De ondergetekenden: Achmea Personeel B. V., gevestigd te Utrecht, fnv bondgenoten, gevestigd te Amsterdam



Dovnload 0.61 Mb.
Pagina24/24
Datum04.10.2016
Grootte0.61 Mb.
1   ...   16   17   18   19   20   21   22   23   24

Bijlage11: Overgangsbepalingen voor medewerkers van voormalig AXA

De navolgende overgangsbepalingen gelden voor die medewerkers op wie op 31 december 2005 de CAO voor het Verzekeringsbedrijf plus de personeelsregelingen van AXA van toepassing waren.


Ingeval bepalingen in bijlage 11 in tegenspraak zijn met de bepalingen uit Hoofdstuk 1 t/m 13 en/of bijlage 1 t/m 6 van deze CAO, dan prevaleren de bepalingen in bijlage 11.

1 Arbeidsduur


De fulltime medewerker heeft eenmalig het recht per de datum waarop de harmonisatie ingaat, zijnde 1 januari 2006 te kiezen voor een contractuele werkweek van 38 uur.

De fulltime medewerker met een betaalde arbeidsduur van 40 uur, heeft eenmalig het recht per de datum waarop de harmonisatie ingaat, zijnde 1 januari 2006 te kiezen voor een contractuele werkweek van 40 uur.


Indien de fulltime medewerker gebruik maakt van het eenmalige recht te kiezen voor een contractuele werkweek van 38 of 40 uur, heeft deze medewerker geen recht zijn gemiddelde werkweek jaarlijks via Achmea Select te wijzigen conform artikel 4.1.2.
De medewerker die per 1 januari 2006 heeft gekozen voor een contractuele werkweek van 38 of 40 uur, heeft het recht per 1 januari van enig jaar het recht alsnog te kiezen voor een 36-urige werkweek. In dat geval wordt het salaris naar evenredigheid vastgesteld en kan de medewerker wel deelnemen aan de keuze gemiddelde werkweek conform artikel 4.1.2.
2 Indeling in de Achmea salarisschalen

De functie van de medewerker wordt op basis van de op 30 november 2004 voor hem geldende functiebeschrijving per 1 januari 2006 ingedeeld in de corresponderende salarisschaal van de (Achmea-) CAO. Indien de functie van de medewerker tussen 30 november 2004 en 1 januari 2006 is gewijzigd en de wijziging is niet toe te schrijven aan de overname door Achmea dan wordt deze laatste functie als uitgangspunt genomen. Daarbij gelden de navolgende overgangsbepalingen:


Indien het salaris van de medewerker bij de overgang naar de nieuwe salarisschaal hoger is dan het maximum salaris van de nieuwe schaal, dan behoudt de medewerker het op 31 december 2005 voor hem geldende salaris. Dit salaris wordt daarna uitsluitend verhoogd met de komende CAO-salarisverhogingen.
Indien het salaris van de medewerker bij de overgang nog niet het maximum salaris

(functienormsalaris) van de oude schaal had bereikt en het maximum salaris van de nieuwe schaal lager is dan het maximum salaris van de oude schaal, dan heeft de medewerker nog recht op maximaal 4 periodieke salarisverhogingen volgens de nieuwe schaal, gerekend vanaf 1 januari 2006, tot maximaal het maximum salaris van de oude schaal.




  1. Jaarlijkse niet structurele beoordelingstoeslag

Eind 2005 is de medewerker beoordeeld op basis van de planning – voortgang- en beoordelingssystematiek van Achmea en ontvangt hij bij de jaarovergang een beoordelingsverhoging conform de Achmea-systematiek. Daarnaast heeft de medewerker een bruto beoordelingstoeslag ontvangen die als volgt is vastgesteld:

  • Bij een Achmea beoordelingsresultaat "voldoet aan de gestelde eisen" (3) wordt een toeslag toegekend van 2% conform de op 31 december 2005 geldende AXA systematiek;

  • Bij een Achmea beoordelingsresultaat "overtreft op onderdelen de gestelde eisen" (2) wordt een toeslag toegekend van 5% conform de op 31 december 2005 geldende AXA systematiek;

  • Bij een Achmea beoordelingsresultaat " overtreft de gestelde eisen" (1) wordt een toeslag toegekend van 7% conform de op 31 december 2005 geldende AXA systematiek.

