nederlanden) en mauritsen (= benedictijnen, Parijs))

  • XIX: gouden eeuw van de bronnenuitgaven

Invloed van de romantiek en het positivisme!!

romantisch: bijna allemaal opgezet binnen nationale grenzen (vaak als hulde aan de nationale staat)

 jonge staten willen zich legitimeren door hun nationaal verleden te reconstrueren!

positivistisch: eis van het positivisme om elke bewering hard te maken met een bewijs

 gevolg: uitgaven werden kritisch dankzij de inbreng van filologen, classici en germanisten


  • XXI: digitale ontsluiting

Teksten worden nu digitaal ingevoerd (cd-rom of online): polyvalente consultatie

Databanken: weg naar kritische appreciatie en authenticiteit van de teksten



 ING (= Instituut voor Nederlandse Geschiedenis, Den Haag): website combineert digitale ontsluiting met databanken!





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2016
stuur bericht

    Hoofdpagina