Vanaf 1 januari 2006 is de planning – voortgang- en beoordelingssystematiek van Achmea van toepassing. De niet structurele beoordelingstoeslag op basis van de op 31 december 2005 geldende AXA regeling is voor het laatst toegekend per 1 januari 2006. Ter compensatie van het vervallen van deze toeslag ontvangt de medewerker tweemaal het gemiddelde van de aan hem uitgekeerde beoordelingstoeslag over het jaar 2003, 2004 en 2005. Dit bedrag wordt als bruto bedrag (waarop de gebruikelijke inhoudingen worden verricht) ineens aan de medewerker uitgekeerd, uiterlijk maart 2006.


4 Anticumulatiebeding CAO-verhogingen
Tot 1 januari 2006 is op de Axa-medewerkers de CAO voor het Verzekeringsbedrijf van toepassing, vanaf 1 januari 2006 geldt de Achmea-CAO. Partijen komen overeen dat er voor de ex Axa-medewerkers geen cumulatie zal optreden van salarisverhogingen die op grond van beide CAO’s worden overeengekomen.
5 Pensioen

Vanaf 1 januari 2006 is met terugwerkende kracht tot 1 december 2004 de Achmea regeling van toepassing, met uitzondering van de eigen bijdrage. In de periode 1 december 2004 tot 1 januari 2006 is de eigen bijdrage in de pensioenpremie gelijk aan de eigen bijdrage in de pensioenregeling zoals deze van toepassing was op 30 november 2004. Vanaf 1 januari 2006 geldt de eigen bijdrage aan de pensioenregeling conform de Achmea regeling.



6 Extra verlof in verband met pensionering

Medewerkers die uiterlijk in 2010 de pensioengerechtigde leeftijd bereiken, behouden het recht op 5 extra verlofdagen voor het volgen van een cursus voorbereiding op pensioen.


7 Autoregeling

Vanaf 1 januari 2006 geldt de Achmea-regling. De medewerker betaalt vanaf 1 januari 2006 een eigen bijdrage voor privé-gebruik conform de auto regeling van Achmea. Indien deze eigen bijdrage hoger is dan de eigen bijdrage volgens de op 31 december 2005 op hem van toepassing zijnde regeling, dan wordt het verschil in eigen bijdrage berekend over een periode van 36 maanden vanaf 1 januari 2006 en als bruto bedrag (waarop de gebruikelijke inhoudingen worden verricht) ineens aan de medewerker uitgekeerd.


8 Dienstjubilea

Vanaf 1 januari 2006 geldt de Achmea-regeling. Indien een medewerker voor 1 januari 2008 12,5 jaar jubileert, behoudt hij het recht op een uitkering van een half maandsalaris bruto.


9 Korter werken oudere medewerkers

De medewerker die voor 1 januari 2010 de leeftijd van 59 jaar bereikt en aanspraak kan maken op vermindering van de wekelijkse arbeidsduur zoals omschreven in de op 31 december 2005 geldende CAO voor het Verzekeringsbedrijf, behoudt dit recht conform de dan geldende CAO voor het Verzekeringsbedrijf.


10 Studiefaciliteiten

Vanaf 1 januari 2006 geldt de Achmea-regeling. Indien de medewerker op 31 december 2005 een studie volgt waarop de dan geldende studiekostenregeling van toepassing is, dan blijft die regeling van toepassing op deze studie totdat deze is beëindigd.


11 Sabbatical leave

Vanaf 1 januari 2006 geldt de Achmea-regeling. De tot 1 januari 2006 binnen de AXA-regeling gespaarde rechten ten behoeve van een nog niet ingegane sabbatical leave, worden overgenomen en omgezet naar gespaarde rechten binnen de Achmea-regeling.




  1. Overwerk

Vanaf 1 januari 2006 geldt de Achmea-regeling. Indien blijkt dat de toepassing van de overwerkregeling van Achmea op individueel niveau voor de medewerker aantoonbaar tot een voor de medewerker onevenredig nadeel leidt, dan treden de werkgever en de medewerker met elkaar in overleg om tot een voor beiden acceptabele oplossing te komen.
13 Hypotheekregeling

De medewerker die op 31 december 2005 een hypotheek onder de dan geldende personeelscondities heeft, of voor deze datum heeft aangevraagd, behoudt het recht op deze condities voor de resterende looptijd van het hypothecaire contract. Daarbij worden aanpassingen van de hypothecaire constructie en/of van de looptijd van de hypotheek uitgesloten.

Indien de medewerker op 31 december 2005 een rentekorting ontvangt, dan vervalt op 1 januari 2006 de rentekorting. In plaats daarvan ontvangt de medewerker voor de resterende looptijd van het hypothecaire contract, een bruto rente subsidie die gelijk is aan de rentekorting.

14 Korting eigen producten

Voor schadeverzekeringen geldt vanaf 1 januari 2006 de Achmea-regeling. Per 1 januari 2006 kunnen de medewerkers zonder boete bepaling de schadeverzekeringen bij AXA opzeggen.


Levensverzekeringen die voor 1 januari 2006 onder de dan geldende personeelscondities zijn afgesloten, of voor deze datum zijn aangevraagd, blijven ongewijzigd bij AXA doorlopen voor de resterende looptijd van de verzekering. Daarbij worden aanpassingen van de levensverzekering en/of van de looptijd van de levensverzekering uitgesloten. Voor levensverzekeringen die worden afgesloten na 31 december 2005 geldt de Achmea-regeling.
15 Overgangscompensatie

De medewerker ontvangt een overgangscompensatie indien blijkt dat de waarde van de navolgende regelingen overeenkomstig de CAO en de personeelsregelingen (het arbeidsvoorwaardenpakket 1) lager is dan de waarde van die regelingen overeenkomstig de voor de medewerker vóór 1 januari 2006 geldende CAO en personeelsregelingen (het arbeidsvoorwaardenpakket 2). Het betreft hier de volgende regelingen: de vakantie (inclusief Goede Vrijdag en ex-UAP vakantierechten), de vergoeding reiskosten woon-werkverkeer en de vaste kostenvergoeding.


Deze overgangscompensatie wordt als volgt berekend:

• Per medewerker wordt de waarde van zijn

arbeidsvoorwaardenpakket 1 en zijn arbeidsvoorwaardenpakket 2

gewaardeerd. Hierbij wordt uitgegaan van de waarde van de beide

arbeidsvoorwaardenpakketten op 31 december 2005;

• Indien het arbeidsvoorwaardenpakket 2 een meerwaarde heeft,

wordt deze meerwaarde in de vorm van een persoonlijke toeslag maandelijks uitbetaald. De toeslag is een bruto bedrag. Dit wordt de overgangscompensatie genoemd.

Deze overgangscompensatie is een vast bedrag dat eenmalig op 31 december 2005 door de werkgever wordt vastgesteld. Dit bedrag is niet pensioengevend en wordt niet geïndexeerd.

Deze overgangscompensatie kan komen te vervallen bij veranderende omstandigheden. Zo kan de werkgever de overgangscompensatie herzien ingeval deze tot een onevenredig voordeel of nadeel leidt voor de medewerker.



1 De periode wordt vastgesteld conform de uitkeringsduur van een WW uitkering.

2 Oude recht AMG: vaste uitkering van 3,75% van het vaste jaarsalaris

Oude recht AGG: vaste uitkering van 5,33% van het vaste jaarsalaris en variabele uitkering van maximaal 4% van het vaste jaarsalaris.



(Oude recht ZVN Advies/Argonaut: vaste uitkering van 8,33% van het vaste jaarsalaris.

3 Het bedrag van de halve 14e maand wordt als zodanig herkenbaar geregistreerd. Indien voor de medewerkers die deze compensatie ontvangen, op enig moment een regeling variabele beloning van toepassing wordt, dan behoudt de werkgever zich het recht voor, dit deel van de overgangscompensatie te verrekenen met uit te keren variabel salaris.



1   ...   16   17   18   19   20   21   22   23   24


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina